Casus: Beeldvorming en labonderzoek essentieel bij diagnose reuzencelgranuloom bij 17-jarige

Vroege diagnose hypomineralisatie belangrijk

Hypomineralisatie van de blijvende molaren en incisieven komt relatief vaak voor. Wat zijn de beste behandelopties?

Introductie
Hypomineralisatie is een ontwikkelingsstoornis van het glazuur, die vooral voorkomt bij de permanente incisieven en molaren. Hypomineralisatie presenteert zich tijdens de eruptie van deze elementen. Het is belangrijk om de diagnose ‘hypomineralisatie’ vroeg te stellen zodat de juiste behandeling uitgevoerd kan worden. De glazuurdefecten kunnen verschillen van mild (opaciteiten en verkleuringen) tot ernstig (post-eruptie afbraak van het glazuur). Er is nog weinig bekend over de prevalentie van hypomineralisatie. In Europa ligt de prevalentie tussen de 2,4% en 25%. De etiologie is onbekend. Vermoed wordt dat meerdere factoren een rol spelen.

Problemen bij het jonge kind
Tussen 6 en 8 jaar zullen de eerste blijvende elementen doorbreken. Gehypomineraliseerde elementen zijn veel gevoeliger dan elementen die normaal ontwikkeld zijn. Dit kan zorgen voor pijn bij poetsen en eten. Bovendien vergt een tandheelkundige behandeling extra aandacht. Een kind zal eerder pijn ervaren en er zal dus eerder verdoofd moeten worden. Ook moet er rekening worden gehouden met het ontwikkelen van angst. Indien de incisieven ook zijn aangetast, zal dit esthetische problemen met zich meebrengen.

Behandeling van molaren
Hierbij moet onderscheid worden gemaakt in de ernst:

  • Mild: Bruine, witte of gele kleurverandering
    Hier worden vaak alleen sealants aangebracht. Er moet wel rekening worden gehouden met eventuele post-eruptieve afbraak. Indien dit het geval is, dan zullen er composiet restauraties vervaardigd moeten worden.
  • Gemiddeld: Verlies van glazuur
    Hier wordt gekozen voor het vervaardigen van composietrestauraties. De gebruikelijke ‘etch- bonding-primer procedure’ kan hierbij worden aangehouden.
  • Ernstig: Verlies van het glazuur waarbij ook het dentine is aangetast
    Hier moet worden gekozen voor extraheren of restaureren. Bij restaureren wordt gekozen voor het plaatsen van een roestvaststalen noodkroon die de gehele kroon bedekt. Deze kroon wordt met glasionomeercement gecementeerd. Eventueel kan, op latere leeftijd, een definitieve kroon worden vervaardigd. Extractie wordt vaak alleen uitgevoerd in combinatie met orthodontie.

 

Ernstige vorm hypomineralisatie molaar: voor en na behandeling (roestvaststalen noodkroon).

Behandeling incisieven
De behandeling hangt af van de ernst van de hypomineralisatie. Esthetiek is de belangrijkste factor omdat er minder vaak sprake is van post-eruptieve afbraak. Dit komt doordat de incisieven minder belast worden tijdens occlusie en articulatie. Vaak wordt gekozen voor composietveneers, die eventueel op latere leeftijd vervangen kunnen worden voor porselein.

Milde vorm hypomineralisatie incisief: voor en na behandeling (composietveneer).

Conclusie
Het is belangrijk om hypomineralisatie vroeg te diagnosticeren. De behandeling wordt bepaald aan de hand van de ernst en de plaats van het element (molaar vs. incisief).

Bron:
Journal of the Irish Dental Association

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Bleken

Bleken, games en collectieve preventie

Het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde stond op 8 oktober in het teken van een reis door verleden, heden en toekomst. Toepasselijk decor vormde het Archeon in Alphen aan de Rijn.

De deelnemers werden welkom geheten door een Romein en konden zich onder het genot van een biologisch kopje thee inschrijven. Na de algemene ledenvergadering nam voorzitter Peter Lansen het openingswoord. Daarna startte het programma dat al net zo afwisselend was als het weer. In het plenaire ochtendprogramma waren maar liefst drie interessante sprekers opgenomen.

Hou Je Mond Gezond
Allereerst was het woord aan dr. Evert van Amerongen (ACTA) die het onderwerp Trends in de kindertandheelkunde op zich had genomen. Een kort overzicht:

  • Collectieve preventie door het project Hou Je Mond Gezond en de consultatiebureau’s
  • Nieuwe verzegeltechnieken met onder andere het gebruik van zoutzuur
  • Het nieuwe flossen
  • Motivational Interviewing
  • Al voor het 2e levensjaar preventie inzetten
  • Niet restaureren maar monitoren
  • Vullen zonder (volledig) te prepareren
  • Quality of life
  • Erosie

Cariës voorkomen
Inmiddels brak de zon flink door toen dr. Annemarie Schuller, tandarts-epidemioloog bij TNO, aan het woord kwam. Sommige deelnemers moesten hun concentratie er goed bij houden, omdat er nogal wat wiskunde om de hoek kwam en de zon in de Powerpointpresentatie scheen. Schuller legde helder uit of men beter de populatie- of risicostrategie zou kunnen inzetten om cariës te voorkomen. De groep met een lage sociaal- economische status heeft gemiddeld een slechter gebit dan de groep met een hoge sociaal-economische status in de leeftijden van 5 tot 23.

De voor- en nadelen op een rijtje:

De voordelen van een populatiestrategie:

  • Het percentage verbetering per persoon wat nodig is om winst te behalen, is het laagst. Bij de risicostrategie zou de risicogroep aanzienlijk moeten verbeteren om het gemiddelde DMFS (Decayed Missed Filled Surfaces) te drukken.
  • Iedereen krijgt het een beetje beter
  • Het aantal personen met gaaf gebit neemt toe

De nadelen van een populatiestrategie:

  • Het verschil tussen de beste groep en slechtste groep blijft
  • Het verschil tussen de sociaal-economische groepen blijft

Drinkwaterfluoridering
Na deze wiskundeachtige les was er aandacht voor geschiedenis. Dr. Dennis Edeler kon zich, ondanks de regen die op het dak kletterde, toch goed verstaanbaar maken tijdens zijn presentatie van zijn proefschrift over de drinkwaterfluoridering in Nederland. Doordat de tegenstanders daarvan flink van zich hebben laten horen, is de drinkwaterfluoridering uiteindelijk niet doorgegaan. En dat terwijl de werking sterk was bewezen.
In 1983 kwam er het sociale grondrecht: Iedereen heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op ontastbaarheid van zijn lichaam. En daarmee was de kous na 37 jaar debatteren af, zonder dat er echt een winnaar of verliezer werd aangewezen.

Na het ochtendprogramma stond een adempauze gepland met een adembenemende lunch. Wat was dat? Geen koekjes? Op het menu inderdaad geen zoetigheden, maar wel heerlijk brood en hartigheden. Een congres dat zijn eigen congresboodschap serieus neemt, perfect!

So die BOFFT
Rommelende magen konden de sprekers nu in elk geval niet meer storen. Het beestachtig goede parallel middagprogramma ving aan. Een vliegend vogeltje en het hinnikend paard van Archeon lieten zich af en toe zien en horen. Dr. Monique L’Hoir van TNO liet zich niet van de wijs brengen en wist meteen het publiek in de mooie trouwzaal te boeien, al was het alleen al om de pakkende titel: ‘Oh Oh Cherso en andere trends in (op)voeding’.
Schrikbarend waren de cijfers waaruit bleek dat veel Nederlanders nog geen kaas hebben gegeten van goede (op)voeding. L’Hoir riep dan ook op om met zijn allen het schip te keren. Vooral de ‘So die BOFTT-methode’ is hierbij heel handig. Dit staat voor: Slaap, Opvoeding, Borstvoeding, Buitenspelen, Ontbijten, (weinig) Frisdrank, (weinig) Tv, (weinig) Tussendoortjes.

Bleken
Drs. Abe ten Have gaf de deelnemers het antwoord op de vraag of men pubers mag bleken. Hij besprak de verschillende methodes om een wit gebit te krijgen, zoals in-office bleken en thuisbleken. Het bleek dat hij zelf zo’n vier keer per jaar veertienjarigen bleekt. Want bleken is veilig, vertelde hij tot grote opluchting van de acht man in de zaal die zichzelf hadden gebleekt.

Social media
Nadat de verbleekte toetjes weer waren bijgekleurd door een kopje thee (zonder suiker?) en een stukje fruit, was het de beurt aan dr. Lisette van Gemert-Pijnens en dr. Fenne Verhoeven, die spraken over de rol van social media in de kindertandheelkunde.
De traditionele educatie in de tandheelkunde is slechts tijdelijk effectief en door middel van social media zou men kinderen blijvend kunnen motiveren. Social media zijn up to date en just-in-time, ze bereiken een grote groep en zijn veelbelovend. Kinderen kunnen bijvoorbeeld via vernieuwende games op een leuke manier blijvend worden gemotiveerd.

Bron:
Verslag van het najaarscongres van de NVvK
Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: Congresverslagen, Cosmetische tandheelkunde, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
kindergebit-art-van-loveren-90

Tandartsen ongerust over kindergebit

Het gaat slecht met het kindergebit. Deskundigen in de Amsterdamse tandzorg maken zich grote zorgen.
Tandartsen klagen dat ze steeds meer gaatjes bij kinderen zien, zegt Cor van Loveren, hoogleraar preventieve tandheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Alles wijst erop dat de staat van de kindergebitten achteruitgaat. Er zijn zelfs schrijnende gevallen van peuters die onder narcose hun verrotte melktanden moeten laten trekken. ‘Het leidt tot pijn en schoolverzuim, maar er kunnen ook blijvende gebitsproblemen ontstaan.’

Niet naar de tandarts
Uit cijfers van zorgverzekeraar Agis blijkt dat alleen al in Amsterdam-Zuidoost ruim drieduizend jongeren niet naar de tandarts gaan. Het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (Acta) onderzoekt waarom dat gebeurt. En de Stichting Jeugdtandverzorging Amsterdam, die op 220 basisscholen de schooltandarts levert, begint een campagne op middelbare scholen om deze verloren groep naar speciale tienerpraktijken te lokken.

Gemakzuchtiger en meer zoet
Volgens Van Loveren zijn ouders gemakzuchtiger geworden als het om het onderhoud van de tanden van hun kroost gaat. Ook is het dieet steeds zoeter geworden, zegt Jaap Veerkamp, kindertandarts bij het Acta. ‘Wie meer zoet eet, moet meer aan zijn gebit doen. Maar dat gebeurt niet.’

Te weinig poetsen
Slechts 38 procent van de vijfjarigen poetst twee keer per dag. Meer dan de helft van deze groep heeft al gaatjes. Bij negenjarigen is dat al 72 procent, blijkt uit onderzoek van TNO en het Acta. Het zijn oude cijfers, maar er is volgens de deskundigen geen reden om aan te nemen dat het nu beter gaat. Integendeel.

Meer voorlichting nodig
Er is meer voorlichting nodig, vindt Van Loveren. Maar door de invoering van vrije tarieven en de dus grotere concurrentie komt die juist onder druk te staan.

Bron:
Het Parool

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
spoelen

Wortelkanaalbehandeling? Spoelen moet!

Een geslaagde wortelkanaalbehandeling bevrijdt de patiënt van pijn en zorgt voor de terugkeer van een normale functie. Voor een duurzaam resultaat is spoelen van essentieel belang. Dat stelt tandarts-endodontoloog Michiel de Cleen.

De Cleen sprak op 30 september tijdens de praktijkgerichte nascholingsdag Dental Review 2011 over de levensduur van endodontisch behandelde gebitselementen. Welke factoren zijn beslissend voor een duurzaam behoud? De Cleen deed verslag van de nieuwste inzichten op dit gebied. Die verkreeg hij tijdens een recent congres van de American Association of Endodontists in Texas.

Goed spoelen
De Cleen benadrukte het belang van goed spoelen. “Bij een kanaalbehandeling werken vijlen en ruimers niet afdoende. Met onze instrumenten raken we niet alle delen van de kanaalwand, waardoor meer dan de helft daarvan niet wordt geprepareerd.”
Irrigatie dient hier vier doelen:

  • desinfectie
  • het oplossen van pulpaweefsel
  • het smeren van vijlen en ruimers
  • het afvoeren van debris

Minstens twee spoelmiddelen
Aangezien er niet één spoelmiddel is dat al deze kwaliteiten in zich heeft, adviseert De Cleen er minstens twee te gebruiken. Daarbij is er de keuze uit:

  • natriumhypochloriet
  • calciumbinders als EDTA, citroenzuur en MTAD
  • chloorhexidine

Natriumhypochloriet
Om natriumhypochloriet kan niemand heen, stelt De Cleen: “Hypochloriet is de eerste, tweede en derde keus, vanwege het weefseloplossend vermogen en de goede microbiële en smerende werking. Bovendien werkt het snel, is het gemakkelijk verkrijgbaar en goedkoop.”

De ideale concentratie is minstens 3%. Dan is het middel ook in staat lipopolysacchariden (kleverige celwandbestanddelen) te inactiveren. Maar belangrijker nog dan de concentratie zijn de hoeveelheid en frequentie. Hoe meer spoelmiddel wordt gebruikt, hoe beter de desinfecterende werking. En: hoe vaker er wordt gespoeld, hoe beter.

