Kennis Congresverslagen

NVM wil taakherschikking van de grond krijgen

NVM wil taakherschikking van de grond krijgen

Aan taakherschikking in de mondzorg wordt al meer dan een decennium gewerkt. Toch komt het maar niet van de grond. NVM-voorzitter Corrie Jongbloed schetst de voorgeschiedenis en pleit voor helderheid in de beroepskolom.

Op de werkvloer is er nauwelijks conflict tussen tandarts en mondhygiënist. Op macroniveau is dat er wel. De mondhygiënist heeft een andere doelstelling dan de tandarts: preventie versus curatie. Ontwikkelingen als de uitbreiding van de deskundigheid en de competenties van de mondhygiënist, zijn niet voor iedereen in de beroepskolom duidelijk. Dat kan leiden tot een conflict, stelt Corrie Jongbloed, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten.

Commissie Lapré
Binnen de zorg zijn er veel taken die niet meer door een universitair geschoolde worden gedaan. De Commissie Lapré (Adviesgroep Capaciteit Mondzorg) bedacht in 2000 dat tandartsen mondartsen moesten gaan heten en een zesjarige universitaire opleiding moesten volgen. De opleiding kwam er; in 2013 studeert de eerste lichting mondartsen af.
De opleiding tot mondhygiënist (HBO Mondzorgkunde) werd een vierjarige opleiding. Dit heeft geresulteerd in de mondhygiënist-nieuwe stijl. Ook de MBO-opleiding tot preventie assistent had vier jaar moeten gaan duren. Maar dat is niet van de grond gekomen.

Regiegroep Opleidingen Mondzorg
Het kabinet onderschreef de aanbevelingen van de Commissie Lapré en verzocht de Regiegroep Opleidingen Mondzorg om tot een nieuwe positionering, inhoud en onderlinge samenhang van de opleidingen te komen. In de Regiegroep zaten onder andere de ministeries, de beroepsorganisaties, de HBO-raad, de VNSU en de BVE-raad. De assistenten werden vertegenwoordigd via de NMT, CNV en de BVE raad.

Bij tandartsen ontstond weerstand tegen de uitbreiding van de opleiding tot mondhygiënist. Zij voelden zich bedreigd, omdat de mondhygiënisten in spe zouden leren boren. De NMT stapte daarom uit de regiegroep. Die ging echter gewoon door en het wetsvoorstel werd aangenomen. De verplichte verwijzing naar mondhygiënisten werd afgeschaft; zij mogen patiënten aannemen zonder verwijzing.

Commissie Innovatie Mondzorg
De Commissie Innovatie Mondzorg (ook wel Commisie Linschoten genoemd) sprak zich in 2006 uit voor een grotere inzet van mondhygiënisten bij de dagelijkse mondzorg en behandeling van tandheelkundig ongecompliceerde patiënten. Ook zouden meer mondhygiënisten moeten worden opgeleid en werd de tandartsopleiding met een jaar verlengd naar zes jaar. Het Capaciteitsorgaan werd om nieuwe capaciteitsramingen gevraagd.

De opleiding Mondzorgkunde tot mondhygiënist is nu uitgebreid met:

  • wetenschappelijke scholing
  • onderzoek
  • differentiatie
  • professionalisering
  • prepareren en restaureren van primaire caviteiten

Net zo goed
“Mondhygiënisten in opleiding leren net zo goed boren als tandheelkundestudenten; ze volgen hetzelfde onderwijsprogramma”, stelt Corrie Jongbloed. Veel tandartsen veronderstellen dat mondhygiënisten niet zelfstandig mogen boren. Zij hebben hier echter wel een (functioneel) zelfstandige bevoegdheid voor. De tandarts geeft de opdracht, maar hoeft niet in het pand aanwezig te zijn. Ditzelfde geldt voor het geven van anesthesie.

Minister Schippers bekijkt nu of er ook zonder opdracht mag worden gewerkt. “De mondhygiënist mag immers een diagnose stellen op het gebied van cariologie en parodontologie; als de tandarts vervolgens bij elk gaatje moet komen kijken, is dat dubbelop”, meent Jongbloed. Overigens is er bij mondhygiënisten die afstudeerden voordat de opleiding veranderde, niet veel interesse om het boren aan te leren. Slechts tien per jaar melden zich aan.
Assistenten zijn niet bekwaam en dus ook niet bevoegd om zonder tussenkomst te boren of andere voorbehouden handelingen te doen. In opdracht van de tandarts mogen assistenten wel boren, mits ze hiervoor zijn opgeleid door een erkend opleidingsinstituut en er een tandarts in de praktijk aanwezig is.

Hoe staan we ervoor?
Zes jaar na de uitstroom van de eerste mondhygiënisten-nieuwe stijl, is de taakherschikking nog niet van de grond gekomen. In de praktijk zijn er maar weinig mondhygiënisten die boren. Doen ze het wel, dan mondjesmaat. De taakdelegatie (waarbij geen volledige verantwoordelijkheid wordt overgedragen) daarentegen, is toegenomen. Dit zien we aan de hoeveelheid preventieassistenten. Doordat de functie van preventie assistent geen wettelijk geregeld beroep is, is de vierjarige opleiding tot preventieassistent er niet gekomen. Wel zijn er veel commerciële bureaus die zelf een cursus tot preventieassistent hebben ontwikkeld. Veelal duren deze cursussen slechts tien dagen.

Beschermde titel
Jongbloed vindt deze wildgroei verontrustend: “Zo staat een meisje vakken te vullen in de supermarkt en zo staat zij foto’s te maken in de tandartspraktijk. Terwijl dit een voorbehouden handeling is.” De bekwaamheid van de preventieassistent moet beter aantoonbaar worden, stelt Jongbloed. Ook vindt zij het schokkend dat er preventieassistenten zijn die de beschermde titel van mondhygiënist voeren.

En nu?
“We moeten ervoor zorgen dat de taakherschikking van de grond komt”, stelt Jongbloed met nadruk. “De mondhygiënist wil geen tandarts zijn. De mondhygiënist wil wel kwaliteit leveren op de gebieden waarvoor hij is opgeleid. Het kwaliteitsregister en de beroepscode zijn daarvoor goede garanties. De nadruk zal op preventieve mondzorg blijven liggen.” Dit is in lijn met het beleid van het kabinet om in de gezondheidszorg meer aandacht te geven aan gezondheid en gedrag en minder te focussen op ziekte en zorg. Het is wel zaak dat mondhygiënisten patiënten eerder zien. “Ze krijgen nu patiënten te laat ingestuurd waardoor het voelt als dweilen met de kraan open. Mondhygiënisten zien voornamelijk zware parodontitispatiënten. Het behandelen van parodontitis is een curatieve en geen preventieve handeling.”

Door: Lieneke Steverink-Jorna

Bron:
Lezing van Corrie Jongbloed, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten, tijdens het NVvK en VBTGG voorjaarscongres op 16 en 17 maart 2012.


Mw. Corrie Jongbloed heeft haar opleiding tot mondhygiënist gevolgd aan de UVA (1978) en daarna een groot aantal jaren in diverse algemene mondzorgpraktijken gewerkt. Van 1988-1992 voorzitter van de beroepsvereniging (NVM) en vervolgens de overstap gemaakt naar het onderwijs. Als docent, onderwijscoördinator en directeur verbonden geweest aan de diverse opleidingen tot mondhygiënist (Utrecht, Groningen en Nijmegen). Namens de HBO- raad deel uitgemaakt van de Regiegroep Mondzorg (VWS) en mede verantwoordelijk voor de uitbreiding van het deskundigheidsgebied van de mondhygiënist en de 4-jarige opleiding (2006). Sinds 2008 weer voorzitter van de NVM. Inmiddels uitgebreid met een eigen bij-en nascholingsinstituut (DCM), een BV van waaruit het tijdschrift (NTvM) wordt uitgegeven en congressen worden georganiseerd en een kwaliteits register (KRM).

Apr. 2012