Ergonomie voor tandartsen en mondhygiënisten: praktische inzichten die je direct kunt toepassen

ergonomie - rugpijn

De prevalentie van werkgerelateerde pijn bij tandartsen ligt tussen de 64 en 93% (*1). Daarnaast haalt 40% van de tandartsen het pensioen niet werkend. Bij mondhygiënisten liggen deze cijfers nog hoger: maar liefst 60% behaalt het pensioen niet werkend als gevolg van werkgerelateerde pijn. En dat is onnodig.

Zeven jaar geleden werd ik, fysiotherapeut en ergonoom gespecialiseerd in mondzorgprofessionals, gebeld door een tandarts/gnatholoog uit de regio:
“Matthijs, ons voltallige team loopt inmiddels bij jullie in de praktijk vanwege werkgerelateerde pijn. Kun jij ons leren wat we verkeerd doen en hoe we dit kunnen voorkomen?”

Een eenvoudige, maar terechte vraag. Het werd het startpunt van ergonomicsolutions.nl: een bedrijf dat zich volledig richt op het verlichten en voorkomen van lichamelijke klachten die ontstaan door het werken in de tandartspraktijk.

Maar wat is nu eigenlijk de meest voorkomende oorzaak van werkgerelateerde pijn bij tandartsen en mondhygiënisten? En belangrijker nog: wat kun je zélf doen om deze oorzaken te voorkomen en bestaande klachten te verminderen?

In dit artikel geef ik een beknopt overzicht van de belangrijkste do’s & don’ts.

Adequate lichaamshouding

Om zorgvuldig en accuraat te kunnen werken als tandarts is een stabiele basis nodig: een adequate lichaamshouding. Daarbij worden rug, nek, schouders en bovenarmen in een grotendeels statische positie gehouden, zodat onderarmen, polsen en vooral de handen vrij zijn om de noodzakelijke fijnmotorische handelingen uit te voeren.

Die stabiliteit heeft echter een prijs. Het statisch en actief aanspannen van houdingsspieren is fysiologisch gezien inspannend. En juist dat heeft voor tandartsen en mondhygiënisten een aantal belangrijke consequenties, die goed te begrijpen zijn wanneer we inzoomen op wat er in het spierweefsel gebeurt.

  1. Lokale ischemie
    De kleinste bloedvaatjes in spierweefsel, de capillairen, zijn nauwelijks groter dan de diameter van één rode bloedcel, ongeveer 7 micrometer. Bij langdurige statische spierspanning worden deze capillairen gedeeltelijk dichtgedrukt. Het gevolg is een verminderde doorbloeding van het spierweefsel: lokale ischemie (*2).
    Deze lokale ischemie leidt tot hypoxie: een verlaagde zuurstofspanning in de spier. Dat verstoort het lokale spiermilieu en vormt de basis voor vermoeidheid, stijfheid en uiteindelijk pijn. Wat dit precies betekent voor het functioneren van spieren, en waarom dit zulke hardnekkige klachten kan geven, komt verderop in dit artikel aan bod.
  2. Hypoxie
    Statische spierspanning vraagt om een forse bloedtoevoer (*3). Voor zowel het aanspannen als het ontspannen van spierweefsel zijn immers zuurstof en ATP (adenosinetrifosfaat) nodig.
    Bij dynamische spieractiviteit, waarbij spieren afwisselend aanspannen en ontspannen, neemt de doorbloeding toe. Door vasodilatatie wordt extra bloed naar het spierweefsel geleid, precies daar waar het nodig is.
    Bij statische inspanning gebeurt dit echter nauwelijks. De spier blijft aangespannen, de capillairen blijven deels dichtgedrukt en de noodzakelijke toename van bloedtoevoer blijft uit.
    Het gevolg: tijdens het werk van tandartsen en mondhygiënisten bestaat er in specifieke spiergroepen continu een verhoogde zuurstofbehoefte, terwijl die behoefte fysiologisch niet kan worden geleverd. Er ontstaat een structureel tekort.

Gevolgen

Wat is nu het effect van deze lokale ischemie en hypoxie? In de spier, met name daar waar de geleverde kracht het grootst is, ontstaat door het zuurstoftekort een lokale, vaak volledige verkramping van spiervezels. Deze kleine, hardnekkige verkrampingen (lokale spiercontractuurtjes) vormen de basis voor het ontstaan van zogeheten myofasciale trigger points (*4).

Trigger points zijn hyperirriteerbare plekken in het spierweefsel. Met de (geoefende) hand zijn ze te voelen als kleine ‘strengetjes’ in de spier, met in het midden een zogenaamde tender spot: een punt dat duidelijk en scherp drukpijnlijk is.

Myofasciale trigger points kennen een aantal typische kenmerken. Ze veroorzaken vaak uitstralende pijn volgens een voorspelbaar patroon, maar gaan ook gepaard met:

  • krachtsverlies
  • coördinatieverlies
  • verkorting van de betreffende spier

De aanwezigheid van deze trigger points leidt tot pijnklachten, soms gecombineerd met tintelingen of een doof gevoel. Bij tandartsen en mondhygiënisten uit zich dit met name in de nek, schouders, boven- en onderrug en armen en handen.
Het lichaam geeft hiermee geen ‘zwakte’ aan, maar laat het logische gevolg zien, van langdurige statische belasting in een systeem dat onvoldoende de gelegenheid kreeg om te herstellen.

Oorzaken

Een aanzienlijk deel van de tandartsen en mondhygiënisten wordt gedwongen het vak vroegtijdig te verlaten als gevolg van lichamelijke klachten. De belangrijkste oorzaak hiervoor zijn aandoeningen aan het bewegingsapparaat; goed voor circa 30% van de uitval (*5). Binnen deze groep vormen myofasciale trigger points veruit de grootste categorie: naar schatting is circa 85% van deze klachten hieraan toe te schrijven (*6–10).

Deze cijfers maken pijnlijk duidelijk dat het hier niet gaat om incidentele overbelasting, maar om een structureel probleem binnen het vak.

Het ontstaan van trigger points gaat bijzonder gemakkelijk bij langdurige statische spierspanning. Precies het type belasting dat zo kenmerkend is voor het werk in de mondzorg. Maar ook dynamische overbelasting kan trigger points veroorzaken. Denk aan een val, een ongeluk, of een fanatiek potje padel dat nét iets te ver gaat.

Daarnaast is bekend dat trigger points sneller en makkelijker ontstaan wanneer er sprake is van onderliggende problematiek (*11), zoals:

  • radiculopathieën
  • ontstekingen (bijvoorbeeld in de kaak- of schouderregio)
  • schildklierproblematiek
  • vitamine- of mineralentekorten

Een voor tandartsen bijzonder relevante factor in het ontstaan en activeren van myofasciale trigger points is de zogeheten supraspinale beïnvloeding: de invloed van het centrale zenuwstelsel op spierspanning.

Al in 1995 lieten Hubbert & Gevirtz met EMG-metingen zien dat spierspanning toeneemt bij mentale druk, en weer afneemt bij het beluisteren van rustgevende muziek (*12).

Voor tandartsen betekent dit iets essentieels:
niet alleen de fysieke belasting, maar ook mentale druk en emotionele spanning verhogen de spierspanning.

Een ontspannen levenshouding en een ondersteunende werkomgeving zijn daarom geen luxe, maar van vitaal belang bij het voorkomen én verlichten van werkgerelateerde pijn.

Vijf kerngebieden voor het voorkomen en verlichten van werkgerelateerde pijn bij tandartsen en mondhygiënisten

Werkgerelateerde pijn voorkomen én verlichten is werkelijk mogelijk. Er zijn een aantal basisstappen die direct kunnen worden toegepast en die aantoonbaar bijdragen aan succes. In dit artikel bespreken we vijf kerngebieden die daarbij richtinggevend zijn.

1. Een ontspannen zithouding
Wanneer je kijkt naar de pathofysiologie van myofasciale pijn, wordt al snel duidelijk dat een ontspannen werkhouding belangrijker is dan een “keurige” rechtopgaande houding. Vanuit de fysica is bovendien eenvoudig te verklaren dat het wél degelijk uitmaakt hoe je zit: de krachten die op het bewegingsapparaat inwerken veranderen wezenlijk met iedere kleine houdingsverandering.

Wil je bijvoorbeeld meer ontspanning in de nekregio creëren, dan is een eerste strategische stap het correct instellen van je werkkruk, met name de lendesteun en zithoogte. Deze zorgen ervoor dat je, gedragen door de stoel, op een ontspannen manier rechterop komt te zitten. Het hoofd komt daarbij in (vrijwel) rechte lijn boven de romp te staan.

Het gevolg is eenvoudig maar krachtig: de nekmusculatuur hoeft aanzienlijk minder hard te werken om het hoofd “overeind” te houden. Combineer dit met goed zicht op het werkveld, en veel van de nekspanning verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Een vaak onderschatte factor is het werken met een assistent van ongeveer gelijke lengte. Dit bevordert bij beide zorgverleners een meer ontspannen werkhouding. Idealiter komt bovendien de dominante zijde van de assistent (rechts- dan wel linkshandig) overeen met die van de tandarts. Ook dit voorkomt onnodige compensaties en asymmetrische belasting.

Ontspanning ontstaat zelden door “beter je best doen”, of “weten dat je rechterop moet zitten”
Ze ontstaat doordat de omstandigheden het lichaam uitnodigen om minder hard te hoeven werken. En die omstandigheden kunnen we optimaliseren

2. Een ontspannen werkstijl
Een ontspannen werkstijl begint met een doordachte agenda. Met als belangrijk anker: het vooruit plannen van je vakanties. Stel je eens voor dat je nú al weet dat je nooit langer dan acht weken aaneengesloten werkt, simpelweg omdat die rustmomenten al vastliggen. Dat geeft ruimte in je hoofd, nog vóórdat je die vrije dagen daadwerkelijk beleeft.

Zelfs in een volle agenda is er vrijwel altijd ergens ruimte te creëren voor een paar dagen herstel. En als dat niet lukt, dan is dat op zichzelf al waardevolle informatie: dan ligt daar precies het knelpunt. Tijd voor herziening.

Een ontspannen werkstijl betekent ook: intelligent plannen binnen de dag. Plaats aan het begin en einde van de werkdag bij voorkeur de standaardhandelingen. De ingrepen die meer van je vragen, technisch, cognitief of emotioneel, passen beter in de ochtend en het begin van de middag, wanneer je belastbaarheid nog hoog is.

Door bewust af te wisselen in type werkzaamheden voorkom je dat één en dezelfde spiergroep, én hetzelfde mentale systeem, urenlang onder spanning staat. Variatie verlaagt de werkstress en creëert letterlijk meer ruimte in je systeem.

Ontspanning ontstaat hier niet door minder ambitie,
maar door slimmer omgaan met je energie.

3. Een enerverende werkomgeving
Een enerverende werkomgeving is een werkomgeving met voldoende daglicht, met fijne collega’s, een secretariaat dat jouw visie ondersteunt en je meehelpt om de agenda niet te vol te plannen. Maar ook de materialen die je gebruikt zijn bepalend voor de kwaliteit van je werkomgeving. Een goede werkkruk, een ergonomische sonde, spiegel en roterende instrumentaria helpen allemaal mee om ervoor te zorgen dat jouw spierspanning mooi laag blijft.

4. Een vitaliserende leefstijl
Vitaliserende voeding rijk aan vitamines en mineralen, een wandeling in de middagpauze, meerdere korte dynamische rustmomenten gedurende de dag, het zijn ogenschijnlijk eenvoudige keuzes die een groot effect hebben op het voorkomen en verlichten van werkgerelateerde pijn bij tandartsen en mondhygiënisten.

Daarbij speelt ook je algemene level of fitness een belangrijke rol. Hoe zou het voor je zijn als je twee à drie keer per week gaat hardlopen, op vaste momenten yoga beoefent, of structureel tijd maakt voor een sport die je graag doet? Niet als extra “moeten”, maar als investering in jezelf.

Een hoog vitaliteitsniveau werkt namelijk op meerdere niveaus door. De algehele circulatie verbetert, waardoor spieren sneller herstellen. Tegelijk worden de pijndempende centra in het brein actiever. Je voelt je rustiger, helderder en meer ontspannen.

Die staat van zijn werkt door in alles wat je doet: je maakt betere keuzes, je blijft dichter bij jezelf en je kunt je patiënten met meer aandacht en energie bedienen.

5. Optimaal zicht
Slecht zicht heeft zo mogelijk nog meer impact op het ontstaan/in stand houden van nekklachten dan een verkeerde zithouding. Turen om een scherp beeld te krijgen zorgt namelijk voor onnodige spierspanning. Een prismabril of loepbril kunnen een positieve bijdrage leveren, zolang de versterking van de loepbril niet te groot is (*13). Een ontspannen zithouding als gevolg van optimaal zicht, creëer je ook eenvoudig met een microscoop, maar deze is nog lang niet altijd standaard aanwezig in elke behandelkamer.

Persoonlijke begeleiding bij aanhoudende klachten

Merk je dat klachten ondanks alle inzichten blijven terugkomen? Of voel je dat jouw situatie complexer is dan met algemene adviezen te vangen valt? Dan is het tijd om niet langer alleen naar oplossingen te zoeken.

Werkgerelateerde pijn ontstaat zelden door één enkele factor. Ze ontwikkelt zich op het snijvlak van lichaam, werkstijl, omgeving en mentale belasting. Juist daarom vraagt duurzame verlichting vaak om maatwerk en persoonlijke aandacht.

(Preventie)assistenten

Al genoemde ergonomische principes zijn volledig toepasbaar op preventieassistenten. De fysieke belasting en werkhoudingen verschillen vaak minder dan gedacht. Voor stoelassistenten geldt in de basis dezelfde ergonomische theorie: werkafstand, positionering, ondersteuning en samenwerking aan de stoel.

Door:
Matthijs Luitjes, fysiotherapeut en ergonoom, gespecialiseerd in mondzorgprofessionals.
Herken je jezelf in dit verhaal? Dan ben je welkom om mij te mailen via info@ergonomicsolutions.nl Je kunt kort delen wat er bij jou of je team speelt. Ik lees elke mail zelf en neem persoonlijk contact met je op. We kijken dan samen wat voor jou helpend zou kunnen zijn. 

 

Literatuurverwijzing:

1. Aasim Farooq Shah, Pradeep Tangade, et al. Ergonomics in dental practice. International Journal of dental and health sciences. 2014; Volume 1, Issue 1: 68-78
2. M.J. Zwarts, L. Arendt-Nielsen. The influence of force and circulation on average muscle fibre conduction velocity during local muscle fatigue. European Journal of applied physiology and occupational physiology. 1988; Volume 58: 278-283
3. E. Peper, Katherine H. Gibney. Physiological rationale for micro-breaks. http://www.nexgenergo.com/ergocenter/cases/cases2.html, 2023; Reference: Peper, E., Gibney. K.H. (2000). Healthy computing with muscle biofeedback: A practical manual for preventing repetitive motion injury.
4. Robert D. Gerwin, Jan Dommerholt, Jay Shah. An expansion of Simons’ integrated hypothesis of trigger point formation. Current pain and headache reports, 2004; 8: 468-475
5. Anshul Gupta et al., Ergonomics in Dentistry. International journal of clinical pediatric dentistry, 2014; 7(1): 30-34
6. Skootsky, S.A., Jaeger, B, et al, Prevalence of myofascial pain in general internal medicine practice. Western Journal of medicine, 1989; 151(2): 157-160
7. Gerwin, R.D. Study of 96 subjects examined both for fibromylagia and myofascial pain, Journal of Musculoskeletal Pain, 1995; 3(1)
8. Fricton, J.R., Kroening R, et al. Myofascial pain syndrome of the head and neck: a review of clinical characteristics of 164 patients. Oral Surg Oral Med Oral Pathol 1985; 60 (6): 615-623
9. Fishbain, D.A., Goldberg, M, et al. Male and female chronic pain patients categorized by DSM-IV psychiatric diagnostic criteria. Pain 1986; 26(2): 181-197
10. Urits, I., Charipova, K., Treatment and management of myofascial pain syndrome. Best practice & research clinical anaesthesiology 2020; 34(4): 427-448
11. Travell, Simons&Simons, Myofascial Pain and Dysfunction, 3rd ed., 2019; Ch.4: 55-66
12. Lewis, C, Gevirtz, R, Hubbard, D and Berkoff, G. Needle trigger point and surface frontal EMG measurcments of psychophysiological Esponses in tension-type headadre patients. Biofeedback & Self-Regulation, 1994; 19(3): 27+275
13. Shawn C. Roll, Kryztopher D. Thung, et al. Prevention and rehabilitation of musculoskeletal disorders in dental professionals: A systematic review, 2019; 150(6): 489-502

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wat is je functie?

Lees meer over: Ergonomie, Thema A-Z