Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Begin 2024 maakte de IGJ bekend dat zowel leveranciers van medische hulpmiddelen als zorgprofessionals zich niet altijd houden aan de regels over ‘gunstbetoon’. Om die reden heeft de IGJ, naar aanleiding van inspectiebezoeken, waarschuwingen en boetes opgelegd aan zowel leveranciers als zorgprofessionals. Ook in de mondzorg gelden deze regels over gunstbetoon.

Wat is gunstbetoon?

Kort en goed samengevat wordt met het verbod op gunstbetoon geregeld dat in principe geen geld, diensten of goederen mogen worden aangeboden en ontvangen met het doel om het gebruik van een geneesmiddel of de verkoop van een medisch hulpmiddel te bevorderen.

In 2022 heeft de minister van VWS een nieuwe beleidsregel gepubliceerd met betrekking tot het verbod op gunstbetoon. De beleidsregel geeft nadere invulling aan de bepalingen over gunstbetoon in de Wet medische hulpmiddelen (“de Wmh”) en de Geneesmiddelenwet (“de Gnw”) die een verbod stellen op gunstbetoon. Het verbod geldt voor alle partijen die een commercieel belang hebben bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of geneesmiddel, zoals leveranciers en fabrikanten. Het verbod geldt daarnaast voor de ontvangers: dat kan iedereen zijn die beroepsmatig invloed heeft op de keuze voor een medisch hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld zorgaanbieders. Het verbod op gunstbetoon werkt twee kanten op: enerzijds mag de gever het geld of goed niet geven, anderzijds mag de ontvanger dit niet aannemen.

In de mondzorg komen mondzorgverleners regelmatig in aanraking met hulpmiddelen en geneesmiddelen: van implantaten en vulmaterialen tot antibiotica en pijnmedicatie.

Zijn er uitzonderingen?

Het uitgangspunt is dat gunstbetoon verboden is. Hierop zijn wettelijke uitzonderingen geformuleerd. Zo:

  • is de vergoeding van deelnamekosten aan bijeenkomsten toegestaan, zolang deze kosten strikt noodzakelijk zijn,
  • is gunstbetoon in de vorm van dienstverlening toegestaan, indien de vergoeding redelijk in verhouding staat tot de diensten en een en ander schriftelijk wordt vastgelegd. Daarnaast moet het relevant zijn voor de leverancier of beroepsuitoefening,
  • zijn geschenken van geringe waarde die relevant zijn voor de beroepsuitoefening toegestaan, bijvoorbeeld medische boeken als geschenk. Een boek is meestal van geringe waarde en relevant voor de beroepsuitoefening. Het uitgangspunt hierbij is maximaal €50 per keer en maximaal €150 per jaar,
  • zijn kortingen en bonussen bij inkoop van medische hulpmiddelen onder voorwaarden toegestaan. Kortingen en bonussen zijn niet ongebruikelijk bij de inkoop van deze genees- en hulpmiddelen.

Controle door IGJ (ook binnen de mondzorg)

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: “de IGJ”) controleert of het verbod wordt nageleefd en heeft op grond van de wet de bevoegdheid bestuursrechtelijke maatregelen (denk aan een waarschuwing of een aanwijzing of een boete) op te leggen indien dat niet het geval blijkt te zijn. Recent heeft de IGJ diverse inspecties uitgevoerd bij 9 leveranciers van medische hulpmiddelen, waaronder ook een leverancier voor tandheelkunde, waarbij onder meer is gebleken dat een aantal leveranciers de regels onvoldoende nakwamen. De IGJ heeft om die reden handhavend opgetreden.

De bevindingen van dit onderzoek zien voornamelijk op de verplichte dienstverleningsovereenkomsten (hierna: ‘DVO’). Volgens de IGJ bleek een DVO in bepaalde gevallen te ontbreken of bleek de inhoud ervan onvolledig. Zo constateerde de IGJ dat wanneer een DVO wél was gesloten, deze niet altijd alle verplichte onderdelen bevatte zoals de aard, duur, omvang van de dienst, het te bereiken resultaat, het doel en welk deel van de betaling als vergoeding voor de dienst fungeerde en welk deel als onkostenvergoeding werd beschouwd. Daarnaast werden in een aantal onderzochte DVO’s de gedane betalingen niet altijd gespecificeerd. Een andere belangrijke conclusie van de IGJ is dat niet alle leveranciers en zorgprofessionals zich in de DVO’s houden aan de maximum uurtarieven die gelden voor de verschillende soorten zorgprofessionals (op grond van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen).

De IGJ heeft reeds aangegeven het toezicht de komende periode uit te zullen breiden. Voor zorgprofessionals of zorginstellingen zal de focus met name liggen op ontvangen betalingen door leveranciers, net als op de onderliggende documenten.

Waar kunt u opletten?

Nu uit het recente onderzoek van de IGJ blijkt dat de regels ten aanzien van gunstbetoon onvoldoende werden nageleefd én de IGJ om die reden heeft aangegeven nader onderzoek te zullen uitvoeren en in dat kader bestuursrechtelijke maatregelen kan opleggen, is het verstandig de werkwijze omtrent gunstbetoon in uw praktijk nog eens onder de loep te houden.

Maximale bedragen

Daarbij is het allereerst verstandig om te kijken of uw organisatie voldoet aan de ‘uitzonderingen’ (zoals de uitzonderingen die hierboven zijn weergegeven) indien sprake is van gunstbetoon. Denk aan de maximale bedragen voor het aannemen van geschenken.

Bonussen en kortingen

Bij bonussen en kortingen in het kader van de inkoop van medische hulpmiddelen – die in principe zijn toegestaan – geldt dat het verstandig is na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden voor het aannemen van deze bonussen en kortingen. Zo moeten deze bonussen en kortingen uitdrukkelijk schriftelijk tot uitdrukking worden gebracht en moeten de bonussen en kortingen worden verrekend met de (rechts)personen die rechtstreeks partij zijn bij de handelstransactie.

Cursussen en congressen

Daarnaast valt te denken aan een controle op de voorwaarden voor het op kosten van een leverancier van hupmiddelen deelnemen aan cursussen of congressen; dat kan alleen indien de kostenvergoeding puur ziet op de gemaakte kosten om aan het congres deel te nemen en indien het programma ook inhoudelijk aan bepaalde voorwaarden voldoet.

DVO

De mondzorgverlener die diensten verricht voor een leverancier van medische hulpmiddelen, doet er daarnaast verstandig aan om te controleren of een DVO gesloten is en zo ja, of die aan de voorwaarden voldoet. Uit de informatie van de IGJ volgt dat de DVO in de onderzoeken van de IGJ een voornaam punt van aandacht zijn en dat de IGJ daar met nadruk op let.

Door:
mr. Chara van Noort – advocaat, zorgmakelaar en juridisch adviseur bij Eldermans|Geerts

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving