Sedatie tijdens tandartsbehandelingen heeft geen invloed op tandartsangst bij kinderen

Kindergebit

Veranderingen in de tandangst bij kinderen na restauratieve behandeling zijn mogelijk niet alleen afhankelijk van het type sedatie dat ze krijgen. Volgens een artikel in het International Journal of Pediatric Dentistry spelen onder andere de mondgezondheid van kinderen en eventuele slechte tandartservaringen van hun ouders ook een rol.

Angst tijdens behandeling

De prevalentie van tandartsangst ligt tussen 6% en 27%, gemeten met behulp van de Children’s Fear Survey Schedule Dental Subscale (CFSS-DS). Angst wordt vaker gemeld bij jongere dan bij oudere kinderen, en vaker bij meisjes dan bij jongens. Tandartsen gebruiken vaak sedatie zoals distikstofoxide of algemene anesthesie om de angst van de patiënt te verminderen en het verstorende gedrag van pediatrische patiënten tijdens de behandeling te beheersen.

Veranderingen na sedatie

Wetenschappers van het CareQuest Institute for Oral Health in Massachusetts, de Verenigde Staten, hebben factoren onderzocht die verband houden met veranderingen in tandartsangst na een restauratieve behandeling met sedatie. Hiervoor voerden ze een prospectieve cohortstudie uit bij 124 kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar.

Vier meetmomenten

56 kinderen kregen algemene anesthesie toegediend. Onder andere demografische gegevens en data over angstniveaus werden volgens de studie verzameld bij de voorbehandeling, 16 weken na de behandeling en na 29 maanden follow-up.

Geen significante veranderingen op lange termijn

Tussen de voorbehandeling en de follow-up van 29 maanden nam de angst voor de tandarts bij kinderen licht toe onder lachgas of algehele anesthesie. Dit verband was echter niet statistisch significant. Wanneer een kortere periode werd bekeken werden wel significante verbanden gevonden. Tandartsangst bij kinderen hing niet samen met het aantal behandelbezoeken.

Ouders met slechte ervaring

Van de kinderen die tijdens de onderzoeksperiode een toename in CVSS-DS-scores ervoeren, ongeacht het type sedatie, werd de grootste verandering waargenomen bij deelnemers van wie de ouders een “slechte” ervaring met hun eigen tandarts meldden. Pediatrische patiënten van wie de ouders hun eigen mondgezondheid als slecht rapporteerden lieten gemiddelde veranderingen zien in hun CVSS-DS-scores tussen voorbehandeling en follow-up. Ook deze veranderingen waren echter niet significant, schreven de auteurs.

Geen bewijs

“Er is geen duidelijk bewijs uit deze studie dat sedatie met behulp van lachgas of algemene anesthesie geassocieerd is met een toename of afname van tandartsangst na de behandeling”, concludeerden ze.

Eerste studie

De onderzoekers nemen aan dat dit de eerste studie is om tandheelkundige angst voor en na tandheelkundige restauraties te onderzoeken bij kinderen die geen eerdere tandheelkundige behandeling hebben ondergaan.

Rekening houden met meerdere factoren

De studie suggereert dat pediatrische tandartsen rekening moeten houden met niet alleen de tandheelkundige behoefte vóór de behandeling en de mate van angst van het kind, maar ook de eerdere tandheelkundige ervaringen van hun ouders. Daarnaast is de zelf ervaren mondgezondheid belangrijk bij het aanbevelen van sedatie voor patiënten.

“Een beter begrip van de langetermijneffecten op angst voor tandheelkundige zorg onder verschillende soorten sedatie zal tandheelkundige zorgverleners helpen hun behandelingsaanbevelingen aan te passen om de resultaten voor hun pediatrische tandheelkundige patiënten te optimaliseren”, aldus de auteurs.

Bron:
International Journal of Pediatric Dentistry

 

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z