De Vlaamse regering heeft besloten het aantal studenten dat mag starten aan de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde aanzienlijk te verhogen. Vanaf het volgende academiejaar kunnen minstens 180 extra Vlaamse studenten beginnen aan de bacheloropleidingen. Daarmee komt het totale aantal toegelaten starters op minimaal 2.155.
Opleiding tandheelkunde in Brussel en uitbreiding in Hasselt
De uitbreiding van het aantal studenten gaat gepaard met bijkomende investeringen in het hoger onderwijs. Zo start de Vrije Universiteit Brussel met een opleiding tandheelkunde en wordt de opleidingscapaciteit verder uitgebreid, onder meer via een nieuwe masteropleiding aan de Universiteit Hasselt. Voor deze uitbreiding worden vanaf het academiejaar 2027 extra middelen voorzien.
Volgens Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir gaat het om een uitzonderlijke en noodzakelijke maatregel om het groeiende tekort aan artsen en tandartsen in Vlaanderen aan te pakken. Wie in België arts of tandarts wil worden, moet na het afronden van de opleiding beschikken over een RIZIV-nummer. Het aantal beschikbare RIZIV-nummers wordt jaarlijks door de federale overheid vastgelegd en verdeeld tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap. Op basis daarvan bepaalt Vlaanderen de startquota voor de opleidingen, rekening houdend met eigen adviezen.
Wachttijden
De verhoging van de instroom is volgens de minister ingegeven door de toenemende druk op de eerstelijnszorg en de mondzorg. In verschillende regio’s ondervinden patiënten moeilijkheden om een huisarts te vinden, en ook de wachttijden bij tandartsen lopen op. Daarnaast speelt de vergrijzing van de bevolking een belangrijke rol in de stijgende zorgvraag. Door meer studenten toe te laten tot de opleidingen wil de Vlaamse regering op termijn de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg versterken.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2020/03/Meer-tandgeneeskundestudenten-zonder-extra-middelen-en-planning-Dat-kan-niet-zeggen-Vlaamse-universiteiten.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2026-03-02 10:22:082026-03-02 11:34:00Vlaamse regering verhoogt instroom geneeskunde en tandheelkunde met 180 extra studenten
Luuk van den Bosch uit Weesp, Aukje Bouwman uit Nijmegen en Anita Visser uit Kolham zijn genomineerd voor de titel van Tandarts van het Jaar. De beroepsvereniging van tandartsen KNMT reikt deze onderscheiding dit jaar voor de derde keer uit. Er zijn ook prijzen voor de Tandheelkundestudent van het Jaar en het beste initiatief voor de mondzorg.
De prijzen worden toegekend aan een tandarts en een student Tandheelkunde die zich recent op bijzondere wijze hebben ingezet voor de mondzorg. Het gaat daarbij om maatschappelijke inzet of inzet voor de branche zelf en diegenen die daarin werkzaam zijn. Daarnaast is er een prijs voor het beste initiatief dat bijdraagt aan het bevorderen van de mondgezondheid in Nederland of daarbuiten.
In elke categorie zijn er drie genomineerden. De prijzen worden – onder de noemer Apollonia Awards – uitgereikt op donderdag 5 maart.
Overzicht genomineerden Apollonia Awards
De genomineerden staan in alfabetische volgorde.
Tandarts van het Jaar
Luuk van den Bosch is tandarts in Veenendaal. Met de Stralende Start-campagne begeleidt hij samen met zijn team van Mondzorg Veenendaal kinderen op een speelse manier naar een levenslange gewoonte van gezonde tanden. Hiervoor zoekt hij lokale samenwerking met onder andere de gemeente, basisscholen, sportverenigingen en andere eerstelijnszorgverleners.
Aukje Bouwman draagt naast haar werkzaamheden in verwijspraktijk Praktijk voor Endodontologie Nijmegen gepassioneerd haar kennis op het gebied van endodontologie over aan studenten Tandheelkunde van het Radboudumc. Ook verzorgt zij postacademisch onderwijs voor collega’s en zit zij in het bestuur van het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO), dat klinische praktijkrichtlijnen ontwikkelt.
Anita Visser is hoogleraar Geriatrische Tandheelkunde aan het UMCG en het Radboudumc. Zij zet zich ongebreideld in voor mondzorg voor ouderen. Omdat die met name in verpleeghuizen en zorginstellingen nog weleens te wensen overlaat, is onder haar leiding een leidraad tot stand gekomen om de mondzorg voor zorgafhankelijke, kwetsbare ouderen te verbeteren.
Tandheelkundestudent van het Jaar
Marlisa van den Bergh, student Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen; lid Bestuurs Advies Orgaan (BAO) van T.M.F.V. Archigenes.
Nienke Kemps, student Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen; oud-vice-praeses van de Tandheelkundige Faculteitsvereniging (TFV) en lid van het Tandheelkundig Studenten Overleg (TSO) en de Onderwijscommissie (OCW).
Febronia Yousef, student Tandheelkunde aan ACTA in Amsterdam; studentenraadslid bij de Facultaire Studentenraad Tandheelkunde (FSR).
KNMT Mondzorg Award (voor het beste initiatief)
Bij Nader Inzien – deze praktijk in Havelte biedt gratis mondzorg aan minder bedeelden door (bijna) gepensioneerde mondzorgverleners.
Dutch Dental Care Foundation – via deze stichting verlenen mondzorgverlerns belangeloos met eenvoudige middelen tandheelkundige hulp, preventie en educatie in zuidelijk Kenia.
Stichting Palliatieve Zorg Nederland – deze landelijke ondersteuningsorganisatie brengt onder andere met een multidisciplinaire richtlijn mondzorg in de palliatieve levensfase onder de aandacht.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2026/02/Drie-genomineerden-voor-de-titel-van-Tandarts-van-het-Jaar-2026-400.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2026-02-25 11:17:332026-02-25 11:17:33Drie genomineerden voor de titel van Tandarts van het Jaar 2026
Nicotinegebruik onder kinderen en jongeren neemt zorgwekkende vormen aan. Zolang zij opgroeien in een omgeving waarin nicotine laagdrempelig en aantrekkelijk wordt aangeboden, komt een gezonde toekomst ernstig in het gedrang. Dat stellen huisartsen Alja Sluiter en Stefan van Rooijen, die in hun dagelijkse praktijk steeds vaker geconfronteerd worden met jonge patiënten met een nicotineverslaving.
Sluiter, leefstijlarts en kaderhuisarts spoedzorg, en Van Rooijen, huisarts en leefstijlexpert, zien de impact van vapen en roken van dichtbij. Zij behandelen jongeren die ’s nachts wakker worden om nicotine te gebruiken en zelfs zeer jonge kinderen met duidelijke verslavingsverschijnselen. Volgens hen is wegkijken geen optie meer: het probleem vraagt om maatschappelijke en politieke actie.
Online documentaire De Nicotineval
In de online documentaire De Nicotineval, onderdeel van de serie Lang zullen we leven, brengen zij de omvang en ernst van de nicotineproblematiek in beeld. De documentaire baseert zich onder meer op cijfers uit Nederlands scholenonderzoek. Hieruit blijkt dat jongeren gemiddeld rond hun dertiende beginnen met nicotinegebruik. Een groot deel van de jongeren die vapet, stapt later alsnog over op roken, en een aanzienlijk percentage gebruikt ’s nachts nicotine om te kunnen slapen.
fthema
De makers stellen dat vapen inmiddels één van de grootste bedreigingen vormt voor gezond ouder worden. Kinderen worden volgens hen doelgericht blootgesteld aan producten die ontworpen zijn om verslaving in stand te houden, gedreven door commerciële belangen.
Sluiter en Van Rooijen pleiten daarom voor vergaande maatregelen, waaronder een generationeel verbod op nicotineproducten, strengere handhaving op verkoop aan minderjarigen en financiële verantwoordelijkheid van de industrie voor de veroorzaakte gezondheidsschade.
Deze documentaire biedt waardevolle achtergrondinformatie voor zorgprofessionals en is mogelijk ook geschikt om in de wachtkamer te tonen om patiënten en ouders bewust te maken van de risico’s van vapen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2026/02/De-Nicotineval.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2026-02-25 09:00:502026-02-04 12:57:50Huisartsen maken documentaire over de gevolgen van vapen bij jongeren
De eerste particuliere opleidingsaanbieders hebben het kwaliteitskeurmerk ABC Mondzorgassistenten toegekend gekregen. Met dit keurmerk is geborgd dat studenten een door de branche erkende opleiding volgen. Werkgevers krijgen daarmee extra zekerheid dat zij assistenten in dienst nemen die aantoonbaar zijn opgeleid en bekwaam verklaard.
Branche-erkende opleidingen
De opleidingsinstituten Edin en Dental Best Practice zijn gecertificeerd voor de opleidingen Tandartsassistent (A), Preventieassistent (B) en Paro-preventieassistent (C). Sinds 1 januari 2026 maakt ook Academie Tandartsenpraktijk deel uit van Dental Best Practice.
Registratie van gediplomeerde assistenten
Studenten die hun opleiding succesvol afronden bij een branche-erkende instelling, kunnen zich laten registreren in het Register Mondzorgassistenten. Een actueel overzicht van gecertificeerde ABC-opleidingen is beschikbaar via www.mondzorgassistenten.nl
Wanneer we spreken over minimaal invasieve tandheelkunde, is dit een breed begrip. Maar volgens Giles de Quincey moeten we het ook hebben over interdisciplinair werken, want we doen het niet alleen. Wat kan de parodontoloog betekenen voor een endodontoloog? En wat kan een parodontoloog bijdragen aan het werk van een orthodontist? Lees het verslag van zijn lezing tijdens MINIMAAL INVASIEF.
Aan de hand van een casus vertelt Giles over hoe hij met een kleine incisie in het frenulum een bindweefsel transplantaat uit het tuber via een tunnelingtechniek, inbrengt. Hiervoor gebruikt hij zijn speciale donkere tunnelinstrumenten, die hem beter zicht geven tijdens de procedure. Zo kan hij het weefsel nauwkeurig naar binnen hechten. Door slechts een klein stukje tandvlees toe te voegen, bespaar je de patiënt veel gedoe en ongemak.
Gingivale hyperplasie: classificatie en etiologie
Giles bespreekt verschillende oorzaken van gingiva hyperplasie en licht de volgende punten toe:
Plaque-geïnduceerde hyperplasie versus anatomie (genetica)
Diagnostiek: het gingivaverloop, het marginale botniveau en slijtage van de tanden
Behandelopties en keuze van de therapeutische benadering
Interactie met orthodontie
Resultaten op de lange termijn
Hyperplastische reacties staan minder in de belangstelling, omdat men bij orthodontie eerder oog heeft voor recessies. Maar, benadrukt Giles, hyperplasie komt eveneens regelmatig voor bij orthodontische behandelingen. Hierin spelen plaque, anatomie, genetica en de interactie met orthodontische apparatuur een rol.
Medicatiegebruik
In een andere casus laat Giles zien dat bepaalde combinatiers van medicatiegebruik gingivale hyperplasie kan kunnen veroorzaken. Door middel van een CO₂-laser kan de overgroeide gingiva eenvoudig worden verwijderd. Zo wordt met een relatief eenvoudige, minimaal invasieve ingreep een ongezonde mondsituatie aanzienlijk verbeterd.
De ‘gummy smile’
Een gummy smile komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. In gevallen zoals bij de casus die Giles laat zien, maakt Giles een mock-up (eventueel in combinatie met Digital Smile Design), waarbij hij op portretfoto’s visueel maakt hoe het uiteindelijke resultaat eruit kan komen te zien. Zo ziet de patiënt het verschil wanneer de gingivarand cervicaal wordt aangepast. Giles sondeert vervolgens het bot. Indien de afstand tussen de gingivarand en het bot slechts 3 mm bedraagt, en je voert een gingivectomie uit, dan zal het tandvlees hoogstwaarschijnlijk terug groeien. Giles benadrukt dan ook dat een gingivectomie geen kroonverlenging is. Voor een echte kroonverlenging moet er ook aan het cervicale botniveau worden gebewerkt, waarbij dikke papillen vermeden moeten worden en de groeven tussen elementen duidelijk geaccentueerd blijven.
Erfelijkheid en esthetiek
Giles toont daarna de moeder van de eerder besproken patiënt. Waarom? Vanwege genetica. De moeder had tot ver in haar dertiger jaren last van haar gummy smile. Voor haar zoon wilde ze dat hij dit stigma niet hoefde te dragen. Giles behandelde haar dertien jaar eerder op exact dezelfde manier. Destijds werd er ook een composiet mock-up gemaakt om het eindresultaat pre-operatief visueel te maken.
Hieruit blijkt volgens Giles het belang van erfelijkheid: kinderen van ouders met een gummy smile hebben een grotere kans er zelf ook een gummy smile te ontwikkelen.
Orthodontie en gingivale reactie
In Brazilië is een onderzoek uitgevoerd naar wat er precies gebeurt met papillen tijdens orthodontische behandelingen. Daaruit blijkt dat er een gradatie is:
Normale papil
Licht verdikte papil
Duidelijk verdikte papil
Papil die het element overgroeit (zelden)
De papillaire reactie komt vaker voor dan gedacht. Giles toont een casus van een jongen die voorafgaand aan de behandeling geen hyperplasie had. Na het dragen van vaste apparatuur en het verwijderen ervan persisteerde toch een hyperplastische reactie. In dit geval was een gingivectomie met laser aangewezen, inclusief een kleine frenectomie. De ingreep werd uitgevoerd zonder bloeding, snel en minimaal invasief.
Giles vergelijkt hierbij de werking van een elektrotoom en een laser. De elektrotoom genereert diepere weefselverhitting en dus grotere schade aan onderliggende structuren. De laser daarentegen werkt plaatselijk en precies, wat het volgens Giles een veel verfijnder instrument maakt.
Esthetische kroonverlenging
Giles verwijst naar een publicatie: Modified technique for esthetic crown lengthening in the natural dentition. De vraag rijst of je per sé een CBCT nodig hebt bij het plannen van een kroonverlenging. Giles is duidelijk: als je dit vaak hebt gedaan, en een goed gevoel hebt ontwikkeld voor weefsels en bot, dan is het niet altijd nodig.
Maar ben je nog beginnend, dan geldt: “If you fail to plan, you plan to fail.”
Chirurgie met template
In een andere casus voert Giles botcorrectie uit met behulp van een “surgical template” dat die de incisiegeleiding mogelijk maakt. Eerst worden guirlandevormige incisies gemaakt, daarna wordt het bot bewerkt met een piezo-elektrisch instrument. Als het bot echter te dik is, kan er een gootje in de marginale botrand ontstaan, er kunnen eventueel dan verdikte papillen overblijven in de prothetische fase. Dit is op het eerste gezicht niet zichtbaar, maar na 3 à 4 jaar wordt het vaak duidelijker. Het is een langzaam proces.
Giles benadrukt de eenvoud van de analoge mock-up en hoe belangrijk het is om het eindresultaat op lange termijn voor de patiënt zichtbaar te maken. Hij verlengt bij voorkeur aan één zijde post-canien met composiet, bijvoorbeeld één premolaar in één kwadrant wél en de andere premolaar niet, zodat de patiënt het verschil en effect op de zgn. “buccal corridor” kan zien. Zo weet een patiënt beter “wat hij of zij wil”.
Mucogingivale deformaties
Vanuit deze casus maakt Giles de brug naar het onderwerp recessies. Binnen de classificatie van de European Federation of Periodontology en de American Academy of Periodontology wordt gesproken over mucogingivale deformaties. De traditionele Miller-classificaties zijn vervangen door de RT1, RT2 en RT3-indeling. Giles bespreekt de voor- en nadelen van deze nieuwe indeling uitgebreid. Een belangrijk voordeel is dat er tegenwoordig nadrukkelijk gekeken wordt naar de glazuur-cementgrens.
“Is deze GCG nog intact? Kun je hem nog voelen, ondanks wat slijtage? En wat doe je bij een NCCL, abrasie of erosiegroef?”
In sommige gevallen, stelt hij, is het verstandig om vóór de chirurgie adhesief een nieuwe GCG aan te brengen. Dat geeft richting bij het positioneren van de gingiva. In andere gevallen kiest Giles ervoor om juist eerst de recessie te bedekken en daarna te laten afwerken door de restauratief tandarts. “Dit is een belangrijk beslismoment, en moet zorgvuldig worden overwogen,” benadrukt hij.
De RT-indeling toegelicht door Giles
RT1: Er is nog gekeratiniseerde gingiva en geen verlies van interdentale papil.
RT2: Recessie is aanwezig en interdentaal botverlies, maar niet voorbij de mucogingivale lijn.
RT3: Uitgebreid interdentaal bot- en weefselverlies, vergelijkbaar met de vroegere Miller klasse IV.
Kortom, Giles vindt de Miller-classificatie nog steeds van waarde. Bij klasse 1 van Miller is er nog gekeratiniseerde gingiva en zijn intacte papillen aanwezig, terwijl klasse 2 van Miller de mucogingivale lijn overschrijdt. Bij de RT1-classificatie worden deze twee situaties op één hoop gegooid. Giles vindt het echter van groot belang om te weten welk type weefsel er apicaal nog aanwezig is, vooral gezien de invloed op de keus voor een weefselvervanger in het belang van minimaal invasief werken.
Minimaal invasief versus palatumtransplantaat
Giles legt uit dat hij bij recessiebedekking – wanneer mogelijk – de voorkeur geeft aan weefselvervangers, oftewel een “stukje uit een doosje”, boven een transplantaat uit het palatum.
“Palatumtransplantaten kunnen veel napijn veroorzaken en zijn allesbehalve minimaal invasief,” aldus Giles.
RT3: orthodontie als aanvullende strategie
Voor RT3-recessies, waarbij sprake is van vlakke papillen of zelfs papilkraters, stelt Giles dat chirurgische correctie vaak geen optie meer is. In die gevallen overweegt hij orthodontische extrusie, hiermee kun je het weefsel soms als het ware ‘meenemen’, legt hij uit.
‘Recessie – reden tot zorg!’
In zijn artikel ‘Uit de paropraktijk: Recessie – reden tot zorg!’ (NVvP), laat Giles zien hoe ver recessies kunnen gaan. In één van de beschreven gevallen waren de betrokken elementen zelfs avitaal geworden. Wat is dan nog de juiste oplossing? Endo’s? Apicale chirurgie? Orthodontische herbehandeling? Of – zoals Giles heeft uitgevoerd – twee autologe etsbruggen en spalken. Giles is van mening dat de autologe etsbrug de minst invasieve oplossing is voor tandvervanging in het front.
Precisie-instrumentarium: favorieten van Giles
Giles benadrukt dat vergroting alleen niet voldoende is. Volgens hem heb je ook instrumenten nodig die je in staat stellen om zeer precies te werken. Hij verwijst naar HU-Friedy instrumentarium, maar stelt ook dat een scalpel rond moet zijn, zodat je het tussen je vingers kunt rollen. Dan is er sprake van meer controle. Als je je hele pols of onderarm moet bewegen, verlies je controle.
Twee van zijn favoriete tunnelinstrumenten zijn ontworpen door hemzelf en in productie genomen door HU-Friedy. Hun zwarte coating biedt optische feedback en laat het instrument goed doorschemeren in het weefsel – ideaal voor het werken in dunne gingiva/mucosa.
Spalken en ongewenste rotatie
In een andere casus beschrijft Giles hoe elementen tegenovergesteld roteren wanneer de spalk actief is geworden (A. Renkema in haar proefschrift). Bij patiënten die nagelbijten, pennen bijten of knarsen, loop je meer risico op het activeren van de spalk. In dat geval raadt hij aan om een gewalste spalk te gebruiken – deze kan namelijk niet actief worden. Bij veel complicaties van een spalk, suggereert hij vervangen van de spalk en revisie met een gewalste spalk.
Bindweefseltransplantaat (BWT)
Giles verwijst naar het artikel: ‘Surgical Treatment of Gingiva Recessions Using Emodogain Clinical Procedure and Case’. Uit dat onderzoek blijkt dat slechts bij 1/3 van de recessies voldoende weefseldikte aanwezig is en een coronale verplaatsing dus volstaat. Maar bij 2/3 is extra bindweefsel nodig – daar komt het BWT om de hoek kijken. De grenswaarde is een flapdikte van 1,1 mm voor cornaalwaarste verplaasting alleen.
Maar waar komt het bindweefsel vandaan? Meestal uit het palatum – regio distaal van 23 tot mesiopalatinaal 26. Let op: hoe verder naar achteren, hoe meer kans op tori of exostoses. Sommige operateurs zijn bang voor de vaatzenuwstreng, maar zolang je wegblijft uit de transitie van het verticale deel naar het horizontale deel van het palatum, hoef je niet bang te zijn.
Technieken en inzichten
Giles gebruikt het meest een techniek waarbij wordt begonnen met een horizontale incisie, loodrecht op het palatum. Vervolgens dunt hij het weefsel uit om met een tweede incisie het transplantaat te verwijderen. Recente studies tonen aan dat er soms wortelresorptie optreedt bij contact met het transplantaat, de periostzijde naar het worteloppervlak kan dit risico evt. reduceren. Dit wordt echter nog bediscussieerd in de literatuur.
Creeping attachment
Een onderzoek uit 1998 in Italië vergeleek coronaal verplaatste flappen met een ontlastingsincisie, zowel met als zonder BWT. Beide groepen begonnen met een recessie van 3 tot 3,5 mm en vertoonden op korte termijn recessiereductie. Op de lange termijn bleek echter dat de BWT-groep steeds betere resultaten vertoonde, door het fenomeen ‘creeping attachment’. Volgens Giles pleit dit nog meer mede voor het gebruik van een BWT.
Recessiebehandeling met aangepast een gemodificeerd transplantaat
In specifieke gevallen waarbij een element zonder recessie tussen elementen met recessie ligt, past Giles een technische aanpassing toe op het BWT. Door een kleine incisie te maken in het transplantaat, wordt het mogelijk om het transplantaat te verlengen, zodat het aangepast kan worden aan de lokale situatie. Hierdoor wordt voorkomen dat er een overmatige verdikking ontstaat waar dit niet nodig is. Deze techniek zorgt ervoor dat het weefsel precies daar wordt toegevoegd waar het een functionele bijdrage levert, en niet op plaatsen waar dit overbodig is.
Second Harvest
Giles heeft jaren geleden histologisch onderzoek gedaan naar de kwaliteit van een tweede weefselontname uit het palatum. Hieruit blijkt dat dit tweede transplantaat doorgaans stugger is en kwalitatief beter dan de eerste oogst. Op basis hiervan kiest hij er vaak voor om eerst de eenvoudigere recessie te behandelen, zodat hij voor de complexere tweede behandeling een kwalitatief superieur transplantaat beschikbaar heeft.
Digitale toepassingen in de parodontale chirurgie
Een recente ontwikkeling in Giles’ werkwijze is het digitaliseren van het proces: zowel de mondsituatie als het BWT worden gescand. Dit maakt het mogelijk om visueel inzicht te krijgen in de dikteverandering van het weefsel na behandeling, onder andere door het fenomeen van creeping attachment, waarbij het tandvlees zich na verloop van tijd verder naar coronaal verplaatst, wat de esthetische en functionele resultaten verder verbetert.
Tunnelen: een verfijnde techniek
Giles is een groot voorstander van de tunneling-techniek, waarin de marginale gingiva en mucosa los wordt geprepareerd zonder het doorsnijden van de papillen. Deze methode, geïntroduceerd door oa. Ion Zabalegui, vereist specifieke instrumenten zoals microblades en geavanceerde hechttechnieken die het mogelijk maken het transplantaat via de tunnel te plaatsen. In sommige gevallen kan een hulpincisie noodzakelijk zijn om toegang te verkrijgen. De techniek vraagt ervaring en precisie, maar biedt esthetisch superieure resultaten.
Nadelen van BWT
Hoewel het gebruik van autoloog bindweefsel goede resultaten geeft, kent het ook nadelen:
Verhoogde morbiditeit
Risico op postoperatieve nabloedingen
Verminderd gevoel van het palatum
Het palatum heeft een beperkte Hoeveelheid zacht weefsel beschikbaar
Langere operatieduur
Giles ziet vanwege de nadelen van een BWT, veel toekomst in het gebruik van bindweefselvervangers. Over het algemeen geneest het oogsten van een BWT goed en de resultaten zijn mooi, maar het zou fijn zijn als we andere alternatieven kunnen gebruiken. Het oogsten van een BWT leidt meestal wel tot meer pijn. Een incisie die je niet maakt, kan per definitie geen pijn veroorzaken. Als je het palatum niet aanraakt, is het in feite minder invasief. Nabloedingen komen zelden voor bij Giles, maar het palatum kan na de ingreep soms wat verdoofd aanvoelen.
Aan de hand van verschillende casussen toont Giles aan dat er toch ongemak kan optreden. Het palatum geneest niet altijd optimaal, en patiënten blijven dit vervelend vinden. Dit sluit niet aan bij de minimaal invasieve benadering van Giles. We moeten ons realiseren dat wanneer we met chirurgie bezig zijn, er ongewilde complicaties kunnen optreden.
Bindweefselvervangers: alternatieven voor autoloog weefsel
Giles noemt verschillende soorten vervangers:
Menselijke oorsprong: Alloderm (niet langer beschikbaar in de EU), Tutodent Dermis.
Dierlijke oorsprong: Mucograft®, Mucoderm®, FibroGide®, en Novomatrix®.
Onderzoek Sofia Aroca
Onderzoek van Sofia Aroca toont aan dat MCAF in combinatie met Mucograft goede resultaten geeft bij Miller klasse I en II-recessies.
Voorlopige resultaten van haar onderzoek waren:
Uitstekende postoperatieve genezing met minimale ontstekingsreacties.
Volledige bedekking werd verkregen bij recessies van Miller Klasse I en II.
Het hanteren van het materiaal is in bepaalde gevallen moeilijk (bijvoorbeeld bij heviger bloeden). Het materiaal moet droog worden aangebracht.
De blootgestelde delen van het materiaal desintegreren zeer snel: dit impliceert dat de matrix altijd volledig bedekt moet zijn.
Selectiecriteria en materiaalkeuze
Een belangrijk punt dat Giles benadrukt, is dat niet elk geval geschikt is voor het gebruik van vervangend weefsel. In situaties met uitgebreide buccale en linguale recessies moeten aanvullende technieken worden ingezet, zoals strategisch geplaatste incisiepunten en tunneling aan beide zijden in één sessie. Hierbij worden hechtingen geplaatst aan de tegenovergestelde zijde van de recessie.
Meisje van 14 jaar – Casus
De gingiva was wat ontspoord nadat de beugel was verwijderd, en er waren enkele recessies zichtbaar. Ze voldeed aan alle criteria en had nog steeds gekeratiniseerde gingiva op alle plaatsen. Vroeger zouden we dit Miller Klasse 1 noemen.
Giles had net het Novomatrix-materiaal ontvangen. In één afspraak is het volgende uitgevoerd: tunnelen, het transplantaat induwen, hechtingen palatinaal plaatsen, en de resultaten voldoen aan de succescriteria op lange termijn.
Conclusie: Het is mogelijk! Maar wanneer is het niet mogelijk?
Wanneer kan het niet met vervangende weefsels?
In een casus waarbij zowel de linguale als de buccale recessies aanwezig waren. De patiënt werd orthodontisch herbehandeld en de elementen werden in een biologische envelop geplaatst. Giles tunnelde zowel linguaal als buccaal. Hij maakte op een strategische manier een incisie in de papilbasis en kon daardoor naar de andere kant tunnelen om daar bij te komen. Bij behandelingen van linguale recessies komen alle hechtingen buccaal, en bij behandelingen van buccale recessies komen alle hechtingen linguaal. Het transplantaat werd in twee stukken verdeeld, waardoor het mogelijk was om zowel buccaal als linguaal in één zitting te behandelen.
De charme van parodontale regeneratie is dat er geen kunstmatige materialen aan te pas komen
Combinatie van technieken
Soms is een combinatie van BWT en weefselvervanger aangewezen. Dit gebeurt in drie gevallen:
Wanneer BWT op zichzelf onvoldoende volume biedt.
Wanneer BWT wordt gebruikt om de weefselvervanger te beschermen.
Wanneer de weefselvervanger het BWT aanvult
Recessies bij implantaten
Aan de hand van een casus bespreekt Giles de complexiteit van recessies bij implantaten. Bij jonge patiënten die nog in de groei zijn, waarbij geïmplanteerd wordt, kunnen implantaten achterblijven ten opzichte van de natuurlijke dentitie. Dit kan leiden tot afvlakking van de premaxilla en weefselverschuivingen, wat de kans op recessie verhoogt. Hierbij is het cruciaal om in te grijpen met een holistische benadering waarin ook orthodontie wordt overwogen.
Alles-in-één casus
In een uitgebreide casus uit 2005 werd bij een patiënt een autologe mock-up uitgevoerd met composiet en een zwarte stift om een esthetisch eindresultaat te visualiseren. Over de jaren heen keerden recessies terug. In 2024, bijna 20 jaar later kon, dankzij gerichte toepassing van autoloog weefsel gecombineerd met een bindweefselvervanger, een herstelingreep worden uitgevoerd. Hierdoor kon het bestaande kroon- en brugwerk gehandhaafd blijven. Daar waar de recessie het verst gevorderd was, gebruikt Giles autoloog weefsel en waar de recessie minder ver was gevorderd was gebruikt hij een bindweefselvervanger. Hij hoeft dan toch een minder groot stuk uit het palatum te halen.
Dit illustreert het belang van maatwerk en het selectief toepassen van minder invasieve technieken.
Giles de Quincey studeerde tandheelkunde in Nijmegen en heeft inmiddels al bijna 35 jaar een praktijk in Den Bosch. Sinds 2017 is hij actief in het onderwijs aan de Universiteit van Bern.
Tijdens Paro Open 2025 gaven longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter een uitdagende lezing over de gevaren van roken en vapen. De focus lag op de rol van mondhygiënisten en tandartsen als sleutelfiguren in het bestrijden van de roken- en vapenepidemie. De lezing combineerde evidence-based theorie met intrigerende casuïstiek en interactieve discussiepunten, zoals de vraag: “Heeft het zin je tanden te poetsen als je rookt?”
Feiten en cijfers over roken
Vermijdbare risico’s voor verloren levensjaren
Oorlog: 6-16
Roken: 4,8
Gebrek aan beweging: 2,4
Lage opleiding/laag inkomen: 2,1
Overgewicht: 0,7
Overmatig alcoholgebruik: 0,5
Tabakgebruik en mortaliteit
3,5 miljoen gebruikers in Nederland
Bijna 20.000 doden per jaar door tabaksgebruik
Roken daalt, maar de omzet van de tabaksindustrie stijgt
Top-tot-teen gevolgen van roken voor het hele lichaam
Beroertes, blindheid, mondproblemen, longkanker, COPD, hart- en vaatziekten, aneurysma’s, blaaskanker, fertiliteitsproblemen, problemen aan benen
Overige effecten
30% van kankersterfte is gerelateerd aan roken
Rokers van 30-50 jaar hebben 10x meer kans op hart- en vaatziekten
Sterkte relatie tussen roken en psychiatrische ziekten, angst, stress, depressie, schizofrenie, eenzaamheid, sociale isolatie en dementie
Roken kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid, vroege menopause, buitenbaarmoederlijke zwangerschap, miskraam en placenta loslating
Tijdens zwangerschap kan roken bij het kind leiden tot schisis, groeiachterstand, kleinere hersenen, long en hart, longkanker, doodgeboorte, wiegendood en verslaving bij de baby.
Milieu-impact
Ontbossing, pesticidengebruik en filters in de oceaan
Vapen
Het verschil tussen een vape en een sigaret is het feit dat een e-sigaret veel giftige verbrandingsproducten van tabak mist, echter in de damp komen wel andere schadelijke stoffen vrij zoals nicotine en propyleenglycol en (sporen van) giftige carcinogene stoffen zoals lood en cadmium. E-sigaretten kunnen exploderen en blootstelling aan vloeistof kan leiden tot ernstige vergiftiging. Het aantal kinderen dat overstapt van vapes naar een gewone sigaret is 70%.
Samenstelling en effecten
Podmods bevatten oplaadbare cartridges met nicotine en smaakstoffen.
Nicotinezouten zijn makkelijker te inhaleren en worden sneller in bloed opgenomen; één vape kan gelijkstaan aan nicotine van twee pakjes sigaretten.
Blootstelling aan nicotine via e-vloeistof kan epileptische aanvallen veroorzaken. Daarnaast kan het via de placenta opgenomen worden door het ongeboren kind en schadelijk zijn voor de hersenontwikkeling bij foetus en adolescenten.
Schade aan longen
Vettige druppels van vapes veroorzaken chronische ontstekingen in longblaasjes, verstoren macrofagen en verminderen zuurstofuitwisseling door de hele long heen wat zorgt voor bemoeilijken van de ademhaling.
Langdurige blootstelling kan leiden tot een uitgebreide chronische ontsteking vergelijkbaar met fijnstofinhalatie.
Zwangerschap en kinderen
Nicotine passeert gemakkelijk de placenta; risico op groeiachterstand, cognitieve problemen, obesitas en wiegendood neemt toe.
Stoppen met roken via e-sigaret
Er is onvoldoende bewijs dat e-sigaretten effectiever zijn dan bewezen rookstopbehandelingen.
Dual use en persisterende nicotineafhankelijkheid blijven een probleem.
Conclusie
Roken en vapen blijven grote risico’s voor zowel de mondgezondheid en algemene gezondheid met schadelijke effecten van top tot teen. Mondzorgprofessionals kunnen een belangrijke rol spelen door actief te vragen naar roken en vapen. Benadrukt wordt dat vapen geen veilig alternatief is voor roken en kan leiden tot de ontwikkeling van een nicotineverslaving. Artsen geven voorlichting op scholen om vapen bij jongeren tegen te gaan.
Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van Pauline Dekker en Wanda de Kanter tijdens het congres Paro Open van DentalCens
Lees ook:
Eén stopminuutje maakt het verschil in de mondzorg
Roken vraagt in Nederland elk half uur een dodelijk slachtoffer, 20.000 per jaar. Om stoppen met roken te stimuleren ontwikkelde het Trimbos Instituut nieuwe materialen speciaal voor mondzorgprofessionals: een kenniskaart, wachtkamerposter en een gratis geaccrediteerde e-learning. En bekijk het stopminuutje voor warm doorverwijzen naar professionele begeleiding. Lees meer
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2017/10/86809664-roken-500.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2026-02-16 13:18:402026-03-05 10:03:41Longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter: ‘Tandartsen en mondhygiënisten zijn sleutelfiguren bij stoppen met roken’
Communicatie wordt gestuurd door onbewuste processen. Heidi Peeters en Karin Prince spraken over het NLP-communicatiemodel en Transactionele Analyse bij het symposium Persoonlijk leiderschap in de mondzorg van ACTA Dental Education. Dit om meer bewustzijn te creëren van je eigen gedrag en de processen die jouw communicatie beïnvloeden.
NLP biedt inzicht in de manier hoe jouw zintuiglijke waarnemingen via interne processen worden omgezet in extern gedrag. Transactionele Analyse is een theorie die zich richt op persoonlijkheid, communicatie en gedragsverandering. Wanneer je onderzoek doet naar je eigen unieke onbewuste patronen worden ze zichtbaar en kun je deze interacties sturen.
Wat is persoonlijke ontwikkeling?
Persoonlijke ontwikkeling draait om bewust werken aan je eigen vaardigheden. Het is het proces waarbij je leert inzien wat je allemaal in huis hebt en dat is vaak meer dan je denkt. Volgens NLP (Neuro-Linguïstisch Programmeren) bezit ieder mens alle hulpbronnen om zijn of haar doelen te bereiken. Maar als dat écht zo eenvoudig was, zouden we allemaal al succesvol en gelukkig zijn. Tussen iets willen en iets daadwerkelijk doen zit namelijk vaak een wereld van verschil.
Je ziet dit terug in de praktijk: de ene patiënt pakt een instructie direct op, terwijl een ander veel herhaling, uitleg en begeleiding nodig heeft. De overtuigingen (en andere filters zoals herinneringen, waarden etcetera) van de patiënt bepalen de stemming, en stemming bepaalt het gedrag.
Wat bepaalt ons gedrag?
Tijdens de bijeenkomst nodigde Karin Prince ons uit tot een korte dansoefening. Sommigen deden enthousiast mee, anderen aarzelden of vonden het ongemakkelijk. Wie had er gelijk? Niemand – en iedereen.
Stel: je begint de dag met een positief gevoel. Je kijkt tevreden in de spiegel, denkt aan alles wat je gaat doen en weet dat je het kunt. Je to-do-lijst werk je soepel af, mensen lachen om je grappen, je voelt je sterk. Maar stel dat je opstaat met zelfkritiek, twijfels en een negatief beeld: dan lijken diezelfde taken eindeloos, je komt minder overtuigend over, en zelfs je grappen landen niet. De situatie is hetzelfde: jij bent anders. Topsporters herkennen dit als geen ander. Als het ‘tussen de oren’ niet goed zit, daalt de prestatie. Een positieve mindset maakt het verschil.
Stemming en lichaamstaal
Hoe creëer je dan die positieve stemming? Karin vroeg ons om na te denken over wat we leuk vinden: muziek luisteren, lezen, reizen, in de hangmat liggen, chocola eten… Iedereen noemde iets anders. Maar wat je leuk denkt, is nog niet hetzelfde als hoe je je daadwerkelijk voelt.
We deden een oefening:
Ga staan met je hoofd omlaag, een frons op je gezicht en hangende mondhoeken. Voel je je nu blij? Natuurlijk niet.
Vervolgens stonden we rechtop, schouders naar achteren, wenkbrauwen en mondhoeken omhoog. Voel je je nu somber? Ook dat is lastig.
De conclusie: lichaamshouding beïnvloedt je stemming. En stemming bepaalt je gedrag.
Wil je gezond leven en beginnen met sporten? Dan helpt het om een positieve stemming op te roepen. Maar op dag vier lig je misschien toch nog even in bed en wint het gemak het van je goede voornemens. Er is dus méér nodig dan een goed voornemen of een positieve houding alleen.
Interne voorstellingen en overtuigingen
Wat je tegen jezelf zegt, doet ertoe. Zeg je: “Ik wil niet ziek zijn”, dan maak je onbewust een beeld van ziek-zijn – en dat werkt tegen je. Zeg je: “Ik wil gezond zijn”, dan roep je een positieve voorstelling op. Jouw beeld van ‘gezond’ is bovendien anders dan dat van je patiënt. Ieder mens creëert zijn of haar eigen werkelijkheid.
Per seconde ontvangt ons brein 1,1 miljard (!) prikkels. Gelukkig kunnen we er slechts 5 tot 9 bewust verwerken. De rest wordt gefilterd: we laten dingen weg, vervormen en generaliseren. Hoe je filtert wordt o.a. bepaald door je herinneringen, waarden en overtuigingen.
Wat betekent dat in de praktijk? Jij ziet maar een deel van jezelf in de spiegel en dat geldt ook voor hoe je anderen ziet. Ieder mens is meer dan je op het eerste gezicht denkt. Wat jij invult over een ander, zegt vaak meer over jouw eigen filters dan over de werkelijkheid.
De invloed van overtuigingen
Een overtuiging is krachtig. Als je jezelf vertelt: “Mijn rechterarm is slap, ik ben slap…”, dan voelt die arm inderdaad zwakker. Maar zeg je: “Wat er ook gebeurt, deze arm buigt niet door”, dan activeer je kracht. Overtuigingen bevestigen zichzelf, omdat je de wereld filtert op wat je gelooft.
In een behandelkamer kan dit botsen. Jij zegt tegen een patiënt: “U moet drie keer per dag poetsen.” Maar de patiënt denkt: “Dat gaat mij nooit lukken.” Jullie overtuigingen botsen – en dan begint vaak het overtuigen. Maar dat werkt zelden. Je komt in een soort moeras van miscommunicatie terecht.
Ego-posities en communicatie
We communiceren vanuit verschillende ego-posities:
Het kind-ego, waarin ook oude emotionele ‘kerven’ opgeslagen zitten.
Het volwassen-ego, dat rationeel, bewust en empathisch is.
De opvoedende ouder-ego dit is een ego-toestand die zich manifesteert als sturend en zorgend. Deze kan positief zijn (voedende ouder) of negatief (kritische ouder).
Wanneer de een spreekt vanuit de opvoedende ouder- ego positie heeft de ander altijd de neiging om vanuit het (gekwetste) kind-ego te reageren.
Als jij zegt: “Je moet wel luisteren!”, en de patiënt wordt ergens in geraakt vanuit het gekwetste kind, dan gaat hij zich verzetten. Jij wordt op jouw beurt ook geraakt en gaat corrigeren en voor je het weet zitten twee innerlijke kinderen tegenover elkaar te vitten.
Vertragen De oplossing? Vertragen. Even ademen. Vraag jezelf: Hoe oud voel ik me nu eigenlijk? Alleen dan kun je terugschakelen naar volwassen gedrag. Twee volwassen ego’s die communiceren gaan geen strijd aan.
We zijn vaak op zoek naar wat we missen – maar je kunt ook leren te kijken naar wat er al wél goed gaat.
Een andere benadering
In plaats van eindeloos in het probleem te graven, stelde Karin een krachtige vraag:
“Welke stemming heb je nodig om dit probleem op te lossen?”
Alles begint bij stemming. Daarmee kun je jouw gedrag beïnvloeden – en dat van de ander beter begrijpen. Communicatie, leiderschap en persoonlijke ontwikkeling beginnen allemaal met de manier waarop je kijkt, denkt, voelt en handelt.
Heidi Peeters is mondhygiënist en NLP-coach (Neuro Linguïstisch Programmeren) voor tandheelkundig personeel. NLP richt zich op het heractiveren van aanwezige hulpbronnen in het eigen systeem. Met meer dan 30 jaar ervaring in haar eigen praktijk brengt zij een unieke combinatie van vakinhoudelijke kennis en coachingsvaardigheden, gericht op het verbeteren van patiëntenzorg en de ondersteuning van tandheelkundig personeel. Haar professionele aanpak wordt gekenmerkt door integriteit, warmte, avontuur en een sterke focus op kwaliteit. Sinds 2013 zet Heidi zich bovendien via Stichting Dutch Dental Care in voor vrijwillige tandheelkundige hulp in Kenia.
Karin Prince is een internationaal gecertificeerd NLP-trainer en oplossingsgericht coach met een medische achtergrond (HBO-V) en jarenlange ervaring in de jeugdzorg. Haar opleidingen volgde ze bij hoog aangeschreven instituten, wat haar deskundigheid in Neuro Linguïstisch Programmeren en coaching verder versterkt. Met humor, energie relativeringsvermogen en professionaliteit creëert Karin de juiste sfeer voor leren, presteren en veranderen, waarbij ze uitgaat van het principe dat complexe problemen vaak eenvoudige oplossingen vragen.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dentalinfo.nl van de lezing van Heidi Peeters en Karin Prince tijdens het symposium Persoonlijk leiderschap in de mondzorg van ACTA Dental Education.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/06/Persoonlijke-ontwikkeling-en-gedrag-in-de-praktijk.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2026-02-02 11:25:362026-02-02 11:32:21Persoonlijke ontwikkeling en gedrag in de praktijk
Mondhygiënist Miranda Belder en parodontoloog Dick Barendregt delen hun ruim twintig jaar ervaring met succesvolle interdisciplinaire samenwerking onder het motto ‘’Samen Sterk!’’ Tijdens hun lezing vertelden zij wat dit inhoudt. Lees het verslag.
Verslag van de lezing van Miranda Belder en Dick Barendregt tijdens Paro Open.
Zij benadrukken dat een effectieve samenwerking gebaseerd is op
Gedeelde visie: einddoelen en behandelpad worden samen met de patiënt vastgesteld
Wederzijds respect en vertrouwen: afspraken worden gemaakt én nageleefd
Volgorde en procesbewustzijn: elke behandelaar hanteert de juiste volgorde in het proces
Teamspeler in de tandheelkunde
Om een goede teamspeler te zijn, moeten zorgverleners drie eigenschappen ontwikkelen:
Accountability: weten wat je rol is, deze uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor het resultaat.
Tenacity: doorzetten en obstakels overwinnen.
Passion: doen waar je van houdt en plezier vinden in het proces zelf.
Daarnaast is respect voor andere disciplines cruciaal. Samenwerken betekent elkaar helpen en kennis delen, niet alleen taken doorgeven.
Multidisciplinair vs. interdisciplinair
Multidisciplinair: behandelaars werken afzonderlijk, patiënt wordt doorgestuurd van de ene naar de andere.
Interdisciplinair: behandelaars werken dichter samen, overlappen hun expertise en communiceren intensief, waarbij de patiënt centraal staat.
Interdisciplinair samenwerken kan worden gedefinieerd als gelegenheden waarbij twee of meer beroepen leren met, van en over elkaar om de samenwerking en de kwaliteit van een dienst te verbeteren
Een voorbeeld van interdisciplinaire samenwerking is het feit dat huisartsen ook kijken naar mondgezondheid en in overleg kunnen doorverwijzen naar tandheelkundige professionals. Andersom kunnen tandartsen bij bepaalde signalen voor systemische ziektes ook kortsluiten met de huisarts en eventueel verwijzen.
Praktische tips voor samenwerking
Confidence cup: goede ervaring worden bewaard in deze “cup”. Deze blijft alleen maar lekvrij als je anderen helpt en jezelf omringt met een positief netwerk
Build confidence: stel haalbare doelen en straal positieve energie uit.
Energy: non-verbale communicatie en een positieve energie maken samenwerking effectiever en plezieriger.
Team bouwen
Om een team te bouwen is communicatie met elkaar en met de patiënt erg belangrijk
Zorg met elkaar voor een werkplek waar iedereen zijn administratie doet, plan een maandelijkse ‘teammeeting’ en documenteer en gebruik software wat onderlinge communicatie helpt; bijv. Smile Cloud.
Betrek de patiënt in het plan en het verloop van de behandeling, zorg voor een hoofdbehandelaar per behandelfase en gebruik beeldmateriaal om voor juiste communicatie met de patiënt te zorgen.
Belang van interdisciplinair werken bij parodontitis
Parodontitis is de zesde meest voorkomende ziekte wereldwijd en heeft een negatieve impact op de algemene gezondheid.
Op dit moment zijn er 1.1 miljard gevallen van ernstige parodontitis vastgesteld. Patiënten met parodontale- systemische ziekten delen dezelfde risicofactoren zoals roken, een slecht dieet, stress, hypertensie, obesitas en weinig fysieke activiteit.
Door samenwerking kunnen behandelingen effectiever worden, levens en tanden worden gered, en preventie en onderhoud voor patiënten gegarandeerd.
Interdisciplinaire samenwerking vergroot ieders kennis en tilt het behandelniveau omhoog.
Conclusie
Deze lezing benadrukte dat samenwerken in de tandheelkunde niet optioneel is, maar essentieel voor optimale patiëntenzorg. Interprofessionele samenwerking vraagt om gedeelde visie, vertrouwen, duidelijke afspraken, communicatie en passie. Door deze principes te volgen, kan een team behandelingen naar een hoger niveau tillen en de patiënt centraal stellen.
Miranda Belder heeft haar opleiding tot mondhygiënist gevolgd van 1986-1988 aan de Stichting Opleiding Mondhygiënisten te Utrecht. Zij was daarna werkzaam in diverse algemene praktijken in het Gooi. Vanaf 1993 tot en met 2013 is zij werkzaam geweest in de Kliniek voor Parodontologie te Amsterdam. Tevens is zij vanaf 2004 werkzaam als vrijgevestigd mondhygiënist in de Groepspraktijk voor Mondhygiëne in Alphen aan den Rijn, nu samen met vier collega-mondhygiënisten. Na haar afstuderen heeft zij diverse cursussen gevolgd o.a. Parodontale diagnostiek en behandelingsplanning, Initiële parodontale behandeling (Paro A/B/C) maar ook Psychodiagnostiek voor tandheelkundig specialismen en mondziekten. Zij geeft regelmatig lezingen en workshops over parodontale nazorg, richtlijnen peri-implantitis factoren die compliance beïnvloeden en wat is je succesrate? Waar draait het om bij parodontale behandeling? Wanneer hanteer je M- en T-codes en interprofessionele samenwerking. Op invalbasis is zij werkzaam in een algemene praktijk(Stokvis en Huisman) in Hilversum.
Dr. Dick Barendregt studeerde in 1988 af als tandarts aan de Rijksuniversiteit Groningen en voltooide in 1994 zijn postacademische opleiding in de parodontologie aan het ACTA. In 1996 richtte hij de Kliniek voor Parodontologie Rotterdam op. Vanuit deze basis ontwikkelde zich de afgelopen twintig jaar een sterke focus op interdisciplinair patiëntenzorg, wat leidde tot de oprichting van Proclin Rotterdam. Op 4 november 2009 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift “Probing around teeth”. Sinds januari 2017 is hij voorzitter van de Richtlijn Advies Commissie (RAC) binnen het KIMO. In juli 2019 werd hij benoemd tot Adjunct Professor aan de afdeling Parodontologie van de Adams School of Dentistry, University of North Carolina in Chapel Hill. In 2024 volgde zijn benoeming tot Klinisch Professor aan de Complutense Universiteit van Madrid. Daarnaast is hij (co-)auteur van diverse artikelen en boekhoofdstukken over dentale traumatologie en autotransplantatie. Sinds september 2024 maakt hij deel uit van de Editorial Board van Dental Traumatology (Wiley).
Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van Miranda Belder en dr. Dick Barendregt tijdens het congres Paro Open van DentalCens
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/11/Samenwerken-in-de-tandheelkunde-is-niet-optioneel-maar-essentieel-voor-optimale-patientenzorg.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2026-02-02 11:10:542026-02-02 11:33:00‘Samenwerken in de tandheelkunde is niet optioneel, maar essentieel voor optimale patiëntenzorg’
Minimaal invasieve endodontie (MIE) roept bij velen meteen het beeld op van minuscule endodontische openingen waarmee collega’s op social media zowel kritiek als bewondering oogsten. Maar MIE is op meer onderdelen van de behandeling toepasbaar. Endodontoloog Marga Ree vertelde in haar lezing over de meest recente ontwikkelingen op gebied van MIE.
Zo ging het vroeger…
Er werd gewerkt met handvijlen en laterale condensatie als vulprocedure, destijds een revolutionaire methode. De preparaties waren vaak redelijk parallel. Er werden wortelstiften geplaatst, zelfs in molaren, met gegoten opbouwen en parallelle stiften van metaal. Dit alles vereiste dat veel tandmateriaal werd weggeboord – iets wat vandaag de dag niet langer acceptabel is.
Minimaal invasieve endodontie
Het doel van minimaal invasieve endodontie is het behoud van zoveel mogelijk gezond coronaal, pericerviculair en radiculair dentine – de sleutel tot een goede langetermijnprognose. Tijdens haar lezing licht Marga toe wanneer een (her)behandeling geïndiceerd is en welke minimaal invasieve procedures verantwoord zijn. Ze bespreekt daarbij zowel de voordelen als de nadelen.
Marga benadrukt dat minimaal invasieve endodontie niet pas begint bij de uitvoering van de wortelkanaalbehandeling zelf, maar al bij de indicatiestelling en de behandelplanning.
Soms wordt bewust gekozen voor géén (volledige) wortelkanaalbehandeling, bijvoorbeeld in de volgende gevallen:
Vitale pulpatherapie
Partiële herbehandeling
Endodontische chirurgie
Alternatieve behandeling van verkleurde of gecalcificeerde elementen
Een aantal van deze procedures bespreekt Marga uitgebreider tijdens haar lezing.
Wortelkanaalbehandelingen op een minimaal invasieve manier
Is een kleinere preparatie daadwerkelijk beter? Leidt dit tot een langere levensduur van het element? Om hierop antwoord te geven, verwijst Marga naar de volgende systematische review en meta-analyse:
Elementen met een ConsAC-, UltraAC- of TrussAC-preparatie vertoonden een hogere breukweerstand in vergelijking met traditionele toegangscaviteiten (TradAC), mits alle marginale randlijsten intact zijn.
De vorm van de toegangscaviteit had geen significant effect op de breukweerstand wanneer één of twee marginale randlijsten ontbraken (Klasse II).
Hoewel kleinere endodontische openingen voordelen bieden, kent deze aanpak ook nadelen, zoals beschreven in de meta-analyse:
Het risico op het missen van kanalen neemt toe.
De kanalen kunnen minder goed gereinigd worden.
Bij doorsnee casussen, waarbij elementen tandweefsel hebben verloren door cariës, trauma of andere oorzaken, blijkt dat een ConsAC-, UltraAC- of TrussAC-preparatie geen verschil maakt voor de breukweerstand ten opzichte van een TradAC.
Aanbeveling
Houd de endodontische toegangscaviteit zo klein als praktisch mogelijk, mits dit de kwaliteit van de wortelkanaalbehandeling niet negatief beïnvloedt. Het is belangrijk te vermelden dat veel van deze studies in vitro zijn uitgevoerd. Wanneer een adhesieve restauratie volgt, vervalt vaak het verschil in breukweerstand dat oorspronkelijk werd waargenomen.
Daarnaast blijkt dat er een significant hoger risico is op het missen van kanalen wanneer bij een ConsAC-preparatie geen gebruik wordt gemaakt van een operatiemicroscoop en ultrasone apparatuur. De meeste onderzoeken richtten zich op de breukweerstand van elementen direct na preparatie van de endodontische opening. Maar hoe verandert deze situatie nadat de opening is gerestaureerd met een adhesieve techniek? Geldt dan nog steeds hetzelfde verschil in breukweerstand? Marga vertelt dat wanneer we de literatuur samenvatten, blijkt dat ongeveer 36% van de studies (ongeveer een derde) aangeeft dat er een hogere breukweerstand is na adhesieve restauratie bij kleinere openingen. De overgrote meerderheid concludeert echter dat er géén significant verschil bestaat.
Kortom: Als we een traditionele opening maken en vervolgens restaureren met een adhesieve techniek, blijkt er in de meeste gevallen geen sprake meer te zijn van een lagere breukweerstand in vergelijking met een meer beperkte opening.
Minimaal invasieve hulpmiddelen
Welke hulpmiddelen hebben we vandaag de dag tot onze beschikking om minimaal invasief te werken binnen de endodontie?
Operatiemicroscoop
CBCT (vooral nuttig bij de behandelplanning)
Moderne mechanische vijlen (minder getaperd)
Verbeterde chemische desinfectie
Bioactieve vulmaterialen
Chemische desinfectie
Een veelgestelde vraag die Marga krijgt, is: “Kan een smal geprepareerd kanaal wel goed worden gedesinfecteerd? Reikt de naald met hypochloriet wel tot het apicale deel van de preparatie?”
Hiervoor verwijst Marga naar het volgende overzichtsartikel: Irrigants and irrigation activation systems in Endodontics.
De meest gebruikte irrigatievloeistoffen:
NaOCl (nog steeds het meest effectieve irrigatiemiddel)
Naast de irrigatiemiddelen beschikken we ook over activatiesystemen die deze irrigatiemiddelen een extra boost kunnen geven. Een voorbeeld hiervan is ultrasoon geactiveerd natriumhypochloriet. Belangrijk is dat er voldoende ruimte aanwezig is voor de irrigatietip om vrij te kunnen bewegen. Wanneer een tip tegen de kanaalwand stoot, dooft de ultrasone werking namelijk uit. Over het algemeen geldt dat als de irrigatietip een afmeting heeft van vijltje 25, er drie keer zoveel ruimte nodig is – dus een kanaalgrootte van vijltje 75 – om de tip vrij te laten bewegen. Dit betekent dat ultrasone irrigatie in het apicale deel van het kanaal in de praktijk vaak niet goed plaatsvindt, zeker niet bij kromme kanalen.
Wat betekent LASER?
Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation
De theorie achter het principe van de laser werd voor het eerst beschreven door Albert Einstein in 1917, maar pas eind jaren 40 werd de eerste praktische toepassing ontwikkeld. Het duurde vervolgens nog enige tijd voordat lasers daadwerkelijk commercieel beschikbaar kwamen.
Marga maakt gebruik van de Er,Cr:YSGG-laser. Dit is een erbium-gedoteerd, chroom-gesensibiliseerd yttrium-scandium-gallium-garnet kristal, met een golflengte van 2780 nm. De laser werkt in het infrarode, onzichtbare deel van het elektromagnetisch spectrum.
Belangrijk om te weten is dat deze laser een all-tissue laser is: hij kan zowel hard als zacht weefsel behandelen. De laserenergie wordt voornamelijk geabsorbeerd door water en hydroxyapatiet.
Waarom is Marga begonnen met de laser?
Marga was over het algemeen tevreden over haar endodontische behandelingen voordat ze met de laser werkte. Toch was ze nieuwsgierig. Ze hoorde veel positieve verhalen en was jarenlang lid van een forum waar steeds meer collega’s de laser gingen inzetten. Inmiddels gebruikt Marga de laser zo’n 2,5 jaar en deelt ze haar klinische ervaringen. In het begin was ze sceptisch en terughoudend. De aanschaf is immers een flinke investering. Ze vroeg zich af of de voordelen wel zouden opwegen tegen de extra kosten. Maar na haar eerste behandeldag was ze direct overtuigd.
Ze vertelt over haar eerste ervaring: Bij een herbehandeling van de 26, waarin de distale radix een sterke kromming vertoonde, was zij eerder slechts tot halverwege het kanaal gekomen. Destijds had zij het element afgesloten met een tijdelijk vulmateriaal en de patiënt terug laten komen. Toen zij de laser tot haar beschikking had, vulde ze het distale kanaal met natriumhypochloriet, plaatste het lasertipje (vergelijkbaar met een vijlmaat 25) en activeerde de laser gedurende 30 à 40 seconden. Daarna ging ze opnieuw met een vijl het kanaal in — en tot haar grote verbazing kon zij het kanaal ineens wél volledig prepareren en vullen.
Een belangrijk voordeel van de laser, aldus Marga, is dat je obstructies in het kanaal kunt opheffen die anders niet te passeren zouden zijn.
Een ander klinisch voorbeeld
Vroeger, wanneer Marga een patiënt binnenkreeg met een radiolucentie, voerde zij altijd een patency controle uit. Dit hield in dat zij met een zeer dun vijltje voorzichtig door het foramen apicale heen werkte, om het uiterste deel van het wortelkanaal goed te kunnen reinigen en irrigatievloeistoffen daar te laten doordringen. De literatuur laat zien dat een hoge mate van succes wordt behaald bij geïnfecteerde pulpa’s wanneer patency wordt behouden. Tegenwoordig gebruikt Marga hiervoor de laser in plaats van handvijlen.
Kan ditzelfde effect ook met ultrasone irrigatie worden bereikt?
Een 69-jarige patiënt werd naar Marga verwezen. De restauratief tandarts had de kroon verwijderd en een tijdelijke kroon geplaatst. Marga voerde eerst een gingivectomie uit met de laser. Hierdoor kon direct verder worden gerestaureerd, omdat er geen bloeding optrad. Ze bracht composietvleugels aan, zowel buccaal als palatinaal, om houvast te creëren voor de rubberdamklem. Deze vleugels prepareerde ze later er weer af. Omdat bij gebruik van de laserpatency vaker meer sealant wordt doorgeperst dan gewenst, was op de onderstaande foto te zien dat dit hier ook iets te royaal is gebeurd.
Samenvattend: wanneer we kleine, smalle preparaties maken, is het essentieel dat we goed kunnen desinfecteren. Ultrasone irrigatie is hiervoor minder geschikt. De GentleWave en de laser zijn speciaal ontwikkeld om smalle preparaties effectief te reinigen — en deze combinatie is klinisch bewezen zeer succesvol.
Vitale pulpatherapie
Vitale pulpatherapie kennen we vooral in het kader van trauma bij kinderen. Marga illustreert dit met de volgende casus: Kyle, 7 jaar oud, had een gecompliceerde kroonfractuur van de 11. Na een bezoek aan de spoeddienst werd het element behandeld met glasionomeercement. Enkele dagen later kwam Kyle bij Marga in de praktijk. Zij voerde een pulpotomie uit, waarbij zij eerst hemostase bewerkstelligde en vervolgens Biodentine aanbracht. Enkele dagen daarna kwam Kyle terug, waarbij zijn moeder het afgebroken fragment had meegenomen. Dit fragment werd na rehydratatie (15 minuten in fysiologisch zout) met een bondingtechniek succesvol weer aangehecht. Marga adviseert om een uitgedroogd fragment altijd eerst te rehydrateren in fysiologisch zout, om de bondingprocedure te verbeteren. Na de pulpotomie werd het element nauwlettend gevolgd.
Een indicatie dat de pulpa vitaal is gebleven, is het zien van verdikking van de wortelwanden en apicale maturatie (het sluiten van de apex). Bij Kyle reageerde het element na 3 maanden nog op koude stimulatie, en na 4 jaar stond het element keurig op zijn plek na orthodontische behandeling, reageerde het nog steeds op kou en was er volledige apicale maturatie zichtbaar.
Klinische realiteit
Na 5 jaar keerde Kyle terug. Er was een duidelijk kleurverschil zichtbaar tussen het opnieuw aangehechte fragment en de oorspronkelijke tandstomp. Marga voerde een interne bleekprocedure uit, waarna een andere behandelaar de breuklijnen verder maskeerde.
Melissa – Casus
Melissa klaagde over pijn bij warm en koud eten en drinken. Bij onderzoek werd een diep carieuze 37 vastgesteld. Marga legde een rubberdam aan en begon met excaveren.
Belangrijk bij vitale pulpatherapie
Grondig excaveren: alle geïnfecteerde dentine moet worden verwijderd. Wees niet bang voor een mogelijke pulpablootlegging.
Beheersing van bloeding: gebruik een steriel wattenpellet, plaats deze 5 minuten op de pulpa. Als de bloeding daarna is gestelpt, bevindt men zich op gezond pulpaweefsel.
Marga bracht vervolgens MTA aan, met een laagdikte van ongeveer 3 mm. De patiënt werd enkele dagen later teruggezien voor controle; bij uitblijven van klachten werd het element definitief gerestaureerd.
Volledige pulpotomie
In de volgende casus vertelt Marga over een volledige pulpotomie. Bij een 10-jarig meisje werd een diepe cariës (cariës profunda) vastgesteld, waarbij een pulpapoliep was ontstaan. Dit betreft geprolifereerd pulpaweefsel dat uit het pulpadak is gegroeid na een eerdere pulpa-expositie. Marga heeft eerst de pulpapoliep en het volledige pulpadak verwijderd, waarmee zij een volledige pulpotomie uitvoerde (de gehele kroonpulpa werd verwijderd tot aan de kanaalingangen). Vervolgens bracht zij MTA aan en restaureerde het element definitief met composiet
Hydraulische calciumsilicaatmaterialen
Tegenwoordig maken we gebruik van hydraulische calciumsilicaat (HC) cementen, waarover inmiddels meer dan 2500 artikelen en 200 reviews zijn verschenen.
Sinds de introductie in de jaren negentig zijn de indicaties voor deze materialen steeds verder uitgebreid. Klinisch presteren deze materialen goed voor alle endodontische toepassingen en zijn ze vergelijkbaar met, of zelfs superieur aan, conventionele materialen.
Met behulp van een laser kan ook een pulpotomie worden uitgevoerd. Een belangrijk voordeel hiervan is dat er nauwelijks bloeding optreedt. Hierdoor kan bijvoorbeeld twee dagen na een trauma nog een pulpotomie worden uitgevoerd en vervolgens worden afgedekt met een calciumsilicaatproduct.
De focus van vitale pulpatherapie is tegenwoordig breder dan alleen apexogenese. Ook bij volgroeide elementen, zelfs bij irreversibele pulpitis, kan vitale pulpatherapie worden overwogen. Hiervoor gelden echter strikte voorwaarden:
Er moet onder rubberdam en aseptisch worden gewerkt.
Er moet gebruik worden gemaakt van vergroting om het pulpaweefsel na verwijdering goed te kunnen inspecteren.
De bloeding moet gestelpt kunnen worden, idealiter met natriumhypochloriet.
Er moet worden gewerkt met een calciumsilicaatproduct.
Er moet bij voorkeur direct een definitieve restauratie geplaatst worden.
Samenvattend: Vitale pulpatherapie in carieuze elementen had lange tijd een slechte reputatie. Tegenwoordig wordt vitale pulpatherapie echter door zowel de American Association of Endodontists (AAE) als de European Society of Endodontology (ESE) beschouwd als een volwaardige behandelstrategie voor (a)symptomatische carieuze pulpa-exposities. Uit 25 klinische studies met een follow-up van één tot vijf jaar worden succespercentages gerapporteerd van 78–100% voor volledige of partiële pulpotomie.
Alternatieve behandeling van verkleurde, gecalcificeerde elementen
Volgens Marga kan deze behandeling ook worden beschouwd als een vorm van minimaal invasieve endodontie.
Verkleuring van 22 – Casus
Een 38-jarige vrouw presenteert zich met verkleuring aan de 22, waar zij zich aan stoort. De tandarts is gestart met de endodontische behandeling, maar kon deze niet afmaken. Door een calcificatie in het element was de tandarts door de buccale wortel heen geperforeerd. De patiënt werd doorverwezen voor een herbehandeling.
De oorspronkelijke kanaalingang moest gelokaliseerd worden, wat doorgaans tussen twee verschillende kleuren dentine te vinden is. Er is grijs dentine te zien, wat de plaats aangeeft waar de kanaalingang zich bevindt, met daarnaast lichtere dentine. Nadat de kanaalingang werd gevonden, werd de perforatie gesloten met een calciumsilicaatproduct. Vervolgens is het element gebleekt, en zijn een glasvezelstift en een composietrestauratie aangebracht.
Wortelkanaalcalcificatie
Een wortelkanaalcalcificatie kan optreden na tandletsel. Het is een pulparespons waarbij hard weefsel (secundaire/tertiaire dentine) in het wortelkanaalstelsel wordt afgezet. Dit komt vooral voor na tandletsel (contusie en subluxatie), maar het is geen pathologisch proces. Als de pulpa in staat is secundaire of tertiaire dentine af te zetten, betekent dit dat de pulpa nog leeft. Calcificatie is dus geen pathologisch proces, maar een genezingsproces.
Volgens de literatuur zal slechts 1 tot 27% van de gecalcificeerde elementen pulpanecrose gaan vertonen. Dit betekent dat in de meerderheid van de gevallen een gecalcificeerd element geen pulpanecrose zal ontwikkelen. Toch zoeken patiënten hulp vanwege de gele verkleuring van deze elementen. Tussen de 70-80% van deze elementen vertoont een gele verkleuring, terwijl sommige een grijze verkleuring laten zien. Over het algemeen vinden patiënten de gele verkleuring esthetisch minder prettig. In dergelijke gevallen kan vitaal gebleekt worden, hetgeen de minst invasieve procedure is om een element lichter te maken door selectief uitwendig te bleken. Dit vereist wel motivatie van de patiënt, aangezien deze elke dag een bleektray moet dragen, en meestal een paar maanden tijd vergt om het gewenste resultaat te bereiken.
17-jarige Jayden – Casus
Jayden heeft een jaar geleden trauma opgelopen aan de 11, 21 en 22, waarbij deze elementen luxatie hebben ondergaan en weer zijn gerepositioneerd. Gaandeweg ontwikkelde zich een paarse tot roze verkleuring in de 11. Alle pulpatesten waren normaal, behalve in de 11, waar wortelkanaalcalcificatie zichtbaar was. Besloten werd om te bleken zonder wortelkanaalbehandeling uit te voeren.
Marga lokaliseerde de verkleuring, die waarschijnlijk werd veroorzaakt door een pulpa bloeding, wat tot de verkleuring leidde. De bodem van het element werd afgedekt met glasionomeercement, waarna natriumperboraat werd aangebracht. Twee jaar later kwam Jayden terug met klachten over de 21, die pulpanecrose vertoonde en grijs kleurde. Er werd een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd in de 21, waarna het element werd gebleekt.
Relapse na intern bleken
Relapse na intern bleken komt vaak voor en kan variëren van 25% tot 50%. Het is belangrijk om patiënten goed te informeren over de mogelijkheid van relapse, zodat zij zich bewust zijn van dit risico. Over het algemeen zijn tandartsen vaak kritischer over de resultaten dan de patiënten zelf.
Wat zijn de potentiële complicaties en risico’s van intern bleken?
Een van de belangrijkste complicaties is het optreden van resorptie, met name invasieve cervicale resorptie. Dit kan vooral optreden bij het gebruik van waterstofperoxide, en met name wanneer waterstofperoxide geactiveerd wordt door hitte. In 6-8% van de gevallen is invasieve cervicale resorptie gemeld na intern bleken met waterstofperoxide, en als het waterstofperoxide tevens geactiveerd werd met hitte, kan dit percentage oplopen tot 18-25%.
Dus: Invasieve cervicale resorptie werd gerapporteerd in 6%-8% van alle gevallen waarin 35% H2O2 werd gebruikt en in 18%-25% als de H2O2 werd geactiveerd met hitte.
(Rotstein et al. 1991, Heithersay et al. 1994, Friedman 1997)
Wat zijn de predisponerende factoren voor resorptie?
(Trope 1997, Tredwin et al. 2006, Esberard et al. 2007)
Blootliggend dentine
Schade aan het parodontale ligament (PDL)
Trauma in de anamnese
In gevallen van trauma en gele, gecalcificeerde elementen adviseert Marga om geen waterstofperoxide te gebruiken. Natriumperboraat daarentegen wordt wel als een veilige optie beschouwd. Het gebruik van natriumperboraat brengt een zeer laag risico met zich mee voor het ontstaan van invasieve cervicale resorptie.
Dus: Walking bleach van EBE wordt beschouwd als veilig en effectief. De meeste studies tonen goede kortetermijnresultaten maar op termijn kan kleurregressie optreden.
Daarom moeten patiënten worden geïnformeerd dat opnieuw bleken nodig kan zijn of dat andere opties geïndiceerd kunnen zijn à informed consent!
Samenvatting
Spaar zoveel mogelijk coronaal en radiculair dentine, maar een (ultra)conservatief opening levert doorgaans geen hogere breukweerstand op
Smallere preparaties en ultrasoon geactiveerde irrigatie gaan niet goed samen,
VPT is een geaccepteerde en voorspelbare behandeling, die wel onder strikte voorwaarden moet worden uitgevoerd
Een gecalcificeerde pulpa is een teken van herstel na trauma, slechts 1-25% kan resulteren in pulpanecrose
Uit- of inwendig bleken zonder wortelkanaalbehandeling is een goede keus in een gecalcificeerd element zonder peri-apicale afwijkingen.
Marga Ree is al 24 jaar endodontoloog en 45 jaar tandarts. Op technologisch gebied ontbreekt het haar aan niets: zij beschikt over een microscoop, een laser en een unit die specifiek is toegespitst op wortelkanaalbehandelingen. Aan de hand van diverse voorbeelden laat Marga zien hoe groot het verschil is met vroeger, waarbij zij het belang van hedendaagse minimaal invasieve endodontie benadrukt.
Verslag door Mina Fadhil van de lezing van Marga Ree tijdens MINIMAAL INVASIEF2025 van Bureau Kalker.
Mondzorg in Wlz-instellingen wordt vaak voorgesteld alsof het een verlengstuk is van de reguliere praktijk, maar wie er écht werkt weet wel beter. De gemiddelde bewoner heeft meerdere chronische aandoeningen, slikproblemen, polyfarmacie, vergevorderde cognitieve achteruitgang en beperkte belastbaarheid. Bovendien is de mondverzorging afhankelijk van verzorgenden die onder hoge werkdruk staan.
Juist in die omgeving moet de tandarts of mondhygiënist veilige, haalbare en zinvolle zorg leveren. Dat is in de praktijk moeilijker dan het lijkt. Daarom is er nu de nieuwe Leidraad mondzorg bij zorgafhankelijke kwetsbare ouderen in Wlz-instellingen — een document dat eindelijk overzicht en houvast biedt in een domein dat jarenlang diffuus was.
Een herkenbaar probleem: veel belang, weinig structuur
In veel instellingen is mondzorg organisatorisch versnipperd. De tandarts krijgt niet altijd toegang tot medische gegevens, verzorgenden weten niet precies wat hun rol is, en behandelaars verschillen onderling in visie op wat haalbaar en zinvol is. Ondertussen verslechtert de mondgezondheid bij veel bewoners sneller dan nodig – door een combinatie van verminderde coöperatie, slikproblemen, droge mond en beperkte dagelijkse mondverzorging.
De nieuwe leidraad durft dit hardop te benoemen en stelt dat mondzorg onder deze omstandigheden alleen veilig kan worden geleverd als er duidelijke afspraken zijn over deskundigheid, organisatie en samenwerking. Daarbij is kennis van geriatrische tandheelkunde, dementie, gedragsproblemen en polyfarmacie geen luxe maar een randvoorwaarde.
De centrale boodschap: eenvoud en haalbaarheid boven technisch perfectionisme
Een van de grootste verdiensten van de leidraad is dat ze mondzorgverleners helpt los te komen van het idee dat elke mond cosmetisch perfect moet zijn. Bij kwetsbare ouderen staat comfort centraal: een pijnvrije, schone en functionele mond, zonder ingrijpende trajecten die niet meer passen bij de belastbaarheid van de cliënt.
De leidraad adviseert daarom bewust om geen ingewikkelde restauratieve trajecten te starten – geen grote endodontische behandelingen, geen uitgebreide parodontale ingrepen en geen nieuwe, complexe prothesen wanneer de kans klein is dat iemand kan wennen of ze kan reinigen. In plaats daarvan ligt de nadruk op pijnbehandeling, infectiepreventie en eenvoudige oplossingen die wél realistisch zijn.
Een mondzorgplan dat past bij leven, gedrag en belastbaarheid
Elk traject start met een individueel mondzorgplan dat onderdeel is van het zorgleefplan. Dat plan beschrijft:
wat haalbare doelen zijn,
welke mondverzorging dagelijks door verzorgenden wordt uitgevoerd,
hoe vaak de mondzorgverlener moet controleren,
en welke aanpak wordt gekozen als achteruitgang optreedt.
Dat klinkt logisch, maar in de praktijk wordt dit nog vaak vergeten. De leidraad legt daarom vast dat dit plan verplicht is en concreet moet worden afgestemd met het zorgteam, de specialist ouderengeneeskunde en de vertegenwoordiger. Zonder die afstemming ontstaat er onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en dat brengt risico’s mee voor de cliënt.
Veilige zorg begint met de juiste informatie
Een opvallend sterk punt in de leidraad is de ondubbelzinnige eis dat de tandarts toegang moet hebben tot medische gegevens en actuele medicatielijsten. Veel mondzorgverleners herkennen dat dit in de praktijk soms stroef verloopt. De leidraad is hier ongebruikelijk streng:
“Als de instelling cruciale medische informatie niet wil of kan delen, wordt aangeraden om de mondzorg tijdelijk stop te zetten omdat er dan niet veilig gewerkt kan worden”.
Dit benadrukt dat mondzorg in Wlz-instellingen niet los staat van de rest van het medisch beleid. De tandarts werkt in deze context nooit solistisch: samenwerking met de regie behandelaar, psycholoog, verpleegkundigen en andere disciplines is verplicht, niet optioneel.
Preventie krijgt een centrale plek
Waar in de reguliere praktijk preventie soms “bijzaak” lijkt, vormt het in de Wlz juist de kern. De leidraad schrijft voor dat dentate cliënten drie tot vier keer per jaar gecontroleerd moeten worden, omdat problemen snel escaleren. Edentate bewoners worden minimaal eenmaal per jaar gezien, en cliënten met implantaatgedragen protheses minimaal twee keer.
Ook wordt benadrukt dat verzorgenden structureel scholing moeten krijgen, omdat dagelijkse mondverzorging cruciaal is en veel problemen kan voorkomen. Chloorhexidine moet beperkt worden gebruikt, fluoride 5000 ppm verdient vaker de voorkeur, en pijngedrag moet actief gesignaleerd worden — ook wanneer de cliënt niet meer verbaal kan aangeven dat er iets mis is.
Ethische dilemma’s horen erbij — en moeten worden benoemd
Eén van de meest waardevolle onderdelen van de leidraad is dat zij erkent dat mondzorg voor deze doelgroep vaak gepaard gaat met ethische dilemma’s. Wat te doen als een cliënt behandeling weigert die medisch noodzakelijk lijkt? Hoe ga je om met familie die méér behandeling wil dan de cliënt aankan?
De leidraad adviseert om in zulke situaties een moreel beraad te organiseren waarin alle betrokkenen samen afwegen wat proportioneel, verantwoord en menswaardig is. Zo’n beraad brengt rust en zorgt dat beslissingen transparant, goed gedocumenteerd en multidisciplinair gedragen worden.
Tot slot: een leidraad die werkelijke houvast biedt
Wat deze leidraad onderscheidt van eerdere documenten is de combinatie van praktische haalbaarheid en ethische helderheid. Niet alleen beschrijft ze wát er moet gebeuren, maar vooral waarom en onder welke voorwaarden.
Voor mondzorgverleners betekent dit dat zij minder hoeven te improviseren en beter beschermd zijn tegen onrealistische verwachtingen. Voor zorginstellingen betekent het dat mondzorg structureel ingebed moet worden in het zorgproces. En voor cliënten betekent het dat mondzorg realistischer, veiliger en beter afgestemd is op hun levensfase.
In een tijd waarin vergrijzing en zorgcomplexiteit toenemen, biedt deze leidraad precies wat nodig is: richting, duidelijkheid, veiligheid en vooral menswaardigheid.
Leidraad mondzorg bij zorgafhankelijke kwetsbare ouderen in een Wlz-instelling; een consensus statement. A. Visser, W.Ph.L. van Ouwerkerk, F.R. Rozema, F. Lobbezoo, et al. doi: https://doi.org/10.5177/ntvt.2026.01.25011
Door: Dr. Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde. Dagelijks Leven Apeldoorn en Radboudumc, Nijmegen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2026/01/Nieuwe-leidraad-brengt-rust-richting-en-realisme-in-mondzorg-voor-kwetsbare-ouderen.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2026-01-14 10:18:462026-01-14 10:18:46Nieuwe leidraad brengt rust, richting én realisme in mondzorg voor kwetsbare ouderen
“Als chiropractor kun je het lichaam aanpassen, maar is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor de occlusie en het kaakgewricht. Deze onderdelen zitten weer vast aan de nek en het hoofd. Je kunt dit niet los van elkaar zien, maar als één gebalanceerd systeem.” Verslag van de lezing van chiropractor Dayne Ferrar tijdens het NVVRT-Restauratiefje Chiropractie.
Dayne zelf heeft op hoog niveau rubgy gespeeld. Hij brak zijn enkel en is hier niet meer van terug gekomen. Hij dacht eerst dat hij arts wilde worden, maar toen hij zijn vader na een heel kort ziekte bed verloor aan longkanker, veranderde zijn insteek. Het probleem bij het huidige gezondheidszorgsysteem is dat je pas kunt behandelen als je een diagnose krijgt. Als chiropractor zie je direct resultaat: mensen komen anders van de bank af dan toen ze erop stapten. Hij wil mensen helpen de beste versie van zichzelf te zijn. Zijn motto: je moet betere vragen stellen als je betere antwoorden wilt.
We vinden op dit moment dat afwezigheid van symptomen gelijkt staat aan gezond zijn. Maar er speelt veel meer mee. Je wilt uitgaan van de functie, het voorkomen van ziekte en van de prestaties die je lichaam kan leveren.
Ons brein krijgt informatie binnen via de zintuigen. Deze zintuigen geven impulsen door aan receptoren en in het brein worden deze receptoren omgezet in elektrische signalen.
Zo wordt er vanuit de nervus trigeminus verschillende soorten informatie doorgegeven van verschillende receptoren:
Strech receptoren in de kauwspieren
Mechanoreceptoren in het parodontaal ligament
Mechanoreceptoren in het TMJ
De reactie van het brein op de reactie van de stimuli is per persoon verschillend.
Prikkels
Het brein is constant prikkels aan het verwerken die binnenkomen vanuit de ogen, de oren en de spieren. Tegelijkertijd maakt het een motorische planning en stuurt het de spieren aan om te gaan bewegen. Tijdens het bewegen zorgt het brein er ook nog voor dat het hele lichaam in balans blijft. Om dit allemaal te kunnen organiseren, werken er veel systemen gelijktijdig samen.
Een voorbeeld waarbij je merkt hoeveel er gebeurt in de hersenen is om een vinger op te steken. Deze vinger beweeg je vervolgens omhoog en omlaag terwijl je met de ogen de vinger volgt. Wat je opvalt is dat je de vinger scherp blijft zien, ook al bewegen je ogen of je hoofd mee. Gaat er hier iets mis in de afstemming dan word je duizelig.
Ferrar kijkt altijd naar het postuur. Niet per se om te behandelen, maar omdat het hele lichaam met elkaar samenhangt. Er zijn verschillende centre points om hierbij mee te nemen. Wanneer iemand een scheef postuur heeft, zijn vaak bepaalde spieren hypertoon.
‘Brain control is only as good as the input from the body’
Gaat er iets mis in de verwerking van prikkels richting de hersenen, dan kan het brein geen goede aansturing geven. Er kunnen verschillende dingen misgaan in de verwerking van prikkels. Dit kan soms komen door een trauma tijdens de geboorte. Sommige kinderen kunnen hier goed mee functioneren, maar lang niet allemaal.
Wanneer het proprioceptieve systeem achteruit gaat, gaat de input van het brein achteruit, waardoor het brein slechter gaat functioneren.
Gelukkig kun je dit middels neuromodulatie aanpassen en hierbij de kwaliteit van leven verbeteren. Dit proces in de hersenen kost ongeveer acht tot twaalf weken. Dit is dan ook de gemiddelde duur voor de behandelplannen, maar het kan ook sneller. Belangrijk voor je brein is naast voldoende tijd, ook consistency en herhaling.
90% van de lichaamsprocessen gebeurt bewust
Maar ongeveer 10 procent van de processen in het lichaam gebeurt bewust, tegenover 90% onbewust. Vooral in het onbewuste gedeelte gebeurt heel veel tegelijkertijd: ademhalen en de bloedcirculatie zijn hier voorbeelden van, maar ook regulatie van de lichaamstemperatuur en de bloeddruk.
Wel kunnen we actief invloed uitoefenen middels het bewuste systeem op het onbewuste systeem: zo zorgt het ademen door je neus voor het afvoeren van stikstofdioxide, wat automatisch de bloeddruk verlaagt. Ons autonome zenuwstelsel zorgt dat we blijven leven, maar we moeten oppassen dat we niet chronisch te hoge stresslevels hebben.
Para- en sympathische zenuwstelsel
Zo kan je ademhaling ook effect hebben op het in of uitschakelen van het para- of sympathische zenuwstelsel. Het parasympathische zenuwstelsel zorgt voor rust, vertering, ontspanning en herstel. Waar het sympathische zenuwstelsel zorgt voor actie en stress: fight, flight or freeze. Het parasympathische systeem en sympathisch zijn in volledig verschillende zenuwbanen vastgelegd.
Bij topsporters is het belangrijk dat ze voldoende tijd doorbrengen in het parasympathische zenuwstelsel. Ontspanning zorgt voor herstel. Flight or fight zorgt juist voor verhoogde spierspanning.
Interessant is dat links- of rechtshandigen een andere manier van spierspanning hebben. Dit kan een verklaring zijn waarom er aan één kant meer TMD-klachten zijn dan aan de andere kant.
Slikken
Ook slikken is een actie die veel onbewust plaats vindt: we slikken zo’n 3000-5000 keer per dag. Maar ook hierbij kun je actief werken aan slikken op de juiste manier. Door voldoende training en volharding, zal het nieuwe slikken uiteindelijk de gewoonte worden.
Chiropractors proberen om de feedback die de hersenen krijgen te verbeteren, waardoor het brein beter kan afstemmen en hierdoor het lichaam beter kan aansturen.
Invloed op postuur vanuit hoofd-hals-gebied
We hebben binnen het hoofd-hals-gebied globaal vier manieren waarmee we invloed kunnen uitoefenen op het postuur.
Kaakgewricht
Tong
Tanden
Spieren
Ferrar werkt daarom ook graag samen met tandartsen. Het lichaam heeft verschillende redenen waarom het staat in de positie waarin het staat. Deze redenen kunnen ook in de mond of de occlusie te vinden zijn.
Zo ziet hij graag dat de molaren en premolaren werken als het ‘weight baring system’, de cuspidaten als het ‘postural system’ en de incisieven als ‘profile system’.
Lasers kunnen behulpzaam zijn om te beoordelen wat een aanpassing doet met het postuur van een patiënt. Zo kun je kijken of na een aanpassing van de occlusie het postuur beter is.
Een splint is een relatief makkelijker manier, waarbij je de occlusie in balans brengt en premature contacten verwijdert.
Bij topsporters werken ze met de ‘performence splint’ om te zorgen voor een betere occlusie. Deze wordt met de onderkaak iets naar anterieur vervaardigd. Ze gebruiken deze splint omdat topsporters tijdens hun topsportcarrière niet de tijd hebben om een orthodontisch traject aan te gaan. Het helpt ze op in die periode wel pijnvrij te sporten of leven.
Dayne Ferrar is chiropractor, Lid van de Dutch Chiropractic Federation en de Stichting Nationaal Register van Chiropractoren en eigenaar van Human Health Chiropractic.nl
Verslag voor dental INFO, door tandarts Paulien Buijs, van de lezing van Dayne Ferrar tijdens het NVVRT-Restauratiefje Chiropractie.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2020/01/Afwijkingen-van-het-kaakbot-.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2025-12-15 12:45:202025-11-25 12:51:35Occlusie en het kaakgewricht: belangrijk bij chiropractie
Het nieuwe Register Mondzorgassistenten is vanaf nu online beschikbaar. De eerste geregistreerden zijn de preventieassistenten (categorie B), die automatisch zijn overgezet vanuit het voormalige Register Preventieassistenten. In 2026 kunnen ook tandartsassistenten (A) en paro-preventieassistenten (C) zich in het register laten opnemen.
Ondersteuning voor werkgevers bij het vinden van gekwalificeerd personeel
Via de website mondzorgassistenten.nl kunnen tandartsen en andere werkgevers in de mondzorg eenvoudig nagaan welke assistenten een opleiding hebben afgerond die voldoet aan het keurmerk ABC Mondzorgassistenten. Dit biedt hen zekerheid over de deskundigheid en vaardigheden van nieuwe medewerkers.
Zodra de eerste studenten van branche-erkende opleidingen hun diploma behalen, kunnen zij zich eveneens inschrijven in het register.
Op mondzorgassistenten.nl zijn daarnaast het beroepscompetentieprofiel, de kwalificatieprofielen en overige actuele documenten en informatie beschikbaar.
Geregistreerde opleiders voor assistenten A, B en C
Binnenkort verschijnt op de website van de KNMT een overzicht van gecertificeerde opleiders die erkende opleidingen aanbieden voor tandartsassistenten (A), preventieassistenten (B) en paro-preventieassistenten (C).
Sommige mensen lopen als een rode draad door je loopbaan heen. Hoewel mondhygiënist Marit Verschuuren ongeveer de helft korter is afgestudeerd dan ik, kom ik haar steeds opnieuw tegen en weet ze me elke keer weer te inspireren. We delen een enorme passie voor preventieve mondzorg. Na een telefoongesprek over iets heel anders ontstond het idee om haar laatste avontuur in de schijnwerpers te zetten. Niet omdat Marit graag op de voorgrond staat, maar omdat ze een doel heeft. Ze volgde, na uitgebreid trainen in Nederland, in de VS een cursus Motivational Interviewing (MI) en werd toegelaten tot het internationale netwerk van trainers: MINT. Een officiële bevestiging van haar expertise.
Van angstige patiënt tot strenge mondhygiënist
Als kind vond Marit de tandarts verschrikkelijk. Ze wilde kinderen en hun ouders graag besparen wat zij zelf had meegemaakt. Daarbij maakte ze de klassieke fout te denken dat wat jij wil, iedereen wel zou willen. Projectie dus.
Ze werkte hard om te voorkomen dat haar patiënten tegen “die beroemde steen” zouden lopen. Maar ja: sommige ezels moeten nu eenmaal zelf hun hoofd stoten. Marit zelf liep ook tegen die steen aan. Haar preken hielpen geen steek.
“Ik stond bekend als die strenge mondhygiënist. Sommige patiënten wilden echt niet meer bij mij terugkomen.”
Waarom Motivational Interviewing niet landde tijdens de opleiding
Had Marit dan net als ik niks geleerd over MI tijdens de opleiding? Jawel, maar anders dan wat ze nu weet. Bovendien vond ze de methode destijds behoorlijk spannend.
“Het lijkt alsof je er minder controle over hebt,” vertelt ze. “Als je gewoon zegt wat iemand moet doen, is het voorspelbaar. Je draait je script af. Maar je legt geen echte verbinding en houdt geen rekening met de wensen van de patiënt.”
Toen ik vroeg of ze dan niet simpelweg vroeg wat de patiënt wilde, vertelde ze dat die vraag vaak te groot was voor mensen die daar nooit over nadenken. Ook zijn mensen in veel gevallen ambivalent: er zijn twee zijden aan de verandering, ze willen het niet en toch ook wel. Als twee kanten van dezelfde medaille: Behoudtaal en Verandertaal. Dat staat echte verandering in de weg.
Marit had dus wel les gehad in MI, maar niet op een manier die haar hielp het echt toe te passen. Ze wilde geen strenge mondhygiënist meer zijn. Ze herinnerde zich nog het ‘Stages of Change model’ uit de opleiding. Iets met precontemplatie, contemplatie, ambivalentie, actie… maar dat is iets anders dan MI. Het model kan MI wel ondersteunen.
“MI gaat over een nieuwsgierige, accepterende basishouding, kernvaardigheden zoals reflecteren en verandertaal ontlokken,” zegt ze. “En dat heb ik gemist.”
De worsteling met controle
Marit wilde als student dat haar patiënten precies deden wat ze zei. Ook uit perfectionisme. Ze vond het spannend om vragen te stellen, omdat ze geen invloed had op het antwoord.
“Als ik het niet vroeg, was het er niet,” zegt ze. “En wat moest ik doen als een patiënt nee zou zeggen? Dat stond niet in het script.”
Ik herken dit direct van stagiaires en beginnende collega’s die vragen:
“Hoe overtuig ik de patiënt?”
Mijn antwoord : “Niet”, vond niemand ooit bevredigend.
“Er zijn mensen die motiverende gespreksvoering van nature al meer in zich hebben,” zegt Marit, “maar je kunt het ook gewoon leren. En elk gesprek blijft een experiment.”
Van overhoring naar echt contact
Marit herkent het patroon dat veel professionals volgen: de mondhygiënische anamnese als overhoring. Vragenlijst afwerken, vinkjes zetten.
“Maar hoe stel je dan de goede vragen?”, vraag ik. “Iemand moet zich eerst gezien en gehoord voelen,” legt ze uit.
“Begin bijvoorbeeld met: Hoe tevreden ben je over je mondgezondheid? Dat is veel opener. En deel wat je observeert zonder oordeel. Daarna komt reflectie en dat vond ik in het begin van mijn leerproces het moeilijkste, maar ook het meest waardevol.”
Mensen veranderen wanneer er een discrepantie ontstaat tussen hun gedrag en hun waarden. En wat ze zichzelf horen zeggen (of denken) heeft voorspellende waarde voor het gedrag van de toekomst, dat noemen we de zelfperceptietheorie. Daarom is de glimmende kant van de medaille van ambivalentie Verandertaal zo belangrijk.
Reflectie: hoe werkt dat dan?
Wanneer doe je wat? Is daar een script voor?
“Hmmm… nee,” lacht Marit. “Het is een vorm van luisteren. In een gesprek kun je vragen stellen, of je kunt iets teruggeven zonder dat het een vraag is. Dat kan letterlijk of wat je tussen de regels door aanvoelt of denkt dat er speelt. Een goede reflectie helpt iemand dieper in zijn eigen denkproces, terwijl een vraag je vaak juist uit je denken haalt. Vaak doe je dit al zonder dat je het doorhebt. Als je het bewust kunt inzetten, kan je er je voordeel mee doen.”
Je hoeft niet ervaren of superzelfverzekerd te zijn om MI te leren, zegt ze. Je moet vooral willen en durven reflecteren op jezelf.
Marit nam zelfs haar eigen consulten op, om terug te zien wat ze deed. “Je ziet je eigen fouten. Dat is niet altijd leuk. Maar alles wat je extra doet, helpt al.”
Structuur: ORBBS + I
Om MI tastbaarder te maken legt Marit ORBS uit:
Open vragen stellen
Reflecteren
Bevestigen & Bekrachtigen
Samenvatten
En de extra I: Informatie uitwisselen.
Niet zenden, maar afstemmen. Niet de perfecte oplossing presenteren, maar opties verkennen.
Welke oplossingen ziet iemand zelf? En vraag na een voorlichting of instructie: “Hoe klinkt dit voor jou?” Zo denkt iemand zelf na en hoort hij zichzelf terug, dat geeft een grotere kans op gedragsverandering.
De juiste basishouding
MI werkt alleen als je houding klopt:
Wees oprecht geïnteresseerd.
Accepteer autonomie: iemand mag kiezen om iets niet te doen.
Toon compassie.
Werk vanuit gelijkwaardigheid:
“Ik weet veel, maar de patiënt weet alles over zijn eigen leven.”
Dat is niet altijd makkelijk, je kunt niet doen alsof. Kun je echt accepteren en compassie voelen als bijvoorbeeld ouders niet napoetsen? Juist als je dat echt voelt kom je veel verder met mensen. Motivatie kun je ontlokken, niet opleggen. De motivatie zit al in de ander, de truc is om het boven te halen.
De weg naar MINT
Na jarenlang MI workshops gegeven te hebben wist Marit dat ze verder wilde. Ze kwam niet verder in haar gesprekken en liep er steeds tegenaan dat haar patiënten ‘Ja’ zeiden en ‘Nee’ deden. Na haar trainingen in Nederland bij Stijn van Merendonk (Lezing NVM congres 2023) richtte ze haar pijlen op het Internationale Netwerk van Motivational Interviewing Trainers (MINT).
MINT is serieus: je komt er niet zomaar in.
Marit moest een portfolio aanleveren en een gesprek voeren met een acteur over stoppen met roken, gecodeerd door professionals. Niet de uitkomst van de verandering telt, maar je trouw aan de methode.
De acceptatie voelde voor Marit als een bevestiging: “Zo kunnen collega’s zien hoe mooi het kan zijn en dat het dus anders kan.”
Meer werkplezier, meer resultaat
Wat Marit nu ervaart, is bijna opvallend simpel:
Ze werkt minder hard, met betere resultaten. Patiënten blijven bij haar, ook degenen die eerst afhaakten.
En als iemand niet wil?
“Dan neem ik dat niet meer persoonlijk. Ik kan het loslaten. Ook komen de patiënten bij me terug als ze wel zover zijn. Omdat ze acceptatie hebben ervaren en dat geeft vertrouwen.”
Heeft MI invloed op de rest van haar leven?
Tijdens ons gesprek proef ik dat Marit zorgvuldig naar woorden zoekt. Daarom vraag ik of MI nu ook buiten het werk invloed heeft.
“Nee hoor… niet alles hóeft MI te zijn,” zegt ze lachend.
“Maar het er zijn wel facetten die ik breder inzet. Ook bijvoorbeeld bij mijn kinderen. Reflecteren is een andere manier van luisteren. Ik ben nieuwsgieriger geworden, oordeel minder, ook minder perfectionistisch, minder schreeuwerig. Ik kijk meer naar wat ons verbindt.”
Ook aan de slag met MI?
Marit geeft trainingen binnen én buiten de mondzorg, onder andere via:
• Johnny Joker
• haar eigen LinkedIn (met korte voorbeelden). Je kunt haar daar een bericht sturen om te kijken welke mogelijkheden bij jou passen.
Interview door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, met Marit Verschuuren-Kuijer.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Marit-Verschuuren-400.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2025-12-01 12:59:172025-12-01 13:47:11Interview: Marit Verschuuren over Motivational Interviewing in de mondzorg
Er zijn veel verschillende ideeën over de TMD ofwel de temporomandibular joint. Er is niet één stappenprotocol hiervoor. Het kaakgewricht is minder tastbaar en minder meetbaar. Als restauratief tandarts probeert Muts een werkbare gedachte te creëren rondom het TMJ, zodat je weet wat je doet als iemand een knappend kaakgewricht heeft voorafgaand aan de behandeling. Verslag van de lezing van Erik-Jan Muts tijdens het NVVRT-Restauratiefje Chiropractie.
Een belangrijke vraag om hierbij te stellen is of er gevolgen zijn van het hebben van een knappend kaakgewricht. Kan iemand hiermee normaal functioneren en is er sprake van een normale mondopening? Het uiteindelijke doel van de behandeling moet in ieder geval zijn om de patiënt pijnvrij te laten functioneren. Maar toen Erik-Jan chiropractor Dayne Ferrar tegenkwam, kwam hij erachter dat een knappend kaakgewricht misschien toch meer invloed heeft dan van tevoren gedacht.
Erik-Jan begon met een kleine disclaimer: ‘de casussen die we vandaag laten zien zijn niet bedoeld als absolute waarheid, maar een manier om iets aan te vliegen in restauratieve tandheelkunde. Ze hebben nu iets meer dan één jaar ervaring met het op deze manier behandelen van patiënten.’
Het kauwsysteem
Kauwspieren: waarbij een toename van spanning in de kauwspier ervoor kan zorgen dat de gehele lichaamshouding verandert
Kaken met daarin de tanden
Zenuwen en bloedtoevoer
Gewricht met daarbij de discus articularis, de condylus en de fossa articularis en tuberculum articulare
De musculus pterygoideus lateralis hecht met twee buiken aan in het kaakgewricht. De bovenste buik zit verbonden met de discus articularis en de onderste aan de condylus. Verhoogde spanning in deze bovenste aanhechting kan ervoor zorgen dat de discus meer naar voren verplaatst en voor de condylus komt te liggen in plaats van er bovenop.
Oorzaken pijn
Als er sprake is van pijn kunnen er verschillende oorzaken zijn:
Spieren
Discus/bot (in het gewricht zelf)
Nek
Neurogeen
Kaakgewricht
Wanneer je inzoomt op het kaakgewricht, blijkt dat dit het meest gebruikte gewricht is in het lichaam. De discus bestaat uit kraakbeen wat zowel elastisch als flexibel is. De discus zelf kenmerkte zich door afwezigheid van zenuwen en bloedvaten en kan dus op zichzelf geen pijn doen. De discus is flexibel en elastisch kraakbeen, zelf niet gevoelig voor pijn door afwezigheid van zenuwen en bloedvaten. De discus is verbonden aan de kaak met de retrodiscal lamina en dit deel is wel gevasculariseerd en hier bevinden zich veel zenuwen.
Wordt de kaak een klein stukje geopend, dan beweegt de condylus in de fossa middels een roterende bewegen. Pas als we de kaak verder gaan openen, beweegt de condylus naar voren en naar beneden. Deze beweging noemen we translatie.
ADD (Anterieur Discus Displacement)
De meest voorkomende afwijking van het kaakgewricht is een discus die niet op de condylus ligt, maar verplaatst is naar anterieur. Dit kan gevoeligheid geven omdat er tractie komt op de goed geïnnerveerde retrodiscal lamina. Wanneer de kaak geopend wordt, schiet de discus terug. Deze afwijking noemen we ADD (Anterieur Discus Displacement) met reductie.
In latere gevallen kan discus altijd voor de condylus blijven, dit noemen we ADD zonder reductie. Aan het begint zorgt dit vaak voor een beperkte mondopening. Vaak lost dit probleem zichzelf op: het weefsel achter de discus verlittekent en gaat zelf lijken op een discus. We noemen dit een pseudo discus.
Middels een MRI kun je het beste beoordelen waar de discus zich precies bevindt. Op een CT of CBCT kun je wel een inschatting maken, maar dit geeft toch een minder goed beeld.
Bij een goed functionerend kaakgewricht blijft de discus altijd tussen de condylus en de fossa articularis. Bij een knappend/klikkend kaakgewricht verplaatst de disc zich naar anterieur. Bij het openen en sluiten schiet de condylus eerst naar posterieur en daarna weer naar anterieur. Bij beide bewegingen is sprake van een klik of knap.
Locking gewricht
Bij een ‘locking gewricht’ blijft de discus naar anterieur verplaatst en dit geeft een beperkte mondopening. De ervaring van Muts is dat als je er snel bij bent en een splint gebruikt die de onderkaak iets naar voren toe verplaatst, je de discus de mogelijkheid kunt geven om naar de juiste plek te verplaatsen. Het knappen zal dan verwijderen.
Soms is het ook mogelijk om in ADD zonder reductie wel een goede beweging te krijgen. Dit komt doordat de distale lamina opgerekt wordt.
Verhoogde spanning in de musculus pterygoideus lateralis
Een trauma aan het gewricht: het eerste trauma aan het gewricht vindt als plaats bij de geboorte.
Centrale Relatie
De centrale relatie is een maxillomandibulaire relatie die onafhankelijk is van de tanden, waarbij de condyli articuleren in de anterieur superieure positie. In deze positie kan de madibula alleen roteren en niet transleren. De discus moet zich in ieder geval bevinden op het mediale deel van de condylus. Dit deel vangt de meeste krachten op. We willen liever niet dat de kaak in afglijdt door een prematuur contact naar de zijkant. Dit kan er namelijk voor zorgen dat de discus , danwel naar de laterale danwel naar de mediale zijde wordt gedwongen. Dit afglijden kan zorgen voor verhoogde spieractiviteit om maximaal tandcontact te kunnen bereiken (indirect zorgt een prematuur contact dus voor verhoogde spanning van de spieren).
Er zijn veel verschillende manieren om de centrale relatie vast te leggen: middels een leafe gauge, guided closure of een een lucia jig.
Bij sommige patiënt kan het sympathische zenuwstelsel over-activeerd zijn (veel stress). Dit zorgt voor een verhoogde spierspanning. Ook in de mond kunnen hiervoor oorzaken te vinden zijn:
Prematuren tandcontacten
Discus die niet volledig op de condylus ligt
Veranderingen in de nek of in het bovenste gedeelte van de wervelkolom
Problemen met ademhaling: er is een duidelijk verband tussen ademproblemen (slaapapnue) en knarsen.
Middels deprogrammeren probeer je de spieren te laten ontspannen en hierbij kun je makkelijker op zoek naar een ontspannend positie van de onderkaak. Ook voor deprogrammeren zijn er veel opties. Muts heeft inmiddels meer dan 7 jaar ervaring met de TENS om te deprogrammeren. Hierbij bijt de patiënt niet dicht, waardoor er geen input komt vanuit de tanden en kiezen, terwijl de spieren gelijktijdig elektrisch worden gestimuleerd en gedeprogrammeerd. Dit helpt op de neutrale positie van de onderkaak te vinden.
Centrale relatie na deprogrammeren
De centrale relatie kan na deprogrammeren ook anders liggen dan ervoor. De vraag is dan ook: welke relatie hou je aan? En wanneer is er genoeg gedeprogrammeerd? Is dit wanneer de beet reproduceerbaar is? Dit is en blijft een lastig vraagstuk, want ook de maximale occlusie is reproduceerbaar.
Mark Piper, TMJ kaakchirurg en onderzoeker, heeft veel kaakgewrichten geanalyseerd en kwam globaal gezien uit in drie verschillende situaties:
De discus bevindt zich op de goede plek. Je kunt hierbij zonder problemen deprogrammeren en een beetregistratie doen
De discus bedekt niet het laterale deel van de condylus. Hierbij kun je waarschijnlijk zonder problemen deprogrammeren en een beetregistratie doen.
De discus bedekt niet het mediale deel van de condylus. Hierbij moet je met een aantal zaken rekening houden voor je gaan deprogrammeren en je beetregistratie doet.
Bij situatie drie moet je oppassen met het plaatsen van een Kois deprogrammer. Deze zorgt ervoor dat er meer druk komt op de condylus en op de frontelementen, waardoor verplaatsing van de discus naar de goede plek onwaarschijnlijker wordt en de kans op pijn toeneemt. Het mediale deel van de condylus is het deel dat het beste krachten op kan vangen tijdens functioneren.
Wanneer de discus niet op de goede plek ligt is er kans op:
Verhoogde spierspanning door toename van activering van het sympathische zenuwstelsel (stress).
Afwijkende groei van de ramus: het lijkt erop dat dit ook invloed heeft op het ontstaan van een klasse II en een anterieure open beet. Veel kinderen met een klasse II of verticaal groeipatroon hebben een knappend kaakgewricht blijkt uit onderzoek
Verhoogde kans op problemen met de ademweg door verandering van het groeipatroon.
Literatuur
In de literatuur wordt gevonden: ‘Disc coverage is critical for normal growth of mandibula and maxilla.’
Wanneer de discus naar anterieur verplaatst, kan het kaakkopje alleen maar achter in het gewricht, waardoor de onderkaak ook automatisch verder terug komt te liggen in een grotere klasse II positie.
Wanneer er een situatie is waarbij éénzijdig een knap is, kan dit asymmetrie geven. Hierbij zal de kinpunt afwijken naar de kant waar de knap aanwezig is. De lengte van de ramus aan die zijde is dan vaak ook korter. Vaak valt het op dat als er een midline shift is deze in protrusie er niet of nauwelijks meer is. Bij strekken van de spieren vindt de kinpunt automatisch het ‘midden’.
Muts heeft zelf een kinpuntdeviatie naar rechts en een klik in zijn rechter kaakgewricht. Hij heeft voor zichzelf een anterieure repositie splint gemaakt. Wanneer hij deze draagt dan heeft hij geen midline shift meer en geen klikken, echter is de occlusie dusdanig afwijkend dat de rechter kant geen contact meer maakt (ongeveer 1.5mm uit occlusie), na 1 dag zonder splint komt de knap en occlusie rechts weer terug.
De onderzoeken die naar dit onderwerp gedaan zijn, zijn nog heel recent en hebben nog geen hoog level van evidence. Maar wat ze hiermee proberen te doen is een patroon herkennen.
Het patroon ziet er nu als volgt uit: Aan de kant waar de klik van het kaakgewricht zich bevindt, is de ramus korter. De condylus ligt daar heel strak tegen de fossa van het gewricht aan. Hierdoor krijg je en meer verticale groei en daarmee minder ruimte voor de luchtweg Middels een anterieure repositie splint, kun je de druk van het kaakgewricht afhalen. Hierdoor is het makkelijker voor de verplaatste discus om terug op de juiste plek te komen. Als discus op de goede plek komt, heb je minder stimulering van het sympathische zenuwstelsel en daardoor sneller ontspanning van de spieren. Hierbij geldt wel dat hoe langer je wacht met ingrijpen, hoe moeilijker het is om de positie van de discus te beïnvloeden.
Samenvattend
De centrale relatie is alleen de echte centrale relatie wanneer de discus zich in de juiste positie op de condylus bevindt
De meest voorkomende verplaatsing van de discus is naar anterieur met of zonder reductie (knappen)
Verplaatsing van de discus van leiden tot verminderde groei van de ramus, wat leidt tot dento-faciale veranderingen en een nauwere luchtweg
Verplaatsing van de discus kan leiden tot verhoogde sympathische stimulatie en daarmee verhoogde spierspanning
Verplaatsing van de discus kan leiden tot occlusale veranderingen
Neem dit mee bij de intake van patiënten: is er sprake van een klikkend of knappend kaakgewricht? Let op of er een deviatie is bij open doen en wees vooral bij kinderen alert op de mogelijkheid van beperkte groei van de ramus en een verticaal groeipatroon.
Erik-Jan Muts (2013, Rijksuniversiteit Groningen) is tandarts-eigenaar bij MP3 Tandartsen te Apeldoorn en erkend als Restauratief Tandarts door de NVVRT. Hij is gespecialiseerd in esthetische en reconstructieve tandheelkunde. In 2013 won hij de 3M Espertise Talent Awards met het ‘Digitaal Rehabilitatie Concept’ en in 2015 ontving zijn artikel ‘Tooth Wear: A Systematic Review of Treatment Options’ de Glen P. McGivney Scientific Writing Award voor beste systematische review in 2014. Erik-Jan is bestuurslid van de Dutch Academy of Esthetic Dentistry (DAED), mede-oprichter van KARMA. Dentistry en zit in de Raad van Advies voor InterCongress. Je kan Erik-Jan op Instagram vinden onder de naam @drs.erikjan
Verslag voor dental INFO, door tandarts Paulien Buijs, van de lezing van Erik-Jan Muts tijdens het NVVRT-Restauratiefje Chiropractie.
De tabaksindustrie promoot vapen als een hulpmiddel voor rokers, maar in werkelijkheid leidt het tot gezondheidsschade en is het vaak een opstap naar sigaretten. Mondzorgprofessionals worden opgeroepen om actie te ondernemen, bijvoorbeeld door gastlessen te geven en publiekscampagnes te steunen, zoals voorgesteld op de website ‘Vapen #jouwkeuze’. Verslag van de lezing van longarts Frank Borm.
Voordat we het onderwerp vapen indoken, nam Borm ons eerst kort terug naar het gewone roken. Ongeveer 20 % van de sterfgevallen in Nederland is toe te schrijven aan roken. Rokers leven gemiddeld zo’n tien jaar korter. Veel rokers beginnen in hun tienertijd, terwijl hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. Dit is de periode waarin nicotineverslaving extra schadelijk kan werken.
Als niemand ooit zou roken, zou longkanker een zeldzame ziekte zijn.
Toch daalt roken onder jongeren enigszins, maar een nieuw gevaar tekent zich af: de e-sigaret, inmiddels beter bekend als vape. Wat begon als alternatief voor rokers, is uitgegroeid tot mainstream product onder jongeren, met alle schadelijke gevolgen van dien.
De e-sigaret: ontworpen voor aantrekkingskracht
Toen de e-sigaret werd geïntroduceerd, werd hij gepresenteerd als rookstopmiddel. In Nederland werd hij zelfs onder geneesmiddelen geplaatst. Maar de tabaksindustrie nam de regie over en zorgde dat vapes uiteindelijk werden opgenomen in de warenwet waardoor regulering werd bemoeilijkt. Kleuren, lampjes, smaakjes werden in rap tempo aan de vape toegevoegd: allemaal ontworpen om jonge mensen te verleiden. Inmiddels blijkt dat bijna de helft van de 15-jarigen ooit een vape heeft geprobeerd. De overstap is verleidelijk eenvoudig, en vaak wordt zowel gevapet als gerookt (dual use).
De tabakslobby reikt ver. Denk aan het beïnvloeden van politici per app, of het aanstellen van dubieuze “wetenschappers” die vapes als veilig positioneren. En dan Snapchat: een platform waar tijdelijke berichten kunnen worden gedeeld, inclusief aanwijzingen voor illegale verkoop aan minderjarigen, vaak door minderjarige dealers zelf.
Wat gebeurt er in de longen?
In vapes worden stoffen verhit, waaronder oplosmiddelen, waardoor metalen (zoals lood en cadmium) vrijkomen en ingeademd worden. Smaakstoffen zijn vaak goedgekeurd voor consumptie maar dat is iets anders dan verbranding. Bij verhitting kunnen ze juist giftig worden. Nicotine in vapes kan bovendien een snellere en hogere piek geven dan bij roken, omdat gebruikers langer inhaleren. Dit versterkt de verslavingskracht.
Onderzoekers beschrijven longbeelden bij vapers die lijken op vervetting. Macrofagen (immuuncellen in de longen) zwellen op, ontstekingen treden op. Jongeren raken vaker kortademig of ontwikkelen longontstekingen. In Nederland zijn al gevallen bekend van jongeren op de IC met klaplongen of longbloedingen na gebruik van vapes. Er is zelfs melding gemaakt van een vape met popcorn-smaak, waarin het gevaarlijke diacetyl (gebruikt in boteraroma’s) zat . Dit is een stof die in verband is gebracht met ernstige longblessures.
Niet alleen longen, maar brein & psychisch welzijn
Nicotine verandert de hersenen en die verandering kan blijvend zijn. Bij jongeren vergroot het de kans op verslaving aan andere middelen, depressie, angststoornissen en zelfs schizofrenie.
De ontwenningsverschijnselen treden snel op bij vapers zoals onrust, slaapstoornissen en hunkering. Een op de drie vapers wakker worden ’s nachts door deze symptomen. Sommige leggen de vape onder het kussen zodat ze direct kunnen vapen zodra ze wakker worden, om verder te kunnen slapen. Nicotine helpt niet tegen stress, maar geeft stress, dit is het afkickverschijnsel
Van experiment tot gateway
Studies tonen aan dat jongeren die vapen 3 tot 5 keer meer kans hebben om later ook gewone sigaretten te gaan roken.
Het effect van “gateway” blijft zorgwekkend: een elektrische sigaret kan de poort naar tabaksgebruik openen.
Beleidsstandpunten en onderwijs
In het onderwijs kun je gebruikmaken van het programma Vapen #jouwkeuze: ruim 1.300 medici zijn hier al bij betrokken. Het bevat presentatie-materiaal om in klaslokalen te behandelen. Je kunt je hiervoor aanmelden, maar alleen lesgeven is niet genoeg. We hebben ook politieke keuzes nodig: strengere regulering, handhaving van verkoopverboden, reclameverboden en belastingen op vapes die parallel lopen met tabaksproducten.
De verkoop van gearomatiseerde vapes aan minderjarigen is in Nederland sinds 1 januari 2024 verboden. Maar dat heeft geleid tot een zwarte markt waarin illegale smaken alsnog circuleren.
Wat kan jij als mondzorgverlener doen?
Er is geen reden om taboe te maken van roken of vapen in je behandelkamer: het hoort zelfs bij de verantwoordelijkheid van je vak.
Vraag naar vapen en roken tijdens het anamnesegesprek.
Bespreek de gevaren op een respectvolle manier. Mensen luisteren eerder als je oprechte bezorgdheid toont dan als je vertelt wat ze moeten.
Verwijs naar rookstopsprogramma’s: die worden vergoed en kunnen een extra ondersteuning bieden.
Gebruik het momentum: meer jongeren raken in ziekenhuizen door vape-gerelateerde klachten en soort berichten komen in de media. Je kunt hierop inhaken.
Blijf op de hoogte van regelgeving, onderzoek en trends zodat je patiënten goed kunt informeren.
Slotgedachte
Vapen heeft zich geniepig genesteld als trojaans paard: aantrekkelijk, beloftevol, maar met verborgen schade. Het lijkt onschuldig, maar het tast longen, brein en gezondheid aan, vooral van jongeren.
Als mondzorgverlener kun jij het verschil maken. Door nieuwsgierig te zijn, te informeren, de drempel te verlagen én door consequent te verweven in jouw behandelprogramma’s bespreek je niet alleen kiezen en tandvlees, maar gezondheid als geheel.
Samen kunnen we de trend keren. Niet alleen door apparatuur of technieken, maar door preventie, aandacht en moed om dit onderwerp op tafel te brengen.
Drs. Frank Borm, behaalde zijn arts-diploma in 2012 aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na een paar jaar bij de Interne Geneeskunde ging hij in opleiding tot longarts in het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem. In 2018 verhuisde hij naar het LUMC, waar hij ook werkt aan zijn promotieonderzoek. Sinds 2024 werkt bij als longarts in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam. Daarnaast is hij mede-initiator van Vapen# jouwkeuze, een initiatief om de vape epidemie in Nederland te stoppen.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dentalinfo.nl van de lezing van drs. Frank Borm tijdens het VMTI-congres.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/10/vapen.jpg230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2025-12-01 12:40:142025-11-05 10:14:59Vapen: het trojaanse paard in onze longen
Een verslag gepubliceerd in Oral and Maxillofacial Surgery Cases liet een casus zien van een tiener in Canada. De jongen ontwikkelde het syndroom van Lemierre, een zeldzaam en levensbedreigende ziekte, na het trekken van een verstandskies.
Syndroom van Lemierre
Het syndroom van Lemierre is een zeldzame maar levensbedreigende complicatie van orofaryngeale infecties. Het wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door verspreiding van bacteriën vanuit tonsilitis of faryngitis, en in minder van 2% van de casussen worden odontogene infecties als bron beschreven.
Casus
Een gezonde 17-jarige jongen werd behandeld bij de kaakchirurg voor het verwijderen van verstandskiezen. In eerste instantie waren er geen post-operatieve bijzonderheden, echter meldde hij zich na zes weken vanwege verergerde zwelling aan de linkerkant.
De patiënt kreeg gedurende zeven dagen een orale antibioticakuur, claritromycine vanwege penicilline-allergie.
Drie maanden na de operatie was de zwelling nog aanwezig en nu ook gepaard met erg veel pijn aan de linkerkant, de jongen meldde zich op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.
Een röntgenfoto toonde een onregelmatige densiteit in de linkermandibula. Een CT0-scan werd gemaakt kwam overeen met osteomyelitis van de linkermandibula.
Bloedkweken toonden groei van de Moraxella osloensis, daarnaast had de patiënt aanhoudende koorts, tachycardie en tekenen van sepsis. Er werd gestart met intraveneus toedienen van ceftriaxon en metronidazol.
Een nieuwe CT-scan toonde progressie van de osteomyelitis en waren ook kleine abcessen zichtbaar van de mandibula. Een röntgenfoto van de borstkas liet schone longen en pleurale holtes zien. Daarnaast was er sprake van een linker occlusie van de vana jugularis interna. De jongen onderging een spoedoperatie waarbij de buccale cortex van de mandibula werd gedebrieerd tot in de medullaire holte.
Op dag 2 na de operatie had de patiënt geen koorts meer en waren ook zwelling en pijn significant afgenomen.
Een echo van de nek toonde echter geen doorstroming in de linker vena jugularis interna, overeenkomend met tromboflebitis.
Gezien de aanwezigheid van septische tromboflebitis en bacteriën passend bij het syndroom van Lemierre, kreeg de patiënt een perifeer ingebrachte centrale katheter met intraveneuze antibiotica. Na negen dagen werd de patiënt ontslagen uit het ziekenhuis met antibiotica en anti-coagulantia.
Zes weken na de operatie werd een echo gemaakt die aantoonde dat de eerdere trombus was verdwenen. Echter bleef de ernstige vernauwing van de vena jugularis interna bestaan en als gevolg hiervan moest de patiënt maandenlang antibiotica gebruiken.
Conclusie
Dit is de eerste casus van mandibulaire osteomyelitis door Moraxella osloensis en het syndroom van Lemierre bij een jonge, gezonde patiënt die een ongecompliceerde verwijdering van een verstandskies onderging. Vroege herkenning en een passende behandeling door middel van operatieve debridement en systemische anti-microbiële therapie voor osteomyelitis, en anti-coagulantia voor het syndroom van Lemierre, is aanbevolen.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2017/06/verstandskies.png230400anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2025-12-01 12:35:162025-11-05 10:11:33Casus: Zeldzame, levensbedreigende ziekte van Lemierre na trekken van verstandskies
In het Duitse Mosbach is een opmerkelijk zorginitiatief van start gegaan: in de lokale Kaufland-supermarkt kunnen bezoekers sinds kort gebruikmaken van een telemedische spreekkamer. Het project is een samenwerking tussen Kaufland en het Sana MVZ am Stiftsberg GmbH en moet de toegankelijkheid van medische zorg in de regio vergroten.
Videospreekuur met arts
De zogenoemde Medical Room is een afgesloten ruimte van ruim vijftig vierkante meter, gelegen in de entree van de supermarkt. Bezoekers kunnen er tijdens het winkelen een videospreekuur volgen met een arts, die digitaal bereikbaar is. Ter plaatse zijn getrainde medewerkers aanwezig om patiënten te begeleiden en om basismetingen uit te voeren.
Volgens de initiatiefnemers kan het concept vooral in landelijke gebieden uitkomst bieden. In dergelijke regio’s is de beschikbaarheid van huisartsenzorg regelmatig beperkt, waardoor patiënten soms geconfronteerd worden met langere wachttijden voor een consult. Door zorg laagdrempelig aan te bieden op een plek waar veel mensen toch al komen, kan de drempel om advies in te winnen worden verlaagd.
Aanvullende gezondheidschecks
Naast de digitale consulten worden in de Medical Room ook aanvullende gezondheidschecks aangeboden die patiënten op eigen kosten kunnen laten uitvoeren, zoals een bio-elektrische impedantieanalyse voor het bepalen van onder meer vetpercentage, spiermassa en vochtbalans. Daarnaast is er een korte lifestyle-check beschikbaar voor mensen die hun algemene gezondheidsstatus willen laten beoordelen.
Kaufland ziet de voorziening als een proefproject. Op basis van de ervaringen in Mosbach wordt later beoordeeld of soortgelijke telemedische spreekkamers ook op andere locaties kunnen worden ingezet.
Ook al is de orale situatie toereikend, niet elk persoon is geschikt voor een implantaat. Welke contra-indicaties zijn er in de implantologie en in welke situaties moet de behandelaar terughoudend zijn? Verslag van de lezing van Haakon Kuit, parodontologie & implantologie, tijdens het symposium Leerzame mislukkingen in de mondzorg.
Wanneer mislukt iets?
Wat is mislukking?
Voordat je over mislukkingen kan praten moet je voor jezelf vaststellen wat een mislukking is, en wie het een mislukking vindt. Er is natuurlijk onderscheid tussen wanneer de patiënt iets een mislukking vindt en de tandarts niet… En vice versa.
Laakbaar
Vervolgens moet er gevraagd worden of het laakbaar is? Is er sprake van een verwijtbare mislukking? Dan spreken we van een fout. Neem bijvoorbeeld een lastige casus (patient met bruxisme) van een implantaat waaromheen na 25 jaar recessies optreden. Spreken we na 25 jaar dan nog over een mislukking?
Wanneer?
Zelfverzamelde statistieken (bij 9000 implantaten, geplaatst over 20 jaar) wijzen uit dat mislukkingen voornamelijk gebeuren bij botopbouw in de bovenkaak, rokers, peri-implantititis bij paro patiënten en bij een specifiek implantaatmerk. Het implantaatmerk hoeft niet genoemd te worden maar het hoge percentage mislukkingen werd toegeschreven aan een olielaag die de fabrikant op de schroefdraad liet zitten.
Technische complicaties
Er zijn ook technische complicaties, dit zijn in een zekere zin herstelbare mislukkingen. Voornamelijk bij loskomen, breuk abutment/kroon schroef, chipping, decementatie. In de jaren ’90 was het gebruikelijk dat er gelijk na extratie een breed implantaat (6,5 mm) geplaatst werd die de gehele alveole vulde. De gedachte was dat een groot implantaat betere ondersteuning bood en het bot intact hield. Met de kennis van nu plaatsen we een smaller implantaat verder naar palatinaal/linguaal (in de groene zone). De reden hiervoor is mede dat een breed implantaat buccaal kan gaan doorschemeren na langere tijd.
Belangrijke factoren
Enkele factoren maken een belangrijk onderscheid in succes of mislukking bij het eindresultaat: leeftijd, diagnostiek en planning (het liefst cbct), infectievrije mond, leefstijl/gezondheid, roker/niet roker, zacht weefsel conditie/materialen suprastructuur, expertise behandelaar
Jongere patiënten
Bij jongere patiënten wil je implantaten eigenlijk zo lang mogelijk als uitstellen als oplossing. Er vindt continue skeletale gelaatsgroei plaats tot het 30-35e levensjaar. Hier hoort ook tanderuptie bij. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen man/vrouw en longface/shortface. Hierdoor kan behoorlijke infrapositie van het implantaat met kroon ontstaan bij zowel jongeren als volwassenen. Patiënten moeten er om deze reden duidelijk over geïnformeerd worden over de kans dat er verschillen ontstaan.
CBCT-diagnostiek
Verder krijgt CBCT-diagnostiek de voorkeur. De mogelijkheid om het alveolair bot en de kaak in 3d te kunnen bekijken is vanzelfsprekend erg waardevol als het aankomt op het plaatsen van implantaten.
No-go: niet voorbehandelde paro-patiënt
Uiteraard is het een no-go om in een niet voorbehandelde paro-patiënt een implantaat te plaatsen. Daarom moet er aandacht aan geschonken worden om in een, voor zover mogelijk, infectievrije mond te implanteren. Omdat er in de vroege tijd van de implantaten nog minder kennis over beschikbaar was, komen behandelaars vaker implantaten uit die tijd tegen met parodontale problematiek.
Complicatie
Complicatie als gevolg van parodontale vatbaarheid is nog steeds een lastig begrip. Vaak zijn er al meerdere factoren die meewegen bij parodontitis patiënten. Peri-implantitis is absoluut niet voorspelbaar. Het enige wat wel met zekerheid gezegd kan worden is dat peri-implantitis voornamelijk voorkomt bij mensen met parodontale problemen.
Gezondheid
Tenslotte is gezondheid een van de belangrijkste factoren waar rekening mee gehouden dient te worden. Denk hierbij aan drugsgebruik, roken en ziektes (zoals HIV). Dit speelt een rol in de wondgenezing en eventueel ook in de afbraak van het alveolaire bot. Het is verstandig gebruik te maken van een beslisboom.
Voorbeeld van een beslisboom
Behandelings-risico-bepaling
(PPIA)
P1 – parodontitis patiënt, voorbehandeld, stabiel en nazorg 2-4 x per jaar
P2 – acute snel voortschrijdende vorm van parodontitis, refractoire parodontitis
R – roken >5 sigaretten per dag
SA – systemische aandoening (DM / Bisf)
B – bruxisme
P1 – gering risico, informeren, wel implanteren
P1+ 1 risicofactor (R, Sa of B) – medium – hoog risico, informeren, terughoudend met implanteren
P1 + meer dan 1 risicofactor – hoog risico, niet implanteren
P2 – hoog risico, niet implanteren
Mucositis door materiaalgebruik
Zirkonium moet glad zijn subgingivaal. Kan dit niet gerealiseerd worden dan is de plaque accumulatie gigantisch. Als het zirkonium glad uitgewerkt is, is het mogelijk voor de epitheelcellen om te binden aan dit oppervlak. Het advies is dan ook om niet te sonderen rond deze implantaten.
Afsluiting
Zijn implantaten gedoemd om te mislukken? Nee, mits de behandelaar ervaren is op het gebied van bot- en soft tissue chirurgie. Verder moet er de juiste diagnostiek uitgevoerd worden. Er moet een kundig en multidisciplinair team omheen draaien. Verder moet gestreefd worden naar een optimaal resultaat, niet naar een middenmaat. Ten slotte moeten de nieuwe ontwikkelingen, met een kritische blik, gevolgd en toegepast worden.
Haakon Kuit is sinds 2004 partner in de Praktijk voor Parodontologie en Implantologie Arnhem. Eén dag per week is hij als klinisch docent verbonden aan het masterprogramma Implantologie aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Daarnaast geeft hij lezingen en klinische cursussen op het gebied van de regeneratieve parodontale chirurgie en implantologie.
Haakon heeft na zijn afstuderen aan het ACTA in 1996 in de algemene praktijk gewerkt, waarbij de nadruk op de parodontologie, implantologie en de prothetiek lag. Van 1997 tot 2000 volgde hij de Msc opleiding Parodontologie in Nijmegen. Daarnaast volgde hij een training Advanced Implantology and Periodontology aan de UCLA in de Verenigde Staten bij Sacha Jovanovic. Hier is zijn interesse voor de parodontale plastische chirurgie ontstaan. Er volgden meerdere stages op dat gebied onder andere bij Marcus Hürzeler in München.’’
Verslag door Camil Chakir voor dental INFO van de lezing van Haakon Kuit tijdens het symposium Leerzame mislukkingen in de mondzorg.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/01/Zijn-implantaten-gedoemd-om-te-mislukken.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2025-11-17 12:40:352025-11-12 12:35:57Zijn implantaten gedoemd om te mislukken?
Spreker Marlous van Es wilde ons haar passie OMFT laten zien. Eerst vroeg ze aan de zaal wie er kinderen behandelde en wie er weleens naar de logopedist verwijst? Dat waren er maar weinig. Weten we dan wat een logopedist zoal behandelt? De zaal riep: “Verkeerd slikpatroon, tongpersen, duimen, mondademhaling, lipzuigen, knarsen!” en dit zijn inderdaad zaken die je liever niet ziet en waar je iets mee moet.
Wat doen logopedisten?
Logopedisten doen ontzettend veel. Zij werken aan:
Articulatie; klanken die verkeerd worden uitgesproken
Taal; woordenschatontwikkeling, grammatica
Stemproblemen; globus klachten, heesheid, knobbeltjes in de keel
Stotteren, wordt vaak met logopedie geassocieerd maar wordt minder gedaan
Proverbale logopedie, dit is bij baby’s
OMFT traject
OMFT
De vormgeving van de mond en stand van het gebit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de spieren in en rondom de mond. Afwijkende mondgewoonte kunnen het evenwicht tussen de spieren verstoren. OMFT is oefentherapie waarbij het evenwicht wordt gerealiseerd. Bij kinderen kunnen er bijvoorbeeld bitjes gebruikt worden die niet orthodontisch werken maar waarbij de spieren aan het werk worden gezet. Het stimuleert de goede slik, want er kan niet foutief worden geslikt met dit bitje in.
Ontstaan en consequenties afwijkende mondgewoonte
Elk kind wordt geboren met natuurlijke neusademhaling. Maar er kan iets misgaan waardoor een afwijkende mondgewoonte ontstaat. Dan hebben we het over een lage tongpositie in plaats van een hoge tongpositie. Hierdoor ontstaat een afwijkende slik, slissen, andere klanken (6) die verkeerd worden uitgesproken. Op het moment dat de tong wat naar voren ligt, heeft dit consequenties voor de stand van de tanden. Openmondgedrag of habituele mondademhaling is zeker niet gezond. Mondademhaling moeten we wel serieus nemen. Het kan voor vele verkoudheden zorgen maar het kan ook een voorland zijn van slaapproblemen, slaapapneu en dat soort zaken.
Interactie met de zaal
Helaas wilde een filmpje zo snel niet opstarten maar de spreekster wist dit goed op te vullen met nog een leuke vraag: Ligt jouw eigen tong wel op de juiste plek? Waar komt je tong tegenaan als je slikt? En: “Hoe vaak slikken wij per dag ?” Het duurde even voordat we er achter kwamen. Namelijk 2000 keer per dag. Wat zou er gebeuren als je nu per dag 2000 keer verkeerd slikt? Je kunt je voorstellen dat je dan op slechts een bepaald element alle kracht zet. Die tong is enorm sterk en dat kan het gebit niet aan. Hierdoor kan bijvoorbeeld crowding ontstaan. Ook na deze interactie bleek het filmpje nog niet te werken en mochten we als publiek vragen stellen:
“Op welke leeftijd begin je met OMFT?” “Bij de preverbale therapie proberen we ouders aan te geven wat er aan de hand is en kan je al veel aan preventie doen. De OMFT zelf wordt rond de 8 jaar ingezet. Het ligt ook aan de motivatie van de ouders hoe goed dit precies allemaal verloopt.”
“Hoe sta je tegenover mondtape?” We krijgen steeds meer patiënten die hier vragen over hebben. Bijvoorbeeld sporters. Gelukkig bleek het filmpje nu wel te werken en werd onze aandacht als bezoekers hierop gevestigd.
Vervorming van zachte en harde weefsels
Zo leerden we dat de lucht direct in de luchtpijn belandt zonder gefilterd te worden. Daar waar de tonsillen liggen. Hierdoor kan er zwelling ontstaan van de tonsillen en lymfen. Hierdoor wordt ademhaling bemoeilijkt en mondademhaling nog meer gestimuleerd omdat dit makkelijker gaat dan door de neus. Uiteindelijk kan er een hoog palatum ontstaan omdat de tong hier niet tegenaan ligt. Vervolgens kan er een openbeet ontstaan. De groei van de kaken wordt hierdoor anders dan normaal.
Observatie
Bij een kind kunnen we door te observeren ontdekken dat er sprake is van fors afwijkende mondgewoonte, bijvoorbeeld:
Dikke lippen
Lage tongligging
Volledig open mond
Speeksel voorin
Geen recht gebit
Andere symmetrie in het gezicht
Bollere wangen
Weinig spierspanning
Kleine neusgaten
Hangende ooghoeken
Ziet er niet gezond uit
Van de tongriem gesneden
Soms zie je ook flinke afdrukken in de tong door een te kort tongriempje. In aangezogen positie moet het riempje een hele duidelijke T vormen. Zo niet dan kan deze tong niet het palatum voldoende bereiken en wordt de tong dus continue naar beneden getrokken. De tong vormt zo geen natuurlijke beugel. Er zijn verschillende gradaties qua ernst. De spreekster nodigt ons uit om een goed naar die tongriem te kijken voordat men het orthodontietraject ingaat. Want de stand kan na zo’n heel traject weer in oude stand komen te staan als het tongriempje te strak is. Het kan nodig zijn om het tongriempje te laten klieven. Dit wordt vaak door een gespecialiseerde tandarts gedaan.
Gewoon door de neus ademen en gewoon even slikken?
Vervolgens werden we weer verwend met wat filmpjes bijvoorbeeld van een kind dat gevraagd wordt om een aantal minuten enkel door de neus te ademen. Je ziet dan van alles gebeuren want het jongetje doet enorm zijn best maar hij wordt ook helemaal onrustig want het wil niet goed lukken. Ook zien we een meisje dat probeert te slikken maar we zien enkel vreemde bewegingen van de tong en een klakkend geluid. Ze slikt naar voren in plaats van naar achteren. Ook bilalaterale slik komt voor.
Mondhygiënisten, wees alert
Wat kunnen wij als mondhygiënisten nog meer doen behalve alert te zijn op het tongriempje en mondademhaling?
Bekijk ook of er sprake is van duimen. Uiteraard kunnen we zwangeren al adviseren over duimen versus speen. Hou ook de beet in de gaten na het beugelen. En vraag gerust om de patiënt de vingers in de mond te doen zodat je mee kunt kijken naar het slikken. Verder kan je opvallen dat de spiertonus erg hoog is van de masseters. Heel veel mensen zijn zich niet bewust van hun mondgedrag dus kijk hier specifiek naar. Bij problemen kan je naar een (OMFT)logopedist verwijzen, maar niet te snel want er zijn enorme wachtlijsten. Je kunt ook zelf een verdiepende cursus volgen.
Mondtape
Dan nog het antwoord op de vraag van de mondtape. De spreekster staat hier positief tegenover. Maar misschien leuk om het zelf eerst te proberen, bijvoorbeeld met fysiotape. Dus je kunt adviseren om af te plakken maar kijk ook wat breder dan dat.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/09/Logopedie-en-mondhygiene-samenwerken-voor-een-gezonde-mond-400-230.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2025-11-17 12:20:472025-10-21 11:06:04Logopedie en mondhygiëne, samenwerken voor een gezonde mond
Het jaarlijkse ledencongres van de NVM-mondhygiënisten heeft dit jaar een recordaantal aanmeldingen. Inmiddels hebben een kleine 600 mondhygiënisten en andere mondzorgprofessionals, zich aangemeld. Het hoogste aantal aanmeldingen sinds de coronajaren. Het onderwerp voor het ledencongres, mondzorg en oncologie is dan ook actueel en compleet qua thematiek.
Mondzorg en oncologie
Honderden mondzorgprofessionals, waaronder mondhygiënisten, uit het hele land komen samen om zich te verdiepen in het thema ‘Mondzorg en oncologie’. Het ledencongres van NVM-mondhygiënisten, dat plaatsvindt op 14 november a.s. te Amersfoort, belooft een inspirerende dag te worden waarin wetenschap, praktijk en persoonlijke veerkracht samenkomen. De relatie tussen mondgezondheid en (be)handelingen bij kanker staat centraal – een onderwerp dat zowel professioneel als persoonlijk diepe impact heeft. Experts op het vlak van oncologie en mondzorg zullen ingaan op alle aspecten van dit specialisme: van signalering, begeleiding tot de mentale problematiek.
Veel mensen in Nederland krijgen vroeg of laat in hun leven zelf te maken met kanker. Tegelijkertijd neemt de overlevingskans na een kankerdiagnose meer toe. Dus er komen steeds meer mensen tijdens en na de kankerbehandeling in de mondzorgpraktijk. Deze medisch complexe patiënten kunnen tijdelijk extra kwetsbaar zijn, ook in de mondzorg.
Cruciale rol
“De mondhygiënist speelt een cruciale rol in het vroegtijdig signaleren en adequaat begeleiden van problemen in de mond bij oncologische patiënten,” zegt Loes Velthoven-Verlinden, voorzitter van NVM-mondhygiënisten. “Dit ledencongres laat zien hoe breed ons vakgebied is geworden – van preventie tot ondersteuning tijdens intensieve behandelingen, én aandacht voor de mentale belasting die daarbij hoort.”
Naast de inhoudelijke verdieping biedt het congres ook volop gelegenheid voor ontmoeting en inspiratie. De hoge opkomst laat zien dat de mondhygiënisten zich sterker dan ooit verbonden voelen het de toekomst van de preventieve mondgezondheid in Nederland.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svg00anitatesthttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svganitatest2025-11-10 12:22:462025-11-10 12:22:53Recordaantal aanmeldingen voor ledencongres NVM-mondhygiënisten: Mondzorg en oncologie centraal in de lezingen