Hoe kun je als mondhygiënist interprofessioneel samenwerken?

Hoe kun je als mondhygiënist interprofessioneel samenwerken?

Organisatiepsycholoog Jan Jaap Reinders is gespecialiseerd in interprofessionele samenwerking. Tijdens het Young Professional Event voor mondhygiënisten gaf hij hierover een presentatie en vertelde daarbij welke rol mondhygiënisten kunnen spelen bij integrale zorg en interprofessionele samenwerking.

Van kwaliteit 1.0 naar kwaliteit 2.0

In eerste instantie zal je altijd proberen om goed te worden in je vak. Hierbij streef je je eigen doelen na. Je hebt je eigen vaardigheden en kennis. Een mondhygiënist is vooral bezig met zijn of haar vakgebied. Dat is natuurlijk heel belangrijk, maar dit is kwaliteit 1.0. Het is ook belangrijk dat je gaat kijken naar kwaliteit 2.0, waarbij je meer gaat samenwerken. Dit wordt steeds belangrijker door veranderingen in de samenleving. We hebben te maken met een dubbele vergrijzing. We hebben de babyboomers en mensen leven langer. Men wil ook steeds langer de eigen tanden behouden en veel patiëntengroepen worden steeds complexer. Op dit moment werken we wel samen met andere zorgverleners, maar vooral multiprofessioneel in plaats van interprofessioneel. Er wordt naast elkaar gewerkt in plaats van intensief met elkaar. Patiënten hebben nu te maken met heel veel zorgverleners en iedereen heeft zijn/haar doelen. Er staan schuttingen tussen ons in. Op het moment dat er iets over de schutting wordt gegooid, wordt er gedelegeerd en verwezen. Die schuttingen staan in de weg om de zorg goed op elkaar af te stemmen. Je loopt elkaar zelfs voor de voeten. Als je de zorg niet op elkaar afstemt, dan ontstaat er dubbel werk en wordt de zorg onnodig duurder.

Interprofessioneel samenwerken

Hoe zorg je ervoor dat je elkaar niet voor de voeten loopt? Bij interprofessioneel samenwerken stem je de zorg inhoudelijk op elkaar af. Je vraagt elkaar hoe je de patient zo snel mogelijk kunt helpen. Vroegdiagnostiek is hierbij heel belangrijk. Waarom doen we dit nog niet zo? Omdat we niet beter weten. We zijn trots op ons vak. Ons vak is uniek, je hebt je eigen kennis en vaardigheden. Maar als iedereen goed is op zijn eigen vakgebied, wil het nog niet zeggen dat je dan meteen de hoogste kwaliteit geeft. Voorbeeldje: Er komt iemand bij de diëtist en die zegt dat hij wisselende bloedsuikerspiegels heeft. Hij heeft nog geen diabetes, maar zit er wel tegenaan. De diëtist adviseert om minstens elke twee uur te eten. Hier wordt een mondhygiënist niet vrolijk van. Je moet niet ‘last’ krijgen van het advies van de diëtist. Dit voorbeeld is een vorm van de huidige conventionele samenwerking. Met alleen maar doorverwijzen komen we er niet. Zeker niet bij complexe problemen. Maar hoe doe je het dan wel? Met dit vraagstuk is men al decennia bezig.

Integratie van dienstverlening

Een praktische oplossing is integratie van dienstverlening. Integratie van dienstverlening betekent dat je van elkaar weet wat je doel is. Je weet dan van elkaar wat je aan het doen bent. Hierdoor kan je veel leren. Je weet dan ook wanneer je van elkaars kennis en kunde gebruik kunt maken.

Er bestaan enkele schema’s van zorgprocessen. Als organisatiepsycholoog is Jan Jaap geïnteresseerd in deze schema’s en vooral ook hoe mensen hierop reageren. Hoe zij op elkaar reageren en hoe ze op procedures reageren. Dus die schema’s gaan om mensen. De problemen ontstaan vaak bij de schutting. Vaak komt de patiënt steeds bij een zorgverlener binnen. Het wordt zo een heel rijtje van 1.0. Zeker nu, met de vrije toegankelijkheid en stijging van differentiaties en specialisaties, dreigt deze fragmentatie te gebeuren. Mondhygiënisten gaan tegenwoordig wel steeds vaker in teampraktijken werken. Je ziet ook steeds meer gezondheidscentrums komen. Jan Jaap is hierover enthousiast. De afstand maakt toch wel wat uit. Bij interprofessioneel samenwerken vraag je bij elkaar waar je mee bezig bent. Maar om 2.0 te gaan werken, moet er wel aanleiding zijn, anders doen we het niet. voorbeelden hiervan zijn onderbezetting, dubbel werk, tegenwerken en stijging van de zorgkosten.

Preventie

Bij preventie is interprofessioneel samenwerken zeer belangrijk. Verschillende partijen moeten elkaar niet tegenwerken. Bijvoorbeeld als je als mondhygiënist bezig bent een laesie te stabiliseren door gedragsverandering en de tandarts er vrolijk een boor inzet. En dat terwijl gedrag veranderen al zo moeilijk is. Intrinsieke motivatie creëren is belangrijk. Wees trots hierop, als je dit bereikt. Als iemand je hierin tegenwerkt, bijvoorbeeld door de patiënt te demotiveren, dan is dat heel vervelend. Als je samenwerkt, kan je veel effectiever zijn. Zo krijg je bijvoorbeeld niet dat de ene zorgverlener een medicijn voorschrijft, dat de werking van het andere medicijn tenietdoet. Iedereen moet een beetje grenzeloos worden. Risico-inschatting is in deze heel interessant om door te ontwikkelen. We hebben steeds meer technologie en we weten steeds meer. Dus nu is het tijd om het te gaan toepassen.

Communicatie en hiërarchie

Men is op zoek naar de heilige graal qua interprofessioneel samenwerken. Er zijn nu heel veel modellen en zij hebben enkele gemene delers, bijvoorbeeld ‘communicatie’. Maar wat is dat dan precies? Eigenlijk is alles communiceren, dus veel modellen hebben hele vage factoren. Iets anders wat veel terugkomt, is dat we niet hiërarchisch moeten zijn. Want als de een de baas speelt over de ander, dan komt de ander niet goed uit de verf. Een andere beroepsgroep is een andere beroepsgroep, waarin iemand kennis en vaardigheid heeft om uit te blinken in zijn vak. Niet jouw vak. Dus vertrouw elkaar, wees open. Vertrouwen is vooral een vervolg. Vertrouwen kan er niet zomaar spontaan zijn. Dat moet groeien en dat kan alleen als je open en eerlijk naar elkaar bent en als je elkaar vragen stelt. Je moet in staat zijn om je werk te doen (1.0) en dit samen te gaan doen (2.0).

Meta-model

Uit de bestaande modellen en theorieën is het Meta-Model of Interprofessional Development geboren. Dit wordt op verschillende opleidingen Mondzorgkunde en Tandheelkunde gebruikt, ook in het verre buitenland. Hierin is een volgorde opgenomen die nog niet bestond en waardoor het model een stuk praktischer wordt. Uit het model wordt helder waar je moet beginnen.

Er zijn vijf verschillende fases in het model te onderscheiden. Bij fase 0 bedenk je wat je eigen vak precies inhoudt en waarin jij je onderscheidt van andere professionals. Dit moet je goed helder hebben. Waarvoor heeft een ander jou nodig? Als je gelijk bent, kun je niet interprofessioneel werken. Fase 1 t/m 4 hebben te maken met het probleem dat je deelt. Samenwerken moet kosteneffectief zijn. Er moet sprake zijn van een probleem, anders is het weggegooid geld. Bij fase 1 vraag je je af of er een interprofessioneel probleem is, bijvoorbeeld cariës. Bij fase 2 vraag je aan een ander of die even mee wil kijken. Ook ga je na of er bij die ander al een procedure is over dit probleem. Zo blijkt uit een studie dat mondhygiënisten occlusale cariës goed kunnen herkennen. Dat is wel zo handig als je (meer) cariës wilt voorkomen. Bij fase 3 ga je bekijken hoe je dubbel werk kunt voorkomen en hoe je elkaar kunt versterken. Vervolgens maak je een gedeeld plan en ga je het uitvoeren. In fase 4 ontstaat commitment. Dit betekent dat je samen de zaken structureel opzet. Dat doet de mondhygiënist van nu. Helaas ontbreekt hier nog financiering voor en dus zijn gesprekken met verzekeringen en de politiek van belang.

Relaties met andere ziekten

De mondgezondheid heeft veel relaties met andere ziekten. De mond is een venster naar de rest van het lichaam. Er is een hele rare historische scheiding tussen de mondzorg en de rest van de reguliere zorg. Dit zou niet gescheiden moeten zijn. Er zouden veel meer dwarsverbindingen moeten zijn. De mens is immers niet gefragmenteerd.

 

Dr. Jan Jaap Reinders is organisatiepsycholoog en werkzaam voor UMCG-CTM, Tandheelkunde (RUG) en Mondzorgkunde (Hanzehogeschool). Recent is hij gepromoveerd op het proefschrift ‘Task shifting, interprofessional collaboration and education in oral health care’. Zijn vervolgonderzoek is gericht op interprofessionele samenwerking waarvoor hij een nieuwe psychologische theorie heeft ontwikkeld. Daarnaast werkt hij samen met de University of Minnesota en Bangor University om de implicaties te beschrijven van het door hem ontwikkelde Meta-Model of Interprofessional Development. Het meta-model is gericht op onderwijs en praktijk.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna van de lezing van dr. Jan Jaap Reinders tijdens het NVM-Young professionals event.

 

In deze video legt Reinders het meta-model Interprofessional Development uit.

Lees meer over: Samenwerken, Thema A-Z/