De effectiviteit van natriumhypochloriet kan nog worden verhoogd door verwarming. “Vijf graden verwarmen verdubbelt de werkzaamheid”, stelt De Cleen. Ook ultrasone activatie verbetert de prestaties: “Eén minuut ultrasone irrigatie aan het einde van de reiniging van het kanaal lijkt voldoende.”

Combinatie met chloorhexidine
De ideale combinatie van spoelmiddelen is volgens De Cleen die van natriumhypochloriet en chloorhexidine, ook wel ‘het werkpaard onder de spoelmiddelen’ genoemd. Grote voordelen van dit middel zijn de effectiviteit tegen resistente micro-organismen, de lage toxiciteit en de substantiviteit (het werkt na gebruik door).

Calciumbinders
Natriumhypochloriet kent ook nadelen. Het is toxisch, vlekt en corrodeert het instrumentarium. Het werkt na gebruik niet door, is onvoldoende werkzaam tegen E. faecalis en laat de smeerlaag intact.
Calciumbinders als EDTA, MTAD en citroenzuur pakken de smeerlaag wel aan. De Cleen adviseert natriumhypochloriet en EDTA of citroenzuur om en om te gebruiken. De behandeling kan volgens hem het best worden afgesloten met EDTA, omdat dit het beste middel is voor een gladde kanaalwand.

Surfactants
Een nieuwe en interessante ontwikkeling is volgens De Cleen de toevoeging van surfactants (zeepachtige schoonmaakmiddelen). Spoelmiddelen bereiken daardoor nog beter de verborgen hoekjes en gaatjes. Het ultieme laatste spoelmiddel dat De Cleen in Texas leerde kennen is Qmix 2-in-1 van Dentsply. Of dat in Nederland verkrijgbaar wordt, blijft nog even de vraag.

Bron:
Verslag door dental INFO, tijdens de Dental Review 2011, georganiseerd door Mark Two Communications, 30 september 2011, Jaarbeurs Utrecht

Michiel de Cleen is tandarts-endodontoloog in Amsterdam. De Cleen is in 1988 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna was hij tot 1995 als docent verbonden aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Naast de werkzaamheden in de praktijk is Michiel de Cleen mede-auteur van een aantal boeken over de endodontologie en tandletsels en een veelgevraagd cursusdocent op dit gebied.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Scholing, Thema A-Z
Kindergebit

Casus: Alveolaire lymphangioma bij kinderen

Een vijf maanden oud jongetje met Nigeriaanse ouders komt bij u in de praktijk met twee bilaterale orale laesies die al 3 maanden zichtbaar zijn. Wat is uw diagnose en behandeling?

Casus
Een vijf maand oud jongetje met Nigeriaanse ouders komt, na verwijzing door een specialist, bij u terecht. De reden van verwijzing is een gingivale afwijking in de onderkaak. De moeder vertelt dat er al drie maanden lang bilaterale orale laesies zichtbaar zijn. Volgens de moeder zijn de laesies zonder specifieke oorzaak ontstaan.

Tijdens het intra-orale onderzoek ontdekt u de aanwezigheid van twee laesies: Beide aan een kant van de mandibulaire kaakwal aan de linguale zijde. De laesie aan de rechterzijde is geel van kleur en heeft een diameter van 6 millimeter (zie afbeelding 1). Aan de linkerzijde heeft de laesie een diameter van 3-4 millimeter. Deze laesie heeft een blauwachtig aspect (zie afbeelding 2).


Afbeelding 1: Intra-orale lichtfoto


Afbeelding 2: Voorbeeld van een blauwachtige laesie

Diagnose
Er is sprake van alveolaire lymphangioma. Dit is een benigne aandoening die alleen voorkomt in de mond van kinderen met een donkere huidskleur. De aandoening is relatief zeldzaam en komt tussen de 2,2% en 4% voor bij gezonde kinderen met een donkere huidskleur. De man-vrouw-verhouding is 2:1. Klinisch lijken de laesies op een mucokèle of een eruptie cyste. De grootte varieert tussen de 1 en 9 millimeter. Vaak is er sprake van blauwachtige met vocht gevulde laesies. De karakteristieke plaats is de alveolaire rand van de mandibula ter plaatse van de eerste melkmolaar. De laesies kunnen ook op de maxillaire kaakwal of op de linguale zijde van de mandibulaire kaakwal voorkomen. Vaak zijn er meerdere laesies aanwezig.

Behandeling
De etiologie van alveolaire lymphangioma is niet bekend. Er is geen relatie tussen alveolaire lymphangioma en andere aangeboren afwijkingen. Er is mogelijk sprake van genetische etiologie omdat de aandoening alleen met kinderen met een donkere huidskleur voorkomt. Behandeling is conservatief. De laesies zullen vanzelf verdwijnen. Dit zal enkele maanden duren.
Over deze aandoening wordt weinig gerapporteerd in wetenschappelijk onderzoek. Ondanks dat er geen behandeling nodig is, is het goed om de juiste diagnose te kunnen stellen. Op deze manier kunnen de ouders gerustgesteld worden. Het is belangrijk om de aandoening te monitoren.

Casus
Ook bij het in de casus beschreven jongentje verdwenen de laesies volledig na twee maanden.

Bron:
Journal of the Irish Dental Association – Volume 55 nummer 3 – Juni/Juli 2009

Lees meer over: Casus, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
tand - kapot - erosie

Proefschrift: de risico factoren van tanderosie bij kinderen in de 21e eeuw

Promotie: Dental erosion in children: risk factors: in daily life in the 21st century

Datum: 11 oktober 2011, 15.45 uur
Locatie: VU, Aula, Amsterdam
Spreker: Dien Gambon
Promotoren: Prof.dr. A. van Nieuw Amerongen (emeritis) en prof.dr. E.C.I. Veerman, Orale Biochemie ACTA
Copromotor: dr. H.S. Brand, Orale Biochemie ACTA

Op dinsdag 11 oktober a.s. verdedigt Dien Gambon haar proefschrift: Dental erosion in children: risk factors: in daily life in the 21st century.

Conclusie onderzoek risico factoren van tanderosie bij kinderen in de 21e eeuw

Een algemene conclusie van dit proefschrift is dat veel factoren in de 21ste eeuw kunnen leiden tot tanderosie bij (jonge) kinderen en adolescenten. Kennis van de risicofactorren en beschermende factoren zijn een voorwaarde om tanderosie te voorkomen. Vandaar dat ouders en kinderen uitgebreide en begrijpelijke informatie moeten krijgen over de risico’s die het eten en drinken van zure voedingsmiddelen met zich mee brengen en ook advies moeten krijgen over eet- en drinkgewoonten die tandvriendelijk zijn.

Bekijk het proefschrift

Bron:
ACTA


Download brochure proefschrift-gambon-2011.pdf
Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Onderzoek, Thema A-Z
eten - kind

Tien voedingstips voor ouders met kinderen

‘Het gaat niet goed met het melkgebit’, kopte Trouw onlangs. Maar wat is er aan te doen? Ouders, grootouders en crècheleidsters bepalen wat kinderen eten. Tien voedingstips voor ouders met kinderen in uw praktijk.

Tien voedingstips om je kind cariësvrij te houden

  1. Water, gewone melk en thee zonder suiker
    Laat je kind van jongs af aan water, gewone melk en thee zonder suiker drinken. Zijn ze al gewend aan zoete dranken? Breng dit dan terug naar sap bij het tussendoortje in de ochtend en de middag. Je kunt sap steeds meer aanlengen met water. Zo wennen ze langzaam.
  2. Verklein de porties
    Een plak cake geven aan een jong kind staat gelijk aan het geven van een hele cake aan een volwassene. Houdt er rekening mee dat een kind een klein lijf heeft. Verklein de portiegroottes van zoetigheid. Dit zorgt ervoor dat kinderen trek houden in de avondmaaltijd en op gewicht blijven.
  3. Eén is net zo lekker als twee!
    Koop geen producten waarvan je blijft dooreten zoals chocoladepinda’s, minikoekjes en chocoladecrisps. Geef je kind liever één snoepje in plaats van een zakje. Het duurt langere tijd voordat het kind alle snoepjes op heeft. Hierdoor wordt de kans op gaatjes groter.
  4. Verwennen met aandacht
    Wijs opa’s oma’s en buurvrouwen erop dat ze het kind ook kunnen verwennen met aandacht. Samen een tekening maken, een puzzel doen of een stuk fietsen is een goed alternatief voor snoep.
  5. Maximaal 7 eet en/of drinkmomenten
    Houd een dagritme aan met 3 hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes. Houd je aan maximaal 7 eet- en/of drinkmomenten, zodat het gebit de tijd krijgt om te herstellen.
  6. Koektrommel dicht
    De koektrommel dichtdoen nadat iedereen een koekje heeft gehad is voor velen een truttige ouderwetse Nederlandse gewoonte. Herstel hem in ere.
  7. Soort snoep
    Let bij het inkopen doen op het soort snoep wat je koopt. Laat kleverig, plakkerig snoep (toffees, candybars) en snoep wat lang in de mond blijft ( lollies, zuurtjes) in het schap liggen.
  8. Onbewerkte voeding
    Onbewerkte voeding bevat minder suiker. Van zoetigheid eet je altijd meer dan van onbewerkt voedsel. Geef je kind fruit op één van de zeven eetmomenten. Dit levert in tegenstelling tot zoetwaren ook vezels, vitamines en mineralen. Ook producten waarvan je het niet verwacht zoals brood, vla met zoetstof en groente in blik bevatten vaak suiker.
  9. Leer zoete smaak af
    Leer de zoete smaak af. De eerste twee afkickweken zijn het zwaarst.
  10. Traktatiebeleid
    Bespreek het traktatiebeleid op school. Met een groep ouders sta je sterker.

Door: Louise Witteman, diëtist met specialisatie mondgezondheid,  info@louisewitteman.nl

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z, Voeding en mondgezondheid
Kindergebit

Kindertandheelkunde; als je het niet kan, moet je het niet doen – Jaap Veerkamp

Verslag van de lezing van Jaap Veerkamp over kindertandheelkunde tijdens de 8e Talking Points in Dentistry van GSK.

De spreker Jaap Veerkamp, werkzaam bij de sectie kindertandheelkunde van ACTA, begon zijn betoog met de dilemma’s die de zorg voor kindergebitten kent, zowel in de diagnostiek als in de behandeling. Kinderen moeten nu eenmaal anders benaderd worden dan volwassenen. Kinderen snappen het niet, willen het niet, kunnen het niet, hebben mondige ouders die bovendien andere prioriteiten hebben en internet voor waar aannemen. Kinderen onder de 5 jaar zijn het lastigst te behandelen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat maar liefst 80% van de behandelaars graag zou willen verwijzen. Verder blijkt dat tandartsen die meer zorg besteden aan de gebitten van jonge kinderen, dat later ook doen. De groep die kinderen behandelt, doet dat op alle terreinen (o.a. preventief, curatief).

Eerste twee jaar cruciaal

De gebitten van de meeste kinderen worden pas tussen het derde en zevende levensjaar voor het eerst door een tandheelkundig zorgverlener bekeken. Maar de eerste twee jaar na doorbraak zijn cruciaal. Zo is er een significant verschil in glazuurhardheid van opvolgende leeftijdsgroepen. Hoe jonger een tand hoe zachter het glazuur. En andersom: hoe langer een element in de mond zit, des te dikker de glazuurlaag wordt. Glazuur moet minimaal twee jaar “rijpen” voordat het een goede hardheid heeft. Juist in die fase moeten professionals ouders op de gevaren wijzen! Cariës die door hypomineralisatie ontstaat, verloopt sneller. Uit onderzoek bleek dat kinderen die heel vroeg gaatjes kregen, een 5 tot 6 keer grotere kans hebben op cariëstoename. Maar je weet pas wat er aan de hand is als je het ziet. En daar ligt nu net het probleem. Het is verdraaid lastig in een mond te kijken van heel kleine kinderen. Vaak als je één caviteit ziet, is er kans op nog veel meer caviteiten en stuit je veelal op een megaprobleem. Met andere woorden: zonder post eruptieve remineralisatie gaat het van kwaad tot erger. Daarom moet de nadruk op preventie liggen.

Gedrag bekijken

Bij de diagnostiek bij kinderen is het heel erg belangrijk naar het gedrag van het kind te kijken. Kan het kind bijvoorbeeld ijs eten? Kan hij wat hij normaal lekker vindt nu nog eten? Kijk wat er gebeurt als je een kies open boort. Bij heftige bloeding zal de kies eruit moeten. Is de bloeding niet heftig, dan kan er een kroon op. Een passende behandeling houdt waar mogelijk rekening met de leeftijd van het kind, is gebaseerd op röntgenfoto’s, is gekoppeld aan preventie en aan het geven van een toelichting aan de ouders. Door zo jong mogelijk foto’s te maken kan de professional de diagnose beter stellen. Ook kan hij met meer kracht een preventief beleid instellen. Als het niet lukt om foto’s te maken, leg dat dan aan de ouders uit.

Vooraf bespreken met ouders

Sowieso is het advies aan de professional dat hij altijd vooraf met de ouders bespreekt wat hij wel en wat hij niet kan doen. Hij geeft daarbij ook aan wat hij van de ouders verwacht. Mag hij bijvoorbeeld onder dwang de mond van het kind openen als die dat zelf niet doet? Hij kijkt daarbij altijd kritisch naar zijn eigen functioneren en zegt een keer sorry in een gesprek met de ouders. Sorry neemt veel stress weg en kan klachten voorkomen.

Resumerend

Tot slot en resumerend adviseerde Veerkamp: “Kies altijd een behandeling in het belang van het kind, realiseer dat cariës bij kinderen anders is en maak tijdig röntgenfoto’s. Daarbij is het beter om niet te restaureren dan slecht. Creëer optimale omstandigheden om de behandeling uit te voeren en maak bij twijfel een tweede foto. Onderschat het klinische beeld niet, maak eerder simpele restauraties en extraheer meer.”

Bron:
GSK

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
computer, scherm, app

Computerspelletjes houden kindertanden gezond

Educatieve computerspelletjes zijn een meerwaarde bij het leerproces van kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Gent bij 392 leerlingen uit het derde leerjaar naar de impact van het tandhygiëneproject ‘Ben de Bever’.

Meer enthousiasme en aandacht
De Christelijke Mutualiteit wil kinderen met het project een half jaar lang laten werken rond tandhygiëne. Daarbij spelen online spelletjes een belangrijke ondersteunende rol. Leraren die deze spelletjes integreren in hun lessen, weken meer aandacht en enthousiasme los tijdens de les. Kinderen vinden het project ‘Ben de Bever’ leuk en geloofwaardig.

Cijfers België
Meer dan een derde van de kinderen poetst zijn tanden te weinig. Zij halen hun tandenborstel één keer per dag of minder uit het badkamerkastje. Bijna één op de tien kinderen gaat nooit naar de tandarts. Nochtans wordt het preventieve tandonderzoek volledig terugbetaald voor kinderen tot 18 jaar.

Scholen kunnen ook volgend schooljaar meedoen met het project. Bekijk hier een filmpje.

Bron:
Het Laatste Nieuws

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
kind - huilen

Protocol kindermishandeling

Het Protocol kindermishandeling is bestemd voor iedereen die beroepshalve te maken heeft met kinderen tot 19 jaar, hun ouders of verzorgers. Het volgt de regels van de a.s. Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en het Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
spiegel - tandarts

Hoe herkent u kiespijn bij peuters?

Lezing tijdens de opening van het Centrum Tandheelkunde in Bijzondere Gevallen Doetinchem, door Wilma Kouwenberg-Bruring, tandarts-pedodontoloog.

Cariës in het melkgebit geeft een grotere kans op cariës in het blijvend gebit. Door kiespijn kunnen kinderen minder gaan eten en slapen. De concentratie kan afnemen en gedragsproblemen kunnen toenemen. Kinderen met kiespijn kunnen zich minder goed ontwikkelen.

Kiespijnstoplicht
Bij peuters kan men aan het gedrag beoordelen of er sprake is van kiespijn. Om te weten te komen of hier sprake van is kan het onderstaande vragenlijstje – het Kiespijnstoplicht – worden gebruikt. Wordt er 1 vraag met ‘vaak’ beantwoord of 2 vragen met ‘soms’ dan wordt aangeraden met het kind de tandarts te bezoeken, omdat er sprake kan zijn van kiespijn

Hoe vaak merkt u dat uw kind:

  • Klaagt tijdens het tandenpoetsen
  • Iets lekkers plotseling weg legt
  • Eten afbijt met de kiezen i.p.v. met de tanden
  • Moeite heeft met kauwen
  • Aan één kant kauwt
  • Tijdens het eten plotseling begint te huilen
  • Naar zijn/haar wang grijpt tijdens het eten

Sterkste voorspellers hierbij zijn:

  • Naar je wang grijpen tijdens het eten
  • Iets lekkers eten en plotseling en wegleggen
  • Moeite hebben met kauwen

Kiespijn geen reden eerder bezoek tandarts
Uit een – nog niet gepubliceerd – onderzoek blijkt dat bij peuters kiespijn geen reden lijkt te zijn om eerder naar de tandarts te gaan en voor de tandarts ook niet om (meer) vullingen te leggen. Het Kiespijnstoplicht zou een hulpmiddel kunnen zijn voor ouders, verzorgers, tandartsen, huisartsen, medische staf van consultatiebureaus, onderwijzend personeel en anderen om gedrag gerelateerd aan kiespijn te kunnen herkennen.

Waarom geven kinderen pijn niet aan?
Na dit betoog vroeg ik me af waarom er een Kiespijnstoplicht afgenomen moet worden. Waarom geven de kinderen zelf niet aan dat ze pijn hebben? Volgens QP mondhygiëne van 23 maart 2011 kunnen kinderen op deze leeftijd hun pijn nog niet goed benoemen of nog niet zelf duidelijk aangeven waar het pijn doet. Wanneer jonge kinderen kiespijn hebben, is dat meestal voor de eerste keer. De kiespijn is bovendien niet altijd lokaal en soms cyclisch van aard, wat duidelijke communicatie bemoeilijkt. Als het pijnlijke element necrotisch wordt, of er ontstaat een fistel waardoor de druk verlaagt, kan de kiespijn tijdelijk verdwijnen. Het gevolg is dat sommige kinderen helemaal niet klagen, zelfs niet als er sprake is van‘rampant caries’.

Bron:
Lezing bij de opening van het Centrum voorTandheelkunde in Bijzondere Gevallen op 20 mei 2011 in Doetinchem door mevrouw Wilma Kouwenberg-Bruring, tandarts-pedodontoloog, erkend door de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde.

Door:
Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Pijn | Angst, Thema A-Z
ouders

Kind behandelen zonder fiat beide ouders mag

Het belang van het minderjarige kind staat altijd voorop, ook als een arts voor een behandeling niet de vereiste dubbele toestemming heeft van beide ouders van het kind.

Dat heeft het Centraal Tuchtcollege geoordeeld in twee zaken die op 24 mei voorkwamen. Beide klachten werden ongegrond verklaard. Het tuchtcollege breekt hiermee volgens de KNMG met eerdere uitspraken. Als één van de ouders het kind begeleidt en er geen sprake is van een ingrijpende, niet-noodzakelijke of ongebruikelijke behandeling, mag de arts er, wat het tuchtcollege betreft, in principe van uitgaan dat er toestemming is van beide ouders.

Uitzonderingen dubbele toestemming
De vereiste dubbele toestemming kent wat het tuchtcollege betreft twee uitzonderingen. De eerste uitzondering is het voorkomen van ernstig nadeel voor het kind. In één van de zaken ging het om een 13-jarige jongen met gescheiden ouders, waarvan de moeder wilde dat hij gevaccineerd zou worden, terwijl de vader, de klager, daartegen was. Het niet laten vaccineren zou voor de jongen ernstig nadeel kunnen opleveren als hij besmet zou zijn geraakt.

De tweede uitzondering betreft de wens van de minderjarige patiënt zelf. De 13-jarige jongen heeft zelf tijdens gesprekken en in een schriftelijke verklaring bij de huisarts aangegeven gevaccineerd te willen worden, ook al wist hij dat zijn vader daartegen was.

In de andere zaak ging het ook om gescheiden ouders. De vader, de klager, had zijn zoon zonder toestemming van de moeder ingeschreven bij een andere huisarts. Ook had hij de oude huisarts uitdrukkelijk verzocht zijn zoon niet meer te behandelen. De moeder bezocht toch drie keer de oude huisarts en gaf bovendien geen toestemming om het kind te laten behandelen door de nieuwe huisarts. Ook in deze zaak oordeelde het Centraal Tuchtcollege dat de vader het belang van het kind niet liet prevaleren.

Kinderrechter
Het tuchtcollege stelt bovendien dat gezagdragende ouders zich moeten wenden tot de (kinder)rechter als het niet lukt om samen tot de keuze van een huisarts te komen in wie beiden vertrouwen hebben.

De uitspraken zijn voor de praktijk van de gezondheidszorg erg belangrijk, meldt de KNMG op haar website. De organisatie vindt dat het tuchtcollege de praktijk een nuttig handvat aanreikt en dat de zorg beter werkbaar wordt voor artsen.

Bron:
Medisch Contact

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Kind

Kaakchirurg Ruud Boos: Geef kind fluoridepil

Ouders zouden jonge kinderen fluoridepillen moeten geven in de strijd tegen tandbederf. Dat betogen hoogleraar kaakchirurgie aan het UMCG Ruud Bos en huisarts Bert Tent.

Ze reageren hiermee op de ophef die is ontstaan over de toename van het aantal zeer jonge kinderen met verrotte melkgebitten. Kaakchirurgen in het Noorden luidden de noodklok omdat ze er niet meer tegen kunnen dat ze onder narcose complete melkgebitten moeten trekken omdat ze niet meer te vullen zijn.

Te veel snoepen, zoete drankjes en slecht poetsen
De oorzaak is te veel snoepen, zoete drankjes en te slecht poetsen. “Maar ja, blijkbaar lukt het gewoon niet om die ouders en kinderen zo ver te krijgen dat ze gaan poetsen”, zegt Tent. “Ik adviseer mijn patiënten met jonge kinderen dus om maar weer fluoridepillen te slikken, net als vroeger.”

Bos zou ook toevoeging van fluoride aan het drinkwater toejuichen, net als in sommige andere landen. “Maar dat ligt politiek erg lastig en is dus niet zomaar te realiseren.”

Fluoridepillen niet meer geadviseerd
Fluoridepillen worden niet meer geadviseerd door het Ivoren Kruis. “Maar dat is omdat ze er vanuit gaan dat kinderen twee keer per dag twee keer poetsen met fluoridehoudende tandpasta”, zegt Bos. “Dat blijkt in praktijk dus vaak niet te gebeuren.”

Bron:
Dvhn.nl

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
melktanden - kindergebit - lachen - kind

Alarm over slechte staat melkgebitten

Het is slecht gesteld met de gebitten van kinderen. Tandartsen, gebitsorganisaties en specialisten in ziekenhuizen slaan alarm. Ze zien in het hele land lange wachtrijen bij jonge kinderen, bij wie ze soms het complete melkgebit moeten trekken of renoveren,  schrijf het AD.

TNO onderzoek
Concrete cijfers over de staat van de melkgebitten ontbreken nog. TNO is bezig met een onderzoek. “Of het echt veel slechter gaat dan een paar jaar geleden moet nog blijken”, zegt hoogleraar tandheelkunde van het UMC St. Radboud in Nijmegen Gert-Jan Truin. “Maar ik hoor ook zorgelijke geluiden uit het beroepsveld.”

Zorgen
Gebitsorganisaties Ivoren Kuis, NVvK en Acta maken zich zorgen. De gebitsrot bij jonge kinderen komt onder meer door slecht poetsen, niet napoetsen door ouders, de hele dag snoepen en doordat kinderen een zuigflesje mee naar bed krijgen. De exacte oorzaak van de veronderstelde toename is onduidelijk.

Campagnes
Kaakchirurgen en tandartsen vinden dat verzekeraars en gezondheidsdiensten actie moeten ondernemen. Ze pleiten voor campagnes om te wijzen op de gevaren van tandbederf bij kinderen. Zo kunnen kinderen totdat ze gaan wisselen tandeloos blijven en kan het ook het volwassen gebit aantasten.

Bron:
Nieuws.nl

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Alarm melkgebit kleuters

Kaakchirurgen in Noord-Nederland kunnen er niet goed meer tegen. Steeds vaker moeten ze bij jonge kinderen het hele gebit trekken.

Volkomen verrot, niks meer aan te doen, bericht de Leeuwarder Courant.

Het gaat om jonge kinderen, een jaar of vijf, zes en zelfs nog jonger. Ze komen voor het eerst in hun leven bij de tandarts omdat ze zo’n pijn hebben. Tanden zijn half weggerot, kiezen hebben gaatjes al voordat ze zijn uitgegroeid, tandvlees is ontstoken. Maar al snel komt de beslissing: trek het hele melkgebit maar. En dan maar hopen dat het met het volwassenengebit wel goed komt.

“Het gaat niet goed en er moet iets gebeuren”, zegt kaakchirurg professor dr. Ruud Bos van het UMCG. “Het gaat om kinderen die de hele dag door grazen en geen goede poetsdiscipline hebben”, weet zijn collega kindertandarts dr. Gert Stel. “Het is vooral de houding en kennis van de ouders. Een kind beneden de tien jaar moet je altijd helpen met poetsen.”

Bron:
Leeuwarder Courant

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
tandarts, behandeling

Help, mijn patiënt heeft ADHD

Hoe uit ADHD zich en welk gedrag kunt u verwachten bij ADHD-kinderen? Achtergrondinformatie en tips bij de tandheelkundige behandeling van ADHD-kinderen.

Het eerste probleem waar u tegen aan kunt lopen als u een ADHD-patiëntje in de stoel krijgt, is dat u vaak niet weet dat het ADHD heeft. Immers in de gebruikelijke anamnese wordt niet gevraagd of er problemen zijn met het gedrag van het kind of met de geestelijke gesteldheid. Als u er wel van op de hoogte bent, is het vaak niet duidelijk om welk type ADHD het gaat. Terwijl dit belangrijk is te weten, zodat u het behandelplan hieraan kan aanpassen.

Hoe uit ADHD zich?
De twee kenmerken hyperactiviteit en impulsiviteit kunnen voor grote problemen zorgen in de praktijk. Alhoewel deze kenmerken niet hoeven voor te komen bij elk ADHD-kind, denk aan ADD’ers (één van de ADHD-types) die over het algemeen alleen een aandachtstekort hebben.

Bij de tandarts zal een kind in rap tempo van alles willen onderzoeken en aanraken, dingen omgooien zoals bekertjes water en AMA-setjes. Ook kan het ineens in een impuls opspringen uit de stoel alsof het iets fantastisch heeft bedacht. Het zal moeilijk zijn mond kunnen houden en overal op reageren. Het kan niet stil liggen en er bestaat een kans dat het zichzelf bezeerd gedurende de behandeling. Het kan zelfs voorkomen dat het kind de behandelaar uitscheldt omdat iets niet prettig aanvoelt of zich vreselijk gaat aanstellen en op-en-neer gaat dansen van de pijn. Misschien bestaat er bij u dan de neiging om in de lach te schieten of u juist beledigd te voelen en uw geduld te verliezen.

Concentratieproblemen
Door aandachtsproblemen kunnen deze kinderen niet lang hun aandacht houden bij één en hetzelfde ding. Vooral niet als het saai en langdradig is. Ze kunnen maar moeilijk hun aandacht houden bij wat het belangrijkste zou moeten zijn. Hierdoor is het zeer moeilijk dit kind een nuttige instructie te geven of te informeren en dus te motiveren. Er bestaat de kans dat kinderen met ADHD poetsen absoluut niet zien als iets leuks of spannends. Ze verliezen al snel hun aandacht bij het poetsen en pakken die game-boy die in het oog ligt op. De mondhygiëne kan bij deze kinderen dus te wensen over laten.

Mondhygiëne
Zoals ik hierboven schreef, kan de mondhygiëne niet optimaal zijn. Dit komt niet alleen omdat poetsen niet spannend is, maar ook door een slechte fijne motoriek. Kinderen met ADHD hebben meer kans op een slechte motoriek dan hun leeftijdsgenootjes.
Ook wordt de mondhygiëne beïnvloed door medicatie. Sommige medicijnen veroorzaken xerostomie. Ook kan het zijn dat het kind erosie heeft, omdat het vaak moet overgeven van de medicatie. In mijn omgeving hoor ik geluiden over veelvuldig knarsen en klemmen. Dit kwam pas nadat de kinderen aan de medicijnen waren begonnen. Later bleek dat ze dan verkeerde medicijnen hadden gekregen door een foutieve diagnose. De kinderen bleek PDD-NOS te hebben en juist Resperdal nodig te hebben in plaats van een oppeppend middel zoals Ritalin of Concerta.

Slecht zelfbeeld
Veel ADHD-ers hebben weinig zelfvertrouwen. Dit kan komen omdat ze een slechte motoriek hebben en dus niet zullen uitblinken in sport en vaak onhandig zullen zijn. Zij moeten vaak gecorrigeerd worden omdat zij veelvuldig de mist in gaan door hun gedrag. Of doordat ze spelfouten maken door dyslexie. Ze horen dus vaak dat ze het fout doen. Ook wij, als mondzorgers, zullen ze moeten corrigeren, bijvoorbeeld bij het tandenpoetsen. Dit kan dus tot een sacherijnig gezicht leiden of zelfs tot een uitspatting.

Andere stoornissen
Bij veel ADHD-ers is de ADHD niet het enige probleem. Sommige hebben Gilles de la Tourette. Hun tics zullen de behandeling erg moeilijk maken. Ze kunnen ze wel even tegenhouden, maar dat is niet prettig; er bouwt zich dan een spanning op in het lichaam en die moet er nou eenmaal uit via tics.
Soms is er ook sprake van autisme. Autisme heeft als hoofdkenmerk het niet kunnen verwerken van sociale informatie en een onvermogen de wereld om zich heen te kunnen doorgronden. Zij ervaren de wereld om zich heen als bedreigend en klampen zich vast aan regels en rituelen, die onder geen beding mogen worden doorbroken. Dus het poetsgedrag zal heel moeilijk zijn te veranderen en contact met deze kinderen te leggen. Het helpt om deze autisten te vertellen dat bepaald gedrag normaal is. Hier worden ze rustig en coöperatief van.
Verder kunnen ze geen gevoel leggen in hun woorden en zullen het gevoel in woorden van een ander ook niet herkennen.
De stoornis van Asperger heeft dezelfde symptomen als autisme. Het verschil is dat iemand met Asperger geen communicatieproblemen heeft. ADHD-kinderen kunnen ook een heel hoog IQ hebben, waardoor zij misschien meer weten dan u. Dit kan door u als bedreigend ervaren worden. Het omgekeerde is ook waar: Veel ADHD-ers hebben juist een laag IQ. Het is moeilijk om deze kinderen wat uit te leggen zonder geduld te verliezen. Dyslexie komt veelvuldig voor onder ADHD-ers. Foldermateriaal zal dan moeilijk te lezen zijn.

Tips bij de tandheelkundige behandeling van de ADHD-er:

  • Geef aan wat er verwacht wordt van het kind
  • Voorkom te veel of te weinig visuele en auditieve prikkels
  • Geef korte kernachtige instructies zonder veel woorden
  • Loop vooruit op moeilijke situaties en omschrijf wat er gaat gebeuren. Leg altijd uit wat u gaat doen, voor en tijdens de behandeling (stond als apart punt, erbij gezet)
  • Negeer mild ongewenst gedrag
  • Werk in kleine stapjes; maak duidelijk hoe lang het nog duurt
  • Sta geregeld even motorische activiteit toe (indien mogelijk)
  • Neem een een vriendelijke en accepterende houding aan
  • Geef duidelijke opdrachten
  • Gebruik humor
  • Bied structuur !!!!
  • Werk onder anesthesie
  • Wees voorspelbaar
  • Sluit de behandeling positief af
  • Verwijder dingen uit de behandelruimte die het kind sterk kunnen afleiden
  • Noem het kind continu bij de naam
  • Wees complimenteus

Bron:
– Kinder- und Jugendpsychologie in der zahnärrztlichen praxis, blz.120 t/m 123, Almuth Künkel 2000

– Diagnose ADHD, Een gids voor ouders en hulpverleners, R.A. Barkley, 1999, , ISBN 9026514808, blz. 29,73 t/m 82, 122, 143, 222 hoofdstuk 9,11,12,16

– Kindertandheelkunde1 2001,  Drs. J.S.J. Veerkamp Drs. W.E v. Amerongen, Drs. W.J.H. Berendsen, L.C. Martens .

– Tijdschrift Tandheelkunde, kinderen met ADHD, 1999, 106: blz. 222-225, Drs. P.P Prins. 1999

– Wat is ADHD? ADD of ADHD? Onderzoeksresultaten. Therapie en coaching.  A. van der Gouw, 2002

– Praktische tips voor de dagelijkse praktijk: ADHD een hele opgave, Zorg primair nummer 9 blz123-126, Mevr. C. Janssen, 2000

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
kind - tandarts - behandeling

3.100 kinderen Amsterdam-Zuidoost nooit naar tandarts

In Amsterdam-Zuidoost wonen zeker 3100 kinderen die nooit naar de tandarts gaan.
Dat blijkt uit cijfers van zorgverzekeraar Agis.

Minstens 3100 verzekerden tussen de 13 en 18 jaar gaan, ondanks dat ze ervoor verzekerd zijn, nooit naar de tandarts. “En wel liters Red Bull wegdrinken. Echt, dat spul is nog dodelijker voor de tanden dan cola”, aldus Onno Kouwenberg van Stichting Jeugdtandverzorging in De Telegraaf. Volgens Kouwenberg gaat het vaak om allochtone jongeren uit achterstandsgezinnen. “Voor de ouders is gebitscontrole geen prioriteit. Het is geen onwil, ze denken er gewoon niet aan.”

Bron:
AT5

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Kindergebit

Hoe zien de gebitten van kinderen en jongvolwassenen eruit?

Kies voor Tanden ‘Hoe zien de gebitten van kinderen en jongvolwassenen er uit?’ Dit is de centrale vraag in het project ‘Kies voor Tanden’ dat TNO uitvoert in opdracht van het College Voor Zorgverzekeringen (CVZ).

Het doel van het project ‘Kies voor Tanden’ is om een beeld te krijgen hoe de gebitten van kinderen en jongvolwassenen in Nederland er uitzien. Op basis hiervan wordt gekeken wat er eventueel moet veranderen om de gebitsgezondheid van kinderen en jongvolwassenen op peil te houden of waar nodig te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan betere voorlichting of eventuele aanpassingen aan het verzekerde pakket.

Kies voor Tanden op vier plaatsen
Project ‘Kies voor Tanden’Het project ‘Kies voor Tanden’ vindt in 2011 plaats te Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda en Den Bosch. Hiervoor ontvangen 5-, 11-,17-, 21- en 23-jarigen een uitnodiging. Het is van belang dat veel jongeren aan het project meedoen, om zo een goed beeld te krijgen van de gebitgezondheid van jeugdigen.

Deelname aan ‘Kies voor Tanden’ bestaat uit een gebitscontrole en het invullen van een vragenlijst. Tijdens de gebitscontrole wordt alleen gekeken. Er wordt niet behandeld!!

Met de bus op locatie
De gebitscontrole vindt plaats in de ‘Kies voor Tanden’-onderzoeksbus van TNO. Deze komt naar de vier plaatsen toe. De bus komt op een centraal gelegen plaats in de stad te staan. Met de deelnemers wordt t.z.t. telefonisch een afspraak voor de gebitscontrole gemaakt. Alle tandartsen in de vier steden, de gemeenten, betrokken personen, scholen en GGDen zijn over het project geïnformeerd.

Bron:
TNO

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Onderzoek, Thema A-Z
Kindergebit

TNO onderzoek over gebitstoestand kinderen

TNO en gebitstoestand kinderenTNO doet vanaf 1987 onderzoek naar de gebitstoestand van de kinderen. Onderzoek wordt periodiek om de twee – vier jaar herhaald.

De meest recente gepubliceerde cijfers zijn van 2005. Op dit moment wordt in opdracht van het College voor zorgverzekeringen CVZ gewerkt aan de interpretatie van de cijfers over 2009.

Onderzoek 2005
Uit het onderzoek over 2005 blijkt dat cariës is de meest voorkomende, niet terug te draaien aandoening is bij kinderen in Nederland: 56% van de 5-jarigen heeft cariës. Ze hebben gemiddeld 8 tandvlakken met carieuze aantasting waarvan slechts 17% behandeld is. Er bestaan grote verschillen afhankelijk van de sociaaleconomische achtergrond. Problemen aan het (melk)gebit hebben ernstige gevolgen voor de gebitsfunctie (kauwen, bijten, spreken), esthetiek, pijn, groei en kwaliteit van leven.

Voorkomen eenvoudig en kosteneffectief
Het voorkomen van cariës is relatief eenvoudig en algemeen bekend: effectieve maatregelen zijn poetsen met fluoridetandpasta, napoetsen tot 10 jaar, maximaal 7 eet- en drinkmomenten per dag en vanaf 2 jaar regelmatig op controle bij een tandarts of mondhygiënist. Omdat cariës met deze preventieve maatregelen in principe volledig is te voorkomen, valt op dit terrein veel gezondheidswinst te boeken en veel kosten te besparen.

TNO start nog in 2011 bij consultatiebureaus een project: ‘Een gezond kindergebit’. Dit project wordt gefinancieerd door ZONMw. Ouders krijgen via internet een voorlichtingsfilm aangeboden om zo kennis en gedrag met betrekking tot de gebitsgezondheid van hun kind te bevorderen.

Bron:
TNO

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Onderzoek, Thema A-Z
Kindergebit

Infopakket voor mondverzorging schisiskinderen

Goed gepoetst! Hoe krijg je ze schoon en hoe houd je het leuk? Dat is de insteek van een nieuw informatiepakket, gemaakt door het Schisisteam Friesland. Speciaal voor kinderen met een vorm van schisis (gespleten lip / kaak / gehemelte) is een informatiepakket ontwikkeld over de complete mondverzorging.

Voorleesboek
Centraal staat het voorleesboek Silke bij de tandenpoetsjuf. Het is bedoeld voor ouders met jonge kinderen die schisis hebben, maar kan ook heel goed in bijvoorbeeld de klas van het kind gebruikt worden. Het boek, geschreven door Astrid Kuiper en geïllustreerd door Monique Beijer, gaat over het meisje Silke dat naar de tandenpoetsjuf gaat. Onderwerpen als ‘er tegen op zien om naar de tandarts te gaan’ en ‘manieren om gaatjes te voorkomen’ worden op een leuke manier aan het licht gebracht. Kinderen die het schisisteam bezoeken krijgen het boekje mee naar huis.

Instructiefilmpje
Verder zit er in het pakket een instructiefilmpje, een folder en een op maat gemaakte persoonlijke poetskaart. Het instructiefilmpje laat zien hoe en met welke middelen je mond goed schoon gehouden kan worden en is op de site van het schisisteam te bekijken. www.mcl.nl/schisis

De folder gaat over de relatie tussen voeding en mondgezondheid. Meerdere middelen om je tanden en kiezen goed schoon te houden komen hier aan bod. De folder wordt meegegeven aan de kinderen die op het spreekuur van hun schisisteam komen.
Andere belangstellenden kunnen de folder ook op internet downloaden of bestellen bij het schisisteam info@schisisteamfriesland.nl.
Om de campagne compleet te maken is een persoonlijke kaart met speciale poetsinstructies voor het kind ontwikkeld. Hiermee kan je stap voor stap thuis precies zien hoe je je tanden en kiezen moet verzorgen. De kaart wordt door de tandarts, mondhygiëniste of preventieassistent aan de kinderen meegeven.

Verkrijgbaarheid
Het boekje Silke bij de tandenpoetsjuf kost € 6,50 (exclusief verzendkosten) en is verkrijgbaar in een aantal boekhandels in Leeuwarden, Drachten en Sneek. Het boekje is ook te bestellen bij: Landelijk Bureau van de BOSK, vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders.
Telefoon 030 245 90 90
E-mail: info@bosk.nl
Website: www.bosk.nl

Bron:
De Koerier

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z