Voor diagnose en behandeling halitose meestal geen protocol aanwezig in mondzorgpraktijk

halitose

Eén op de zeven mensen in Nederland heeft last van halitose, maar er lijkt nog steeds een taboe op te liggen. Hoe gaan mondhygiënisten om met halitose en werken zij met een protocol hiervoor? Sana Sidiqi, student mondzorgkunde aan Hogeschool Inholland, deed haar afstudeeronderzoek over dit onderwerp.

Doel onderzoek

Doel van het onderzoek was om te achterhalen wat bij mondhygiënisten in Nederland de werkwijze is voor en ervaring is met de behandeling van patiënten met halitose. Halitose is een onaangenaam ruikende geur van de mond, die negatieve gevolgen kan hebben op het sociale leven van de patiënt, maar goed te behandelen is. Sana heeft heel bewust voor dit onderwerp gekozen. Zij vertelt: “Tijdens verschillende stages viel het mij op, dat mondhygiënisten patiënten met een slecht ruikende adem niet snel benaderen en er meestal vanuit gaan, dat dit door paro-problematiek komt. Ik heb mij toen verder verdiept in dit onderwerp en kwam terecht bij een onderzoek van Yvonne Buunk-Werkhoven*. Er is vermoedelijk weinig gedaan met de resultaten van dit onderzoek. Om stappen te kunnen zetten in de richting van verbetering heb ik dit onderwerp opnieuw onderzocht.”

Resultaten

Aan het onderzoek hebben 103 mondhygiënisten deelgenomen. Zij kregen een vragenlijst toegestuurd over hun werkwijze en ervaring met betrekking tot halitose. Uit de antwoorden bleek onder andere dat 40,8% van de respondenten altijd let op halitose en dat 34% patiënten met halitose hierover informeert. 35,9% neemt het onderwerp halitose alleen mee in de anamnese wanneer de patiënt het zelf aangeeft.

Ruim 60% van de mondhygiënisten heeft nog nooit een patiënt met halitose doorverwezen, omdat zij vinden dat ze zelf voldoende zorg kunnen bieden of omdat ze niet op de hoogte zijn van eventuele verwijsmogelijkheden. Door 14,6% van de mondhygiënisten wordt de patiënt doorverwezen, wanneer eigen behandeling geen effect heeft.

Het opmerkelijkste resultaat vindt Sana dat bij 77,7% van praktijken waar mondhygiënisten werkzaam zijn geen protocol aanwezig is voor het vaststellen van de diagnose en de behandeling van halitose, terwijl 80,6% van de mondhygiënisten aangeeft dit wel wenselijk te vinden.

Online verdedigen

In verband met de coronamaatregelen kon Sana haar scriptie niet op de gebruikelijke manier verdedigen, maar gebeurde dit online. Sana vertelt hierover:

“Gelukkig ging dit erg goed. Het was wel anders dan het presenteren voor een klas, maar ik ben erg blij dat ik het op deze manier kon doen waardoor ik zo min mogelijk studievertraging oploop. Tijdens mijn verdediging werd ik door twee docenten beoordeeld op zowel de inhoud van mijn verdediging als mijn presentatie-skills. Tijdens het presenteren moest ik in de camera blijven kijken in plaats van naar mijn beeldscherm. Dit was moeilijker dan ik dacht, omdat ik erg geneigd was mijn docenten aan te kijken. Verder waren er ook medestudenten aanwezig. Van hen werd verwacht om actief deel te nemen en na afloop vragen te stellen.”

* Bij haar afstudeeronderzoek heeft Sana Sidiqi gebruik gemaakt van de vragenlijst uit een eerder onderzoek van o.a. Yvonne Buunk-Werkhoven: Buunk-Werkhoven, Y.A.B., Buls, J.G., Osinga, E. & Bruers, J.J.M. (2015). Diagnosis and treatment of halitosis by dental hygienists and dentists in the Netherlands. International Dental Journal, 65, 65-70. DOI 10.1111/idj.12145.

 

 

Lees meer over: Halitose (slechte adem), Thema A-Z/