Occlusale hygiëne: de technische procedure van het inslijpen

Voor iedereen is mondhygiëne een vanzelfsprekend begrip en ook iets wat moet worden bijgehouden. Het begrip occlusale hygiëne komt haast niet voor, is door velen onbegrepen en daardoor onderschat.

In mijn vorige artikel De twee peilers van de tandheelkunde 1 heb ik beschreven wat het belang is van een goede occlusie en articulatie. In dit artikel beschrijf ik hoe deze te verkrijgen is.

Inslijpen

Het doel van het inslijpen is om een stabiele maximale occlusie in de neutrale positie (NP) te verkrijgen en ongestoorde articulatie in laterale en frontale bewegingen. Uit mijn persoonlijke onderzoek is gebleken dat dit slechts bij 5 van de 1000 mensen het geval is, dus de kans dat iemand geen maximale occlusie heeft in de NP is haast onvermijdelijk.

Definitie neutrale positie

De neutrale positie is de positie waarbij de kaakgewrichten in de laatste 2-5 mm voor het eerste dentale contact soepel en los bewegen zonder musculaire interventie. 1

Vervolg inslijpen

Om het eerste premature contact te vinden, beweegt de tandarts de OK in de neutrale positie totdat het eerste contact wordt gemaakt. Veelal wordt dit verstoord door neuromusculaire interventie omdat de spieren zich sterk aanspannen om overbelasting op een element te voorkomen en het premature contact wordt niet bereikt. Dit is een beschermingsmechanisme van de dentitie. Om daar doorheen te komen is het nodig de mandibula voorzichtig te bewegen in de 2-5 mm zone voor het premature contact.

Voorbeeld van hoe het premature contact gevonden kan worden, positie handen en moment van aantikken door de behandelaar.

Zolang dat premature contact op afstand blijft (ongeveer 2 mm) vindt er geen (of minder) musculaire interventie plaats. Door kort in een ontspannen moment met een korte tik de maxilla aan te tikken wordt het premature contact gevonden. De tandarts beweegt met beide handen, de vingers onder de onderrand van de mandibula en de assistente houdt de articulatie folie van 0,14 mm tussen de elementen aan een zijde.

Handpositie bij bewegen onderkaak

Positie articulatie folie bij aantikken premature contact

Premature contact en de bewegingen hoe de kaak bewogen wordt door de behandelaar, de behandelaar voelt de spieractiviteit van de patiënt en laat de patiënt meebewegen.

 

Daarna dezelfde beweging met de articulatie folie aan de andere zijde. De patiënt ligt comfortabel op zijn rug in de behandelstoel.
Het premature contact heeft zich aangetekend, vaak is het maar één contact, soms twee of drie.

Premature contact. Met een grove (blauw, groen) grote ronde diamant boor wordt voorzichtig iets van het de knobbel van het element afgenomen (20.000 toeren rood hoekstuk, lichte waterkoeling). Beslist niet in de fossa slijpen om te voorkomen dat de fossa nog dieper wordt en de elementen met articulatie gaan storen.

Premature contact en de bewegingen hoe de kaak bewogen wordt door de behandelaar, de behandelaar voelt de spieractiviteit van de patiënt en laat de patiënt meebewegen.Daarna wordt de beweging herhaald om het volgende premature contact te vinden, net zolang totdat alle molaren en premolaren contact hebben. De spierspanning is dan vaak grotendeels tot geheel verdwenen; er is geen neuromusculaire interventie meer. Veelal is al te merken dat de spier interventie vermindert als er meer contactpunten ontstaan. De patiënt zelf zal dit ook opmerken.
Het doel is maximale occlusie in de NP te verkrijgen zonder dat er contact is in het front bij het manueel sluiten. Als de patiënt zelf bijt kan er weer contact in het front ontstaan omdat de parodontale ligamenten van de premolaren en molaren iets inzakken bij het dichtbijten. Slijp dus niet het front vrij met het dichtbijten door de patiënt, dan wordt er teveel afgenomen.
De dikte van de folie is voldoende ruimte voor een vrij liggend front, bij een licht contact op de molaren en premolaren.

Hanel occlusie folie 2 zijdig 12 µ

Occlusie folie in houder

Het op deze wijze verkrijgen van een goede maximale occlusie geldt ook voor mensen met een volledige prothese, de prothese zal bij iedere slikbeweging op de juiste plaats worden gepositioneerd in plaats van worden bewogen door de premature contacten.
Er is een kinesiologische test die gedaan kan worden met de patiënt in de stoel liggend.2

1

2

3

4

Foto 1. Kinesiologische test met mond open, patiënt drukt zo stevig mogelijk tegen de hand van de behandelaar.
Foto 2. Kinesiologische test met kiezen op elkaar, patiënt drukt wederom zo stevig mogelijk tegen de hand, bij een maximale occlusie niet in NP is de druk minder.
Foto 3.  Na inslijpen van alle premature contacten tot contacten op alle premolaren en molaren en een vrij liggend front wederom de test, eerst mond open en drukken tegen de hand.
Foto 4. Nu met een maximale occlusie stevig bijten en wederom drukken tegen de hand, bij een goede NP is de druk gelijk aan drukken met de mond open.

Vraag de patiënt de rechter of linker arm omhoog te doen en laat dan tijdens het tegenhouden van de arm bij de pols de patiënt zo stevig mogelijk de arm naar achteren te drukken met de mond open. Herhaal deze test met de kiezen op elkaar, als de tegendruk lager is, dan is de maximale occlusie niet in de NP. Dat betekent dat bij maximale occlusie de kaakgewrichten niet in hun rustpositie zitten en de onderkaak dus een fractie is gedraaid.
Na het inslijpen dezelfde test nog een keer doen, dan zal de kracht gelijk zijn bij het open hebben van de mond en bij de maximale occlusie.

Een andere test is het draaien van het hoofd. Vraag de patiënt zijn hoofd zover mogelijk naar links en naar rechts te draaien, zonder de schouders te bewegen. Dat kan ook in een liggende positie, kijk goed naar de grootte van de draai en merk de verschillen tussen links en rechts op. Vraag de patiënt ook of die de verschillen kan opmerken. Vaak melden de patiënten zelf al een verschil in de draai of melden klachten in de nek of rug. Doe dezelfde test aan het einde van de hele inslijpbehandeling en merk op dat de kant(en) waar de draai beperkt was nu meer ruimte heeft (hebben).

Optimalisatie van de beet met de T- Scan®

T-Scan® apparaat, handle en software

Na deze positionering van de maximale occlusie in NP moet er verder gewerkt worden met de T-Scan® om een echte stabiele occlusie en articulatie te krijgen.3 Door het gebruik van de T-Scan® is het mogelijk om de individuele belasting per element goed waar te nemen en te corrigeren.
In eerste instantie wordt de maximale occlusie gecorrigeerd. Met de T-Scan® registratie in de juiste gevoeligheid komen te pieken goed zichtbaar naar voren. Het instellen van de gevoeligheid doe je door de patiënt stevig dicht te laten bijten op de folie, dan moeten er enkele roze pieken zichtbaar zijn, niet heel veel, dan kan er geen onderscheidt meer worden gemaakt. Tijdens de behandeling kan de gevoeligheid worden veranderd om de hoge occlusiepunten te kunnen blijven waarnemen. De T-Scan® registreert waar, wanneer en hoe groot de belasting is van de elementen tegen elkaar. Bij een goede instelling van de gevoeligheid komen er een aantal roze pieken omhoog, die moeten als eerste worden gecorrigeerd. Belangrijk is om de inslijptechniek volgens L.V. Arnold te gebruiken uit 1963 4 die deze techniek overgenomen heeft van Schuyler uit 1935. De buccale knobbels van de onder premolaren en molaren dragen de occlusie en de palatinale knobbels van de boven premolaren en molaren. Slijp de knobbels in en niet de fossae, want dan wordt de articulatie alleen maar slechter.

Contact in de fossae, daar niet inslijpen omdat de schade door de articulatie alleen groter wordt. Er zit al een barstje in de 37 en mesiaal cariës, wat vaak voorkomt bij te zwaar belaste elementen. De vloeistofstroom in het element is groter dus bij een mineraal tekort de afvoer van mineralen groter.

Bij de articulatie wordt als belangrijkste regel het B.U.L.L. ( Buccal Upper, Lingual Lower) principe toegepast. Door het toepassen van deze regel wordt een goede articulatie bewerkstelligd en blijft de occlusie stabiel.
Het doel van het inslijpen is een goed verdeelde occlusie over de premolaren en de molaren, waarbij opgemerkt moet worden dat het belangrijk is de tijdlijn van de toename van de kracht op de elementen te volgen. De patiënt bijt in één keer stevig dicht op de registratie folie en ongeveer een seconde daarna nog een keer. De kracht zal aan het einde van de beet groter zijn op de molaren omdat de aanhechting van de musculatuur daar het dichtst bij zit en kunnen daar dan roze punten ontstaan.

T_Scan® registratie waarbij duidelijk is dat de belasting op de achterste molaren te hoog is. Rode en paarse balken

Als er aan het begin van de beet roze punten zijn, ook op de molaren, dan zijn deze te hoog en dienen te worden gecorrigeerd. Door twee keer achter elkaar te bijten, kun je zien dat er een musculaire interventie is om bij de tweede beet overbelasting te voorkomen en registratie verschilt van de eerste, vaak is de beetkracht ook lager. Ik benadruk dit gegeven omdat het een aanwijzing is dat de occlusie nog niet stabiel is. De hoge punten uit de eerste beet zijn dus de correctiepunten en niet die uit de tweede beet.
De correcties worden zeer summier gedaan, je moet je bedenken dat we hier te maken hebben met twee zeer harde vlakken die tegen elkaar aankomen, ondersteund door grote krachten vanuit de spieren. Dat de elementen niet keihard op elkaar komen is te danken aan het parodontale ligament. Tik maar eens met de achterkant van een spiegeltje op een glasplaat, dat is keihard. Toch voelt het op elkaar komen van de elementen niet hard, terwijl glazuur harder is dan glas of metaal. Tik op dezelfde manier op de glasplaat met een servet ertussen. Dat voelt niet meer hard. Daarom voelen we de hardheid van de elementen niet terwijl het toch zo keihard is. Maar de sensoren in het ligament registreren deze belasting wel en daarop wordt gereageerd met een neuromusculaire interventie. Een kleine correctie kan al een grote verandering geven, door de hardheid waar we mee te maken hebben.

De meeste gegoten, gebakken of geperste restauraties zijn veel te hard, slijten niet gelijkmatig mee met het glazuur en het dentine en geven verstoringen van de beet.

Na de T-Scan® registratie bijt de patiënt dicht op een dun articulatie folie en zijn de punten zichtbaar op de kauwvlakken, het vereist enige oefening om de punten die op de T-Scan® registratie zichtbaar zijn te kunnen matchen met de afdrukken van de folie, maar oefening baart kunst. Denk erom dat je toewerkt naar een vlakke articulatie en bij het inslijpen onregelmatige puntjes verwijdert. Het kan zijn dat op een helling van een knobbel één hoog punt zit, dat wordt gecorrigeerd en bij de volgende registratie op dezelfde helling – maar nu op een net ernaast zittend punt – het volgende hoge punt. Met de T-Scan® kan je oneindig veel registraties maken die kunnen worden bewaard, dus wees niet zuinig met controleren wat je doet. Soms wordt de registratiefolie van de T-Scan® beschadigd door het harde bijten en blijft er een contactpunt hangen (al blauw voordat een registratie wordt gedaan). Neem dan een nieuwe folie en ga niet door met de beschadigde folie, dat geeft verkeerde metingen.

Als links en rechts een evenwichtige registratie is ontstaan met mogelijk aan het einde van de beet iets hogere punten ter plaatse van de molaren dan is het occlusiegedeelte klaar.

Ga niet proberen de hoge belasting bij de maximale beetkracht op de molaren te corrigeren, de molaren dienen ter bescherming van de gewrichten, zie het gewricht als de laatste molaar. Het te veel inslijpen van de laatste 2 molaren kan leiden tot overbelasting van het gewricht in verticale richting.

T_Scan® registratie na occlusale correctie, evenwichtige verdeling van de krachten op de molaren en premolaren. Nauwelijks front contact

Articulatie inslijpen

Dan gaan we verder met de articulatie. Een goede articulatie vindt plaats over de hoektanden en eventueel licht over de premolaren, zeker niet over de molaren en beslist zonder balanscontacten. De balanscontacten zijn de voornaamste oorzaak van knappende kaakgewrichten en vreemde bewegingen bij openen en sluiten. Je zult merken dat als deze zijn gecorrigeerd vaak tijdens te behandeling het knappen van de gewrichten is verminderd of zelfs verdwenen. Mocht dit niet het geval zijn, en de beet toch in orde is, geef de patiënt dan nog instructies hoe de mond te openen en te sluiten, er kan een vreemde gewoonte ingeslopen zijn en die kan met oefenen eruit worden getraind.

Bij het registeren van de articulatie met de T-Scan® laat je de patiënt eerst dichtbijten op de folie en daarna met behoud van contact naar rechts schuiven, dan weer dichtbijten en naar links schuiven. Zo heb je in een registratie beide bewegingen en is meteen goed te zien over welke elementen de articulatie gaat. Corrigeer met behulp van de BULL-regel de storende punten.

De BULL-regel houdt in dat aan de werkende zijde in de bovenkaak de buccale knobbels worden gecorrigeerd en in de onderkaak de linguale knobbels. Bij articulatie aan de werkende zijde beginnen met de storende knobbels in de onderkaak aan de linguale zijde. Vaak vinden daar als eerste de problemen met afbrekende knobbels plaats, bij natuurlijke elementen of restauraties. Daarna volgt de correctie van de buccale knobbels van de molaren en eventueel premolaren. In sommige gevallen is geen hoektand geleiding mogelijk, omdat de positionering van de hoektanden dat niet toelaten. Een kleine correctie met composiet kan daar verbetering in brengen. Als dat niet mogelijk is, blijft niets anders over dan articulatie over de premolaren.

Na de correctie aan de actieve zijde komt de correctie aan de balanszijde. Dit vraagt wat oriëntatie van de tandarts over waar afgeslepen moet worden. Altijd afslijpen van de helling van de knobbels en niet van de occlusiepunten. In de onderkaak is aan de balanszijde de linguale helling van de buccale knobbel de storende helling. In de bovenkaak is altijd de buccale helling van de palatinale knobbel de storende factor. Een hulp daarbij is het vasthouden van de articulatie folie als de patiënt de articulatie beweging maakt, als de folie tijdens de beweging blijft vastzitten dan is er een balanscontact. De T-Scan® laat ook heel duidelijk de balans contacten zien en contacten aan de actieve zijde. De balanscontacten zijn zichtbaar in het eerste deel van de articulatie, bij een articulatie naar links (groen) zitten de balanscontacten in het eerste gedeelte van de rode lijn en de actieve contacten op de groene lijn.

T_Scan® registratie bij articulatie, gelijkmatige belasting aan de actieve zijde, een balanscontact aan de balanszijde, groene kolom. Zichtbaar in de horizontale grafiek ter hoogte van de grijze balk, waar die de groene en rode lijn kruist

De articulatie problemen doen zich bijna altijd voor in de eerste 2 mm van de beweging. Met name als patiënten ouder worden is dat het geval. De Bennethoek neemt toe met de jaren en kan zelfs een schuifbeweging worden met een lang contactvlak van 1-2 mm56, ook wel side shift genoemd. Het daarom veel lastiger om bij oude patiënten een goede articulatie te verkrijgen, de elementen zijn vaak veel vlakker en vragen meer correcties om ze vloeiend langs elkaar te laten glijden. Een hoektandgeleiding is niet meer haalbaar, maar wel een gelijkmatige geleiding over alle elementen.

Stand verandering van elementen na inslijpen

Na het inslijpen voor de eerste keer kun je verwachten dat er verandering plaatsvindt aan de stand van de elementen die te zwaar belast waren. In de socket vinden veranderingen plaats die de elementen in een comfortabelere positie brengen. Deze veranderingen vragen om een nieuwe correctie enige weken na de eerste correctie.

T_Scan® registratie, bij maximale occlusie na correctie van de articulatie, verandert de 46 van positie in de tandkas, een bijzonder interessant fenomeen wat optreedt na occlusale correctie. Prof L.V. Arnold spreekt daar al over in 1963, vanwege dit fenomeen is het nodig dat patiënten terugkomen na een occlusale correctie om de aanpassingen nogmaals te controleren en te corrigeren. In dit geval kan het meteen gedaan worden

T_Scan® registratie, na de correctie van het van stand veranderde element. Hierna controleer ik nogmaals de articulatie en laat de patiënt een maand later terugkomen voor controle van de beetT_Scan® registratie, na de correctie van het van stand veranderde element. Hierna controleer ik nogmaals de articulatie en laat de patiënt een maand later terugkomen voor controle van de beet

Inslijpen bij ouderen

Soms is met twee behandelingen een stabiel resultaat bereikt, de elementen verplaatsen zich niet meer. Vooral bij oudere patiënten (boven de 50 jaar) zijn meerdere correcties nodig. Juist bij ouderen vraagt het inslijpen daarom extra veel aandacht: de elementen passen veel beter in elkaar en kleine verstoringen hebben al een groot effect. Test vooral eerst de NP in maximale occlusie, dat kan met de kinesiologische test. Als die in orde is kan meteen met de T-Scan® worden gewerkt. Zo niet, dan eerst weer voor een goede maximale occlusie in NP zorgen en dan pas verder met de T-Scan®.

Er is een groot verschil met inslijpen bij het toenemen van de leeftijd. Tanden en kiezen horen te slijten, dat is een evolutionair gegeven. De gewrichten anticiperen daar ook op, de condylusbaan wordt vlakker en de Bennethoek wordt groter en er kan zelfs een side shift ontstaan.7 8 Ook gaat de hoektandgeleiding langzaam over in een groepsgeleiding en kunnen zelfs op hogere leeftijd balanscontacten functioneel worden. Aangezien het slijtage patroon voor iedereen verschilt, is de behandeling sterk afhankelijk van de situatie bij iedere patiënt. Bij deze veranderingen moet er nog steeds wel sprake zijn van een gelijke verdeling en een niet storende articulatie. De T-Scan® neemt dit buitengewoon goed waar en gebruik dat dus ook voor de correctie.

Door veel in te slijpen bij veel mensen, jong en oud, ga je dat heel duidelijk zien. Het bijzondere is dat bij jonge patiënten die een orthodontische behandeling hebben gehad, de NP zelden in maximale occlusie is. Dit is ook een van de belangrijkste redenen dat elementen verplaatsen na de orthodontische behandelingen. De elementen verschuiven omdat er een voortdurende activiteit van de spieren is om de articulatie te corrigeren, dit gaat 24/7 door. Iedere slikbeweging (één keer per 60-80 seconden) vindt er occlusaal contact plaats( gemiddeld 900-1200 keer per 24 uur)9 en is de reactie van de elementen merkbaar: verplaatsen of afslijten. Een spalk zou dus niet nodig zijn als de occlusie en articulatie in orde zijn. Mijn advies is om drie maanden na de beëindiging van de orthodontische behandeling de occlusie en articulatie te behandelen, voor jonge patiënten volstaan vaak twee behandelingen met een tussenpoos van zes weken.

Klachten bij een incorrecte occlusie en articulatie
De vele klachten, zoals die onder andere in het syndroom van Costen worden beschreven, komen voort uit deze malocclusie en malarticulatie en kunnen relatief eenvoudig – als men deze procedure van inslijpen onder de knie heeft – worden verholpen.

Syndroom van Costen10

  • gehoorstoornissen;
  • verstopt gevoel in de oren (vooral tijdens het eten);
  • tuitende oren in combinatie met een knappend gevoel tijdens het kauwen;
  • oorpijn;
  • duizeligheid;
  • pijn in het achterhoofd en achter de oren;
  • branderig gevoel in keel, tong en zijkant van de neus.

Naast dit syndroom zijn de andere klachten die kunnen worden voorkomen of verholpen worden met een T-Scan®

  • Kiespijn
  • Afgebroken tanden
  • Abrasie, abfractie (foto 12)11,12, 13
  • Gevoelige tanden (geen hard voedsel kunnen eten)
  • Vermoeide kauwspieren
  • Gespannen gevoel in het gezicht
  • Hoofdpijn
  • Rug/nek/schouder pijn
  • Zeer overgevoelig voor temperatuurverschillen (warm/koud gevoelig)
  • Aangezichtspijn
  • En veel andere chronische klachten

Reden temeer om je te verdiepen in bovenstaande problematiek en de therapie door zorgvuldig te leren inslijpen en het gebruik van de T-scan®.

Door:
Hans Beekmans, tandarts en auteur van de boeken:
Esthetische tandheelkunde, met casuïstiek en tips

Het brilliant verborgen geheim van een gezond gebit – hierin wordt alles over pijler 1 -Voeding – gegeven: de mineralen, vitamines en de mitochondriën. Hans Beekmans

  1. Beekmans, H. De twee pijlers van de hele tandheelkunde – dentalinfo.nl (2023).
  2. Toegepaste kinesiologie. vol. 32 804790 (1964).
  3. Starrenburg, A. T Scan Benelux _ T Scan – een digitaal occlusie analyse systeem.
  4. L.V., A. Gecomprimeerd_NTvT_70_1963_495-505. Ntvt 70, 495–505 (1963).
  5. Nair, V., Nair, C., K, H. & Janardanan, K. BENNETT MOVEMENT -AN OVERVIEW. (2020). doi:10.13140/RG.2.2.24551.06562.
  6. Owen, C. P. An evidence-based guide to occlusion and articulation. South African Dental Journal vol. 77 430–434 (2022).
  7. Clinical relevance of Bennett_’s contribution – An overview – APRD.
  8. Age-related changes in the human mandibular condyle – Journal of Oral and Maxillofacial Surgery.
  9. The physiology of swallowing (1989) _ Wylie J.
  10. Costen’s Syndrome_ A Reinterpretation _ JAMA Otolaryngology–Head & Neck Surgery _ JAMA Network.
  11. Abfractie – Wikipedia.
  12. Goodacre, C. J., Eugene Roberts, W. & Munoz, C. A. Noncarious cervical lesions: Morphology and progression, prevalence, etiology, pathophysiology, and clinical guidelines for restoration. Journal of Prosthodontics vol. 32 e1–e18 (2023).
  13. Abfraction_ Etiopathogenesis, clinical aspect, and diagnostic-treatment modalities_ A review – PubMed.
Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Slechte mondgezondheid leidt tot verzwakking bij oudere mannen

Het verband tussen mondgezondheid en geestelijke gezondheid

Volgens een studie gepubliceerd in Plos One kan de voedingsstatus en daarmee ook het psychologische welzijn verbeteren door het in stand houden van een optimale mondgezondheid naarmate mensen ouder worden.

Vergrijzing neemt toe

Volgens de auteurs kan er een bidirectioneel verband bestaan tussen de mondgezondheid en de sociale omgeving van een individu. Wereldwijd neemt de vergrijzing van de wereldbevolking toe. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zal de bevolking van 80 jaar en ouder tussen 2020 en 2050 verdrievoudigen tot 426 miljoen. Omdat de vergrijzing toe neemt moet de gezondheidszorg zich voorbereiden op de behoeften die de bevolking hebben.

Onderzoek

Onderzoekers hebben individuele- en omgevingsfactoren, de mondgezondheid en de voedingsstatus onderzocht bij 218 volwassenen van 60 jaar en ouder om het verband tussen de mondgezondheid en geestelijke gezondheid bij ouderen te begrijpen.
Het welzijn werd beoordeeld met behulp van de WHO Five Well-Being index, sociale netwerken, mobiliteit, rookgeschiedenis, drinkgeschiedenis en medische geschiedenis. De voedingsstatus werd beoordeld aan de hand van een nutritionele beoordeling en de mondgezondheid werd beoordeeld op basis van aantal functionele tanden, bacteriën in de tongcoatig, orale vochtigheid, tongdruk, occlusale kracht, orale diadochokinese, kauwvermogen en slikfunctie.

Resultaten

Er is een significant verband gevonden tussen de orale conditie en de voedingswaardebeoordelingsscores. Daarnaast lieten omgevingskenmerken significante associaties zien met de mondgezondheid, voedingsbeoordeling en welzijn.

Conclusie

Het onderzoek suggereert een associatie tussen de mondgezondheid, voedingsstatus en welzijn onder oudere volwassenen. Echter kende het onderzoek ook een aantal beperkingen omdat er geen causaal verband tussen elke factor kon worden vastgesteld.

Bron:
Plos One

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
diabetespatiënten

Nivel onderzoek: Bijna 1,2 miljoen mensen met diabetes in Nederland

In 2022 waren er in de Nederlandse huisartsenpraktijken bijna 1,2 miljoen mensen bekend met diabetes, waarvan 108.100 met diabetes type 1 en 1.064.800 met diabetes type 2. Het aantal mensen met diabetes type 2 is langzaam gestegen in de periode 2011 – 2022. Dit blijkt uit onderzoek van Nivel.

Mensen met diabetes ook vaak andere aandoeningen, zoals beschadigingen aan het netvlies in het oog.

Diabetes

Bij diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer regelen. Dat gebeurt bij gezonde mensen heel precies met het hormoon insuline. Diabetes type 1 en diabetes type 2 hebben allebei te maken met insuline en bloedsuiker, maar zijn heel verschillend. Mensen met diabetes type 1 maken zelf te weinig insuline aan doordat het afweersysteem de cellen die insuline aanmaken afbreekt. Bij diabetes type 2 is het lichaam minder gevoelig geworden voor insuline en kan er te weinig insuline aangemaakt worden.

Toename van aantal mensen met diabetes type 2

Van 2011 tot 2022 is er een lichte stijging te zien in het aantal mensen met diabetes type 2. Volgens het Nivel komt dit waarschijnlijk door de toenemende vergrijzing. Het aantal mensen met diabetes type 1 is over deze periode nagenoeg gelijk gebleven.
De gemiddelde leeftijd waarop mensen de diagnose diabetes krijgen is sinds 2011 licht gedaald, maar lijkt zich nu te stabiliseren. Voor diabetes type 1 wordt de diagnose op een gemiddelde leeftijd van 32 jaar gesteld en voor type 2 op 60 jaar.

Mensen met diabetes hebben vaker beschadigingen aan de ogen

Mensen met diabetes 1 hebben vaker oogaandoeningen en aandoeningen van de urinewegen dan bij de algemene bevolking. Mensen met diabetes 2 komen vooral stofwisselingsziekten, aandoeningen van het bloed en de urinewegen en hart- en vaatziekten vaker voor dan bij de algemene bevolking.

Bron:
Nivel onderzoek, in opdracht van het Diabetes Fonds.

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Marja laine

dr. Marja Laine over speekselproblemen: ‘Het is belangrijk om aandacht te geven aan het probleem binnen de praktijk’

Door de vergrijzing van de patiëntenpopulatie doen speekselproblemen zich in toenemende mate voor. In een interview met prof. Marja Laine, specialist op het gebied van ademgeur en mondvloeistoffen, vertelt zij over de prevalentie, oorzaak en de rol die een tandarts kan spelen bij de diagnose en behandeling ervan.

Marja Laine is ruim 30 jaar geleden uit Finland naar Nederland gekomen. Na het werk als algemeen tandarts in een praktijk zette ze haar werk voort bij het ACTA. Ze houdt daar Halitose en Speekselspreekuur, verricht onderzoek en geeft onderwijs bij de sectie Parodontologie en is hoogleraar Orale Diagnostiek op het gebied van ademgeur en mondvloeistoffen. Ze vertelt over haar veelzijdige functie en met name haar werk als droge mond deskundige.

Welke speekselproblemen doen zich veelal voor en wat is daarvan de oorzaak?

Ongeveer 20% van de bevolking heeft te maken met een droge mond. Het probleem van een droge mond neemt steeds grotere vormen aan en dat heeft zijn oorsprong in de vergrijzende bevolking. Deze bevolkingsgroep kampt met gezondheidsproblematiek in vele vormen. Zo kan het slikken van medicatie en auto-immuunziektes zoals het syndroom van Sjögren invloed hebben op de werking van de speekselklieren. Eén van de symptomen van het syndroom van Sjögren is het hebben van een droge mond. Tenslotte kan bestraling van het hoofd- en halsgebied een droge mond tot gevolg hebben. Er zijn andere oorzaken te noemen voor droge mond die samenhangen met (ongezond) gedrag zoals het gebruik van drugs of alcohol.

Hoe kan het probleem van een droge mond behandeld worden?

Voordat men over kan gaan tot behandeling is het belangrijk om een goede diagnose te stellen; is er sprake van te weinig speeksel (hyposialie) of gevoel van droge mond (xerostomie) en wat daarvan de oorzaak is. Als sprake is van hyposialie in rust is het belangrijk om na te gaan of de speekselsecretie gestimuleerd kan worden. Indien de oorzaak bijvoorbeeld medicijngebruik is kan het gebruik van vervangende medicatie, innametijdstip of een andere dosering een oplossing zijn. Indien dit de oorzaak is, is het belangrijk dat overlegd wordt met de behandelend arts.

Kun je wat meer vertellen over de verzamelnaam ‘mondvloeistoffen’?

Er zijn verschillende soorten speekselklieren in de mond die verschillende soorten speeksel aanmaken. De gingivale creviculaire vloeistof draagt ook bij aan de totale speeksel ofwel mondvloeistof. De hoeveelheid en samenstelling van speeksel is afhankelijk van bijvoorbeeld het tijdstip op de dag of de stimulatie van de zintuigen. Zo kan de geur van vers brood letterlijk zorgen voor meer speeksel, daar komt de welbekende uitspraak vandaan ‘het water loopt me in de mond’.

Je doet veel onderzoek naar speeksel, maar wat is daarvan de waarde?

Speeksel is ook een lichaamsvloeistof dat een goed beeld geeft van de algehele lichamelijke gezondheid van een mens. In speeksel kunnen honderden verschillende moleculen vastgesteld worden bijvoorbeeld om zo de gezondheid vast te stellen en eventuele ziektes op te sporen.

Waardoor wordt het drogemondgevoel bepaald of beïnvloed?

Het droge mondgevoel wordt zoals eerder beschreven beïnvloed door het gebruik van medicatie maar ook bv. het eten en drinken. In dit kader zou het goed zijn om de patiënt een droge mond vragenlijst te laten invullen om daarvan een goed beeld te krijgen en daarmee een beter advies te kunnen geven. Het gaat hier om de zogenaamde Xerostomie Inventory  (XI) vragenlijst die beschikbaar is voor mondzorgprofessionals. Er is daarover tevens een artikel gepubliceerd in het NTVT, ‘Speekselonderzoek in de dagelijkse praktijk’, waarin is belicht wat de oorzaken zijn van hyposialie en xerostomie en wanneer speekselonderzoek nodig is  Speekselonderzoek in de dagelijkse praktijk – NTVT   (betaald).

Wat zou een tandarts kunnen adviseren aan een patiënt als deze last heeft van een droge mond?

Ten eerste is het van belang om een goede diagnose te stellen of er sprake is van xerostomie, en/of hyposialie en of speekselsecretie te stimuleren is. Een belangrijke factor voor mondgezondheid van hyposialie-patiënten is ook de frequentie van en het soort eten en drinken. Voor een goede speekselsecretie moet een patiënt voldoende drinken en goed kauwen tijdens het eten is ook belangrijk, dan wordt er speeksel aangemaakt.

Zijn er middelen op de markt om het probleem te verminderen?

Er zijn producten voor droge mond zoals mondspoelmiddelen of gels en suikervrije kauwgom. Deze kan de patiënt zelf kopen bij meerdere verkooppunten en uiteraard heeft ook de mondzorgprofessional vele kanalen om de producten te verkrijgen en kan advies geven over het gebruik ervan.

Het belangrijkste is om aandacht te geven aan het probleem binnen de praktijk. Als dat door middel van een droge mondvragenlijst gebeurt is dat de vorm waarmee de eerste stappen gezet kunnen worden om het probleem van droge mond zichtbaar te maken. Zo kan het speekselonderzoek, geven van advies, preventieve maatregelen of eventueel een doorverwijzing beter, sneller en efficiënter plaatsvinden.

 

Marja Laine is hoogleraar bij de sectie Parodontologie van ACTA. Na haar afstuderen als tandarts aan de Universiteit van Helsinki, Finland en een periode in de algemene praktijk promoveerde zij bij de sectie Orale Microbiologie, ACTA. Zij verzorgt voor het Halitose- en Speekselspreekuur bij de sectie Parodontologie. Haar onderzoek richt zich op de diagnostiek, biologie en behandelingen van halitose en speekselproblemen en hun relatie met parodontitis, en multifactoriële etiologie van parodontitis.

Interview door Petra van der Zwan, Gezond & Inzetbaar –  auteur | leefstijlinterventies | gezondheidsonderzoeker

 

 

 

 

 

Lees meer over: Interview, Medisch | Tandheelkundig, Opinie, Thema A-Z
Casus: Medicijn tegen hoge bloeddruk veroorzaakt gingiva hyperplasie bij 52-jarige man

Onderzoek: relatie cardiovasculaire risicofactoren (CRFs) van moeders en de micro-organismen in de mond van moeder en kind

Maria Azevedo onderzocht de relatie tussen de cardiovasculaire risicofactoren (CRFs) van moeders en de micro-organismen in de mond van moeder en kind.

Het cardiovasculair systeem zorgt voor het transport van zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen via het bloed door het hele lichaam. Het hart en de bloedsomloop vormen dit systeem.

Meer ontstekingen in mond bij hoge bloeddruk

Azevedo ontdekte dat vrouwen met een hoge bloeddruk meer ontstekingen in hun mond hadden. Dit werd gelinkt aan een disbalans in de microbiota – een verzameling bacteriën en schimmels – van de mond. Ook vond ze een verband tussen sommige bacteriën en andere CRFs.

Het onderzoek vond geen verband tussen de micro-organismen in de mond van kinderen tot 6 maanden oud en de CRFs van de moeder. De gezondheid van het kind, omgeving, biologie en gedrag hadden wel invloed op de microbiota in de mond van deze kinderen.

Meer informatie vind je in haar proefschrift:
‘Studies on the association between maternal cardiometabolic health and the oral microbiota of mother-child pairs’

Bron:
ACTA

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Stress

Na een traumagerichte behandeling bij mensen met PTSS en chronische pijnlijke TMD nemen pijnlijke TMD, waakbruxisme en slaapbruxisme af

Volgens een recent onderzoek door Wendy Knibbe, Ad de Jongh, Kübra Acar-Ceylan, Zahra Al Hamami, Corine M. Visscher en Frank Lobbezoo kan een traumagerichte behandeling voor PTSS positieve effecten hebben op chronische pijnlijke TMD, waak- en slaapbruxisme.

Posttraumatische stressstoornis

Na confrontatie met één of meer ernstige bedreigende gebeurtenissen kunnen personen een psychische aandoening ontwikkelen die posttraumatische stressstoornis (PTSS) wordt genoemd. Symptomen van PTSS omvatten: zich opdringende verontrustende herinneringen of nachtmerries; het vermijden van alles was verband kan houden met de traumatische gebeurtenis; negatieve veranderingen in cognities en stemming; en veranderingen in arousal en reactiviteit. PTSS gaat relatief vaak samen met chronische pijn, waaronder chronische pijnlijke temporomandibulaire disfunctie (TMD).

Pijnlijke TMD en bruxisme

TMD is een verzamelnaam voor aandoeningen die de kaakgewrichten, kauwspieren en bijbehorende weefsels betreffen. TMD hoeft niet gepaard te gaan met pijn, maar pijn is wel het meest voorkomende symptoom. Naast tandheelkundige pijn is TMD-pijn één van de belangrijkste oorzaken van pijn in het orofaciale gebied. Net als pijnlijke TMD komt ook bruxisme vrij veel voor. TMD en bruxisme zijn tot op zekere hoogte aan elkaar gerelateerd. Er zijn twee vormen van bruxisme: waak- en slaapbruxisme. Waakbruxisme vindt plaats als de persoon wakker is, terwijl de kauwspieractiviteit bij slaapbruxisme gedurende de slaap aanwezig is. Zowel waak- als slaapbruxisme worden niet gezien als stoornis bij anderszins gezonde personen. De achtergrond van zowel pijnlijke TMD als van waak- en slaapbruxisme is multifactorieel, met een belangrijke rol voor psychosociale factoren. PTSS is één van die psychosociale factoren die een rol lijken te spelen in de etiologie van pijnlijke TMD, waak- en slaapbruxisme. Hoewel ze dus relatief vaak samen voorkomen met PTSS, was niet eerder onderzocht wat dat betekent voor de behandeling van TMD, waak- en slaapbruxisme.

Onderzoek

In dit onderzoek was de hypothese dat chronische pijnlijke TMD, pijnintensiteit, waak- en slaapbruxisme zouden afnemen na een op het trauma gerichte behandeling en dat deze afname zou aanhouden zes maanden na de behandeling. Er werd onderzoek gedaan onder een steekproef van personen met ernstige PTSS die waren verwezen voor traumagerichte behandeling bij een gespecialiseerd behandelcentrum voor psychotrauma. Naast de gebruikelijke diagnostische instrumenten voor PTSS vulden de deelnemers korte vragenlijsten in over chronische pijnlijke TMD, pijnintensiteit, waak- en slaapbruxisme. De metingen vonden plaats voor de behandeling, een week na de behandeling en zes maanden na de behandeling.

De behandeling

De behandeling was een 4-8 dagen durende korte, intensieve, traumagerichte behandeling voor PTSS en bestond uit dagelijkse sessies van exposure therapie en eye movement desensitization and reprocessing (EMDR)-therapie. Bij exposure therapie worden de herinneringen aan traumatische ervaringen verwerkt door tot in detail de confrontatie aan te gaan met de traumatische herinnering(en), waardoor de angst voor deze herinnering afneemt. Bij EMDR-therapie vermindert de lading op nare herinneringsbeelden door het meest beladen herinneringsbeeld in gedachten te nemen en tegelijkertijd de aandacht te richten op het uitvoeren van een werkgeheugen-belastende taak, zoals het met de ogen volgen van de hand van de therapeut die vlak voor het gezicht heen en weer beweegt. Naast deze combinatie van evidence-based traumagerichte therapieën maakten lichaamsbeweging en voorlichting over PTSS deel uit van het behandelprogramma. Een reeks studies heeft aangetoond dat dit kortdurende intensieve behandelprogramma een effectieve behandeling voor PTSS is.

Resultaten

Er waren 98 deelnemers die naast PTSS ook chronische pijnlijke TMD rapporteerden (82 vrouwen van gemiddeld 38 jaar oud en 16 mannen van gemiddeld 45 jaar oud). In deze groep namen chronische pijnlijke TMD, pijnintensiteit, waak- en slaapbruxisme significant af na behandeling. Zes maanden na afloop van de behandeling was er op groepsniveau nog steeds sprake van een significante afname van chronische pijnlijke TMD, waak- en slaapbruxisme ten opzichte van voor de behandeling.

Conclusie

Deze studie is de eerste die er op wijst dat een traumagerichte behandeling voor PTSS kan bijdragen aan de vermindering van chronische pijnlijke TMD, waak- en slaapbruxisme bij patiënten met PTSS en chronische pijnlijke TMD. Deze resultaten wijzen er op dat een traumasensitieve benadering van patiënten die behandeling zoeken voor chronische pijnlijke TMD mogelijk verstandig is en dat het verwijzen van patiënten met comorbide PTSS voor traumagerichte behandeling een waardevolle aanvulling zou kunnen zijn in het behandelplan.

The effects of trauma‐focused treatment on painful temporomandibular disorders, awake bruxism and sleep bruxism in patients with severe post‐traumatic stress disorder – Knibbe – Journal of Oral Rehabilitation – Wiley Online Library

𝐄𝐌𝐃𝐑 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐞𝐡𝐚𝐧𝐝𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐤𝐚𝐚𝐤𝐤𝐥𝐚𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 𝐛𝐢𝐣 𝐩𝐚𝐭𝐢ë𝐧𝐭𝐞𝐧 𝐦𝐞𝐭 𝐞𝐧 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐏𝐓𝐒𝐒

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Verband tussen occlusiefunctie en bloedsuikerspiegel van patiënten met diabetes type 2

Verband tussen occlusiefunctie en bloedsuikerspiegel van patiënten met diabetes type 2

Een studie gepubliceerd in PLOS ONE presenteert een manier om de bloedsuikerspiegel van patiënten met type 2-diabetes te verbeteren. Uit het onderzoek bleek dat patiënten met diabetes type 2 met een goede occlusiefunctie en voldoende tanden een significant lagere bloedsuikerspiegel hebben.

Onderzoek

In het onderzoek werd gekeken naar 94 patiënten met diabetes type 2. Er werd vastgesteld dat patiënten met een goed kauwvermogen significant lagere bloedsuikerspiegels hadden dan patiënten met een verminderd kauwvermogen.

Kauwproces

Het kauwproces is niet alleen mechanisch belangrijk maar kan ook zorgen voor insulinesecretie. Hierdoor wordt een gevoel van verzadiging gecreëerd, wordt overeten beperkt en vermindert het risico op obesitas. Door het plaatsen van implantaten om het kauwvermogen te verminderen kan de bloedsuikerspiegel enorm worden verbeterd.

Diabetes

Een half miljard mensen wereldwijd hadden diabetes in 2019. Van deze half miljard mensen heeft ten minste 90% diabetes type 2. Een stijging van de bloedsuikerspiegel is ook gelinkt aan het risico op cardiovasculaire of ischemische hartziekten.

Conclusie

Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de kauwfunctie en het verband met de bloedsuikerspiegel. Hierbij ligt de focus op het ontdekken van innovatieve manieren om te zorgen dat tandheelkundige gezondheid kan bijdragen aan een juiste bloedsuikerspiegel en controle van diabetes type 2.

Bron:
PLOS ONE

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Verband tussen mondgezondheid en gezondheidszorg aan patiënten met ziekte van Sjögren

Verband tussen mondgezondheid en gezondheidszorg aan patiënten met ziekte van Sjögren

Door het koppelen van elektronische medische en tandheelkundige dossiers wordt geprobeerd betere zorg te leveren aan patiënten met de ziekte van Sjögren volgens onderzoekers van het Regenstrief institute en de Indiana University School of Dentistry.

Ziekte van Sjögren

De ziekte van Sjögren is een chronische auto-immuunziekte en kan het hele lichaam aantasten, waaronder ook de tanden. De behandeling van de ziekte werd bemoeilijkt voor tandartsen van de patiënten door hun artsen omdat tandheelkundige en medische dossiers werden gescheiden. Tandartsen hadden hierdoor weinig informatie over de diagnose van Sjögren.

Koppelen van medische en tandheelkundige dossiers

Door het koppelen van elektronische medische dossiers van patiënten met de ziekte van Sjögren aan hun elektronische tandheelkundige dossiers kwam het onderzoeksteam erachter dat minder dan een derde van de artsen van patiënten waarbij de ziekte was vastgesteld, de tandarts op de hoogte had gebracht.

Mondgezondheid en ziekte van Sjögren

Er is een verband tussen de mondgezondheid en de ziekte van Sjögren. Patiënten met de ziekte van Sjögren zijn over het algemeen bewust van hun gezondheid maar kunnen wel hun tanden verliezen door de ziekte. Wanneer de tandarts niet op de hoogte is omdat er geen informatie is uit het elektronische medische dossier, kan de tandarts ook niet zorgen voor een behandeling om de tanden te behouden.

Conclusie

De resultaten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt om de ziekte van Sjögren in de loop van de tijd beter te kunnen begrijpen en kan zorgen voor een eerdere diagnose. Het onderzoeksteam hoopt dat dit onderzoek ook gebruikt kan worden bij de behandeling van andere systemische auto-immuunziekten.

Bron:
Plos One

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Gezichtspijn

Oorzaak gevoelloosheid lip-kinregio niet altijd goedaardig

Het Numb Chin Syndrome (NCS) wordt gekarakteriseerd door gevoelloosheid van de huid in de regio van de onderlip, kin en mucosa aan de binnenzijde van de lip. Er is sprake van sensorische neuropathie van de n. mentalis of n. alveolaris inferior. In de meeste gevallen overschrijdt deze gevoelloosheid de mediaanlijn niet (1).

Verstandskiezen
Neuropathie van de n. mentalis of n. alveolaris inferior kan verschillende oorzaken hebben. In de meeste gevallen is er sprake van een goedaardige dentale oorzaak. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan: odontogene abcessen, dentaal trauma, cysten en osteomyelitis (2).
Ook iatrogene oorzaken, zoals beschadigingen van de n.alveolaris inferior bij het trekken van verstandskiezen, kan de oorzaak zijn van een verdoofd gevoel.

HIV
Echter, als er geen lokale oorzaak te vinden is, is het belangrijk dat er aanvullend onderzoek wordt gedaan. Het is namelijk bekend dat ook systemische ziekten en maligniteiten de oorzaak kunnen zijn van een neuropathie van de n. mentalis of alveolaris inferior.
Bij systemische ziekten kan onder andere gedacht worden aan Multiple Sclerosis, HIV en Diabetes Mellitus (2).

Metastase
Indien een maligniteit de oorzaak is van een verdoofd gevoel in de kin-lipregio, dan is er meestal sprake van een metastase. 1% van de tumoren metasteert in het hoofdhalsgebied, waarbij de mandibula in de meeste gevallen is aangedaan.3
Bij volwassenen is deze metastase in 64% van de gevallen geassocieerd met borstkanker en in 14% van de gevallen met een lymfoom. Bij kinderen is er vaak sprake van acute leukemie (3).
Ook lokale tumoren komen voor. De gevoelloosheid kan veroorzaakt worden door compressie van de zenuw, door laesies aan de schedelbasis, door perineurale en neurale invasie of leptomeningeaal (2).

Symptomen
Bij het NCS horen verschillende symptomen. Deze symptomen zijn afhankelijk van de oorzaak. Het verdoofde gevoel is vaak unilateraal. Als er sprake is van een neoplasie dan komt het in 10% van de gevallen bilateraal voor. Er kan sprake zijn van pijn en zwelling. Ook kunnen de elementen percussiegevoelig of mobiel zijn (3).

Conclusie
Neuropathie van de n. mentalis of n. alveolaris inferior is vaak een symptoom dat wordt veroorzaakt door een goedaardige dentale aandoening. De tandarts of kaakchirurg moet echter ook bedacht zijn op de eventuele aanwezigheid van een systemische ziekte of maligne aandoening.
Bronnen:
1. Divya KS, Moran NA, Atkin PA. Numb chin syndrome: a case series an discussion. British Dental Journal. Volume 208 no.4 feb 27 2010.
2. Baskaran RK, Krishnamoorthy, Smith M. Numb Chin Syndrome a reflection of systemic malginancy. World Journal of Surgical Oncology 2006: 4: 52
3. Lata J Kumar P. Numb chin syndrome: A case report and review of the literature. Indian J Dent Res 2010;21:135-79

Lees meer over: Chirurgie, Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Vapen

Vragen over vapen?

Er zijn veel vragen over de gezondheidseffecten van vapes (elektronische sigaretten). In de factsheet over vapes van het Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging van het Trimbos-instituut kun je veel informatie hierover lezen.

Bekijk de factsheet 

Lees ook alle eerdere berichten over vapen op dentalinfo.nl

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
medicatie

Mogelijk verband tussen medicijngebruik bij ADHD-patiënten en benodigde restauratieve behandelingen

ADHD-patiënten die chronisch methylfenidaat (MF) gebruiken hebben mogelijk vaker restauratieve behandelingen nodig dan mensen die dit medicijn niet nemen. Volgens onderzoek in Special Care in Dentistry verhoogde elke genomen gram van het stimulerende middel de kans dat de persoon een herstellende behandeling nodig had.

ADHD-medicijn

Methylfenidaat is een effectief stimulerend medicijn voor de behandeling van aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis (ADHD). Het gebruik ervan komt veel voor bij tot wel 7,5% van de kinderen van 6 tot 18 jaar en bij tot wel 35% van de studenten. Gerapporteerde bijwerkingen zijn onder andere verminderde botdichtheid en een langzamere groei bij kinderen. Er is echter nog maar weinig onderzoek gedaan naar de rol van de medicatie in de mondgezondheid.

Lastig te onderzoeken

Het is lastig om het mogelijke verband tussen MF-gebruik en mondgezondheid te onderzoeken door de algemeen erkende nadelige effect van ADHD op de mongezondheid. Voorbeelden hiervan zijn een gebrek aan motivatie om mondhygiëne te behouden, vaker belonen van kinderen door hun ouders met cariogeen voedsel, en de medicatiegerelateerde xerostomie.

Cariës bij jongvolwassenen met ADHD

Onderzoekers van het Tel Aviv Sourasky Medical Center aangesloten bij Tel Aviv University hebben het effect en de dosis-respons van MF-gebruik op de ontwikkeling van cariës bij jonge volwassenen met ADHD beoordeeld. Ze analyseerden hiervoor gegevens van ruim 200.000 jongvolwassen militaire rekruten. Van die patiënten hadden 6.875 ADHD en een behandeling met methylfenidaat, 6.729 hadden onbehandelde ADHD en 200.000 hadden de aandoening niet.

De uitkomst was de behoefte aan restauratieve behandeling, die diende als een indicator van cariës: het hebben van ten minste één voorschrift voor een herstellende behandeling tijdens de onderzoeksperiode. De onderzoekers corrigeerden voor meerdere factoren waarvan bekend is dat ze het aantal herstellende behandelingen beïnvloeden.

Vaker zorg voor behandelde ADHD’ers

24% van degenen die voor ADHD werden behandeld hadden herstellende zorg nodig, vergeleken met 22% van de onbehandelde ADHD’ers en 17% van de controlegroep. Deze eerste groep had ook het hoogste gemiddelde aantal behandelingen per persoon met 0,88 ± 1,69. Dit aantal was 0,78 ± 1,54 bij de deelnemers met onbehandelde ADHD en 0,61 ± 1,72 bij de gezonde groep.

Methylfenidaat verhoogt kans op behandeling

Door middel van multivariate analyse kwamen de auteurs erachter dat de kans op ten minste één herstellende behandeling wordt verhoogd door het gebruiken van methylfenidaat met een odds-ratio van 1,006 voor elke extra gram MF. Dit vertaalt zich in een toename van het relatieve risico met 0,5% voor elke extra 1000 mg medicatie. In de studie werden de proefpersonen blootgesteld aan ongeveer 2300 mg in 3 maanden, maar sommige patiënten hebben tot 100 mg per dag nodig.

Belangrijke bevindingen

“Op basis van bovenstaande bevindingen concluderen we dat zowel ADHD als MF bijdragen aan de behoefte aan herstellende behandelingen. Andere belangrijke bevindingen zijn onder meer het verband tussen herstellende behandelingen en mannelijk geslacht, lagere sociaaleconomische status en opleidingsniveau, extreme BMI en immigratie van ouders uit ontwikkelingslanden”, schrijven de auteurs.

Incidentie mogelijk overschat

De beperkingen van de studie omvatten het retrospectieve ontwerp en de indirecte beoordeling van de cariëslast. Prospectieve onderzoeken gebruiken namelijk meestal standaardmetingen in plaats van het aantal voorgeschreven behandelingen. Uitkomstgegevens hadden waarschijnlijk de incidentie van cariës overschat, omdat de code voor “restauratieve behandelingen” ook herstel van mislukte vullingen omvatte, en niet alleen actieve cariëslaesies.

Verder onderzoek nodig

“Onze resultaten laten zien dat chronische MF-medicatie bij jongvolwassenen leidt tot een verhoogde behoefte aan restauratieve behandelingen en een significante impact op OH [mondgezondheid] impliceert. De pathofysiologie achter deze associatie blijft ongekarakteriseerd en vraagt om verder onderzoek”, concluderen de onderzoekers.

Bron:
Special Care in Dentistry 

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
vast, depressie, hersenen

Het verband tussen de mondgezondheid en mentale gezondheid

In een Amerikaans onderzoek van Delta Dental werden 1000 ouderen gevraagd naar hun mondgezondheid en indicaties van de mentale gezondheid. Mentale gezondheidsproblemen kunnen ervoor zorgen dat senioren hun mondgezondheid verwaarlozen. Een slechte mondgezondheid zorgt ervoor dat er psychische problemen ontstaan en dit kan leiden tot mondpijn, depressie, angst en een laag zelfbeeld.

Cijfers met betrekking tot depressie en mondgezondheid

80% van de mensen vindt dat glimlachen ervoor kan zorgen dat ze zich gelukkiger voelen en van deze mensen ervaart 78% vaak depressie of hopeloosheid.
Er is een verband tussen de mond en de geestelijke gezondheid. Depressie leidt vaak tot een slechte mondhygiëne en dit verergert de gevoelens van wanhoop.
Van de volwassenen van 50 jaar en ouder geeft 1 op de 3 toe dat ze poetsen en flossen waarschijnlijk verwaarlozen wanneer ze zich depressief voelen. En 35% van de volwassenen ouder dan 50 geeft aan dat tandpijn de gevoelens van depressie en hopeloosheid versterkt.
Verder is uit het onderzoek gekomen dat volwassenen met symptomen van angst en depressie de tandarts vaak overslaan. 60% geeft aan bang te zijn voor een negatief oordeel over hun gebit en dit zorgt ervoor dat mensen zich onzeker voelen.

Psychische problemen en mondgezondheid

Uit onderzoek is gebleken dat er een verband bestaat tussen psychische problemen en een slechte mondgezondheid. Resultaten laten zien dat het aanpakken van geestelijke gezondheid van cruciaal belang is omdat het impact heeft op de mond- en algehele gezondheid. Verder wordt het belang van het bezoek aan de tandarts benadrukt voor iedereen die mondgezondheidsproblemen of pijn heeft. Orale pijn kan namelijk een indicatie zijn dat er iets ernstiger aan de hand is.
Bijvoorbeeld een pijn die wordt veroorzaakt door een ontsteking van het tandvlees kan een verband hebben met diabetes, hartaandoeningen of een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer. Het is dus belangrijk om regelmatig een bezoek te brengen aan de tandarts om aandoeningen en ziekten onder controle te houden.

Bron:
Delta Dentists

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Mondpleister

Nieuwe zelfklevende pleister voor behandeling van mondziekten lichen planus en afteuze stomatitis

Er is onderzoek gedaan naar een nieuwe zelfklevende pleister voor de behandeling van Lichen planus en recidiverende afteuze stomatitis (RAS). De Dental Tough Adhesive (DenTAI) pleister bezit robuuste mechanische eigenschappen, is in staat tot sterke hechting en zorgt voor langdurige afgifte van clobetasol-17-propionaat.

Mondziekte OLP en RAS

In de mond kan orale lichen planus voorkomen, een ziekte gekenmerkt door witte vlekken aan de binnenkant van de mond. Residiverende afteuze stomatitis wordt gekenmerkt door mondzweren.

Onderzoek

Het onderzoek werd geleid door David T. Wu van de Harvard University School of Dental Medicine. De studie karakteriseerde ex vivo adhesie aan verschillende orale weefsels zoals de tong, lip, tandvlees en mondslijmvlies met behulp van mechanische tests. De cytotoxiciteit werd onderzocht met behulp van de WST-cellevensvatbaarheidstest op humane tandvleesepitheelcellen. De afgifte van clobetasol 17-propionaat werd beoordeeld met behulp van vloeistofchomatografie-massaspectrometrie (LC-MS).

Dental Tough Adhesive pleister

Van de nieuwe DenTAl pleister is vastgesteld dat het verbeterde fysische en adhesieve eigenschappen heeft in vergelijking met bestaande orale technologieën. De pleister heeft een adhesie van 2 tot 100 keer aan orale weefsels en een rekbaarheid van 2 tot 15 keer. Het clobetasol-17-propionaat dat in DenTal is verwerkt, werd gedurende weken op een aanpasbare, aanhoudende manier afgegeven en vertoonde in vitro immunomodulerende eigenschappen zoals het verlagen van verschillende cytokines.

Resultaten

De resultaten van de studie suggereren dat DenTAl een veelbelovende innovatie zou kunnen zijn voor de intraorale toediening van kleine molecuulgeneesmiddelen die geschikt zijn voor de behandeling van pijnlijke orale laesies met inflammatoire aandoeningen zoals OLP en RAS.

Bron:
International association for dental research

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
kauwen

Mogelijk verband tussen bloedglucosewaarden en kauwfunctie bij diabetespatiënten

De bloedglucosewaarde van mensen met diabetes type 2 (DT2) hangt mogelijk af van hun kauwfunctie. Volgens een onderzoek bij 94 patiënten in Turkije dat is gepubliceerd in PLOS ONE hadden patiënten met een verminderde kauwfunctie een significant hogere bloedglucosespiegel.

Goed kauwen is belangrijk

Wanneer je begint met kauwen gebeuren er verschillende dingen. Voedingsstoffen worden uit het voedsel gehaald zodra het kauwen de aanmaak van speeksel stimuleert. Een bepaalde soort van deze voedingsstoffen, namelijk vezels, is erg belangrijk om de bloedglucosewaarden te verlagen. Verder stimuleert kauwen reacties in de darm die leiden tot verhoogde insulinesecretie. Ook krijg je door je eten goed te vermalen een meer verzadigd gevoel. Dit resulteert in minder voedselinname, en dus een kleinere kant op overgewicht – een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van DT2.

Inefficiëntie door verminderde occlusale ondersteuning

Twee Turkse onderzoekers onderzochten het verband tussen inefficiëntie bij het kauwen als gevolg van verminderde occlusale ondersteuning en bloedglucosewaarden bij proefpersonen met diabetes type 2. In de retrospectieve studie werd gekeken naar gegevens die waren verzameld bij 94 patiënten met DT2 uit een polikliniek in een ziekenhuis in Istanbul, Turkije.

Hogere bloedglucosewaardes bij slechter kauwen

De patiënten werden in twee groepen verdeeld: de eerste groep omvatte patiënten met een goede “occlusale functie” – genoeg tanden die goed waren geplaatst en zodanig contact maakten dat iemand goed op zijn voedsel kon kauwen. De bloedglucosewaarde van die groep was 7,48. De tweede groep kon niet of niet goed kauwen omdat ze sommige of al hun tanden misten; hun bloedglucosewaarde was met een waarde van 9,42 bijna 2 procentpunt hoger. Verschillen tussen de groepen in het aantal witte bloedcellen en de body mass index (BMI) waren niet statistisch significant.

Interventies identificeren

Uiteindelijk zou de bevinding artsen kunnen helpen bij het identificeren van interventies om het glucosebeheer bij patiënten met diabetes type 2 te verbeteren, zoals het plaatsen van tandheelkundige implantaten en het uitvoeren van geschikte vaste restauraties, suggereerden de auteurs.

Meer onderzoek nodig

“In de tussentijd is meer onderzoek nodig om de oorzakelijke relatie tussen occlusale ondersteuning, tandverlies en spijsverteringsfunctie op bloedglucosespiegels bij proefpersonen met [type 2 diabetes] te onthullen”, concludeerden ze.

Bronnen:
University at Buffalo

PLOS ONE

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Vapen - esigaret

Verwondingen in het gezicht door exploderende e-sigaretten

E-sigaretten zijn de afgelopen tijd heel erg populair geworden om nicotine te consumeren.
Hoewel het erg zeldzaam is, is het mogelijk dat e-sigaretten spontaan kunnen ontploffen. De gevolgen kunnen verwoestend zijn.

Onderzoek

Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om verwondingen in het gezicht samen te vatten en de associaties tussen letseltypes, locatie en behandeling te onderzoeken. In een biomedische database werden de termen e-sigaret, explosie, ontploffing, trauma en brandwond gezocht en dat leverde 922 studies op. Chi-kwadraatanalyse werd gebruikt om te bepalen of het type verwonding en de bijbehorende locatie verband hielden met de resultaten van intubatie en chirurgische behandeling.

Resultaten

In the Journal of Oral and Maxillofacial Surgery zijn de resultaten gepubliceerd van alle gevallen van exploderende e-sigaretten, dat was onderzocht door Le trobe University. Er zijn in de afgelopen tien jaar 32 geregistreerde gevallen van exploderende e-sigaretten geweest. Hiervan had 62 procent van de patiënten een gebroken bot of tand en moest worden geopereerd – inclusief open reductie en interne fixatie, tandextractie, bot- en huidtransplantaten en oogchirurgie.

Doel van het onderzoek.

De universiteit benadrukt dat het er nog meer gevallen kunnen zijn van ontplofte e-sigaretten omdat het onderzoek alleen betrekking heeft op de gemelde incidenten. Verdere analyse heeft aangetoond dat er ook veel heup-, dij- en beenblessures voor komen door exploderende e-sigaretten in broekzakken. Het doel van het onderzoek is om de veiligheid van de e-sigaretten te verbeteren door middel van onderwijs en regelgeving. Hoewel de explosies zeldzaam zijn, kunnen ze leiden tot ernstige gevolgen, misvorming en zelfs de dood.

Conclusie

E-sigaretten kunnen exploderen en dit kan leiden tot ernstige orale en maxillafaciale verwondingen. Het zorgt met name voor verwondingen in het onderste derde deel van het gezicht waarvoor vaak een chirurgische ingreep nodig is.

Bron:
American Association of Oral and Maxillofacial Surgeons

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
samenwerken

Huisartsen en mondzorgprofessionals zouden moeten samenwerken voor voorkomen en behandelen van gezondheidsproblemen

Om de algehele gezondheid van hun patiënten te behandelen zouden huisartsen en parodontologen en andere mondzorgprofessionals moeten samenwerken. Dit is noodzakelijk voor een effectieve preventie, vroege opsporing en behandeling van systemische gezondheidsproblemen, die miljoenen patiënten wereldwijd treffen. Dit is een van de belangrijkste conclusies van het nieuwe wetenschappelijke artikel ‘Association between periodontal diseases and cardiovascular diseases, diabetes and respiratory diseases: consensus report of the joint workshop by the EFP and WONCA Europe’.

Consensusrapport gebaseerd op eerdere workshops

Het consensusrapport verbetert het wetenschappelijke bewijs dat tandvleesaandoeningen, parodontitis of chronische ontsteking van het tandvlees, onafhankelijk wordt geassocieerd met hart- en vaatziekten, diabetes mellitus en luchtwegaandoeningen. Zoals chronische obstructieve longziekte, slaapapneu of Covid-19-complicaties. De paper is gebaseerd op wetenschappelijke rapporten van eerdere workshops georganiseerde door de EFP.
“Beide rapporten suggereerden dat huisartsen een cruciale rol spelen in de implicaties van de verbanden tussen aandoeningen, aangezien zij toch de meeste patiënten met diabetes of hart- en vaatziekten (HVZ) behandelen”.

Samenwerking tussen huisartsen en mondzorgprofessionals

In het document wordt benadrukt dat samenwerking tussen huisartsen en mondzorgprofessionals van groot belang is voor het voorkomen, opsporen en behandelen van systemische gezondheidsproblemen. Daarnaast is het uitwisselen van informatie en doorverwijzen van patiënten tussen deze twee beroepsgroepen belangrijk, evenals het bevorderen van een gezonde levensstijl bij patiënten.
Zo wordt aan parodontologen en huisartsen aanbevolen om effectieve strategieën te implementeren voor het vroegtijdig opsporen van tandvleesaandoeningen in de eerstelijnsgezondheidszorg, en van HVZ en diabetes in tandartspraktijken. Huisartsen worden aangemoedigd om informatie te zoeken over de parodontale gezondheid van hun patiënten, en mondzorgprofessionals over de cardiovasculaire en metabole risicofactoren.

Hoger risico op HVZ en diabetes

Bij de behandeling van patiënten met parodontitis moeten mondzorgprofessionals hen informeren dat hun risico op HVZ hoger is. Ook wordt hen aangeraden een zorgvuldige anamnese te verzamelen met informatie over gerapporteerde CV-risicofactoren, waaronder diabetes, obesitas, hypertensie, roken, en te screenen op andere CV-risicofactoren, zoals fysieke activiteit, overgewicht, bloeddruk of lipiden- of glucoseregulatie. Als de patiënt voor de hand liggende risicofactoren vertoont, moeten ze worden geadviseerd om hun huisarts te raadplegen en maatregelen te nemen voor een actieve levensstijl, zoals gewichtsverlies, stoppen met roken en lichaamsbeweging.
In het geval van patiënten met diabetes of prediabetes, worden huisartsen uitgenodigd om hen te informeren over een hoger risico op tandvleesaandoeningen, dus moeten ze naar hun tandarts gaan en hun tandvleesgezondheid controleren. Bovendien is tandvleesontsteking een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van een stofwisselingsziekte zoals diabetes. Belangrijk is dat we in de tandartspraktijk parodontitispatiënten kunnen screenen en diegenen met diabetes of prediabetes kunnen identificeren bij wie nog niet eerder de diagnose is gesteld. De belangrijkste conclusie is dat tandheelkundige professionals voortdurend in contact moeten staan met de huisarts van patiënten.

Bron:
European Federation of Periodontology

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Front tandvervanging: een uitdaging

Biologische mechanismen hebben betrekking op tandvleeseigenschappen

Onderzoekers van de Tohuku Universiteit in Japan hebben een verband gevonden tussen de biologische activiteit van het tandvlees en tandvleesfibroblasten. Tandvleesfibroblasten zijn cellen die helpen bij het produceren van vezels die zorgen dat onze tanden op hun plaats blijven staan.

Biologische mechanismen hebben betrekking op het tandvlees

De groep onderzoekers onder leiding van Dr. Masahiro Yamada creëerde een kunstmatige omgeving die het zachte of harde tandvlees simuleerde. Hierbij ontdekten ze dat het gesimuleerde harde tandvlees een proces activeert waarbij fibroblasten betrokken waren die ontstekingen verhinderen. Het gesimuleerde zachte gingiva onderdrukt het fibroblastische ontstekingsremmende systeem en verhoogt daarbij de kans op ontsteking.
Volgens Yamada is dit onderzoek het eerste onderzoek dat biologische mechanismen aantoont die betrekking hebben op de tandvleeseigenschappen van een patiënt. Eerdere studies hebben aangetoond dat personen met dik of stijf tandvlees minder vatbaar zijn voor tandvleesrecessies.

Fibroblasten spelen een belangrijke rol bij het onderhoud, herstel en genezing van het tandvlees maar zorgen ook voor productie van inflammatoire en weefsel afbrekende biomoleculen die tandvleesvezels kunnen afbreken. Het onderzoek zorgt ook voor het verkrijgen van meer informatie over de mechanismen die betrokken zijn bij deze processen.

Conclusie

Yamada concludeerde dat de resultaten naar verwachting ook de ontwikkeling versnellen van geavanceerde biomaterialen om lokale ontstekingen te controleren of micro-apparaten te beheersen die de micro-omgeving van ontstekingsaandoeningen simuleren.

Bron:
Tohuku University Creating Global Excellence

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
Interdentale reiniging en chloorhexidine om tandvleesaandoeningen te behandelen bij diabetespatiënten

Interdentale reiniging en chloorhexidine om tandvleesaandoeningen te behandelen bij diabetespatiënten

Onderzoekers van de universiteit van Buffalo hebben aangetoond dat regelmatig spoelen met chloorhexidine en gebruik van interdentale reinigingsmiddelen zoals ragers een effectieve manier is om tandvleesaandoeningen bij patiënten met diabetes onder controle te houden.

Diabetes

Patiënten met diabetes hebben een verzwakte genezingsreactie volgens wetenschappers van het Microbiome Center van de universiteit van Buffalo. Diabetespatiënten met parodontitis die mondspoeling gebruikten vertoonden een significant grotere vermindering van parodontale ontstekingen vergeleken met de diabetespatiënten die een algemene mondverzorgingsroutine deden.

Onderzoek

Om de effecten van het anti-plaqueregime en scaling en root planing vast te stellen voor de behandeling van matige tot ernstige parodontitis werd er een onderzoek uitgevoerd.
Tijdens het onderzoek werden 114 patiënten verdeeld in 2 groepen en gedurende zes maanden behandeld. De ene groep onderging scaling en root planing (SRP), moest gedurende drie maanden tweemaal daags spoelen met chloorhexidine en gedurende zes maanden tweemaal daags rubberen interproximale borstels gebruiken. De andere groep kreeg SRP en algemene mondhygiëne instructies.

Resultaten

Patiënten met diabetes die chloorhexidine mondspoeling en interdentale ragers gebruikten ondervonden minder parodontale ontstekingen. Patiënten zonder diabetes die deze middelen gebruikten zagen geen voordelen hiervan.
Echter zorgde langdurig gebruik van chloorhexidine wel voor bijwerkingen zoals verkleuring van de tanden en smaakstoornissen. De smaak kwam echter wel weer terug na stoppen van de mondspoeling. Door supragingivale reiniging kon de verkleuring van de tanden worden opgelost.

Conclusie

De huidige onderzoeken laten zien hoe de mondverzorgingsroutine het orale microbioom kan wijzigen en kan zorgen voor betere genezing. Echter gaat het onderzoeksteam meer onderzoek doen naar het microbioom en de manier waarop het diabetes kan beïnvloeden.

Bron:
University at Buffalo

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Mondhygiëne, Thema A-Z

Verhoogde zenuwdichtheid heeft mogelijk nadelig effect op uitkomst bij mondkanker

Er is mogelijk een verband tussen zenuwdichtheid (nerve density, ND) en orale kanker, aldus een studie die is gepubliceerd in Clinical Cancer Research. Zenuwdichtheid is volgens de onderzoekers een veelbelovende parameter voor het voorspellen van agressief tumorgedrag en kan mogelijk worden gebruikt om de juiste behandeloptie te bepalen.

Neurale invloed op kanker

Zenuwen zijn cruciale onderdelen van de tumormicro-omgeving die de ontwikkeling van tumoren aanzienlijk bevorderen. Hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor een neurale invloed op kanker, hebben deze bevindingen nog geen significante invloed gehad op diagnoses of gerichte behandelingsselecties.

Dichtheid van zenuwen

Omdat factoren die vrijkomen bij kanker de groei van zenuwen induceren en zenuwen de tumormicro-omgeving moduleren kan de dichtheid van zenuwen in de tumor de progressie van de tumor beïnvloeden. Zenuwdichtheid is de kwantificering van zenuwen in weefsel. Een hoge zenuwdichtheid wordt in verband gebracht met slechte klinische resultaten bij mond-, prostaat- en colorectale kankers. Er zijn echter geen details over hoe de zenuwdichtheid werd beoordeeld.

Gestandaardiseerde metriek

Wetenschappers van de University of Michigan School of Dentistry in de VS hebben daarom de invloed van zenuwdichtheid op overleving en tumorgroei in plaveiselcelcarcinoom in de mondholte (OSCC) onderzocht van 142 patiënten en in vivo modellen. Bij weefselsecties van de patiënten werden zenuwen en tumors gedetecteerd. De genormaliseerde zenuwdichtheid (NND) werd bepaald als de verhouding tussen de ND in de tumor en in de aangrenzende 2 mm. Deze gestandaardiseerde metriek houdt rekening met variaties in de verdeling van zenuwen in de mondholte. Hiermee kunnen verschillende regio’s in de mondholte worden vergeleken.

Diermodellen

Ook werd de invloed van ND op tumorgroei geëvalueerd bij chorioallantoïs-dorsale wortelganglia van kuikens en muizen. Kankercellen werden geënt en de tumorgrootte werd gekwantificeerd. Geautomatiseerde detectie van zenuwen met behulp van het Halo AI-platform werd vergeleken met handmatige beoordeling.

Slechtere uitkomsten bij hogere zenuwdichtheden

De onderzoekers rapporteerden dat de ziektespecifieke overleving afnam met hogere intratumorale ND en NDD bij tongkanker. Ze toonden ook associaties tussen NND en een ongunstig invasiepatroon en perineurale invasie. Daarnaast verminderde de tumorgroei bij muizen door denervatie, terwijl het verhogen van het aantal dorsale wortelganglia bij kippen de tumorgrootte deed toenemen. Tot slot meldde het onderzoeksteam dat geautomatiseerde en handmatige detectie van zenuwen een hoge overeenstemming vertoonden, met een F1-score van 0,977.

Relevant voor behandelingsselectie

“Het vergelijken van genormaliseerde zenuwdichtheid met andere zenuwgerelateerde parameters onthulde associaties met overleving die relevant kunnen zijn voor de selectie van behandelingen [voor agressieve OSCC]”, schrijven de auteurs. Validatiestudies worden aanbevolen om het belang van zenuwdichtheid in OSCC te verifiëren.

Bron:
Clinical Cancer Research

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
bacteriën

Mogelijk verband tussen orale bacterie en het risico op hart- en vaatziekten

Infectie met een veel voorkomende bacterie kan een lichte verhoging van het risico op hart- en vaatziekten veroorzaken, volgens een studie die in eLife is gepubliceerd. De bacterie, die verband houdt met parodontitis, mondkanker en slechte adem, zou een potentiële risicofactor kunnen zijn waarop artsen kunnen screenen om personen met een risico op hartaandoeningen te identificeren.

Belangrijkste doodsoorzaak

Wereldwijd zijn hart- en vaatziekten (HVZ) de belangrijkste doodsoorzaak. Een combinatie van demografische, omgevings- en genetische factoren dragen bij aan de ontwikkeling van HVZ. Er is enorme vooruitgang geboekt in het begrijpen hoe coronaire hartziekten zich ontwikkelen. Zo hebben klinische onderzoeken verschillende inflammatoire risicofactoren geïdentificeerd. Het begrip van hoe infecties, ontstekingen en genetische risicofactoren bijdragen aan het risico op het ontwikkelen van HVZ in de algemene bevolking blijft echter onvolledig.

Uitgebreid beeld van bewijs

Een team onderzoekers uit Duitsland en Zwitserland heeft een meer uitgebreid beeld van het bewijs voor de respectieve bijdragen van deze factoren aan HVZ verkregen. Hiervoor analyseerden ze genetische informatie, gezondheidsgegevens en bloedmonsters van 3.459 mensen. Deze mensen hadden meegedaan aan het CoLaus|PsyCoLaus-onderzoek, een goed gekarakteriseerd, longitudinaal, op de bevolking gebaseerd onderzoek uit Zwitserland.

Aanwezigheid van antilichamen

Ongeveer 6% kreeg een hartaanval of een andere schadelijke cardiovasculaire gebeurtenis tijdens een follow-upperiode van 12 jaar. Het team testte de bloedmonsters van deelnemers op de aanwezigheid van antilichamen geassocieerd met 15 verschillende virussen, zes bacteriën en één parasiet.

Verband met orale bacterie

Nadat de auteurs de resultaten hadden aangepast voor bekende cardiovasculaire risicofactoren ontdekten ze dat antilichamen gemaakt tegen Fusobacterium nucleatum verband hielden met een licht verhoogd risico op een cardiovasculaire gebeurtenis. Deze antilichamen zijn een teken van een eerdere of huidige infectie door de bacterie.
“F. nucleatum kan bijdragen aan het cardiovasculaire risico door verhoogde systemische ontsteking als gevolg van bacteriële aanwezigheid in de mond, of door directe kolonisatie van de arteriële wanden of plaque langs de arteriële wanden,” leggen de onderzoekers uit.

Nieuwe screeningsmogelijkheden

Uiteindelijk kan het ontdekte verband leiden tot nieuwe benaderingen voor het identificeren van personen met een risico op hartaandoeningen of het voorkomen van cardiovasculaire gebeurtenissen. Voor het zover is moeten toekomstige studies het verband tussen F. nucleatum en hartziekten bevestigen, benadrukken de auteurs.

Bron:
eLife

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z