Diagnostiek en behandeling van het obstructieveslaapapneusyndroom bij volwassenen

Het obstructieveslaapapneusyndroom (OSAS) wordt gekenmerkt door een herhaald optreden van episoden van hogere luchtwegobstructie tijdens de slaap, gewoonlijk geassocieerd met zuurstofsaturatiedaling in het bloed. Tijdens de slaap collabeert de absoluut of relatief te nauwe en/of te slappe farynx waardoor onderbreking van de luchtstroom (apneu) optreedt. Hervatting van de ademhaling is pas weer mogelijk na een ontwaakreactie (arousal) en daarbij optredend herstel van de luchtwegdoorgankelijkheid. Slaapapneu gaat doorgaans gepaard met heftig snurken en forse bewegingsonrust. De prevalentie van OSAS in Nederland bedraagt ca 40.000 mannen en ca 10.000 vrouwen.

De gevolgen van OSAS zijn met name hypersomnolentie overdag en afname van mentale vermogens leidend tot problemen met betrekking tot beroepsuitoefening en sociale participatie, verminderde kwaliteit van leven, vergrote kans op ongevallen en hinder voor de partner. Daarnaast is OSAS een risicofactor voor hypertensie en cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit.

Door goede en tijdige diagnostiek en adequate behandeling van OSAS kan er een aanzienlijke gezondheidswinst geboekt worden. OSAS betreft veelal mannen, in de tweede helft van de beroepsleeftijd, wat neerkomt op een categorie van de bevolking met gemiddeld de grootste bijdrage aan het BNP. Goede behandeling zal leiden tot minder uitval van deelname aan het arbeidsproces, verminderde zorgvraag door comorbiditeit en verminderd risico op verkeersongevallen.
Sinds de totstandkoming van de huidige consensusrichtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van obstructief slaapapneusyndroom bij volwassenen’ uit 2001 is er veel veranderd op het gebied van diagnostiek en behandeling van OSAS.

In 2004 heeft TNO Preventie en Gezondheid in samenwerking met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO een evaluatie uitgevoerd van het gebruik van CPAP-apparatuur in de thuissituatie.

Daarnaast heeft de Apneu Vereniging in 2005 een enquête uitgezet onder haar leden, waarin gevraagd werd naar processen rond diagnostiek en behandeling. Uit de evaluatie en de enquête kwamen de volgende knelpunten naar voren:

  • Diagnostiek in eerste en tweede lijn (onderdiagnostiek, tijdige diagnostiek, welke diagnostiek).
  • In de richtlijn uit 2001 wordt slechts in beperkte mate aandacht besteed aan de organisatie van zorg. De behandeling OSAS gebeurt soms mono- en soms multidisciplinair en er ontbreken duidelijke afspraken over taken en verantwoordelijkheden tussen de verschillende disciplines, wat leidt tot slechte onderlinge afstemming.
  • Omdat de noodzaak, frequentie en duur van de follow-up onduidelijk is, is de follow-up van OSAS vaak onvoldoende.
  • Indicatiestelling CPAP in relatie tot alternatieve behandelwijzen.

Bovengenoemde overwegingen waren voor de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose aanleiding een multidisciplinaire, ‘evidence-based’ richtlijn te ontwikkelen voor diagnostiek en behandeling van het obstructieveslaapapneusyndroom bij volwassenen. Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO verleende hierbij methodologische expertise.


Download brochure richtlijn-osas-definitief-09-02-2009.pdf

Lees meer over: Kennis
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *