Behandeling van perforaties: welke factoren spelen mee?

Uncategorized

Het veroorzaken van een perforatie is voor veel tandartsen een stressvolle gebeurtenis. Perforaties kunnen niet alleen ontstaan als complicatie bij een endodontische behandeling, maar kunnen ook het gevolg zijn van een pathologisch proces, zoals wortelresorptie. Het is vaak lastig te bepalen wat te doen. Endodontoloog Marga Ree besprak in haar lezing de factoren die van invloed zijn op het beslisproces. Wat is de prognose en is het daarmee het geld en de tijd waard? Of kan er beter gekozen worden voor extractie?

Etiologie

Wat zijn situaties waardoor je kan perforeren?

– Complicatie tijdens preparatie van endodontische opening
– Complicatie tijdens instrumentatie
– Complicatie tijdens de restauratieve behandeling of herbehandeling
– Ten gevolge van cariës of resorptie

Locatie

  • Cervicaal
  • Furcatie
  • Midden
  • Apicaal

Diagnose

Aan de hand van klinisch onderzoek kunnen fistels, pockets en furcatieproblematiek worden waargenomen. Aan de hand van röntgenologisch onderzoek kan de diagnose van een perforatie gesteld worden door vergelijking met pre-operatieve röntgenfoto’s, de locatie van de radiolucentie of door een CBCT.

Manieren om een perforatie tijdens behandeling vast te stellen:

  • Directe observatie
  • Indirect met behulp van papierstiften
  • Pijn en bloeding op een ongewone locatie
  • Apexlocator, röntgenfoto’s

Behandeling

Factoren die van invloed zijn op de prognose:

  • Locatie
  • Tijd
  • Grootte
  • Communicatie met mondholte
  • Pre-operatieve laesie
  • Restauratieve status

Lang bestaande perforaties die gecontamineerd zijn hebben een slechte prognose, daarnaast hebben ook perforaties in een furcatie een slechte prognose. Perforaties in de kritische zone kunnen resulteren in parodontale afbraak.

Materialen die in de loop der jaren zijn gebruikt voor het afsluiten van een perforatie

  • Amalgaam
  • Calciumhydroxide
  • Super-EBA
  • Glasionomeer
  • Composiet
  • Gutta-percha
  • Zinc-oxide eugenolcementen
  • Calciumsilicaatcementen

Biokeramische producten in de endodontie

Over het algemeen zijn biokeramische materialen op basis van calciumsilicaat. Hiertoe behoren de meeste producten die aan MTA gerelateerd zijn. Ze zijn verkrijgbaar in poeder/vloeistof of voorgemengd en beschikbaar in drie consistenties: sealer, pasta, putty.

MTA

Sinds 1998 is MTA op de markt. Eigenschappen van MTA:

  • Dimensioneel stabiel
  • Expandeert bij uitharding
  • Antibacteriële eigenschappen door hoge pH
  • Biocompatibel
  • Genereert een interface van hydroxyapatiet als het in contact komt met weefselvloeistof
  • Bij doorpersen van MTA lost met materiaal te zijner tijd op
  • Goede lange-termijnprognose

Nadelen

  • Lange uithardingstijd
  • Toxische elementen, zoals arcenicum, chroom, lood
  • Mogelijk lekkage van aluminium
  • Consistentie
  • Lastig te appliceren in nauwe kanalen
  • Verkleuring van tandweefsel – De stof voor röntgencontrast, bismutoxide , is hier mogelijk de oorzaak van, naast het gebrek aan zuurstof in het wortelkanaal en als in gevolg van contact met bloed en NaOCL.

 MTA is een calciumsilicaatcement en wordt wel beschouwd als een eerste generatie bioactief materiaal. Het heeft voordelen, maar kent ook wat nadelen. Daarom zijn er in de loop der jaren alternatieve materialen ontwikkeld. Onder andere Biodentine en Root Repair Material Putty.

Biodentine

Biodentine werd in 2009 geïntroduceerd als dentine vervanger. Sinds 2008 zijn er hierover 300 artikelen verschenen. Biodentine is ook geschikt voor pulpotomie.

Vergelijking biodentine en MTA voor perforaties: in vijf artikelen gelijkwaardig, in vier artikelen biodentine beter en in één artikel biodentine slechter. Volgens Marga Ree is de keuze vaak gebaseerd op een persoonlijke voorkeur.

Endosequence/Total fill Root Repair Material Putty, Paste en BC sealer

Deze materialen zijn geïntroduceerd in 2007 als iRootSP, iRootBP en iRoot BP plus. Sindsdien zijn er meer dan 150 studies hierover verschenen. De meeste studies tonen gunstige eigenschappen met betrekking tot biocompatibiliteit, cytotoxiciteit, mineralisatie en afsluitend vermogen, vrijkomen van calciumionen, antibacteriële eigenschappen. Het is vergelijkbaar met MTA.

Behandelplanning bij perforaties:

  • Beslissing wel of niet behandelen: prognostische factoren
  • Conventioneel, chirurgisch of beide?
  • Selectie van vulmateriaal
  • Klinische procedure (gebruik van oa. carriers en paperpoint)
  • Restauratieve follow-up behandeling
  • Lange-termijnprognose

Behandelresultaat

In de lezing laat Marga Ree meerdere klinische casussen zien, die allen na 10 jaar een goede follow-up tonen. Hieruit, alsook uit de wetenschappelijke publicaties kan geconcludeerd worden dat een adequate behandeling van een perforatie ook op lange termijn kan resulteren in behoud van een element. In esthetisch kritische situaties gaat de voorkeur uit naar bismutoxidevrije calciumsilicaat materialen.

Marga Ree

Marga Ree studeerde in 1979 af als tandarts aan de UvA. In 2001 heeft zij haar specialisatie endodontologie voltooid met een Master of Science degree. Zij is een veelgevraagd spreker en heeft inmiddels meer dan 150 lezingen en hands-on cursussen gegeven in binnen- en buitenland. Er staan diverse publicaties in (inter)nationale vaktijdschriften op haar naam. Op het gebied van algemene tandheelkunde en endodontologie schreef zij diverse hoofdstukken voor verschillende boeken. Sinds 1980 voert zij praktijk in Purmerend, waarvan de laatste vijftien jaar een verwijspraktijk voor endodontologie.

Verslag door Joanne de Roos, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Marga Ree tijdens het congres Endodontische complicaties van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
Interdentaal reinigen: hoe motiveert u uw patiënt?

Interdentaal reinigen: hoe motiveert u uw patiënt?

Voor mondzorgprofessionals is het een uitdaging om ervoor te zorgen dat mensen dagelijks interdentaal reinigen. De American Dental Association (ADA) meldt dat slechts één op de vier Amerikanen dagelijks flost.

De American Academy of Periodontology concludeert dat bijna 27% van de Amerikaanse volwassenen liegt over hoe vaak ze flossen. Uit onderzoek blijkt dat Amerikanen nog liever de afwas doen, in de file staan en de toilet schoonmaken dan flossen.

Als mondzorgprofessional kunt u de patiënt informeren over het belang van tandenpoetsen en het gebruik van tandenstokers of ragers voor een goede mondverzorging.

Informeren

Voor tandheelkundige professionals is het essentieel dat patiënten bereid zijn om dagelijks rageren of tandenstokers gebruiken. Tijdens een tandarts- of mondhygiënistbezoek is het daarom belangrijk om poetstechnieken en het gebruik van tandenstokers en ragers te bespreken en het belang van goede mondverzorging te benadrukken. U kunt ook de gevolgen te laten zien aan de hand van röntgenfoto’s  om aan te tonen waar zich ontstekingen of gaatjes bevinden of kunnen ontstaan. Daarbij kunt u ook uitleggen hoe tandplak ontstaat en kan leiden tot tandvleesaandoeningen met mogelijk tandverlies tot gevolg.

Oplossingen zoeken

Probeer eventueel te achterhalen waarom de patiënt het gebit niet goed verzorgd zodat u samen tot een oplossing kan komen. Als de patiënt bijvoorbeeld aangeeft dat hij geen tijd heeft om te rageren of te tandenstoken, kunt u suggereren om dit tijdens een lunchpauze te doen of voor de televisie.  Actief luisteren is daarbij ook van belang om direct passend advies te kunnen geven. Zo kunt u ook een specifiek product adviseren en alternatieven aanbieden.

Preventie

Wanneer de patiënt voldoende gemotiveerd is om het gebit goed te verzorgen, kan er duidelijke verbetering van de mondhygiëne optreden. Goede voorlichting en informatie over mondverzorging helpt patiënten om een eerste of volgende  stap te zetten naar een gezond gebit.

Bron:
dentistryiq.com

Lees meer over: Uncategorized/
cariës bij kinderen

Behandelen van cariës bij kinderen

De richtlijn Mondzorg voor jeugdigen zou de heilige graal voor onze kindertandheelkunde worden. Helaas bleek deze verwachting niet volledig realistisch. Hoewel…het document doet feitelijk wél wat het moet doen: richting geven. Het is geen receptenboek natuurlijk. Er is geen ‘one-size-fits-all’ formule in de kindertandheelkunde. Maar de richtlijn geeft richting en met de juiste bewegwijzering stelt het u wel degelijk in staat om effectieve en ‘tailor-made’  mondzorg te leveren aan ieder kind. De vertaalslag van de richtlijn voor de dagelijkse praktijk waarbij preventie toch wel het codewoord is.

Primaire en secundaire preventie

Cariës is de meest voorkomende kinderziekte. Voorop staat dat, zoals voor elke ziekte geldt, voorkomen beter is dan genezen. We moeten als mondzorgverleners dus onze pijlen richten op de PRIMAIRE preventie. Aandacht voor voedingsgewoonten, poetsen en fluoride. Hier moeten we zo vroeg mogelijk mee beginnen. Liefst al vanaf de doorbraak van het eerste tandje zodat je ouders/verzorgers goed kunt begeleiden op het moment dat ze ook open staan voor de informatie.

Volstaat dit niet dan gaan we een trapje verder op de preventieve ladder: SECUNDAIRE preventie. Hieronder verstaan we onder andere het sealen van verdachte elementen en het aanscherpen van het fluoride beleid.

Van cruciaal belang hier echter is dat we de cariës wel in een vroeg stadium signaleren/ diagnosticeren. Dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Cariës diagnostiek bij kinderen kan erg lastig zijn omdat uitgebreid mondonderzoek bij de allerkleinsten soms niet goed mogelijk is. Het maken van röntgenfoto’s is vaak lastig evenals het afnemen van een betrouwbare pijnanamnese. Pijn is zeer subjectief en, bij kinderen meer dan bij volwassenen, situatie-afhankelijk. Zo zal “kiespijn” eerder gevoeld worden als er een bord spruitjes voor hun neus staat dan wanneer ze zich voor de vitrine van de lokale ijssalon bevinden.

Los hiervan staat nog dat sowieso een hele boel kinderen pas voor het eerst de praktijk bezoeken als het kwaad eigenlijk al geschied is….

Tertiaire preventie; diverse strategieën voor caviteitsbehandeling

Als het cariësproces dan toch door al die preventieve linies heen gebroken is en er daadwerkelijk een caviteit is ontstaan rest de TERTIAIRE preventie, cariësbehandeling in de volksmond maar beter gezegd caviteitsbehandeling. Doel hiervan moet zijn dat het cariësproces gestopt en verdere progressie voorkomen wordt en dat functie daar waar nodig hersteld wordt.

Het cariësproces stoppen kan simpelweg door de biofilm te verstoren en/of deze hermetisch af te sluiten.

Er is een aantal strategieën dat ons hierbij ter beschikking staat::

  1. Niet operatieve cariësbehandeling: het toepassen van NRCT

    NRCT is een behandelmethode waarbij de cariës niet weggenomen of afgesloten wordt maar waarbij de caviteit toegankelijk wordt gemaakt voor reiniging (bijvoorbeeld d.m.v. slicen) en vervolgens wordt er zeer nauwgezet gepoetst. Door de biofilm maar vaak genoeg te verstoren wordt de activiteit eruit gehaald en komt het cariësproces tot stilstand (arrested caries). Sterker nog: wordt de vorming van reparatief dentine gestimuleerd!  Bij deze methode is het van belang het kind geregeld terug te laten komen (dus niet een half jaar wachten) en dient er sprake te zijn van een goede samenwerking tussen mondzorgverlener, ouders en kind. NRCT is gebaseerd op aloude principes maar als behandelmethodiek nog vrij nieuw. Het is een intensieve behandelmethode die, mits goed geïndiceerd en goed toegepast, vele voordelen kent. Zo is het vooral voor jonge, angstige kinderen een goede strategie omdat de behandeling weinig belastend is en omdat het kind vaak terug moet komen en hierdoor meteen goed kan wennen aan het tandartsbezoek.

    Zoals met alles geldt ook voor NRCT dat er nog veel ervaring en onderzoek nodig is maar tot op heden wordt het als een waardevolle aanvulling op ons palet aan behandelstrategieën gezien.

  1. Operatief/restauratief

    ART: bij deze methode wordt er louter geëxcaveerd met handinstrumentarium. Voor de restauraties wordt glasionomeercement gebruikt. Het voordeel is dat er meestal geen anesthesie nodig is en dat er ook minder kans is op schade aan het buurelement. De langere behandelduur wordt als nadeel genoemd maar is relatief. In de dagelijkse (westerse) praktijk valt meer te denken aan een gemodificeerde ART methode waarbij bijvoorbeeld wél gebruik wordt gemaakt van handinstrumentarium omdat het nu eenmaal bewezen vriendelijker is voor kinderen in vergelijking met “de boor”, maar dat als vulmateriaal gewoon een composiet of compomeer gebruikt wordt.

    1. Conventionele ‘drill and fill’: Deze methode is vaak sneller dan het uitvoeren van ART. Het nadeel is echter dat er vaak wel anesthesie nodig is en er een grotere kans bestaat op het beschadigen van het buurelement. Ook is de kans op het ontstaan van angst door deze methode. Een hermetische afsluiting is altijd essentieel.
    2. HALL-techniek: zonder excavatie wordt het carieuze element omvat door een roestvrijstalen kroon. Bijzonder kindvriendelijk en bewezen effectief. Het vereist enige oefening en is zeker wel aan regels gebonden maar al doende leert men snel!!

Welke strategie wanneer?

Wat bepaalt nu welke van bovengenoemde behandelstrategieën men moet gebruiken in welke situatie?

Deze keuze wordt bepaald aan de hand van (onder andere) de volgende factoren:

  • Caviteit: grootte en locatie
  • De fase van gebitsontwikkeling
  • Het risicoprofiel: mondhygiëne, voeding en motivatie
  • Coöperatie patiënt
  • Algemene gezondheid patiënt
  • Gedrag en karakter patiënt

En wat nu in geval van diepe cariës?

