Investeerders kwetsbare ouderen

Investeerders gezocht voor automatische tandenborstel voor kwetsbare ouderen

Tanden poetsen kan moeilijk zijn voor kwetsbare ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Vaak zijn ze fysiek of mentaal niet meer in staat om de juiste poetsbewegingen uit te voeren. Dental Robotics werkt aan een automatische tandenborstel voor deze doelgroep en is op zoek naar investeerders.

Automatische tandenborstel

Een automatische tandenborstel die het gebit poetst zonder dat de gebruiker zelf iets hoeft te doen, dat is het idee. De oudere krijgt een mondstuk met tandpasta in de mond waarin hij moet bijten. Het mondstuk vormt zich naar de mond, zorgt voor de juiste poetsdruk en de juiste hoek van de borstels. Na dertig seconden is alles gepoetst en slaat de borstel automatisch af.

Van afstudeerproject naar startup

Joppe van Dijk studeerde op deze tandenborstel af aan de TU Delft. Inmiddels is de startup Dental Robotics bezig om de borstel verder te ontwikkelen. Er is al een pilot geweest bij de Friese zorginstelling Patyna, die succesvol is verlopen. Het poetsen met de automatisch tandenborstel bleek gemakkelijk door de oudere zelf of een verzorgende uitgevoerd te kunnen worden. Mensen met dementie accepteerden de borstel goed. De zorginstelling heeft dan inmiddels ook een vervolgbestelling gedaan.

Investeerders gezocht

Om de automatische tandenborstel verder te kunnen ontwikkelen heeft de startup een half miljoen euro nodig. Er worden daarom investeerders gezocht. Daan Domhof van Dental Robotics vertelt: “We hebben een eerste pilotserie geproduceerd en die getest in het verpleeghuis. Hierop kregen we heel goede feedback. Nu zijn we een verbeterde versie aan het finaliseren, zodat we die kunnen gaan uitrollen in de ouderenzorg.”

Voorlopig is het alleen voor KNMT-leden mogelijk om te investeren. Dental Robotics wil namelijk graag tandartsen aan zich binden om zo een netwerk aan kennis en ervaring te krijgen, wat de doorontwikkeling van de tandenborstel ten goede kan komen. Van investeerders wordt een minimale inleg van 10.000 euro gevraagd in de vorm van een converteerbare lening. Geïnteresseerden kunnen voor meer informatie terecht bij Dental Robotics.

 

Lees meer over: Uncategorized/
Hoe kun je patiënten motiveren om hun gedrag te veranderen

Hoe kun je patiënten motiveren om hun gedrag te veranderen?

Het NVM-najaarscongres staat dit jaar in het teken van ‘positieve gezondheid’ en op welke manier je patiënten kunt motiveren om hun gedrag blijvend te veranderen. dental INFO sprak hierover met Johnny Buivenga, gedragspsycholoog en een van de sprekers op het congres.

Positieve gezondheid

Positieve gezondheid is een benadering binnen de gezondheidszorg waarbij niet de ziekte of aandoening van iemand centraal staat, maar juist wat hij of zij wel kan en wil. De nadruk ligt hierbij op veerkracht, eigen regie en een betekenisvol leven. Door een patiënt zelf de regie te laten nemen, zal deze eerder intrinsiek gemotiveerd zijn voor gedragsverandering.

Kun je iets meer vertellen over je achtergrond?

“Ik ben gedragspsycholoog. Dat is niet de traditionele psycholoog waar mensen in eerste instantie aan denken, die bijvoorbeeld mensen met depressieve klachten helpt. Ik bestudeer het gedrag van mensen in groepen. Ik houd me bezig met de vraag: waarom gedragen mensen zich zoals ze zich gedragen? En gegeven de oorzaken van hun gedrag: hoe kunnen we dat gedrag een gewenste richting op veranderen? Dit kan op allerlei vlakken: mensen meer met de trein laten reizen in plaats van de auto, mensen duurzamere etenskeuzes laten maken of meer laten recyclen. Ook op het gebied van mondzorg kun je gedrag proberen te beïnvloeden. Je kunt bijvoorbeeld een patiënt motiveren een behandelplan na te leven of stimuleren om beter of vaker te rageren.”

Is er een andere benadering van de patiënt in de mondzorg nodig? Wat gaat er nu niet goed?

“Op dit moment wordt er (in mijn optiek) in de mondzorg te veel geleund op een traditioneel, rationeel mensbeeld: informeer, beargumenteer en belicht positieve of negatieve consequenties van het handelen en het gedrag van de patiënt volgt. Dit mensbeeld wordt (niet alleen in de mondzorg) nog te sterk aangehangen, terwijl menselijk gedrag in de meeste situaties lang niet zo rationeel tot stand komt. Menselijk gedrag komt veel vaker onbewuster of door andere, bijvoorbeeld sociale, invloeden tot stand. Wanneer de mondzorgkunde op dergelijke invloeden zal inspelen om gedrag te veranderen, verwacht ik dat dit beter aansluit op de behoefte van de patiënten, met ‘beter’ gedrag en in het verlengde daarvan, mondhygiëne, tot gevolg.”

Waarom is het zo moeilijk om een patiënt zijn of haar gedrag te laten veranderen?

“Menselijk gedrag komt veelal door onbewuste en niet rationele oorzaken tot stand. Omdat hier nog niet altijd voldoende op ingespeeld wordt, is het veranderen van gedrag vaak lastig. Om te bepalen wat de specifieke oorzaak is die het veranderen van gedrag bemoeilijkt, is het essentieel om naar het specifieke gedrag in kwestie te kijken. Een gegeneraliseerde uitspraak is lastig om te doen. Maar iets wat je vaker terugziet als factor die verandering bemoeilijkt, is ‘gewoontegedrag’. Het is lastig om slecht gewoontegedrag af te leren en het is moeilijk om van nieuw gedrag zoals rageren een routine te maken. Tijdens de lezing in het NVM-najaarscongres vertel ik over meer factoren die gedragsverandering bemoeilijken en geef ik concrete handvatten vanuit de gedragspsychologie om daarmee om te gaan.”

Wat kan een mondhygiënist doen om een patiënt te motiveren?

“In het contact met de patiënt proberen rekening te houden met of in te spelen op de meer irrationele, onbewuste oorzaken van het gedrag van de patiënt. Dit is succesvoller dan het veranderen daarvan. Je sluit op deze manier beter aan bij de behoefte van de patiënt. Dit vereist natuurlijk dat je iets van kennis hebt van psychologische concepten en gedragswetenschap. Dit is te leren in cursussen of door erover te lezen. Maar ook zonder cursussen en bijlezen is dit te doen, door:

  • te beseffen dat informatie geven vaak onvoldoende is;
  • mensen niet te vertellen wat ze ‘moeten’ doen;
  • een goede relatie met de patiënt op te bouwen;
  • in gesprek te gaan met de patiënt en te luisteren naar wat de patiënt te zeggen heeft (wat een lastige is gezien de gemiddelde behandeltijden);
  • rekening te houden met de individuele behoefte van de patiënt en de patiënt zelf te laten nadenken over mogelijke oplossingen voor hem of haar;
  • concrete afspraken te maken met de patiënt over gedrag dat vertoond dient te worden (zonder hierin autonomie in te perken).

Tijdens de lezing op het NVM-najaarscongres worden deze tips verklaard en onderbouwd en krijg je meer concrete manieren vanuit de gedragspsychologie aangereikt om patiënten te stimuleren om meer de eigen regie en verantwoordelijkheid te nemen.”

Kan een mondhygiënist dit alleen doen of zijn er hiervoor in de hele mondzorgpraktijk waarin zij werkt veranderingen nodig?

“Een mondhygiënist kan dit zeker alleen doen, omdat het belangrijkste en grootste gedeelte van het patiëntcontact in de behandelkamer plaatsvindt. Het wordt echter gemakkelijker wanneer de praktijk ondersteuning biedt door leesmateriaal, trainingen of cursussen te faciliteren. Daarnaast beklijft een andere kijk en aanpak natuurlijk beter als je daar met collega’s onderling over kan discussiëren of sparren.”

 

 Interview door Yvette in ’t Velt met Johnny Buivenga, gedragspsycholoog bij en eigenaar van De Beweegreden. Hij is een van de sprekers op het NVM-najaarscongres. Dit congres vindt plaats op 15 november 2019 in Theater Orpheus in Apeldoorn en heeft als onderwerp ‘Positieve gezondheid. Wat motiveert jouw cliënt om te veranderen?’

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Scholing, Uncategorized/
Waarschuwing voor patiënten die naar het buitenland worden gelokt voor behandelingen

Waarschuwing voor patiënten die naar het buitenland worden gelokt voor behandelingen

De Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen (VBT) roept patiënten op om op hun hoede te zijn op het moment dat behandelingen in het buitenland worden aangeboden. Deze artsen zijn vaak niet voldoende gekwalificeerd waardoor het risico op fouten en gezondheidsproblemen groot is.

Magic Smile

De VBT waarschuwt in het specifiek voor Magic Smile, die op 24 en 25 mei informatiedagen organiseerde. Op deze dagen konden geïnteresseerden in gesprek gaan met een van de medewerkers van Magic Smile om een mondonderzoek te laten uitvoeren en een behandelplan op te laten stellen. Vervolgens werden de afspraken en behandelingen ingepland bij praktijken in Turkije.

Gebrek aan kwalificaties en ervaring tandartsen Turkije

Waar er op het eerste gezicht niks mis lijkt te zijn met deze Turkse praktijken doet een wat dieper onderzoek deze mening snel veranderen. Er zijn veel verhalen te vinden van Belgische patiënten die nare ervaringen hebben opgedaan. Dit is niet raar, aangezien de Turkse tandartsen vaak niet volgens Europese standaarden gekwalificeerd zijn en weinig ervaring hebben. Ook is de behandelende arts verantwoordelijk voor de nazorg en behandeling van complicaties, waarbij de patiënt vaak niet meer in Turkije terecht kan. Tenslotte is er geen garantie dat de behandeling in Turkije en eventuele schade door de Belgische zorgverlener zal worden vergoed.

“Bestaat hier een risico voor de volksgezondheid wanneer betrokken firma, die duidelijk enkel commerciële belangen heeft, niet meer opspoorbaar blijkt, of wanneer blijkt dat bezwarende elementen verdwenen zijn? Men opereert vanuit een hotel en is dus zeer mobiel. Wat met de aansprakelijkheid, waar kan de patiënt terecht met klachten als de consultatie of behandeling fout gaat of zelfs faliekant uitdraait?”
Frank Herrebout van de VBT.

Waarschuwing

De VBT roept patiënten daarom op om erg voorzichtig om te gaan met dergelijke behandelingen en om deze vooral niet in het buitenland te laten uitvoeren. Ook heeft de VBT aangevraagd of de federale overheidsdienst Volksgezondheid de zaak uitgebreid kan onderzoeken om gezondheidsrisico’s tegen te gaan.

Bron:
Nieuwsblad.be

Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z, Uncategorized/
Brug of implantaat? Een dagelijks dilemma

Brug of implantaat? Een dagelijks dilemma

De keuze welke oplossing het meest geschikt is voor de opvulling van een diasteem ter grootte van één enkel element komt regelmatig voor in de dagelijkse praktijk. Indien de voorkeur uitgaat naar een vaste voorziening dan zijn zowel een (ets-) brug als een implantaatgedragen kroon een mogelijkheid. Maar zijn beide opties even voorspelbaar en duurzaam? Wat mag een patiënt ervan verwachten? Of anders gezegd, waar hangt de indicatie of contra-indicatie van de twee mogelijkheden van af? Zijn er biologische en/of restauratieve parameters die kunnen bijdragen om een gedegen keuze te maken en zo ook de patiënt te kunnen informeren?

Verslag van de lezing van Martijn Moolenaar, tandarts/implantoloog, prosthodontist en eigenaar van het Dental Design Center in Blaricum.

Een patiënt komt bij je met een missende tand of kies. Met enige regelmaat krijgen we te maken met dit dilemma. Wat zijn de mogelijkheden? Wat leggen we aan onze patiënten voor? En als de patiënt wil gaan voor een vaste voorziening; een etsbrug, een conventionele brug of een implantaat, kunnen we ons advies dan ook wetenschappelijk onderbouwen?

Bij een dergelijke casus zal eerst een ‘risk assessment’ moeten worden uitgevoerd. Waarbij gekeken wordt naar esthetiek, functie, structuur en biologie. Verder worden de volgende factoren mee gewogen.

  • Wens van de patiënt
  • Leeftijd (liefst implanteren uitstellen totdat de groei is gestopt/ afgeremd)
  • Locatie in de tandboog
  • Conditie buurelementen
  • Conditie parodontium
  • Conditie pulpa
  • Type occlusie en functie

De etsbrug

Hoe lang gaat een etsbrug mee? Onderzoek geeft aan dat een etsbrug met één vleugel het beter doet dan met twee vleugels. Bij een ontwerp met twee vleugels kan een breuk ontstaan bij één van de vleugels doordat beide pijlers los van elkaar bewegen. 10-jarige data van Kern et al. uit 2011, waarbij één vleugel met twee vleugels werden vergeleken, tonen overlevingspercentages van etsbruggen met twee vleugels van 73.9% en met één vleugel van 94.4 % na 10 jaar. In dit onderzoek werden etsbruggen van glas geïnfiltreerde aluminia geplaatst, waardoor het mogelijk was de etsbruggen aan het pijlerelement te hechten.
Een systematic review door Thoma DS et al. concludeerde in 2017 dat de resultaten van etsbruggen in het front beter zijn dan in de zijdelingse delen en in de bovenkaak beter dan in de onderkaak. Ook kwamen zij tot de conclusie dat een etsbrug met 1 vleugel superieur is ten opzichte van een etsbrug met twee vleugels. Zirconium kwam uit de review als beste onderstructuur naar voren. Verder rapporteerde de review overlevingspercentages van 91.4% na 5 jaar en 82.9% na 10 jaar.

De vijfjaars data met betrekking tot zirkonium etsbruggen zijn heel goed, de meest voorkomende problemen van zirconium etsbruggen zijn de-bonding en chipping. Het overlevingspercentage ligt na 5 jaar wel op 100%. Hechting aan de pijler kan alsnog worden verkregen door de vleugel te voorzien van een keramisch laagje.

Metalen vleugels

Een specifieke groep zijn tieners met agenetische laterale incisieven die klaar zijn met de orthodontie, maar nog te jong voor implantologie. Waar kies je dan voor. In deze transitiefase kan een etsbrug met twee metalen vleugels een goede optie zijn. Contra-indicaties hierbij zijn:

  • een diepe overbeet
  • elementen die in eversie staan
  • mobiliteit van de buurelementen
  • translucentie van de buurelementen

Voordeel van een dergelijke tijdelijke etsbrug met metalen vleugels is dat deze makkelijk te herplaatsen is, vooral bij een overgangssituatie naar implantologie.

De conventionele brug

De conventionele brug is natuurlijk eveneens een optie voor een vaste voorziening ter vervanging van een missend element. Deze optie is behoorlijk meer invasief; de buurelementen worden voorzien van een volledige omslijping. Uit onderzoek komt naar voren dat na omslijping van een element de kans op verlies van het element 16 x vergroot is. Verder blijkt dat bij gekroonde elementen in 3 -33 % van de gevallen sprake is van endodontische problematiek. Dit terwijl endodontisch behandelde elementen op hun beurt weer geassocieerd zijn met een gereduceerde overleving.
Veelvoorkomende problemen die bij conventionele bruggen zijn: secundaire cariës, chipping, los komen van de restauratie. Het fenomeen chipping komt voornamelijk voor bij bruggen met een zirconium onderstructuur. Pjetursson et al. keken ook naar de survival in hun systematic review. Bruggen van metaal porselein lieten na 5 jaar een survival zien van 94.4%, versterkt glaskeramiek 85.9%, glas geïnfiltreerd aluminium 86.2% en zirconium 90.1 %.

Het wil nog wel eens voorkomen dat zirconium restauraties een te losse fit hebben. Daardoor kan een randspleet ontstaan en is de kans op secundaire cariës verhoogd. Bij constatering van een te losse pasvorm is het belangrijk om in overleg te treden met je tandtechnicus. Om zo samen het eindresultaat van je indirecte restauraties te verbeteren. Zoek een goed en warm contact met je keramist.

Het implantaat

Ten slotte kan een diasteem opgevuld worden met een implantaatkroon. Groot voordeel van een implantaatkroon is dat de buurelementen intact blijven. Maar hoe zit het met de overleving van een implantaat en implantaatkroon en met welke complicaties zouden we verder rekening moeten houden?
Jung et al rapporteren in hun systematic review in 2012 een overlevingspercentage na 10 jaar van 95,2% van het implantaat en 89.4% van de implantaatkroon. Overleving is zeker een belangrijke uitkomstmaat, maar hoe zit het met de ‘kwaliteit van overleven’. In hun review rapporteren Jung et al ook over de biologische en technische complicaties die kunnen optreden bij implantaatkronen.

Biologische complicaties

  • soft tissue complicaties (7,1%)
  • meer dan 2 mm botverlies (5,2%)
  • esthetische complicaties (7,1%)

Technische complicaties

  • los komen van de schroef (8,8%)
  • verlies van retentie (4,1%)
  • chipping (3,5%)

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek van Cosyn et al (2016) zijn de hoge overlevingspercentages bij enkeltandsvervanging door middel van een implantaatkroon. Na een jaar werd midbuccaal wel enige recessie waargenomen. Bovendien was bij 8 van de 17 geïncludeerde implantaatkronen sprake van esthetische complicaties.

Ten slotte zal ook orthodontie als optie meegenomen moeten worden in de besluitvorming. Naast de besproken vaste voorzieningen behoort het orthodontisch sluiten van het diasteem in veel gevallen ook tot een optie.
Om een patiënt goed te kunnen adviseren bij de besluitvorming is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de mogelijkheden en beperkingen van de mogelijke behandelopties. Daarbij lijkt kennis van de laatste wetenschappelijk ontwikkelingen onontbeerlijk. Het eindresultaat is niet alleen afhankelijk van u als operateur, maar komt tot stand door teamwork. Een warme band met uw tandtechnicus is daarbij van groot belang.

Martijn Moolenaar is tandarts/implantoloog, prosthodontist en eigenaar van het Dental Design Center in Blaricum. Hij studeerde tandheelkunde op ACTA waarna hij zich specialiseerde in de esthetische restauratieve tandheelkunde en implantologie. Ook is hij sinds 2005 als specialist geregistreerd bij de NVOI. Hij is actief lid van de AES (Am. Equilibration Society), de AAFP (Am. Ac. for Fixed Prosthodontics), de EAED en van een internationale studiegroep op het gebied van esthetische tandheelkunde en implantologie. Tevens is hij bestuurslid van de NVVRT. Martijn Moolenaar geeft veel lezingen en workshops in zowel binnen- als buitenland op het gebied van de esthetische tandheelkunde en implantologie.

Verslag door tandarts en praktijkeigenaar Nynke Tymstra, voor dental INFO, van de lezing van Martijn Moolenaar tijdens het congres Restaureren van Bureau Kalker

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z, Uncategorized/
Ouderen moeten vaker worden getest op slaapapneu

Ouderen moeten vaker worden getest op slaapapneu

Nieuw onderzoek suggereert dat, met name oudere, patiënten vaker op slaapapneu getest zouden moeten worden. Uit de studie bleek dat waar de helft van deze groep risico loopt op slaapapneu, momenteel slechts 10 procent van de mensen hierop wordt gescreend.

Aantal mensen met obstructieve slaapapneu onbekend

Het is onbekend hoeveel volwassenen in de Verenigde Staten kampen met obstructieve slaapapneu, aangezien de paar goede studies die hiernaar zijn gedaan inmiddels al meer dan 30 jaar oud zijn. Daarom wilden Galit Levi Duniets, PhD in slaap epidemiologie aan het Michigan Medicine’s Sleep Disorders Center aan de Universiteit van Michigan in Ann Arbor, en zijn team onderzoeken hoeveel Amerikanen hier risico op lopen. Daarnaast wilden ze kijken of deze risicopatiënten evaluaties, diagnoses en behandelingen ontvangen.

STOP-Bang vragenlijst

Het onderzoek werd gedaan met behulp van data van een nationale gezondheids- en verouderingsenquête, met data van meer dan 1000 patiënten van 65 jaar of ouder. De deelnemers werden gevraagd naar hun slaapproblemen, met behulp van de STOP-Bang vragenlijst. STOP staat hierbij voor snoring (snurken), tiredness (vermoeidheid), observed apneas (geobserveerde slaapapneu), high blood pressure (hoge bloeddruk), body mass index (bmi), age (leeftijd), neck circumference (halsomtrek) en gender (geslacht).

Deze vragenlijst kan nauwkeurig bepalen of mensen wel of niet gevoelig zijn voor obstructieve slaapapneu. Over het algemeen staat een score van 0 tot 2 voor laag risico, 3 tot 4 voor gemiddeld risico en 5 of hoger voor hoog risico.

Meer dan helft ouderen groot risico op slaapapneu

De onderzoekers vonden dat 56 procent van de onderzochte patiënten groot risico loopt op slaapapneu, terwijl slechts 8 procent van deze patiënten hier daadwerkelijk op was getest. Van de geteste patiënten werd 94 procent daadwerkelijk gediagnosticeerd met slaapapneu. Dit toont overduidelijk aan dat ouderen veel te weinig worden getest op slaapapneu. De onderzoekers hopen dat dit in de toekomst vaker kan worden gedaan.

Bron:
Journal of the American Geriatrics Society

Lees meer over: Slaapgeneeskunde, Thema A-Z, Uncategorized/
Mondpleister voor efficiëntere behandelingen

Mondpleister voor efficiëntere behandelingen

Onderzoekers van de University of Sheffield hebben een speciale pleister ontwikkeld die blijft plakken op vochtige oppervlaktes. Met behulp van deze pleister kunnen steroïden directer worden toegediend en wordt er een beschermende laag in de mond gecreëerd, om het genezingsproces te bespoedigen.

Alternatief voor crèmes en mondwater

De pleister is met name een grote doorbraak voor de behandeling van onder andere oral lichen planus (OLP) en recurrent aphtous stomatitis (RAS). Beiden zijn ziektes die pijnlijke laesies veroorzaken en tussen de 1 en 2 procent van de bevolking beslaan. Tot nu toe kunnen beiden alleen worden behandeld met behulp van crèmes en mondwater, waarmee er slechts de mond als een geheel, en niet op een specifiek gebied, kan worden gericht. Hierdoor zijn deze in de meeste gevallen niet effectief.

Doelgerichte behandeling met pleister

De biologisch afbreekbare Rivelin pleister heelt als het ware een specifiek gebied in de mond, en vormt daarnaast een beschermende barrière. Bij het testen van de pleister werd deze beoordeeld als erg comfortabel. Daarnaast gaven de patiënten die de pleister testten aan tevreden te zijn met de tijd dat de pleister bleef zitten.

De pleister werd ontwikkeld door Craig Murdoch en zijn team van onderzoekers van de University of Sheffield’s School of Clinical Dentistry in samenwerking met Dermtreat A/S in Kopenhagen. Jens Hansen, CEO van Dermtreat A/S: “De samenwerking met de University of Sheffield heeft de vertaling van ons intellectueel eigendom naar klinisch gebruik aanzienlijk versneld. Ons is bedrijf is er zeker van dat er snel goedkeuring zal worden gegeven om de pleister daadwerkelijk te gaan gebruiken voor de drukkende klinische vraag voor orale medicijnen.”

Fase twee van onderzoek

Dermtreat A/S heeft onlangs een prijs van $17,7 miljoen gewonnen van venture capital bedrijf Sofinnova. Hierbij zal de pleister naar fase twee van klinisch testen worden gebracht. De testen zullen worden gehouden in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk. Ook zal er gaan worden gewerkt aan pleisters voor andere doeleinden.

Bron:
The University of Sheffield

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z, Uncategorized/
Detecteren van cariës in melkgebit met bitewing beelden

Detecteren van cariës in melkgebit met bitewing beelden

Eerder bleek dat bitewing radiografische beelden kunnen helpen bij het vinden van cariës in blijvende tanden in het gebit. Of dit echter ook geldt voor het melkgebit was voorheen onbekend. Daarom besloot L. A. Foster Page om samen met haar collega’s van de tandheelkundige faculteit van de University of Otago in Nieuw-Zeeland te bestuderen hoe goed cariës in het melkgebit gedetecteerd kunnen worden, door bitewing radiografie te vergelijken met een klinisch gebitsonderzoek.

Klinisch onderzoek vs. radiografische afbeeldingen

Voor het onderzoek werden meer dan 500 Nieuw-Zeelandse kinderen tussen de drie en acht jaar oud bestudeerd. 75 procent van deze kinderen was jonger dan zes. Elk kind onderging eerst een klinisch onderzoek, uitgevoerd door een van de dertien deelnemende tandartsen. Daarna maakte elke tandarts een bitewing radiografische afbeelding van het melkgebit, waarop een Belmont Belray 096-C systeem werd toegepast. De tandartsen legden hun bevindingen over de staat van de melktanden, inclusief het aantal gevonden gaatjes, van elk kind vast. Aan de hand van het aantal beschadigde, missende of gevulde melktanden (dmfs) werden de kinderen verdeeld in drie groepen: 0 dmfs, 1 tot 8 dmfs en 9+ dmfs.

Meer gaatjes gedetecteerd met bitewing beelden

Op basis van het klinische onderzoek werden bij 63,1% van de kinderen cariës gevonden, met een gemiddelde dmfs van 4,6. Naar aanleiding van de radiografische afbeeldingen bleken echter 74,7% van de kinderen gaatjes te hebben, met een gemiddelde dmfs van 5,8. Van de 185 kinderen waarbij in eerste instantie geen cariës werden gevonden, bleek dit bij 124 van hen toch wel zo te zijn in de radiografische beelden.

Al met al duidt deze studie aan dat waar het een uitdaging kan zijn om bij kinderen bitewing radiografische beelden te maken, de resultaten weldegelijk nuttig zijn om gaatjes in het melkgebit beter te kunnen detecteren. Foster Page: ‘De resultaten van deze studie tonen aan dat het heel nuttig is om gebruik van bitewing radiografie te overwegen bij kinderen, om gaatjes beter te kunnen vinden en behandelen.’

Bron:
BMC Oral Health

Lees meer over: Cariës, Thema A-Z, Uncategorized/
Vroege detectie van parodontitis door sensor in de mond

Vroege detectie van parodontitis door sensor in de mond

Speekselmarkers en gingivale creviculaire vloeistoffen spelen een belangrijke rol in de moderne parodontale diagnostiek. Om hier nog beter gebruik van te kunnen maken werken Amerikaanse onderzoekers momenteel aan een sensor die de bijbehorende waarden automatisch kan verzenden.

Detectie tandvleesontsteking door biomarkers

Nog voordat een tandvleesontsteking kan worden vastgesteld met behulp van bijvoorbeeld röntgenfoto’s kan deze al worden gedetecteerd door biomarkers. Met name speeksel en gingivale creviculaire vloeistoffen lijken hiervoor goede indicatoren.

Elektronische chip in mond

Onderzoekers van de Washington University School of Medicine in St. Louis en de School of Engineering & Applied Science besloten daarom om deze aanpak verder te ontwikkelen en een manier te zoeken om de testen te automatiseren. Ze deden dit door een elektronische chip van slechts een aantal millimeters groot te ontwikkelen, die bijvoorbeeld kan worden bevestigd aan een beugel of kan worden gebruikt in de ruimte bij het tandvlees.

Toegang tot informatie op elk moment

De sensor bevat biodetectie-elementen die peptideniveaus kunnen opvangen, om deze vervolgens uit te lezen via een radioverbinding en beschikbaar te maken in de cloud. Op deze manier zou de behandelende tandarts op elk moment toegang kunnen hebben naar de peptidenwaarde in de mond op dat moment zelf, zonder dat de patiënt hiervoor langs de arts hoeft te gaan.

Het project is nog te onontwikkeld om te kunnen zeggen of de sensor daadwerkelijk toegevoegde waarde kan bieden aan de patiënt en tandarts. Hier wordt momenteel hard aan gewerkt.

Bron:
Dentistrytoday.com

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z, Uncategorized/
Microdraden bij implantaat bevorderen osseointegratie

Microdraden bij implantaat bevorderen osseointegratie

Nieuw onderzoek heeft gekeken naar welke implicaties het ontwerp van een implantaat met zich mee kan brengen voor de mondgezondheid. Hierbij werd met name gekeken of implantaten met microdraden op de nek bij zouden kunnen dragen aan het behoud van het crestale bot.

Microdraden vs. traditionele implantaten

Het onderzoeksteam beoordeelde 23 relevante artikelen die werden gepubliceerd tussen 1995 en 2016. In sommige van de artikelen werd gebruik gemaakt van implantaten met microdraden op de nek, waar in de andere artikelen gebruik werd gemaakt van traditionele implantaten, met machinaal gemaakte of geruwde nekoppervlakken.

Meer stabiliteit

De verschillende studies werden vergeleken, waaruit bleek dat de implantaten met microdraad meer stabiliteit teweeg brachten tussen bot en implantaat. Dit bleek met name het geval op het moment dat er weinig kaakbot meer over was. Daarnaast zorgde het gebruik van microdraad dat de noodzaak om bot te verwijderen voor de implantatie kleiner werd.

Osseointegratie

Dit onderzoek was een van de eerste studies die naar de effecten in de mond van de nieuwe implantaat-generatie heeft gekeken. Het resultaat van de studie toont dat het wel of niet gebruiken van microdraden bij implantaten de osseointegratie en dus het succes van het implantaat flink kan beïnvloeden.

Conclusie

Met deze resultaten hopen de onderzoekers om implantologen te kunnen helpen met het maken van een geïnformeerde implantaatbeslissing voor hun patiënten. Toekomstig onderzoek zal moeten aantonen hoe microdraden zich precies gedragen met verschillende botaanvoer en implantatietechnieken.

Bron:

Journal of oral implantology 

Lees meer over: Implantologie, Thema A-Z, Uncategorized/
Behandeling van perforaties: welke factoren spelen mee?

Behandeling van perforaties: welke factoren spelen mee?

Het veroorzaken van een perforatie is voor veel tandartsen een stressvolle gebeurtenis. Perforaties kunnen niet alleen ontstaan als complicatie bij een endodontische behandeling, maar kunnen ook het gevolg zijn van een pathologisch proces, zoals wortelresorptie. Het is vaak lastig te bepalen wat te doen. Endodontoloog Marga Ree besprak in haar lezing de factoren die van invloed zijn op het beslisproces. Wat is de prognose en is het daarmee het geld en de tijd waard? Of kan er beter gekozen worden voor extractie?

Etiologie

Wat zijn situaties waardoor je kan perforeren?

– Complicatie tijdens preparatie van endodontische opening
– Complicatie tijdens instrumentatie
– Complicatie tijdens de restauratieve behandeling of herbehandeling
– Ten gevolge van cariës of resorptie

Locatie

  • Cervicaal
  • Furcatie
  • Midden
  • Apicaal

Diagnose

Aan de hand van klinisch onderzoek kunnen fistels, pockets en furcatieproblematiek worden waargenomen. Aan de hand van röntgenologisch onderzoek kan de diagnose van een perforatie gesteld worden door vergelijking met pre-operatieve röntgenfoto’s, de locatie van de radiolucentie of door een CBCT.

Manieren om een perforatie tijdens behandeling vast te stellen:

  • Directe observatie
  • Indirect met behulp van papierstiften
  • Pijn en bloeding op een ongewone locatie
  • Apexlocator, röntgenfoto’s

Behandeling

Factoren die van invloed zijn op de prognose:

  • Locatie
  • Tijd
  • Grootte
  • Communicatie met mondholte
  • Pre-operatieve laesie
  • Restauratieve status

Lang bestaande perforaties die gecontamineerd zijn hebben een slechte prognose, daarnaast hebben ook perforaties in een furcatie een slechte prognose. Perforaties in de kritische zone kunnen resulteren in parodontale afbraak.

Materialen die in de loop der jaren zijn gebruikt voor het afsluiten van een perforatie

  • Amalgaam
  • Calciumhydroxide
  • Super-EBA
  • Glasionomeer
  • Composiet
  • Gutta-percha
  • Zinc-oxide eugenolcementen
  • Calciumsilicaatcementen

Biokeramische producten in de endodontie

Over het algemeen zijn biokeramische materialen op basis van calciumsilicaat. Hiertoe behoren de meeste producten die aan MTA gerelateerd zijn. Ze zijn verkrijgbaar in poeder/vloeistof of voorgemengd en beschikbaar in drie consistenties: sealer, pasta, putty.

MTA

Sinds 1998 is MTA op de markt. Eigenschappen van MTA:

  • Dimensioneel stabiel
  • Expandeert bij uitharding
  • Antibacteriële eigenschappen door hoge pH
  • Biocompatibel
  • Genereert een interface van hydroxyapatiet als het in contact komt met weefselvloeistof
  • Bij doorpersen van MTA lost met materiaal te zijner tijd op
  • Goede lange-termijnprognose

Nadelen

  • Lange uithardingstijd
  • Toxische elementen, zoals arcenicum, chroom, lood
  • Mogelijk lekkage van aluminium
  • Consistentie
  • Lastig te appliceren in nauwe kanalen
  • Verkleuring van tandweefsel – De stof voor röntgencontrast, bismutoxide , is hier mogelijk de oorzaak van, naast het gebrek aan zuurstof in het wortelkanaal en als in gevolg van contact met bloed en NaOCL.

 MTA is een calciumsilicaatcement en wordt wel beschouwd als een eerste generatie bioactief materiaal. Het heeft voordelen, maar kent ook wat nadelen. Daarom zijn er in de loop der jaren alternatieve materialen ontwikkeld. Onder andere Biodentine en Root Repair Material Putty.

Biodentine

Biodentine werd in 2009 geïntroduceerd als dentine vervanger. Sinds 2008 zijn er hierover 300 artikelen verschenen. Biodentine is ook geschikt voor pulpotomie.

Vergelijking biodentine en MTA voor perforaties: in vijf artikelen gelijkwaardig, in vier artikelen biodentine beter en in één artikel biodentine slechter. Volgens Marga Ree is de keuze vaak gebaseerd op een persoonlijke voorkeur.

Endosequence/Total fill Root Repair Material Putty, Paste en BC sealer

Deze materialen zijn geïntroduceerd in 2007 als iRootSP, iRootBP en iRoot BP plus. Sindsdien zijn er meer dan 150 studies hierover verschenen. De meeste studies tonen gunstige eigenschappen met betrekking tot biocompatibiliteit, cytotoxiciteit, mineralisatie en afsluitend vermogen, vrijkomen van calciumionen, antibacteriële eigenschappen. Het is vergelijkbaar met MTA.

Behandelplanning bij perforaties:

  • Beslissing wel of niet behandelen: prognostische factoren
  • Conventioneel, chirurgisch of beide?
  • Selectie van vulmateriaal
  • Klinische procedure (gebruik van oa. carriers en paperpoint)
  • Restauratieve follow-up behandeling
  • Lange-termijnprognose

Behandelresultaat

In de lezing laat Marga Ree meerdere klinische casussen zien, die allen na 10 jaar een goede follow-up tonen. Hieruit, alsook uit de wetenschappelijke publicaties kan geconcludeerd worden dat een adequate behandeling van een perforatie ook op lange termijn kan resulteren in behoud van een element. In esthetisch kritische situaties gaat de voorkeur uit naar bismutoxidevrije calciumsilicaat materialen.

Marga Ree

Marga Ree studeerde in 1979 af als tandarts aan de UvA. In 2001 heeft zij haar specialisatie endodontologie voltooid met een Master of Science degree. Zij is een veelgevraagd spreker en heeft inmiddels meer dan 150 lezingen en hands-on cursussen gegeven in binnen- en buitenland. Er staan diverse publicaties in (inter)nationale vaktijdschriften op haar naam. Op het gebied van algemene tandheelkunde en endodontologie schreef zij diverse hoofdstukken voor verschillende boeken. Sinds 1980 voert zij praktijk in Purmerend, waarvan de laatste vijftien jaar een verwijspraktijk voor endodontologie.

Verslag door Joanne de Roos, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Marga Ree tijdens het congres Endodontische complicaties van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
Interdentaal reinigen: hoe motiveert u uw patiënt?

Interdentaal reinigen: hoe motiveert u uw patiënt?

Voor mondzorgprofessionals is het een uitdaging om ervoor te zorgen dat mensen dagelijks interdentaal reinigen. De American Dental Association (ADA) meldt dat slechts één op de vier Amerikanen dagelijks flost.

De American Academy of Periodontology concludeert dat bijna 27% van de Amerikaanse volwassenen liegt over hoe vaak ze flossen. Uit onderzoek blijkt dat Amerikanen nog liever de afwas doen, in de file staan en de toilet schoonmaken dan flossen.

Als mondzorgprofessional kunt u de patiënt informeren over het belang van tandenpoetsen en het gebruik van tandenstokers of ragers voor een goede mondverzorging.

Informeren

Voor tandheelkundige professionals is het essentieel dat patiënten bereid zijn om dagelijks rageren of tandenstokers gebruiken. Tijdens een tandarts- of mondhygiënistbezoek is het daarom belangrijk om poetstechnieken en het gebruik van tandenstokers en ragers te bespreken en het belang van goede mondverzorging te benadrukken. U kunt ook de gevolgen te laten zien aan de hand van röntgenfoto’s  om aan te tonen waar zich ontstekingen of gaatjes bevinden of kunnen ontstaan. Daarbij kunt u ook uitleggen hoe tandplak ontstaat en kan leiden tot tandvleesaandoeningen met mogelijk tandverlies tot gevolg.

Oplossingen zoeken

Probeer eventueel te achterhalen waarom de patiënt het gebit niet goed verzorgd zodat u samen tot een oplossing kan komen. Als de patiënt bijvoorbeeld aangeeft dat hij geen tijd heeft om te rageren of te tandenstoken, kunt u suggereren om dit tijdens een lunchpauze te doen of voor de televisie.  Actief luisteren is daarbij ook van belang om direct passend advies te kunnen geven. Zo kunt u ook een specifiek product adviseren en alternatieven aanbieden.

Preventie

Wanneer de patiënt voldoende gemotiveerd is om het gebit goed te verzorgen, kan er duidelijke verbetering van de mondhygiëne optreden. Goede voorlichting en informatie over mondverzorging helpt patiënten om een eerste of volgende  stap te zetten naar een gezond gebit.

Bron:
dentistryiq.com

Lees meer over: Uncategorized/
cariës bij kinderen

Behandelen van cariës bij kinderen

De richtlijn Mondzorg voor jeugdigen zou de heilige graal voor onze kindertandheelkunde worden. Helaas bleek deze verwachting niet volledig realistisch. Hoewel…het document doet feitelijk wél wat het moet doen: richting geven. Het is geen receptenboek natuurlijk. Er is geen ‘one-size-fits-all’ formule in de kindertandheelkunde. Maar de richtlijn geeft richting en met de juiste bewegwijzering stelt het u wel degelijk in staat om effectieve en ‘tailor-made’  mondzorg te leveren aan ieder kind. De vertaalslag van de richtlijn voor de dagelijkse praktijk waarbij preventie toch wel het codewoord is.

Primaire en secundaire preventie

Cariës is de meest voorkomende kinderziekte. Voorop staat dat, zoals voor elke ziekte geldt, voorkomen beter is dan genezen. We moeten als mondzorgverleners dus onze pijlen richten op de PRIMAIRE preventie. Aandacht voor voedingsgewoonten, poetsen en fluoride. Hier moeten we zo vroeg mogelijk mee beginnen. Liefst al vanaf de doorbraak van het eerste tandje zodat je ouders/verzorgers goed kunt begeleiden op het moment dat ze ook open staan voor de informatie.

Volstaat dit niet dan gaan we een trapje verder op de preventieve ladder: SECUNDAIRE preventie. Hieronder verstaan we onder andere het sealen van verdachte elementen en het aanscherpen van het fluoride beleid.

Van cruciaal belang hier echter is dat we de cariës wel in een vroeg stadium signaleren/ diagnosticeren. Dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Cariës diagnostiek bij kinderen kan erg lastig zijn omdat uitgebreid mondonderzoek bij de allerkleinsten soms niet goed mogelijk is. Het maken van röntgenfoto’s is vaak lastig evenals het afnemen van een betrouwbare pijnanamnese. Pijn is zeer subjectief en, bij kinderen meer dan bij volwassenen, situatie-afhankelijk. Zo zal “kiespijn” eerder gevoeld worden als er een bord spruitjes voor hun neus staat dan wanneer ze zich voor de vitrine van de lokale ijssalon bevinden.

Los hiervan staat nog dat sowieso een hele boel kinderen pas voor het eerst de praktijk bezoeken als het kwaad eigenlijk al geschied is….

Tertiaire preventie; diverse strategieën voor caviteitsbehandeling

Als het cariësproces dan toch door al die preventieve linies heen gebroken is en er daadwerkelijk een caviteit is ontstaan rest de TERTIAIRE preventie, cariësbehandeling in de volksmond maar beter gezegd caviteitsbehandeling. Doel hiervan moet zijn dat het cariësproces gestopt en verdere progressie voorkomen wordt en dat functie daar waar nodig hersteld wordt.

Het cariësproces stoppen kan simpelweg door de biofilm te verstoren en/of deze hermetisch af te sluiten.

Er is een aantal strategieën dat ons hierbij ter beschikking staat::

  1. Niet operatieve cariësbehandeling: het toepassen van NRCT

    NRCT is een behandelmethode waarbij de cariës niet weggenomen of afgesloten wordt maar waarbij de caviteit toegankelijk wordt gemaakt voor reiniging (bijvoorbeeld d.m.v. slicen) en vervolgens wordt er zeer nauwgezet gepoetst. Door de biofilm maar vaak genoeg te verstoren wordt de activiteit eruit gehaald en komt het cariësproces tot stilstand (arrested caries). Sterker nog: wordt de vorming van reparatief dentine gestimuleerd!  Bij deze methode is het van belang het kind geregeld terug te laten komen (dus niet een half jaar wachten) en dient er sprake te zijn van een goede samenwerking tussen mondzorgverlener, ouders en kind. NRCT is gebaseerd op aloude principes maar als behandelmethodiek nog vrij nieuw. Het is een intensieve behandelmethode die, mits goed geïndiceerd en goed toegepast, vele voordelen kent. Zo is het vooral voor jonge, angstige kinderen een goede strategie omdat de behandeling weinig belastend is en omdat het kind vaak terug moet komen en hierdoor meteen goed kan wennen aan het tandartsbezoek.

    Zoals met alles geldt ook voor NRCT dat er nog veel ervaring en onderzoek nodig is maar tot op heden wordt het als een waardevolle aanvulling op ons palet aan behandelstrategieën gezien.

  1. Operatief/restauratief

    ART: bij deze methode wordt er louter geëxcaveerd met handinstrumentarium. Voor de restauraties wordt glasionomeercement gebruikt. Het voordeel is dat er meestal geen anesthesie nodig is en dat er ook minder kans is op schade aan het buurelement. De langere behandelduur wordt als nadeel genoemd maar is relatief. In de dagelijkse (westerse) praktijk valt meer te denken aan een gemodificeerde ART methode waarbij bijvoorbeeld wél gebruik wordt gemaakt van handinstrumentarium omdat het nu eenmaal bewezen vriendelijker is voor kinderen in vergelijking met “de boor”, maar dat als vulmateriaal gewoon een composiet of compomeer gebruikt wordt.

    1. Conventionele ‘drill and fill’: Deze methode is vaak sneller dan het uitvoeren van ART. Het nadeel is echter dat er vaak wel anesthesie nodig is en er een grotere kans bestaat op het beschadigen van het buurelement. Ook is de kans op het ontstaan van angst door deze methode. Een hermetische afsluiting is altijd essentieel.
    2. HALL-techniek: zonder excavatie wordt het carieuze element omvat door een roestvrijstalen kroon. Bijzonder kindvriendelijk en bewezen effectief. Het vereist enige oefening en is zeker wel aan regels gebonden maar al doende leert men snel!!

Welke strategie wanneer?

Wat bepaalt nu welke van bovengenoemde behandelstrategieën men moet gebruiken in welke situatie?

Deze keuze wordt bepaald aan de hand van (onder andere) de volgende factoren:

  • Caviteit: grootte en locatie
  • De fase van gebitsontwikkeling
  • Het risicoprofiel: mondhygiëne, voeding en motivatie
  • Coöperatie patiënt
  • Algemene gezondheid patiënt
  • Gedrag en karakter patiënt

En wat nu in geval van diepe cariës?

Het is vaak moeilijk te zeggen hoe diep een caviteit is. Zeker wanneer het aan diagnostische middelen zoals röntgenfoto’s of een betrouwbare pijnanamnese ontbreekt. Uit onderzoek weten we inmiddels dat het in de meeste gevallen niet meer nodig is om álle cariës te verwijderen. Het achterlaten van wat “rest-cariës” heeft een tweeledig voordeel: de kans op pulpa-expositie wordt verkleind en de pulpa blijft geprikkeld om tertiar dentine aan te maken. Hoevéél cariës je dan wel moet excaveren is lastig voor te schrijven. Over het algemeen geldt: ‘less is more’. De glazuur dentine grens moet te allen tijde schoon zijn. Centraal mag er cariës blijven zitten mits er een goede afsluiting geborgd is (the seal is the deal!).

Een goede diagnostiek en (pijn)anamnese zijn belangrijk; cariës laten zitten in een element waarvan de pulpa reeds irreversibel beschadigd is, is natuurlijk niet “comme il faut”.

In geval van diepe cariës zal de behandelindicatie voornamelijk op geleide van de conditie van de pulpa gesteld moeten worden. Eerder is reeds genoemd dat hierbij wel enig voorbehoud genomen moet worden omdat pijndiagnostiek bij kinderen nog wel eens vertroebelend kan werken. Over het algemeen maken we onderscheid in:, 

  1. Symptoomloze pulp

    Er is geen sprake van pijn. Bij voorkeur behandelen met een indirecte pulpa-overkapping (IPO) met als doel de vitaliteit van het element te behouden, het cariësproces te laten stoppen en reparatief dentine te laten vormen. Een vereiste is dat de glazuurdentinegrens goed schoon isen dat de (plastische) restauratie de caviteit hermetisch afsluit.CAVE: een symptoomloze pulpa kan ook duiden op avitaliteit! In dat geval verdient een pulpectomie of extractie de voorkeur!!

  1. Reversibele pulpitis

    Een reversibele pulpitis kenmerkt zich door pijn. De pijn kan opgewekt worden (eten, drinken) maar verdwijnt weer als de stimulus ophoudt. De behandeling van eerste keus is een Pulpotomie. Hierbij wordt de kroonpulpa verwijderd, de bloeding gestelpt en overkapt met MTA. Calciumhydroxide is ook een mogelijkheid maar vanwege de porositeit heeft het niet de voorkeur. Het element kan daarna worden gevuld met een plastisch vulmateriaal maar bij voorkeur wordt overkapt met een RVS kroontje. Belangrijk is dat de bloeding te stelpen is, wanneer dit niet het geval is moet er een andere therapie (extractie of pulpectomie) verkozen worden.

  1. Irreversibele pulpitis

    Een irreversibele pulpitis kenmerkt zich door pijn bij warm en koud, spontane pijn en/of pijn ‘s nachts. De pijn verdwijnt niet bij het weghalen van de stimulus. De behandeling kan bestaan uit het doen van een pulpectomie of een extractie. Bij een pulpectomie wordt de gehele pulpa verwijderd. Dit kan een intensief en listig klusje zijn gezien de vaak grillige wortels van melkelementen. Bovendien is het succes erg afhankelijk van coöperatie van het kind. Extractie is natuurlijk een vrij terminale maar wel zeer effectieve behandelmethode. Uiteraard dient extractie wel een ultimum refugium te zijn en moet men bedacht zijn op een mogelijk creëren van ruimteproblemen.

Martine van Gemert-Schriks is in 1998 afgestudeerd aan ACTA. Daarna werkte zij in de algemene praktijk en volgde de postdoctorale opleiding tot tandarts-pedodontoloog aan ACTA. Aansluitend (2001) werkte zijn bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde te Amsterdam en is zij haar promotieonderzoek gestart bij de afdeling kindertandheelkunde van ACTA. In 2008 promoveerde zij op het effect van cariës op de mondgezondheid en de algemene gezondheid bij kinderen. 

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing dr. Martine van Gemert-Schriks tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

Lees meer over: Cariës, Thema A-Z, Uncategorized/
Casus endodontologie: Lateraal kanaal of iets anders?

Casus endodontologie: Lateraal kanaal of iets anders?

Enige tijd geleden meldde zich onderhavige patiënt in onze verwijspraktijk met een problematische 21. Het element was iets gevoelig maar de voornaamste klacht was de constante pusafvloed uit de omgeving van het element en een onaangename reuk en smaak.

Diagnose

Geen historie van trauma. Klinisch onderzoek bracht een diepe 12 millimeter pocket aan het licht mesiaal van het element. Bloeding bij sonderen. Verder waren er geen afwijkingen te constateren in de mond.

Het beeld op de röntgen opnames leek overeen te komen met de verschijnselen behorende bij een endo/paro probleem, veroorzaakt door een lateraal kanaal.

Casus endodontologie  casus endodontologie

De aanwezige kanaalbehandeling leek lege artis uitgevoerd hoewel de kanaalpreparatie niet centraal in het element kon worden gehouden. Aan de mesiale zijde was de wand dunner dan aan de distale zijde. Dat kon te maken hebben met de problemen die de vorige clinicus ondervond bij het zoeken naar een waarschijnlijk geoblitereerd kanaal. Ook vonden we de preparatie fractioneel te kort.

Endo/paro problemen

Endo/paro problemen komen frequent voor maar worden vaak niet als zodanig herkend. Veelal wordt de patiënt doorverwezen naar de mondhygiënist en bij geen succes naar de parodontoloog.

Wordt de pocket parodontaal behandeld door middel van een scaling en planing procedure dan is iedere kans op genezing verkeken omdat de cementlaag wordt verwijderd en er geen herstel van de aanhechting meer kan plaatsvinden.

Behandeling

Op vermoeden van een endo/paro probleem waar een lateraal kanaal schuldig aan kan worden bevonden stelden we voor om eerst de kanaalbehandeling opnieuw te doen.

Afbeeldingen 1 (2) t/m 10(2) geven een beeld van element 36 waar wel op tijd de juiste diagnose werd gesteld. De eindfoto’s laten een fraai lateraal kanaal zien dat zorgde voor het interradiculair botverlies en de bijbehorende pocket van 10+ millimeters. Na 6 maanden is het defect volledig genezen.

Casus endodontologie Casus endodontologie

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Casus endodontologie

 

 

 

 

 

 

Reinigen van een wortelkanaal

We zijn, zeker in dit soort gevallen, nog fanatieker in het reinigen van het wortelkanaal. De methodiek waar generaties tandartsen mee opgeleid zijn, is om zo snel mogelijk het aanwezige vulmateriaal zacht te maken zodat een vijl richting apex geschoven kan worden en een röntgenfoto gemaakt kan worden. Voor het vroegtijdig bepalen van de lengte van het element moet alles wijken.

Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan de dynamiek van de verschillende kanaalinhouden die daarbij een rol spelen.

Ten eerste zorgt het geforceerd inbrengen van een vijl voor een hydrostatische drukverhoging in het kanaal waardoor in dit geval door chloroform verweekte gutta, samen met de nog in het kanaal aanwezige necrotische pulparesten en bacteriën in alle laterale anatomie wordt geperst.

Ideaal is wanneer alle in oplossing gebrachte kanaalinhoud naar occlusaal richting pulpakamer kan ontsnappen en afgevoerd kan worden. Vaak is het echter zo dat de weg naar boven voor een groot gedeelte wordt afgesloten doordat de vijl klem zit juist bij de kanaalingang.

Kanaalinhoud wordt dus in belangrijke mate verdrongen naar waar het juist niet heen moet: naar lateraal en naar terminaal.

Op korte termijn is het gevolg ervan een acute ontsteking met pijn die heel heftig kan zijn en op lange termijn laesies van endodontische oorsprong.

De herbehandeling

Na anesthesie en rubberdam begonnen we aan het verwijderen van de composietopbouw en de gutta percha uit het kanaal.

Composiet verwijderen uit kanalen gaat efficiënt met LN frezen. Zijn deze frezen met lange schacht nog niet lang genoeg dan kan er gebruik worden gemaakt van Munce freesjes. Die hebben een heel stijve nog langere schacht en heel kleine freeskopjes. Doordat de kop van het hoekstuk wat verder boven de kanaalingang gepositioneerd kan worden wordt heel goed zichtbaar wat er in het kanaal gebeurt.

Eigenlijk is gutta percha verwijderen een veel vervelender en tijdrovender klusje. In de rechtere wijdere delen van kanalen waar eerder een endo in gedaan is, kan er met roterend instrumentarium gutta percha worden verwijderd. Maar in de smallere kanalen en om bochten heen zal gebruik moeten worden gemaakt van oplosmiddelen.

Vaak frusterend. Eindeloos spoelen en activeren van chloroform tot eindelijk de papierstiftjes die gebruikt worden om de chloropercha op te deppen schoon uit het kanaal komen. Om dan – wanneer de microscoop in stelling wordt gebracht om het kanaal te inspecteren – tot de ontdekking te komen dat er nog gutta percha aan de wand kleeft. Komt het bekend voor? De enige remedie is volhouden.

Casus endodontologie  

Casus endodontologie  Casus endodontologie

Obturatie

Obturatie door middel van het lateraal en koud condenseren van gutta percha leidt zelden of nooit tot het obtureren van laterale anatomie, dus zeker in dit soort gevallen waar we laterale anatomie vermoeden zou de eerste keuze altijd moeten zijn om vertikaal en warm gutta percha te condenseren.

We beginnen de obturatie nadat de spoelsessies zijn gedaan. NaOHCl 5.5%  als laatste spoelgang en enkele malen afgewisseld met 17% EDTA.

Controle

Vol verwachting maken we de eindfoto’s en helaas: geen spoor van laterale anatomie te bespeuren.

Casus endodontologie Casus endodontologie

We legden een en ander uit aan de patiënt en maakten een afspraak voor controle over drie maanden om te kunnen bekijken of de laesie aan het genezen was.

Drie maanden later zagen we de patiënt weer en moesten we vaststellen dat er geen verbetering is in de toestand was.

Wat nu? De enige weg die nog openlag was om een flapoperatie te doen en met direct zicht de buitenzijde van de radix te inspecteren: zat er toch tandsteen wat de oorzaak was?

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Flapoperatie

Na anesthesie volgde een flapoperatie om de pocket te openen. Al snel werd een breuk zichtbaar in het element. Maar hoe ver liep de barst door?

Voorzichtig verwijderden we alle granulatieweefsel en spoelden we het schoon. Wat we zagen had ik nog nooit eerder waargenomen. Er zat een min of meer circulaire barst wat eigenlijk een los zittend stukje dentine was.

Na het wegfrezen van het losse stukje vulden we het defect op met composiet. We werken de composiet af met fijne diamantjes en handscalers. Een superscherp geslepen handinstrument kan uitstekend worden gebruikt bij het afwerken van composietvullingen. Wel alleen vlak na het polymeriseren, dan is composiet nog te scalen.

Na polijsten hechtten we de flap en maakten we een afspraak voor een week later.

Na 6 maanden

Toen we de patiënt terug zagen na drie maanden was het aspect van de 11 weer gezond. De pocket was gereduceerd, er was geen pusafvloed meer en het tandvlees zag er gezond uit.

Achteraf analyserend kunnen we stellen dat de situatie niet ideaal is. Er is een composietrestauratie gemaakt in het meest kwetsbare deel van het element en de restauratie ligt gedeeltelijk nog onder de gingiva. We hopen dat het lang goed gaat maar lekkage ligt op de loer natuurlijk en wellicht is het nodig om na een aantal jaren opnieuw een flapje te doen en de restauratie te vernieuwen.

Casus endodontologie

Casus endodontologie

Maar wat zou het alternatief geweest zijn?

Implanteren? Een goede optie maar voorlopig functioneert het element prima, en implanteren kan altijd nog.

Door: Rik van Mill, tandarts te Amstelveen. Hij voert een verwijspraktijk voor endodontologie en geeft cursussen aan algemeen practici. Van Mill geeft enkele malen per jaar een cursus aan geïnteresseerde tandartsen die zich de Schilder Techniek eigen willen maken.

Rik van Mill

Lees meer over: Casus, Implantologie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
endodontische spoedbehandeling

Endodontische spoedbehandeling: diagnose en behandeling spoedeisende klachten

Het stellen van een diagnose is belangrijk voordat u start met een endodontische behandeling. Bij een pijnlijke pulpitis is de grote vraag: is er sprake van een (pijnlijke) reversibele of  een (pijnlijke) irreversibele pulpitis?

De juiste diagnose stellen kan in sommige gevallen erg lastig zijn. Een sensibiliteitstest geeft bijvoorbeeld niet altijd een eenduidig beeld omdat er sprake kan zijn van restvitaliteit. Ook kan er sprake zijn van insensibiliteit door een storing in de innervatie of geeft de vitaliteitstest een val negatieve uitslag (denk aan: obliteraties, open apex, recent trauma of premedicatie). Het is daarom belangrijk om altijd meerdere elementen te testen.

Sensibiliteitstesten

Er zijn verschillende soorten sensibiliteitstesten:

  • Koude test

  • Warmte test

Met een warme guttaperchastift kan de reactie van de pulpa getest worden. Hierbij is het wel belangrijk dat het element ingesmeerd
wordt met vaseline zodat de warme guttapercha niet blijft kleven.

  • Elektrische test

Bij deze test wordt er gekeken naar de mate van doorbloeding van het element. De doorbloeding zegt echter niet altijd iets over de
histologische toestand van de pulpa.

  • Proefpreparatie

  • Proefblok (anesthesie)

Reversibele versus irreversibele pulpitis

Er zijn verschillende soorten pulpitis. Het verschil tussen een milde en een uitgebreide reversibele pulpitis is afhankelijk van de uitbreiding van het ontstekingsproces.

  1. Reversibele pulpitis

    Verhoogde maar geen verlengde reactie met de koudetest, niet percussiegevoelig en geen spontane pijn.

  2. Pijnlijke reversibele pulpitis

    – Milde reversibele pulpitis: Verhoogde en verlengde reactie op koude, warm en zoet die tot ongeveer 20 seconden kan aanhouden maar dan afneemt. Mogelijk percussiegevoelig en spontane doffe pijn die nog te onderdrukken is met pijnstillers.
    – Uitgebreide reversibele pulpitis: Duidelijke pijnklachten, sterk verhoogde en verlengde reactie met de koudetest die minutenlang kan aanhouden. Mogelijk percussiegevoelig en spontane pijn die nog redelijk te onderdrukken is met pijnstillers.

  1. Pijnlijke irreversibele pulpitis

    Forse pijnklachten, medicatie geeft nauwelijks verlichting, duidelijke pijn bij warmte, scherpe tot doffe pijn, patiënt kan niet meer slapen vanwege de pijn. Element is zeer gevoelig bij aanraken en er is sprake van pijn bij percussie.

Spoedeisende klachten – pijnlijke irreversibele pulpitis

Een goede tijdsplanning is belangrijk om spoedklachten adequaat te behandelen. Omdat de inflammatie bij een pijnlijke pulpitis meestal alleen in de coronale pulpa aanwezig is, volstaat bij een spoedbehandeling hier een coronale pulpotomie om het geïnfecteerde weefsel weg te halen. Niet geïnfecteerd of ontstoken weefsel geeft geen pijn en kan blijven zitten totdat de behandeling vervolgd kan worden. Belangrijk is om met rubberdam te werken en te spoelen met natriumhypochloriet om het element steriel te houden.

Indien blijkt dat het resterende weefsel blijft bloeden dan is dit een indicatie dat er nog ontstoken weefsel aanwezig is en moet er meer weefsel worden verwijderd uit het kanaalstelsel. In de meeste gevallen volstaat hier het verwijdweren van de kroonpulpa en het verwijderen van de ontstoken inhoud van het wijdste kanaal. Bij een volledige ontstoken pulpa is een optimale behandeling een pulpectomie waarbij het zo goed als zeker is dat de patiënt na de behandeling pijnvrij is. Bij alle endodontische behandelingen is het belangrijk dat het pulpadak volledig is verwijderd voor dat men verder gaat met de geplande behandeling voor een goede toegang van het kanaalstelsel. Een onvolledige opening is vaak de oorzaak van complicaties

Pulpotomie

Een pulpotomie wordt uitgevoerd wanneer alleen het coronale deel van de pulpa is geïnfecteerd. Hierbij wordt het coronale deel van de pulpa verwijderd (met een nieuwe snel draaiende boor) totdat de pulpa niet meer bloedt (na spoelen met 1% NaOCl). Indien gewenst kan het element eerst tijdelijk gesloten worden Cavit en een glasionomeerrestauratie. Als u besluit de pulpa met MTA te overkappen, is het goed dit meteen te doen. Napijn na pulpotomie wordt meestal veroorzaakt door het niet volledig verwijderen van geïnfecteerde weefsel.

Pulpectomie

Omdat bij een pijnlijke pulpitis in de meeste gevallen nog geen sprake is van infectie van het gehele kanaalstelsel kan bij een volledige pulpectomie te kort gevijld worden om restvitaliteit te bewaren in het apicale deel van een element. Vijl dan tot 3-4 mm van de apex en gebruik geen elektrische lengtemeter(schat de lengte in aan de hand van de röntgenfoto). Voorwaarde is dat de pulpastomp niet meer bloedt voordat het kanaal wordt gevuld. Noteer de diagnose met bevindingen goed op het behandeljournaal zodat collega’s niet denken dat de kanalen onvolledig behandeld zijn en daarom te kort gevuld zijn.

Nazorg

De patiënt moet van te voren worden ingelicht dat er mogelijk sprake kan zijn van (ernstige) napijn. Probeer altijd telefonisch bereikbaar te zijn voor de patiënt.

William Wolters, tandarts, Centrum voor Mondzorgkunde,  UMCG

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van William Wolters tijdens de cursus Endodontologie van het Wenckebach instituut

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z, Uncategorized/
tanden wisselen

Tanden wisselen kost Australische ouders veel geld

Het Australische mondzorgmerk Jack N’ Jill heeft 1000 ouders ondervraagd over het tarief van de tandenfee. Het bleek dat ouders namens de tandenfee soms hoge bedragen betalen aan hun kind voor een uitgevallen melktand. Tanden wisselen kost de ouders zo veel geld.

Hoog tandenfeetarief

De ondervraagde Australische ouders bleken tot $43 per uitgevallen tand te betalen. Dat is bijna 289 procent meer dan wat ze zelf ooit kregen. Het gemiddelde tarief bij deze generatie ouders was 91 dollarcent per tand.

Niet alle ouders doen mee aan deze trend. Mim, moeder van vier kinderen: “$43 per tand? Dat is $ 862 per kind! Vermenigvuldig dat met vier en je komt op $3450!”

Regionale verschillen

Uit het onderzoek bleek overigens dat er gemiddeld ‘slechts’ $2,62 per tand betaald wordt. Er blijken ook regionale verschillen te bestaan in de hoogte van de bedragen die de kinderen krijgen. Kinderen in Canberra zijn het slechts af: zij krijgen gemiddeld maar $1. Ze worden gevolgd door Zuid-Australië waar het gemiddelde tarief $1,93 bedraagt. In Nieuw-Zuid-Wales en West-Australia is de gemiddelde opbrengst het hoogst: $4,50.

Plek in gezin

Ook de plek in het gezin blijkt bepalend te zijn voor wat een kind krijgt. Volgens het onderzoek krijgt het middelste kind in een gezin minder dan de oudere én jongere broers en zussen. Als het jongste kind een meisje is, krijgt zij meer dan de oudere kinderen, vooral als dat jongens zijn.

Einde tandenfee?

Mede-oprichter van Jack N’ Jill Rachel Bernhaut was verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek. Niet alleen over de hoogte van de bedragen, maar vooral ook omdat ouders vertelden dat de kinderen niet echt de bedoeling van de tandenfee snapten. Ze keken alleen uit naar het geld. Volgens haar roept het de vraag op, of het tijd is om afscheid te nemen van de tandenfee.

Bron:
Daily Mail

Lees meer over: Uncategorized/
verwijderen verstandskiezen

Minder pijn na verwijderen verstandskiezen

Tandartsen en kaakchirurgen zijn altijd op zoek naar manieren om de pijn van patiënten na operaties te verminderen. Een nieuw onderzoek kan hier uitkomst bij bieden en suggereert dat een injectie van dexamethasone voor de operatie de pijn na het operatief verwijderen van verstandskiezen significant kan verminderen.

Verstandskiezen trekken
Extractie van verstandskiezen is een van de meest uitgevoerde chirurgische behandelingen voor de mond, maar geeft de patiënten na de behandeling vaak gemiddelde tot zware pijn. Om deze te verminderen worden op dit moment vaak pijnstillers voorgeschreven. Echter zou het fijn zijn als hier andere strategieën voor zouden zijn, en de pijn voorkomen zou kunnen worden.

Dexamethasone
Deze onderzoekers bedachten dat een injectie met dexamethasone voor de operate hier nog wel eens een oplossing voor zou kunnen bieden, vanwege de ontstekingsremmende immunosuppressieve eigenschappen die deze stof heeft.

Dubbelblind onderzoek
Om deze theorie te testen werden 48 gezonde patiënten dubbelblind onderzocht. Alle patiënten waren tussen de 18 en 30 jaar oud en hadden twee verstandskiezen die getrokken moesten worden.

De patiënten kregen eerst verdovingsmiddel toegediend. Vervolgens kreeg de helft van de patiënten 2 milliliter van saline met  8 milligram dexamethasone toegediend, terwijl de andere helft slechts 2 milliliter saline (fysiologische zoutoplossing) kreeg toegediend. Bij alle patiënten werden de kiezen een uur later getrokken en werd de pijn van de patiënten gedurende drie dagen in de gaten gehouden.

Minder pijn met dexamethasone
De patiënten die saline kregen toegediend met daarin dexamethasone verwerkt gaven significant lagere pijn niveaus aan dan de patiënten die slechts saline toegediend hadden gekregen. Daarnaast namen de patiënten met dexamethasone ook gemiddeld minder pijnstillers gedurende de drie dagen na de behandeling.

Implicaties
Al met al kan worden gezegd dat dexamethasone veel potentie heeft op het gebied van het voorkomen van postoperatieve pijn. Hierbij is het echter wel belangrijk om in achting te nemen dat dit onderzoek alleen op gezonde, jonge patiënten is uitgevoerd en dat de patiënten slechts voor drie dagen werden gevolgd. Daarnaast is het goed om te weten dat dexamethasone een uur nodig heeft om in te werken, wat voor sommige praktijken onpraktisch kan zijn.

Bron:
Journal of Dental Anesthesia and Pain Medicine

 

Lees meer over: Pijn | Angst, Thema A-Z, Uncategorized/
effecten van mondaandoeningen

Studie naar effecten van mondaandoeningen op dagelijks leven patiënt

Patiënten met potentieel kwaadaardige mondaandoeningen (Oral potentially malignant disorder, OPMD) kunnen fysieke en psychologische problemen ervaren in aanvulling op pijn. Een nieuwe studie heeft het effect van deze aandoeningen gemeten op het dagelijks leven en de kwaliteit hiervan.

Afbreuk aan welzijn
De onderzoekers vonden dat dit soort aandoeningen de patiënt niet alleen fysiek en functioneel hebben aangetast, maar ook een afbreuk doen aan hun welzijn en het vermogen om met andere mensen te communiceren. De studie werd gepubliceerd in PLOS One op 14 april 2017.

Verdere gevolgen
“De effecten van OPMD verliepen ook verder dan lichamelijke beperking en functionele beperkingen op aspecten van het dagelijks leven, met name psychologisch en sociaal welzijn,” schreven de auteurs.

Hoofdauteur
De studie werd geleid door Jyoti Tadakamadla, MDS, van het Menzien Health Institute Queensland en de Griffith University School of Dentistry en Mondgeneeskunde in Gold Coast, Queensland, Australië.

Beter begrip
De rol van OPMD’s wordt in de klinische praktijk steeds meer erkend. Aangezien de impact hiervan verder kan gaan dan mondelinge en lichamelijke pijn, wilden de Australische onderzoekers het effect van OPMD’s beter begrijpen.

Deelnemers onderzoek
In totaal werden 32 patiënten die met orale leukoplakie (OP), orale lichen planus (OLP) en orale submucose fibrose (OSF) werden gediagnosticeerd, uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Zij waren alle patiënt bij de Orale Geneeskliniek van het Panineeya Institute of Dental Sciences and Research Center in Hyderabad, India.

Uitvoering
De onderzoekers hebben 18 één-op-één interviews van 20 tot 40 minuten elk gedaan, en drie focusgroepen van meer dan één uur in een non-klinische setting uitgevoerd. De één-op-één interviews leverden de studiegegevens op. “In kwalitatieve studies is de steekproefgrootte afhankelijk van de toereikendheid van de gegevens. Interviewkwaliteit en patiëntenverscheidenheid is belangrijker dan het absolute aantal deelnemers,” schreven de auteurs.

Informatie patiënten
Voor de studie zijn patiënten met verschillende kenmerken, typen OPMD’s en ziektegraden opgenomen. De leeftijdsgroepen van de patiënten varieerden tussen de 17 en 67 jaar. Meer dan de helft van de deelnemers had minder dan 12 jaar formele opleiding, en bijna driekwart was werkzaam in half gekwalificeerde/ongeschoolde beroepen of werkloos.

Hoofdthema’s
De onderzoekers richten zich op vier hoofdthema’s uit de reacties van de patiënten:

  • Moeilijkheden bij diagnose en kennis van de aandoening
  • Fysieke beperking en functionele beperking
  • Psychologisch en sociaal welzijn
  • Effecten van de behandeling op het dagelijks leven

Psychologisch en sociaal welzijn
Tijdens interviews identificeerden de onderzoekers twee thema’s van psychologisch en sociaal welzijn. Een overgrote meerderheid van de patiënten (81%) meldde dat hun mondconditie een slecht effect had op hun psychologisch welzijn. Ongeveer de helft van de patiënten werd gerapporteerd als gefrustreerd en depressief.

Additionele thema’s
De auteurs namen ook nog vier additionele herhaalde thema’s van de patiënten op:

  • Financiële effecten van behandelingen
  • Moeilijkheid om afspraken te houden
  • Tevredenheid met de behandeling
  • Impact van gewoonte stopzetting

Afspraken
Het behandelen van OPMD’s duurt meestal een lange tijd en omvat meerdere afspraken. Het bijhouden van de afspraken vormde dan ook een probleem voor patiënten, aldus de auteurs. Veel van de patiënten waren van lage sociaaleconomische status. De afspraken veroorzaakten daarom een verlies aan inkomen en verhoging van financiële stress.

Breed inzetbaar
De auteurs concluderen dat de resultaten van deze studie veel verder gaan dan de 32 patiënten die deelnamen. “Wij geloven dat dit instrument in patiënten-populaties in andere landen kan worden gebruikt na multiculturele aanpassing”.

Bron:
journals.plos.org

Lees meer over: Uncategorized/
mobiele tandartspraktijk

Tweede mobiele tandartspraktijk Stichting Mondzorg in gebruik

Afgelopen vrijdag 21 april heeft Stichting Mondzorg haar tweede mobiele tandartspraktijk in gebruik genomen. In 2015 startte de stichting met dit concept.

Stichting Mondzorg is een christelijke organisatie die gespecialiseerd is in mondzorg voor dementerende ouderen in verpleeghuizen en psychiatrische patiënten in psychiatrische instellingen. Met deze tweede mobiele tandartspraktijk kan zij haar zorgaanbod uitbreiden. Op dit moment behandeld Stichting Mondzorg patiënten in 20 verschillende verpleeghuizen en instellingen en met het in gebruik nemen van de tweede mobiele praktijk kan dat aantal verder toenemen.

Carolina Ullersma (directeur) geeft aan: “Wij zijn ontzetten blij met de tweede mobiele praktijk. Hierdoor kunnen we nog meer mensen de mondzorg geven waar zij recht op hebben!” De tweede mobiele praktijk zal door zowel de tandartsen als de mondhygiënisten gebruikt gaan worden om de patiënten van Stichting Mondzorg de mondzorg te geven die zij nodig hebben.

Lees meer over: Ouderentandheelkunde, Thema A-Z, Uncategorized/

Posterpresentatie over bewustzijn belang optimale mondzorg

Tijdens het jaarlijkse congres van de ARPH (Association for Researchers in Psychology and Health) op 2 en 3 februari jl. gaf Yvonne Buunk-werkhoven een posterpresentatie over mondgezondheidsbewustzijn en het belang van een gezonde mond bij de consument.

Bekijk de poster “From another perspective: Awareness of the importance of optimal oral health among the healthcare consumer.”

Psychologie en gezondheid
Het ARPH congres werd georganiseerd door de Health, Medical and Neuropsychology afdeling van de faculteit van Social Behavioural Sciences van de Universiteit Leiden. De focus lag op presentatie van wetenschappelijk onderzoeksresultaten en innovatieve benaderingen voor het werkgebied psychologie en gezondheid, zoals gezondheidsgedrag en de vertaling van kennis naar de praktijk van gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

Ook is er een ‘showcase’ van gezondheidspsychologie in Nederland en Vlaanderen gepresenteerd.

“Gedragsverandering is erg complex en er is een grote rol voor de gezondheidspsychologie (gedragsdeskundigen) weggelegd bij het aandragen van oplossingen voor vraagstukken die de lichamelijke en psychische gezondheid bevorderen, maar ook voor de promotie van mondgezondheid en de preventie van (mond)ziekte”, aldus Dr. Buunk-Werkhoven.

 

Yvonne Buunk-Werkhoven is zelfstandig onderzoeker, psycholoog, mondhygiënist en EC-lid van de  Chief Dental Officer/ Dental Public Health Section van de FDI.

 

 

 

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Uncategorized/
speeksel

Promotie: speeksel van mannen en vrouwen is anders samengesteld

Het speeksel van vrouwen is op een andere manier samengesteld dan dat van mannen, aldus Andrei Prodan in zijn proefschrift. Hij lichtte tijdens zijn promotie op 17 januari toe dat het speeksel van vrouwen een lagere pH-waarde en minder buffercapaciteit heeft dan dat van mannen.

Potentiële mondgezondheidsproblemen
De pH-waarde en de buffercapaciteit zijn twee eigenschappen die van belang zijn bij het beschermen van het gebit tegen tandbederf. De samenstelling van het speeksel kan potentieel de afweer in de mond, en daarmee het risico op mondgezondheidsproblemen, beïnvloeden.

Oraal ecosysteem
In de mond bevindt zich een stabiel en veerkrachtig ecosysteem, gebaseerd op een samenspel tussen orale micro-organismen en ‘gastheerfactoren’. Prodan onderzocht de rol die eiwitten, peptiden en metabolieten in het speeksel spelen wat betreft de stabiliteit van dit ecosysteem. Hier kwamen onder andere verschillen tussen mannen en vrouwen uit naar voren.

Gezonde levensstijl
Ook al hebben vrouwen een lagere pH-waarde en minder buffercapaciteit in hun speeksel, dit betekent niet per sé dat zij ook meer risico lopen op een slechte mondgezondheid. Hierop zijn namelijk vele factoren van belang, zoals een gezonde levensstijl met weinig suikerconsumptie en het regelmatig poetsen van de tanden.

Bron: VU.nl

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z, Uncategorized/