Uit onderzoek door FDI blijkt: mondzorg door ouders kan beter

Uit onderzoek door FDI blijkt: mondzorg door ouders kan beter

Ter gelegenheid van Wereldmondzorgdag heeft FDI World Dental Federation ouders van over de hele wereld gevraagd hoe zij met de mondzorg van hun kinderen omgaan. Uit de antwoorden blijkt dat de mondzorg door ouders beter kan.

Eerste bezoek aan tandarts

Het onderzoek werd gehouden onder ouders met kinderen jonger dan achttien jaar in tien verschillende landen verspreid over vijf werelddelen. Uit de resultaten bleek dat slechts 13% van de ouders hun kind voor hun eerste verjaardag mee heeft genomen naar de tandarts. 24% deed dit wanneer hun kind tussen de een en drie jaar oud was en 22% bij een leeftijd tussen de vier en zes. 20% van de ouders gaven aan hun kinderen nooit voor een controle te hebben meegenomen naar de tandarts.

Reden eerste tandartsbezoek

Opvallend was dat de reden voor het eerste bezoek aan de tandarts per land verschilde. Over de hele linie gaf de helft van de ouders aan dat het ging om een controlebezoek. Dit was het meest gegeven antwoord in het Verenigd Koninkrijk (82%), Zweden (77%), Argentinië (65%), Frankrijk (63%), de Verenigde Staten (63%), Australië (56%) en China (34%). In de andere landen gingen de ouders voor het eerst met hun kind naar de tandarts na pijnklachten. Dit was het meest gegeven antwoord in Egypte (56%), de Filipijnen (43%) en Marokko (38%).

Andere uitkomsten

Uit het onderzoek kwamen nog meer feiten naar voren. Zo blijkt 43% van de ouders er op te letten dat hun kinderen voordat ze naar bed gaan hun tanden poetsen. 40% ziet er op toe dat de tanden twee keer per dag gepoetst worden en 38% gaf aan de hoeveelheid suiker in het eten en drinken te beperken om tandbederf tegen te gaan. Slechts 26% van de ouders bleek zelf de melktanden van hun kinderen direct na doorkomst te zijn gaan poetsen. Gebitsbescherming tijdens het sporten werd door 8% van de ouders aan hun kinderen aangeraden.

Aanbevelingen door FDI

De FDI World Dental Federation beveelt een goede mondzorg aan. Dat houdt in het vermijden van risicofactoren zoals een ongezond dieet, in het bijzonder met een hoog suikergehalte. Daarnaast moeten ouders gelijk nadat de eerste tanden bij hun kinderen zijn doorgekomen, beginnen de tanden voor bedtijd te poetsen. Bij oudere kinderen moeten zij er op toezien dat er twee keer per dag met een kleine hoeveelheid fluoridetandpasta gepoetst wordt. Ook moeten ze ervoor zorgen dat vanaf de eerste verjaardag regelmatig de tandarts voor controle wordt bezocht.

 

Bron:
FDI World Dental Federation

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
kind - tandenpoetsen

Creatief spel waar peuters leren tandenpoetsen

Tandenpoetsen, daar zijn we allemaal mee opgegroeid. Van kleins af aan leren we dat het belangrijk is om ons gebit dagelijks te onderhouden. Om deze les naast leerzaam ook leuk te maken, kwam oprichter van het Instagram account “TheDadLab”, Sergei Urban, met een creatief idee.

Monsters wegpoetsen

The Dad Lab is een Instagram account – met inmiddels ook pagina’s op meer sociale media – waar fulltime vader Sergei zijn creatieve spelletjes, educatief speelgoed, experimenten et cetera laat zien. Om zijn eigen peuter te helpen wennen aan het idee van tandenpoetsen, bedacht Urban de perfecte activiteit: monsters wegpoetsen. Door een foto van tanden af te drukken en in een doorzichtige plastic envelop te plakken, kon hij op het plastic grappige monsterbacteriën tekenen met whiteboardmarkers.

Noodzaak

Volgens Sergei is het superleuk en toont het de noodzaak om dagelijks tanden te poetsen. Zijn zoon Max was meteen een fan van het wegpoetsen van de monsters met een oude tandenborstel. Op Facebook heeft de video inmiddels al 9,8 miljoen weergaven gehad.

Video

De video waarin Sergei het spel maakt en zijn zoon de monsters wegpoetst, kunt u hier bekijken.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Gewichtsverlies door het dragen van een beugel

Gewichtsverlies door het dragen van een speciale beugel

Wereldwijd kampen meer en meer mensen met obesitas. Om deze mensen helpen af te vallen zijn er tal van programma’s opgericht en zijn er bijvoorbeeld operaties en medicijnen ontwikkeld die zouden moeten leiden tot gewichtsverlies. Er bestaat nu ook een beugel die zou helpen bij afvallen.

Kleinere happen

Het tijdschrift Obesity Science & Practice presenteerde de beugel als een nieuwe tool voor gewichtsverlies. De beugel moet tijdens het eten worden gedragen, en zou bijdragen aan het nemen van kleinere happen. Hierdoor wordt het voedsel langzamer ingenomen en voelt men zich sneller vol, waardoor dus minder zal worden gegeten.

Beugel en video

De beugel werd getest in een onderzoek met 76 mensen met een BMI tussen de 27 en 35, en dus met overgewicht of obesitas. De deelnemers droegen de beugel gedurende 16 weken. Daarnaast kreeg iedereen een video met een gewichtsverliesprogramma om aan deel te nemen.

Gewichtsverlies

12 deelnemers verloren in deze tijd meer dan 5% van hun lichaamsgewicht, 16 deelnemers verloren 4% van hun lichaamsgewicht en nog eens 21 deelnemers waren aan het einde van de periode meer dan 3% van hun gewicht kwijt. Twee van de deelnemers gaven aan milde tot ernstige bijwerkingen te hebben ondervonden naar aanleiding van de beugel, maar gaven ook aan dat deze weer spontaan verdwenen.

Eenvoudige remedie kan helpen

Al met al droegen de beugels, in combinatie met de video, bij aan een aanzienlijk gewichtsverlies bij de deelnemers. Daarnaast was te zien dat de deelnemers die de beugel vaker droegen meer gewicht verloren. De resultaten van deze studie laten zien dat een eenvoudige remedie, zoals een beugel, daadwerkelijk kan helpen bij het verliezen van gewicht.

Bron:
Obesity, Science & Practice

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Opinie, Thema A-Z
Huppelend naar de mondhygiënist: blog op website ministerie van VWS

Huppelend naar de mondhygiënist: blog op website ministerie van VWS

Onlangs verscheen het tweede blog van mondhygiënist Lieneke Steverink op de website van het ministerie van VWS. In dit blog vertelt ze over hoe belangrijk het is dat kinderen regelmatig naar de mondhygiënist gaan.

Ze vertelt onder andere over het evenement Kidsfabriek waar kinderen een gratis tandenpoetsworkshop kunnen volgen, over de aanwezigheid van de Stichting Goed Gebekt op de Huishoudsbeurs en de videobril die ze aanschafte om kinderen in haar behandelstoel af te kunnen leiden.

Lees het blog op de website van het ministerie van VWS

 

 

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
kindertandheelkunde

Kindertandheelkunde: Preventie nieuwe stijl

Cariës is de meest voorkomende kinderziekte. In 2011 was er bij 41% van de 5-jarige kinderen sprake van gecaviteerde laesies. Een overzicht van de recente wetenschappelijke bevindingen over het cariësproces, de cariësrisicogroepen en preventieve strategieën, waaronder fluoridegebruik en fissuurverzegeling, vertaald naar de praktijk.

Etiologie en prevalentie cariës

Prevalentie
Cariës is de meest voorkomende kinderziekte. In 2011 was er bij 41% van de 5-jarige kinderen sprake van gecaviteerde laesies. Het ging hierbij alleen om visueel zichtbare laesies. De initiële laesies en laesies die alleen zichtbaar waren op de bitewings telden niet mee. Cariës komt vaker voor bij bepaalde etnische groepen en groepen met een laag sociaal economische status (SES). In 2011 had 57% van de 5-jarigen met een lage SES een gaaf gebit, bij 5-jarigen met een hoge SES was dit 70%. Daarnaast is het opvallend dat in de groep met een lage SES de prevalentie van cariës het minst gedaald is ten opzichte van 2005.

Op jonge leeftijd naar de tandarts
Om de prevalentie omlaag te brengen, zouden kinderen op jongere leeftijd (0-5 jaar) naar de tandarts moeten gaan. De focus moet meer op preventie komen te liggen en op deze manier kunnen ouders ook vroegtijdig ingelicht worden over eet- en drinkgewoonten. Veel ouders denken dat alleen de toegevoegde suikers schadelijk zijn voor het gebit en weten niet dat zetmeel en natuurlijke suikers ook invloed hebben op het ontstaan van cariëslaesies. Daarnaast is speeksel een belangrijke buffer en is het goed de ouders te informeren dat deze buffer wel ‘tijd nodig heeft’. Het advies is om minimaal 2-3 uur te wachten tussen eet- en drinkmomenten.

Risicofactoren en risico indicatoren voor het ontstaan van cariës
Risicofactoren zijn plaque, hoge frequentie suiker inname, cariësactiviteit, ontwikkelingsstoornissen in het glazuur, microbiële mondflora (streptococcus mutans), speekselvloed en onvoldoende fluoride. Er is geen absolute voorspeller voor het ontstaan van cariës. Het is echter wel bekend dat een gingivitis, cariës in het verleden, poetsgedrag ouders en mondgezondheid van de ouders indicatoren zijn om het cariësrisico van het kind in te schatten. Ook lopen bepaalde groepen een hoger risico op het krijgen van cariës. Onder de risicogroepen vallen ‘minderheden’, migranten, etnische groepen en laag SES (opleidingsniveau moeder). Wees er echter wel van bewust dat cariësrisico altijd een combinatie is van risico van de groep én van het individu.

Preventie, meer dan alleen kennisoverdracht

Uit gesprekken met ouders blijkt vaak dat zij al veel weten over de risico’s voor het ontwikkelen van cariës. Het heeft zeker zin om hierover te blijven informeren, maar in de individuele context van de patiënt, waarbij je rekening houdt met de thuissituatie (mogelijkheden en onmogelijkheden) die gevormd wordt door culturele en sociaal economische context van de patiënt. De behandelaar dient dus veel aandacht te geven aan die thuissituatie.

1.Lifestyle
Familiestructuur en opvoedstijl kan per gezin verschillen en kan invloed hebben op de mondgezondheid.

 2.Oral health literacy
De term ‘oral health literacy’ wordt gebruikt voor de mate waarin men:

  • Gezondheidsinformatie leest
  • Gelijkwaardig kan communiceren met hulpverleners
  • Kritisch kan omgaan met gezondheidsinformatie en besluiten kan nemen over de eigen behandeling

Wanneer er sprake is van een laag oral health literacy dan heeft men vaak minder begrip van ziekten, minder begrip van instructie en minder mogelijkheden om problemen op te lossen. Deze mensen hebben vaak een slechte ervaring met hun eigen gezondheid en maken vaak minder gebruik van preventieve zorg. De preventieve zorg komt dus vaak al te laat.

3.Achtergrond patiënt/cultuur
Begrip over ziekte kan verschillen tussen de zorgverlener en de ouder en is afhankelijk van de achtergrond van een persoon. Ziekte kun je opsplitsen in drie begrippen:

  1. Illness: de ervaring/beleving van ziekte door de patiënt
  2. Sickness: de manier waarop er wordt omgegaan met de ziekte
  3. Disease: objectieve (tandartsen)perspectief

Illness en sickness zijn afhankelijk van de achtergrond van de patiënt. Zo kunnen voedingsgewoontes en kennis per cultuur verschillen en invloed hebben op het handhaven van gezond gedrag.

Take home message

  • De omgang met preventie wordt gevormd door de achtergrond van het kind, ouder en behandelaar.
  • Het is wel goed om kennis over te dragen maar richt dit altijd op de individuele patiënt, het liefst in dialoog tijdens de intake. Doorvragen en empathie tonen helpen hierbij.
  • Begeleiding is belangrijk voor gedragsverandering.

Op welke leeftijd kan het kind het beste naar de tandarts?

Het advies van de KNMT is om vanaf 6-9 maanden, tijdens de eerste doorbraak van de melkelementen, al gebruikt te maken van tandheelkundige zorg en advies. De realiteit is vaak dat op deze jonge leeftijd de tandarts nog niet bezocht wordt en ook op het consultatiebureau is er niet altijd genoeg tijd om dit te bespreken. Hierdoor komen de meeste kinderen vaak op 4/5-jarige leeftijd voor het eerst bij de tandarts.

Het advies is: hoe eerder hoe beter! Een tandarts, mondhygiënist of preventie-assistent kan bijvoorbeeld de zwangere vrouw al informeren. Zo zou kunnen worden aangegeven dat ze bij de tandarts terecht kunnen wanneer er sprake is van een neonatale tand, tongriempje of eruptiecyste. Het is belangrijk om de ouders duidelijk te maken dat cariës een gedragsziekte is: cariës wordt veroorzaakt door bacteriën maar is biofilm-afhankelijk en daardoor beïnvloedbaar. Door op jonge leeftijd naar de tandarts te gaan kunnen gezonde gewoontes vroeg geïntroduceerd worden en voorkom je dat verkeerde gewoontes afgeleerd moeten worden.

preventie nieuwe stijl

Gewoon Gaaf

Voor de gewoon-gaaf-methode geldt dat de mondzorgverlener het cariësrisico van het kind inschat. Dit is onder andere afhankelijke van de mondhygiëne, de wisselfase en aanwezigheid van initiële laesies. Aan de hand van dit risico wordt het ‘terugkom-interval’ bepaald. Ook wordt er per individu bepaald of er extra preventieve maatregelen nodig zijn zoals het aanbrengen van fluoride-lak of een sealent. Er is een stappenplan voor Gewoon Gaaf beschikbaar per leeftijdscategorie (0-4, 4-12, 12-18 jaar). Hieronder een samenvatting van het stappenplan van een 0-4jarige.

Kind 0-4 jaar

  • Intake vanaf 1e
  • Evaluatie en motivatie ouders en mondhygiëne.
  • Plaque score, cariësscore.
    Dit hoeft niet per se door middel van plaque-kleuring. Het belangrijkste is dat er notities gemaakt worden van initiële laesies om de cariësontwikkeling te kunnen volgen en het risico te kunnen bepalen.
  • Uitleg cariësproces.
  • Bepalen van het ‘terugkom-termijn’.

Voordeel Gewoon Gaaf
Uit onderzoek blijkt dat 70% van de 6-jarigen van de Gewoon-Gaaf-groep minder caviteiten had in vergelijking met de controle groep. De controle groep werd volgens normaal protocol behandeld, dus twee keer per jaar controle inclusief fluoride gel en sealents. Naast de afname van het aantal cariëslaesies, zijn de lagere maatschappelijke kosten een groot voordeel.

Als het mis gaat
Er wordt dus niet meer standaard extra fluoride gegeven bij een tandartsbezoek. Wanneer er toch sprake is van cariësactiviteit kunnen de volgende maatregelen getroffen worden:

  1. Extra fluoride door een tandpasta met een hogere concentratie te gebruiken (³1000 ppm fluoride)
    1. Laag risico
      1. < 5 jaar: Peutertandpasta (500 ppm).
      2. > 5 jaar: Volwassentandpasta (³1000 ppm).
    2. Hoog risico
      1. < 2 jaar: volwassen tandpasta gebruiken (³1000 ppm) ter grootte van een rijstkorrel (dit altijd laten zien!).
      2. 2-5 jaar: volwassen tandpasta gebruiken (³1000 ppm) ter grootte van een erwt.
      3. >5 jaar: volwassen tandpasta gebruiken (³1000 ppm) ter grootte van een erwt.
  1. Applicatie fluoride gel (vanaf 6 jaar). Uit onderzoek is gebleken dat dit alleen werkt bij een hoog cariësrisico.
  2. Applicatie fluoride-lak (Duraphat).
  3. Sealen op indicatie, alleen onder cofferdam. Wanneer het plaatsen van een cofferdam niet lukt dan is het verstandiger om met glasionomeer te sealen.
    1. Glazuurcariës hoeft niet geprepareerd te worden en kan gewoon geseald worden. Ook wanneer de laesie net in dentine zit dan blijft het proces met een sealent stabiel.
    2. Zwart verkleurd fissuur functioneert als een ‘natuurlijke sealent’.
    3. Een element dat in doorbraak is bij iemand met een hoog cariësrisico: goede indicatie om te sealen.

Take home message

  • Kinderen moeten op jongere leeftijd naar de tandarts.
  • Goede gewoontes vroeg introduceren zodat slechte gewoontes niet afgeleerd hoeven te worden.
  • Neem de tijd voor een intake/ eerste bezoek.
  • De tandarts bepaalt het cariësrisico per individu aan de hand van individuele factoren.
  • De achtergrond van het kind is van invloed op het cariësrisico.
  • Sealent alleen op indicatie.

Karin van Nes werkt als docent en onderzoeker bij de afdeling CEP (Cariologie, Endodontologie, Pedodontologie) van ACTA. Mw. van Nes verzorgt onderwijs aan zowel de opleiding Tandheelkunde (ACTA) als Mondzorgkunde (Hogeschool Inholland). Daarnaast is zij werkzaam bij het CBT Rijnmond als tandarts-pedodontoloog. Na haar afstuderen als tandarts (ACTA 2002) en als medisch antropoloog (UvA 2007) heeft Mw. van Nes de post-initiële opleiding tot tandarts-pedodontoloog afgerond (ACTA, 2014)

Clarissa Bonifácio is universitair docent bij de afdeling CEP (Cariologie, Endodontologie, Pedodontologie) van ACTA. Dr. Bonifácio verzorgt onderwijs aan zowel de opleiding Tandheelkunde (ACTA) als Mondzorgkunde (Hogeschool Inholland). Haar onderzoek richt zich op de preventie en behandeling van cariës bij jonge kinderen. Zij behaalde haar tandartsdiploma in 2004 aan de Universiteit van São Paulo, Brazilië. Ook in Brazilië heeft ze een opleiding tot tandarts-pedodontoloog en een master in restauratieve tandheelkunde gevolgd. 

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van dr. Clarissa Bonifácio en drs. Karin van Nes tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Project Gezonde Peutermonden wint ‘Preventieproject van het Jaar 2018’

Project Gezonde Peutermonden wint ‘Preventieproject van het Jaar 2018’!

Het project Gezonde Peutermonden is het ‘Preventieproject van het Jaar 2018’. De prijs werd afgelopen vrijdag uitgereikt tijdens de Landelijke Dag voor de Preventieassistent.

Het Ivoren Kruis is deelnemer van het project Gezonde Peutermonden. Er wordt onderzocht wat het effect is op de mondgezondheid van nieuwgeborenen die met hun ouder(s) het consultatiebureau bezoeken waarbij één groep begeleid gaat worden door een mondzorgcoach en de controle groep niet.

Het project bestaat uit een 4-jarige studie onder begeleiding van Katarina Jerkovic (hogeschool Utrecht), prof. Cor van Loveren (ACTA en voorzitter van het Adviescollege Preventie Mond- en Tandziekten van het Ivoren Kruis) en prof. Geert van der Heijden (ACTA).
Het doel van het project is bijdragen aan onderbouwde interventies om mondzorg van peuters te optimaliseren, en bewijs leveren voor haalbaarheid en (kosten)effectiviteit van innovatie waarbij mondzorg binnen de eerstelijns zorg geïntegreerd wordt op het consultatiebureau.

Verkiezing Preventieproject van het jaar

De verkiezing Preventieproject van het jaar is georganiseerd door SCEM. SCEM: ‘Preventieve mondzorg is belangrijk en wordt steeds belangrijker.’ Begin december zijn drie finalisten geselecteerd: Gezonde Peutermonden, Glansje en Toothcamp. Zij presenteerden hun project tijdens de Landelijke Dag voor de Preventieassistent op vrijdag 12 januari jl.. De deelnemers van de Landelijke Dag voor de Preventieassistent mochten hun stem uitbrengen, waarna het project Gezonde Peutermonden werd uitgeroepen tot ‘Preventieproject van het Jaar 2018’.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Thema A-Z
kinderen - poetsen

KNMT: NVM schaadt doelbewust inspanningen tandarts voor de jeugd

De KNMT werpt de suggestie van NVM Mondhygiënisten dat tandartsen zich geen zorgen zouden maken om het kindergebit verre van zich.

“De NVM stelt in een opinieartikel met die strekking tandartsen doelbewust in een negatief daglicht. Ze gaat daarmee volledig voorbij aan de inspanningen die duizenden tandartsen leveren om zo veel mogelijk kinderen op te laten groeien met een gezonde mond”, zegt de KNMT in een reactie.

Recent gaf KNMT-bestuurslid Henk Donker een uitgebreid interview aan het Algemeen Dagblad ter gelegenheid van zijn 40-jarige loopbaan als tandarts. Hij gaat daarin uitgebreid in op de noodzaak om de mondgezondheid van kwetsbare ouderen te verbeteren. “In dit interview zegt Donker in een tussenzin dat hij zich over kinderen “niet zo’n zorgen” maakt. In haar artikel valt de NVM Donker hier ongemeen fel op aan.”

Samenwerking tussen mondzorgverleners

“De KNMT vindt dat buitengewoon teleurstellend. In het interview geeft Donker een krachtig signaal af over de mondzorg die nodig is voor kwetsbare ouderen. En met succes, het signaal heeft veel aandacht gekregen. Dat de NVM deze handschoen niet oppakt, is teleurstellend. Vooral omdat de NVM maar al te goed weet dat uitgerekend de KNMT al jaren aandacht vraagt voor de mondzorg aan kinderen in sociaal-economisch lagere klassen. De tandartsen hebben het niet alleen bij die oproep gehouden maar zijn ook concreet bezig met het oplossen van dit probleem. Ze doen dat altijd in samenwerking met anderen, iets waarvoor de NVM zo vurig pleit in haar artikel. Maar het is de NVM die op deze manier niet bijdraagt aan de samenwerking tussen verschillende mondzorgverleners”, aldus de KNMT.

Bronnen:
Artikel NVM
Interview Henk Donker – Gelderlander.nl – Tandarts Henk Donker na 40 jaar nog niet klaar.
Inspanningen KNMT voor de jeugd – KNMT.nl – Meer aandacht voor kindergebit op consultatiebureau.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Opinie, Thema A-Z
NVM is wél bezorgd om kindergebit

“NVM wél bezorgd om kindergebit”

NVM-mondhygiënisten is verbaasd over de uitspraken die KNMT-bestuurslid Henk Donker in de media deed over de mondzorg bij jonge kinderen en kwetsbare ouderen. Volgens de NVM vergat hij de uitkomst van relevant onderzoek over de mondgezondheid van jonge kinderen en specifieke partners in de mondzorg te noemen.

Henk Donker vierde onlangs zijn 40-jarig jubileum als tandarts en ontving het erelidmaatschap van de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen. Verschillende media schreven hierover.

Donker vertelt in een artikel in De Gelderlander van 9 december zich over de mondzorg van kinderen en jongeren geen zorgen te maken. “Een vreemde uitspraak gezien het Generation R onderzoek van Erasmus Universiteit Rotterdam uit 2016 aantoont dat het erg slecht gesteld is met de mondgezondheid van 4.000 Rotterdamse kinderen”, zegt de NVM hierover.

Veel cariës

Volgens de beroepsvereniging blijkt meer dan twintig procent van de Nederlandse kinderen al op zesjarige leeftijd één of meerdere gaatjes te hebben, zien de onderzoekers bij Surinaams-Hindoestaanse kinderen twee keer vaker meer dan drie gaatjes en loopt dit aantal voor Turkse en Marokkaanse kinderen op tot vijf keer vaker gaatjes in het gebit. “En Rotterdam is geen unicum wat betreft deze problematiek, maar herkenbaar voor de randstad”.

Ook het Signalement Mondzorg 2016 van Zorginstituut Nederland laat zien dat het aantal jeugdigen met een gaaf gebit daalt met het ouder worden en ongeveer de helft van de veertienjarigen en driekwart van de twintigjarigen een door cariës aangetast gebit heeft, volgens de NVM.

Landelijke projectgroep Mondzorg Kwetsbare Ouderen

“Ouderen dreigen een vergeten groep te worden als het om tandheelkundige zorg gaat”, schrijft het AD op 7 december en de NVM is het hier helemaal mee eens. Volgens de beroepsorganisatie laat Donker echter de essentiële samenwerking met verschillende mondzorgpartners van kwetsbare ouderen onbelicht.
“Sinds 2015 is namelijk in Nederland een projectgroep actief waarin de krachten zijn gebundeld van de mondzorgkoepels en diverse partners – zoals onder andere de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT), NVM-mondhygiënisten, de Consumentenbond en Patiëntenfederatie Nederland – om de mondzorg bij kwetsbare ouderen in Nederland te verbeteren. Denk hierbij aan de belangrijke rol die bijvoorbeeld tandprothetici spelen bij het aanmeten en vervaardigen van protheses en het uitvoeren van preventieve mondzorg bij ouderen door mondhygiënisten. Juist die bundeling van verschillende beroepskrachten zorgt ervoor dat de kwaliteit van de mondzorg in Nederland naar een hoger niveau getild kan worden. Iets wat Donker vergeet te vermelden.”

Handen ineen slaan bij kwetsbare groepen

“Kwetsbare groepen, waaronder de ouderen en de jeugd, kunnen alleen voorzien worden van de nodige mondzorg als alle mondzorgprofessionals de handen ineen slaan. Daarnaast is preventieve mondzorg de sleutel om mondaandoeningen voor alle leeftijden terug te dringen en zelfs te voorkomen. Een goed begin is het halve werk en preventie loont het meest wanneer je daarmee op een jonge leeftijd al begint. En preventieve mondzorg begint bij de mondhygiënist.”, sluit de NVM af.

Lees ook de reactie van de KNMT op de stelling van de NVM

Bronnen:
AD – Slechte zorg voor gebit wordt ouderen fataal
Gelderlander – Tandarts Henk Donker na 40 jaar nog niet klaar
Onderzoek Erasmus Universiteit Rotterdam, Generation R
Zorginstituut Nederland, Signalement Mondzorg 2016

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Opinie, Thema A-Z
Kronen - tand

Kronen bij kinderen

“Kwalitatief goede tandheelkunde leveren bij kinderen is een uitdaging. Juist daarom is optimale doelmatigheid zo belangrijk: Eén keer en daarna nooit meer!” ‘The state of the art’ betekent in het Nederlands ‘de kroon op het werk’.

Roestvrijstalen kroon (RVS)

Resultaten uit onderzoek (Cochrane review van Ricketts et al. 2015) geven aan dat het plaatsen van RVS-kronen de aanbevolen behandeling is voor melkmolaren die ernstig zijn afgebroken, een pulpa-behandeling hebben ondergaan of ernstig tandbederf vertonen. Ook kan een RVS-kroon geplaatst worden bij een kaasmolaar. Het is gebleken dat RVS-kronen in 94-100% van de gevallen succesvol zijn, wat inhoudt dat ze succesvol en probleemloos functioneren totdat het element wisselt. Het principe van een RVS-kroon is ‘een keer en nooit weer’. Deze behandeling voorkomt dus meerdere restauratieve behandelingen aan hetzelfde melkelement waardoor de belasting voor het kind geminimaliseerd wordt. Helaas wordt deze methode nog weinig toegepast in de algemene praktijk.
Kronen bij kinderen

De indicatie wordt gesteld aan de hand van de anamnese, klinisch- en röntgenonderzoek. Hierbij speelt de fase van gebitsontwikkeling een rol en wordt rekening gehouden met de patiëntfactoren. Het nadeel van de behandeling is dat het esthetisch vaak minder fraai is en dat er een risico bestaat tot aspiratie of inslikken van de RVS-kroon tijdens het plaatsen.

Werkwijze

  1. Het element occlusaal 1 millimeter verlagen.
  2. Het element approximaal slicen.
  3. Kroon passen waarbij het van belang is dat het kroontje zo min mogelijk roteert / kipt.
  4. Kroon plaatsen met glasionomeercement.

HALL-techniek

Deze techniek werd voor het eerst beschreven door Nicola Innes en Dafydd Evans. Het voordeel is dat er geen cariës verwijderd hoeft te worden en er geen anesthesie nodig is. Het verschil met de hiervoor beschreven techniek is dat het element niet geprepareerd hoeft te worden. Een HALL-kroon kan veilig geplaatst worden wanneer er geen sprake is geweest van spontane pijn en er ‘a clear dentine band’ aanwezig is. Volgens recent onderzoek (Ludwig et al. 2015) is deze methode nog succesvoller (97%) in vergelijking met de traditionele RVS-kronen (94%).

Kronen bij kinderen Kronen bij kinderen

Werkwijze

Een goede voorbereiding is het halve werk. Zorg ervoor dat het kind op de hoogte is van de stappen van de procedure. Laat de kroon aan het kind zien en leg uit dat het om een ‘piraten’ of ‘prinsessen’ kroon gaat.

  1. Ten eerst worden er separatie-elastieken geplaatst (‘kauwgom elastiekje’). Deze moeten minimaal vier uur blijven zitten.
  2. Voordat de kroon gepast wordt, is het belangrijk dat de keel beschermd wordt met gaas om aspiratie of inslikken te voorkomen.
  3. Pas confectiekronen en kies de kleinst mogelijke (maat 4 en 5 zijn het meest gangbaar (3M)).
  4. De kroon wordt gedroogd en gevuld met glasionomeercement (Fuji 1 van GC)
  5. De kies moet zo goed mogelijk gereinigd en gedroogd zijn. Eventueel kan hiervoor een wattenbolletje gebruikt worden (‘konijnenstaartje’).
  6. Bij het plaatsen van de kroon kunt u het kind dicht laten bijten, echter heeft het de voorkeur de kroon zelf op de goede plaats te drukken.
  7. Geef goede instructie aan ouders. Het kan wel een aantal dagen wennen zijn omdat de kroon tegen het tandvlees duwt en de occlusie vaak veranderd is (beetverhoging). Soms duurt het wel drie maanden totdat de beet weer normaal is.

Contra-indicaties

  • Wanneer er geen goede coöperatie met het kind mogelijk is, wordt deze techniek afgeraden. De kans op aspiratie of inslikken is te groot.
  • Wanneer esthetiek onacceptabel lijkt.
  • Het plaatsen van twee kronen naast elkaar in één zitting of twee kronen tegen over elkaar in één zitting.

Take home message

  • Restauratief maakt u als tandarts het verschil door gebruik van:
    • RVS confectiekronen
    • Pulpotomie met MTA
  • Kindertandheelkunde kan voorspelbaar, goed en goedkoop
  • ‘Houd de mond gezond’ en de ‘mens’ pijn- en angstvrij

Arie Riem is tandarts sinds 1988 en zijn aandacht is altijd uitgegaan naar bijzondere zorggroepen. Ruim 10 jaar was hij lid van de vereniging van Justitietandartsen en tandarts van onder andere het Pieter Baan Centrum. Hij was 12 jaar bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde. Sinds 2006 is hij een door de NVvK erkend pedodontoloog. Hij werkte 14 jaar op de afdeling angstbegeleiding en gehandicaptenzorg van de Stichting Bijzondere Tandheelkunde in Amsterdam. Van 2002 tot 2010 was hij verbonden aan het CBT van het St. Antonius ziekenhuis waar hij voor regio Midden Nederland de gebitsbehandelingen onder algehele anesthesie bij gezonde kinderen uitvoerde. Sinds 2012 werkt hij bij de Kinderkliniek TandInZicht en helpt verwezen kinderen. Hij geeft lezingen en een cursus over kindertandheelkunde.

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Arie Riem tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

 

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Pijnstillers vóór mondzorgbehandeling verminderen de pijn niet

Pijnstillers vóór mondzorgbehandeling verminderen de pijn niet

Via een systematische review bekeken onderzoekers of pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen voorafgaand aan een behandeling pijn zou kunnen verminderen bij kinderen.

Pijn is gebruikelijk na een tandheelkundige ingreep en kan leiden tot een verhoogde angst voor tandheelkundige behandelingen.  Vermindering van pijn is daarom met name belangrijk bij kinderen en adolescenten. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om pijnstillers voorafgaand aan de behandeling te geven. In het huidig onderzoek is een systematische review uitgevoerd om erachter te komen of het geven van pijnstillers aan kinderen zoals paracetamol en ibuprofen voorafgaand aan de behandeling helpt om de pijn te verminderen.

Onderzoek

Voor het systematische review hebben de onderzoekers verschillende databanken geraadpleegd aan de hand van bepaalde criteria o.a. kinderen tot 17 jaar en plaatselijke verdoving. Hieruit voortkomend zijn vijf gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken geselecteerd waaraan in totaal 190 mensen deel hebben genomen. Drie van deze onderzoeken hebben betrekking op tandheelkundige behandelingen zoals vullingen en extracties. De andere twee staan in verband met orthodontie. In drie van de vijf onderzoeken werd paracetamol met een placebo gebruikt en in vier onderzoeken ibuprofen met een placebo.

Pijnstillers

Uit de onderzoeken blijkt dat er geen significant verschil is bij inname van paracetamol voorafgaand aan de behandeling: in de placebogroep rapporteerde 52% pijn na de behandeling versus 42% in de controlegroep. Volgens een ander onderzoek is er ook geen statistisch significant verschil in postoperatieve pijn na het innemen van iboprofuen door kinderen voorafgaand aan een tandheelkundige behandeling. Uit twee andere onderzoeken blijkt wel dat er een statisch signifisch verschil is in het ervaren van pijn na een orthondontische behandeling.

Conclusie

Uit de beschikbare gegevens konden de auteurs niet bepalen of pijnstillers voorafgaand aan de behandeling pijn verminderen bij kinderen en adolescenten na een tandheelkundige ingreep onder plaatselijke verdoving. Waarschijnlijk helpt het wel om iboprofun te geven voorafgaand een orthodontische behandeling. Volgens de auteurs is er dus meer onderzoek nodig om bijvoorbeeld te beoordelen of het geven van pijnstillers angst bij de patiënt vermindert.

Bron:
Cochrane Library

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Pijn | Angst, Thema A-Z

Afwijkende mondgewoonten bij kinderen: wanneer is logopedie gewenst?

Over het algemeen richt de logopedie zich op spraak, stem, gehoor en taal. Een logopedist kan echter ook helpen bij het afleren van afwijkende mondgewoonten. Volgens de richtlijnen is een tandarts verplicht zijn of haar patiënt door te verwijzen wanneer er sprake is van afwijkend mondgedrag.

Groei en ontwikkeling

Skeletale opbouw

Elk persoon groeit anders en dit heeft invloed op de skeletale opbouw. Sagittaal kan er sprake zijn van een neutrorelatie, distorelatie of mesiorelatie. De verticale skeletale opbouw kan onderverdeeld worden in normale, convergente (short face) en divergente groei (long face ).  Mensen met een divergente groei zijn vaak lastig orthodontisch te behandelen.

Groei kaken

De bovenkaak groeit op relatieve jonge leeftijd. De onderkaak begint pas later (tegen het einde van de puberteit) met groeien en groeit langer door dan de lichamelijke lengte-groei. De groei van de onderkaak vindt plaats vanuit de ramus en de kaakkopjes en de groeirichting is daardoor naar voren en naar beneden (ventraal en caudaal.)

Hoe groei je divergent of convergent?

Het skeletale groeipatroon is onder andere afhankelijk van genetische factoren. Daarnaast spelen omgevingsfactoren ook een grote rol. Mensen met een mondademhaling vertonen vaak een meer verticaal groeipatroon met vaak een open beet als gevolg. Ook hebben de tong en de lip een grote invloed op het skeletale groeipatroon. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een sterke tong dan is dit te herkennen aan protrusie van frontelementen. Het gedrag van de tong en de lip is beïnvloedbaar, een logopedist kan helpen om deze afwijkende mondgewoonten te veranderen.

De logopedist: oro-myofunctionele therapie

Oro-myofunctionele therapie is een oefentherapie, die gericht is op het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren van het orofaciale skelet. De stand van gebitselementen wordt bepaald door extra-orale krachten (m.n. aangezichtsspieren) en door intra-orale krachten (m.n. tongspieren). Een tong is zodanig sterk dat het in staat is om elementen te verplaatsen.

Triangle of forces

De ‘triangle of forces’ bestaat uit:

  • Laterale wangdruk door de m. Masseter (extra-oraal)
  • Tongdruk (intra-oraal)
  • Lipdruk (extra-oraal)
  • Occlusie en eruptie krachten (intra-oraal)

Wanneer deze krachten in balans zijn, kunnen gebitselementen normaal groeien.

Het slikproces

Slikken is een reflex en daarom wordt er vaak gedacht dat je slikgedrag niet kunt beïnvloeden. Slikken bestaat echter uit vier fases waarvan de eerste twee bewust en willekeurig gebeuren en daardoor beïnvloedbaar zijn.

Tongpositie bij een goede slik

Bij een ‘goede slik’ wordt het voorste deel van de tong tegen alveolum en de front elementen in de bovenkaak geperst. Het middelste deel van de tong komt tegen het palatum en het achterste deel van de tong wordt onder een hoek van 45 graden tegen de pharyngeale wand aangedrukt. De slik verloopt met een negatieve druk in de pharynx.

Tongpositie bij afwijkende slik

Bij afwijkend slikgedrag wordt het voorste deel van de tong tegen of tussen de gebitselementen gedrukt. Het middelste deel van de tong is naar beneden geklapt of is uni/bilateraal verbreed en het achterste gedeelte van de tong drukt zich tegen het achterste gedeelte van het palatum.  De slik verloopt met een positieve druk in de pharynx en met een actieve m. mentalis. De kans op middenoorontsteking is hierdoor groter bij mensen met een afwijkende tongpositie tijdens slikken.

Afwijkende mondgewoonten

Onder afwijkende mondgewoonten vallen duimzuigen, vingerzuigen, liplikken, tongzuigen, speenzuigen, mondademen en vinger/nagelbijten. Wanneer deze afwijkende mondgewoonten worden geëlimineerd, zie je al heel snel het effect op de stand van de dentitie. Nu is de vraag: wordt de vorm bepaald door de functie of bepaalt de functie de vorm?

Bepaald afwijkend mondgedrag is vaak intra-oraal te herkennen.

  1. Afwijkende slik

Gevolgen van een afwijkende slik zijn: toename disto-occlusie, vergroote overjet, open beet, smal gotisch gehemelte, transversale compressie (kruisbeet), open beet, spacing in het front of end-to-end in het front (pseudo klasse 3)

  1. Open mond (long face syndrome)

Wanneer er sprake is van een open mond dan is er sprake van grotere kans op gingivitis en cariës. Andere kenmerken zijn toename van dento-alveolair hoogte, gummy smile, lang en divergent gezicht, smalle neus, vaker verkouden, ‘open groei’ waardoor de kans op OSAS in de toekomst groter is.

Preventie afwijkend mondgedrag

Preventie van afwijkend mondgedrag begint op jonge leeftijd. De zuigreflex stopt tussen 9-12 maanden normale voeding start rond de 4-8 maanden en spraak rond het eerste levensjaar. Belangrijk is dat op dat moment het afwijkende mondgedrag wordt afgeleerd. Op jonge leeftijd is dit veel makkelijker af te leren. Ook is het belangrijk dat de ouders de neusademhaling stimuleren bij een kind.

Wanneer moet de logopedist ingrijpen?

1. Eerste wisselfase

Wanneer er sprake is van afwijkende mondgewoonten tijdens de eerste wisselfase dan moet er gekeken worden of er sprake is van een dwangbeet of van slijtage. Wanneer dit het geval is dan is het goed het kind eerst naar de orthodontist te verwijzen en daarna kan het kind nog trainingen volgen bij de logopedist. Wanneer er geen sprake is van een dwangbeet of slijtage dan kan het kind eerst naar de logopedist gestuurd worden.

2. Tweede wisselfase

Wanneer er tijdens de tweede wisselfase sprake is van een overtuigde distorelatie of een kruisbeet dan is het goed om het kind eerst naar de orthodontist te sturen. Daarna kan nog gekeken worden of aanvullende behandeling bij de logopedist nodig is.

Volgorde therapie logopedist

Behandeling bij de logopedist gaat in de volgende volgorde:

  1. Afleren afwijkende mondgewoonten. Met deze stap valt of staat de therapie.
  2. Tongpositie in rust.
  3. Aanleren alveolaire slik.
  4. Verbeteren articulatie.
  5. Automatiseren. Deze stap is het lastigst.

Diagnostisch instrumentarium

Om de juiste diagnose te stellen wordt gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen:

  1. Force-scale: meet hoe sterk m. orbiculairis oris is.
  2. Payne-techniek: registreert de tongbewegingen met behulp van een past die op vier punten van de tong wordt aangebracht. Bij protrale en unilaterale/bilaterale tongbeweging is er na het slikken een streep in plaats van een stip zichtbaar.
  3. Measuring station 430: met dit instrument worden de m. masseter contractie, tongdruk en de compressie van de lip gemeten.

Wetenschap

Uit onderzoek blijkt dat er een grote kans bestaat op relapse (17-43%) wanneer iemand orthodontisch behandeld is voor een openbeet. Onderzoek laat zien dat OMFT-therapie zinvol is in combinatie met orthodontie.

Bekijk ook: 3 casussen: afwijkend mondgedrag corrigeren via OMFT

Bekijk de patiëntenfolder over afwijkend mondgedrag

Nicoline van der Kaaij studeerde in 2007 als tandarts af aan ACTA, direct aansluitend heeft ze daar haar specialisatie tot orthodontist gedaan. Sindsdien is ze werkzaam als algemeen praktiserend orthodontist en daarnaast is ze verbonden aan het Erasmus MC Sophia en aan ACTA. Ze is lid van het schisisteam van het Erasmus MC Sophia en houdt zich in Rotterdam bezig met orthodontie in het kader van schisis en andere bijzondere (aangeboren) afwijkingen. 

Peter Helderop studeerde logopedie aan de Leidse Hogeschool en heeft zich in 1989 gevestigd als logopedist in Vlaardingen en vanaf 1991 heeft hij acht andere vestigingen geopend. Twee van zijn logopediepraktijken zijn gevestigd in een tandartsenpraktijk. Daarnaast geeft hij lezingen OMFT en nascholingen Logopedie en Tandheelkunde. Hij is lid geweest van vele werkgroepen en commissies van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF). 

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Nicoline van der Kaaij en Peter Helderop tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
tandbederf

Baby’s met eczeem hoger risico op tandbederf

Baby’s met eczeem – een droge, jeukende huidaandoening – hebben drie keer meer kans op tandbederf als ze 2-3 jaar oud zijn. Dit blijkt uit onderzoek  gepubliceerd in The Journal of Allergy and Clinical Immunology.

Tandbederf
Tandbederf is een van de meest voorkomende kinderziektes. In Singapore heeft 4 op de 10 kleuters tandbederf. En huideczeem treft een op de vijf Singaporese kinderen. Het onderzoek was een samenwerking tussen de National University of Singapore Dentistry en Singapore Institute for Clinical Sciences of the Agency for Science, Technology and Research om te kijken of er verband is tussen deze twee ziekten.

Onderzoek
De onderzoekers interviewden de ouders van meer dan 500 baby’s om te bepalen of de nakomelingen eczeem hadden. De baby’s waarvan gemeld was door de ouder dat hij/zij eczeem heeft, kregen een huidpriktest.

Resultaten
De resultaten van de studie tonen aan dat kinderen die zowel eczeem hadden en gevoelig waren voor allergenen drie keer meer kans hebben op cariës als ze twee/drie jaar oud zijn, in vergelijking met kinderen zonder eczeem. Weefselspecifieke ontwikkelingsdefecten zouden mogelijk dit verband veroorzaken.

Conclusie
Volgens de onderzoekers kunnen de bevindingen de ouders en verzorgers van baby’s met eczeem vroegtijdig waarschuwen dat de kinderen een verhoogd risico hebben op tandbederf. Reguliere tandheelkundige check-ups kunnen helpen om tandbederf bij deze kinderen te voorkomen.

Bron:
nus.edu.sg

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Tandenborstel

Silver Diamine Fluoride effectief in het remmen van cariësactiviteit bij kinderen

Silver Diamine fluoride (SDF) dat een hoge concentratie fluoride bevat, is effectief in het remmen van cariësactiviteit bij kinderen. Dit blijkt onderzoek gepubliceerd in JDR Clinical & Translational Research.

Melkgebit
Het doel van het onderzoek was om middels een systematisch review de klinische effectiviteit van Silver Diamine fluoride (SDF) te bepalen in het remmen van cariësactiviteit bij kinderen. Tandbederf bij jonge kinderen komt steeds vaker voor door onder andere verhoogde suikerinname en slechte mondhygiëne.

Systematisch review
Na een systematische zoektocht van publicaties met sleutelwoorden zoals “SDF”, Silver Diamin” en “Silver fluoride”, hebben de onderzoekers acht gepubliceerde onderzoeken geanalyseerd waar 38% SDF is gebruikt voor de behandeling van cariës in het melkgebit. Deze onderzoeken omvatten in totaal 6500 patiënten waaruit blijkt dat een 38% oplossing SDF effectief is het stoppen van cariësactiviteit bij kinderen.

Voordelen
Daarnaast benoemen de verschillende onderzoeken de voordelen van het gebruik van SDF:

  • SDF is effectiever dan glasionomeercement of fluoridevernis in het voorkomen van tandbederf in het melkgebit
  • Je hoeft cariës niet eerst te behandelen voordat je SDF gebruikt
  • Behandelingskosten zijn relatief laag
  • Toedienen van SDF vereist geen geavanceerde instrumenten of technieken
  • De behandeling is pijnloos

Conclusie
Het enige nadeel bij een SDF-behandeling is dat er soms zwarte vlekken op de tanden ontstaan. Er zijn echter in de geraadpleegde onderzoeken geen andere complicaties gevonden bij het gebruik van SDF bij kinderen. De behandeling is non-invasief en vereist geen geavanceerde instrumenten of technieken. SDF is dan ook veelbelovend door de sterke cariësremmende werking bij jonge kinderen.

Bron:
JDR Clinical & Translational Research

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
gezonde peutermonden

Preventieprogramma Gezonde peutermonden van start

In april startte het project ‘Gezonde Peutermonden’ een preventieprogramma op consultatiebureaus. Dit programma is gericht op het bevorderen van mondhygiëne en preventie van cariës ter verbetering van de mondgezondheid bij peuters.

Sinds 1 april worden mondzorgcoaches op een aantal consultatiebureaus ingezet ter verbetering van de mondzorg voor peuters. De meeste kinderen bezoeken pas na het vierde levensjaar voor het eerst een tandarts. Maar veel kinderen hebben dan al cariës. Veel ouders weten niet dat mondzorg voor kinderen verzekerd is. Daardoor bereikt beschikbare preventieve mondzorg te weinig kinderen. Om dit ongewenste patroon te doorbreken wordt in het project ‘Gezonde Peutermonden’ een preventieprogramma op consultatiebureaus gestart. Dit programma is gericht op het bevorderen van mondhygiëne en preventie van cariës ter verbetering van de mondgezondheid bij peuters.

Geïndividualiseerd preventief mondzorgprogramma
Mondgezondheidsvoorlichting is een van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) basistaken. Om deze basistaak te ondersteunen wordt een mondzorgcoach op het consultatiebureau gedetacheerd. Aansluitend aan de reguliere consultatiebureaubezoeken geeft de mondzorgcoach een geïndividualiseerd preventief mondzorgprogramma aan baby’s en peuters. Dit programma is gebaseerd op het succesvolle Schotse Childsmile Project (www.child-smile.org.uk) en het Gewoon Gaaf programma van het Ivoren Kruis (www.gewoon-gaaf.nl). Het preventieprogramma is complementair aan en zal niet interfereren met de gebruikelijke zorgafspraken in de mondzorgpraktijk. De Hogeschool Utrecht gaat de effecten van dit initiatief onderzoeken. Het project wordt mede gefinancierd en ondersteund door het Ivoren Kruis, Oral-B, KNMT, NVM en NVvK.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Thema A-Z
naar de tandarts

Op jonge leeftijd naar de tandarts een slechte gewoonte?

Tegenwoordig gaan baby’s soms met één tand al naar de tandarts. Uit onderzoek is echter gebleken dat peuters die voor hun tweede jaar bij de tandarts kwamen de rest van hun leven meer behandelingen moesten ondergaan.

Onderzoek
Voor dit onderzoek evalueerde wetenschappers van de Universiteit van Alabama in Birmingham de medische dossiers van 19.658 kinderen. Hiervan ontving bijna 26% een tandheelkundige behandeling voor hun tweede verjaardag.

Resultaten
Deze kinderen hadden in vergelijking significant meer last van tandbederf, moesten regelmatig een bezoek brengen aan de tandarts en hadden dan ook hogere jaarlijkse kosten voor tandheelkundige behandelingen.

Onvoldoende bewijs
Ondanks deze resultaten is er geen wetenschappelijk bewezen verklaring die volstaat in relatie tot voordelige of nadelige gevolgen van tandartsbezoeken op jonge leeftijd. De studie, die in het tijdschrift JAMA Pediatrics werd gepubliceerd, bevat geen enkele belangrijke factor. De gewoonte van ouders met jonge kinderen om al vroeg naar de tandarts te gaan is daarom gelaten zoals het was.

Meer onderzoek nodig
De vraag of er dus een duidelijke relatie is tussen deze gewoonte en de hoeveelheid tandheelkundige behandelingen in de loop van het leven heeft dus nog meer onderzoek nodig om tot conclusies te komen.

Bron:
sciencedaily.com

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Studie: Fluoridelak even effectief als sealant bij cariëspreventie

Studie: Fluoridelak even effectief als sealant bij cariëspreventie

Het voorkomen van cariës op occlusieve oppervlakken van molaren is een belangrijke preventieve zorgdoelstelling bij alle patiënten, specifiek bij kinderen uit de lagere sociaaleconomische groepen. Een nieuwe studie vergeleek fluoridelak en het sealen van tanden voor cariëspreventie bij deze kinderen.

Onbekende effectiviteit
Kinderen en hun tanden variëren in hun gevoeligheid voor cariës. Fluoridelak en sealen worden gebruikt om cariës bij kinderen te verminderen of te voorkomen. De relatieve klinische effectiviteit hiervan is echter onbekend.

Preventieve behandelingen even succesvol
In een nieuwe studie onder meer dan 800 kinderen vergeleken onderzoekers uit de Verenigde Staten deze twee preventieve behandelingen voor de eerste permanente kiezen (First Permanent Molars, FPM). Het resultaat kwam als een verrassing voor hen: de fluoridelak bleek even effectief als het sealen.

De auteurs
“Het huidige onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat ondanks dat 1 op de 5 kinderen een ontbinding van dentine in hun FPM’s had ontwikkeld na 36 maanden, er klinisch gezien geen belangrijk verschil was in behandeling met FS of FV bij het aantal kinderen dat dit verval had ontwikkeld”. Dit schreven de auteurs van het onderzoek in de Journal of Dental Research. De studie werd geleid door Ivor Chestnutt, onder andere professor aan de afdeling van toegepast klinisch onderzoek en volksgezondheid aan de Cardiff University School of Dentistry.

Onderzoek in Wales
Voor hun gerandomiseerde klinische studie begonnen de onderzoekers met meer dan 1000 kinderen uit 66 basisscholen in Wales. Deze scholen bevinden zich in gebieden van sociale en economische achterstand. Alle kinderen in deze scholen worden beschouwd als hoog risico voor cariës en gekwalificeerd voor sealen of lakapplicatie.

Willekeurige behandeling
Op basis van willekeurigheid ontvingen de kinderen een sealing of fluoridelak. De sealant werd toegepast op cariësvrije FPM’s en gehandhaafd met intervallen van zes maanden. De fluoridelak werd ook elke zes maanden toegepast gedurende drie jaar. Na de 36 maanden waren er 835 kinderen (82%) overgebleven binnen de studie. 417 kinderen hadden de seal-behandeling ontvangen en 418 de fluoridelak.

Niet-statistisch significant
Minder dan 20% van de kinderen in elke groep ontwikkelde cariës. Het cariëspercentage voor kinderen die de fluoridelak kregen was 17,5% in vergelijking met 19,6% voor de sealantgroep, een niet-statistisch significant verschil volgens de auteurs van de studie.

Geslacht geen rol
De onderzoekers vonden ook geen verschil tussen het aantal ontwikkelde cariësgevallen bij jongens en meisjes.

Verrassende resultaten
Volgens de auteurs kunnen de resultaten van deze studie (tand)artsen verrassen, omdat het systematische review van 2016 (Cochcrane Database of Systematic Reviews, 18 januari 2016) heeft gesteld dat sealen klinisch superieur kan zijn aan fluoridelak. Het bewijs dat destijds beschikbaar was, werd wel als van lage kwaliteit beschouwd, aldus de auteurs van de Cochrane review.

Tegendeel
De auteurs van dit nieuwe onderzoek hebben dus bewezen dat het tegendeel waar is en er geen sprake is van een significant verschil tussen de toepassing van fluoridelak en sealants na 36 maanden.

Bron:
journals.sagepub.com

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z
angst bij kinderen

Nieuwe zelfhulpgids verlaagt angst bij kinderen voor tandartsbezoek

Een nieuwe zelfhulpgids kan de angst bij kinderen voor het tandartsbezoek verlagen en verhelpen.

Universiteit van Sheffield
Studenten en hoogleraren aan de Universiteit van Sheffield hebben de zelfhulpgids ontwikkeld aan de hand van ‘Cognitive Behavioural Therapy technieken’. Hij is online of in papier versie beschikbaar en beschikt over verschillende middelen. Ruim een derde van de kinderen ervaart angst voor de tandarts. Als deze angst zich blijft ontwikkelen zullen ze regelmatig tandartsbezoek vermijden in de toekomst. The ‘National Institute for Health Research’ heeft het project gefinancierd met de hoop een goedkopere oplossing te vinden om de angst bij kinderen verminderen. Zoe Marshman, woordvoerder van de University’s School of Clinical Dentistry zei het volgende: “Momenteel worden veel kinderen verdoofd als behandeling voor de angst, dit is een traumatiserende ervaring voor de kinderen en de kosten ervan zijn hoog.”

Resultaten
Het team werkte samen met 48 families waar de zelfhulpgids getest werd. De gids bestaat uit verschillende middelen die kinderen zelf keuze geven, veel informatie beschikbaar stellen en bijdragen aan het vermijden van vervelende gedachtes. De verschillende middelen van de gids zijn onder andere; het schrijven van een berichtje naar je tandarts, een stressbal vasthouden en het kiezen van je eigen beloning. Uit de test bleek dat ruim zestig procent van de kinderen een stuk minder bezorgd was over het tandartsbezoek na het gebruiken van de gids.

Het team streeft ernaar om de gids verder te ontwikkelen en de mate van rendabiliteit ten opzichte van andere behandelingen te bepalen.

Bron: Medicalxpress

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Pijn | Angst, Thema A-Z
In Amsterdam 29% van de jeugd nooit naar de tandarts

In Amsterdam 29% van de jeugd nooit naar de tandarts

Uit gegevens van het Zilveren Kruis blijkt dat 29% van de Amsterdamse kinderen van 2 tot en met 17 jaar die bij deze zorgverzekeraar verzekerd zijn vorig jaar niet naar de tandarts is geweest. Als dit percentage voor de hele Amsterdamse bevolking geldt, gaat het in totaal om 30.000 kinderen die nooit bij de tandarts komen.

Stijging percentage
De situatie verslechtert de laatste jaren snel. In 2015 ging het nog om 27%. Katinka van de Griendt van Stichting Jeugdtandverzorging Amsterdam en tandarts op een school in Osdorp vertelt: “De toestand van de gebitten als ze uiteindelijk bij een tandarts aankloppen, is vaak heel slecht.”

Oorzaak
Het niet naar de tandarts gaan van de kinderen blijkt vaak voort te komen uit onwetendheid van de ouders. De ouders denken vaak dat jonge kinderen nog niet naar de tandarts hoeven. Van de Griendt: “Veel ouders denken dat het pas nodig is hun kind naar de tandarts te brengen als ze hun blijvende gebit hebben. Maar gaatjes of ontstekingen in het melkgebit kunnen blijvende gevolgen hebben.”

Basisverzekering
Daarnaast weten ouders vaak niet dat de tandartskosten voor kinderen onder de 18 jaar door de basisverzekering vergoed worden. Voor volwassenen is tandheelkunde uit het basispakket geschrapt. Dat dit voor kinderen niet geldt, is niet bij iedereen bekend.

Schooltandarts
Stichting Jeugdtandverzorging Amsterdam heeft om zoveel mogelijk kinderen tandzorg te bieden de ‘schooltandarts’ weer in ere hersteld; op 170 scholen komt twee keer per jaar een mobiele tandartspraktijk langs. Zo worden ongeveer 27.000 kinderen behandeld.

Deze scholen liggen vooral in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Bij de sociaal-economisch zwakkere gezinnen bleek de behoefte het grootst te zijn. In Zuid gaan de meeste kinderen al naar de tandarts.

Samenwerken
Om zoveel mogelijk kinderen en hun ouders te bereiken, wil de stichting samen gaan werken met gemeente en zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars hebben vaak als enige inzicht in wie naar de tandarts gaat. Door samenwerking kunnen verdere gebitsproblemen wellicht voorkomen worden.

Landelijke cijfers
Op landelijk niveau is de situatie overigens iets gunstiger. Uit eerder onderzoek van het Zilveren Kruis bleek dat over het gehele land genomen gemiddeld 20% van de kinderen niet naar de tandarts gaat, maar dat daarbij de regionale verschillen groot zijn.

Zie ook het eerdere artikel op dental INFO hierover.

Bron:
Parool

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
Kaakmodel

Kaakmodel effectiever voor poetsinstructie dan video

Recentelijk onderzoek toont aan dat een kaakmodel een effectiever model is om kinderen te leren poetsen dan een instructievideo.

 Onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd door een groep onderzoekers in Saudi-Arabië. Ondanks het belang van kinderen goed aanleren hoe je moet poetsen is er tot nu toe nog weinig onderzoek gedaan naar welke technieken het beste werken. Fouad Saad Al-dinhaky Salama, leider van het onderzoek, zei er het volgende over:

“Er is behoefte aan studies die kijken naar de effectiviteit van tools voor het aanleren van tandenpoetsen in relatie tot tandplak.”

In dit onderzoek werd er gekeken naar het verschil in effect tussen het gebruik van een instructievideo op een Ipad en een traditionele instructie met behulp van een kaakmodel, op de mate van tandplaque bij de kinderen. In totaal deden 100 kinderen mee aan het onderzoek welke onderverdeeld werden in twee groepen. De mate van tandplak werd zowel voor als na de instructie gemeten om de effectiviteit te bepalen.

Resultaten
De onderzoekers vonden een significant verschil tussen de twee groepen. De groep die de traditionele instructie had gekregen had gemiddeld een ruim 6% grotere afname van tandplaque dan de groep die de instructie via de tablet had gekregen.

Conclusie
De traditionele instructie met behulp van een kaak model werkt effectiever tegen het tegengaan van tandplaque bij kinderen. Echter is er nog ruimte voor verder onderzoek waarbij ook gekeken wordt naar effecten over een langere periode.

Bron:
European Journal of Paediatric Dentistry: 2016, 17 (4): 327-331

 

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Congres Kindertandheelkunde zeer goed bezocht

Op 3 februari vond het congres Kindertandheelkunde plaats in RAI Amsterdam. Bezoekers werden tijdens dit congres bijgepraat over de kindertandheelkunde in haar volle breedte.

Het belang van de mondzorgverlener in de huispraktijk werd onderstreept en er werden handvatten aangereikt om tandheelkundige zorg voor kinderen in de praktijk aantrekkelijk, uitdagend, efficiënter en richtlijn-proof te maken. Zo’n 1.100 mondzorgverleners namen deel aan het congres.

Hieronder ziet u een impressie van de congresdag.

 

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z