Het is vaak moeilijk te zeggen hoe diep een caviteit is. Zeker wanneer het aan diagnostische middelen zoals röntgenfoto’s of een betrouwbare pijnanamnese ontbreekt. Uit onderzoek weten we inmiddels dat het in de meeste gevallen niet meer nodig is om álle cariës te verwijderen. Het achterlaten van wat “rest-cariës” heeft een tweeledig voordeel: de kans op pulpa-expositie wordt verkleind en de pulpa blijft geprikkeld om tertiar dentine aan te maken. Hoevéél cariës je dan wel moet excaveren is lastig voor te schrijven. Over het algemeen geldt: ‘less is more’. De glazuur dentine grens moet te allen tijde schoon zijn. Centraal mag er cariës blijven zitten mits er een goede afsluiting geborgd is (the seal is the deal!).

Een goede diagnostiek en (pijn)anamnese zijn belangrijk; cariës laten zitten in een element waarvan de pulpa reeds irreversibel beschadigd is, is natuurlijk niet “comme il faut”.

In geval van diepe cariës zal de behandelindicatie voornamelijk op geleide van de conditie van de pulpa gesteld moeten worden. Eerder is reeds genoemd dat hierbij wel enig voorbehoud genomen moet worden omdat pijndiagnostiek bij kinderen nog wel eens vertroebelend kan werken. Over het algemeen maken we onderscheid in:, 

  1. Symptoomloze pulp

    Er is geen sprake van pijn. Bij voorkeur behandelen met een indirecte pulpa-overkapping (IPO) met als doel de vitaliteit van het element te behouden, het cariësproces te laten stoppen en reparatief dentine te laten vormen. Een vereiste is dat de glazuurdentinegrens goed schoon isen dat de (plastische) restauratie de caviteit hermetisch afsluit.CAVE: een symptoomloze pulpa kan ook duiden op avitaliteit! In dat geval verdient een pulpectomie of extractie de voorkeur!!

  1. Reversibele pulpitis

    Een reversibele pulpitis kenmerkt zich door pijn. De pijn kan opgewekt worden (eten, drinken) maar verdwijnt weer als de stimulus ophoudt. De behandeling van eerste keus is een Pulpotomie. Hierbij wordt de kroonpulpa verwijderd, de bloeding gestelpt en overkapt met MTA. Calciumhydroxide is ook een mogelijkheid maar vanwege de porositeit heeft het niet de voorkeur. Het element kan daarna worden gevuld met een plastisch vulmateriaal maar bij voorkeur wordt overkapt met een RVS kroontje. Belangrijk is dat de bloeding te stelpen is, wanneer dit niet het geval is moet er een andere therapie (extractie of pulpectomie) verkozen worden.

  1. Irreversibele pulpitis

    Een irreversibele pulpitis kenmerkt zich door pijn bij warm en koud, spontane pijn en/of pijn ‘s nachts. De pijn verdwijnt niet bij het weghalen van de stimulus. De behandeling kan bestaan uit het doen van een pulpectomie of een extractie. Bij een pulpectomie wordt de gehele pulpa verwijderd. Dit kan een intensief en listig klusje zijn gezien de vaak grillige wortels van melkelementen. Bovendien is het succes erg afhankelijk van coöperatie van het kind. Extractie is natuurlijk een vrij terminale maar wel zeer effectieve behandelmethode. Uiteraard dient extractie wel een ultimum refugium te zijn en moet men bedacht zijn op een mogelijk creëren van ruimteproblemen.

Martine van Gemert-Schriks is in 1998 afgestudeerd aan ACTA. Daarna werkte zij in de algemene praktijk en volgde de postdoctorale opleiding tot tandarts-pedodontoloog aan ACTA. Aansluitend (2001) werkte zijn bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde te Amsterdam en is zij haar promotieonderzoek gestart bij de afdeling kindertandheelkunde van ACTA. In 2008 promoveerde zij op het effect van cariës op de mondgezondheid en de algemene gezondheid bij kinderen. 

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing dr. Martine van Gemert-Schriks tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

Lees meer over: Cariës, Thema A-Z, Uncategorized/
Casus endodontologie: Lateraal kanaal of iets anders?

Casus endodontologie: Lateraal kanaal of iets anders?

Enige tijd geleden meldde zich onderhavige patiënt in onze verwijspraktijk met een problematische 21. Het element was iets gevoelig maar de voornaamste klacht was de constante pusafvloed uit de omgeving van het element en een onaangename reuk en smaak.

Diagnose

Geen historie van trauma. Klinisch onderzoek bracht een diepe 12 millimeter pocket aan het licht mesiaal van het element. Bloeding bij sonderen. Verder waren er geen afwijkingen te constateren in de mond.

Het beeld op de röntgen opnames leek overeen te komen met de verschijnselen behorende bij een endo/paro probleem, veroorzaakt door een lateraal kanaal.

Casus endodontologie  casus endodontologie

De aanwezige kanaalbehandeling leek lege artis uitgevoerd hoewel de kanaalpreparatie niet centraal in het element kon worden gehouden. Aan de mesiale zijde was de wand dunner dan aan de distale zijde. Dat kon te maken hebben met de problemen die de vorige clinicus ondervond bij het zoeken naar een waarschijnlijk geoblitereerd kanaal. Ook vonden we de preparatie fractioneel te kort.

Endo/paro problemen

Endo/paro problemen komen frequent voor maar worden vaak niet als zodanig herkend. Veelal wordt de patiënt doorverwezen naar de mondhygiënist en bij geen succes naar de parodontoloog.

Wordt de pocket parodontaal behandeld door middel van een scaling en planing procedure dan is iedere kans op genezing verkeken omdat de cementlaag wordt verwijderd en er geen herstel van de aanhechting meer kan plaatsvinden.

Behandeling

Op vermoeden van een endo/paro probleem waar een lateraal kanaal schuldig aan kan worden bevonden stelden we voor om eerst de kanaalbehandeling opnieuw te doen.

Afbeeldingen 1 (2) t/m 10(2) geven een beeld van element 36 waar wel op tijd de juiste diagnose werd gesteld. De eindfoto’s laten een fraai lateraal kanaal zien dat zorgde voor het interradiculair botverlies en de bijbehorende pocket van 10+ millimeters. Na 6 maanden is het defect volledig genezen.

Casus endodontologie Casus endodontologie

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Casus endodontologie

 

 

 

 

 

 

Reinigen van een wortelkanaal

We zijn, zeker in dit soort gevallen, nog fanatieker in het reinigen van het wortelkanaal. De methodiek waar generaties tandartsen mee opgeleid zijn, is om zo snel mogelijk het aanwezige vulmateriaal zacht te maken zodat een vijl richting apex geschoven kan worden en een röntgenfoto gemaakt kan worden. Voor het vroegtijdig bepalen van de lengte van het element moet alles wijken.

Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan de dynamiek van de verschillende kanaalinhouden die daarbij een rol spelen.

Ten eerste zorgt het geforceerd inbrengen van een vijl voor een hydrostatische drukverhoging in het kanaal waardoor in dit geval door chloroform verweekte gutta, samen met de nog in het kanaal aanwezige necrotische pulparesten en bacteriën in alle laterale anatomie wordt geperst.

Ideaal is wanneer alle in oplossing gebrachte kanaalinhoud naar occlusaal richting pulpakamer kan ontsnappen en afgevoerd kan worden. Vaak is het echter zo dat de weg naar boven voor een groot gedeelte wordt afgesloten doordat de vijl klem zit juist bij de kanaalingang.

Kanaalinhoud wordt dus in belangrijke mate verdrongen naar waar het juist niet heen moet: naar lateraal en naar terminaal.

Op korte termijn is het gevolg ervan een acute ontsteking met pijn die heel heftig kan zijn en op lange termijn laesies van endodontische oorsprong.

De herbehandeling

Na anesthesie en rubberdam begonnen we aan het verwijderen van de composietopbouw en de gutta percha uit het kanaal.

Composiet verwijderen uit kanalen gaat efficiënt met LN frezen. Zijn deze frezen met lange schacht nog niet lang genoeg dan kan er gebruik worden gemaakt van Munce freesjes. Die hebben een heel stijve nog langere schacht en heel kleine freeskopjes. Doordat de kop van het hoekstuk wat verder boven de kanaalingang gepositioneerd kan worden wordt heel goed zichtbaar wat er in het kanaal gebeurt.

Eigenlijk is gutta percha verwijderen een veel vervelender en tijdrovender klusje. In de rechtere wijdere delen van kanalen waar eerder een endo in gedaan is, kan er met roterend instrumentarium gutta percha worden verwijderd. Maar in de smallere kanalen en om bochten heen zal gebruik moeten worden gemaakt van oplosmiddelen.

Vaak frusterend. Eindeloos spoelen en activeren van chloroform tot eindelijk de papierstiftjes die gebruikt worden om de chloropercha op te deppen schoon uit het kanaal komen. Om dan – wanneer de microscoop in stelling wordt gebracht om het kanaal te inspecteren – tot de ontdekking te komen dat er nog gutta percha aan de wand kleeft. Komt het bekend voor? De enige remedie is volhouden.

Casus endodontologie  

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Obturatie

Obturatie door middel van het lateraal en koud condenseren van gutta percha leidt zelden of nooit tot het obtureren van laterale anatomie, dus zeker in dit soort gevallen waar we laterale anatomie vermoeden zou de eerste keuze altijd moeten zijn om vertikaal en warm gutta percha te condenseren.

We beginnen de obturatie nadat de spoelsessies zijn gedaan. NaOHCl 5.5%  als laatste spoelgang en enkele malen afgewisseld met 17% EDTA.

Controle

Vol verwachting maken we de eindfoto’s en helaas: geen spoor van laterale anatomie te bespeuren.

Casus endodontologie Casus endodontologie

We legden een en ander uit aan de patiënt en maakten een afspraak voor controle over drie maanden om te kunnen bekijken of de laesie aan het genezen was.

Drie maanden later zagen we de patiënt weer en moesten we vaststellen dat er geen verbetering is in de toestand was.

Wat nu? De enige weg die nog openlag was om een flapoperatie te doen en met direct zicht de buitenzijde van de radix te inspecteren: zat er toch tandsteen wat de oorzaak was?

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Flapoperatie

Na anesthesie volgde een flapoperatie om de pocket te openen. Al snel werd een breuk zichtbaar in het element. Maar hoe ver liep de barst door?

Voorzichtig verwijderden we alle granulatieweefsel en spoelden we het schoon. Wat we zagen had ik nog nooit eerder waargenomen. Er zat een min of meer circulaire barst wat eigenlijk een los zittend stukje dentine was.

Na het wegfrezen van het losse stukje vulden we het defect op met composiet. We werken de composiet af met fijne diamantjes en handscalers. Een superscherp geslepen handinstrument kan uitstekend worden gebruikt bij het afwerken van composietvullingen. Wel alleen vlak na het polymeriseren, dan is composiet nog te scalen.

Na polijsten hechtten we de flap en maakten we een afspraak voor een week later.

Na 6 maanden

Toen we de patiënt terug zagen na drie maanden was het aspect van de 11 weer gezond. De pocket was gereduceerd, er was geen pusafvloed meer en het tandvlees zag er gezond uit.

Achteraf analyserend kunnen we stellen dat de situatie niet ideaal is. Er is een composietrestauratie gemaakt in het meest kwetsbare deel van het element en de restauratie ligt gedeeltelijk nog onder de gingiva. We hopen dat het lang goed gaat maar lekkage ligt op de loer natuurlijk en wellicht is het nodig om na een aantal jaren opnieuw een flapje te doen en de restauratie te vernieuwen.

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Maar wat zou het alternatief geweest zijn?

Implanteren? Een goede optie maar voorlopig functioneert het element prima, en implanteren kan altijd nog.

Door: Rik van Mill, tandarts te Amstelveen. Hij voert een verwijspraktijk voor endodontologie en geeft cursussen aan algemeen practici. Van Mill geeft enkele malen per jaar een cursus aan geïnteresseerde tandartsen die zich de Schilder Techniek eigen willen maken.

Rik van Mill

Lees meer over: Casus, Implantologie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
endodontische spoedbehandeling

Endodontische spoedbehandeling: diagnose en behandeling spoedeisende klachten

Het stellen van een diagnose is belangrijk voordat u start met een endodontische behandeling. Bij een pijnlijke pulpitis is de grote vraag: is er sprake van een (pijnlijke) reversibele of  een (pijnlijke) irreversibele pulpitis?

De juiste diagnose stellen kan in sommige gevallen erg lastig zijn. Een sensibiliteitstest geeft bijvoorbeeld niet altijd een eenduidig beeld omdat er sprake kan zijn van restvitaliteit. Ook kan er sprake zijn van insensibiliteit door een storing in de innervatie of geeft de vitaliteitstest een val negatieve uitslag (denk aan: obliteraties, open apex, recent trauma of premedicatie). Het is daarom belangrijk om altijd meerdere elementen te testen.

Sensibiliteitstesten

Er zijn verschillende soorten sensibiliteitstesten:

  • Koude test

  • Warmte test

Met een warme guttaperchastift kan de reactie van de pulpa getest worden. Hierbij is het wel belangrijk dat het element ingesmeerd
wordt met vaseline zodat de warme guttapercha niet blijft kleven.

  • Elektrische test

Bij deze test wordt er gekeken naar de mate van doorbloeding van het element. De doorbloeding zegt echter niet altijd iets over de
histologische toestand van de pulpa.

  • Proefpreparatie

  • Proefblok (anesthesie)

Reversibele versus irreversibele pulpitis

Er zijn verschillende soorten pulpitis. Het verschil tussen een milde en een uitgebreide reversibele pulpitis is afhankelijk van de uitbreiding van het ontstekingsproces.

  1. Reversibele pulpitis

    Verhoogde maar geen verlengde reactie met de koudetest, niet percussiegevoelig en geen spontane pijn.

  2. Pijnlijke reversibele pulpitis

    – Milde reversibele pulpitis: Verhoogde en verlengde reactie op koude, warm en zoet die tot ongeveer 20 seconden kan aanhouden maar dan afneemt. Mogelijk percussiegevoelig en spontane doffe pijn die nog te onderdrukken is met pijnstillers.
    – Uitgebreide reversibele pulpitis: Duidelijke pijnklachten, sterk verhoogde en verlengde reactie met de koudetest die minutenlang kan aanhouden. Mogelijk percussiegevoelig en spontane pijn die nog redelijk te onderdrukken is met pijnstillers.

  1. Pijnlijke irreversibele pulpitis

    Forse pijnklachten, medicatie geeft nauwelijks verlichting, duidelijke pijn bij warmte, scherpe tot doffe pijn, patiënt kan niet meer slapen vanwege de pijn. Element is zeer gevoelig bij aanraken en er is sprake van pijn bij percussie.

Spoedeisende klachten – pijnlijke irreversibele pulpitis

Een goede tijdsplanning is belangrijk om spoedklachten adequaat te behandelen. Omdat de inflammatie bij een pijnlijke pulpitis meestal alleen in de coronale pulpa aanwezig is, volstaat bij een spoedbehandeling hier een coronale pulpotomie om het geïnfecteerde weefsel weg te halen. Niet geïnfecteerd of ontstoken weefsel geeft geen pijn en kan blijven zitten totdat de behandeling vervolgd kan worden. Belangrijk is om met rubberdam te werken en te spoelen met natriumhypochloriet om het element steriel te houden.

Indien blijkt dat het resterende weefsel blijft bloeden dan is dit een indicatie dat er nog ontstoken weefsel aanwezig is en moet er meer weefsel worden verwijderd uit het kanaalstelsel. In de meeste gevallen volstaat hier het verwijdweren van de kroonpulpa en het verwijderen van de ontstoken inhoud van het wijdste kanaal. Bij een volledige ontstoken pulpa is een optimale behandeling een pulpectomie waarbij het zo goed als zeker is dat de patiënt na de behandeling pijnvrij is. Bij alle endodontische behandelingen is het belangrijk dat het pulpadak volledig is verwijderd voor dat men verder gaat met de geplande behandeling voor een goede toegang van het kanaalstelsel. Een onvolledige opening is vaak de oorzaak van complicaties

Pulpotomie

Een pulpotomie wordt uitgevoerd wanneer alleen het coronale deel van de pulpa is geïnfecteerd. Hierbij wordt het coronale deel van de pulpa verwijderd (met een nieuwe snel draaiende boor) totdat de pulpa niet meer bloedt (na spoelen met 1% NaOCl). Indien gewenst kan het element eerst tijdelijk gesloten worden Cavit en een glasionomeerrestauratie. Als u besluit de pulpa met MTA te overkappen, is het goed dit meteen te doen. Napijn na pulpotomie wordt meestal veroorzaakt door het niet volledig verwijderen van geïnfecteerde weefsel.

Pulpectomie

Omdat bij een pijnlijke pulpitis in de meeste gevallen nog geen sprake is van infectie van het gehele kanaalstelsel kan bij een volledige pulpectomie te kort gevijld worden om restvitaliteit te bewaren in het apicale deel van een element. Vijl dan tot 3-4 mm van de apex en gebruik geen elektrische lengtemeter(schat de lengte in aan de hand van de röntgenfoto). Voorwaarde is dat de pulpastomp niet meer bloedt voordat het kanaal wordt gevuld. Noteer de diagnose met bevindingen goed op het behandeljournaal zodat collega’s niet denken dat de kanalen onvolledig behandeld zijn en daarom te kort gevuld zijn.

Nazorg

De patiënt moet van te voren worden ingelicht dat er mogelijk sprake kan zijn van (ernstige) napijn. Probeer altijd telefonisch bereikbaar te zijn voor de patiënt.

William Wolters, tandarts, Centrum voor Mondzorgkunde,  UMCG

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van William Wolters tijdens de cursus Endodontologie van het Wenckebach instituut

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
tanden wisselen

Tanden wisselen kost Australische ouders veel geld

Het Australische mondzorgmerk Jack N’ Jill heeft 1000 ouders ondervraagd over het tarief van de tandenfee. Het bleek dat ouders namens de tandenfee soms hoge bedragen betalen aan hun kind voor een uitgevallen melktand. Tanden wisselen kost de ouders zo veel geld.

Hoog tandenfeetarief

De ondervraagde Australische ouders bleken tot $43 per uitgevallen tand te betalen. Dat is bijna 289 procent meer dan wat ze zelf ooit kregen. Het gemiddelde tarief bij deze generatie ouders was 91 dollarcent per tand.

Niet alle ouders doen mee aan deze trend. Mim, moeder van vier kinderen: “$43 per tand? Dat is $ 862 per kind! Vermenigvuldig dat met vier en je komt op $3450!”

Regionale verschillen

Uit het onderzoek bleek overigens dat er gemiddeld ‘slechts’ $2,62 per tand betaald wordt. Er blijken ook regionale verschillen te bestaan in de hoogte van de bedragen die de kinderen krijgen. Kinderen in Canberra zijn het slechts af: zij krijgen gemiddeld maar $1. Ze worden gevolgd door Zuid-Australië waar het gemiddelde tarief $1,93 bedraagt. In Nieuw-Zuid-Wales en West-Australia is de gemiddelde opbrengst het hoogst: $4,50.

Plek in gezin

Ook de plek in het gezin blijkt bepalend te zijn voor wat een kind krijgt. Volgens het onderzoek krijgt het middelste kind in een gezin minder dan de oudere én jongere broers en zussen. Als het jongste kind een meisje is, krijgt zij meer dan de oudere kinderen, vooral als dat jongens zijn.

Einde tandenfee?

Mede-oprichter van Jack N’ Jill Rachel Bernhaut was verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek. Niet alleen over de hoogte van de bedragen, maar vooral ook omdat ouders vertelden dat de kinderen niet echt de bedoeling van de tandenfee snapten. Ze keken alleen uit naar het geld. Volgens haar roept het de vraag op, of het tijd is om afscheid te nemen van de tandenfee.

Bron:
Daily Mail

Lees meer over: Uncategorized/
verwijderen verstandskiezen

Minder pijn na verwijderen verstandskiezen

Tandartsen en kaakchirurgen zijn altijd op zoek naar manieren om de pijn van patiënten na operaties te verminderen. Een nieuw onderzoek kan hier uitkomst bij bieden en suggereert dat een injectie van dexamethasone voor de operatie de pijn na het operatief verwijderen van verstandskiezen significant kan verminderen.

Verstandskiezen trekken
Extractie van verstandskiezen is een van de meest uitgevoerde chirurgische behandelingen voor de mond, maar geeft de patiënten na de behandeling vaak gemiddelde tot zware pijn. Om deze te verminderen worden op dit moment vaak pijnstillers voorgeschreven. Echter zou het fijn zijn als hier andere strategieën voor zouden zijn, en de pijn voorkomen zou kunnen worden.

Dexamethasone
Deze onderzoekers bedachten dat een injectie met dexamethasone voor de operate hier nog wel eens een oplossing voor zou kunnen bieden, vanwege de ontstekingsremmende immunosuppressieve eigenschappen die deze stof heeft.

Dubbelblind onderzoek
Om deze theorie te testen werden 48 gezonde patiënten dubbelblind onderzocht. Alle patiënten waren tussen de 18 en 30 jaar oud en hadden twee verstandskiezen die getrokken moesten worden.

De patiënten kregen eerst verdovingsmiddel toegediend. Vervolgens kreeg de helft van de patiënten 2 milliliter van saline met  8 milligram dexamethasone toegediend, terwijl de andere helft slechts 2 milliliter saline (fysiologische zoutoplossing) kreeg toegediend. Bij alle patiënten werden de kiezen een uur later getrokken en werd de pijn van de patiënten gedurende drie dagen in de gaten gehouden.

Minder pijn met dexamethasone
De patiënten die saline kregen toegediend met daarin dexamethasone verwerkt gaven significant lagere pijn niveaus aan dan de patiënten die slechts saline toegediend hadden gekregen. Daarnaast namen de patiënten met dexamethasone ook gemiddeld minder pijnstillers gedurende de drie dagen na de behandeling.

Implicaties
Al met al kan worden gezegd dat dexamethasone veel potentie heeft op het gebied van het voorkomen van postoperatieve pijn. Hierbij is het echter wel belangrijk om in achting te nemen dat dit onderzoek alleen op gezonde, jonge patiënten is uitgevoerd en dat de patiënten slechts voor drie dagen werden gevolgd. Daarnaast is het goed om te weten dat dexamethasone een uur nodig heeft om in te werken, wat voor sommige praktijken onpraktisch kan zijn.

Bron:
Journal of Dental Anesthesia and Pain Medicine

 

Lees meer over: Pijn | Angst, Thema A-Z, Uncategorized/
effecten van mondaandoeningen

Studie naar effecten van mondaandoeningen op dagelijks leven patiënt

Patiënten met potentieel kwaadaardige mondaandoeningen (Oral potentially malignant disorder, OPMD) kunnen fysieke en psychologische problemen ervaren in aanvulling op pijn. Een nieuwe studie heeft het effect van deze aandoeningen gemeten op het dagelijks leven en de kwaliteit hiervan.

Afbreuk aan welzijn
De onderzoekers vonden dat dit soort aandoeningen de patiënt niet alleen fysiek en functioneel hebben aangetast, maar ook een afbreuk doen aan hun welzijn en het vermogen om met andere mensen te communiceren. De studie werd gepubliceerd in PLOS One op 14 april 2017.

Verdere gevolgen
“De effecten van OPMD verliepen ook verder dan lichamelijke beperking en functionele beperkingen op aspecten van het dagelijks leven, met name psychologisch en sociaal welzijn,” schreven de auteurs.

Hoofdauteur
De studie werd geleid door Jyoti Tadakamadla, MDS, van het Menzien Health Institute Queensland en de Griffith University School of Dentistry en Mondgeneeskunde in Gold Coast, Queensland, Australië.

Beter begrip
De rol van OPMD’s wordt in de klinische praktijk steeds meer erkend. Aangezien de impact hiervan verder kan gaan dan mondelinge en lichamelijke pijn, wilden de Australische onderzoekers het effect van OPMD’s beter begrijpen.

Deelnemers onderzoek
In totaal werden 32 patiënten die met orale leukoplakie (OP), orale lichen planus (OLP) en orale submucose fibrose (OSF) werden gediagnosticeerd, uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Zij waren alle patiënt bij de Orale Geneeskliniek van het Panineeya Institute of Dental Sciences and Research Center in Hyderabad, India.

Uitvoering
De onderzoekers hebben 18 één-op-één interviews van 20 tot 40 minuten elk gedaan, en drie focusgroepen van meer dan één uur in een non-klinische setting uitgevoerd. De één-op-één interviews leverden de studiegegevens op. “In kwalitatieve studies is de steekproefgrootte afhankelijk van de toereikendheid van de gegevens. Interviewkwaliteit en patiëntenverscheidenheid is belangrijker dan het absolute aantal deelnemers,” schreven de auteurs.

Informatie patiënten
Voor de studie zijn patiënten met verschillende kenmerken, typen OPMD’s en ziektegraden opgenomen. De leeftijdsgroepen van de patiënten varieerden tussen de 17 en 67 jaar. Meer dan de helft van de deelnemers had minder dan 12 jaar formele opleiding, en bijna driekwart was werkzaam in half gekwalificeerde/ongeschoolde beroepen of werkloos.

Hoofdthema’s
De onderzoekers richten zich op vier hoofdthema’s uit de reacties van de patiënten:

  • Moeilijkheden bij diagnose en kennis van de aandoening
  • Fysieke beperking en functionele beperking
  • Psychologisch en sociaal welzijn
  • Effecten van de behandeling op het dagelijks leven

Psychologisch en sociaal welzijn
Tijdens interviews identificeerden de onderzoekers twee thema’s van psychologisch en sociaal welzijn. Een overgrote meerderheid van de patiënten (81%) meldde dat hun mondconditie een slecht effect had op hun psychologisch welzijn. Ongeveer de helft van de patiënten werd gerapporteerd als gefrustreerd en depressief.

Additionele thema’s
De auteurs namen ook nog vier additionele herhaalde thema’s van de patiënten op:

  • Financiële effecten van behandelingen
  • Moeilijkheid om afspraken te houden
  • Tevredenheid met de behandeling
  • Impact van gewoonte stopzetting

Afspraken
Het behandelen van OPMD’s duurt meestal een lange tijd en omvat meerdere afspraken. Het bijhouden van de afspraken vormde dan ook een probleem voor patiënten, aldus de auteurs. Veel van de patiënten waren van lage sociaaleconomische status. De afspraken veroorzaakten daarom een verlies aan inkomen en verhoging van financiële stress.

Breed inzetbaar
De auteurs concluderen dat de resultaten van deze studie veel verder gaan dan de 32 patiënten die deelnamen. “Wij geloven dat dit instrument in patiënten-populaties in andere landen kan worden gebruikt na multiculturele aanpassing”.

Bron:
journals.plos.org

Lees meer over: Uncategorized/
Jaarverslag van DHIN

DHIN haalt doelstellingen 2016

In het jaarverslag van DHIN is verslaggegeven wat er het afgelopen jaar allemaal is gedaan. De titel? “DHIN blijft ook in 2016 trouw aan zijn doelstellingen.”

Verbeteren van preventieve zorg en meer
Het jaarverslag begint met het stellen dat de basis doelstellingen van de DHIN overeind zijn blijven staan in 2016, namelijk het verbeteren van de preventieve zorg, het verbeteren van de toegankelijkheid van de mondzorg, het verbeteren van de werkomstandigheden van de mondgezondheidswerkers en het verbeteren van de hygiënische omstandigheden bij het geven van mondzorg.

Faciliteren van projecten
Het afgelopen jaar heeft DHIN onder andere aan deze doelstellingen proberen te werken door projecten in ontwikkelingslanden, maar ook in oorlogsgebieden zoals Syrië en Europa, te faciliteren met instrumentarium, materialen en apparatuur. Zo heeft DHIN onder andere tandenborstels geleverd aan het AZC Heumensoord. Ook heeft DHIN tandheelkundige hulp voor Lesbos ondersteunt met materialen.

Overige gebeurtenissen
Daarnaast heeft DHIN op 20 mei een landelijke contactdag georganiseerd en zijn Hette en Wolter inmiddels meer dan 25 jaar actief voor DHIN. Ries Klomp heeft in 2016 afscheid genomen van DHIN. Ook heeft DHIN Peruaanse collega’s de gelegenheid gegeven om een verhaal te vertellen over hoe zij in Peru de arme bevolking in de geïsoleerde dorpen rondom Cuzco op tandheelkundig gebied willen steunen.

Een compleet overzicht van de activiteiten van DHIN van 2016 is te vinden in het jaarverslag.

Jaarverslag DHIN 2016

Bron:
DHIN Jaarverslag 2016

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z, Uncategorized/
mobiele tandartspraktijk

Tweede mobiele tandartspraktijk Stichting Mondzorg in gebruik

Afgelopen vrijdag 21 april heeft Stichting Mondzorg haar tweede mobiele tandartspraktijk in gebruik genomen. In 2015 startte de stichting met dit concept.

Stichting Mondzorg is een christelijke organisatie die gespecialiseerd is in mondzorg voor dementerende ouderen in verpleeghuizen en psychiatrische patiënten in psychiatrische instellingen. Met deze tweede mobiele tandartspraktijk kan zij haar zorgaanbod uitbreiden. Op dit moment behandeld Stichting Mondzorg patiënten in 20 verschillende verpleeghuizen en instellingen en met het in gebruik nemen van de tweede mobiele praktijk kan dat aantal verder toenemen.

Carolina Ullersma (directeur) geeft aan: “Wij zijn ontzetten blij met de tweede mobiele praktijk. Hierdoor kunnen we nog meer mensen de mondzorg geven waar zij recht op hebben!” De tweede mobiele praktijk zal door zowel de tandartsen als de mondhygiënisten gebruikt gaan worden om de patiënten van Stichting Mondzorg de mondzorg te geven die zij nodig hebben.

Lees meer over: Ouderentandheelkunde, Thema A-Z, Uncategorized/

Posterpresentatie over bewustzijn belang optimale mondzorg

Tijdens het jaarlijkse congres van de ARPH (Association for Researchers in Psychology and Health) op 2 en 3 februari jl. gaf Yvonne Buunk-werkhoven een posterpresentatie over mondgezondheidsbewustzijn en het belang van een gezonde mond bij de consument.

Bekijk de poster “From another perspective: Awareness of the importance of optimal oral health among the healthcare consumer.”

Psychologie en gezondheid
Het ARPH congres werd georganiseerd door de Health, Medical and Neuropsychology afdeling van de faculteit van Social Behavioural Sciences van de Universiteit Leiden. De focus lag op presentatie van wetenschappelijk onderzoeksresultaten en innovatieve benaderingen voor het werkgebied psychologie en gezondheid, zoals gezondheidsgedrag en de vertaling van kennis naar de praktijk van gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

Ook is er een ‘showcase’ van gezondheidspsychologie in Nederland en Vlaanderen gepresenteerd.

“Gedragsverandering is erg complex en er is een grote rol voor de gezondheidspsychologie (gedragsdeskundigen) weggelegd bij het aandragen van oplossingen voor vraagstukken die de lichamelijke en psychische gezondheid bevorderen, maar ook voor de promotie van mondgezondheid en de preventie van (mond)ziekte”, aldus Dr. Buunk-Werkhoven.

 

Yvonne Buunk-Werkhoven is zelfstandig onderzoeker, psycholoog, mondhygiënist en EC-lid van de  Chief Dental Officer/ Dental Public Health Section van de FDI.

 

 

 

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Uncategorized/
speeksel

Promotie: speeksel van mannen en vrouwen is anders samengesteld

Het speeksel van vrouwen is op een andere manier samengesteld dan dat van mannen, aldus Andrei Prodan in zijn proefschrift. Hij lichtte tijdens zijn promotie op 17 januari toe dat het speeksel van vrouwen een lagere pH-waarde en minder buffercapaciteit heeft dan dat van mannen.

Potentiële mondgezondheidsproblemen
De pH-waarde en de buffercapaciteit zijn twee eigenschappen die van belang zijn bij het beschermen van het gebit tegen tandbederf. De samenstelling van het speeksel kan potentieel de afweer in de mond, en daarmee het risico op mondgezondheidsproblemen, beïnvloeden.

Oraal ecosysteem
In de mond bevindt zich een stabiel en veerkrachtig ecosysteem, gebaseerd op een samenspel tussen orale micro-organismen en ‘gastheerfactoren’. Prodan onderzocht de rol die eiwitten, peptiden en metabolieten in het speeksel spelen wat betreft de stabiliteit van dit ecosysteem. Hier kwamen onder andere verschillen tussen mannen en vrouwen uit naar voren.

Gezonde levensstijl
Ook al hebben vrouwen een lagere pH-waarde en minder buffercapaciteit in hun speeksel, dit betekent niet per sé dat zij ook meer risico lopen op een slechte mondgezondheid. Hierop zijn namelijk vele factoren van belang, zoals een gezonde levensstijl met weinig suikerconsumptie en het regelmatig poetsen van de tanden.

Bron: VU.nl

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z, Uncategorized/
composietrestauratie

De posterieure enkelvoudige composietrestauratie

Composiet wordt wereldwijd beschouwd als eerste keuze materiaal voor directe restauraties in de posterieure regio. Posterieure composietrestauraties doen het goed op lange termijn. Verschillende reviews noteren een jaarlijks faalpercentage van 1-3%. Een correct uitgevoerde klinische procedure speelt een kritische rol op de levensduur van de posterieure composietrestauratie.

Verslag van de lezing van prof. dr. Marleen Peumans, Tandarts Adjunct Afdelingshoofd op de afdeling Conserverende Tandheelkunde en hoofddocent aan de KU Leuven.

Levensduur posteriorcomposiet

Factoren zijn:

  • Patiënt
  • Operator
  • Materiaal
  • Type restauratie
  • Onderhoud

De meest bepalende factor voor de levensduur zijn operator en patiëntfactor. In de lezing van Marleen Peumans werd de operateurfactor besproken. Het plaatsen van een goede – aansluiting, contactpunt, vormgeving – posterieure restauratie is niet heel eenvoudig. En hoe diep moet u cervicale restauraties aanpakken? Ook de materiaalfactor en het type restauratie kwam aan bod.

Materiaalkeuze

Adhesiefsystemen

In de tandheelkunde wordt een onderscheid gemaakt tussen twee verschillende adhesief systemen.

  • Ets-en-spoel adhesief
    • 3-staps en 2-staps
  • Zelf-etsend adhesief
    • 2-staps en 1-staps

Er bestaan verschillende ‘zelf-etsende’ adhesiefsystemen het verschil met het ‘ets-en-spoel’ systeem is dat erg geen spoelfase is.

Bij zelf-etsende primers wordt een onderverdeling gemaakt in de zuurtegraad:

  • Sterk : pH <1 (niet geadviseerd)
  • Intermediate : pH +/- 1.5
  • Mild : pH +/-2
  • Ultra-mild : pH >2

Afhankelijk van de zuurtegraad reageren zelf-etsende primers op verschillende wijze met het tandmateriaal en de smeerlaag. Door functionele monomeren, onder andere 10MDP, kunnen ze een chemische hechting aangaan met tandmateriaal. Bij 10MDP monomeer is duidelijk in-vitro aangetoond dat het een binding aangaat met hydroxyapatiet.

De microtreksterkte test is het meest geschikt om de bindsterkte aan dentine te testen. Deze klinische studie is geschikt omdat het grootste deel dentine is, verder is er geen sprake van  macromechanische retentie. Daarom is het een goede test om bindingssterke te evalueren. De goudenstandaard is de 3-staps ets-en-spoel (Optibond FL), maar er is ook een voorkeur voor Clearfil SE bond met selectief etsen van glazuur.

Composiet

Conventionele composieten

Met de grootte van de vuldeeltjes wordt de polijstbaarheid van het composiet bepaald. Een midifil composiet is daarom minder goed polijstbaar.

Een hybide composiet bevat grotere en kleinere vulstofdeeltjes. Het ondervangt hiermee de nadelen van een microcomposiet dat minder sterk is, maar heeft als voordeel dat het goed polijstbaar is. Hybride composieten kunnen onderverdeeld worden in universele composieten en midifil composieten. Een nanohybide composiet is een combinatie van microhybried en nanogevuld.

(Ferracane, 2011)

Microhybried
Anorganische vulstof: 0.6-1 um
SiO2: 40-50 nm

Nanogevuld composiet
SiO2, zirconium
5-100 nm

Midifil composiet
Anorganische vulstof: 1-10 um
SiO2: 40-50nm
Vulstofgehalte: >60Vol%

Keuze
De materiaaleigenschappen van het composiet in de posterieure regio, hebben een geringe invloed op de levensduur van de restauraties, op voorwaarde dat een hybride composiet wordt gebruikt.

Laagkrimpende composieten worden niet meer gebruikt.

Het composiet materiaal (vulstofgehalte van het hybriede composiet) heeft een beperkt positief effect op de levensduur van de restauraties. Dit wordt enkel bemerkt in lange termijn studies (>10 jaar).

Bulk fil composieten

  • Flowable base bulk als onderlaag: Altijd bedekken met conventioneel composiet, maximale laagdikte is 4mm.
  • Paste full body bulk fil: Geschikt voor de gehele restauratie. Laagdikte is maximaal 4-5mm.
  • Vezelversterkte bulkfil: Altijd bedekken met conventioneel composiet.

Alle bulk materialen zijn meer translucent dan conventionele composieten, daardoor wordt een verhoogde uithardingsdiepte verkregen. In vergelijking met hybride composieten hebben ze een lager percentage vulstof. Bulkfill vergemakkelijkt en verkort de duur voor het plaatsen van de restauratie.

De huidige Bulk-fil composieten vormen een hetrogene groep met verschillen in samenstelling, conversiegraad, uithardingsdiepte en krimpspanning. In-vitro is gebleken dat gunstige resultaten behaald kunnen worden, waarbij de meest gunstige resultaten werden genoteerd voor het SDR Flow (Dentsply) materiaal. Het materiaal kan dus een voordeel zijn als er diepe caviteiten gerestaureerd dienen te worden, bijvoorbeeld bij een diepe klasse I. Onderzoek toont geen verschil in klinische gedrag na 3 jaar in klasse I/II composietrestauraties met en zonder SDR. (Van Dijken, 2015)

Het advies van Peumans over bulkfil composieten:

  • Paste Full body bulkfil composieten vertonen in-vitro een minder goede aanpassing in enge diepe caviteiten
  • Bulkfil composieten zijn aangewezen in grote caviteiten, doch in grote caviteiten is laagjes-techniek aangewezen voor gecontroleerde vormgeving.
  • Dus wat is het voordeel bij grote restauraties? Voor een mooie vormgeving dient toch in laagjes te worden opgebouwd. Daarnaast is translucentheid van het materiaal niet zo mooi.

De uitgebreidheid van de restauratie bepaalt de levensduur
De uitgebreidheid van de restauratie bepaalt de levensduur.  Elk bijkomend vlak verhoogt het faalrisico met 30-40%. Bij uitgebreide MOD-restauraties die avitaal zijn, is een knobbeloverkapping dan ook aan te bevelen. Het faalpercentage bij klinische studies naar de levensduur van restauraties met knobbeloverkapping met direct composiet ligt gemiddeld tussen de 10 en 1%. Uit onderzoek van Fennis et al. (2014) blijkt geen verschil tussen direct en indirect restaureren. In een onderzoek van Lagreid et al. (2012) blijken alle falingen herstelbaar te zijn. Scholtanus et al. (2014) concludeert in zijn onderzoek dat directe knobbelopbouwrestauraties met composiet een acceptabel klinische gedrag vertonen na 3 jaar.

Procedure 

  • Voordat u start occlusie en articulatie checken
  • Cofferdam
    • Voordelen
      • Een droog werkterrein
      • Rust/gemak voor de tandarts en patiënt
      • Goede toegang/zicht werkveld
      • Verhoogt de kwaliteit van de de behandeling
      • Kwadrant afzondering is aan te bevelen
  • Preparatie: Afgeronde hoeken, hierdoor minder spanning. Verder zijn schone randen vereist.
  • Glazuurbevel: Voor het afronden van scherpe randen approximaal kan een Sonifelex gebruikt worden. Deze maakt een oscillerende beweging, hierdoor kunt u veilig de approximale vlakken bevelen.
  • Vulling:
    • Veel genoemde tekortkomingen van de posterieure composietrestauratie
      • Proximale vormgeving.
      • Een zwak of het ontbreken van een contactpunt
      • Occlusale vormgeving
      • Oppervlakte gladheid

Advies voor proximale vormgeving en het contactpunt: Gebruik voor een juiste approximale vormgeving een gecontoureerd schildje in combinatie met een separatiering. Bij lastige restauraties, kunt u soms beter eerst de knobbels opbouwen en dan een kleinere approximale box maken voor een goed approximaal contactpunt.

Wat bij diepe cervicale randen?
Gebruik teflontape om de cervicale rand af te sluiten. Diamond Wedges kan gebruikt worden bij grote interdentale ruimtes. Eerst een beetje flow in boxranden kan raadzaam zijn bij een dunne bondinglaag, bij visceus composiet of bulkfil composiet.

  • Kleur: Doel is de natuurlijke tand nabootsen: dentine verloopt concaaf (Bazos, Magne, 2011). Dentine heeft kleur A6, glazuur mediumtranslucent is voor de hand liggend. Je kunt kiezen voor één body kleur, die dan werkt als een kameleon.
  • Afwerken: Soflex, EVA-hoekstuk, polijstrubbers met eventueel polijstpasta.

Prof. Dr. Marleen Peumans studeerde in 1987 af aan de KU Leuven waarna zij de post-graduate opleiding tot Tandarts-specialiste volgde. In 1997 promoveerde zij. Haar bijzondere aandacht gaat uit naar het herstel van elementen met adhesieve restauratiematerialen en het klinisch gedrag van deze restauraties. Verschillende (inter-)nationale publicaties zijn verschenen betreffende veneer restauraties, composietrestauraties in de frontregio en de levensduur van adhesieve restauraties. Vanaf 2004 is zij full-time werkzaam als Tandarts Adjunct Afdelingshoofd op de afdeling Conserverende Tandheelkunde (UZ-Leuven), en is deeltijds hoofddocent aan de KU Leuven.

Verslag door Joanne de Roos, tandarts en docent UMCG, voor dental INFO van de lezing van Marleen Peumans tijdens het congres Posterior2016 van Bureau Kalker.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Restaureren, Thema A-Z, Uncategorized/
Design beugel

Designer-beugels op New York Fashion Week

Waar beugels eerst vooral simpel en efficiënt moesten zijn, kunnen deze vandaag de dag als heus fashion statement dienen. Dr. Clarke Stevens, kieferorthopäde en uitvinder van deze nieuwe beugels, heeft dit jaar zijn nieuwe ‘collectie’ op de New York Fashion Week gepresenteerd.

Alle vormen en maten
Van hartjes, bloemen, sterren of diamanten tot blokjes in de vorm van de mascotte van een team… alle opties staan open als het gaat om in welke vorm het gebit gecorrigeerd gaat worden. “Your smile is your best fashion accessory”, zo luidt het motto van Dr. Stevens op de New York Fashionweek. Met zijn vernieuwende en fashionable versies van beugels hoopt Stevens zowel kinderen als volwassenen blij te kunnen maken.

 

Lees meer over: Uncategorized/