Kinderen en jongeren hebben minder vaak gaatjes maar de tandheelkundige zorg aan deze groep is toegenomen. Dit blijkt uit het Signalement Mondzorg 2013 van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ).
Verbetering Het CVZ komt tot die conclusie na vergelijking van de mondzorgcijfers van 2011 met die van 2005. In 2011 had 59% van de 5-jarigen een gaaf gebit terwijl dit in 2005 slechts 44% was. Het aantal 17-jarigen zonder gaatjes steeg van 29% naar 39%.
Kosten De kosten voor mondzorg voor kinderen stegen echter van 231 naar 310 miljoen volgens het CVZ.
Reactie NMT De NMT geeft op haar website aan verheugd te zijn over de verbetering van de mondzorg van de jeugd. Volgens de NMT heeft de beroepsgroep zich ingespannen om hieraan een positieve bijdrage te leveren met bijvoorbeeld het geven van poetslessen op scholen, samen met het Ivoren Kruis, en het geven van informatie op de patiëntenwebsite allesoverhetgebit.nl. Onlangs is ook de Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen ontwikkeld die nu in de praktijken wordt geïmplementeerd.
De NMT betreurt het wel dat er nog altijd sprake is van cariës en dat er cariësverschillen zijn tussen groepen met een hoge en lage sociaal-economische status.
Cariës is al zo oud als de mens zelf. Zelfs de voorouders van de mens, de Neanderthaler en de Australopithecus hadden er al last van zo’n 1 tot 10 miljoen jaar geleden. Toch is het van belang om het hebben van caviteiten als onnodig te blijven zien, omdat het bij veel personen vervelende gevolgen zoals ontsteking, functieverlies en pijn kan veroorzaken. Ook in Nederland komen caviteiten nog regelmatig voor. Om een voorbeeld te geven: 56% van de vijfjarige kinderen had in 2005 een melkgebit met één of meerdere caviteiten. In dat zelfde jaar lag het percentage van 17-jarige kinderen met caviteiten in het blijvende gebit op 71%. Er is dus blijkbaar nog ruimte voor verbetering. De meest effectieve manier om caviteiten te voorkomen is het twee keer per dag twee minuten tandenpoetsen met fluoridetandpasta. Daarbij gaan veel kinderen twee keer per jaar naar de tandarts of mondhygiënist voor een
periodiek mondonderzoek en krijgt een deel van hen een zogenoemde ‘fluoridebehandeling’. Ook worden regelmatig de diepe fissuren in de kauwvlakken van de nieuw-doorgebroken elementen geseald.
Individualisering en stimulering zelfzorg brengt verbetering
Waar zou het gebruikelijke regime kunnen worden aangepast? Onderzoek laat zien dat preventieve voorlichting meer effect heeft als meer verantwoordelijkheid bij de patiënt wordt gelegd. Het stimuleren van zelfzorg is al eerder in het stadje Nexø op het eiland Bornholm in Denemarken succesvol gebleken. Dit onderzoek wordt vaak bekritiseerd omdat effecten in een zo’n kleine gemeenschap niet vertaalbaar zouden zijn naar de Nederlandse situatie.
Daarom is het nodig om het effect van het systeem ook in Nederland te onderzoeken. De essentie van het Nexø-model In het Nexø-model wordt de standaard periode van zes maanden tussen twee periodieke controles losgelaten. Hiervoor in de plaats wordt de periode individueel bepaald aan de hand van een risico-inschatting. Deze risicoinschatting is gebaseerd op het niveau van zelfzorg dat de ouder bij het kind weet te bewerkstelligen (de mondhygiëne), de doorbraakfase van blijvende gebitselementen, de cariësontwikkeling en de cariësprogressie in het gebit in het algemeen en in de blijvende molaren in het bijzonder. De officiële naam van de Nexø-methode is Non-Operative Caries Treatment and Prevention (NOCTP). Zie figuur 1.
NOCTP-strategie: 70% minder caviteiten
Het onderzoek in mijn proefschrift beschrijft het effect van verschillende cariëspreventieve maatregelen. Het werd uitgevoerd in één praktijk van het Centrum voor Tandzorg in
‘s-Hertogenbosch. In totaal werden 230 zesjarige kinderen willekeurig aan een van de drie onderzoeksgroepen toegewezen. Eén groep volgde de zogenoemde NOCTP-behandeling. Hierbij kan de mondzorgverlener een stappenplan gebruiken, zie pagina 22. De interventie was ‘zoals eerder gezegd’ gericht op het verhogen van het niveau van zelfzorg. Naarmate het niveau van zelfzorg hoger werd, nam het aantal punten bij de risicobepaling (zie figuur 1, stap 3) af en werd het ’terugkom-interval’ groter. Als er ondanks een goede mondhygiëne toch sprake was van cariësontwikkeling, werd lokaal fluoride aangebracht. Als dit niet afdoende was, werd er gebruikgemaakt van kunstharsfissuurlak. Indien cariës het dentine had bereikt, volgde een cariësbehandeling. Een tweede groep volgde een programma waarbij elke drie maanden professionele fluoridebehandelingen werden gegeven. Deze groep wordt verder IPFA (Intensified Professional Fluoride Application) genoemd. De derde groep was een controlegroep en deze verschilde met de IPFA-groep alleen in de frequentie van de te geven fluoride-applicaties. In de controlegroep was dit twee keer per jaar, in de IPFA groep vier keer. Verder kwamen de kinderen in deze twee
groepen twee keer per jaar voor periodieke controle en werden de kauwvlakken van de blijvende elementen geseald. Ook in deze twee groepen werden caviteiten gerestaureerd als ze in het dentine zaten. Op een leeftijd van 9 jaar (+/- 3 maanden) werden de kinderen opnieuw door de onderzoekers bekeken. Er waren nog 179 kinderen in de onderzoeksgroepen overgebleven. In de NOCTP-groep hadden de kinderen gemiddeld 0,15 caviteiten in hun blijvende molaren, in de IPFA-groep ongeveer het dubbele (0,32) en in de controlegroep ongeveer het drievoudige (0,47). De resultaten van dit onderzoek geven aan dat de NOCTP-strategie bijna 70% minder caviteiten geeft, in vergelijking met de controlegroep. In de NOCTP-groep werden over drie jaar per kind slechts 0,7 fluorideapplicaties uitgevoerd. In de IPFA-groep was dit circa 12 en in de controlegroep circa 6. Het aantal sealants per kind was 1,26 in de NOCTP-groep, 3,0 in de IPFA-groep en 3,7 in de controlegroep. Het gemiddeld aantal vullingen per kind was 0,15 in de NOCTP-groep, 0,34 in de IPFA-groep en 0,39 in de controlegroep.
Kosteneffectiviteit Om een uitspraak te kunnen doen over de kosteneffectiviteit van de twee experimentele groepen vergeleken met de controlegroep werd met deze uitkomsten verder gerekend. Want behalve de klinische prestatie is zeker ook van belang dat de extra tijd, geld en moeite die patiënten steken in het uitvoeren van deze methode niet buitenproportioneel is in vergelijking met de opbrengsten. Bij ieder bezoek aan de praktijk werd van elk deelnemend kind geregistreerd hoe lang deze bij de mondzorgverlener in de kamer was, hoe lang deze onderweg was om bij de praktijk te komen, door wie deze werd begeleid en hoe men naar de praktijk was gekomen.
Het bleek dat de gemiddelde behandeltijd in de NOCTP-groep in de drie jaar iets korter was dan in de controlegroep. De gemiddelde behandeltijd in de IPFA-groep was juist anderhalf keer zo lang. Ten behoeve van het experiment werd in de NOCTP-groep een groter deel van de behandeling door de tandarts uitgevoerd. Hierdoor werd deze behandeling wel iets duurder. Een zogenoemde ‘incrementele kosteneffectiviteitsratio (IKER) werd berekend van elke strategie.
Kort gezegd: wat heeft het volgen van de methode gekost om één extra caviteit te hebben voorkomen. Het bleek dat de IKER voor de NOCTP lag op 111 en voor IPFA op 977. Opgemerkt dient te worden dat de meeste kosten in de NOCTP-groep met name werden gemaakt in het eerste jaar. In het derde jaar bleek geen verschil in benodigde investeringen in tijd, geld en moeite. Als de NOCTPbehandeling door een mondhygiënist, eventueel met een preventie-assistent wordt uitgevoerd, wordt de IKER van de NOCTP-behandeling lager. Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat het volgen van een NOCTP-strategie te prefereren valt boven het volgen van een IPFA-strategie. Om de definitieve waarde van deze strategieën te bepalen is verder onderzoek naar de levenslange kosten van 1 DMFT noodzakelijk. Op basis van de huidige kosten mag worden verondersteld dat deze vele malen hoger zullen zijn dan de nu gevonden 111 van het volgen van de NOCTP-strategie.
Zijn ouders bereid te investeren in een goede gebitsgezondheid van hun kind? Omdat de NOCTP-strategie nadrukkelijk
gebruikmaakt van de actieve medewerking van ouders werd een analyse gemaakt van de bereidheid van ouders te investeren in een goede gebitsgezondheid van hun kind. Deze bereidheid tot investeren (of willingness to invest) werd uitgedrukt in geld en tijd. Deze uitkomsten zijn weer gerelateerd aan gegevens die werden verzameld met behulp van de door de ouders ingevulde vragenlijsten op het gebied van hun kennis, opleiding, gedrag. Ondanks het feit dat ouders over het algemeen zeker bereid waren in het gebit van hun kind te investeren, gaf toch een niet verwaarloosbaar deel van bijna 12% aan nauwelijks tot geen geld, tijd en moeite te willen steken in een goede gebitsgezondheid van hun kind. De kinderen van deze ouders lijken een verhoogd risico te hebben om gebitsziektes te ontwikkelen, omdat in deze groep ook minder gunstige mondhygiëne- en dieetgewoontes werden gerapporteerd. Wellicht is het noodzakelijk om voor deze groep een ander cariës-preventief programma te hanteren dat de ouders omzeilt, bijvoorbeeld door interventies op scholen of in buurten uit te voeren.
Attitude mede bepalend voor gedrag Gedrag van mensen (en dus ook van ouders) wordt voor een groot deel bepaald door de attitude (hoe over iets of iemand wordt gedacht) die een persoon heeft. Het proefschrift geeft duidelijkheid over de vraag of er verschillen in attitudes onder ouders bestaan. Hiervoor is Q-methodologie als onderzoeksmethode gebruikt, waarbij proefpersonen op basis van stellingen over het onderzoeksgebied aangeven in hoeverre zij het eens zijn met de bewuste stelling. Op basis van een vooronderzoek werden 37 stellingen geselecteerd. In het onderzoek werd een vijftal onderscheidende attitudes gevonden.
Attidude 1
Bewust en verantwoordelijk Deze ouder weet dat hij verantwoordelijk is voor het gebit van hun kind en handelt daar ook naar.
Attidude 2 Bagatelliserend en fatalistisch Deze ouder is van mening dat het niet zo heel erg is om een gaatje te krijgen. Er zit volgens hen ook
een grote erfelijke component in het krijgen van gaatjes.
Attidude 3 Uiterlijk georiënteerd en open voor suggesties
Deze ouder hecht veel waarde aan een goede esthetiek; het gebit is een soort visitekaartje. Als een mondzorgprofessional aanwijzingen geeft wordt daar goed naar geluisterd.
Attidude 4
Bewust maar druk Deze ouder is bewust van de nut en noodzaak van mondhygiëne maar geeft ook aan dat men in het gezin vaak te druk is om dit dagelijks goed vol te houden.
Attidude 5
Bewust maar bezorgd Deze ouder is vooral bang dat alle moeite die er wel ingestopt wordt wellicht niet altijd het juiste effect zal sorteren. Het zichtbaar maken van de attitudes van de ouders kan de tandheelkundig professional helpen bij het individualiseren van de preventieve
zorg. Verder onderzoek is hiervoor vereist.
Nieuw product: op maat gemaakte cariëspreventie Ondanks het feit dat er geen grote investeringen noodzakelijk zijn om de NOCTP-strategie toe te passen, vraagt het wel de nodige aanpassingen in denken van zowel de mondzorgverlener als van de kinderen en ouders. De routinematige aanpak die al enkele decennia wordt gevolgd, geeft namelijk een gevoel van veiligheid. Toch is gebleken uit de stijgende kosten, maar nog steeds te hoge cariësprevalentiecijfers, dat een grote stap in cariëspreventie moet worden gezet. Het onderzoek uit mijn proefschrift wijst voor de meest logische stap in de richting van NOCTP. De tandarts en mondhygiënist kunnen de invoering van een NOCTP-strategie in hun praktijk in feite beschouwen als een nieuw product dat kan worden ‘verkocht’ aan hun patiënt: op maat gemaakte cariëspreventie. NOCTP zou bovendien bevorderd kunnen worden door het resultaat ervan te honoreren. Het vergoedingensysteem voor de tandarts en mondhygiënist dient mee te evolueren van een tarief per verrichting naar een meer gezondheids outcome-based vergoedingenstructuur, bijvoorbeeld Pay for Performance (P4P), waarbij de behandelaar wordt afgerekend op van tevoren met de verzekeraar of overheid gemaakte afspraken in de te behalen gezondheidswinst.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/erik-vermaire-90.jpg9090Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2013-05-24 00:00:002019-02-13 11:28:28Op weg naar een geïndividualiseerde, (kosten)effectieve mondzorg
Per 1 juli zijn zorgverleners verplicht de Meldcode kindermishandeling te gebruiken. Hoe herkent u kindermishandeling en hoe maakt u dit bespreekbaar? Ninke van der Leck van Bureau Bespreekbaar gaf uitleg en een duidelijk stappenplan.
Ninke van der Leck van Bureau Bespreekbaar was de eerste spreker van het voorjaarscongres van de NVM. Van der Leck sprak over het herkennen en bespreekbaar maken van kindermishandeling. Dit kan via een duidelijk stappenplan maar het is ook zeker belangrijk om naar de eigen intuïtie te luisteren. Per 1 juli zijn we verplicht om de Meldcode te gebruiken.
De motivatie van Van der Leck om als trainer, spreker en adviseur over kindermishandeling te werken spatte duidelijk naar voren tijdens haar inleiding. Zij kwam zelf in contact met jongeren die mishandeld werden. Een ervan was zelf zo ongelukkig dat hij aan zelfmoord dacht. Helaas is zij hem kwijtgeraakt en maakt zij zich nog altijd ongerust over hem. Ze voelde zich machteloos; wat kon ze doen? Ze wilde weten hoe je als professional nou het beste kunt omgaan met dit soort zorgelijke situaties, zodat je écht wat kunt doen. En inmiddels leert ze dit aan de eerstelijns in de vorm van presentaties en trainingen.
Wat is het ergst?
Op het grote scherm verscheen een aantal situaties waarbij sprake was van kindermishandeling: een kind met een volle luier met duidelijk kapotte billen bij de crèche brengen, een kind dat getuige is van ouders die elkaar slaan, een kind dat zelf in het gezicht wordt gestompt en geschopt en een kind dat liefdeloos wordt opgevoed. Van der Leck vroeg ons welke situatie wij het ergst vonden? Voor iedereen blijkt dit anders te zijn en af te hangen van het eigen referentiekader.
Doorbreek de geweldsspiraal Het kan best lastig zijn om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van mishandeling. Niemand wil mensen te snel veroordelen. Toch vertelde Van der Leck : Luister naar je onderbuikgevoel. Je kunt je je onzeker voelen over je eigen waarschuwingssysteem, maar luister er toch naar. Maak het bespreekbaar. Dat is wat anders dan dat je gelijk de politie op de stoep laat komen.
Ze riep ons op de spiraal te doorbreken, want een derde van mishandelde kinderen gaat later zijn eigen kinderen ook mishandelen. En nog veel schokkender: Elke week overlijdt er een kind ten gevolge van kindermishandeling!
Oplettendheid van tandheelkundige gevraagd
Bij kindermishandeling wordt een kind geweld toegebracht of wordt nagelaten het wezenlijke zorg of aandacht te geven. Hierdoor is het welzijn en de veiligheid van het kind in gevaar.
Tandheelkundigen hebben mogelijkheden om de gevolgen van mishandeling te herkennen. Bijna 75% van letsel door lichamelijke kindermishandeling is namelijk zichtbaar in het hoofd-halsgebied. Dit komt doordat de agressie van de pleger zich vaak richt op dat deel dat emotie laat zien. Van der Leck laat hierbij fotos zien van een handafdruk op de wang en ook een foto van een gescheurd lipbandje.
Door de moeder werd als verklaring gegeven dat het kind op de trap was geklommen en naar beneden was gevallen. Dit kon echter niet kloppen: het kind had nog niet de leeftijd om al op de trap te kunnen klimmen. Vraag dus altijd hoe het zo gekomen is en check of het verhaal klopt, adviseerde Van der Leck. Later bleek dat bij dit kindje de fles te ruw naar binnen werd gedrukt. Eigenlijk met alle goede bedoelingen van de ouder die wilde dat het kind genoeg zou drinken. Zon ouder heeft behoefte aan begeleiding. Oordeel dus niet te snel. Het bespreekbaar maken is daarom zo ontzettend belangrijk. Bekijk in hoeverre ouders bereid zijn om met jou samen te werken. Zo niet? Dan is het pas écht zorgelijk en is de kans groter dat er sprake is van kindermishandeling.
Een mondzorgprofessional wordt geacht niet alleen te letten op letsel door fysiek geweld. Een vorm van kindermishandeling die de meesten al herkennen, is tandheelkundige verwaarlozing. Van der Leck vertelt: De meeste mondzorgprofessionals zien in deze gevallen de ernst in van de situatie, maar delen hun zorgen niet met de ouders. Ze repareren de boel of maken de mond schoon en zien de kinderen later weer terug met dezelfde zorgwekkende mondhygiëne. Let ook goed op kinderen die uit beeld verdwijnen. Soms staat een behandeling open en moet je je echt zorgen maken.
Mondzorgprofessionals kunnen psychische verwaarlozing of mishandeling zelf waarnemen in de praktijk, bijvoorbeeld als ouders het kind niet genoeg steunen. Psychisch geweld is net zo goed kindermishandeling.
Maak het bespreekbaar
Als we ons echt ernstige zorgen maken over het welzijn of de veiligheid van een kind, dan ligt er vaak toch een drempel om het bespreekbaar te maken. We zijn soms bang om de patiënt te verliezen uit het patiëntenbestand. Van der Leck stelde ons gerust: Als professionals zorgen op zorgvuldige wijze bespreekbaar maken bij ouders, wordt dat uiteindelijk vaak gewaardeerd door ouders. In veel gevallen versterkt het zelfs de behandelrelatie.
Stappenplan
Leg de signalen vast: Wat heb je gehoord, gezien, geroken? De feitelijke waarnemingen dus.
Overleg met een deskundige collega: Misschien speelt je eigen referentiekader een te grote rol of heeft je collega ook zorgelijke signalen herkend?
Bespreek zorgen met ouders. Spreek niet over mishandeling maar over zorgen. Leg goed uit wat de gevolgen zijn van hun handelen en geef advies.
Weeg de ernst van de situatie af. Kun je met de verzamelde informatie spreken van een risico op geweld?
Geen risico: behandel of verwijs door. Wel risico: doe een melding bij het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, bij patiënten jonger dan 18) of SHG (Steunpunt Huiselijk Geweld, bij patiënten ouder dan 18 jaar).
Meldcode We zijn verplicht om de Meldcode te gebruiken om kennis hierover te verspreiden. Ook is men verplicht om iemand als een aandachtsfunctionaris binnen de praktijk aan te stellen.
Van der Leck gaf een indrukwekkende en interactieve presentatie. Ze liet een discussiërende zaal achter en dat was precies de bedoeling.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna voor dental INFO van de lezing van Ninke van der Leck van Bureau Bespreekbaar tijdens het NVM voorjaarscongres.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/kindermishandeling.jpg9090anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2013-05-15 00:00:002021-04-12 11:01:49Kindermishandeling, en dan?
Ouders leren om bij hun kinderen goed de tanden te poetsen is effectiever en op de lange termijn waarschijnlijk goedkoper dan cariëspreventie door professioneel ingrijpen. Dit stelt Erik Vermaire van het ACTA in zijn promotieonderzoek, meldt de Universiteit van Amsterdam.
Standaardmethode
Bij de standaardmethode voor cariëspreventie – bestaande uit een tweejaarlijkse periodieke controle, vaak vergezeld van een fluoridebehandeling en routinematig preventief sealen – aangevuld met twee extra fluoridebehandelingen per jaar, krijgt 1 op de 3 kinderen een gaatje. Als uitsluitend de standaardmethode wordt toegepast is dat 1 op de 2.
In zijn onderzoek laat Vermaire laat zien dat bij toepassing van de zogeheten Non-Operative Caries Treatment and Prevention-methode (NOCTP) ongeveer 1 op de 6 kinderen in drie jaar tijd een gaatje ontwikkelt in het blijvende gebit. De NOCTP-methode blijkt drie keer zo effectief te zijn in het voorkomen van gaatjes dan de standaardmethode.
NOCTP-methode Bij de NOCTP-methode ligt de nadruk op het stimuleren van het tandenpoetsen door de ouders en is de tweejaarlijkse periodieke controle vervangen door een individueel bepaalde frequentie aan de hand van risicocriteria. Daarnaast krijgen de kinderen alleen een fluoridebehandeling of sealing als het cariësproces niet gestopt kan worden met goed tandenpoetsen.
Kostenbesparing op lange termijn Vermaire onderzocht zo’n 180 zesjarige kinderen gedurende drie jaar. De totale gemiddelde kosten per kind voor cariëspreventie in de controlegroep waarbij de standaardmethode werd toegepast, zijn 154,-. Bij de NOCTP-methode zijn de aanvullende kosten van het voorkomen van een extra gaatje zon 108,-.
De NOCTP-methode brengt dus in eerste instantie hogere kosten met zich mee dan de reguliere behandeling, maar het is zeer waarschijnlijk dat het op de lange termijn juist kostenbesparend is. De verwachte levenslange kosten die een gevulde kies met zich meebrengt, liggen namelijk aanzienlijk hoger, zegt Vermaire toe.
Aanpassing in het denken Toepassing van de NOCTP-methode vraagt om de nodige aanpassingen in het denken van zowel de tandarts en mondhygiënist als van de ouder. Vermaire keek daarom ook naar de bereidheid van ouders om te investeren in een goede gebitsgezondheid van hun kind. Veel ouders zijn bereid te investeren in het gebit van hun kind. Toch gaf bijna 12% van de ondervraagde ouders aan nauwelijks geld, tijd en moeite te willen steken in een goede gebitsgezondheid van hun kind.
Om NOCTP met succes te kunnen toepassen is het essentieel de mind set van ouders aan te pakken, aldus Vermaire. De routinematige aanpak die al enkele decennia gevolgd wordt, biedt ouders en mondzorgprofessionals weliswaar een vorm van veiligheid, maar als ouders zich er van bewust worden dat zij zelf voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de mondgezondheid van hun kind, valt een grote winst te behalen, zegt Vermaire in het bericht van de Universiteit van Amsterdam.
Promotie
Dhr. J.H. Vermaire: Optimizing Oral Health; towards an effective and cost-effective dental care
Promotoren: dhr. prof. dr. C. van Loveren en dhr. prof. dr. W.B.F. Brouwer (EUR)
Co-promotoren: dhr. prof. dr. J. Hoogstraten en dhr. dr. J.H.G. Poorterman
Tijd en locatie
Vrijdag 24 mei 13:00 uur
Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/87714020-kind-poetsen-901.jpg9090Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2013-05-15 00:00:002018-03-28 10:47:55Ouders leren kinderen te poetsen effectiever dan professioneel ingrijpen
Professionals, en niet alleen degenen die werkzaam zijn in de mondzorg, vragen zich vaak af hoe ze een slechte mondhygiëne of een slecht gebit bij kinderen moeten interpreteren. Is het een vorm van verwaarlozing of niet?
Artikel van Ninke van der Leck van Bureau Bespreekbaar.
Voorbeelden
Een peuter met rotte voortandjes. Een meisje van 12 dat voor het eerst bij de tandarts komt. Twee broertjes in de kleuterleeftijd bij wie ieder meer dan de helft van het gebit moet worden getrokken. Kinderen die wegens grote gaatjes een afspraak hebben staan voor behandeling, maar nooit meer terugkomen. Zomaar een aantal voorbeelden uit de praktijk van deelnemers in mijn trainingen.
Gebitsverzorging is een basale levensbehoefte van kinderen en daarnaast een taak van de ouders. Regelmatig en goed tanden poetsen is noodzakelijk om met een gezonde mond groot te kunnen worden. De mond is de spiegel van de gezondheid, is een bekende uitdrukking. Maar wat als ouders deze taak niet serieus nemen en kinderen met lagen plak, gaatjes en pijn laten rondlopen?
Signalen Belangrijke signalen die professionals kunnen herkennen als een mogelijke vorm van tandheelkundige verwaarlozing zijn:
Onvoldoende gebitsverzorging (geen tandenborstel hebben, niet of nauwelijks poetsen)
Weinig of eenzijdige voeding
Onthouden van medische zorg (niet op controle komen, niet komen bij gaatjes die zelfs voor een leek zichtbaar zijn)
Gebitserosie (tanden en kiezen worden stompjes)
Alleen naar de tandarts of mondhygiënist bij ernstige pijnklachten
Meldcodes
In de Meldcodes voor beroepskrachten in de tandheelkunde en mondzorg is tandheelkundige verwaarlozing opgenomen als een vorm van kindermishandeling. En dat is niet voor niets. Dat ouders, om welke reden dan ook, niet voldoende aandacht besteden aan de mond- en gebitsverzorging van hun kinderen kan ernstige gevolgen hebben. Verwaarlozing van de mondzorg heeft effect op het functioneren van kinderen in hun dagelijks leven: ze hebben pijn, ze stinken, ze hebben moeite met eten en bijvoorbeeld sport en het kan zelfs een achterblijvende groei en ontwikkeling tot gevolg hebben.
Gesprek aangaan
Bij zorgen over de mond- en gebitsconditie van kinderen is het, net als bij signalen van andere vormen van kindermishandeling, essentieel het gesprek met ouders aan te gaan. Door het contact met ouders kun je inschatten in hoeverre zij zich bewust zijn van het belang van goede mondzorg. Je krijgt inzicht in hoeverre zij het kunnen opbrengen om aandacht te hebben voor de gebitsverzorging van hun kinderen. Ervaren ze het als een strijd die ze hebben opgegeven? Heeft het kind altijd pijn bij het poetsen en vinden ze dat zielig? Denken ze dat mondzorg ze veel geld kost? De reactie van ouders op jouw zorgen geeft je informatie die je nodig hebt om de ernst van de situatie te kunnen inschatten.
Meewerkende ouders vergroten de kans op verbetering aanzienlijk. En samenwerking is te stimuleren door bijvoorbeeld samen op zoek te gaan naar haalbare verbeteringen. Kleine stapjes, maar wel stapjes die noodzakelijk zijn om langzaamaan kinderen hun gezonde mond terug te geven.
Blijven ouders in gebreke als het gaat om de lichamelijke zorg van hun kinderen en het inschakelen van medische zorg, dan kun je spreken van een ernstige opvoedingssituatie. De Meldcode biedt dan houvast om de juiste afwegingen te maken, zodat alsnog in het belang van het kind hulp kan worden ingeschakeld.
Bron:
Artikel van Ninke van der Leck van Bureau Bespreekbaar Weet wat te doen bij kindermishandeling.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/159273990-kind-901.jpg9090anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2013-04-24 00:00:002021-03-01 11:20:11Kinderen met een onverzorgd gebit: verwaarlozing?
De Nederlandse vereniging voor Endodontologie (NVvE) ontwierp een poster waarop op toegankelijke manier wordt uitgelegd wat te doen bij een uitgeslagen tand bij kinderen. De poster is gericht op kinderen en hun ouders. De posters worden ingezet op basisscholen, sportverenigingen en in wachtkamers bij tandartsen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/poster-wat-te-doen-bij-uitgeslagen-tand-90.jpg9063https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg2013-04-08 00:00:002013-04-08 00:00:00Poster NVVE: wat te doen bij uitgeslagen tand bij kinderen
Nieuw onderzoek laat zien dat locale verdoving bij jonge kinderen de ontwikkeling van de verstandskiezen in de onderkaak zou kunnen remmen. Het onderzoek is gepubliceerd in de april uitgave van The Journal of the American Dental Association, meldt Dentistry.
Onderzoekers van de Tufts University School of Dental Medicine ontdekten het verband tussen het geven van locale verdoving bij kinderen tussen de 2 en 6 jaar en het ontbreken van verstandskiezen in de onderkaak.
De onderzoekers analyseerden de gegevens van 220 patiënten die op 2 tot 6-jarige leeftijd een tandheelkundige behandeling ondergingen en drie of meer jaar daarna een röntgenopname kregen. Patiënten met beïnvloedende factoren als vertraagde dentale ontwikkeling werden niet meegenomen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/139087937-verdoving-901.jpg9090anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2013-04-01 00:00:002025-12-10 12:04:00Verdoving bij jonge kinderen remt mogelijk ontwikkeling verstandskiezen
GGD Fryslân is in maart gestart met de pilot Zien is Poetsen. Hiervoor geeft de GGD poetslessen op een aantal basisscholen in Sneek met behulp van een speciale camera; de zogeheten QLF-camera. De camera maakt (oude) tandplak zichtbaar en geeft een beeld van waar beter moet worden gepoetst. GGD Fryslân wil met de pilot onderzoeken of het effect van poetslessen met camera groter is dan poetsles zonder camera. Verwacht wordt dat dit effect groter is, doordat ouders en kinderen met behulp van beeld worden geconfronteerd met hun mondgezondheid.
Tandenpoetsles Tijdens de poetsles maakt GGD Fryslân fotos van het gebit van de kinderen. Op deze foto wordt zichtbaar waar tandplak zit en waar kinderen beter moeten poetsen. De GGD stuurt de fotos met een bijbehorend advies naar de ouders van de leerlingen. Na ongeveer 6 tot 7 weken maakt de GGD opnieuw fotos van de kindergebitten. Vervolgens wordt gekeken of de mondgezondheid is verbeterd.
Mondgezondheid Met behulp van de pilot Zien is Poetsen wil GGD Fryslân het belang van goed poetsen onderstrepen en kinderen motiveren om 2 keer per dag 2 minuten hun tanden te poetsen. Een goede mondgezondheid is van belang omdat tandbederf een negatieve invloed op de kwaliteit van leven heeft. Het kan leiden tot onder andere: pijn, infectie, problemen met eten, maag- en darmproblemen, verslechterde ontwikkeling van de spraak, een laag zelfbeeld en problemen in sociaal functioneren. GGD Fryslân geeft al jaren poetsles op scholen om ouders en kinderen te wijzen op het belang van een gezond gebit.
Samenwerken GGD Fryslân voert de pilot uit in samenwerking met De Friesland Zorgverzekeraar en het Ivoren Kruis. De Friesland Zorgverzekeraar stelt de QLF-camera in de pilot beschikbaar. Met haar (financiële) bijdrage in dit onderzoek onderschrijft de zorgverzekeraar haar rol ten aanzien van de kwaliteit van leven door de problematiek van een slechte mondgezondheid serieus te nemen. Het Ivoren Kruis stelt lesmateriaal ter beschikking voor de poetslessen. Het Ivoren Kruis doet dit vanuit haar rol als initiator, producent en organisator van het landelijke onderwijsproject Hou je mond gezond!. Het behulp van dit project willen zij de mondgezondheid in Nederland bevorderen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/78520000-kind-wisselen-90.jpg9090https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg2013-03-20 00:00:002013-03-20 00:00:00GGD Fryslân toont tandplak aan bij schoolkinderen met camera
Onderzoekers van de Amerikaanse Oregon Health & Science University School of Dentistry vinden hardnekkige stammen mondbacteriën bij kinderen die een jaar daarvoor behandeld waren voor ernstige cariës.
In een vervolg op een eerdere studie vonden de onderzoekers bepaalde genetische bacteriestammen bij kinderen die een jaar daarvoor behandeld waren voor carïës veroorzaakt door microben (bacteriën, protozoa, eencellige algen en schimmels). Ook werden zes nieuwe bacteriestammen gevonden en ontdekten zij dat bepaalde bacteriestammen bij kinderen resistent zijn voor xylitol, een veelvuldig gebruikt product bij de vermindering van plak en bacteriën. Het onderzoek is online gepubliceerd in de december uitgave van de Journal of Oral Microbiology. Dit meldt the Lund Report.
Mutans Streptococcen Cariës is één van de meest bekende chronische aandoeningen bij jonge kinderen veroorzaakt door een verkeerd eetpatroon en genetische- en gedragsfactoren. De belangrijkste bacteriën die in verband gebracht worden met cariës behoren tot de mutans streptococcen (MS) groep. Bij mensen met een hoog cariësrisico zouden MS-stammen meer cariës veroorzaken dan bij mensen met een laag cariës risico.
In zijn promotieonderzoek testte orthodontist Ad de Ruiter van het UMC Utrecht met succes een nieuwe manier om de kaakspleet te dichten bij kinderen met schisis. Door het aanbrengen van kunstbot groeit de spleet dicht. Bij zes kinderen is dat al gelukt. De Ruiter promoveerde op 27 november.
Kunstbot Centraal in het onderzoek staan korrels keramisch materiaal, een soort kunstbot. In het onderzoek van De Ruiter zijn deze korrels in de kaakspleet geïmplanteerd. De korrels bestaan uit een speciale vorm van calciumfosfaat, een kalkachtige stof waar bot mede uit opgebouwd is. De korrels trekken botvormende stamcellen aan. Die hechten zich aan de korrels en de spleet groeit grotendeels dicht. Dit werkt zo goed dat tanden doorbreken in het nieuw gevormde bot. Zo ontstaat een volwaardige kaak met tanden.
Behandeld De eerste zes kinderen zijn met het materiaal behandeld, na een jarenlange voorbereiding in het laboratorium en in proefdieren. Samen met Noorse onderzoekers gaat De Ruiters opvolger, kaakchirurg in opleiding Nard Janssen, de behandeling bij twintig kinderen van ongeveer tien jaar uitvoeren.
De Ruiter hoopt dat het kunstbot de huidige behandeling kan vervangen. Daarbij wordt een stukje bot uit het bekken of uit de kin gehaald en in de kaak gezet. Dat kan bijwerkingen geven in de vorm van beschadiging of zenuwpijn.
Schisis Schisis betekent een spleet in de lip, kaak of gehemelte (vroeger ook wel aangeduid met de term hazenlip). Schisis kan ontstaan door een combinatie van aanleg en storende invloeden van buitenaf in de periode tussen de zes en twaalf weken na de bevruchting. Een lip-schisis of een lip-kaak-gehemelteschisis komt voor bij 1 op de 800 pasgeborenen. Een schisis van het gehemelte komt voor bij 1 op de 2000 pasgeborenen.
Onderzoeker Ad de Ruiter combineert zijn werk op de afdeling Kaakchirurgie van het UMC Utrecht met een eigen orthodontiepraktijk in Harlingen. Het onderzoek past binnen het UMC Utrecht-speerpunt Regenerative Medicine waarin onderzoekers weefsel herstellen via stamcellen.
Tandheelkundig zorgverleners hebben unieke mogelijkheden om kindermishandeling te signaleren. Dat schrijft Bureau Bespreekbaar. Het bureau noemt 5 redenen waarom juist deze professionals kindermishandeling in hun werk kunnen signaleren.
1. Kennis van gebit en mondhygiëne Mondzorgprofessionals kunnen zorgelijke afwijkingen in en rond de mond van een kind goed beoordelen. Zij kunnen bijvoorbeeld signaleren dat het gebit van een kind structureel niet wordt verzorgd. Maar ook letsel in en rond de mond door fysiek geweld kan door mondzorgprofessionals worden gesignaleerd.
2. Herkennen letsel in hoofd-halsgebied
Bureau Bespreekbaar schrijft dat bijna 75% van het letsel als gevolg van lichamelijke kindermishandeling zichtbaar is in het hoofd-halsgebied. Verdacht letsel in dit gebied kan goed door een mondzorgprofessional worden herkend.
3. Herkennen spanning in fysiek contact Slachtoffers van geweld reageren vaak gespannen op fysiek contact. Mondzorgprofessionals hebben lichamelijk contact met hun patiënten waardoor zij extreme angst of gespannenheid kunnen herkennen.
4. Getuige van interactie ouder-kind Mondzorgprofessionals zijn tijdens hun werk getuigen van het contact tussen ouder en kind. Behandelaars hebben vaak goed door wanneer een ouder zijn kind niet steunt. Bijvoorbeeld als zij schreeuwen of het kind negeren in plaats van liefdevol en betrokken te zijn.
5. Patiënten wisselen niet snel van tandarts Amerikaans onderzoek laat zien dat mishandelende ouders wel vaak van huisarts wisselen maar niet van tandarts. Zo kunnen mondzorgprofessionals gezinnen een lange tijd volgen en veranderingen opmerken.
Beroepskrachten in de mondzorg verkeren dus in een specifieke beroepssituatie die unieke mogelijkheden biedt om signalen van kindermishandeling te herkennen. Het signaleren van zorgelijke situaties is een belangrijke eerste stap. Maar met signaleren alleen bent u er nog niet: heeft u een vermoeden van kindermishandeling, volg dan de stappen uit de Meldcode.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg00Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2012-11-19 00:00:002020-10-07 11:50:235 Redenen waarom mondzorgprofessionals kindermishandeling kunnen signaleren
Slechte mondhygiëne, tandvleesproblemen en kiespijn kunnen de schoolprestaties van kinderen verminderen. Dit blijkt uit een studie van The Ostrow School of Dentistry van de Universiteit van Southern California, vermeldt Dentistry.
73% met cariës De onderzoekers bekeken de mondgezondheid en schoolprestaties van bijna 1.500 kinderen van basis- en voortgezet onderwijs uit lage sociale klassen in Los Angeles. Van de kinderen met slechte schoolresultaten bleek 73% cariës te hebben.
Lager schoolniveau en verzuim
Kinderen die aangaven recent kiespijn te hebben gehad, bleken vier keer meer kans te hebben op het volgen van een lager schoolniveau. Een slechte mondgezondheid blijkt ook meer schoolverzuim te geven, zegt Roseann Mulligan van de Division of Dental Public Health and Pediatric Dentistry. Basisschool kinderen hadden gemiddeld 2,1 dagen verzuim door tandproblemen, kinderen uit het voortgezet misten 2,3 dagen.
Het onderzoek ‘The Impact of Oral Health on the Academic Performance of Disadvantaged Children,’ ‘verschijnt in de september uitgave van the American Journal of Public Health.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/96626757-kiespijn-90.jpg9090Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2012-09-03 00:00:002020-10-07 11:39:36Slechte mondhygiëne beïnvloedt schoolprestaties
Onderzoek GfK: ouders te rooskleurig beeld over gezond eten en bewegen.
Ouders denken er alles aan te doen om hun kind gezond op te laten groeien. Denken, want hun kinderen merken er niet altijd iets van. Dat blijkt uit onderzoek van GfK in opdracht van Jongeren Op Gezond Gewicht onder ruim 1.000 ouders van kinderen van 4 tot 16 jaar en hun kinderen (12-16 jaar).
Kinderen pakken (38%) twee keer zo vaak zelf iets te snoepen dan ouders denken (19%) en ruim eenderde van de ondervraagde kinderen bekent meerdere keren per dag te snacken, terwijl maar een kwart van de ouders dat vermoedt. Ook zakgeld gaat veel vaker dan ouders denken op aan vet, zout en zoet (49% ouders, 57% kinderen).
Vaker snoepen dan één keer per dag Al met al snoept 1 op 3 kinderen vaker dan één keer per dag en beleven kinderen meer vrijheid dan ouders denken te geven. Het onderzoek geeft een aardig inkijkje in de problematiek van overgewicht. Iedereen wil het uiteraard graag goed doen, zegt Paul Rosenmöller, voorzitter Convenant Gezond Gewicht en ambassadeur Jongeren Op Gezond Gewicht. Een gezonde omgeving, waar de gezonde keuze de gemakkelijke keuze is, is belangrijk voor kinderen. We moeten gezond eten en meer bewegen gemakkelijker maken voor kinderen. Maar ouders kunnen het niet alleen. Daarom moeten alle partijen landelijk en lokaal, de handen ineen slaan!.
Uit het onderzoek van GfK blijkt dat ouders behoefte hebben aan een gezondere omgeving. Volgens één op de vijf ouders kunnen kinderen te makkelijk aan ongezonde voeding komen en 1 op de 6 ouders vindt het vervelend hierover geen controle te hebben. Vooral de snoep- en frisdrankautomaten op school zijn hun een doorn in het oog (40%). Het zou fantastisch zijn, zeggen ouders, als er meer ondersteuning van buiten zou komen, vooral van school en vanuit de buurt. Lessen op school over gezonde voeding en bewegen, meer speel- en sportmogelijkheden in de buurt en een dagelijks fruit-tienuurtje op school zijn de drie grootste wensen. Ruim eenderde heeft wel eens behoefte aan hulp of advies over gezond eten en voldoende bewegen, het liefst van familie, vrienden of andere ouders. Gezonde omgeving Een op de zeven Nederlandse kinderen is te dik. Dat is bijna de helft meer dan 30 jaar geleden en de teller loopt nog steeds.
JOGG, is de beweging waarbij iedereen in een stad, dorp of wijk zich inzet om gezond eten en bewegen voor jongeren gemakkelijk en aantrekkelijk te maken. In een JOGG-gemeente werken overheid, (lokaal) bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties samen aan een gezonde omgeving voor de jeugd. Het is een lokale, duurzame aanpak die effectief bewezen is om overgewicht bij de jeugd om te zetten in een daling.
Bron: JOGG, een landelijk initiatief dat zich richt op jongeren (0-19 jaar), hun ouders en omgeving. Nederland telt al 17 JOGG-gemeenten. Alle gemeenten in Nederland kunnen zich aansluiten bij JOGG. JOGG is de aanpak, volgens het Franse EPODE, die alle initiatieven in een gemeente bundelt en hen handvatten biedt om gezond eten en meer bewegen gemakkelijker te maken voor kinderen, ouders, scholen, hulpverleners e.a.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/78656202-snoepen-kindern-90.jpg9090https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg2012-07-02 00:00:002012-07-02 00:00:00Kinderen snoepen meer dan ouders denken
Afscheid nemen van een fopspeen is voor sommige kinderen een nachtmerrie. In Denemarken en Zweden is het een traditie dat peuters op hun derde hun fopspeen vaarwel zeggen en in een spenenboom hangen. Ook het Belgische Aalst krijgt er een. Een 115 jaar oude hazelaar wordt omgedoopt tot spenenboom.
Dit wordt niet de eerste spenenboom, want in het natuurmuseum De Wereld van Kina in Gent staat er ook al een. We hopen zo meer ouders van over heel Vlaanderen ervan te overtuigen dat een fopspeen niet goed is voor de ontwikelling van de tand- en kaakstand. De tandartsenkring van Aalst is meteen mee in het project gestapt. In alle praktijken in Aalst liggen flyers en een aantal tandartsen zal tijdens de inhuldiging workshops tanden poetsen geven., schrijft de Gazet van Antwerpen.
Ook is er een voorleesboekje Fenne en de Tuttenboom gedrukt.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/tuttenboom.jpg9090https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg2012-06-13 00:00:002012-06-13 00:00:00Peuters hangen fopspeen in de spenenboom
Cafeïnerijke energiedrankjes als Red Bull en Mixxed Up moeten uit de schappen bij de supermarkten, zodat ze niet meer vrij verkrijgbaar zijn voor kinderen van basisscholen. De oppeppende, mierzoete en populaire drankjes zijn slecht voor hun leerprestaties en gezondheid. Dit stelt de GGD.
Misselijk, onrustig en slecht voor tanden Laurent de Vries, directeur van GGD Nederland, wil dat de drankjes voortaan alleen nog maar verkrijgbaar zijn bij winkels die gespecialiseerd zijn in voedingssupplementen. Kinderen worden misselijk of onrustig van de drankjes en zijn volgens docenten niet meer in staat normaal in de klas te zitten en lesstof op te nemen. ,,Daarnaast zit er veel suiker in wat gigantisch slecht is voor de tanden,” stelt de Vries.
Besef Steeds vaker hoort de directeur van GGD Nederland dat leerlingen van basisscholen een blikje goedkope energiedrank mee de klas in nemen. ,,Het loopt de spuigaten uit,” meent De Vries. De GGD hoopt nu eerst de ouders en de overheid bewust te maken van de gevaren. ,,Ouders beseffen niet dat drankjes als Red Bull niet geschikt zijn voor kinderen. Je geeft een kind toch ook geen kop koffie te drinken?”
Offensief Een aantal basisscholen is inmiddels zelf met een offensief begonnen, in navolging van middelbare scholen door het hele land die een Red Bull-verbod hebben opgelegd. ,,Kinderen krijgen er geen vleugels van, maar ze worden er vleugellam van,” zegt een onderwijsmedewerkster van basisschool Eben Haëzer in het Zuid-Hollandse Leerbroek waar ze na een paar negatieve ervaringen de blikjes in de ban hebben gedaan.
Campagne In Amsterdam komt er in september een campagne om ouders op de gevaren van de cafeïnerijke drankjes te wijzen. ,,Kinderen gebruiken het om op school wakker te blijven, maar een 8-jarige moet gewoon op tijd in bed liggen en zeker geen ongezonde energiedrankjes drinken,” vindt voorzitter Martien Kuitenbrouwer van stadsdeel Amsterdam-West. Ook Red Bull stelt dat kinderen hun product niet moeten gebruiken, omdat zij slecht op cafeïne kunnen reageren.
Het Centraal Bureau Levensmiddelen, de branchevereniging voor supermarkten, stelt dat er eerst een wettelijke regeling moet komen om de drankjes uit de schappen te weren.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/05/energiedrank.gif480480https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg2012-06-01 00:00:002012-06-01 00:00:00GGD waarschuwt voor gevaren van energiedrank
De betere tandzorg bij kinderen en de inburgering van beugels, maakt dat er geen plaats meer is voor wijsheidstanden.
Jaarlijks worden in België ongeveer 160.000 verstandskiezen weggehaald, evenals 80.000 kiezen die nog niet helemaal doorgekomen zijn. Dat aantal stijgt, en dat komt een beetje paradoxaal vooral door de verbetering in de tandverzorging. De gewone tanden blijven staan rechter en blijven langer, waardoor er letterlijk geen plaats is voor de verstandskiezen. Dat staat in het magazine Bodytalk.
Mond vol perfect verzorgde tanden “Dankzij de vooruitgang van de preventieve en curatieve tandheelkunde hebben meer pubers dan vroeger een mond vol perfect verzorgde tanden”, legt Jan Neven uit, kaakchirurg aan het Heilige Hartziekenhuis in Leuven.
Met andere woorden: er worden minder tanden getrokken, wat vroeger een gewoonte was bij een ontsteking of cariës. Meer gewone tanden is logischerwijs minder plaats voor extra tanden.
Dank u beugel Maar er is nog een reden: door de inburgering van beugels, wordt de verstandskies uit onze mond geduwd. “De tanden staan netjes in een boog, recht naast elkaar. Dat neemt echter meer plaats in dan een verzameling scheve tanden.”
Functie van de verstandskies Een verstandskies heeft net als andere kiezen als functie het voedsel zo klein te malen dat het makkelijk doorgeslikt kan worden. Deze moet hiertoe echter mooi in een boog staan met andere tanden, voldoende ruimte en een tegenhanger hebben en goed gereinigd kunnen worden. Als dat niet het geval is wordt hij beter verwijderd.
Meestal is plaatsgebrek het probleem, hetgeen vaak aanleiding geeft tot ontsteking van het weefsel rond de half doorgebroken tand, cariës, kaakabces en ontstekings- of ontwikkelingscysten.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2020/11/Vroege-interventie-redt-leven-van-18-jarige-met-syndroom-van-Lemierre-na-extractie-verstandskiezen.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2012-01-20 00:00:002023-05-01 10:31:29Geen plaats meer voor verstandkiezen in onze mond
De KNMT heeft het initiatief genomen specifiek voor de mondzorg de Meldcode Tandheelkunde betreffende Kindermishandeling en Huiselijk Geweld (meldcode TKHG) te ontwikkelen. Deze meldcode is nu gereed en beschikbaar voor de leden. In januari ontvangen alle leden een nieuwsbrief met meer achtergrondinformatie en scholingsmogelijkheden.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/11/Mondzorg-voor-kinderen.jpg230400Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2012-01-12 00:00:002023-05-01 09:34:21Meldcode Tandheelkunde betreffende Kindermishandeling en Huiselijk Geweld
Als u gedrag van kinderen wilt veranderen, is het wezenlijk dat u de ouders echt raakt. Confrontatie leidt tot actie; pas als dokter of tandarts overgewicht ter sprake brengen, schrikken ouders wakker. Maar vergeet ook het schouderklopje niet.
Preventie kan een succes zijn, stelt dr. Monique LHoir van TNO. Dat bewijst volgens haar de campagne om het aantal gevallen van wiegedood terug te dringen. LHoir sprak op 8 oktober tijdens het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde.
Goede gewoontes inslijpen Het advies is om niet bepaald gedrag te gaan verbieden. Want wat niet mag, is voor kinderen vaak aanlokkelijk. Slimmer is het om goede gewoontes te laten inslijpen. Maar dat is best moeilijk als er naast de kassa op ooghoogte lekkernijen liggen, en dan ook nog in de aanbieding
Omgeving
De omgeving maakt het heel moeilijk om gezond te leven, zegt LHoir:De porties van eten en drinken zijn groter geworden dan gezond voor ons is. We kunnen kiezen tussen een kleine, een medium en een grote koffie, terwijl die kleine koffie een normaal formaat heeft. Een onderzoek in de VS leert dat ouders french fries scharen onder groentes. French fries zijn frietjes! Helaas zijn de prijzen van groente en fruit flink gestegen, terwijl ongezonde voeding goedkoop blijft.
Natuurlijk mag er dagelijks worden gesnoept; een snoepje, een koekje geen probleem. Na school is dat een goede gewoonte. Dan tot de maaltijd niets meer, en dat elke dag als een vanzelfsprekendheid presenteren aan je kinderen. Daar hebben kinderen wat aan! Daarvoor geldt: lekker en gezond, omdat het een gewone portie is en op een duidelijke manier is ingepast in het gewone leven, lekker is en gezond.
Waar gaan we de mist in?
Opvoeden begint al bij de geboorte. Een baby die vastgeketend zit in een wipstoel voor de televisie kan nauwelijks bewegen en wordt al helemaal niet gestimuleerd om zijn omgeving te gaan verkennen. Niet doen dus.
Waar gaan we nog meer de mist in? LHoir geeft aan dat 17% van de vierjarigen een televisie op de slaapkamer heeft. En 8% van de tweeëneenhalf-jarigen. Het liefst met wat snoep onder het bed. Het koppelen van eten aan televisie kijken, zorgt ervoor dat elke keer dat het kind naar de tv kijkt, het ook graag wat wil eten. En we weten allemaal dat het geen worteltjes en komkommertjes zijn waar het dan zin in heeft. Ook mag 20% van de kinderen volgens LHoir zelf beslissen of ze tv gaan kijken. Bovendien gaat de tv op de slaapkamer regelmatig niet op tijd uit, waardoor het kind te laat gaat slapen.
Tussendoortjes En dan zijn er nog de tussendoortjes op school:Tegenwoordig krijgen kinderen drinken en eten mee naar school, vaak een pakje frisdrank of sap en een koek. Kinderen hebben dit helemaal niet nodig. Als een kind echt dorst heeft, kan het beter water drinken. Tussen de middag moet er uiteraard geluncht worden, maar tussendoortjes zijn eigenlijk niet nodig. Bij erosie wordt er vaak geadviseerd om een rietje te gebruiken. Maar helaas kauwt 60% op het rietje en de onlangs gepromoveerde tandarts Dien Gambon beschrijft hoe ongunstig dit is voor het gebit, onder andere het glazuur. Je kunt het vergelijken met gorgelen met cola.
So die BBOFTT! Wat doen we eraan? Voor ouders is een ezelsbruggetje verzonnen: SO die BBOFTT. Dit staat voor: Slaap, Opvoeding, Borstvoeding, Buitenspelen, Ontbijten, (weinig) Frisdrank, (weinig) Tv, (weinig) Tussendoortjes. Wellicht ten overvloede:
Een kind heeft veel en regelmatige slaap nodig.
Goed opvoeden is gezaghebbend opvoeden. De ouders hebben gezag en gebruiken gezag. Dat is wat anders dan macht. Het betekent dat er duidelijke regels en afspraken zijn en tegelijkertijd liefde en warmte is.
Borstvoeding helpt; het kind laat de ouder duidelijk zien wanneer het voldoende heeft en de zelfregulatie van het kind wordt hierdoor minder verstoord. (Hoeveel ouders zetten het flesje nog even in de magnetron om het restje nog even te geven?)
Een ontbijt is ontzettend belangrijk voor de energie van het kind en een goede spijsvertering.
Frisdrank bevat veel suikers en zuur en is dus niet aan te raden.
De Tv is hierboven reeds besproken.
Tussendoortjes, te vaak en te groot, leiden tot overgewicht en cariës.
Maar, zo vindt LHoir, Men kan ook doorslaan in het gezond willen opvoeden van kinderen. Zo wordt er vaak te veel druk gegeven bij het eten van groente. Doordat de intonatie van de ouder bij het aansporen tot het eten van groente niet al te vriendelijk is, ervaart het kind de groente als iets onaangenaams. Een mopperende moeder en het eten van groenten kan in één maaltijd aan elkaar worden gekoppeld. Denk hierbij maar aan het klassieke voorbeeld van Pavlov, de bel, de hond en het eten.
Het wordt nog erger als een zoet toetje wordt ingezet als beloning. Belonen met zoetigheid, eten of toetjes, is pedagogisch heel onhandig. Goed belonen is belonen met complimentjes, een aai over de bol of samen iets leuks doen. Het koppelen van goed gedrag aan toetjes en beloningen, kan leiden tot zogenaamde emotie-eters.
Tijdens het eten is het belangrijk dat er over van alles en nog wat wordt gepraat, behalve over het eten zelf. Zo wordt er vaak beter gegeten dan wanneer ouders er bovenop zitten en de groente naar binnen wordt gedwongen.
Actieve benadering De rol van de kindertandarts, aldus LHoir, is om de risicogroep actief te benaderen, niet op een bestraffende, maar juist op een opbouwende manier. Motivational interviewing is een techniek om motivatie te verhogen. De kracht hiervan is dat je het kind of de ouder zelf laat formuleren wat ze zouden willen en kunnen doen aan een (beginnend) probleem. Als het in de buurt komt van wat je graag hoort, bekrachtig je dit meteen, geef je een compliment en ga je meteen afspraken maken en doelen stellen. Natuurlijk niet te hoog, want gedragsverandering is moeilijk en gaat in kleine stapjes. Die doelen zijn dan gemaakt door de ouders en het kind zelf en als het geformuleerd is door diegenen die het gedrag moeten laten zien, is er veel meer kans dat het ook gebeurt. Een samenwerking met de jeugdarts van het consultatiebureau, de medewerkers van kinderdagverblijven en naschoolse opvang, kinderartsen, huisarts, leerkrachten, burgemeesters en wethouders én tandartsen, kan de pandemie van overgewicht in goede banen leiden.
Positieve manier
De gouden regel is volgens LHoir: Empower ouders en kinderen in wat ze goed doen, complimenteer ze en verwoordt het positief. Bijvoorbeeld: ‘Als je een beker frisdrank drinkt en daarna gewoon water, dan word je niet alleen een schoonheid, maar dan hoef ik ook niet jouw tandjes te boren.’ Wijs dan achteloos eens naar de grootste boor want een klein beetje angst kan geen kwaad. Je maakt een afspraak met ouders en kind over frisdrank en snoep, en het mooiste zou zijn dat ze via de site van de tandarts aan de assistente kan laten weten hoe het met haar gaat. Daar kan ze dan een prijs mee winnen !
Als de tandarts, de huisarts, de jeugdarts en de kinderarts allemaal hetzelfde propageren op een positieve manier, dan hebben we kans dat onze populatie in de tandartsstoel blijft passen!
Bron:
Verslag van het najaarscongres van de NVvK
Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/11/Mini-Menu-uitleg.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2011-12-07 00:00:002022-11-28 11:11:59Een goede opvoeding: So die BBOFTT!
Premature babys hebben kleinere tanden dan voldragen kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek van de faculteit Odontologie van de universiteit van Malmö.
Liselotte Paulsson-Björnsson, specialist in orthodontie, bestudeerde tachtig kinderen, die geboren werden voor de 33ste week van de zwangerschap. Behalve naar de ontwikkeling van de tanden, keek zij naar de noodzaak tot orthodontische aanpassingen. Die bleek bij de premature kinderen groter dan bij de kinderen uit de controlegroep.
De onderzochte kinderen werden midden jaren negentig geboren en werden tussen hun achtste en tiende jaar onderzocht, toen zij hun eerste permanente tanden ontwikkelden. De vroeggeborenen hadden tot tien procent kleinere tanden dan hun onderzochte leeftijdgenoten. En hoe vroeger geboren, hoe kleiner de tanden.
Paulsson-Björnsson: De tanden van premature kinderen staan ook verder uit elkaar. Dat kan een esthetisch probleem geven, dat overigens goed kan worden opgelost. We kunnen tanden verplaatsen en groter maken. Verstoring van het mineralisatieproces kan ook leiden tot vlekjes op de voortanden. Ook dat probleem kan cosmetisch worden behandeld.
Paulsson-Björnsson gaat de kinderen verder volgen tijdens hun tienerjaren. Ze concentreert zich dan onder andere op de vraag of álle permanente tanden kleiner zijn dan bij voldragen kinderen, of dat dat alleen geldt voor de permanente tanden en kiezen die het melkgebit vervangen.