Tijdens een onderzoek gedurende verschillende decennia, observeerden onderzoekers 755 kinderen voor orale infecties en diens latere risicofactoren op een hartaanval en beroerte. Hun resultaten werden gepresenteerd in de JAMA Network Open.
Studie van parameters
De studie van Finse onderzoekers startte in 1980, met in totaal 755 kinderen die gemiddeld acht jaar oud waren. Zij werden onderzocht op de vier parameters van tandvleesbloeding, bestaande cariës, vullingen en parodontitis. Van de proefpersonen hadden 33 mensen geen aanwijzingen voor een orale infectie. 17 procent had twee parameters, 38 procent had drie parameters en 34 procent had alle vier parameters.
Verband tussen infectie en hartproblemen
In de loop der jaren is steeds opnieuw een cardiovasculair risicoprofiel gecreëerd – bestaande uit bloeddruk-, BMI-, glucose- en cholesterolwaarden. Aan het einde van de studie vonden onderzoekers een verband tussen orale infectie bij kinderen en een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen bij volwassenen.
Meerdere parameters, hoger risico
Bij proefpersonen die slechts één parameter tijdens het initiële tandonderzoek hadden gedocumenteerd, was het risico om subklinische arteriosclerose te ontwikkelen al met 87 procent verhoogd. Indien alle vier parameters in het begin werden geïdentificeerd, werd het risico zelfs met 95 procent verhoogd.
Doel
Met hun onderzoeksresultaten willen de onderzoekers er dringend op wijzen hoe belangrijk niet alleen een goede mondhygiëne is, maar willen zij ook het belang van tandverzorging bij kinderen benadrukken.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2019/09/Kinderen-verhoogt-risico-hartaanval.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2020-05-14 09:00:192020-05-14 10:01:01Kinderen met tandbederf hebben later een verhoogd risico op een hartaanval
Kinderen met autisme ervaren minder cariës en missende of gevulde tanden dan hun neuro-typische leeftijdsgenoten, dat tonen bevindingen van een nieuwe Amerikaanse studie. Deze kinderen zijn echter gevoelig voor andere problemen met de mondgezondheid, waaronder bruxisme, tandheelkundige angst en zacht weefsel trauma.
Autisme
Autisme is een ontwikkelingsstoornis gekenmerkt door communicatieproblemen en ander gedrag dat tandheelkundige zorg kan bemoeilijken. De studieonderzoekers onderzochten honderden kinderen en hun ouders om te bepalen hoe autisme de mondgezondheid zou kunnen beïnvloeden. Ze publiceerden hun bevindingen in het European Journal of Pediatric Dentistry (september 2019, Vol. 20: 3, pp. 237-241).
Bevindingen
“Een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek werd waargenomen met betrekking tot het voorkomen van cariës, in de zin dat autisten lagere prevalentiewaarden voor cariës hadden dan controles”, schreven de auteurs, geleid door Berna Kuter, DDS, PhD, een universitair docent pediatrische tandheelkunde aan Izmir Democratie Universiteit in Turkije. “Een andere belangrijke bevinding was dat er geen statistisch significante verschillen werden gevonden in termen van plaque-indexwaarden wanneer de groepen werden vergeleken.”
Autisme en mondgezondheid
Volgens het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention, treft 1 op 59 Amerikaanse kinderen autisme. De aandoening gaat gepaard met een aantal medische problemen, maar eerder onderzoek naar tandheelkundige overwegingen bij kinderen met autisme is beperkt en niet doorslaggevend. De onderzoekers besloten daarom dit onderzoek te starten.
Het onderzoek
Voor de studie onderzochten zij 407 kinderen, waarvan 285 kinderen met autisme en 122 neurotypische kinderen. De kinderen en hun ouders beantwoordden vragen uit een enquête met betrekking tot mondhygiëne. Een tandarts evalueerde vervolgens de tandheelkundige gezondheid van de kinderen, waaronder het nemen van plaque-index, cariës prevalentie en ontbrekende en gevulde primaire tanden (dmft) en permanente tanden (DMFT) scores.
Resultaat
Kinderen met autisme hadden significant lagere DMFT, dmft en cariës prevalentiescores dan hun leeftijdsgenoten, bevonden de onderzoekers. Deze patiënten hadden ook vergelijkbare plaque-indicatoren met neurotypische kinderen.
Opmerkelijke vondsten
Dit resultaat deed zich voor ondanks dat kinderen met autisme suboptimaal gedrag op het gebied van mondhygiëne beoefenden. Slechts 38% van de kinderen met autisme poetste dagelijks hun tanden, vergeleken met 85% van hun leeftijdsgenoten. Ouders waren ook meer geneigd om kinderen met autisme te helpen hun tanden te poetsen dan ouders van neurotypische kinderen. “Autistische kinderen hebben hulp nodig om hun tanden te poetsen vanwege de tekortkomingen in hun manuele vaardigheden,” merkten de auteurs op.
Meer kans op andere mondgezondheidsproblemen
Kinderen met autisme hadden ook significant meer kans op bruxisme, tandheelkundige angst, tongstoten en kwijlen. Bovendien hadden ze meer tandheelkundig trauma en zacht weefseltrauma, wat waarschijnlijk door zelfbeschadigend gedrag is ontstaan. “Zelfbeschadigend gedrag prevalentie van de kinderen met autisme varieerde van 4,9% tot 60% in verschillende studies. Deze waarde werd in deze studie als 35,8% gevonden,” schreven de auteurs. “De zelfbeschadigende gedragingen kunnen meerdere delen van het lichaam beïnvloeden, vooral het nek- en hoofdgebied en de tanden.”
Een van de grootste studies
De auteurs noteerden dat dit een van de grootste onderzoeken naar het gedrag van de mondgezondheid en de status van kinderen met autisme is. Eerder onderzoek rondom dit onderwerp heeft gemengde resultaten opgeleverd en de onderzoekers hopen dat hun bijdrage een positieve bijdrage levert aan de wetenschappelijke literatuur.
“Het doel van de huidige studie was om de orale gezondheidstoestand en invloedrijke factoren, borstelen, ontwikkelings- en orthodontische aandoeningen, bruxisme, medicijninname, zoete eetgewoonten, socio-demografische factoren en levensstijlen van autistische en gezonde kinderen relatief te evalueren”, schreven ze. “Deze studie had meer deelnemers in vergelijking met vorige studies die hetzelfde fenomeen onderzochten. Bovendien was het een uitgebreidere studie que literatuur in termen van het aantal opgenomen variabelen.”
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg00anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2020-04-30 09:24:572020-04-28 16:25:10Kinderen met autisme hebben minder cariës maar andere mondgezondheidsproblemen
Hoe kun je als mondzorgprofessional ouders helpen gezond gedrag vol te houden bij kinderen waarmee gaatjes worden voorkomen? Dr. Maddelon de Jong, tandarts-pedodontoloog, en dr. Denise Duijster, onderzoeker, vertelden tijdens Quality Practice hoe zij met de Uitblinkers-methodiek ouders motiveren om het poetsgedrag bij hun kinderen te verbeteren.
Cariës voorkomen
Wanneer zijn we tevreden over onze inzet rondom preventie bij kinderen? Is dat als we een van de vijf gaatjes voorkomen of als we vrijwel alle gaatjes kunnen tegenhouden? De verwachting is wel dat we 100% scoren. Dus dan hebben we nog een hoop te doen…
Hoe kunnen we cariës voorkomen? Sealen? Fluoride? Dat is effectief, maar alles begint natuurlijk bij goede zelfzorg. Enkel adviezen geven, werkt hierbij niet. Het is niet zo dat als je zegt ‘je moet beter poetsen’, dat het dan direct gebeurt. Je zal teleurgesteld zijn, dat je voorlichting niet resulteert in gedragsverandering en daar zal je patiënt ook niet vrolijk van worden. Wij weten zelf ook allemaal wel dat dagelijks twee stuks fruit en twee ons groente goed voor ons is, maar wie doet dit ook werkelijk? Als kennisoverdracht voldoende zou zijn om gezond te leven, zou niemand meer roken of alcohol drinken. Dit blijkt ook uit systematic reviews: de kennis is vaak wel aanwezig, maar er speelt vaak meer. Er zijn factoren tot ver buiten de persoon zelf die invloed hebben op wel/niet gezond gedrag vertonen. Tot aan de Haagse politiek aan toe.
Tegensputterende kinderen
In een getoonde video weet een cabaretier fijntjes uit te beelden hoe ingewikkeld iets simpels kan zijn als je kinderen hebt. Zo kan poetsen ook een enorme klus zijn om uit te voeren bij je kinderen, zeker als ze tegensputteren. Een ouder kan na een heel gevecht het uiteindelijk gered hebben om toch nog twee seconden te poetsen. De volgende dag ligt dit kindje bij jou in de stoel. En jij zegt tegen de ouder: “Dat ziet er niet zo goed uit, hè?”. Alle moed zakt dan bij de ouder in de schoenen. Ouders zeggen vaak dat tandenpoetsen best lukt, maar als je doorvraagt zal je merken dat zij tegen dingen aanlopen. Ouders vinden het lastig als er met een belerende toon tegen ze wordt gesproken: als het nooit goed is, werkt dat niet motiverend en dus averechts. Dat is goed om in je achterhoofd te houden.
Ouder- en gezinsfactoren
De ouder- en gezinsfactoren werden onderzocht door interviews af te nemen bij diverse gezinnen. Het bleek dat iedereen wist dat er twee maal daags gepoetst moet worden. Er liggen echter vele hobbels in de gezinsomgeving waardoor er niet twee keer daags gepoetst wordt.
Er zijn drie hoofdfactoren die meespelen: factoren rondom de ouder zelf (stress, vermoeienis, zelf niet de verwachting hebben dat het lukt), kind-gerelateerde factoren en factoren rondom het gezinsfunctioneren (structuur, organisatie en routine). Op al deze niveaus kunnen er hobbels zijn waardoor het poetsen niet lukt of niet goed gaat.
Uitblinkers-gespreksmethodiek
Hoe geef je dan jouw adviezen vorm? Je zal meer in gesprek moeten gaan, op zoek moeten gaan naar waar het wringt. Je moet als het ware een kijkje achter de voordeur kunnen krijgen. De passende adviezen kunnen heel eenvoudig zijn, als je ze maar bespreekbaar maakt. Hiervoor is de Uitblinkers-gespreksmethodiek ontwikkeld. Deze is geschikt voor 2- tot 10-jarige kinderen en kan in de dagelijkse praktijk gebruikt worden om poetsgedrag te verbeteren. Het is een semigestructureerde gespreksmethodiek bestaande uit tools en een script om het gesprek te leiden. Hierbij wordt achterhaald waar de ouder tegenaan loopt, waarna de aansluitende oplossingen worden besproken. Hierbij worden opvoedkundige principes toegepast.
Motivational interviewing
Motivational interviewing is een van de gesprekstechnieken die in deze methode verweven zit, naast alle andere technieken om een gelijkwaardig gesprek te krijgen. De sprekers geven het advies om niet alleen te zenden, want dat is eenrichtingsverkeer. “Hou het positief en stel veel vragen. Geef de ouder veel complimenten. Toon begrip en betrek de ouder bij de aanpak. Het belangrijkste is, dat je je focust op het positieve. Wat gaat er al goed? Zet de ouder eerst in zijn kracht en vraag daarna pas naar moeilijke momenten.”
Hobbels
Bij de Uitblinkers-methodiek horen negen kaarten met hobbels. Deze hobbels zijn tijdens het onderzoek geïdentificeerd. Daar komen de drie factoren ook aan bod. Op de kaarten is een tekening te zien van een hobbel. Een van de hobbels is de vermoeide of gestreste ouder. Tandenpoetsen heeft dan niet de prioriteit, doordat er al zo veel speelt. Een niet-meewerkend kind kan ook een hobbel zijn of de ouder die het kind niet wil dwingen. Of het kind dat te vermoeid is of dat het poetsen pijn doet. Ook drukte in de ochtend of juist in de avond kan een hobbel vormen.
Uitblinkers-gesprek
De sprekers doen voor hoe zo’n Uitblinkers-gesprek zou kunnen lopen. De tandarts of mondhygiënist: “Wat gaat er goed bij het tandenpoetsen?” De ouder: “Er wordt twee keer daags gepoetst. Ik doe het in de ochtend en mijn man in de avond.” “De taken zijn goed verdeeld in elk geval. Dat klinkt goed georganiseerd. Zijn er momenten waar je van denkt, dit is toch wat moeilijker?” “Wel eens, als hij in de avond niet goed wil meewerken. Dan is het wel een strijd.” “Maar dan lukt het wel?” “Meestal wel, maar als hij dan moe is, dan sla ik het even over en dan denk ik, dat komt morgen wel.” “Wil je eens kijken in de kaarten of je iets herkent?” Uiteindelijk moet er één kaart gekozen worden met de hoofdreden waarom het niet altijd soepel loopt. Ouders vinden de kaarten heel herkenbaar en fijn.
Daarna ga je samen kijken naar de mogelijke aanpak. Er bestaan hierbij twee theorieën: stimuluscontrole en operante conditionering.
Stimuluscontrole
Bij stimuluscontrole staat het creëren van een stabiele omgeving centraal, het structuren van tijd bijvoorbeeld. Structureer niet alleen de tijd, maar ook de ruimte. Je moet er even achter komen hoe het nu bij hen werkt thuis. Het is bij stimuluscontrole belangrijk dat dingen op een vaste tijd en in een bepaalde volgorde gebeuren. Het mooie is dat kinderen er dan op een gegeven moment zelf om gaan vragen: “Mama, je vergeet te tandenpoetsen.” Grenzen stellen is ook belangrijk. Echt consequent zijn: zo gaan we het doen en niet anders. Maak een afspraak en hou je eraan. Dat is stimuluscontrole . Dit kan je toepassen bij de kaart ‘poetsen is moeilijk in de ochtend’. Wat is voor de ouder nu het beste moment om het tandenpoetsen te doen? Denk mee! Stel bijvoorbeeld voor dat de tandenborstel in de keuken komt, zodat niet iedereen na het ontbijt weer helemaal naar boven moet. Ouders kunnen dit soms echt niet goed zelf verzinnen. Of bedenk dat je in de avond bepaalde dingen al klaar zet (de ontbijttafel), zodat het in de ochtend minder druk is. Als de ouder aangeeft dat het kind vaak te moe is om te poetsen, stel dan voor om het tandenpoetsen te doen voordat het moe is. Bijvoorbeeld door meteen na het eten te poetsen en daarna pas tv te kijken. Leg hierbij ook uit dat kinderen als ze moe zijn niet moe en sloom worden, maar vaak juist hyperactief en vervelend.
Operante conditionering
Bij operante conditionering hoort de vraag: hoe reageer je op negatief gedrag? Zorg dat tandenpoetsen met regelmaat en standaard gebeurt door met kleine stapjes en complimenten te werken. Positief gedrag moet beloond worden in plaats van negatief gedrag. Door af en toe te belonen blijft positief gedrag in stand. Maar dit geldt ook bij negatief gedrag! Dus wees consequent, maak geen uitzonderingen. Beloon een kind dus niet met het overslaan van tandenpoetsen als het tegensputtert, want dan beloon je slecht gedrag. Bij een kind dat weerstand biedt, dus toch altijd tandenpoetsen. Probeer tijdens het poetsen positieve aandacht te geven. Beloon bijvoorbeeld als het kind het toelaat om twee tanden te poetsen. Een sticker als beloning kan heel goed werken.
Samenvattend kun je het als volgt aanpakken:
• Ga positief in gesprek met ouders.
• Identificeer waar hobbels liggen – stel open vragen.
• Laat ouders meedenken in de oplossing – sta niet alleen op zenden.
• Probeer passende oplossingen aan te reiken.
• Complimenteer en toon begrip.
Bij de toolkit met kaarten van Uitblinkers hoort een training. Deze wordt gegeven vanuit de stichting die Denise en Maddelon hebben opgericht: stichting Blinkers. Tijdens het volgen van deze training worden de kaarten uitgegeven. Komende trainingsdagen zijn 14 mei en 19 juni 2020. Kijk voor meer informatie op www.stichtingblinkers.nl/nascholing
Maddelon de Jong-Lenters is tandarts-pedodontoloog en eigenaar van een verwijspraktijk voor kindertandheelkunde in Noordwijk en Leiden. De uitdaging daar is om échte gedragsverandering te bewerkstelligen. In 2016 is zij gepromoveerd op onderzoek over de rol van opvoeding en gedragsproblemen in relatie tot het ontstaan van cariës. Nieuw onderzoek richt zich op cariëspreventieve interventies die laagdrempelig zijn uit te voeren in de tandheelkundige praktijk.
Denise Duijster is universitair docent op de sectie Sociale Tandheelkunde van het ACTA. Ze heeft de Masteropleiding ‘Dental Public Health’ gevolgd aan University College London. Begin 2015 is zij gepromoveerd op de rol van het gezin bij de preventie van cariës bij kinderen. Ze doet onderzoek naar sociaaleconomische gezondheidsverschillen, kwaliteit van mondzorg en de preventie van mondziekten in zowel hoge als lage inkomenslanden.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna van een lezing door dr. Maddelon de Jong-Lenters, tandarts-pedodontoloog, en dr. Denise Duijster, onderzoeker aan ACTA , tijdens Quality Practice.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2019/06/Hoe-help-je-ouders-het-poetsgedrag-van-hun-kinderen-te-verbeteren.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2020-01-20 10:45:512020-01-21 11:36:13Hoe help je ouders het poetsgedrag van hun kinderen te verbeteren?
Het KIMO heeft een nieuwe klinische praktijkrichtlijn (KPR) uitgebracht voor professionals in de mondzorg: de KPR Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek. Deze KPR is tot stand gekomen onder voorzitterschap van prof. dr. C. van Loveren, bijzonder hoogleraar preventieve tandheelkunde. dental INFO stelde hem enkele vragen over deze nieuwe richtlijn.
Waarom was deze nieuwe richtlijn nodig?
“Alle richtlijnen dienen periodiek gecontroleerd te worden en indien nodig geüpdatet. De huidige (lees vorige) richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen stamde uit 2012. Bovendien was de vorige richtlijn niet ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van het KIMO en niet uitgevoerd volgens de nu vereiste EBRO-methode. De RAC (Richtlijn Advies Commissie) signaleerde bovendien dat er in de mondzorgpraktijk nog veel variatie en onduidelijkheid is ten aanzien van het moment van de eerste bitewing röntgenopname, ten aanzien van de periode tot een vervolgopname en ten aanzien van het gebruik van de PAN (panoramische röntgenopname).”
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
“Deze richtlijn is onder verantwoordelijkheid van het KIMO ontwikkeld door een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC), waarvan ik voorzitter was. De klinische praktijkrichtlijn (KPR) voldoet aan de eisen van evidence based richtlijnontwikkeling (EBRO). Dit betekent dat het onderzoek is uitgevoerd volgens de hoogst mogelijke wetenschappelijke standaarden. In de ROC waren alle relevante beroepsverenigingen en wetenschappelijk verenigingen vertegenwoordigd. De conceptrichtlijn is ter commentaar voorgelegd aan deze verenigingen en aan verenigingen en organisaties die geacht worden een oordeel vanuit patiëntperspectief te geven.”
Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?
“Voor deze richtlijn zijn drie uitgangsvragen opgesteld. Samengevat luiden deze vragen en de daaruit volgende aanbevelingen:
Wat is na visuele inspectie de meerwaarde van het gebruik van specialistische detectieapparatuur voor diagnostiek bij kinderen van 4-6 jaar?
Aanbevelingen:
Visuele inspectie bij een periodiek mondonderzoek (PMO) is de eerste stap in de cariësdiagnostiek. De bevindingen bepalen mede de noodzaak van eventuele aanvullende diagnostische methoden.
Bitewings zijn zinvol bij het vermoeden van een verhoogd risico op cariëslaesies en als de approximale vlakken niet toegankelijk zijn voor visuele inspectie.
Er is te weinig bewijs voor de toegevoegde waarde van specialistische detectieapparatuur zoals FOTI, DIFOTI en (laser)fluorescentie. Bovendien is er geen tarief vastgesteld en beschikken weinig praktijken over deze apparatuur. Toepassing hiervan wordt niet geadviseerd.
Als tijdens het PMO adequate cariësdiagnostiek niet mogelijk blijkt, dient een volgende controleafspraak op korte termijn te worden gemaakt.
Wat is per combinatie van leeftijd en cariësrisicogroep de optimale frequentie van bitewings voor cariësdiagnostiek?
Aanbevelingen:
De optimale termijn tot een vervolgopname hangt af van de gebitssituatie, de prognose van de laesies en het geschatte cariësrisico.
Als deze bevindingen een ongunstig beeld geven, kan een interval van een jaar gerechtvaardigd zijn. Bij een gunstig beeld is een termijn van drie jaar of langer gerechtvaardigd.
Bij elk PMO wordt opnieuw bekeken of een andere termijn tot de volgende controleafspraak gewenst is. Als de gekozen termijn wordt aangepast, dan dient de reden in het patiëntendossier te worden vastgelegd.
3a. Draagt een panoramische röntgenfoto (PAN) bij aan een effectieve behandeling van door visuele inspectie vastgestelde afwijkingen in de doorbraak van blijvende elementen?
Aanbevelingen:
In het algemeen geldt dat terughoudendheid op zijn plaats is bij het maken van een PAN, onder meer vanwege de stralingsbelasting. Bestudeer eerst afwijkingen in de doorbraak van de blijvende elementen op de beschikbare bitewings en solo-opnamen in het patiëntendossier. Als dit onvoldoende informatie geeft, overweeg dan eerst één of meer intra-orale opnames. Als er meer dan drie opnames nodig zijn, overweeg dan een kleinveld-PAN.
Als extractietherapie van de eerste blijvende molaar nodig is, in meer dan één kwadrant, dan kan een kleinveld-PAN bijdragen aan een effectieve behandeling.
De PAN wordt gemaakt door de mondzorgverlener die ook de behandeling uitvoert.
3b. Bij welke risicogroepen is het vervaardigen van een PAN relatief het meest gerechtvaardigd?
Aanbevelingen:
Een PAN is gerechtvaardigd:
bij sommige orthodontische en kaakchirurgische behandelingen die niet in deze KPR zijn opgenomen en waarvoor andere richtlijnen gelden;
bij patiënten met een lichamelijke, verstandelijke of gedragsmatige beperking, een extreme angst of een ernstige kokhalsreflex;
bij een dento-faciaal trauma;
als reguliere post-canien 3 röntgenfoto’s ontoereikend zijn door de grootte van het te diagnosticeren gebied;
als er sprake is van multiple agenesieën, schisis of syndromen waarbij craniofaciale/orale afwijkingen te verwachten zijn.”
Wat is er anders ten opzichte van de oude richtlijn?
“Sinds de vorige richtlijn is er niet veel wetenschappelijke literatuur verschenen dat de inzichten heeft veranderd. Duidelijker is geworden dat er nog onvoldoende bewijs is om de röntgenopname te vervangen door andere detectietechnieken.
Deze richtlijn is modulair opgebouwd, waardoor aandachtsgebieden als ‘diagnostiek door middel van röntgenfoto’s en panoramische opnamen’ in de mondzorg voor de jeugd in compacte vorm aan de orde komen. De richtlijnen waarin preventie en behandeling aan bod komen, worden nu door een andere ROC van het KIMO ontwikkeld.”
Waar moeten tandartsen en mondhygiënisten vooral op letten?
“Voor een goede beslissing om de eerste röntgenfoto of een vervolgfoto te maken is het van belang het cariësrisico van de patiënt te schatten. Hiervoor is geen eenduidige algoritme te geven. De klinische schatting en integriteit van de behandelaar is hiervoor belangrijk. De risicoschatting dient gemaakt te worden op basis van: de bestaande gebitssituatie en cariëshistorie, de aanwezigheid van tandplaque op de risicovlakken, het voedingspatroon, de morfologie van het glazuur, de bloedingsneiging van het tandvlees, het gebruik van fluoride, de ondersteuning van ouders/begeleiders en de sociale omgeving en de cariëshistorie van broertjes en zusjes.”
Wanneer volgen de andere modules van Mondzorg voor jeugdigen en waar gaan die over?
“De volgende modules gaan over door de RAC geconstateerde onduidelijkheden in behandeling en preventie. De richtlijn zal waarschijnlijk in het derde kwartaal van volgend jaar gepubliceerd worden.”
Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met prof. dr. C. van Loveren, bijzonder hoogleraar preventieve tandheelkunde en voorzitter van de ROC voor de KPR Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek.
Op dit najaarscongres is de NVvK- Elmex® scriptieprijs voor de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde uitgereikt aan Iris Boon. Zij won de prijs voor haar scriptie over de kennis van ouders over voeding in relatie tot cariës en erosie.
De tweede en derde prijs gingen naar respectievelijk Zoe Ariens (Radboud Universiteit, Nijmegen) en Fawn van der Weijden (ACTA, Amsterdam). Deze prijs wordt jaarlijks alternerend uitgereikt aan de beste Masterscriptie van de opleidingen tandheelkunde en de beste Bachelorscriptie van de opleidingen mondzorgkunde. Dit jaar was tandheelkunde weer aan de beurt. De prijs bestaat uit een bedrag van 1000 euro (beschikbaar gesteld door Elmex/Colgate) en een jaar gratis lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde. Er waren veel inzendingen, volgens de jury allen van hoge kwaliteit.
Masterscriptie: Kennis van ouders over voeding in relatie tot cariës en erosie
Aansluitend op de prijsuitreiking heeft Iris Boon een korte presentatie over haar scriptie verzorgd. De scriptie heeft zich gericht op het ontwikkelen van een vragenlijst waarmee kennis over cariës en erosie toegespitst op voeding kan worden getoetst. Met deze vragenlijst is vervolgens onderzocht wat ouders/verzorgers van kinderen weten over cariës en erosie in relatie met voeding. Ook is getoetst of persoonlijke verificatie van kennis en begrip door herhaling in eigen woorden invloed heeft op het kennisniveau op dit gebied.
Probleem- en doelstelling
De aantasting van de mondgezondheid door voeding leidt tot een ernstig gezondheidsprobleem voor kinderen in Nederland. De omvang en ernst van cariës en erosie bij kinderen in Nederland roept de vraag op of ouders voldoende kennis hebben over cariës/erosie en de invloed van voeding. En daarnaast of de kennisoverdracht effectief is. Het doel van dit onderzoek is om een kennistoets op te stellen waarmee vervolgens de kennis van ouders betreffende dit onderwerp wordt vastgesteld. Tevens wordt onderzocht of persoonlijke verificatie van kennis/begrip door het terugvertelprincipe invloed heeft op dit kennisniveau.
Hypothese
De kennis van ouders in Nederland over cariës en erosie toegespitst op voeding is onvoldoende. Persoonlijke verificatie en zo nodig bijsturing van kennis en begrip, door herhaling in eigen woorden van ouders, heeft een positief effect op de effectiviteit van kennisoverdracht.
Onderzoeksopzet
Bij 83 ouders die een kindertandheelkunde praktijk in Nederland bezoeken is het kennisniveau betreffende het onderwerp vastgesteld aan de hand van een kennisvragentoets. Deze kennisvragentoets is gebaseerd op gevalideerde vragen uit eerdere onderzoeken en adviezen van het Ivoren kruis. Na de toetsafname ontvingen ouders schriftelijk advies waarna bij de helft van de ouders persoonlijke verificatie van kennis/begrip plaatsvond aan de hand van het terugvertelprincipe. Na drie maanden is het effect hiervan in kaart gebracht met behulp van dezelfde kennisvragen.
Resultaten
Gemiddeld beantwoordden ouders 45,8% van de kennisvragen goed. Hierbij toonden zij significant meer kennis over cariës en de rol van voeding hierbij, dan over erosie en/of preventieve tandheelkundige voedingsgewoonten (p<0,001). Na drie maanden scoorde de ouders gemiddeld 71,7% van de vragen correct (drop-out 31,3%). De interventiegroep toonde een significant hogere kennistoename dan de controlegroep (6,1 vs. 3,85; p=0,003; 95% ci 0,785 tot 3,716).
Conclusie
Ouders die de kindertandheelkunde praktijk bezoeken hebben weinig kennis over cariës en erosie en de invloed van voeding hierop. Persoonlijke verificatie van kennis en begrip na informatieoverdracht levert een significant grotere kennistoename op.
Volgend jaar meedingen naar de NVvK-Elmex® scriptie prijs?
De NVvK-Elmex® scriptie prijs wordt jaarlijks alternerend uitgereikt aan de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde voor de opleiding tandheelkunde (Masterscriptie) en de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde voor de opleiding mondzorgkunde (Bachelorscriptie). Met deze prijs willen de NVvK en Elmex® onderzoek op het gebied van de kindertandheelkunde stimuleren en het belang ervan benadrukken.
Dit studiejaar (2019/2020) kunnen scripties van studenten mondzorgkunde (afgerond na 9 juli 2018 en voor 10 juli 2020) meedingen naar de prijs!
Meedoen? Stuur je scriptie naar secretariaat@nvvk.org.
JTV Mondzorg voor kids levert mondzorg aan kinderen. Er wordt geprobeerd om spelenderwijs verantwoord mondzorggedrag aan te leren. Raoul Trentelman, algemeen directeur, medebedenker van het Glansje-preventieconcept en schrijver van de Glansje-sprookjes, vertelt hoe het is om bij JTV te werken en hoe sprookjes kinderen kunnen helpen om minder gaatjes te krijgen.
Kun je je voorstellen?
“Ik ben vijf jaar geleden begonnen bij JTV Mondzorg voor kids. Voor die tijd was ik niet bekend met de mondzorg, maar vervulde ik verschillende functies op het gebied van HR, organisatieontwikkeling, innovatie en marktpositionering. Daarbij was gezondheidszorg wel altijd de rode draad.”
Wat is JTV Mondzorg voor kids?
“JTV Mondzorg voor kids is een stichting. We werken uitdrukkelijk zonder winstoogmerk, met bijzondere aandacht voor kinderen uit kwetsbare groepen. Van deze kinderen is bekend dat ze vaak niet of niet frequent de tandarts bezoeken. We weten dat landelijk gezien nog steeds een op de vijf kinderen niet naar een mondzorgpraktijk gaat. Zeker in bepaalde regio’s is dat percentage nog veel hoger. Kinderen uit kwetsbare groepen hebben tot vijf keer meer gaatjes, weten we uit onderzoek door Erasmus MC in Rotterdam.
We maken deel uit van de jeugdtandverzorging in Nederland. Daarin zijn nog een aantal organisaties actief. Voor een deel zijn deze inmiddels opgenomen in meer commerciële ketens en voor een deel zijn ze net als wij werkzaam als zelfstandige stichting.”
Hoeveel vestigingen heeft JTV Mondzorg voor kids?
“In Rotterdam hebben we twee grote praktijken, in Noordoost-Brabant een zevental praktijken en een in Nijmegen, in Arnhem en in Leeuwarden. Ook hebben we twee dentalcars. We hebben op zich geen groeiambitie, maar als we van zorgverzekeraars het verzoek krijgen om in een bepaalde regio actief te worden, dan onderzoeken we of dit mogelijk is. Dat speelt op het ogenblik in Heerlen, Kerkrade en omgeving (Parkstad), omdat daar zo’n 28% van de kinderen geen tandarts bezoekt. De problematiek is dus groot en dan voelen we ons verantwoordelijk om te kijken of we daar redelijkerwijs van start kunnen gaan.”
Doen jullie extra moeite om die kinderen bij jullie te krijgen?
“Wij investeren veel in tijd en middelen om die kinderen te ontsluiten. Dat betekent actief een samenwerking zoeken met de gemeente, die bijvoorbeeld al naar gelang het beleid bereid is om oproepkaartjes te sturen naar ouders als het kind 1 jaar wordt.
Wij investeren ook in samenwerking met GGD’s en consultatiebureaus. We zorgen voor kennisoverdracht naar jeugdartsen op basisscholen, maar zetten bijvoorbeeld ook mondzorgcoaches in op consultatiebureaus. Die hebben we nu in een aantal gemeenten in Noordoost-Brabant en in Arnhem. Deze gaan in gesprek met jonge ouders en vragen of zij al een mondzorgpraktijk bezoeken. We proberen natuurlijk ze daartoe uit te nodigen. En we beantwoorden allerhande vragen over de ontwikkeling van het gebit. De doelstelling daarbij is om goed mondzorggedrag en ook een gezonde voeding zo vroeg als mogelijk op het netvlies te krijgen.
We werken ook heel veel samen met basisscholen. Dat doen we dan bijvoorbeeld via de haal- en brengfunctie. In Noordoost-Brabant rijden we met twee dentalcars bij een aantal scholen voor. In Rotterdam en Friesland halen we kinderen in groepjes van acht met een personenbusje van school op. Die krijgen in de praktijk een controle en eventueel een behandeling. Zodoende bereiken we een hele groep kinderen waarvan de ouders om verschillende redenen zelf niet het initiatief nemen om met hun kind een mondzorgpraktijk te bezoeken.”
Jullie werken met QLF. Wat is dat?
“QLF is een vorm van mondfotografie waarmee je door fluorescerend licht jonge en oude plaque in kaart kan brengen. Wij gebruiken deze techniek in nagenoeg al onze praktijken om aan kinderen en ouders te laten zien wat die plaque in je mond nou precies doet. Je ziet dus wat er gebeurt bij tanden en kiezen bij niet goed poetsen. Dat helpt bij het bespreekbaar maken van het poetsgedrag. Je ziet in feite de aantasting van het glazuur in een vroeg stadium. Voordeel hiervan is ook dat we minder vaak een röntgenfoto hoeven te maken.
We maken sowieso zo min mogelijk röntgenfoto’s. Om de röntgenbelasting nog minder te maken werken we met sensoren in plaats van met fosforplaatjes. Daarin zijn we een uitzondering, nagenoeg alle praktijken in Nederland werken met fosforplaatjes.”
Is het werken bij JTV anders dan bij een reguliere praktijk?
“Uniek bij ons is dat wij werken volgens het teamconcept. Dat betekent dat de eindverantwoordelijkheid ligt bij de seniortandarts of de chef de clinique, maar dat we maximaal gebruikmaken van de bekwaamheden van de andere professionals: mondhygiënisten, preventieassistenten en assistenten. Dus de tandarts heeft de regie en is eindverantwoordelijk, maar waar mogelijk wordt gedelegeerd. In de jeugdtandzorg komt dit wel vaker voor, maar het is anders dan bij de gemiddelde tandarts. Wij zijn dan ook erg verheugd over de zelfstandige bevoegdheid van de mondhygiënisten, de pilot taakherschikking. Dat mondhygiënisten straks ook bepaalde verrichtingen zonder tandarts mogen doen, is voor ons van belang omdat vooral in regio Noordoost-Brabant het lastig is om tandartsen te vinden. Het doet ook recht aan de rol van de mondhygiënist in de preventie.
Wat bij ons ook anders is, is dat wij uitsluitend met kinderen werken. Je hebt bij ons minder curatie, want kinderen hebben nu eenmaal minder curatie; het accent ligt hier veel meer op preventie. We gaan in gesprek met de ouders op basis van motivational interviewing om het mondzorggedrag en de voeding bespreekbaar te maken. Waar mogelijk is er voor gezond eet- en drinkgedrag ook een diëtist in de praktijk aanwezig.
Wij willen tandartsen ook het liefst bij ons in dienst hebben; bij ons kan een tandarts niet op basis van omzet uit verrichtingen werken. We hebben overigens uitstekende arbeidsvoorwaarden, in alle opzichten: basissalaris, pensioen, secundaire arbeidsvoorwaarden, een heel actief jaarprogramma gericht op scholing en bijscholing, vrije dagen….. Als instelling zonder winstoogmerk gaan we voor het beleid en de investeringen in middelen en materialen uit van wat de professional nodig heeft. We investeren veel in vitaliteit, opleiding en werkplezier.
Sommige tandartsen werken parttime bij ons en daarnaast bij een algemene praktijk. Als je bij ons werkt, kies je voor je maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een schitterend kindergebit, ook bij kinderen uit kwetsbare groepen!”
Hebben jullie veel vacatures?
“Ja, we hebben continu vacatures voor tandartsen, met name in Noordoost-Brabant. Aan mondhygiënisten is geen tekort. Juist doordat we voor kinderen werken en met het teamconcept, vinden mondhygiënisten het erg leuk om voor ons te werken. We krijgen heel vaak open sollicitaties van mondhygiënisten.
Ik ben nu bezig met het inrichten van een nieuw merk: De Zorgzame Tandarts, waarmee we ons gaan richten op volwassenen. Veel kinderen die achttien worden, willen graag bij ons blijven. Als we dus de leeftijdsgrens verhogen, dan kunnen we én die kinderen blijven helpen én kunnen we tegelijkertijd ook tandartsen die bij JTV willen werken een mogelijkheid bieden om op basis van omzet ook voor volwassenen te werken. Je kunt dan bijdragen aan de mondzorg van kinderen én tegelijkertijd je professionele vaardigheden ontwikkelen of onderhouden gericht op volwassenen.
We richten ons in principe met De Zorgzame Tandarts op kinderen die achttien worden, maar ook op de ouders van die kinderen. Ook bij dat nieuwe label hebben we geen winstoogmerk.”
JTV heeft een heel concept neergezet op basis van een sprookje dat moet helpen bij preventie bij jonge kinderen. Wat houdt dit Glansje-concept in?
“Het leek ons leuk om voor onze communicatie een verhaal te schrijven dat gericht is op kinderen. Dat heb ik toen gedaan en daar kwam een sprookje uit over prinses Glansje en haar vriendje Tom, een mondzorgsprookje. De taarten van Glansrijk was de eerste titel. Dat werd zo hoog gewaardeerd, dat we verder zijn gegaan. Inmiddels zijn we drie jaar verder en hebben we werkelijk een uniek kinderconcept ontwikkeld, bestaande uit een hele serie sprookjes en allerlei ondersteunend preventie- en communicatiemateriaal zoals een preventiekit, een brochure met voedingtips met een bijbehorend voedingsregistratieboekje en zelfs een Glansje Kwartet. Daarnaast is er een poets-app met een daaraan gekoppeld cariës-dashboard voor de professional, waarmee je ook pushberichten naar ouder en kind kunt sturen. Hiermee vinden ook professionals het leuk om in gesprek te gaan met het kind. Je neemt met die sprookjes kinderen spelenderwijs mee in het leren van verantwoord mondzorggedrag en poetsen. Voor mij persoonlijk is het een ontzettend leuk creatief project geworden, dat we steeds verder ontwikkelen.”
Schrijf jij al die verhalen zelf?
Ja, ik heb vroeger Vrije School gedaan in Zeist, daar is wellicht de basis gelegd voor het creatieve.
Ik zit dagelijks 3,5 uur in de auto en dan bedenk ik de verhalen. Toen bijvoorbeeld het thema voeding was, dacht ik al snel aan het snoephuisje van Hans en Grietje en dan komt daar natuurlijk een heks bij. Zo ontstond het verhaal over Glansje en de zoetheks. En toen ik op een beurs de opmerking kreeg dat Glansje en Tom wel erg wit zijn, heb ik een verhaal gemaakt met een link naar Aladin en de wonderlamp en de Arabische cultuur.
Er zijn nu negen verhalen, maar er komen er vast nog bij. Ik heb onlangs een verhaal geschreven over de eerste dag in de kinderopvang, omdat we ook met de kinderopvang samenwerken. Dat verhaal zit niet in de Glansje-serie, maar gaat over een vlinder. Maar het is ook weer een sprookje waarmee we de preventieboodschap op het netvlies krijgen.
We zijn ook nadrukkelijk bezig met het verder ontwikkelen van het Glansje-concept, de app en de preventiekit. Dit is een soort surprisebox waarmee we kinderen en ouders op een leuke manier nog iets mee kunnen geven als ze bij ons in de praktijk komen. Daar zit ook een mondzorgsprookje in en tips en dergelijke.
Gebruiken jullie die Glansje-producten alleen in jullie eigen praktijken of kunnen andere praktijken ze ook bestellen?
Het hele Glansje-concept is primair voor de eigen praktijk ontwikkeld, maar het is ook beschikbaar voor andere praktijken. Steeds meer mondzorgpraktijken gebruiken het ook, bijvoorbeeld ondersteunend aan Gewoon gaaf of NOCTP. Hoe een praktijk het wil gebruiken, is aan die praktijk zelf. Wij geven een welkomstpakket weg en geven bijvoorbeeld als een kind een huilbui heeft in de stoel, een sprookje mee voor thuis. De app is kosteloos. We geven ouders het advies om thuis die poetsanimatie nog een keer te doen. Er staat op de app ook een quiz met allerlei vragen over voeding en mondzorg. Daar kunnen ze punten voor krijgen en daar kunnen ze bij ons weer kleine cadeautjes voor krijgen. Het concept wordt dus in de praktijk gebruikt, maar kan ook naar huis worden meegenomen door de app te gebruiken, door het Glansje-kwartet thuis te spelen, door het sprookje voor te lezen. We brengen die hele preventieboodschap dus ook buiten de praktijk.
Als meer praktijken het gaan gebruiken helpt dat bij de preventie. Het heeft voor ons als extra voordeel dat het drukwerk en de ontwikkelkosten over grotere aantallen gespreid kunnen worden. Zo krijgen wij weer de ruimte om nieuwe dingen te ontwikkelen. We zouden graag ook vertalingen maken, maar daar hebben we nu het geld niet voor.
Weet je al of Glansje ook echt werkt?
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de resultaten van preventie. Er is landelijk zeker behoefte om te weten of die focus op preventie op langere termijn nu ook echt leidt tot afname van cariës en dus verlaging van kosten. We zijn nu ook bezig om het dashboard van de Glansje-app op te laten nemen in een patiëntenprogramma. Dat zou gemakkelijk zijn voor de zorgprofessional, maar het zou dan ook gebruikt kunnen worden om onderzoek te doen. Ook zoeken we samenwerking met anderen, bijvoorbeeld het Ivoren Kruis
We weten wel van kinderen dat ze Glansje leuk vinden en we horen van ouders dat ze ’s avonds vragen of ze de poetsanimatie mogen zien. Op het ogenblik doet een stagiaire mondzorgkunde onderzoek naar de app. We zijn nog aan het kijken of we via stagiaires nog ander onderzoek kunnen doen. Wel is al bekend dat het vertellen van een beeldverhaal bij kinderen meer beklijft dan het zuiver instrueren van preventie. Maar het is altijd ondersteunend en faciliterend aan wat de professional doet. Het helpt om de boodschap leuker en beter over te brengen.
Interview door Yvette in ’t Velt met Raoul Trentelman, algemeen directeur bij JTV Mondzorg voor kids.
Meer informatie over werken bij JTV Mondzorg voor kids en het Glansje-concept is te verkrijgen bij Raoul Trentelman, e-mail r.trentelman@mondzorgvoorkids.nl.
Zie ook mondzorgvoorkids.nl en glansje.nl.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2019/06/Glansje-het-logo.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2019-09-14 11:00:542019-09-23 15:01:10Glansje helpt om de preventieboodschap beter over te brengen
Ongeveer 600.000 kinderen gaan nooit naar de tandarts. Het is daarom hoog tijd dat zorgverzekeraars hun klanten wijzen op de vergoeding voor tandartsbezoek van kinderen, stelt de ANT in een brandbrief aan minister Bruins. Dit bericht kreeg zeer veel aandacht in zowel landelijke als regionale media.
