Effectief geruststellen van jonge patiënten

geruststellen

Mondzorgprofessionals die met een jonge patiënt een geruststellend gesprek aangaan zijn volgens de ouder/verzorger empathischer. Ook wordt het gesprek als meer patiënt-georiënteerd ervaren waardoor er ook meer arts-patiënt interactie ontstaat. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek gepubliceerd in PLoS ONE.

Onderzoek
De onderzoekers wilden bepalen in hoeverre de besproken onderwerpen in een gesprek tussen een tandheelkundige en een pediatrische patiënt in verband staan met de patiënttevredenheid en de perceptie van de verzorger met betrekking tot de kwaliteit van het gesprek. Hiervoor hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van video-opnamen van 162 gesprekken met 62 pediatrische patiënten tussen de 0 en 20 jaar oud tijdens een tandheelkundig bezoek aan de Paediatric Dentistry Clinic of the Prince Philip Dental Hospital in Hong Kong. Daarnaast moesten de ouder/verzorgers een vragenlijst invullen.

Geruststelling
De onderzoekers hebben vijf onderwerpen geïdentificeerd die tijdens het gesprek tussen arts en patiënt /verzorger worden besproken: ziekte/behandeling, instructies voorafgaand de behandeling, voorbereiding op de behandeling, geruststelling en familie.

Het blijkt dat met name woorden en zinnen met betrekking op geruststelling direct in verband staan met de patiënttevredenheid volgens de ouder/verzorger.

Patiëntgerichte benadering
Het blijkt dat een ouder/verzorger de kwaliteit van het gesprek beter beoordeelde als er tijdens de arts-patiënt interactie frequenter gebruik werd gemaakt van bepaalde woorden en zinnen, zoals: mama, papa, meisje, jongen, zusje en “Laat maar aan mama zien” of “Brave meid!”.
Ook werden de tandheelkundigen door specifiek woordgebruik als empathischer ervaren. Daarnaast merkten de onderzoekers op dat een meer patiëntgerichte benadering van communicatie de samenwerking tussen de arts en de patiënt verhoogt.

Conclusie
Volgens de auteurs moet er meer onderzoek gedaan worden naar gesprekken tussen een mondzorgprofessional en peuters, kleuters en tieners. Aangezien deze leeftijdsgroepen wellicht verschillend benaderd moeten worden. Ook zou directe feedback van de pediatrische patiënt en non-verbale communicatie meegenomen kunnen worden in een volgend onderzoek.

“(Tand)artsen moeten verschillende verbale uitingen en vormen van communicatie gebruiken om de tevredenheid, de mate waarin informatie wordt begrepen en de mate waarin het gedrag van een patiënt overeenstemt met de gegeven adviezen te verbeteren”, concludeerden de onderzoekers.

Bron:
journals.plos.org

 

Lees meer over: Communicatie, Ondernemen/