Tuchtrecht: Onvoldoende voorlichting over brugbehandeling
Een patiënt verwijt haar tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat een brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het college oordeelt dat het noodzakelijk is om vóór de behandeling aan de hand van een aantal kleurenfoto’s en een zorgplan een goede inschatting te geven aan de patiënt van de (on)mogelijkheden. De tandarts kreeg een waarschuwing.
Situatie
De tandarts werkt sinds 1984 in het vak en sinds 1989/1990 als parodontoloog en implantoloog. Hij is eigenaar van een praktijk voor specialistische tandheelkunde. Klaagster was patiënt van 2004–2023, met uitzondering van 2013–2019. Op 30 juli 2020 had klaagster een intake na verwijzing. Zij wenste een vaste constructie in de bovenkaak. De tandarts maakte een CBCT-scan, onderzocht het tandvlees en gaf aan dat de behandelmogelijkheden met restauratief tandarts E moesten worden besproken. Op 5 augustus 2020 besprak restauratief tandarts E diverse opties. Zijn advies was een nieuwe brug in het bovenfront en een frameprothese op implantaten 15 en 16. Klaagster vroeg begrotingen, die nadien zijn verstrekt. Op 22 november 2022 vond opnieuw een intake plaats. Klaagster had inmiddels een telescoopbrug en elders geplaatste implantaten, waardoor eerdere plannen minder uitvoerbaar waren. De tandarts lichtte toe dat een vaste brug mogelijk was, maar niet alle implantaten bruikbaar waren. Hij verwees haar opnieuw naar E.
Op 30 november 2022 onderzocht E klaagster, maakte afdrukken en stuurde op 20 december een behandelplan: fase I; een tijdelijke implantaatgedragen brug en fase II; een definitieve implantaatgedragen brug.
Op 15 februari 2023 verrichtte E aanvullend onderzoek en verwijderde oude constructies.
Op 30 maart 2023 voerde de tandarts de eerste behandelfase uit: extracties van 12, 23, 24 en 26 en plaatsing van een tijdelijke brug. Door een onvoldoende beet verwees hij klaagster naar de tandprotheticus. Daarna behandelde hij haar niet meer.
Op 11 april 2023 gaf klaagster per e-mail aan ontevreden te zijn over de tijdelijke brug. Op 7 juni 2023 plaatste E een nieuwe tijdelijke brug. Na breuk van deze brug plaatste E op 21 juni 2023 de definitieve constructie. Door de uitgangssituatie moesten enkele aanpassingen worden gedaan. Klaagster was ontevreden over de verdikking van het bovenfront en werd verwezen naar de tandtechnieker. In juli 2023 uitte klaagster herhaaldelijk haar ontevredenheid en wilde zij niet betalen. Zij sloeg uitnodigingen voor een gesprek af.
Op 8 november 2023 vulde E de schroefgaten en besprak hij opnieuw opties. Hij rapporteerde dit aan haar behandelend tandarts. Klaagster verscheen hierna niet meer en stelde de praktijk op 8 oktober 2024 aansprakelijk.
Klacht
Klaagster verwijt de tandarts het volgende:
a. hij heeft haar niet geïnformeerd dat de brug alleen met een verdikking kon worden vervaardigd;
b. hij heeft haar verzoek om inzage in of afgifte van het dossier geweigerd en hierbij onjuiste informatie in het dossier opgenomen;
c. hij verstrekt op zijn website geen informatie over de mogelijkheid om een klacht in te dienen;
d. hij reageerde onverschillig op het breken van de tijdelijke brug;
e. hij heeft zonder haar toestemming met andere tandartsen over haar behandeling gesproken;
f. zijn personeel heeft haar onheus behandeld.
Beoordeling
Klaagster had al lange tijd een complexe gebitssituatie en was door meerdere tandartsen gezien. Juist daarom had de tandarts vooraf duidelijker moeten informeren. Het college vindt dat hij de situatie beter had moeten beoordelen met foto’s en een volledig zorgplan, waarin de mogelijkheden en vooral de grenzen van de behandeling helder waren uitgelegd. Die informatie ontbrak, zowel vóór het plaatsen van de brug als bij de tijdelijke noodbrug, waardoor voor klaagster niet duidelijk was wat haalbaar was. Dit rekent het college hem aan; klachtonderdeel a is daarom gegrond.
De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De tandarts had klaagster wél toegang tot haar dossier gegeven; dat zij de USB-stick niet ophaalde, valt hem niet te verwijten, en later kreeg zij het dossier per post. Er is geen bewijs dat het dossier onjuiste informatie bevat. Ook voldeed de tandarts aan de eisen rond de klachtenprocedure: klaagster was mondeling geïnformeerd en er lag een folder in de praktijk. Het dossier biedt evenmin steun voor het verwijt dat hij onverschillig reageerde op de gebroken noodbrug. De verklaring van tandarts E liet juist zien dat er passend werd gehandeld. Het bespreken van de behandeling met een andere tandarts was toegestaan volgens de beroepsnormen, en de klacht over bejegening door personeel was onvoldoende onderbouwd.
Het college concludeert dat alleen de gebrekkige informatieverstrekking verwijtbaar is. Daarvoor krijgt de tandarts een waarschuwing. De beslissing wordt anoniem gepubliceerd zodat andere tandartsen hiervan kunnen leren.
Uitspraak
Het college verklaart het eerste klachtonderdeel gegrond en legt de tandarts een waarschuwing op. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
Bron:
Tuchtrecht Overheid