Onder andere de NOS, Trouw, het Algemeen Dagblad, Hart van Nederland, het Jeugdjournaal, RTL Nieuws en veel regionale kranten besteedden hier aandacht aan.
Ouders informeren over gratis mondzorg kinderen
Veel ouders denken dat mondzorg voor de jeugd tot 18 jaar geen verzekerde zorg is. Mede hierdoor gaat een groep van zo’n 600.000 kinderen in Nederland niet naar de tandarts. De ANT vroeg zorgverzekeraars om hun klanten hierop te wijzen. Volgens de beroepsorganisatie nam, op DSW na, geen enkele verzekeraar het initiatief om ouders te benaderen serieus.
ANT-vice-voorzitter, tandarts Ravin Raktoe zegt: “De excuses om niet mee te werken kwamen er vrij vertaald bijna altijd op neer dat de eigen financiële positie belangrijker was, dan het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij willen de minister daarom dringend verzoeken om de overige verzekeraars te sommeren het goede voorbeeld van DSW te volgen.”
DSW
De ANT is vorig jaar het gesprek met de zorgverzekeraars aangegaan en heeft het verzoek bij hen neergelegd. Uiteindelijk heeft verzekeraar DSW de handschoen opgepakt en concreet werk gemaakt van het laagdrempelige verzoek: schrijf ouders van kinderen die de tandarts niet bezoeken aan en wijs ze op het recht op vergoeding vanuit de basisverzekering. Uit de resultaten van het initiatief van DSW blijkt dat het simpelweg schrijven van een brief enorm effectief is. In samenwerking met lokale partijen heeft DSW 296 ouders met kinderen in Schiedam benaderd met een brief. Gevolg hiervan is dat er van hen al 127 in het eerste halfjaar de tandarts hebben bezocht. Dit is 43% van de jeugd die de tandarts nooit of zelden bezocht.
Brandbrief aan minister Bruins
Volgens de ANT blijkt in de praktijk dat zo’n 20 procent van de kinderen en jongeren nooit een tandarts bezoekt. Dat betekent dat bijna 600.000 jeugdigen verstoken blijven van de goede preventieve en curatieve mondzorg waar zij wel recht op hebben. De ANT heeft daarom aan minister Bruins gevraagd om in te grijpen en zorgverzekeraars aan te sporen het goede voorbeeld van DSW te volgen. Raktoe: “DSW verdient een groot compliment en is een lichtend voorbeeld voor alle zorgverzekeraars van Nederland. Ze hebben aangetoond dat het werkt en er is geen reden voor de rest om achter te blijven. De minister heeft de taak om ervoor te zorgen dat de jeugd de mondzorg krijgt waar het recht op heeft.”
Zorgverzekeraars mogen ouders wél informeren
Zorgverzekeraars mogen ouders wél informeren over het tandartsbezoek van hun kind. Dat stelt de Autoriteit Persoonsgegevens. Het nieuws werd landelijk opgepakt door veel media. De zorgverzekeraars verscholen zich in hun reactie achter de strenge privacywetgeving van de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens liet echter weten dat dit onzin is. “Volgens de privacywet mag je alles doen wat nodig is om een contract tussen een verzekerde en een verzekeraar netjes uit te voeren”, zegt een woordvoerder.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2019/09/Media-aandacht-brief-ANT.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2019-09-09 10:25:572019-09-09 16:54:57Media aandacht brief ANT aan minister Bruins over kinderen die nooit naar de tandarts gaan
Uit nieuw onderzoek is gebleken dat goede mondzorg al belangrijk is vanaf een hele jonge leeftijd. 3 jaar oude kinderen die vanaf hun geboorte mondzorg kregen hadden een significant betere mondgezondheid dan kinderen die pas vanaf 2 jaar oud mondzorg kregen.
Vroege interventie komt niet vaak genoeg voor
In dit onderzoek werd gekeken naar de impact van vroege interventie bij meer dan 400 Australische kinderen. De twee belangrijkste bevindingen van de studie waren het voordeel van vroege interventie en het belang van periodieke controles. Casamassimo en Nowak, van het Ohio State University College of Dentistry en het University of Iowa College of Dentistry: “Beiden zijn concepten die nog steeds te weinig worden toegepast bij jonge kinderen, desondanks het feit dat steeds meer studies, waaronder deze, het grote belang hiervan onderstrepen.”
Preventie van groot belang
Slechte mondgezondheid bij kinderen wordt geassocieerd met pijn, problemen met eten en het missen van schooldagen. Het voorkomen van problemen en cariës bij kinderen is daarom van groot belang. In dit onderzoek keek Lisa Jamieson, PhD onderzoekster aan de University of Adelaide Dental School in Australië, of vroege interventies kinderen kunnen helpen bij het voorkomen van cariës. Dit werd gedaan door te kijken naar kinderen van drie jaar oud, waarvan de helft al mondzorg kreeg vanaf hun geboorte en de andere helft pas vanaf hun tweede levensjaar.
Vroege interventie loont
Hoewel de mondgezondheid van de kinderen met latere mondzorg nog steeds een stuk beter was dan die van kinderen zonder enige zorg, bleek de mondgezondheid van de kinderen met mondzorg van jongs af aan significant beter. Deze studie draagt daarom bij aan het bewijs dat vroege mondzorg positief bijdraagt aan het verbeteren van de mondgezondheid en het voorkomen van carieës bij kinderen.
Steeds meer ziekenhuizen verzinnen hightech manieren om de spanning bij patiënten weg te nemen voordat zij de operatiekamer in gaan. Door genoeg afleiding te bieden voelen, met name, kinderen zich een stuk minder angstig waardoor zij de behandeling beter doorstaan en minder kalmeringsmiddelen nodig hebben.
Angst voor operatie
Onderzoek van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam heeft aangetoond dat 70 procent van de kinderen bang is voorafgaand aan een operatie. Deze kinderen zijn vaak onrustiger, huilen meer en werken minder goed mee na de operatie. Hierdoor herstellen angstige kinderen ook minder snel van de behandeling die ze zijn ondergaan.
Goede voorbereiding
Een van de dingen die bijdraagt aan het verminderen van deze angst is een goede voorbereiding. Om voor afleiding te zorgen en bij te dragen aan een goede voorbereiding heeft het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag bijvoorbeeld kleine Tesla’s ingesteld, die onder begeleiding van een verpleegkundige met een afstandsbediening bediend kunnen worden. Hiernaast worden er door het ziekenhuis heen vijf ‘virtuele vriendjes’ op de muren geprojecteerd, die hier en daar opduiken, meelopen en ‘spelen’ met de kinderen.
Storywall
Het Isala Ziekenhuis in Zwolle heeft iets bedacht voor patiënten die angstig zijn voor de behandeling die ze te wachten staat: een ‘storywall’. Iedereen die wil kan door middel van een app figuren tot leven brengen op deze muur.
VR-bril
Ook het Sophia Kinderziekenhuis zelf is aan het experimenteren met het verminderen van angst bij kinderen door hightech toepassingen. Kinderpsychiater Bram Dierckx is hier zijn promotieonderzoek gestart om te kijken of het kan helpen om kinderen voorafgaand aan een behandeling de volledige behandelkamer laten te bestuderen door middel van een VR-bril.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2018/06/Minder-spanning-bij-behandeling-door-hightech-toepassingen.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2019-03-14 12:36:142019-03-14 12:36:14Minder spanning bij behandeling door hightech toepassingen
Kinderen poetsen hun tanden met zoveel tandpasta dat het ongezond is. Dit blijkt uit onderzoek van het Centers for Disease Control and Prevention in Amerika.
Te veel tandpasta
Bijna 40 procent van de kinderen tussen de 3 en 6 jaar gebruiken meer tandpasta dan wordt aanbevolen door tandartsen. Volgens de Amerikaanse studie zouden kinderen in die leeftijdsgroep hier slechts een beetje van mogen gebruiken.
Zestig procent
De bevindingen zijn gebaseerd op een enquête die werd gehouden onder ouders met kinderen tussen de 3 en 15 jaar oud. Ongeveer 60 procent van deze kinderen en tieners gebruiken een hoeveelheid tandpasta ter grootte van de halve of hele tandenborstel.
Gevolgen
Borstelen met te veel tandpasta kan het glazuur beschadigen. Kinderen slikken dan te veel fluoride in terwijl hun tanden zich nog ontwikkelen. Dat kan tandfluorose, witte vlekken en verkleuren van tanden veroorzaken.
Aanbeveling
De American Academy of Pediatrics beveelt aan dat babytanden worden geborsteld met een uitstrijkje van fluoride tandpasta zodra tanden doorbreken.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2019/03/Amerikaans-onderzoek-Kinderen-gebruiken-te-veel-tandpasta.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2019-03-07 09:00:072019-03-05 09:26:35Amerikaans onderzoek: Kinderen gebruiken te veel tandpasta
‘’Waarom moet mijn verstandkies eruit? Ik heb er helemaal geen last van.’’ Wekelijks wordt u geconfronteerd met de vraag of het wel nodig is om een klachtenvrije derde molaar te verwijderen. Tot voor kort was hiervoor geen goede richtlijn voorhanden. Iedereen is biased, in de praktijk blijkt ook dat niet iedere mondzorgprofessional hetzelfde denkt over wanneer een klachtenvrije verstandskies wel of niet verwijderen. Hier is nu de richtlijn Derde molaar voor opgezet.
Verslag van de lezing van kaakchirurg dr. Hossein Ghaeminia, voorzitter van de richtlijnwerkgroep Derde molaar.
Richtlijn derde molaar
De richtlijn Derde molaar is nu beschikbaar en geautoriseerd door de NVMKA en de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO). De richtlijn wordt via zij-instroom aangeboden aan het KIMO en zal naar verwachting medio 2019 door hen worden geautoriseerd en opgenomen in de landelijke mondzorg richtlijnen database.
De Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) initieerde de richtlijn Derde molaar om eenduidigheid te krijgen over wanneer wel of niet een derde molaar te verwijderen. Deze is Eind 2016 is de werkgroep richtlijn Derde molaar opgezet waarin kaakchirurgen, tandartsen, een orthodontist, parodontoloog en een methodoloog vertegenwoordigd zijn.
Bij de afweging om de derde molaar te verwijderen draait het om:
Kosten vs baten Complicaties vs voorkomen pathologie
Aan de hand van literatuur en de nieuwe praktijkrichtlijn 2018 wordt een update gegeven hoe u patiënten met derde molaren het beste kunt (laten) behandelen. In de richtlijn vindt u 230 pagina’s aan literatuur. Ook een randomized controlled trial, waarbij verwijderen versus laten zitten van derde molaren wordt onderzocht. Uit de studie van Herradine et al. Blijkt dat er niet meer crowding ontstaat bij het laten zitten van derde molaren na 5 jaar.
Risicoprofiel
Hoe vaak komt pathologie voor?
Een prospectief onderzoek met meer dan 6000 patiënten in Finland heeft door middel van klinisch en röntgenologisch onderzoek gekeken naar de prevalentie van pathologie. Onder een volledig geïmpacteerde derde molaar wordt verstaan dat meer dan tweederde van de kroon bedekt is met bot, bij een partieel geïmpacteerde derde molaar is een derde van de kroon bedekt met bot.
Hoe komt het dat patiënten op oudere leeftijd meer last hebben na verwijderen van derde molaren? Ouderen hebben meer non-vitaal bot en osteomyelitis. Ook blijkt uit een studie dat na verwijderen van een derde molaar op oudere leeftijd distaal M2 meer pockets ontstaan.
Chirurgische procedure en tips om complicaties te voorkomen
Onmisbaar is een chirurgische set met raspartorium. Er zijn verschillende incisies die je kunt maken, pas op voor nervus lingualis met name bij trapezium en distale ontspannings incisie. De voorkeur van kaakchirurg Hossein Ghaeminia gaat in veel gevallen uit naar de horizontale incisie. Mocht je in je praktijk M3 willen verwijderen dan is het advies om niet te beginnen met molaren met een distoangulatie, deze zijn lastiger te verwijderen. Een partieel geïmpacteerde is geschikter om mee te beginnen. Spoelen tijdens de behandeling is bewezen effectief.
Nazorg
Pre-operatief (30 seconden) en post-operatief (7 dagen) spoelen met chloorhexidine. Gebruik van monoject blijkt effectief, na 2 dagen gaan spoelen met lauw water. Verder NIET routinematige antibiotica voorschrijven.
Hoge betrouwbaarheid diagnostiek. Alleen bij volledige overlap canalis is er indicatie voor CBCT.
Op een CBCT zijn de Linguaal buccale posities goed te bepalen, linguale posities geven een grotere kans op zenuwschade. Ovaal gevormde radix geeft minder risicio dan afgeplatte radix
Linguaal meer compressie letsel.
Met CBCT is er minder kans op zenuwschade, echter statistisch is er geen significant verschil. Met CBCT is het mogelijk een betere risico-inschatting te maken.
Geen meerwaarde in behandelresultaat bij volledige verwijdering verstandskies
Wel meerwaarde bij indicatiestelling coronectomie
Bij een coronectomie, haal je alleen de kroon van de kies eruit. Al het tandglazuur moet verwijderd zijn, 3 mm om radixen te houden, 10% heeft her-ingreep nodig.
Is sondeerbaarheid betrouwbaar? Dit lijkt niet erg betrouwbaar, het draagt niet bij aan de risicoanalyse.
Als de wortel nog niet is afgevormd, is er geen risico op zenuwschade. Dus als bekend is dat de derde molaar horizontaal geïmpacteerd ligt, is het behandeladvies extractie.
Dr. Hossein Ghaeminia is als MKA-chirurg werkzaam in het Rijnstate Ziekenhuis Arnhem. Het tandartsexamen behaalde hij in 2007 en het artsexamen in 2011 in het Radboudumc Nijmegen. In 2015 heeft hij de opleiding MKA-chirurgie afgerond gevolgd door een fellowship hoofdhals oncologie en reconstructieve (micro)chirurgie in het Radboudumc. Gedurende zijn opleidingsperiode heeft hij promotieonderzoek gedaan naar de derde molaren (gepromoveerd in 2017). Hij is voorzitter van een multidisciplinaire werkgroep voor het ontwikkelen van een EBRO-waardige richtlijn derde molaar. Hij heeft meerdere prijzen gewonnen voor zijn onderzoek en voordrachten in de dento-alveolaire chirurgie.
Verslag voor dental INFO door Joanne de Roos, tandarts, van de lezing van dr. Hossein Ghaeminia tijdens het congres Chirurgie van Bureau Kalker
Kinderen ontwikkelen zich beter als professionals en ouders goed contact met elkaar hebben en met elkaar samenwerken. Dat geldt ook in de mondzorg. Tijdens het symposium Gezonde Peutermonden gaf David Kranenburg een lezing over partnerschap tussen zorgverleners en ouders.
Actief ouderschap
David is altijd directeur van basisschool geweest en is nu voornamelijk bezig met het onderwerp partner-ouderschap. De kansen voor kinderen zijn veel groter als je samen met ouders optrekt. Kinderen hebben het recht dat hun ouders worden ondersteund om hun ouderschap goed uit te voeren. Ook binnen de mondzorg is dit nodig, want 20% van de kinderen gaat niet naar de tandarts. Hoe kunnen we deze ouders toch bereiken?
Laat ze niet alleen
In het hele land zijn we bezig om iedereen mee te laten doen in de maatschappij. We werken er naar toe om samen te werken met ouders. Wat David verbaast, is dat kinderen met busjes uit school naar de tandarts worden gebracht en dat de ouders dan niet mee hoeven. De ouders die we nog niet in de praktijk zien, zouden juist bereikt moeten worden. Ouders zijn nodig om kinderen zich goed te laten ontwikkelen.
Factor voor succes
Men hoort overal dat de opleiding en achtergrond van ouders een van de belangrijke factoren voor schoolsucces zou zijn. Maar uit onderzoek blijkt dat de sfeer thuis veel bepalender is voor schoolsucces. Ouders van allerlei niveaus en achtergronden blijken allemaal even goed te weten hoe ze goed zouden kunnen opvoeden. Waarom gebeurt het dan niet? Waarom doet de ene ouder het wel en de andere niet? De thuissituatie geeft hierbij de doorslag. Het zit ‘m in de stress.
Extra schepje stress
Professionals kunnen zorgen voor stress. “Want er wordt vaak gedacht, als we het maar zeggen, dan gaan ze het ook wel doen, maar dit geeft extra stress,” zei David. Realiseert u zich hoeveel professionals ouders tegenkomen? Dit begint al op het consultatiebureau. Als het minder goed gaat met het kind, komt de ouder nog veel meer professionals tegen. De professionals menen het allemaal te weten en soms spreken ze elkaar ook nog tegen. De professionals stappen regelmatig zonder te vragen in, zonder uitnodiging. “U kunt zich voorstellen als iemand al tot over de oren in de zorgen zit, dat u niet ook nog moet gaan zeggen, dat er wel twee keer daags gepoetst moet worden,” gaf David helder aan. Er is dan helemaal geen ruimte in het hoofd om aan zulke dingen te beginnen. Dan is het te veel. Geduld is dan een schone zaak. Timing is dus cruciaal. Zorg juist niet voor het extra schepje stress. David legde uit: “Zorg ervoor dat u als partner met iemand samenwerkt. Als u voor partnerschap gaat, dan gaat u voor gelijkwaardigheid en vrijwilligheid. Ga met elkaar in gesprek en luister goed. Ouders weten hoe hun kind in elkaar zit en u weet veel van mondzorg. Zo zijn de rollen. Hierin is ‘motivational interviewing’ heel belangrijk en dit kunt u al. Dus als ouders eenmaal binnen zijn, dan houdt u ze ook wel binnen. Maar binnenkomen is de moeilijkheid.”
Hoe komt u binnen?
David gaf enkele tips om binnen te komen. “Om ouders te bereiken die lastig te bereiken zijn, moet u niet ongevraagd op iemand afstappen. Zorg ervoor dat u uitgenodigd wordt door iemand die al naast die ouder staat, bijvoorbeeld het onderwijs of het consultatiebureau.” Ouders gaan ook graag met andere ouders in gesprek. Scholen hebben de taak om ouders met elkaar in gesprek te laten gaan. Mensen willen elkaar graag ontmoeten en daar ligt een enorme kans voor de mondzorg om toch de ouders te bereiken. Laat ouders bij elkaar komen en sta voor hen klaar. “Sta dan niet klaar met het vingertje, maar biedt ondersteuning.”, adviseerde David.
Types partnerschap
Er zijn vijf verschillende partnerschappen, die u als mondzorgverlener kunt organiseren en faciliteren:
Informeel partnerschap: dit is laagdrempelig en gaat vaak al goed.
Formeel partnerschap: dit is hoe het geregeld is. Weten ouders dat mondzorg gratis is? Wat moeten ze er precies voor doen?
Didactisch partnerschap: hierbij ondersteun je partners in het leerproces.
Pedagogisch partnerschap
Maatschappelijk partnerschap: dit is naar buiten gerichtheid. Daar treft u mensen die u anders niet tegenkomt. Daarom doen scholen bijvoorbeeld mee aan de avondvierdaagse.
Zoek voor het samenwerken met ouders contact met bijvoorbeeld scholen, sportverenigingen, buurtverenigingen en andere (para)medici. Iedereen is namelijk op zoek naar hoe we het weer samen kunnen gaan doen, dus ga groeperen.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, van de lezing van David Kranenburg tijdens het symposium Peutermonden georganiseerd door Hogeschool Utrecht.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2018/12/ouders.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-12-10 08:15:572018-12-10 10:46:20Hoe werk je in de mondzorg samen met ouders?
Tijdens het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) werd de NVvK- Elmex® scriptieprijs uitgereikt. Wafaa ElShennawy, afgestudeerd aan Inholland, won de prijs voor haar scriptie “Vluchtelingenouders over het gebruik van mondzorg in Nederland en hun bekendheid met de mondverzorging en voeding van hun kinderen”.
Op vrijdag 23 en zaterdag 24 november vond de Regional Meeting of The International Association of Paediatric Dentistry (IAPD) plaats in het Evoluon in Eindhoven. Het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) vond dit jaar plaats in samenwerking met de IAPD omdat de NVvK in 2021 het IAPD congres in Maastricht organiseert. Thema van het congres was ‘Exploring borders, meet your neighbours’. Naast het Engelstalig programma was er ook een Nederlandstalig programma.
NVvK-Elmex scriptieprijs
Op dit najaarscongres is voor de vierde keer de NVvK- Elmex® scriptieprijs voor de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde uitgereikt. Deze prijs wordt jaarlijks alternerend uitgereikt aan de beste Masterscriptie van de opleidingen tandheelkunde en de beste Bachelorscriptie van de opleidingen mondzorgkunde. Dit jaar was mondzorgkunde weer aan de beurt.
De prijs bestaat uit een bedrag van 1000 euro (beschikbaar gesteld door Elmex/Colgate) en een jaar gratis lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde. Er waren veel inzendingen, volgens de jury allen van hoge kwaliteit en met hoge maatschappelijke relevantie. Wafaa ElShennawy (afgestudeerd aan Inholland, Amsterdam) heeft de eerste prijs gewonnen, de tweede en derde prijs gingen naar respectievelijk Fatima Afkir (afgestudeerd aan Hogeschool Utrecht) en Milou Lakeman (afgestudeerd aan Inholland, Amsterdam).
Vluchtelingenouders over het gebruik van mondzorg in Nederland
Aansluitend op de prijsuitreiking heeft Wafaa ElShennawy een korte presentatie over haar scriptie verzorgd. De titel van haar scriptie is “vluchtelingenouders over het gebruik van mondzorg in Nederland en hun bekendheid met de mondverzorging en voeding van hun kinderen”. Het doel van het onderzoek was onder meer om inzicht te krijgen in welke mate vluchtelingenouders voor hun kinderen gebruik maken van tandheelkundige voorzieningen in Nederland en welke belemmeringen zij hierbij ervaren.
Meedingen naar NVvK-Elmex® scriptieprijs 2019
De NVvK-Elmex® scriptieprijs wordt jaarlijks alternerend uitgereikt aan de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde voor de opleiding tandheelkunde (Masterscriptie) en de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde voor de opleiding mondzorgkunde (Bachelorscriptie). Met deze prijs willen de NVvK en Elmex® onderzoek op het gebied van de kindertandheelkunde stimuleren en het belang ervan benadrukken. Dit studiejaar (2018/2019) kunnen scripties van studenten tandheelkunde (afgerond na 9 juli 2017 en voor 10 juli 2019) meedingen naar de prijs. Meedoen? Stuur je scriptie naar secretariaat@nvvk.org.
Ouders die de fopspeen van hun kind in hun mond stoppen om schoon te maken nadat deze gevallen is, voorkomen daarmee misschien wel de ontwikkeling van allergieën bij hun kind. Onderzoek in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat deze manier van de speen schoonmaken zo gek nog niet is.
Onderzoek naar schoonmaakmethode fopspeen
Aan het American College of Allergy, Asthma and Immunology in Seattle is het verband onderzocht tussen de schoonmaakmethode van een fopspeen en de immuunstof IgE in het bloed van de kinderen. IgE houdt verband met de ontwikkeling van allergieën en astma. Aan 128 moeders werd gevraagd welke schoonmaakmethode ze voor de fopspeen van hun kind gebruikten: steriliseren in kokend water of afwaswater, schoonmaken met water en zeep of schoonmaken door de speen in de eigen mond te stoppen.
Dertig moeders bleken de speen te steriliseren, 53 gebruikten water en zeep en negen gebruikten hun eigen mond.
Immuunsysteem
De onderzoekers vergeleken de IgE-niveaus van de baby’s na de geboorte, na zes maanden en na achttien maanden. Op een leeftijd van achttien maanden bleken de baby’s van wie de moeder de speen in de mond schoonmaakten een aanzienlijk lager IgE-niveau te hebben. De onderzoekers vermoeden dat ouders via hun speeksel gezonde mondbacteriën doorgeven, wat van invloed is op de ontwikkeling van het immuunsysteem.
Of ouders hun kinderen kunnen behoeden voor allergieën door hun speen in hun mond schoon te maken is nog maar de vraag. Meer onderzoek is nodig om een duidelijk verband te kunnen vaststellen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2018/11/Fopspeen-in-mond-schoonmaken-is-goed.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-11-28 09:00:032018-11-29 10:12:19Fopspeen in mond schoonmaken is goed
Tieners hadden in de afgelopen jaren meer cariës en ze poetsen te weinig. De mondgezondheid van 5-jarigen is daarentegen verbeterd. Dat blijkt uit het Signalement Mondzorg 2018 van het Zorginstituut, uitgevoerd door TNO.
Het signalement laat de resultaten zien van onderzoek naar mondgezondheid van jongeren waarbij vergeleken is met onderzoeken uit 2011. Gebitten van kinderen en jongeren van 5, 11, 17 en 23 jaar werden onderzocht. 5-jarigen blijken minder cariës te hebben hebben dan zes jaar geleden. Dit geldt ook voor de 23-jarigen. Tieners hebben flinker meer cariës. Zie de tabel hieronder met cariëspercentage per leeftijdsgroep in 2018 versus 2011.
Verschillen mondgezondheid tussen groepen
De resultaten van het onderzoek zijn ingedeeld in sociaaleconomische (SES) groepen op basis van opleidingsniveau (hoog en laag). Hieruit blijkt dat er nog grote sociaaleconomische mondgezondheidsverschillen zijn tussen de SES-groepen.
5-jarigen Bij de 5-jarigen in de hoge SES-groep hebben meer kinderen een gaaf gebit dan in de lage SES-groep.
11-jarigen Bij 11-jarigen is zowel in de hoge als de lage SES-groep het percentage met een gaaf gebit tussen 2011 en 2017 afgenomen. In de hoge SES-groep hebben meer kinderen een gaaf gebit dan in de lage SES-groep.
17-jarigen Bij 17-jarigen is de in 2011 vastgestelde verbetering van mondgezondheid gestagneerd en is in de hoge SES-groep zelfs verslechtering te zien. In de hoge SES-groep komt wel minder cariës voor. De mondhygiëne van 17-jarigen laat ook te wensen over, vooral in de lage SES-groep.
23-jarigen
Bij 23-jarigen heeft de hoge SES-groep minder cariës dan de lage. In de lage SES-groep is er wel een verbetering in de afgelopen 6 jaar waarneembaar, terwijl in de hoge SES-groep de gaatjes juist toenemen. Ook bij 23-jarigen laat de mondhygiëne vooral in de lage SES-groep te wensen over.
Slechtere mondgezondheid bij migratieachtergrond
Het valt de onderzoekers ook op dat jongeren met een migratieachtergrond – zowel binnen de hoge als lage SES-groep – een slechter gebit hebben dan jongeren zonder migratieachtergrond.
Toename (erosieve) gebitsslijtage
Verder is een sterke toename te zien van (erosieve) gebitsslijtage: een vijfde van de 17-jarigen en ruim de helft van de 23-jarigen vertoont slijtage tot in het tandbeen.
Het Zorginstituut zal in de komende tijd met partijen in de mondzorg – zorgverleners, patiënten en zorgverzekeraars – bespreken welke stappen zij kunnen zetten om tot verbetering te komen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2018/11/mondgezondheid-jeugd.gif230400Anita test Testhttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgAnita test Test2018-11-26 15:34:212018-11-26 15:48:09Meer cariës bij tieners, minder cariës bij 5-jarigen
Uit een nieuwe studie is gebleken dat tandartsangst vele consequenties voor de mondgezondheid met zich mee kan brengen. Kinderen die bang zijn voor de tandarts hebben vaker last van cariës, pijn en over het algemeen een slechte mondgezondheid.
Tandartsangst bij kinderen en hun perceptie op hun mondgezondheid
Tandartsangst is een fenomeen dat wereldwijd veel voorkomt bij kinderen. Het gebeurt vaak dat als gevolg van deze angst kinderen de tandarts onregelmatig bezoeken en vaker last hebben van gebitsproblemen. Marília Leão Goettems, PhD aan de Federal University of Pelotas School of Dentistry in Brazilië, en haar team wilden met deze studie analyseren wat de perceptie van kinderen met tandartsangst is op hun eigen mondgezondheid.
Tandbederf, pijn en angst
Om dit te doen bestudeerden tandheelkunde studenten 1200 kinderen van tussen de 8 en 12 jaar oud in Pelotas, Brazilië. Er werd gekeken naar of er tandbederf was, en naar of er tanden misten of waren gevuld. Daarnaast werd er aan de kinderen gevraagd of ze recentelijk pijn hebben gehad aan hun tanden en of ze bang waren voor de tandarts.
Slechter beeld mondgezondheid bij tandartsangst
Bijna een kwart van de kinderen gaf aan bang te zijn voor de tandarts. Bij deze groep werden er vaker gaatjes en pijn gevonden dan bij de kinderen zonder tandartsangst. Daarnaast bleken kinderen met zowel tandartsangst, cariës en pijn significant vaker een negatief beeld te hebben van hun eigen mondgezondheid. De kinderen die zowel last hebben van gebitspijn en tandartsangst hadden bijna drie keer vaker het idee dat ze een slechte mondgezondheid hadden. Bij kinderen met gaatjes en angst was dit zelfs 45% vaker het geval.
Aanpakken van angst
Deze cijfers benadrukken het belang van het vroegtijdig aanpakken van tandartsangst. Op het moment dat kinderen vaker op een positieve manier in aanraking komen met de tandarts kan de angst worden behandeld. Dit kan op zijn plaats het vermijden van de tandarts voorkomen en de mondgezondheid van kinderen met tandartsangst, en hun perceptie van hun mondgezondheid, verbeteren.
De auteurs van de studie gaven wel aan dat hun studie enkele tekortkomingen bevat. Zo zou het kunnen zijn dat de kinderen hun pijn als minder of meer dan echt het geval is weergaven, aangezien zij hier slechts naar werden gevraagd. Daarnaast werd het onderzoek gehouden bij kinderen in slechts één stad in Brazilië, waardoor het niet zeker is of de resultaten van de studie representatief zijn voor een bredere populatie.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2018/03/kindertandheelkunde.png230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-08-13 08:30:322018-08-13 16:17:11Slechter beeld van mondgezondheid bij kinderen met tandartsangst
Bijna 90% van alle schoolkinderen tussen de 12 en 14 jaar in het Verenigd Koninkrijk consumeert sportdranken, ondanks begrip van de negatieve effecten op hun mondgezondheid. Dit blijkt uit een studie die werd gepubliceerd in de British Dental Journal.
Branding Onderzoekers geloven dat kinderen zich aangetrokken voelen tot deze dranken als gevolg van hun branding. Ze denken dat de dranken voor iedereen zijn, terwijl ze bedoeld zijn voor volwassenen die sporten.
Epidemie aan tandbederf “Sportdranken bieden geen gezondheidsvoordelen aan kinderen. Ze geven juist brandstof voor een epidemie aan tandbederf,” stelt de voorzitter van BDA, Mick Armstrong. Volgens hem zorgt de marketing van de dranken voor de blijvende vraag. “Het is tijd dat de regering hier iets aan doet.”
Frisdrankenindustrieheffing De BDA doet een beroep op de regering om sportdrankjes onder de frisdrankenindustrieheffing te brengen. Het beweert dat als sportdranken naast gewone frisdranken verkocht worden, zij ook onder de suikerheffing en restricties op marketing moeten vallen.
De studie Uit de studie, genaamd Knowledge of and attitudes to sports drinks of adolescents living in South Wales UK, bleek ook dat:
89% van schoolkinderen sportdranken consumeert
73% van de kinderen gelooft dat water geschikt is om te consumeren tijdens het sporten
68% van de kinderen met regelmaat (1-7 keer per week) sportdranken drinkt
65% gelooft dat sportdranken tot tandbederf kunnen leiden
46% van de geïnterviewde kinderen gelooft dat sportdranken voor iedereen zijn, ongeacht leeftijd of activiteit
Atleten, niet kinderen “Grote bedrijven komen weg met het verkopen van deze producten aan kinderen, terwijl ze voor atleten ontworpen zijn”, vervolgt Armstrong.
Geen dagelijkse dranken “Hoog in zowel suikers als zuren, dit zijn geen dagelijkse drankjes. Als ze in de schappen naast de cola worden gezet dan zouden hierop dezelfde belastingen geheven moeten worden.”
Water Volgens Armstrong blijft water de beste keuze bij gemiddelde lichaamsbeweging. Het is de veiligste optie voor zowel de mond- als algemene gezondheid.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2017/07/159273990-kind-400x230.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-07-25 08:55:452018-07-11 09:13:19Kinderen drinken te veel sportdranken in Verenigd Koninkrijk
Het behandelen van kinderen: de een vindt het geweldig, de ander wat minder. Kinderen kunnen heel lastig zijn, en bij weinig kinderen kan het liggen in een tandartsstoel tot een favoriete bezigheid worden benoemd. Vijf tips voor de omgang met kinderen tijdens een controle of behandeling.
Leg uit, laat zien en doe
Wat van groot belang is, is flexibiliteit en zorgen dat kinderen door hebben wat je hen probeert te vertellen. Dit is niet altijd even makkelijk, omdat elk kind anders is – elk kind heeft zijn eigen manier waarop het het meeste leert. Sommige kinderen zijn luisteraars, anderen leren door te doen. Daarom is het slim om een boodschap op verschillende, levendige manieren door te geven. Vertel het kind wat je doet en waarom, laat zien hoe het werkt en laat hen, indien mogelijk, misschien zelfs zelf een stukje van de behandeling ‘aanraken’. Op deze manier wordt de kans vergroot dat een kind zich op gemak voelt en meer begrijpt van wat er gebeurt.
Taal
Het gebruiken van lastige termen heeft bij de meeste kinderen weinig tot geen nut en creëert alleen maar afstand. Het brengen van de waarheid op een kindvriendelijke manier kan heel veel effect hebben. Vraag ze hun ogen dicht te doen alsof ze even gaan slapen, noem de tandarts spiegel een selfie stick of noem de katoenen rolletjes tand kussentjes.
Beloningen
Het beste gedeelte van een tandartsbezoekje voor elk kind is het beloninkje dat achteraf wordt gekregen, uiteraard. Zorg ervoor dat dit echter wel passende beloningen staan. Suikerrijke snoepjes zijn bijvoorbeeld een slechte optie. Kies liever voor stickers, leuke tandenborstels of speeltjes.
Behandel het kind – niet de ouder
Soms vormt niet het kind, maar de ouder het grootste probleem bij een tandarts- of mondhygiënistbezoekje. Met beiden is effectieve communicatie van groot belang. De meeste ouders zullen het fijn vinden als voor henzelf duidelijk is wat er precies gebeurt, maar zullen het vooral ook waarderen wanneer duidelijk wordt dat de arts moeite stopt in het opbouwen van een goed relatie met het kind. Mocht de aanwezigheid van een ouder u op de zenuwen werken, dan is het in de meeste gevallen geen enkel probleem deze te vragen even in de wachtkamer te wachten.
Positieve energie
Positieve energie zal leiden tot positieve resultaten. Bij het behandelen van kinderen is het belangrijk dat je toetreedt tot hun eigen wereldje, wat kan op verschillende manieren. Speel bijvoorbeeld eens een elfje, of een superheld. Voor een kind levert dit een heel andere kijk op dentale behandelingen, en een blije klant is een blije tandarts/mondhygiënist. Zo heeft dit een positief effect op zowel het kind als op de behandelaar.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2016/06/159273990-kind-400x230-1.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-07-20 09:09:112018-07-16 12:31:19Vijf tips voor mondzorgbehandeling van kinderen
In 2011 was de prevalentie van cariës 41% bij 5-jarigen. Wat kunt u als zorgverlener doen om te zorgen dat het melkgebit cariësvrij blijft? Het is vooral belangrijk dat de focus op ondersteuning van zelfzorg ligt: mondhygiëne en voeding.
Voorlichting – de aanname
Een logische rationele basis voor gedrag is kennis. Het is echter goed om te beseffen dat het informeren van de patiënt niet automatisch tot gedragsverandering leidt. Uit onderzoek naar de effectiviteit van voorlichting blijkt dat voorlichting de kennis verhoogd en dat er op korte termijn gedragsverandering optreedt. Op lange termijn levert het echter geen gedragsverandering op. Kennis is dus vaak slechts een voorwaarde voor gedragsverandering maar zelden voldoende. De kennis is vaak wel aanwezig, er zijn dus meer aspecten die hierbij een rol bij spelen.
Waarom is alleen kennisoverdracht niet voldoende?
Mondgezondheidsgedrag is complex en wordt beïnvloed door veel factoren zoals:
Leefstijl en psychologie
Gezin en sociale omgeving
Buurt- en leefomstandigheden
Culturele, politieke en economische context
Gezin en sociale omgeving
Een belangrijke factor is het gezin en de sociale omgeving. Waarom lukt het bij het ene gezin wel en bij het andere gezin niet om een goede mondhygiëne te handhaven? Uit onderzoek blijkt dat er vaak genoeg kennis aanwezig is bij ouders maar dat barrières – bijvoorbeeld geen tijd/druk, tegenstribbelend kind, stress – ervoor zorgen dat dit niet altijd lukt.
Hieronder een aantal gezinsfactoren die een goede zelfzorg in de weg kunnen staan (barrières):
Ouderfactoren
De opvattingen en kennis van ouders over motivatie. Sommige ouders leggen bijvoorbeeld de ‘locus of control’ extern wanneer zij denken dat cariës erfelijk is. Ook stress en angst van de ouders spelen hierbij een rol.
Opvoeding
Positieve betrokkenheid, complimenten geven en (consequente) gematigde strengheid leiden tot minder weerstand bij kinderen.
Gezinsfunctioneren
Dit is de manier waarop leden binnen het gezin met elkaar omgaan. Routine en organisatie spelen hierbij een grote rol. Het gemiddelde dmft is hoger wanneer een gezin minder goed functioneert.
Communicatie ouders en kind
Goed advies geven betekent dus dat dit moet aansluiten op de patiënt. Het is belangrijk om met de ouders in gesprek te gaan zodat de barrières achterhaalt kunnen worden. De manier van communiceren speelt hierbij een grote rol. Hierbij een aantal tips:
In plaats van ‘Je moet beter poetsen!’ kun je beter zeggen ‘Hoe gaat het thuis met poetsen? Het is soms best lastige hè?’. Denk mee en toon begrip. Op deze manier creëer je een open sfeer en is doorvragen naar de echte oorzaak makkelijker.
Ontken nooit een onjuiste opvatting van ouders, bijvoorbeeld over een genetische oorzaak van de hoge cariësactiviteit. Het is beter om mee te veren en aan te geven op welke manier ze dit wel kunnen beïnvloeden.
Denk mee in oplossingen wanneer ouders moeite hebben met de organisatie, zoals tijdsgebrek vlak voor het slapen gaan. Zo kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om in de woonkamer/keuken de tanden te poetsen zodat dit niet meer hoeft vlak voordat ze naar bed gaan.
Het is voor het kind belangrijk dat het positief benaderd wordt: benoem gewenst gedrag en negeer ongewenst gedrag, belonen helpt.
Investeer in de relatie met de patiënt. Toon begrip, geef echte aandacht, hou het simpel, niet zwaaien met het vingertje.
Dr. Denise Duijster is tandheelkundig onderzoekster bij ACTA. Na het behalen van haar Bachelor in de Tandheelkunde heeft zij de Masteropleiding ‘Dental Public Health’ gevolgd aan de University College London (UCL). Begin 2015 is zij gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op de rol van het gezin bij de preventie van cariës bij kinderen. Na haar promotie-onderzoek werkte ze een jaar in Manila als onderzoekster bij UCL en de Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit (GIZ).
Maddelon de Jong-Lenters is tandarts-pedodontoloog en eigenaar van Cleyburch junior, een verwijspraktijk voor kindertandheelkunde in Noordwijk. In deze praktijk werken niet alleen kindertandartsen, maar ook een psycholoog en een logopedist. Ook is er een narcose faciliteit aanwezig, voor als het echt niet anders kan. Tijdens de behandeling van kinderen die een specifieke (tandheelkundige) zorg en benadering nodig hebben, komen veel vragen voorbij, die Maddelon al een tijd bezig houden.
Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Denise Duijster en Maddelon de Jong-Lenters tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2017/03/kind-tand.jpg232398anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-05-07 09:00:572018-09-03 12:07:07Gezond kindergebit: tips voor voorlichting aan ouders en kinderen
Onderzoek heeft uitgewezen dat behandeling met silver diamine fluoride (SDF) effectief is tegen cariës in het melkgebit van risicokinderen en dat deze behandeling geaccepteerd wordt door hun ouders. De resultaten van het onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in Journal of Public Health Dentistry.
Onderzoek bij risicokinderen
Het onderzoek werd geleid door Jennifer Clemens van het College of Graduate Health Studies, A.T. Still University Missouri School of Dentistry and Oral Health.
Er werd gekeken wat het effect was van het gebruik van SDF bij honderd carieuze laesies in het melkgebit van dertig kinderen. Er bleek dat SDF de laesies een halt toeroept en de pijn en infecties vermindert of voorkomt bij jonge, risicokinderen.
“Uit onze resultaten bleek dat SDF effectief laesies een halt toeroept in het melkgebit van jonge kinderen en dat het geaccepteerd werd door de ouders,“ aldus de auteurs (J Pub Health Dent, July 27, 2017).
Goedkope behandelingsmethode
Meer dan 40% van de jonge kinderen in de VS heeft cariës en meer dan 20% van de kinderen heeft onbehandeld tandbederf. Het vinden van een kostenefficiënte behandeling voor cariës binnen deze bevolkingsgroep is cruciaal, volgens de auteurs. De toepassing van silver diamine fluoride is een goedkope behandelingsmethode, dat tandbederf succesvol tot staan kan brengen. In 2014 heeft de U.S. Food and Drug Administration (FDA) SDF als fluoride erkend.
Opzet van het onderzoek
Aan het onderzoek deden 32 kinderen mee in de leeftijd van twee tot vijf jaar. De laesies werden een of twee keer behandeld met 38% SDF. De tanden werden gedroogd en geïsoleerd voordat de SDF met een microborsteltje direct op de laesie werd aangebracht, waarna deze werd bedekt met een klein laagje fluoridevernis. Het kind mocht vervolgens een uur niet eten of drinken.
Als de behandelde laesie donker en hard werd en geen pijn en infecties veroorzaakte, werd dit als positief bestempeld. Verdere uitbreiding van de laesie, een gele en zachte laesie, pijn en infecties werden als een mislukking van de behandeling gezien.
Resultaten
Na drie weken en na drie maanden werden de kinderen onderzocht. De laesies warden bekeken en de ouders werd naar pijnsymptomen bij de kinderen gevraagd.
Alle laesies bleken na drie maanden tot staan gebracht te zijn. Er werden geen pijn en infecties waargenomen. De ouders waren positief over het gemak, de smaak en de esthetische aspecten van de behandeling.
Verder onderzoek
De onderzoekers bevelen verder onderzoek aan om de effectiviteit van SDF verder te bepalen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2017/10/cariës.png230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2018-05-03 15:46:002018-05-03 15:46:00Behandeling met silver diamine fluoride effectief tegen cariës