Associatie tussen aantal doorgebroken melktanden en wakker bruxisme bij jonge kinderen
Een onderzoek gepubliceerd in het Journal of Oral Rehabilitation laat zien dat er een mogelijk verband is tussen doorkomende tanden en bruxisme. Het onderzoek laat zien dat het aantal doorkomende hoektanden en melkkiezen een verband kan houden met het aantal keer dat ouders wakker bruxisme (AB) melden bij jonge kinderen.
Bruxisme
Bruxisme wordt gekenmerkt door activiteit van de kauwspieren en kan tijdens de slaap optreden; slaapbruxisme (SB) en wakkerbruxisme (AB), dat tijdens het waken optreedt. Een recente systematische review laat zien dat de prevalentie van AB ongeveer 18% is en 19% bij adolescenten van 10 tot 19 jaar. Deze studie richt zich op het evalueren van het verband tussen het aantal doorgebroken melktanden en de frequentie van de door ouders gerapporteerde wakker bruxisme (PRAB).
Studie
De cross-sectionele studie is uitgevoerd tussen september 2021 en april 2022 en vond plaats in Zuid-Brazilië. Er deden 144 kinderen van 4 tot 36 maanden oud die nog geen volledig melkgebit hadden mee aan het onderzoek. De gegevens werden verzameld aan de hand van een interview met 14 vragen tijdens bezoeken aan de tandartspraktijk.
Onder andere vragen over mondgewoonten zoals het dragen van een speen, nagelbijten en tekenen van tanddoorbraak zoals prikkelbaarheid, verhoogde speekselproductie en PRAB-frequentie werden behandeld tijdens het interview. Een tandarts voerde mondonderzoeken uit om doorgebroken hoektanden en melktanden te registreren.
Resultaten
De resultaten laten zien dat de prevalentie van PRAB 16,7% is. Er werd geen significante associatie gevonden tussen PRAB-frequentie en geslacht, leeftijd, mondgewoonten of tekenen en symptomen van tanderuptie. De resultaten lieten zien dat meer doorgebroken hoektanden en melkkiezen geassocieerd waren met een lagere PRAB-frequentie.
Conclusie
Er is sprake van een associatie tussen het aantal doorgebroken melkkiezen en hoektanden en de frequentie van PRAB bij jonge kinderen. De auteurs concludeerden dat dit de hypothese ondersteunt dat AB in deze fase mogelijk adaptief gedrag vertegenwoordigt.
Bron:
Journal of Oral Rehabilitation









