Tuchtrecht: Berisping voor het ongewenst gebruik van composiet

Tuchtrecht Berisping voor het ongewenst gebruik van composiet

Tijdens een esthetische behandeling is bij een patiënt een porseleinen kroon vervangen door composiet. Dit is echter nooit de bedoeling geweest van de patiënt en het leverde haar pijnklachten op. Het tuchtcollege verklaard de klacht gegrond en legt de maatregel van een berisping op.

Situatie

In het najaar van 2018 kwam een patiënt (klager) bij een tandarts (beklaagde) onder behandeling voor facings, een esthetische ingreep. Hiervoor moesten een bestaande kroon op element 22 en een brug op element 12-14 worden verwijderd. Vervolgens zouden er een nieuwe porseleinen kroon en een nieuwe brug geplaatst worden. Dit alles om het gebit een egalere, witte uitstraling te geven.

Op 26 oktober 2018 werden de kroon en brug verwijderd. Op 9 november 2018 werden de nieuwe kroon en brug geplaatst, zo blijkt uit het tandheelkundig dossier. Bij deze plaatsing voorzag de tandarts de nieuwe porseleinen kroon en de brug van een laag composiet en sleep hij de tanden bij. Op 13 en 22 november volgden vervolgbehandelingen.

Na de behandeling ontwikkelde de patiënt verschillende klachten, zoals bloedend tandvlees en gevoeligheid. Ook had zij het gevoel dat ze niet normaal kon tanden poetsen uit angst dat de kroon en brug dankzij de slijping van de tanden los konden laten. Naar aanleiding van de klachten ging patiënt in februari 2019 over tot een wortelkanaalbehandeling van element 22.

Klacht

Op 20 augustus dient de patiënt officieel een klacht in tegen de tandarts. Daarin verklaart zij nog steeds klachten te hebben als gevolg van de behandeling. Zij geeft aan dat het nooit haar bedoeling was geweest dat er composiet gebruikt zou worden bij haar behandeling. Samengevat verwijt klager beklaagde het volgende:

“Ik verwijt beklaagde de pijnklachten en het feit dat hij zonder noodzaak het stompje (kegeltandje) onder de kroon op de 22 heeft bijgeslepen. Mede daardoor heeft de kroon geen houvast en valt hij er telkens af. Beklaagde heeft goedkoop materiaal gebruikt en daardoor is het resultaat niet natuurlijk.”

Overweging

Het college is van mening dat beklaagde wel degelijk op de hoogte was van het gebruik van composiet. Daarnaast gaat het college niet mee in de bewering dat beklaagde ondeugdelijk materiaal zou hebben gebruikt. Ook betreffende het feit dat klager pijnklachten ervaart en dat de composietvulling loslaat acht het college beklaagde niet verwijtbaar, hoe vervelend het ook is voor klager. Al deze klachtonderdelen worden dan ook verworpen.

Maar het college ziet niet in waarom de tandarts composiet zou gebruiken op de nieuwe kroon en bruggen. Tijdens de zitting beweert de tandarts slechts een dun laagje composiet te hebben gebruikt om kleurverschil met andere tanden te voorkomen. Maar daar gaat het college niet in mee. Het ging niet om een dun laagje. En de huidige techniek maakt het mogelijk om kleurverschil te vermijden.

De tandarts beweert dat de patiënt op de hoogte was van het feit dat er composiet zou worden gebruikt. Maar hiervoor ziet het college geen aanwijzingen in het tandheelkundig dossier of in de verklaring van de patiënt. Zeker aangezien het om een niet-dringende, esthetische behandeling ging, kon van de tandarts worden verwacht dat deze meer uitleg zou geven over de aard en verwachte resultaten van de behandeling. Nu kan niet worden vastgesteld dat er sprake was van ‘informed consent’.

De klacht wordt in eerst aanleg ‘gedeeltelijk gegrond’ verklaart en er wordt beklaagde de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Er wordt echt in beroep gegaan via het centraal tuchtcollege. Hierin hoopt klager de klacht volledig gegrond te zien worden verklaard. Beklaagde hoopt de klacht volledig ongegrond te zien worden verklaard.

Uitspraak

Volgens het centraal tuchtcollege heeft de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, was de behandeling niet in lijn met de professionele standaard, en was er geen sprake van ‘informed consent’. Het centraal tuchtcollege gaat mee in de beoordeling van het regionaal tuchtcollege, maar besluit naar aanleiding van bovenstaande overwegingen over te gaan tot de zwaardere maatregel van een berisping.

Bron:
Overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving