Mondspoelmiddelen onder de loep: wat zeggen samenstelling, effectiviteit en patiëntvoorkeur?
Mondspoelmiddelen zijn niet meer weg te denken uit de mondzorgpraktijk. Ze worden breed ingezet, geadviseerd in richtlijnen en actief gepromoot via sociale media. Maar hoe groot zijn de verschillen tussen producten? Wat weten we werkelijk over hun klinische effectiviteit? En hoe verhouden samenstelling en gebruikerservaring zich tot therapietrouw?
Tijdens haar presentatie nam Bregje van Swaaij het publiek mee in een kritische evaluatie van commerciële mondspoelmiddelen, gebaseerd op o.a. laboratoriumonderzoek, literatuuronderzoek en klinische studies.
Wanneer is een mond gezond?
Een gezonde mond wordt gekenmerkt door de afwezigheid van ontstekingen en cariës. In de praktijk zien we echter twee dominante tandvlees gerelateerde ziektebeelden:
- Gingivitis
- Parodontitis
Meer dan 50% van de bevolking heeft gingivitis en circa 17% lijdt aan parodontitis. Goede plaquecontrole blijft de sleutel tot preventie. Mechanische reiniging zoals tandenpoetsen en interdentaal reinigen, vormt de basis. Mondspoelmiddelen kunnen hier een aanvullende rol in spelen, zoals ook wordt aanbevolen door de Europese Federatie voor Parodontologie (EFP).
Maar aanvullend betekent niet automatisch voor iedereen noodzakelijk.
Sociale media versus wetenschap
Mondspoelmiddelen worden veelvuldig gepromoot via sociale media. Claims over antibacteriële werking, bescherming tegen cariës en “klinisch bewezen” effectiviteit worden regelmatig gedaan. De vraag is: in hoeverre zijn deze uitspraken wetenschappelijk onderbouwd?
Het proefschrift van Van Swaaij had als doel om commerciële mondspoelmiddelen kritisch te evalueren, met aandacht voor:
- Verschillen in samenstelling
- Klinische effectiviteit
- Invloed op patiëntvoorkeur
Grote verschillen in samenstelling
Mondspoelmiddelen bevatten doorgaans een basis van water, glycerine, zoetstoffen, conserveermiddelen en smaakstoffen. De actieve ingrediënten verschillen sterk en bestaan onder andere uit:
- Fluoride
- Essentiële oliën
- Chloorhexidine
- Alcohol
Deze ingrediënten worden toegevoegd afhankelijk van het beoogde doel, zoals verminderen van tandplaquegroei, gingivitiscontrole, cariësbescherming of behandeling van xerostomie.
Opvallend is dat de samenstelling van commerciële producten aanzienlijk varieert met mogelijke klinische consequenties.
pH en bufferend vermogen:
In een laboratoriumonderzoek werden 54 commerciële mondspoelmiddelen geanalyseerd. De resultaten lieten aanzienlijke verschillen zien:
- pH-waarden varieerden van 4,1 tot 7,9
- 20 middelen hadden een pH lager dan 5,5
- Het bufferend vermogen varieerde van 0 tot 48
Een lage pH roept wel eens zorgen op in verband met erosierisico. Toch kan een zure omgeving juist nuttig zijn, omdat de opname van fluoride hiermee bevorderd wordt. Daarbij bleek dat niet alle producten fluoride bevatten, ondanks preventieve claims.
Deze bevindingen benadrukken dat mondspoelmiddelen niet uniform zijn en dat productkeuze ertoe doet.
Gebruikerservaring en therapietrouw
Naast klinische effectiviteit is ook de gebruikerservaring onderzocht. In een klinische studie onder 53 deelnemers werden sensorische aspecten geëvalueerd:
- Smaak
- Geur
- Schuimvorming
- Spoeltijd
- Kleur
Het mondspoelmiddel met essentiële oliën en alcohol werd als minder prettig ervaren. Gekleurde mondspoelmiddelen kregen daarentegen vaker de voorkeur.
Voor de praktijk is dit relevant: therapietrouw wordt mede bepaald door sensorische acceptatie. Een effectief middel dat niet wordt gebruikt, heeft geen klinisch toegevoegde waarde.
Alcohol: noodzakelijk of niet?
Alcohol wordt in mondspoelmiddelen toegepast als oplosmiddel, conserveermiddel en stabilisator. Tegelijkertijd neemt de vraag naar alcoholvrije producten toe, onder andere vanwege culturele en religieuze redenen of een voorgeschiedenis van alcohol verslaving.
Uit de gepresenteerde data over mondspoelmiddelen met essentiële oliën blijkt:
- Alcoholhoudende varianten zijn effectiever in het remmen van plaqueopbouw.
- Er is geen significant verschil in bloedings- of ontstekingsscores tussen alcoholhoudende en alcoholvrije varianten.
Dit roept de vraag op of alcohol in alle indicaties noodzakelijk is, of dat patiëntkenmerken leidend moeten zijn in productadvies.
Chloorhexidine: de gouden standaard nader belicht
Chloorhexidine wordt vaak beschouwd als de gouden standaard bij plaque-geïnduceerde ontstekingen. Ook van chloorhexidine zijn varianten met en zonder alcohol verkrijgbaar.
De resultaten van de studie waarin met/zonder alcohol werd vergeleken tonen aan:
- Bij gebruik naast tandenpoetsen is er geen significant verschil in plaque, ontsteking of verkleuring tussen alcoholhoudende en alcoholvrije chloorhexidine.
- Wanneer uitsluitend wordt gespoeld, scoort alcoholhoudende chloorhexidine beter op plaquecontrole.
Bekende bijwerkingen van chloorhexidine zijn smaakverandering, tandsteenontwikkeling en verkleuring. Patiënten storen zich vooral aan de oppervlakkige tandverkleuring.
De gepresenteerde data suggereren dat een anti-verkleuring systeem deze bijwerking kan beperken, vooral in situaties waarin poetsen niet mogelijk is, zonder dat dit ten koste gaat van de klinische werkzaamheid.
Invloed op bloeddruk: reden tot zorg?
Er is discussie over de mogelijke invloed van antibacteriële mondspoelmiddelen op de bloeddruk in verband de nitraat-nitriet omzetting die bepaalde mondbacteriën kunnen bewerkstelligen. In een analyse van vijf klinische studies werd geen verandering in onderdruk gevonden. De gemiddelde stijging van de bovendruk bedroeg 2 mmHg, dus ruim binnen de foutmarge en klinisch verwaarloosbaar.
Er lijkt dus geen aanleiding tot zorg ten aanzien van de bloeddruk.
Implantaatnazorg: kennis en implementatie
Tot slot werd stilgestaan bij kennis over nazorg rondom implantaten. De meeste mondhygiënisten zijn bekend met de basisprincipes. Toch bestaan er verschillen in aanpak en worden richtlijnen niet altijd consequent gevolgd.
Verschil in opleidingsprogramma bleek geen invloed te hebben op de klinische praktijk of algemene kennis. Dit wijst op het belang van bij- en nascholing na afstuderen en het opdoen van praktijkervaring bij het verlenen van evidence-based zorg.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De belangrijkste boodschap uit deze presentatie is dat mondspoelmiddelen geen uniforme producten zijn. Samenstelling, pH, actieve ingrediënten en gebruikerservaring verschillen sterk en beïnvloeden zowel effectiviteit als therapietrouw.
Voor de mondzorgprofessional betekent dit:
- Adviseer mondspoelmiddelen indicatie gebonden.
- Baseer keuzes op wetenschappelijke onderbouwing, niet op marketingclaims.
- Houd rekening met patiëntvoorkeuren en therapietrouw.
- Communiceer helder over bijwerkingen zoals verkleuring.
- Implementeer klinische praktijkrichtlijnen zorgvuldig in de dagelijkse praktijk.
Mondspoelmiddelen kunnen een waardevolle aanvulling zijn op mechanische plaquecontrole, maar vervangen deze nooit.
De kern blijft: goede mechanische reiniging, professioneel maatwerk en kritisch klinisch redeneren.
Bregje van Swaaij studeerde in 2015 als mondhygiënist af aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Hierna volgde ze de master Evidence Based Practice in Health Care (EBPiHC) tot klinisch epidemioloog. Sinds 2017 is ze werkzaam als docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Met een promotiebeurs voor docenten verrichtte zij vanaf 2021 promotieonderzoek naar mondspoelmiddelen, waarop zij inmiddels is gepromoveerd.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, van de presentatie van Bregje van Swaaij tijdens het ACTA symposium, Amsterdam goes Nijmegen.









