Tuchtrecht: berisping na onjuiste factuur

Tuchtrecht: berisping na onjuiste factuur

Een tandarts heeft een berisping opgelegd gekregen nadat hij onjuist heeft gefactureerd en zijn tarieven niet bekend heeft gemaakt. Zo oordeelt het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam.

Situatie

Klaagster heeft in oktober 2019 haar boventanden cosmetisch laten verbeteren in de praktijk van verweerder. De behandelingen werden uitgevoerd door een tandarts die als ZZP-er aan de praktijk was verbonden, en dus niet door verweerder.

Het proces verliep niet naar wens van de klaagster. Daarom heeft ze samen met haar man op 1 november 2019 een persoonlijk klachtgesprek gehad met de behandelend arts en de assistente. Toen is afgesproken de behandeling voort te zetten.

Nog steeds ontevreden over de behandeling, diende klaagster op 19 november een schriftelijke klacht in bij de praktijk. Hier werd schriftelijk op gereageerd door de behandelend tandarts en verweerder. Vervolgens stelde de toenmalige gemachtigde van klaagster aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade. Uit de feiten gepubliceerd door de tuchtcommissie is niet op te maken wat voor schade het betreft.

Klacht

Maar de geleden en te lijden schade waren uiteindelijk ook niet de reden om de zaak voor de tuchtcommissie te brengen. De klacht heeft in plaats daarvan betrekking om de omgangsvormen, klachtbehandeling en facturering van verweerder. De klacht bestaat uit vijf onderdelen. Klaagster verwijt verweerder dat hij:

  1. Tegen klaagster heeft geschreeuwd door de telefoon
  2. De door klaagster ingediende klacht niet goed heeft behandeld
  3. Medewerkers onder druk zet om voor een duurdere behandeling te kiezen en vooraf geen offerte of behandelplan te overleggen
  4. Onjuist heeft gefactureerd
  5. Tarieven niet bekend heeft gemaakt

Beoordeling

Het college beoordeelde de klacht deels gegrond. In het geval van klachtonderdeel 1 is het het woord van klaagster tegen het woord van verweerder. Klaagster vindt dat zij via de telefoon onheus is bejegend. Verweerder ontkent dit. Beide partijen kunnen geen bewijs leveren, waardoor het college klachtonderdeel 1 onmogelijk gegrond kan verklaren.

Ook klachtonderdeel 2 en 3 werden ongegrond verklaart. Volgens het college heeft verweerder de klacht van klaagster correct afgehandeld. Bovendien is verweerder altijd open geweest in de mogelijkheden tot klagen en de instanties waar hij lid van is. Als bewijs voor klachtonderdeel 3 werd een gespreksverslag van het klachtgesprek van 1 november 2019 aangedragen. Dit werd door het college als ontoereikend beoordeeld.

Volgens het college is er door de verweerder in strijd met de voorschriften gedeclareerd. Zo werd er al een eindrekening opgemaakt en werden er al facturen verstuurd voordat alle behandelingen waren uitgevoerd. Daarnaast werd een onterecht een niet-standaard  beetregistratie gedeclareerd en is er meer dan het maximaal aantal te declareren  verdovingen per zitting voor deze behandeling opgevoerd.

Daarnaast werden er door verweerder op de post “tandtechniek in eigen beheer” kosten opgevoerd die niet door of namens verweerder zijn gemaakt. Eenmalige kosten worden namelijk zes keer opgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn de verzendkosten, arbo-en milieutoeslag, bruikleen Dentatus articulator, bruikleen etskit, een gipsmodel en een superhard gipsmodel. Het soft tissue model is überhaupt niet toegepast en wordt evengoed zes maal in rekening gebracht. Dit alles is volgens het college verwijtbaar en is klachtonderdeel 4 gegrond.

Wat betreft klachtonderdeel 5: verweerder heeft erkend dat de prijslijst materiaal en techniek niet op de website is geplaatst. Dit is in strijd met het voorschrift van de NZa. Dit klachtonderdeel is volgens het college daarom gegrond.

Uitspraak

Het college verklaart klachtonderdelen 1, 2 en 3 ongegrond. Voor de gegronde klachtonderdelen 4 en 5 wordt aan de verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Ook dient deze berisping geanonimiseerd ter publicatie aangeboden te worden aan NT (Nederlands Tandartsenblad) en Dentz, zodra deze onherroepelijk is geworden. Ten slotte wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van klaagster.

Bron:
Overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht