Kindergebit

Midazolam vermindert angst bij kinderen

Toediening van Midazolam kan nuttig zijn bij kinderen die angstig zijn voor het ondergaan van een tandheelkundige behandeling onder narcose. Kinderen ervaren door het kalmeringsmiddel minder scheidingsangst en angst voor het narcosemasker. Dit blijkt uit nieuw onderzoek gepubliceerd in de Journal of International Society of Preventive & Community Dentistry.

Onderzoek
De deelnemers aan het onderzoek waren 78 kinderen van 3 tot 9 jaar oud die een tandheelkundige behandeling onder volledige narcose moesten ondergaan. De helft van de groep kreeg dertig minuten voor de operatie 0,5 mg/kg Midazo-lam toegediend. De andere helft kregen een placebo. De scheidingsangst was significant lager bij de interventiegroep dan de controlegroep. Ook waren de kinderen van de interventiegroep minder bang voor het narcosemasker.

Conclusie
Uit dit onderzoek blijkt dat een dosis van 0,5 mg/kg Midazolam effectief is voor het verminderen van scheidingsangst en de toediening van anesthesie vergemakkelijkt. De onderzoekers geven wel aan dat een optimale dosis van Midazo-lam in de kindertandheelkunde niet is vastgesteld.

Bron: jispcd.org

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Onderzoek, Pijn | Angst, Thema A-Z

Uitvinding: spray die kinderen van hun speen afhelpt

Een uitvinder uit Antwerpen ontwikkelde een spray om kinderen van hun speen af te helpen: de Tuttistop. De spray is gemaakt van een hopextract en heeft een bittere, vieze smaak waardoor het kind de speen niet meer wil, meldt De Morgen.

In België te koop
Vanaf september is de spray te koop bij apotheken in België. De uitvinder heeft drie jaar gewerkt aan zijn spray en heeft een patent hierop gevestigd. “Omdat er nog geen enkel product bestaat dat je op een fopspeen mag aanbrengen. Vroeger gebruikten moeders weleens mosterd, maar dat zorgt er gewoon voor dat kindjes graag mosterd lusten.”

Lees meer over: Actueel, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Artsen ervaren knelpunten bij gebruik van de meldcode

De meeste artsen kennen en waarderen de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, maar ervaren belemmeringen bij het gebruik.

Onderzoek
Uit een onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) blijkt dat 83 procent van de 1069 ondervraagde artsen bekend is met het feit dat er een wettelijke verplichting is om met de meldcode te werken. De meeste artsen vinden dat de meldcode voor duidelijkheid zorgt en de drempel om actie te ondernemen verlaagt.

Belemmeringen
Artsen zijn bang om de vertrouwensrelatie met ouders van het kind te schaden. Ze hebben daarom behoefte aan training in geschikte gesprekstechnieken. Een ander knelpunt is het onderscheid tussen advies vragen en het doen van een melding bij Veilig Thuis (VT). Niet alle artsen weten dat het mogelijk is advies te vragen, zonder persoonsgegevens van de patiënt te verstrekken. Ook missen de artsen een terugkoppeling van VT wat er met de melding is gedaan.

Kindcheck
De kindcheck, een nieuw onderdeel van de meldcode, is nog relatief onbekend. De kindcheck houdt in dat hulpverle-ners van volwassenen met ernstige problemen nagaan of zij kinderen hebben. Doel van de kindcheck is om meer kin-deren in beeld te brengen die ernstig risico lopen mishandeld of verwaarloosd te worden.

Bron: medischcontact.artsennet.nl

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Een derde van de kinderen in Engeland schaamt zich voor hun lach

Een derde van de kinderen in Engeland schaamt zich voor hun lach

Volgens onderzoek van de Health and Social Care Information Centre (HSCIC) in Engeland blijkt dat een derde van de kinderen zich schaamt voor hun lach door verslechterde mondgezondheid.

Survey

HSCIC verzamelt informatie over de tandheelkundige gezondheid van kinderen in Engeland, Wales en Noord-Ierland. Volgens de gegevens van The Children’s Dental Health Survey die in 2013 is uitgevoerd, schaamt 35% va de 12-jarigen en 28% van de 15-jarigen zich voor hun lach door verslechterde mondgezondheid.

Tandbederf

Tandbederf werd gevonden bij 34% van de 12-jarigen en bij 46% van de 15-jarigen. Tevens blijkt een derde (31%) van de 5-jarigen en 46% van de 8-jarigen slechte melktanden te hebben. In vergelijking tot gegevens van hetzelfde onderzoek uitgevoerd in 2003 zijn deze percentages, tegen de verwachtingen in, niet sterk gedaald.

Verdere gegevens

Tevens blijkt uit het onderzoek dat:

  • Het aantal kinderen met tandbederf varieerde tussen Engeland, Wales en Noord-Ierland.
  • 41% van de 5-jarigen uit kansarme gezinnen tandbederf heeft in vergelijking tot 29% van 5-jarigen uit minder kansarme gezinnen.
  • 59% van de 15-jarigen uit kansarme gezinnen tandbederf heeft in vergelijking tot 43% van 15-jarigen uit minder kansarme gezinnen.
  • 38% van het totaal aantal kinderen een goede algemene mondgezondheid heeft.
  • Volgens de gegevens van de ouders 9 op de 10 kinderen regelmatig naar de tandarts gaan voor een check-up.
  • Onder de 12-jarigen, 69% van de jongens en 85% van de meisjes minstens twee keer per dag tandenpoetst.
  • Onder de 15-jarigen, 73% van de jongens en 89% van de meisjes minstens twee keer per dag tandenpoetst.
  • Onder de 12-jarigen, 16% vier of meer keer per dag suikerhoudende dranken drinkt.
  • Onder de 15-jarigen, 14% vier of meer keer per dag suikerhoudende dranken drinkt.

Samenwerken

Volgens HSCIC is er hoogstwaarschijnlijk een correlatie tussen suikerinname en het hoge aantal kinderen met tandbederf. Daarom willen zij een landelijk preventieprogramma invoeren en alle beleidsmakers oproepen om kindertandheelkunde bovenaan hun agenda te zetten om er voor te zorgen dat kinderen en hun ouders altijd toegang hebben tot een tandarts.

Bron: Dentistry.co.uk 

 

 

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Onderzoek, Thema A-Z

High teeth introduceert een nieuwe traditie: Tandenfeestje

Het bijzondere moment dat de allereerste tand uitvalt, mag gevierd worden. Het is tevens een moment om kinderen te leren over het belang van goed poetsen en gezond eten. Combineer het educatieve met een gezellig feestje en je hebt een High Teeth. De website High Teeth heeft alle ingrediënten in huis voor een leuk en leerzaam tandenfeestje voor kinderen.

Feestje

Het uitvallen van de eerste tand is de perfecte gelegenheid om kinderen te leren over hun gebit en hoe zij dit gezond houden. Dit kan op een leuke manier met een tandenfeestje thuis of op school. Op de site van High Teeth kun je uitnodigingen, werkbladen, een voorleesboek en het draaiboek voor de middag vinden.

Tandenfee

Naast alle ingrediënten heeft de site ook een deurtje voor de tandenfee, tandendoosjes en het Grote Tandenwisselboek. Verder zijn er diverse gratis downloads zoals kleurplaten en ‘tandenwissel’-bladen waarop te zien is welke tanden wanneer wisselen.

Tandenpost van school

High Teeth heeft ook voor op school een tandenpostkaart ontwikkeld: als een kind op school een tand verliest kan de leraar het mee naar huis geven op deze bijzondere kaart. Scholen kunnen bovendien ook dan meteen aandacht besteden aan het belang van goed poetsen en gezond eten. Voor het onderwijs heeft High Teeth heeft een lespakket samengesteld voor kinderen in groep 3 en 4.

Meer informatie

Meer informatie kunt u vinden op de website: www.highteeth.nl

 

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Belgisch onderzoek: 4 op 5 kinderen poetsen niet goed

Slechts 19 procent van de Belgische kinderen tussen de 1 en 6 jaar poetst hun tanden goed. Dit blijkt uit een enquête van zorgverzekeraar CM, meldt Nieuwsblad.be. “Verontrustende cijfers”, aldus CM, aangezien het op jonge leeftijd extra belangrijk is om goed voor je gebit te zorgen.

Verontrustende cijfers

Slechts 29 procent van de onderzochte kinderen poetst hun tanden twee keer per dag. 55 procent maar één keer, en 3 procent zelfs nooit. Deze cijfers zijn met name verontrustend, omdat het van zeer groot belang is om al vanaf jongs af aan goed te leren zorgen voor het gebit. Ook zijn jonge gebitjes extra gevoelig voor gaatjes, omdat dit glazuur nog niet sterk genoeg is om dit zelf te kunnen voorkomen.

Tanden poetsen niet leuk

Uit enquêtes die werden gehouden bij ouders van jonge kinderen, blijkt dat bijna de helft van de ouders aangeeft dat hun kinderen tanden poetsen niet leuk vinden. Ze zouden hun mond niet willen openen, eten de tandpasta op of zuigen op de tandenborstel. Om dit probleem zo veel mogelijk proberen op te lossen helpt CM ouders door het geven van poetstips.

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Thema A-Z
kaaskiezen

Kaaskiezen, ook in het melkgebit

Kinderen met kaasmolaren in het melkgebit hebben later vaker kaasmolaren in hun blijvende gebit. Wanneer is er sprake van een kaasmolaar? Wat zijn de adviezen voor preventie en behandeling? Verslag van de lezing van mevrouw dr. M. Elfrink, tandarts-pedodontoloog.

Gebitsontwikkeling
De gebitsontwikkeling start al tijdens de zwangerschap. Het melkgebit wordt tijdens de zwangerschap aangelegd en voor het blijvende gebit start dat rond de geboorte. Er is een overlap in aanlegperiode van de 2e melkmolaar en de 1e blijvende molaar en blijvende incisieven.

Ameloblasten
Ameoloblasten zijn verantwoordelijk voor de aanleg van het glazuur. Er bestaan drie fases in de ontwikkeling van glazuur.

  1. Secretie fase
    De secretie fase begint bij knobbeltoppen en gaat vervolgens door naar cervicaal. De ameloblasten produceren glazuureiwitten en de glazuurkristallen groeien met name in lengte. De glazuurlaag ontstaat, maar is nog maar voor 10-20% gemineraliseerd.
  2. Transitionele fase
  3. Maturatie fase
    Tijdens deze fase krijgt de glazuurlaag zijn hardheid. De glazuurkristallen groeien nu niet meer in lengte. Het glazuur bestaat aan het eind van deze fase voor 95 % uit mineraal.

Kaasmolaren

Glazuurafwijkingen
Glazuurafwijkingen kunnen worden ingedeeld in de volgende groepen.

  • 1. Hypomineralisatie
    Hypomineralisatie is een kwalitatief defect van het glazuur en ontstaat doordat de ameloblasten worden verstoord tijdens transitionele fase of maturatiefase. In het melkgebit zijn 1 tot 4 2e melkmolaren aangedaan. In het blijvende gebit betreft het 1-4 blijvende 1e molaren, soms in combinatie met de blijvende incisieven.
  • 3. Hypoplasie
    Hypoplasie is een kwantitatief defect van het glazuur, er is onvoldoende mineralisatie opgetreden. De ameloblasten zijn bij deze glazuurafwijking al in de secretie fase in hun functie verstoord. Het glazuur is dunner of afwezig.

Hoe wordt een kaasmolaar herkend?
Criteria voor de aanwezigheid van kaasmolaren zijn:

  • Het moet gaan om een begrensde opaciteit: wit, geel of bruin.
  • Er treedt post-eruptief glazuurverlies op: glazuurverlies nadat de kies is doorgebroken.
  • Er is sprake van een atypische restauratie.
  • Er is sprake van atypische cariës.
  • Er is sprake van een atypische extractie.

Kaasmolaren bestaan in een milde vorm en een ernstige vorm. Wanneer er alleen sprake is van opaciteiten dan spreekt men van de milde vorm, alle andere gevallen zijn ernstig.

Wanneer is er geen sprake van een kaasmolaar?

  • Als het gaat om een hypoplasie (kwantitatief defect) dan spreekt men niet van een kaasmolaar.
  • Als er andere elementen dan de melkvijven, blijvende zessen of blijvende incisieven zijn aangedaan. Er is dan sprake van een overige glazuurafwijking. Een 1e melkkies met een mineralisatie defect is dus geen kaasmolaar.

Relatie tussen kaaskiezen melkgebit en blijvende gebit
Kinderen met kaasmolaren in het melkgebit hebben vaker kaasmolaren in het blijvende gebit. Er is een overlap in aanlegperiode van de 2e melkmolaar en de 1e blijvende molaar/blijvende incisieven. Als het individu in deze periode bloot wordt gesteld aan bepaalde risico-factoren dan is de kans groot dat zowel de 2e melkmolaren als het blijvende gebit zijn aangedaan. Kaasmolaren in het melkgebit zijn dus een voorspeller voor de aanwezigheid van kaasmolaren in het blijvende gebit. Opvallend is dat de milde vorm van kaasmolaren in het melkgebit een grotere kans geeft op de aanwezigheid van kaasmolaren in het blijvende gebit, in tegenstelling tot de ernstige vorm. Ook indien meerdere kaasmolaren in het melkgebit zijn aangedaan dan bestaat er meer kans op kaasmolaren in het blijvende gebit.

Prevalentie kaasvijfjes
In Nederland ligt de prevalentie rond de 5 tot 9%. Uit onderzoek blijkt dat de diagnose kaasmolaar meestal wordt gesteld aan de hand van het criteria ‘aanwezigheid van opaciteiten’. Daarna volgen de criteria post-eruptief glazuurverlies en de aanwezigheid van een atypische restauratie.

Etiologie

Etiologie blijvend gebit
Er zijn een aantal studies gedaan naar de etiologie van kaasmolaren in het blijvende gebit. Niet alle onderzoeksresultaten komen overeen. De volgende factoren zouden invloed kunnen hebben op het ontstaan van kaasmolaren.

  • Prenataal: Omgevingsfactoren & medische problematiek
    Voorbeelden: infectieziektes en stress bij de moeder en het aantal echo’s.
  • Perinataal: Medische problematiek & prematuriteit
    Voorbeelden: een laag geboorte gewicht, keizersnee en vroeggeboortes.
  • Postnataal: Voeding, medische problematiek & omgevingsfactoren
    Voorbeelden: koorts, toxische stoffen en antibiotica gebruik.

Etiologie melkgebit
Er is minder bekend over het ontstaan van kaasmolaren in het melkgebit. Omdat het melkgebit eerder aangelegd wordt, moet er vooral gekeken worden naar de pre- en perinatale periode. Het is bekend dat kinderen met kaasmolaren in het melkgebit in 94% van de gevallen een medische probleem hebben. Hoe meer aanwezige medische problemen, des te vaker kaasmolaren in melkgebit.
24,5% van de gevallen ontstaat in de pre-natale fase, 45,3% in de perinatale fase en 9,4% in de postnatale fase.
Etniciteit speelt ook een rol. Nederlands kinderen hebben vaker kaasmolaren dan Turkse of Marokkaanse kinderen. Ook speelt waarschijnlijk een laag geboortegewicht, koorts in het eerste levensjaar en alcohol consumptie van de moeder tijdens de zwangerschap een rol bij het ontwikkelen van kaasmolaren in het melkgebit.
Medicijngebruik van de moeder lijkt uit onderzoek geen invloed te hebben. Dit geldt ook voor antibiotica gebruik.

Preventie en behandeling

Preventie
Preventie is het belangrijkst. Een kind met kaasmolaren zal vaker door de tandarts gezien moeten worden: eens per 3 maand is het advies. Op deze manier kan er op tijd ingegrepen worden. Ook wordt er geadviseerd lokaal fluoride aan te brengen om cariës te voorkomen.
Het is nog niet bewezen dat sealen bij kaasmolaren in het melkgebit helpt, voor het blijvende gebit geldt dit wel als cariëspreventief middel.

Behandeling
Wanneer het toch nodig is een element te behandelen dan zijn er verschillende opties.

Restaureren

  • Glasionomeer cement moet gezien worden als tijdelijk vulmateriaal. Dit materiaal is ideaal voor jonge kinderen omdat het gemakkelijk en snel is aan te brengen en het materiaal een goede breuksterkte heeft.
  • Compomeer is samen met composiet het eerste keuze materiaal. Compomeer komt nog iets meer overeen met de slijtbaarheid van een melkmolaar dan composiet. Voor het gebruik van deze materialen is echter wel goede medewerking van het kind vereist.
  • Een roestvrijstalenkroon kan gebruikt worden indien een element zwaar is aangetast. Hiermee wordt het verder afbreken van het element voorkomen.

Extractie
Een extractie is de laatste behandeloptie. Er moet rekening gehouden worden met de orthodontische consequenties en asymmetriën die kunnen ontstaan.

Samenvatting

  • Kaasmolaren zijn zowel in het melk- als in het blijvend gebit een veelvoorkomend probleem.
  • De aanwezigheid van kaasmolaren in het melkgebit is een voorspeller voor de aanwezigheid in het blijvende gebit.
  • De etiologie lijkt multifactorieel te zijn. Vooral pre- en perinatale factoren spelen een rol bij het ontstaan van kaasmolaren in het melkgebit.

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van mw. dr. M. Elfrink, tandarts-pedodontoloog, tijdens het afscheidssymposium ‘Kaaskiezen? Geen Keuze!’ in het UMCG.

Het afscheidssymposium van Bart Fledderus stond in het teken van kaasmolaren. Bart Fledderus, algemeen practicus, klinisch docent en kinder- en CBT-tandarts, werd door verschillende sprekers in het zonnetje gezet op deze dag. Ook de bezoekers die Bart niet persoonlijk kenden, hadden na deze dag een goed beeld van hem. Bart is een bevlogen man die geen tijd kent. Met plezier heeft hij veel betekend voor de tandheelkundige behandeling van kinderen, angstigen, ouderen en gehandicapten. Ook het behandelen van katten, honden en konijnen was voor Bart geen probleem. Bart heeft ook een tijd in het bestuur van Ivoren Kruis gezeten, de Nederlandse vereniging van mondgezondheid.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Gebruik van een Cone Beam CT-scan en OPG bij verwijdering van de derde molaren

Verslag van de lezing van kaakchirurg Baucke van der Minnen over het gebruik van cone beam CT-scan (CBCT) en een orthopantomogram (OPG) bij de verwijdering van derde molaren.

Het probleem van de derde molaar is dat er in de evolutie steeds minder ruimte is ontstaan in de kaak terwijl het aantal gebitselementen niet is afgenomen. Hierdoor kan de derde molaar vaak niet volledig tot eruptie komen. Het is de vraag wat momenteel de indicatie is voor verwijdering van de derde molaar en wanneer daarbij een CBCT-scan nuttig kan zijn in aanvulling op het OPG.

Op 20 jarige leeftijd breekt 28% van de derde molaren door. Tussen 20 en 26 jaar breekt nog 17% extra door en bij mensen ouder dan 26 jaar breekt nog 4% van de derde molaren extra door. Dit betekent dat als na de 26-jarige leeftijd de M3 niet doorgebroken is, er maar een hele kleine kans is dat de molaar alsnog doorbreekt.

Redenen om de derde molaar niet te verwijderen

  • Als de molaar volledig door bot bedekt is.
  • Als de molaar functioneel is.
  • Als de molaar kan dienen als toekomstige brug- of framepijler.
  • Als crowding de enige reden voor verwijdering is. Er is geen evidence dat na verwijdering van een M3 de crowding opgeheven wordt.

Wat te doen bij een klachtenvrije sondeerbare M3?
De vraag is of een klachtenvrije sondeerbare M3 ter preventie verwijderd moet worden of niet. Het blijkt – uit een daling in het aantal preventief verwijderde M3’s in Engeland – dat indien je een klachtenvrije sondeerbare M3 niet verwijdert, er soms klachten door ontstaan en dat het aantal geëxtraheerde M3’s in totaal weer op het zelfde aantal uitkomt als voor het intreden van de daling. Een klachtenvrije M3 is dan ook niet hetzelfde als een niet pathologische M3! Tevens bleek dat bij verwijdering van een M3 tussen 25 en 30 jaar er meer nabezwaren waren en het advies is dan ook om een M3 bij voorkeur te verwijderen voor het 25e levensjaar.

Relatie met de nervus alveolaris inferior
Op een OPG is de relatie van de nervus alveolaris inferior en de radix van de M3 redelijk goed te beoordelen. Er zijn drie situaties waarbij een relatie zeer waarschijnlijk is. Dit zijn:

  • Een uitbochting van de nervus op de plek van de apex van de M3.
  • Indien de nervus over de radix heen geprojecteerd is en deze duidelijk radiolucenter is dan de radix zelf.
  • Indien de wortelpunten in de nervus steken en de cortex van de canalis mandibularis niet door lijkt te lopen tussen de wortels in.

Wanneer is een CBCT nuttig?
Een CBCT is alleen dan nuttig als de uitkomst je behandelplan zou kunnen veranderen. Een studie laat zien dat slechts in 12% van de gevallen het behandelplan wijzigt als routinematig een CBCT wordt gemaakt. Indien er maar één behandeloptie is, heeft een CBCT geen toegevoegde waarde voor de beslissing een derde molaar te verwijderen of te laten zitten. Een CBCT kan wel nuttig zijn voor de planning van de ingreep.
Om een CBCT goed af te kunnen lezen moet niet alleen in de sagittale, coronale en horizontale vlakken gekeken worden, maar ook in de lengterichting van de nervus. In deze lengterichting moet dan de dwarsdoorsnede ter plaatse van de M3 worden bekeken, zodat een getrouwe weergave verkregen wordt van de plaats van de nervus ten opzichte van de apex.

Indien er een duidelijke relatie met de nervus bestaat, kan een coronectomie overwogen worden om de nervus te sparen. Bij een coronectomie dient al het glazuur verwijderd te worden en de wortel mag hierbij niet geluxeerd worden. In de literatuur zijn geen aanwijzingen te vinden dat een coronectomie meer nabezwaren oplevert dan volledig extractie. In de praktijk wordt dit door de spreker betwijfeld, overigens zonder dat dit in het UMCG onderzocht is.

Wat zijn de voorwaarden voor een coronectomie?

  • De M3 dient vitaal te zijn en er is een indicatie voor verwijdering.
  • Bij het volledig verwijderen is er een hoger risico voor beschadiging van de nervus.
  • De patiënt is niet medisch gecompromitteerd.
  • De patiënt dient altijd goed geïnformeerd te worden, dat een coronectomie geen wondermiddel is en er altijd een risico bestaat dat de radices toch nog verwijderd moeten worden of dat de radices gaan migreren.

Aandachtspunten bij wel of niet preventief verwijderen M3

Een OPG is in de meeste gevallen voldoende om een goede inschatting te maken voor het risico op nervus beschadiging.

  • Er zijn richtlijnen opgesteld om de standaard verwijdering van de M3 te voorkomen.
  • Klachtenvrij is niet gelijk aan geen pathologie. Hier ligt de rol van de tandarts. Deze moet beslissen of er sprake is van pathologie of niet.Aandachtspunten bij de CBCT
  • Een CBCT geeft minder straling dan een CT.
  • De uitkomst van een CBCT beïnvloedt de chirurgische planning, maar vooralsnog is er niet aangetoond dat verwijdering van een M3 met behulp van 3D beeldvorming minder kans geeft op nervusschade.
  • Baucke van der Minnen studeerde geneeskunde in Groningen. In 2000 werkte hij als basisarts in het Wilhelmina Ziekenhuis te Assen. In 2001 begon hij aan de studie tandheelkunde in
    Groningen, welke in 2005 werd afgerond. In 2006 promoveerde hij op onderzoek naar de mogelijke toepassingen en het biologisch gedrag van een biodegradeerbaar polyurethaan schuim. De opleiding tot kaakchirurg (2005-2010) volgde hij in het UMCG en het Medisch Centrum Leeuwarden. Na afronden van de opleiding bleef hij als kaakchirurg aan het UMCG verbonden, met als aandachtsgebieden de aangezichtstraumatologie en de implantologie.

    Verslag door Carina Boven, tandarts en onderzoeker UMCG, voor dental INFO van de klinische avond Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Wenckebach Instituut.
Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Oral Health Foundation Rwanda: voorlichting en preventielessen over mondzorg

De stichting Oral Health Foundation Rwanda (OHFR) is een tandheelkundige stichting die zich inzet om de tandheelkundige voorzieningen in Rwanda te verbeteren. Zij richt zich voornamelijk op lagere en middelbare scholen. Het programma bestaat uit preventieve en curatieve mondzorg.

Doel
Vanuit de liefde voor het land en de Rwandese bevolking is de stichting Oral Health Foundation Rwanda (OHFR) in 2006 opgezet. Inmiddels is de OHFR met groot succes werkzaam in Rwanda. De OHFR wilt door het opzetten van een tandheelkundige infrastructuur bijdragen aan de directe verbetering van de tandheelkundige zorg van de plattelandsgemeenschap. De OHFR is een in Nederland geregistreerde NGO en in Rwanda geregistreerde INGO. (International Non-Governmental Organization).

Waarom?
In Rwanda lijdt meer dan 60% van de kinderen aan kiespijn. De situatie onder volwassenen is nog slechter door ongevallen en ziektes als AIDS en mondkanker. Rwanda heeft op een bevolking van bijna 12 miljoen mensen naar schatting 20 goed opgeleide tandartsen, die voornamelijk werken in de hoofdstad. Dus één tandarts op ongeveer 600.000 mensen. Op het platteland zijn nauwelijks tandartsen actief.

Omdat een gezonde bevolking de basis is voor een goede economische ontwikkeling, die samen met de educatieve ontwikkeling zorgt voor een stabiele en vreedzame samenwerking tussen verschillende bevolkingsgroepen, tracht de OHFR bij te dragen aan een goede gezondheidszorg.

Werkwijze
De OHFR heeft voorlichtingsprogramma’s en preventielessen ontwikkeld om kinderen kennis te laten maken met mondverzorging. De OHFR geeft zowel voorlichting op scholen en behandelt de kinderen op basis van Atraumatic Restorative Treatment (ART). Bij de ART is geen boor of speekselafzuiger nodig, hetgeen impliceert dat ART zonder elektriciteit, zonder leidingwater en zonder dure compressor kan worden uitgevoerd. Er is alleen handinstrumentarium voor nodig. Kinderen kunnen worden doorgestuurd naar een van de twee klinieken van de OHFR als zij met behulp van ART niet meer geholpen kunnen worden. Ook het opleiden van lokale tandartsen en assistenten is een voorwaarde voor structurele verbetering van de tandheelkundige zorg van de Rwandese bevolking. Zij volgen jaarlijks masterclasses en krijgen altijd een tweedaagse workshops voordat zij afreizen naar een school om de leerlingen daar te behandelen.

Samenwerking
Naast samenwerking met de Rwandese tandheelkundigen werkt de OHFR ook intensief samen met gezondheidscentra door het hele land, om zo zoveel mogelijk kinderen te bereiken. Aangezien de tandheelkundige gezondheidszorg een geïntegreerd deel moet worden van de reguliere medische infrastructuur zal op de lange termijn de hulp van de OHFR niet meer nodig zijn. Om het doel van deze onafhankelijkheid te bereiken, wordt er nauw samengewerkt met de Rwandese overheid, de bevolking en de gezondheidszorg in Rwanda.

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Tandheelkunde

Tandheelkunde voor het embryo

Malocclusie of crowding vaststellen begint in de toekomst misschien al in de baarmoeder. Met een speciale CT-scan identificeerden onderzoekers namelijk toekomstige tand- en kaakproblemen bij muizenembryo’s, dat meldt Oral Health Group.

3D-beeld
De nieuwe techniek levert 3D-beelden met microscopische details op van de tanden en de kaak. In de embryonale fase zijn de tanden nog niet gemineraliseerd. Daarom is een speciaal soort röntgenstraling nodig om het doorzichtige geleiachtige weefsel zichtbaar te maken. Bij muizenebryo’s kon de onderzoeksgroep met een speciale contrastvloeistof zelfs de vroegste ontwikkelingsfasen van de tand volgen.

Vroege interventie
De nieuwe techniek biedt mogelijkheden voor vroege interventie, bijvoorbeeld bij het vermoeden van crowding of malocclusie op latere leeftijd.

Bron:
Oral Health Group
Technique: imaging earliest tooth development in 3D using a silver-based tissue contrast agent.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Integrale aanpak bij verwaarlozing mondverzorging kinderen

Onderzoekers in de mondzorg pleiten in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde voor een integrale aanpak bij verwaarlozing van mondverzorging bij kinderen.

Samenvatting

  • Onvoldoende mondverzorging veroorzaakt op termijn pijn en ontsteking. Oorzaken van onvoldoende mondverzorging kunnen zijn: onwetendheid, onmacht in omgang met een kind dat niet coöperatief is of nalatigheid van de ouders.
  • Slechte mondverzorging kan een teken zijn van verwaarlozing van het kind. Bekijk ook de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en de Meldcode Tandheelkunde betreffende Kindermishandeling en huiselijk geweld.
  • Gerestaureerde cariëslaesies bij een kind met een verwaarloosd gebit maskeren gebrek aan mondverzorging.
  • Niet-restauratieve behandelingen vereisen adequate begeleiding van de mondverzorging door ouders, waarbij zij dagelijks het gebit van hun kind na poetsen.
  • Verwaarlozing van mondzorg kan gesignaleerd worden door geneeskundige zorgverleners, als huisartsen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen.  Zij kunnen een bredere verwaarlozing van het kind bezien.
  • Samenwerking tussen geneeskundige – en mondzorgverleners is aan te bevelen.

Het artikel werd geschreven voor:
René J.M. Gruythuysen, Cor van Loveren, Joost M. Wiggelendam, Jolanda A. van Boven en Rob C.W. Burgersdijk.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Duitse gynaecologen informeren zwangeren over cariëspreventie bij kind

Alle zwangere vrouwen in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein krijgen binnenkort van hun gynaecoloog voorlichtingsmateriaal over mondgezondheid bij kinderen, schrijven ÄrzteZeitung en Ärzteblatt.

Met de Kindergebitspas willen gynaecologen zwangere vrouwen aansporen om op hun eigen mondgezondheid en die van hun kind te letten. De pas bevat bijvoorbeeld informatie over mondhygiëne tijdens de zwangerschap. Ook worden ouders voorgelicht over tandenpoetsen bij kinderen, het ontstaan van cariës en gezonde voeding.

Aanstaande moeders worden ook opgeroepen om voor de bevalling op controle te komen. De mondgezondheid van de moeder beïnvloedt namelijk die van het kind na geboorte. Duitse gynaecologen hopen bijvoorbeeld zwangerschapsgingivitis en overdracht van gingivitis naar het ongeboren kind te voorkomen.

Preventie
Volgens de Duitse Tandartsenkamer hebben jonge kinderen steeds vaker cariës door ongezonde voeding en slechte gebitsverzorging. Duitse tandartsen hopen dat ouders door de Kindergebitspas meer gaan letten op preventie van gebitsproblemen.

Ouders krijgen daarom de aanbeveling om regelmatig op controle te komen met hun kind, al vanaf het doorkomen van de eerste tandjes. De tandarts noteert vervolgens de bevindingen tijdens de controle in de Kindergebitspas.

Moederpas
Zwangeren krijgen in Duitsland al een ‘Moederpas’, waarin informatie over de gezondheid van de moeder wordt genoteerd. De Kindergebitspas wordt in Sleeswijk-Holstein nu tegelijk met de Moederpas verstrekt.

Bronnen:
ÄrzteZeitung
Ärzteblatt
Kassenzahnärtzliche Vereinigung Nordrhein

 

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
M3 inferior: wel of niet verwijderen?

M3 inferior: wel of niet verwijderen?

Wat is het juiste moment om een verstandskies in de onderkaak te verwijderen?
Lees de adviezen aan de hand van literatuur en casuïstiek. Verslag van de lezing van kaakchirurg Jacques Baart.

Bij voorkeur wordt een verstandskies verwijderd op jonge leeftijd, tussen de 20-25 jaar. Maar waarom niet nog eerder? Het verwijderen van alleen een tandkiem (germectomie) is namelijk een eenvoudige ingreep.

Citaten uit een aantal met name retrospectieve studies

Uit een onderzoek waarbij in de onderzoeksgroep preventief de M3 inferior verwijderd werd, bleek dat bij 6% van de controlegroep (waar niets werd gedaan) per jaar toch een indicatie ontstond om de M3 inferior te verwijderen. Preventieve verwijdering is dus niet per se nodig. Tussen deze groepen bestaan verder geen verschillen in nabezwaren en kosten. Een afwachtende strategie met betrekking tot het verwijderen van de M3inferior is dus in het algemeen verstandig.

In een andere studie werd gekeken naar de frequenties van vroeg-operatieve complicaties zoals pijn, zwelling, trismus, alveolitis en foetor ex ore en laat post-operatieve complicaties (> 10 dg) zoals pijn, zwelling en zenuwuitval bij 1282 M3 verwijderingen.
Conclusies uit dit onderzoek:

  • 60% van de behandelde patiënten valt in de leeftijdscategorie 20-25 jaar.
  • In 16-20% van de gevallen treden er complicaties op, hiervan is een klein aantal blijvend.
  • Bij vrouwen treden er meer complicaties op dan bij mannen (man:vrouw = 40%:55%)
  • Er moet een reden zijn om de kies te verwijderen. Indicaties voor het verwijderen van de M3inferior zijn: cariës, beperkte mondhygiëne, pericoronitis, parodontitis, ruimtegebrek, aanwezigheid van een abces, pulpitis, aanwezigheid van een cyste, het ontbreken van een antagonist, parodontitis apicalis, focus, prothetische redenen, orthodontische reden en een wortel- of kaakfractuur.

Adviezen aan de hand van casuïstiek

M3 inferior deels zichtbaar
Wanneer een M3inferior scheef doorkomt en deels zichtbaar is dan is dit een indicatie voor extractie. Het element is namelijk onbereikbaar voor goede mondhygiëne en bereikbaar voor bacteriën.

M3 inferior niet zichtbaar, wel sondeerbaar
Wanneer de verstandskies niet zichtbaar maar wel sondeerbaar is en er geen sprake is van pockets en pus dan kan in overleg met de (vooral oudere) patiënt gekozen worden het element in eerste instantie te laten zitten. Bij elke controle moet opnieuw gekeken worden of er geen pockets ontwikkelen. Een goede mondhygiëne is belangrijk.

Crowding onderfront
Het is bewezen dat een verstandskies in de onderkaak niet bijdraagt aan crowding in onderfront. Dit is dus geen indicatie.

Röntgenologische controle
Het kan voorkomen dat zich ter plaatse van nog geïmpacteerde M3inferior een cyste ontwikkelt of dat het element zorgt voor resorptie van de tweede molaar. Wanneer zich geen klachten voordoen en er lokaal geen pathologie is (pocket, ontsteking, BOP-) is het maken van een OPT eens in de 3-5 jaar voldoende om dit in de gaten te houden.

Cyste
In de onderkaak kan er ontwikkeling plaatsvinden van een folliculaire cyste, keratocyste of ameloblastoom. Het is belangrijk om hier op tijd bij te zijn, bijvoorbeeld door eens in de 3-5 jaar een OPT te maken van een tot dan toe asymptomatische verstandskies. Het is echter niet juist om een verstandskies om deze reden preventief te verwijderen. De frequenties van deze pathologie is veel lager dan het ontstaan van serieuze complicaties bij preventieve M3 verwijdering.

Twijfel
Wanneer er twijfel bestaat bij de tandarts of het verwijderen van de M3 inferior wel of niet de beste keuze is, dan is het beter om wat ruimte te bewaren voor de kaakchirurg. Vraag een kaakchirurg wat zijn/haar behandeladvies is. Een kaakchirurg kan beter de risico’s inschatten van een dergelijke behandeling en hierdoor weet een patiënt ook beter waar hij/zij aan toe is. Bij een klacht van de patiënt is de kaakchirurg aansprakelijk en niet de tandarts.

Decapiteren (of coronectomie)
Wanneer de M3 inferior tegen de nervus alveolaris inferior is gelegen, is decapiteren van het element ook een mogelijkheid. In deze gevallen wordt alleen de kroon verwijderd. In 80% van de gevallen krijgt de patiënt nooit last van de wortelrest. Indien de patiënt wel last krijgt dan is de kans groot dat de wortelrest niet meer op de nervus ligt.

Samenvatting

  • De M3 inferior mag alleen op indicatie verwijderd worden.
  • Baseer de keuze niet op een uitzonderlijke casus waarin het fout is gegaan.
  • Bij verwijzing: laat ruimte over voor de kaakchirurg en vraag om advies en eventuele behandeling.
  • De behandelkeuze is afhankelijke van de volgende criteria: anamnese, klinisch onderzoek, röntgenologisch onderzoek (3-5 jaar mag er tussen zitten).
  • Overweeg decaputatie in geval van een nauwe relatie met de nervus.

Jacques Baart studeerde tandheelkunde in Nijmegen en specialiseerde tot kaakchirurg in Amsterdam. Vanaf 1979 is hij als specialist verbonden aan de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie VUmc en aan ACTA te Amsterdam. Hij vervult daar de rol van afwisselend chef de clinique, chef de policlinique, werkplekmanager en docent. In de patiëntenzorg richt hij zich vrijwel uitsluitend op kaakchirurgie bij kinderen. Hij is (mede) auteur van meer dan 125 wetenschappelijke artikelen en van enkele leerboeken, waaronder Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie en Lokale Anesthesie in de Tandheelkunde.

Verslag door:
Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van het congres De tand in al z’n facetten, georganiseerd door NVT  NVvE  NVVRT  NVvK  VvO  NVMKA  RTV  NVM

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Brushing Teeth

Helft cariës ontstaan voor vierde levensjaar

Waarschijnlijk is de helft van de cariësschade bij brugklassers al ontstaan voor het vierde levensjaar. Dat stelt de voorzitter van de Duitse beroepsvereniging voor tandartsen.

Oorzaak
De schade zou verklaard kunnen worden doordat de brugklassers tijdens hun eerste levensjaren niet bij de tandarts kwamen. Duitse kinderen hadden tot voor kort pas tussen hun derde en vijfde levensjaar recht op drie jaarlijkse controles.

Oplossing
Duitse tandartsen pleiten ervoor om kinderen al vanaf het eerste levensjaar op controle te laten komen. Daardoor kan zuigflescariës eerder worden vastgesteld.

Melktanden poetsen
Ook willen Duitse tandartsen ouders bewust maken van het belang van goede mondverzorging voor jonge kinderen. Beschadigde melktanden kunnen ertoe leiden dat een kind niet goed leert spreken, of slecht groeit. Aanstaande ouders zouden al tijdens de zwangerschap kunnen worden voorgelicht over de juiste mondverzorging.

Bron:
ZWP Online

 

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Nieuwe preventiemethode mondzorg

Jeugdtandzorg ’s-Hertogenbosch, onderdeel van het Centrum voor Tandzorg, stapt binnenkort als één van de eerste tandartspraktijken in Nederland over op een innovatieve preventiemethode bij de jeugd. Het onderzoek dat eerder dit jaar werd afgesloten in het centrum heeft dermate positieve resultaten opgeleverd dat binnenkort alle circa 9.000 kinderen en jongeren via de nieuwe methode behandeld zullen worden.

Nieuwe preventiemethode
De nieuwe preventiemethode (NOCTP) houdt in dat er meer ingezet wordt op individuele preventie op basis van risico-inschatting. Uit het eerdere onderzoek blijkt dat deze nieuwe methode leidt tot 70% minder gaatjes en dus een betere mondgezondheid.

Bij NOCTP wordt het interval tussen twee preventieve bezoeken individueel bepaald op basis van risico-inschatting. Deze is gebaseerd op het niveau van zelfzorg, de mondhygiëne die de ouder bij het kind weet te bewerkstelligen, de doorbraakfase van blijvende gebitselementen en de cariësontwikkelingen in het gebit in het algemeen en in de blijvende kiezen in het bijzonder. De methode is gebaseerd op het Nexø-model dat van 1987 tot 2005 werd uitgevoerd bij alle kinderen in de gemeente Nexø in Denemarken, www.nexodent.com

Symposium
Het introduceren van de nieuwe methode valt samen met het 25-jarig bestaan van Jeugdtandzorg ’s-Hertogenbosch, ter gelegenheid waarvan op 7 november 2013 het jubileumsymposium ‘Preventie en Behoud bij Jong en Oud’ wordt georganiseerd. Tijdens het symposium wordt door dr. Erik Vermaire en dr. Cees de Baat inzichtelijk gemaakt wat het maatschappelijk belang is van goede mondzorg bij kwetsbare groepen, respectievelijk jeugd en ouderen. De sprekers gaan in op nieuwe ontwikkelingen in de preventieve jeugdtandverzorging en vragen aandacht voor het groeiende probleem van onvoldoende mondverzorging bij ouderen. Niet alleen tandartsen, maar ook beleidsmakers van verzekeraars, ministerie van VWS en zorginstellingen zullen aan het jubileumsymposium deelnemen.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Thema A-Z
smiling boy on white background

Cariës en het kindergebit. Wat kunt u doen?

Kinderen hebben een verhoogd cariësrisico. Hoe schat u dit risico in en welke behandeling kiest u? Verslag van de lezing van klinische avond in het UMCG door de heer dr. G. Stel en mevrouw drs. M. de Jong-Rutenfrans.

De heer Stel ging aan de hand van de op het NMT Jaarcongres inmiddels gepresenteerde richtlijn Mondzorg voor jeugdigen in op onder meer het inschatten van het cariësrisico bij kinderen. Deze inschatting kan gedaan worden aan de hand van verschillende factoren zoals het aantal zichtbare laesies, aantal suikermomenten, de mate van motiveerbaarheid (van de ouders) etc. Afhankelijk van de bepaling of een kind in een hoge of lage(re) risico categorie valt, wordt een individueel behandeltraject bepaald; mondzorg is maatwerk! Daarbij is ook het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis een handig hulpmiddel.

Mogelijkheden behandelen cariës
Voor het behandelen van cariës bij kinderen zijn veel mogelijkheden. Afhankelijk van de individuele mondsituatie kan gekozen worden tussen meer of minder gebruikelijke, verschillende behandelopties zoals:

  • geen restauratieve interventie (preventieve benadering) en monitoren
  • (extra) fluorideapplicaties
  • slicen
  • excaveren en restaureren
  • stepwise excavation (voor melkelementen: indirecte pulpa-overkapping)
  • het plaatsen van een staalkroon (als conventionele kroon of als Hall-kroon)
  • extractie
  • pulpotomie

Inschatting
De keuze hiervan is per individu (en tandarts) verschillend. Om de juiste behandelkeuze voor de patiënt te kiezen is dus onder andere een goede inschatting van het cariësrisico nodig. Een verkeerde inschatting zal kunnen leiden tot over- of under-treatment. Het is van belang dat een tandarts elk half jaar opnieuw een inschatting maakt van het cariësrisico en hier dus eventueel zijn behandelplan aan aanpast. Bovendien moet er aan goede verslaglegging worden gedaan, helemaal als er sprake is van meerdere behandelaars.

Richtlijnen
Om de tandarts te helpen bij het inschatten van het risico is de richtlijn Mondzorg voor jeugdigen opgezet.

Mevrouw De Jong-Rutenfrans vertelde over de behandeling van kinderen in verschillende ontwikkelingsfases:

  • 0-2 jaar: sensomotorische fase
  • 2-7 jaar: pre-operationele fase
  • 7-11 jaar: concreet-operationele fase
  • > 11 jaar: formeel-operationele fase

Tandheelkundige behandeling per fase

Sensomotorische fase
Deze kinderen zijn nog erg jong en hoeven nog geen tandheelkundige behandeling. Een uitzondering hierop is behandeling bij een trauma. In deze fase worden trauma’s en het hebben van pijn goed onthouden. Dit heeft eventueel gevolgen voor later.

Pre-operationele fase
Kinderen in deze fase gaan wel naar de tandarts. Vaak is dit alleen voor een controle en zijn er nog geen behandelingen nodig. In deze fase is er mogelijkheid tot het opbouwen van een buffer en vertrouwensband zodat eventueel toekomstige behandelingen voorspoedig zullen verlopen. Een aantal aandachtspunten bij het behandelen van deze kinderen zijn:

  • Richt niet alle aandacht op het kind
  • Behandel eerst broertjes/zusjes (coping)
  • Laat het kind eerst bij de ouders op schoot zitten in de tandartsstoel
  • Probeer contact te leggen door bijvoorbeeld een compliment te geven
  • Als een kind niet wil, laat het dan in deze fase spelen vooral de ouders een belangrijke rol doordat zij een gevoel van veiligheid geven.

Concreet-operationele fase
In deze fase is het belangrijk dat er goede uitleg wordt gegeven. Ook hebben kinderen besef van tijd en kan er dus een tijdsindicatie van de behandeling gegeven worden. Voordat je het kind behandelt, kun je het kind het beste de dingen die je gaat doen laten zien, voelen en/of horen. Tot vijf tellen tijdens het boren en daarna weer stoppen is ook een handig hulpmiddel en geeft het kind een gevoel van controle.

Formeel-operationele fase
De kinderen die in deze fase zitten, zijn vaak lastig te motiveren. Het is belangrijk dat deze kinderen als volwassenen behandeld worden. Om ze beter te laten poetsen kun je ze laten zien waar de plaque zit en daarnaast verschillende argumenten geven. Belangrijk is dat deze kinderen aangemoedigd worden.

Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de behandeling afhankelijk is van de leeftijd van het kind en de fase waarin hij zich bevindt. Er moet uitleg op niveau! worden gegeven. Daarnaast is het belangrijk dat een tandarts geduld heeft bij het behandelen van kinderen.

Bron:
Verslag van de klinische avond Cariës en het kindergebit in het UMCG.

De heer dr. G. Stel studeerde tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) van 1980-1986. Na zijn afstuderen was hij docent op de afdeling kindertandheelkunde. In 1992 volgde zijn promotie. Hij was voorzitter van de Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG) en de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) en heeft ruim 11 jaar gewerkt op de Afdeling Tandheelkunde van het UMC St Radboud te Nijmegen (UMCN) als eindverantwoordelijke voor het kindertandheelkundig onderwijs. Momenteel is hij naast klinisch werkzaam tandarts-pedodontoloog tevens hoofd van de sectie Conserverende Tandheelkunde van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Daarnaast is hij lid van de redactie van het boek Kindertandheelkunde en het Adviescollege Preventie Tand- en Mondziekten van het Ivoren Kruis. Ook verzorgt hij diverse voordrachten over- en geeft hij nascholingsonderwijs op het gebied van de kindertandheelkunde. Tot slot is hij nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van de recent verschenen klinische praktijkrichtlijn Mondzorg voor jeugdigen.

Mevrouw M. de Jong-Rutenfrans is na haar studie Tandheelkunde in Groningen part-time gaan werken in een algemene praktijk in Loppersum. Daarnaast is zij werkzaam als tandarts-docent bij het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMCG in Groningen waar zij zowel op het skillslab als bij het klinisch onderwijs kindertandheelkunde studenten begeleidt.

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Rauwkost ook geschikt voor jonge kinderen zonder volledig melkgebit

Kinderen die nog geen volledig melkgebit hebben, kunnen toch rauwkost eten, schrijft ZWP online.

Jonge kinderen kunnen rauwkost eten, als het maar op de juiste manier klaar is gemaakt. Kinderen kunnen de rauwkost met de tong tegen het gehemelte drukken of kleiner maken met hun kaken.

Fruit en groente
Volgens ZWP online is rijp fruit geschikt voor kinderen zonder melkgebit. Harde rauwe groente, zoals wortel, moet eerst worden geraspt. Jonge kinderen kunnen ook gekookte groenten eten die gekauwd moeten worden. In kleine harde bessen kunnen kinderen zich echter verslikken. Daarom mogen zij deze niet eten.

Bron
ZWP Online

Lees meer over: Actueel, Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
snoep

Britse tandartsen voeren campagne tegen suikerrijk voedsel

De British Dental Association (BDA) moedigt tandartsen aan om verkopers te wijzen op de schadelijke gevolgen van ongezonde voedingsmiddelen voor het gebit van kinderen. Daarmee wil de BDA de mondgezondheid van Britse kinderen verbeteren, meldt Dentistry.

Campagne
Onderdeel van de campagne is een brief die Britse tandartsen naar winkels kunnen sturen. Daarmee uiten ze hun bezorgdheid over de verleidelijke presentatie van snoepgoed en frisdrank vlakbij kassa’s.

Tandbederf
Een adviseur van de BDA zei tegen Dentistry dat tandbederf te voorkomen is, maar dat veel Britse kinderen er toch last van hebben. De BDA wil daarom dat verkopers beter nadenken over de presentatie van ongezonde producten en de gevolgen die dat heeft voor de gezondheid van kinderen.

Lees meer over: Actueel, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Emotionele problemen beïnvloeden tandartsangst

Emotionele problemen en copinggedrag van kinderen kunnen een rol spelen bij tandartsangst bij kinderen. Dit blijkt uit het proefschrift van ACTA-onderzoeker Janneke Krikken. Zij onderzocht de relatie tussen de opvoedstijl van ouders, tandartsangst van kinderen en het gedrag van kinderen tijdens de tandheelkundige behandeling.

Opvoeding
Hoewel tandartsen vaak aangeven dat zij geloven dat de opvoeding van ouders invloed heeft op de behandelbaarheid van kinderen, kon Krikken deze relatie in haar onderzoek niet aantonen. Wel kunnen emotionele problemen en coping-gedrag van kinderen een rol spelen bij tandheelkundige angst bij kinderen.

Kinderen met slaapproblemen, concentratieproblemen en agressief gedrag vertonen meer oncoöperatief gedrag bij de tandarts. Emotioneel reactieve kinderen en kinderen met concentratieproblemen blijken angstiger voor de tandarts.

Coping
Voortdurende blootstelling aan neutrale tandheelkundige handelingen, zoals een controle, blijkt te zorgen voor minder tandartsangst bij kinderen met een schisis. In drie jaar tijd daalde de tandartsangst van deze kinderen van gemiddeld boven het landelijk gemiddelde tot een gemiddeld niveau. Het aantal copingstrategieën dat de kinderen gebruikten tijdens een tandheelkundige behandeling verminderde in deze tijd.

Ouders bij de behandeling
Krikken onderzocht ook of de aanwezigheid van ouders invloed had op de angst of het gedrag van hun kinderen tijdens de behandeling. Tandartsen wisten op voorhand goed de ouders van bange kinderen te identificeren, evenals de ouders die weinig vertrouwen hadden in de behandeling.

In geval van vrije keuze zouden de tandartsen er de voorkeur aan geven deze ouders niet bij de behandeling van hun kinderen te betrekken. Echter, de aanwezigheid van ouders bleek niet van invloed op de angst of het gedrag van hun kinderen tijdens de behandeling.

Proefschrift
Janneke Krikken promoveerde op 14 juni. De titel van haar proefschrift is: ‘Dental anxiety and behaviour management problems; the role of parents’.

Bron: ACTA

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Onderzoek, Pijn | Angst, Thema A-Z

Enorm enthousiasme tijdens 10.000ste poetsles Hou je mond gezond! in Utrecht

Dinsdag 18 juni gaf kindertandarts Arie Riem samen met mondhygiënist Lisanne Lageweg de 10.000ste poetsles Hou je mond gezond!. De leerlingen van groep 4 van de Utrechtse Schoolvereniging waren de gelukkigen.

Zelfs de hitte op de zolder van de school mocht de pret niet drukken. De camera van RTV Utrecht maakte de toch al bijzondere poetsles nóg spannender. Op UStad volgde dezelfde middag een mooi beeldverslag. De trots straalt van Arie en Lisanne af als ze voor de klas staan. Diverse kinderen krijgen een ‘high five’ van de pedodontoloog als ze het juiste antwoord geven op zijn vraag. Arie en Lisanne brachten de kinderen op een luchtige manier kennis bij over de mond en het gebit, tandenpoetsen, gaatjes, tanderosie en de zeven eet- en drinkmomenten. “Hoe bacteriën gaatjes maken, niet zo veel snoepen, in een vaste volgorde tandenpoetsen”, antwoordden de leerlingen spontaan op de vraag wat ze vandaag hebben geleerd.



Gezond gebit is een groot cadeau
“Een gezond gebit voor een kind is een groot cadeau”, zegt Arie Riem. “Wie op jonge leeftijd een gezond gebit heeft, houdt dat vaak ook zo. En het is zo simpel om een gezond gebit te hebben en te houden: twee keer per dag goed je tanden poetsen met fluoridetandpasta en niet meer dan zeven eet/drinkmomenten per dag.” Arie vond het een eer om de 10.000ste poetsles te geven. “Ik ben trots op onze beroepsgroep dat ik de 10.000ste les zal geven. Het is fantastisch dat je als tandarts een bijdrage kunt leveren aan de aandacht voor mondgezondheid van kinderen en hun ouders.

73% mondzorgverleners denkt dat kinderen beter tandenpoetsen na poetsles
Leerkrachten en mondzorgverleners zijn lovend over de Hou je mond gezond! poetslessen. Uit de enquêteresultaten blijkt dat 97% van de leerkrachten (zeer) tevreden is over de gegeven lessen. Ook het schriftelijk lesmateriaal vindt 73% goed. Het poetspakket met tandenborstels, tubes tandpasta en een ouderfolder met tips voor een gezond kindergebit vindt 96% van de onderwijzers een goede aanvulling op de poetsles. Bijna 70% van de leerkrachten denkt dat de kinderen na de poetsles beter hun tanden zullen poetsen. Verder denkt ruim 40% dat het project een impuls zal geven aan het tandartsbezoek. Bijna 90% van de mondzorgverleners vindt het schriftelijk lesmateriaal Hou je mond gezond! goed en de poetsmaterialen een goede aanvulling op de poetsles. Verder verwacht 73% van de mondzorgverleners dat de kinderen na de poetsles beter hun tanden zullen poetsen en denkt 42% dat meer kinderen regelmatig naar een tandheelkundig zorgverlener zullen gaan.

Kindergebitten tellen minder gaatjes door poetslessen
Uit het Signalement Mondzorg 2013 van het College voor zorgverzekeraars (CVZ) blijkt dat kinderen en jongeren minder vaak gaatjes hebben in hun gebit. Het CVZ vergeleek de cijfers van mondheelkundige zorg in 2011 met die in 2005. Had acht jaar geleden slechts 44 procent van de 5-jarigen nog een gaaf gebit, bij de laatste peiling had 59 procent van die kleuters nog nooit een gaatje gehad. Onder 17-jarigen steeg het aantal jongeren zonder gaatjes van 29 naar 39 procent. De tandartsenorganisatie NMT denkt dat de betere gezondheid van de kindermond te maken heeft met de toegenomen voorlichting die kinderen over de verzorging van hun gebit krijgen, onder meer door poetslessen op school. Die poetslessen zijn een initiatief van en ontwikkeld door het Ivoren Kruis, de Nederlandse Vereniging voor Mondgezondheid. Sinds de start van het populaire onderwijsproject Hou je mond gezond! is de animo voor poetslessen overweldigend. Centraal onderdeel van het onderwijsproject voor basisscholen en peuterspeelzalen is het bezoek van een vrijwillige mondzorgverlener aan de schoolklas.



Cariës en tanderosie terugdringen
Doel van het lesproject is het bevorderen van een gezonde mond door het terugdringen van cariës (gaatjes) en tanderosie en het stimuleren van tandartsbezoek. Ook wil het Ivoren Kruis bij kinderen van peuterspeelzalen en basisscholen bewustwording creëren van de eigen invloed op de (mond)gezondheid. Kinderen die de juiste houding, kennis en vaardigheden aanleren om hun gebit en mond goed te verzorgen, zijn ook vaardiger in preventie en zelfzorg bij het voorkomen van ernstiger vermijdbare ziektes.

Slechte kindergebitten
De verslechterde situatie van de kindergebitten in ons land was de aanleiding voor de ontwikkeling van het project. Gebleken was dat 25% van de kinderen in Nederland zijn tanden niet of slecht poetst. In 2005 had 56% van de 5 jarige kinderen gaatjes in het melkgebit. In 2011 is dat 41%. Het gaat beter, maar het is nog steeds te veel. Bovendien komen te veel kinderen niet of te laat bij de tandarts. Ouders kunnen hun kinderen al vóórdat ze twee jaar zijn meenemen naar de mondzorgpraktijk. Veel ouders weten niet dat een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist is opgenomen in de basisverzekering en dus voor kinderen tot 18 jaar gratis is. Meer informatie over het onderwijsproject is te vinden op www.houjemondgezond.nl.


Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z