Infiltratie van glazuurdefecten ontmaskerd
Het oorspronkelijke protocol voor infiltreren is gebaseerd op de behandeling van primaire cariës. Echter, zodra de infiltratietechniek wordt gebruikt voor andere glazuurdefecten, blijkt de voorspelbaarheid voor een mooi resultaat maar matig. Erik-Jan Muts vertelde tijdens zijn lezing over hoe een goede diagnose en diverse technieken gebruikt kunnen worden om het originele protocol aan te passen en de voorspelbaarheid van de behandeling te vergroten.
Basisprotocol
- Etsen: 2 minuten met 15% zoutzuur
- Dit is een andere ets dan we gebruiken bij vullingen
- Cleaning: Ethanol
- Om het glazuur mooi schoon en droog te maken.
- Infiltreren:
- Met infiltrant worden porositeiten in het glazuur opgevuld om de esthetische eigenschappen te herstellen en het glazuur te verstevigen.
Erik-Jan licht toe dat soms alleen infiltreren niet voldoende is voor het gewenste resultaat; dan moet ook de vorm met composiet worden aangepast.
Glazuurdefecten – Kwantitatieve versus kwalitatieve defecten
Erik-Jan stelt dat kwantitatieve en kwalitatieve defecten vaak gecombineerd voorkomen. Daarom benadrukt hij dat het belangrijk is om composiet aan je behandeltechnieken toe te voegen wanneer je infiltreert.
- Kwantitatieve defecten:
Hierbij ontbreekt er glazuur; er is een tekort aan glazuur. - Kwalitatieve defecten:
Er is wel glazuur gevormd, maar de kwaliteit is onvoldoende; het glazuur is poreus. Hierdoor ontstaat sneller cariës en kan verkleuring optreden (wit, geel of oranje).
Kwalitatieve defecten
Wanneer 10% van de hydroxyapatietstructuur ontbreekt, wordt er een witte vlek zichtbaar wordt. Dit komt doordat gezond glazuur een brekingsindex van 1,6 heeft. Wanneer er luchtbelletjes in het glazuur aanwezig zijn, breekt het licht anders, waardoor witte vlekken ontstaan. Indien water aanwezig is in het glazuur, is de witte vlek minder zichtbaar. De brekingsindex van water ligt dichter bij die van glazuur, legt Erik-Jan uit. Dit fenomeen zien we ook wanneer we een rubberdam aanbrengen: primaire laesies worden dan duidelijker zichtbaar. Aan de hand van foto’s toont Erik-Jan hoe lucht-droging gedurende drie minuten de vlekken veel opaker maakt.
Is het infiltreren dan makkelijker of moeilijker als er water in het glazuur zit? Wanneer er water in en uit kan bewegen, kan het infiltrant dat ook. Op basis hiervan bepaalt hij vooraf de behandelbaarheid van een casus.
Patiënten die bijvoorbeeld ’s ochtends meer last hebben van witte vlekken zijn vaak mondademhalers, en deze casussen zijn doorgaans makkelijker te behandelen. Het doel van infiltreren is het opvullen van de porositeiten met een materiaal waarvan de brekingsindex dicht bij die van glazuur ligt. Hierdoor worden de esthetische eigenschappen hersteld, de sterkte licht verbeterd en het glazuur beter bestand tegen zuuraanvallen.
Kwalitatieve Glazuurdefecten
Er zijn twee hoofdsoorten kwalitatieve glazuurdefecten:
- Demineralisatie (zoals cariës) – Dit komt vaak voor en wordt regelmatig behandeld.
- Ontwikkelingsdefecten – Deze defecten ontstaan tijdens de tandontwikkeling en zijn vaak al aanwezig bij het doorbreken van de tanden. Ze kunnen moeilijker te behandelen zijn, afhankelijk van het type defect.
Kwalitatieve glazuurdefecten – Demineralisatie
Een veelvoorkomend type van demineralisatie is primaire cariëslaesies die zich in het glazuur bevinden (zoals E1 tot E2 laesies). Deze kunnen behandeld worden met infiltratie, wat een vorm van secundaire preventie is. Dit houdt in dat je probeert verdere schade te voorkomen zonder direct restauratief in te grijpen.
- Primaire Preventie: Voedingsadvies, mondhygiëne.
- Secundaire Preventie: Infiltratie, waarbij de progressie van cariës wordt gestopt zonder restauratief in te grijpen.
Infiltratie van proximale laesies
Proximale laesies zijn cariëslaesies die zich aan de zijkanten van tanden bevinden en zijn vaak V-vormig. Dit maakt ze relatief eenvoudig te infiltreren. Deze laesies worden gekarakteriseerd door een intacte, goed gemineraliseerde oppervlaktelaag van ongeveer 50 µm, die boven een gedemineraliseerd onderliggend gebied ligt. Daarnaast heeft de laesie een V-vorm, wat betekent dat deze relatief eenvoudig te infiltreren is.
Het proces van infiltratie omvat het gebruik van zoutzuur om de demineralisatie te behandelen. Zoutzuur zorgt ervoor dat het infiltrant beter in de laesie kan doordringen door de geïnactiveerde oppervlaktelaag van ongeveer 40 micron te verwijderen. Bij een proximale laesie is het advies dus om twee keer te etsen; op die manier weet je zeker dat gemiddeld genomen de 50 micron is verwijderd, waardoor het infiltrant gemakkelijk de laesie binnendringt en deze goed kan afsluiten.
Behandelprotocol en Werkwijze
Het standaardprotocol bij infiltratie bevat de volgende stappen:
- Etsen met zoutzuur om de oppervlaktelaag te verwijderen.
- Infiltratie van de laesie met een speciaal infiltrant.
- Herstellen van de laesie.
Erik-Jan verteld aan de hand van een casus hoe hij afwijkt van het protocol door de volgende aanpassingen:
- Opruwen van het glazuur met een schuurstipje om het contactpunt niet te verwijderen, maar om de oppervlakte beter toegankelijk te maken voor de ets.
- Flosdraad gebruiken om de ets te activeren en de effectiviteit van de procedure te verbeteren.
- Ethanol gebruiken om het gebied schoon en droog te maken.
- Twee keer infiltreren: De eerste infiltratie wordt gevolgd door een tweede applicatie om de microscheurtjes te vullen die ontstaan door de krimpspanning van het infiltrant.
Tips van Erik-Jan
- Voordat het infiltrant wordt uitgehard, moet je het verwijderen van het oppervlak van de tand, omdat het infiltrant een ongevuld TEGDMA kunsthars is. Dit hoort niet op het oppervlak te liggen, maar binnenin de tand om het glazuur te versterken.
- Indien je eindigt met alleen een infiltrant en geen composiet of vergelijkbaar materiaal toevoegt, is het noodzakelijk om twee keer te infiltreren. De reden hiervoor is dat het infiltrant ongevuld is en daardoor een hoge krimpspanning heeft. Dit kan kleine microscheurtjes veroorzaken, die je kunt opvullen met een tweede infiltratie. Deze tweede infiltratie zorgt echter niet voor een beter esthetisch resultaat
‘’Dus to overcome leakage by shrinkage, a second application of infiltrant is advised when no composite resin or bonidng agent is used’’
Effectiviteit
Wanneer we infiltratie toevoegen aan een standaard behandelprotocol, zoals mondhygiëne en voedingsadvies, kunnen we de progressie van de laesie verder vertragen. Is het echter 100% succesvol in alle gevallen? Nee, het kan gesteld worden dat infiltratie de progressie met ongeveer 30% vermindert. Het is te vergelijken met een sealant: hoewel het de kans op gaatjes aanzienlijk verlaagt, biedt het geen garantie dat er geen gaatjes zullen ontstaan.
‘’Resin infiltration of early inter proximal lesions was promising and more effective than oral hygiene measures alone for follow-up periods up to 3 years in permanent teeth’’
Samenvattend:
- Het oppervlak opruwen met een schuurstripje.
- Twee keer etsen bij proximale laesies.
- Infiltreren gedurende ongeveer vijf minuten (iets langer dan in de handleiding aangegeven) om ervoor te zorgen dat het infiltrant zich overal goed verspreidt.
Bij proximale laesies kan het infiltreren worden gecombineerd met separeren. Dit kan gecombineerd worden met een proximale sealant of wat flowmateriaal. Indien Erik-Jan twijfelt of dit nodig is bij een proximale laesie, brengt hij een paar dagen ervoor een separatiering aan zodat hij het proximale vlak beter kan visualiseren. Alle eerder beschreven stappen blijven hetzelfde. Nadat het infiltreren heeft plaatsgevonden, brengt hij een kleine hoeveelheid flow aan door deze op zijn sonde aan te brengen en proximaal aan te brengen. Op deze manier wordt het proximale gebied weer gladgemaakt, zodat de patiënt het gemakkelijker schoon kan houden. Erik-Jan is een groot voorstander van het separeren van de elementen met separatieringen, bij voorkeur een paar dagen voor de behandeling, zodat er goed zicht is op de behandelgebieden.
Protocol voor posterior, aangepast:
- Gebruik separatie-ringen
- Gebruik een diamantstripje
- Indien nodig, gebruik flowmateriaal om oneffenheden te herstellen voor een betere reinigbaarheid.
Bij grotere restauraties dient men ervoor te zorgen dat de ets niet op het dentine terechtkomt, aangezien dit leidt tot een minder goede hechting. Breng in dat geval eerst een IDS (Immediate Dentin Sealing) aan op het dentine.
Front – Vestibulaire laesies
Bij vestibulaire laesies is het essentieel om goed te documenteren hoe de situatie was vóór de behandeling, daarom is het maken van foto’s van de beginstatus een vereiste.
Stappenplan voor vestibulaire laesies
- Isolatie: rubberdam (verplicht) en floss-ligatuur
- Air abrasion: 2-3 seconden met 29um aluminiumoxide (AquaCare, Velopex)
- Etsen: drie keer 120 seconden met 15% HCL (Icon Etch, DMG)
- Spoelen: drie keer 30 seconden met ruim water
- Schoonmaken: 30 seconden met 99% ethanol (Icon Dry, DMG)
- Infiltratie: één keer 15 minuten met 99% TEGDMA (Icon Infiltrant, DMG)
- Composiet en polijsten: abrasie, etsen, bonding, body composiet (Asteria Estelite A2B, Tokuyama), greenstone (Shofu), twist diamantwielen (EVE)
In esthetische gevallen streeft Erik-Jan naar een perfect resultaat met infiltratie, en etst hij daarom twee keer. De stappen 3, 4 en 5 worden dan afgewisseld.
Het infiltreren duurt 15 minuten omdat Erik-Jan pas uithardt wanneer hij tevreden is met het resultaat. Het uitharden mag pas plaatsvinden wanneer je volledig tevreden bent met het resultaat, en je kunt tot 30 minuten wachten met uitharden. Zodra je het proces uithardt, wordt het infiltratieproces stopgezet en is verdere verbetering niet meer mogelijk. Wacht dus met uitharden totdat je zeker bent van het resultaat. Mocht je daarna nog niet tevreden zijn, kan er alsnog composiet worden toegevoegd.
Het is belangrijk te beseffen dat infiltratie een uitstekende methode is om white spot laesies te behandelen. Het gaat echter niet enkel om het infiltreren; het draait om het combineren van verschillende technieken, zoals composiet.
Indien je vier keer etst (ets niet meer dan vijf keer) vóór het infiltreren, kan er een klein deukje in het glazuur ontstaan. Composiet kan helpen om het infiltrant te beschermen en dit deukje op te vullen. Dit maakt de techniek niet volledig non-invasief, maar minimaal invasief.
Composiet bonding – kort samengevat
- Vervanging van ontbrekend of afgesleten glazuur
- Herstructurering van micro- en macrostructuur
Bescherming van het geïnfiltreerde glazuur - Extra laag om kleurverschillen te maskeren
Kwalitatieve glazuurdefecten – Ontwikkelingsdefecten
Stappenplan – infiltratie
- Isolatie: rubberdam (verplicht) en floss-ligatuur
- Zandstralen: 2-3 seconden met 29um aluminiumoxide (AquaCare, Velopex)
- Micro-abrasie: 15% HCL (Icon Etch, DMG) met puimsteen en OpalCup (UltraDent)
- Etsen: drie keer 120 seconden met 15% HCL (Icon Etch, DMG)
- Spoelen: drie keer 30 seconden met overvloedig water
- Schoonmaken: 30 seconden met 99% ethanol (Icon Dry, DMG)
- Infiltratie: één keer 15 minuten met 99% TEGDMA (Icon Infiltrant, DMG)
- Composiet en polijsten: abrasie, etsen, bonding, body composiet (Asteria Estelite A2B, Tokuyama), greenstone (Shofu), twist diamantwielen (EVE)
Denk hierbij aan kaasmolaren en fluorose. Kan dit behandeld worden met infiltratie?
In dergelijke gevallen wordt het bovenstaande stappenplan grotendeels toegepast. Na het zandstralen wordt het oppervlak vergroot, wat de effectiviteit van het etsen verhoogt. Bij het gebruik van puimsteen wordt de etswerking versterkt. Hiervoor gebruikt Erik-Jan een speciaal cupje van UltraDent, waarin hij puimsteen mengt in een verhouding van 1:1 met HCL. Beide stoffen worden gemengd om sneller glazuur te verwijderen. Daarna wordt opnieuw 15% zoutzuur aangebracht en gevolgd door ethanol. In principe beoordeel je bij iedere stap hoe de penetratie van de ethanol is. De ethanol fungeert als een soort previsualisatie: je kunt de contouren van de vlekken beoordelen. Aan de hand hiervan bepaalt Erik-Jan of hij opnieuw moet etsen.
Waarom wordt er gebruikgemaakt van zoutzuur in plaats van fosforzuur? Op gezond glazuur heeft zoutzuur weinig effect, maar op gedemineraliseerd glazuur is het veel effectiever en creëert het een dieptewerking.
Indien Erik-Jan na infiltratie tevreden is met de kleur maar niet met de vorm, voegt hij nog composiet toe.
Pre-treatment with 15% HCL creates a better penetration depth of the infiltrant
Erik-Jan vertelt dat hij ook een aantal mislukkingen heeft ervaren bij het gebruik van infiltratie. In het geval van hypomineralisatie wordt vaak een klein tekort aan glazuur waargenomen, wat zich vaak niet goed laat infiltreren. Na infiltratie kan het resultaat er niet goed uitzien, met een erg donkere uitstraling. De oplossing? Het toevoegen van composiet om de vorm van de tand te herstellen.
Wanneer het defect zich aan het oppervlak bevindt, heeft het een andere benadering nodig dan wanneer het defect dieper in het glazuur ligt en er een gezonde laag glazuur overheen zit. Erik-Jan ontdekte dit toen hij een klasse IV behandelde en opmerkte dat de fluorose zich aan de buitenzijde van het glazuur bevond. Hij realiseerde zich dat het belangrijk was om goed te kijken naar de locatie van de defecten – bevinden ze zich aan het oppervlak of dieper? Zoals eerder besproken, kan het verschil in zichtbaarheid van de defecten wijzen op de diepte ervan. Als je de tand droog blaast en er een duidelijk verschil te zien is, betekent dit dat er geen gezonde glazuurlaag meer over het defect zit. Hoe opaker de laesie is, hoe meer deze zich aan het oppervlak bevindt.
‘’White spot getting more opaque when isolated suggest a superficial acces location of the lesion’’
Transilluminatie
Erik-Jan maakt gebruik van transilluminatie door een lampje, zoals een microlux, van achter de tand te schijnen. Dit geeft hem informatie over de locatie en de diepte van de laesie. Hoe donkerder een plek is, hoe meer licht er terugkaatst, wat betekent dat het defect daar dieper in het glazuur ligt en moeilijker te infiltreren is. Nadat hij één keer heeft geëtst en ethanol heeft gebruikt, past hij deze stap toe. Na een tweede keer etsen en het gebruik van ethanol, schijnt hij opnieuw door de tand. Als er dan nog steeds een donker plekje zichtbaar is, zal hij dit selectief etsen met de sonde. Wanneer het gebied nu volledig transparant is, is het tijd om te infiltreren.
‘’The darker the color of the lesion, the greater it’s extend in the enamel layer’’
Duur van het infiltreren
Tijdens de uitvoering van de hierboven genoemde stappen met betrekking tot transilluminatie, bepaalt Erik-Jan niet alleen hoe vaak hij moet etsen, maar ook hoe lang hij moet infiltreren. In feite stelt hij dat als er nog een donkere plek zichtbaar is bij transilluminatie, het nodig kan zijn om langer te wachten met infiltreren of een extra keer te etsen.
Locatie defect
Bij infiltreren is het belangrijk om goed te begrijpen wat je precies gaat behandelen voordat je aan de behandeling begint.
Opaciteiten
Opaciteiten kunnen een belangrijke rol spelen bij het bepalen van het type ontwikkelingsdefect dat je behandelt.
- Diffuse opaciteiten: Deze opaciteiten zijn verspreid en komen meestal voor bij fluorose. Ze bevinden zich vaak aan het oppervlak van het glazuur.
- Goed begrensde opaciteiten: Deze kunnen duiden op trauma of kaasmolaren. Bij trauma verschijnt het defect asymmetrisch, terwijl het bij kaasmolaren zowel in voortanden als molaren voorkomt.
Edge effect
Erik-Jan vertelt aan de hand van een mislukte casus over het zogenoemde edge effect. Bij dit effect is onvoldoende aandacht besteed aan het gezonde glazuur dat over de laesie heen ligt.
Bij traumatische hypermineralisatie is de vorm van het defect niet V-vormig, zoals bij cariës het geval is, maar breidt het defect zich uit naarmate het dieper in het glazuur doordringt. Dit betekent dat er gezond glazuur aan de randen over de hypomineralisatie heen ligt. Wanneer je probeert dit te infiltreren, blokkeert het gezonde glazuur het infiltratieproces van het defect eronder. Transilluminatie kan helpen om dit te onderzoeken.
Als een gebied diffuus is, betekent dit dat er gezond glazuur over de hypomineralisatie heen ligt. Dit gezonde glazuur moet verwijderd worden met een boor. Door dit gecontroleerd te verwijderen, krijg je uiteindelijk een goed resultaat.
Erik-Jan stelt dat het niet handig is om dit gebied te etsen, omdat je dan mogelijk onnodig veel glazuur zou verwijderen. Het gebruik van een boor stelt je in staat om het overhangende glazuur gecontroleerd te verwijderen, wat een beter resultaat oplevert.
Infiltratie tijd
Wanneer Erik-Jan na het etsen en het gebruik van ethanol geen duidelijke opaciteiten meer waarneemt, beschouwt hij de situatie als voldoende voorbereid om te beginnen met infiltreren. Hij neemt hiervoor de nodige tijd en brengt het infiltrant actief aan, waarna hij het 5 minuten laat inwerken. Na deze 5 minuten controleert hij het resultaat en, indien nodig, brengt hij opnieuw infiltrant aan. Dit proces kan tot wel 25 tot 30 minuten duren. De literatuur bevestigt dat esthetisch betere resultaten worden behaald door langer te wachten voordat het infiltrant wordt uitgehard.
Bij het langer wachten voordat je het infiltrant uithardt, is het belangrijk dat de lampen in de behandelkamer uit zijn en dat de tanden goed worden afgedekt. Let er ook op dat je het spuitje donker weglegt of het tipje vervangt, aangezien het tipje na langdurig wachten kan uitharden. Bovendien is het belangrijk te weten dat het infiltrant geel is door de foto-initiatoren die ervoor zorgen dat het materiaal goed uithardt. Zodra het uitgehard is, wordt het transparant.
Daarnaast is het van belang dat je je patiënten erop wijst dat er na het verwijderen van de rubberdam nog enige kleurverschil zichtbaar kan zijn. Dit trekt na verloop van tijd bij.
Aanbrengen composiet bij traumatische hypermineralisatie:
Erik-Jan was aanvankelijk van mening dat composiet eenvoudig op het geïnfiltreerde glazuur aangebracht kon worden, maar hij ontdekte al snel dat dit niet zo eenvoudig was.
Stap 1 is het zandstralen van het geïnfiltreerde glazuur. Waarom? Omdat hij het opnieuw wil beschouwen als gewoon glazuur en geen infiltrant op het oppervlak wil hebben. Het infiltrant hoort in het glazuur te zitten, niet erop. Daarna wordt fosforzuur gebruikt om het glazuur te etsen, zoals gebruikelijk. Omdat het raamwerk van het glazuur nog intact is, kan de bonding worden aangebracht en een laagje composiet worden toegevoegd. Dit kan vervolgens gepolijst en afgewerkt worden.
‘’All participants affected by DDE showed an impaired oral health-related quality of life’’
Traumatische hypermineralisatie – Samenvatting
Er dient extra aandacht te worden besteed aan de randen (edge effect). Identificeer waar gezond glazuur over de laesie heen ligt. Vervolgens wordt er geïnfiltreerd en gezandstraald. Na het zandstralen worden fosforzuur en bonding aangebracht, waarna composiet wordt geplaatst.
Molar Incisor Hypomineralisation (MIH)
MIH-laesies behoren tot de meest uitdagende situaties. Volgens Erik-Jan is bleken een van de belangrijkste voorbereidingen. Dit proces verloopt echter niet altijd goed, omdat MIH verhoogde gevoeligheid kan veroorzaken. Bleken vereenvoudigt het infiltratieproces echter aanzienlijk en wordt uitgevoerd met carbamide peroxide.
Carbamide Peroxide
Ureum, de stabilisator voor waterstofperoxide, blijkt in staat om organisch materiaal uit ‘hypomatured’ glazuur te verwijderen, waardoor het organische netwerk gedeeltelijk wordt verwijderd. Dit heeft een positief effect op de infiltratiecapaciteit.
Deproteiniserend Effect
MIH-aangedaan glazuur bevat veel proteïnes die de infiltratie blokkeren. Deze proteïnes moeten worden verwijderd.
- Initieel: MIH-laesie met veel proteïnes; hoe ernstiger de verkleuring, hoe meer proteïnes aanwezig.
- Infiltratie: De infiltratiecapaciteit wordt beperkt door de aanwezigheid van proteïnes in de MIH-laesies.
- Bleken: Bleken met 10-15% carbamideperoxide leidt tot het deproteïnaliseren van de gebieden in het glazuur.
- Deproteïnalisatie: Na het bleken zal de MIH-laesie minder proteïnes bevatten.
Bond Strength
Hoe lang moet je wachten met infiltreren na bleken? Voor optimale hechtingssterkte wordt in de literatuur aangeraden om 2-4 weken te wachten na het bleken voordat je een restauratieve procedure uitvoert. Erik-Jan adviseert om minimaal 4 weken te wachten, omdat anders te veel oxidatieve stress ontstaat, wat ervoor zorgt dat het infiltreren niet verloopt zoals gewenst.
Verwijderen van overtollig infiltrant
Na het infiltreren is het essentieel om alle overtollige infiltrant te verwijderen. Pas daarna kan het uitharden plaatsvinden. Er mag geen infiltrant op het oppervlak blijven. Als je niet voldoende infiltrant verwijdert, kunnen twee problemen optreden:
- Het zogenaamde “bubbling effect”, waarbij het glazuur er onregelmatig uitziet wanneer het gepolijst wordt, wat esthetisch niet wenselijk is.
- De overmaat infiltrant kan verkleuren door voeding, wat het eindresultaat negatief beïnvloedt.
MIH Samenvattend
Zorg ervoor dat je deproteiniseert met 10% carbamide peroxide. Besteed aandacht aan het gezonde glazuur dat over de laesie heen ligt en verleng de infiltratietijd tot 30 minuten, maximaal 45 minuten. Hard niet uit voordat je tevreden bent met het resultaat.
Noodzaak Rubberdam
10% HCL veroorzaakt ulcera in het weke weefsel na 30 seconden contact en door 30 seconden te spoelen met water. Daarom is het essentieel om rubberdam te gebruiken ter bescherming van het tandvlees. Bij het gebruik van rubberdam is het belangrijk om te weten dat er één type rubberdam is dat oplost bij TEGDMA: de latexvrije rubberdam van Roeko, de Flexi Dam.
The Fantastic Five – Samenvattend
Om een optimaal resultaat te behalen met infiltreren zijn de volgende aspecten essentieel:
- Transilluminatie: Zorg voor een hulpmiddel waarmee je door de tand kunt schijnen, zodat je beter inzicht krijgt in de laesie die je behandelt.
- Carbamide peroxide: Gebruik 10% carbamide peroxide voor een betere penetratie.
- Infiltratietijd: Verleng de infiltratietijd voor een grondige en effectieve behandeling.
- Excess removal: Verwijder alle overtollige infiltrant aan het oppervlak om een esthetisch mooi resultaat te garanderen.
- Composiet bonding: Gebruik composiet om de vorm van de tand zoveel mogelijk te herstellen.
Erik-Jan Muts, restauratief tandarts te Apeldoorn, heeft een bijzondere affiniteit met glazuurdefecten. In deze lezing legt hij uit hoe je door het aanpassen van vorm en kleur – en de combinatie daarvan – tot een mooi eindresultaat kunt komen. Erik-Jan vertelt dat hij tijdens zijn studie in 2013 voor het eerst in aanraking kwam met infiltratietechnieken. Hij behandelt volgens een filosofie: hoe zou hij zijn eigen kinderen behandelen als zij een vergelijkbaar glazuurdefect zouden hebben?
Verslag door Mina Fadhil van de lezing van Erik-Jan Muts tijdens MINIMAAL INVASIEF2025 van Bureau Kalker.

















