Tuchtrecht: Waarschuwing na delegeren behandeling zonder informed consent van patiënt

Tuchtrecht Waarschuwing na delegeren behandeling zonder informed consent van patiënt

Een tandarts wordt o.a. verweten dat zij een patiënt heeft laten behandelen door een behandelaar die niet BIG-geregistreerd was. Hiervoor was geen informed consent gegeven door de patiënt. Het tuchtcollege geeft de tandarts een waarschuwing.

Situatie

In november 2019 laat klaagster een gaatje vullen bij de tandartspraktijk waar de verweerster aan verbonden is. Verweerster was al 11 jaar lang de vaste tandarts van klaagster. Dit keer liet zij de behandeling echter uitvoeren door een andere behandelaar. Deze behandelaar was niet BIG-geregistreerd. Verweerster was in deze situatie de supervisor van de behandelaar.

Na de behandeling merkt klaagster op dat zich een wond ontwikkeld in haar wang en mondhoek. Hiermee gaat ze nogmaals terug naar verweerster, die haar adviseert naar haar huisarts te gaan zodat ze kan worden doorverwezen naar een dermatoloog.

Verweerster denkt zelf dat de wond is ontstaan door een beroepsfout van de behandelaar die de behandeling uitvoerde. Zij stelt in een de patiëntkaart dat de grote wond met pus mogelijk is veroorzaakt door etsgel, bijtend materiaal.

Na meerdere bezoeken aan de dermatoloog stelt klaagster – via haar advocaat – verweerster aansprakelijk voor de schade. Daarop reageert de juridisch adviseur van verweerster het volgende:

  • Dat zijn cliënt altijd bereid is geweest – en nog steeds is – om de niet vergoede kosten van de dermatoloog te vergoeden, maar dat geen nota is ontvangen,
  • “Het is waarschijnlijk dat de tandheelkundige behandeling goed is geweest maar dat haar mondhoek bloot is gesteld aan een zuur middel. Daarom heeft mijn cliënt voorgesteld om naar een dermatoloog te gaan. (…) Het kan zijn dat dit middel bij uw cliënt een allergische reactie heeft veroorzaakt. (…). “ en…
  • Dat er kennelijk geen blijvende schade is en dat er dus (verder) geen schadevergoeding behoeft te worden uitgekeerd.

Klacht

Klaagster stelt dat ze door de behandeling van de behandelaar zonder BIG-registratie brandwondachtig letsel heeft opgelopen. Zij stelt verweerster verantwoordelijk voor deze medische fout, aangezien zij de supervisor van de behandelaar was. Klaagster vindt dat verweerster haar zelf had moeten behandelen, aangezien zij haar vaste tandarts was.

Klaagster stelt ook dat verweerster na de behandeling haar pijnklachten en de aansprakelijkheidsklacht niet serieus heeft genomen. En dat haar medische gegevens ten onrechte en zonder toestemming zijn gedeeld met een derde persoon: de juridisch adviseur van verweerster.

Zakelijk houdt de klacht in dat:

  1. Verweerster klaagster door een behandelaar heeft laten behandelen die niet BIG-geregistreerd was; verweerster was al jaren de tandarts van klaagster en had haar zelf moeten behandelen;
  2. De behandelaar een medische fout heeft gemaakt en dat verweerster als zijn supervisor daarvoor verantwoordelijk is;
  3. Verweerster gebrekkige nazorg heeft geleverd en wekenlang de heftige pijn in en aan de wang van klaagster niet serieus heeft genomen;
  4. Verweerster de aansprakelijkheidstelling niet serieus heeft genomen en die had moeten doorsturen naar haar aansprakelijkheidsverzekeraar;
  5. De praktijk van verweerster verweerster schandalig heeft behandeld;
  6. Een toehoorder aan de zijde van verweerster ten onrechte klaagster heeft neergezet als fraudeur;
  7. Verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door haar juridisch adviseur over de medische situatie van klaagster in te lichten en inzage te geven in de medische stukken van klaagster.

Beoordeling

Volgens het tuchtcollege is alleen klachtonderdeel 1 gegrond. Volgens artikel 38 Wet BIG is er een verbod op het delegeren van een medische handeling, tenzij aan bepaalde waarborgen worden voldaan. Eén van die waarborgen luidt:

“De opdrachtnemer informeert de patiënt dat hij de voorbehouden handeling uitvoert in opdracht van de tandarts en vraagt de patiënt toestemming voor deze behandeling.” (Circulaire 2008-01-IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg, 11 februari 2008)

Klaagster geeft aan niet te zijn geïnformeerd en dat zij geen toestemming heeft gegeven voor de behandeling. Kortom: er was geen spraken van informed consent. Dit kan verweerster niet weerleggen en ook uit het bewijsmateriaal blijkt niet het tegendeel. Aangezien er geen sprake was van informed consent mocht de behandelaar volgens artikel 38 Wet BIG de behandeling niet uitvoeren. Daarmee is klachtonderdeel 1 gegrond.

De overige klachtonderdelen verklaart het tuchtcollege ongegrond. Opvallend hierin is vooral klachtonderdeel 2. Hoewel zowel klaagster als verweerster ervan uitgaan dat de klachten het gevolg waren van een beroepsfout van de behandelaar, kan hier geen bewijs voor worden geleverd. Ook de diagnose van de dermatoloog zegt niets over de oorzaak van de wond. Daarom kan er niet worden gesproken van een causaal verband en is klachtonderdeel 2 ongegrond.

Overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaart wegens gebrek aan bewijs, of omdat de klachten verweerster tuchtrechtelijk niet verwijtbaar zijn.

Uitspraak

Het tuchtrechtcollege verklaart klachtonderdeel 1 dus gegrond. Klachtonderdeel 2 t/m 7 worden ongegrond verklaart. De verweerster krijgt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

Bron:
Overheid.nl

Lees ook:
Voorbehouden handelingen in de mondzorg. Wie mag wat doen en wanneer?

Voorbehouden handelingen en taakdelegatie in de mondzorg: hoe zit het ook alweer?

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving