Bijzonder hoogleraar en tandarts Ad de Jongh: ‘Jij kan de angst of het probleem oplossen’

Bijzonder hoogleraar Ad de Jongh 400

Na tientallen jaren actief te zijn geweest op verschillende universiteiten zet ‘Angsttandarts’ Ad de Jongh een punt achter een imposante loopbaan. Zijn levenswerk: mensen minder bang laten zijn voor de tandarts. In dit gesprek vertelt hij over zijn ervaringen, geeft hij tips en spreekt hij zijn zorgen uit over ontwikkelingen in de branche.

Over de gehele wereld wordt bijzonder hoogleraar ‘de Angsttandarts’ Ad de Jongh (1956) nog gevraagd om gastcolleges te geven, om uit te leggen hoe je ervoor zorgt dat mensen niet meer bang zijn voor de tandarts. Zelf vindt hij het een leuke titel: ‘de Angsttandarts’. “Een collega heeft deze term voor mij bedacht,” legt de Jongh uit. “Die collega had moeite met patiënten die te veel gingen – zoals wij dat noemen – ‘huilen’. Hij vroeg daarom aan mij om dat spreekuur te draaien met de angstpatiënten. Ik werkte namelijk veel met dit soort patiënten. Uiteindelijk heeft mijn collega op mijn eigen praktijk een plakkaat geschroefd met ‘Angsttandarts, Ad de Jongh’. Dat is toch mooi.”

Daarnaast is hij ook trots op verschillende universiteiten in Nederland, met name de ACTA. “De studenten die daar worden opgeleid krijgen daar een specifiek onderwijsprogramma over angst. Er is maar één land ter wereld die angst oplossen bij de wortel aanpakt – wat best raar is – want als je een fobie hebt, moet je dat met gedragstherapie aanpakken en niet met narcose. “Het is daarom belangrijk dat studenten en vakspecialisten dit leren en kunnen.”

Cirkel van Berggren

“Het is een vicieuze cirkel, dat angstproces. Mensen die bang zijn voor de tandarts stellen hun bezoek uit. Daardoor gaat de gezondheid van het gebit achteruit, krijg je steeds meer gaatjes of breken zelfs stukken van het gebit af. Zo wordt die drempel steeds hoger om de stap te maken. Je begint steeds meer angst te krijgen en het wordt dan steeds moeilijker om je tanden te behandelen. Dit is kort gezegd de zogenoemde cirkel van Berggren. Het is verstandig dit aan de patiënt goed uit te leggen. Zo help je hen om die cirkel te doorbreken, bijvoorbeeld door wel te gaan.” Volgens de Jongh zit de kern van het probleem hem in de machteloosheid. “Vaak hebben mensen gruwelijke angsten of fantasieën over wat er allemaal kan gebeuren als je naar de tandarts gaat. Als je de patiënt echt wilt helpen om zijn angstcirkel te doorbreken dan moet je hem laten zien dat wat ze vrezen onterecht is. Dat het niet zo erg is dan ze denken dat het is. Dat kan alleen door de confrontatie aan te gaan en te ervaren dat het allemaal best meevalt. Het is daarom niet eerst durven en dan doen, maar juist andersom: eerst doen en dan durven. Doen is het blootstellen aan de tandartssituatie, daarmee disconfirmeer je bestaande, irrationele verwachtingen en dan gaat het durven vanzelf.”

Tips

De Jongh heeft nog verschillende tips die toe te passen zijn in de praktijk om angstige patiënten te kunnen helpen. “Waar we onderzoek naar hebben gedaan is in hoe we Virtual Reality-therapie kunnen toepassen. Je kan het direct gebruiken als afleidingstechniek voor in de tandartsstoel. Daarnaast wordt de VR-bril gebruikt voor ‘exposure therapie’, waarin patiënten door blootstelling aan handelingen die in de praktijk moeten gebeuren, en die ze liever vermijden, leren deze situaties te beheersen. Dat hebben we uitgebreid getest en het blijkt ook goed te werken. Een extra toepassing is  dat mensen thuis virtueel kunnen oefenen met voor hen lastige tandheelkundige situaties, zodat ze goed voorbereid zijn.”

Narcoseklinieken

“Iets waar ik mij onder meer druk over maak zijn narcosetandartsen. Die schieten als paddenstoelen uit de grond. Zij zeggen: ‘Je bent bang voor de tandarts; kom dan maar naar ons en wij doen die behandeling wel onder narcose.’ Dat is misleiding. Je moet de patiënt niet de kans ontnemen zijn angst voor de tandarts definitief op te lossen en dat doe je nu eenmaal niet onder narcose. Je lost het probleem van angst voor honden toch ook niet op door mensen steeds onder narcose te brengen als ze een hond tegenkomen. Je moet de kern van het probleem aanpakken. Daarbij komt dat mensen gelukkiger worden van het oplossen van hun angstprobleem dan van het onder narcose aanbrengen van mooiere tanden. Dat hebben wij onderzocht.”

Niet alleen de geluksfactor is voor de Jongh een belangrijke factor om deze methode niet toe te passen. “Een aantal verrichtingen, zoals een wortelkanaalbehandeling, zijn lastiger uit te voeren onder narcose omdat de patiënt geïntubeerd is, en daarom liever niet gedaan. Zo gaan er meer gebitselementen verloren dan strikt noodzakelijk is. Ook dat is best zorgelijk.”

Gelukkiger?

Er zijn ook grote uitdagingen voor de mondzorgbranche, volgens de Jongh. “Persoonlijk vind ik het een griezelige ontwikkeling dat tandartsen zich steeds meer bezighouden met het verfraaien van andere zaken dan alleen het gebit. Je ziet dat de huidige generatie mensen enorm op hun uiterlijk zijn gericht en steeds vaker de behoefte voelen om iets aan het gelaat veranderen. Het lijkt allemaal steeds makkelijker te kunnen en te mogen. Ik vind dat daar te weinig kritisch over wordt geschreven.” De Jongh en zijn collega’s hebben zelf onderzoeken gedaan bij cosmetische klinieken. Het bleek dat de claims die werden gedaan als zou het levensgeluk worden vergroot door het verfraaien van het gebit, blijken geenszins te kunnen worden waargemaakt.

“We hebben die claims onderzocht en die blijken niet te kloppen. Vooral de groep mensen aan die extreem gefocust is op hun uiterlijk. Die worden juist ongelukkiger van zo’n behandeling. Ze verwachten dat als je tanden er goed uitzien; dat de meisjes of jongens naar je gaan fluiten en dat je dan vanzelf gelukkig wordt. Dat blijkt echt niet het geval te zijn, want het leven is nu eenmaal complexer dan dat en geluk is niet te koop.” De Jongh maakt zich zorgen over deze ontwikkeling. “Je moet opletten dat de tandheelkunde versjoemeld wordt door allerlei sluwe tandartsen die inspringen op dit type business, waardoor het beroep een slechte naam krijgt. Ik denk dat er een enorme noodzaak is voor wetgeving, regels, protocollen of richtlijnen om ongewenste, puur financieel gedreven ontwikkelingen te beteugelen zodat de kwaliteit vooraan blijft staan. Er is nu eenmaal geen wetenschappelijk bewijs dat je gelukkiger wordt van een mooie voortand of kroon.”

En wat is dan het laatste wat er geleerd kan worden van deze vakman? “Mondzorgprofessionals moeten weten dat je in de mond aanwijzingen kunt vinden dat de mentale gezondheid van de persoon in het geding is. Als tandarts kun je de eerste zijn die ziet dat iemand een eetstoornis heeft bijvoorbeeld. Dat kun je zien door de ernstige abrasieën aan de binnenkant van het bovengebit. De patiënt wil het probleem liever onder de pet houden maar er rust dan een morele verplichting op je schouders om dit probleem bespreekbaar te maken, als was het alleen maar omdat 10% van de mensen met anorexia nervosa uiteindelijk aan de gevolgen van deze ziekte overlijdt. Jij als specialist kan zo’n probleem detecteren en bespreekbaar maken met je patiënt en daarmee helpen om het probleem tot een gezonde oplossing te brengen.”

Prof. dr. Ad de Jongh, tandarts en gz-psycholoog, was als bijzonder hoogleraar ‘angst en gedragsstoornissen in de tandheelkundige praktijk’ verbonden aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en als honorary professor aan de School of Health Sciences van Salford University in Manchester (UK). Daarnaast was hij verbonden aan de Stichting Bijzondere Tandheelkunde (SBT), was hij hoofdopleider van de post initiële opleiding tot tandarts-angstbegeleiding, maar voorlopig blijft hij verbonden aan PSYTREC, een grote kliniek die gespecialiseerd is in de behandeling van psychotrauma. In april nam hij afscheid aan de UvA.

Interview door Stefan Rietjens

Lees meer over: Interview, Opinie