Aangepaste Zelfstandigenwet gepubliceerd: wat betekent dit voor de mondzorg?
De discussie over de grens tussen werken als zelfstandige en werken in loondienst houdt de zorgsector al jaren bezig. Op 1 oktober publiceerde minister Aartsen van Werk en Participatie een aangepaste versie van de Zelfstandigenwet. Het voorstel moet meer duidelijkheid bieden over de vraag wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige kan werken. De minister spreekt van een ‘veilige haven’. Of de wet in de praktijk voldoende zekerheid gaat bieden, is echter nog de vraag. Erik van Dam van de VvAA gaf in zijn artikel uitleg over het aangepaste wetsvoorstel Zelfstandigenwet.
Hoe wordt zelfstandigheid nu beoordeeld?
Het Burgerlijk Wetboek vormt al sinds 1906 de basis voor het onderscheid tussen een arbeidsovereenkomst en zelfstandig ondernemerschap. Bij een arbeidsovereenkomst verricht iemand gedurende een bepaalde periode arbeid voor een werkgever, tegen betaling en onder diens gezag (artikel 7:610 BW).
Om vast te stellen of sprake is van een arbeidsovereenkomst, worden alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang beoordeeld. Deze methode staat bekend als de holistische toets. Vooral de vraag in hoeverre de opdrachtgever gezag uitoefent, speelt hierbij een belangrijke rol.
Ondanks verduidelijking door de rechtspraak, waaronder het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad, blijft de beoordeling complex. Dat kan opdrachtgevers terughoudend maken bij het inhuren van zelfstandigen. Ook bestaat het risico op naheffingen wanneer achteraf wordt vastgesteld dat er toch sprake was van een dienstverband.
Nieuwe beoordeling via de Zelfstandigenwet
De aangepaste Zelfstandigenwet introduceert een aanvullende methode om zelfstandigheid te beoordelen. Deze bestaat uit twee onderdelen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Wie aan beide toetsen voldoet, valt volgens het voorstel binnen de beoogde ‘veilige haven’.
Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan blijft de bestaande holistische toets van toepassing. De nieuwe wet vervangt de huidige beoordeling dus niet, maar voegt een alternatieve mogelijkheid toe.
De zeven criteria van de Zelfstandigenwet
Om als zelfstandige binnen het nieuwe beoordelingskader te worden aangemerkt, moet aan alle zeven criteria worden voldaan.
1. De zelfstandigentoets
Deze toets richt zich op de ondernemer en diens zelfstandige positie. Er wordt gekeken naar drie voorwaarden:
- Meerdere opdrachtgevers: de werkende heeft in het lopende en het voorgaande kalenderjaar samen minimaal drie opdrachtgevers.
- Verzekering en financiële risico’s: er zijn voldoende voorzieningen getroffen voor onder meer arbeidsongeschiktheid en aansprakelijkheid.
- Administratieve basis: de basiszaken zijn geregeld, zoals inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een zakelijke bankrekening.
2. De werkrelatietoets
Deze toets beoordeelt de concrete samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Daarbij gelden vier criteria:
- De bedoeling van partijen: beide partijen willen samenwerken zonder arbeidsovereenkomst. Vooral de feitelijke uitvoering van de afspraken is hierbij van belang.
- Vrijheid bij de uitvoering: de zelfstandige bepaalt in belangrijke mate zelf hoe het werk wordt georganiseerd en is niet onderworpen aan instructies die passen bij een gezagsverhouding.
- Vrijheid in werktijden en werkplek: de zelfstandige heeft ruimte om te bepalen wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd, met enige ruimte voor afspraken over bijvoorbeeld zorgtaken.
- Werken voor eigen rekening en risico: de zelfstandige draagt zelf de financiële voor- en nadelen van de onderneming.
Alle criteria moeten afzonderlijk worden beoordeeld. Wie niet aan één van de zeven voorwaarden voldoet, kan dus niet op basis van deze nieuwe toets als zelfstandige worden aangemerkt. Wel kan de bestaande holistische toets vervolgens uitwijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Kritische aandachtspunten voor de zorg
De nadere uitwerking van het wetsvoorstel roept vragen op, met name voor de zorgsector. Waar de eerste plannen de verwachting wekten dat de beoordeling eenvoudiger zou worden, blijkt de praktijk mogelijk weerbarstiger.
Voor zorgprofessionals en hun opdrachtgevers zijn onder meer de volgende punten relevant:
- Alle criteria moeten zijn vervuld. Bij de holistische toets kunnen omstandigheden in onderlinge samenhang worden afgewogen. Bij de nieuwe toets moet aan ieder afzonderlijk criterium worden voldaan.
- Werken volgens zorgprotocollen. Het volgen van protocollen van de opdrachtgever kan vragen oproepen over de mate van zelfstandigheid.
- Een uurtarief. Volgens de toelichting kan betaling per uur afbreuk doen aan de beoordeling of iemand voor eigen rekening en risico werkt.
- De verplichting om een resultaat te leveren. In de zorg wordt doorgaans een inspanningsverplichting gehanteerd, terwijl het wetsvoorstel uitgaat van een resultaatgerichte benadering van zelfstandig werken. Dit kan tot discussie leiden.
- Ruimte voor interpretatie. Ook na de nadere uitwerking zijn niet alle criteria volledig scherp afgebakend.
Het is daarom nog onzeker hoeveel extra duidelijkheid de Zelfstandigenwet in de dagelijkse praktijk zal opleveren.
De huidige beoordeling blijft bestaan
De nieuwe toets vormt een aanvulling op het bestaande wettelijke kader. Het ontbreken van één voorwaarde, zoals het minimumaantal opdrachtgevers, betekent niet automatisch dat iemand volgens de huidige regels niet zelfstandig kan werken.
De bestaande holistische toets blijft immers van kracht. Daarbij worden alle omstandigheden gezamenlijk beoordeeld om vast te stellen of sprake is van arbeid, loon en gezag. Hoe beide beoordelingsmethoden zich in de praktijk tot elkaar zullen verhouden, moet nog blijken.
Hoe verloopt het wetgevingstraject?
Met een internetconsultatie wordt feedback verzameld op het aangepaste voorstel. VvAA overweegt hierop te reageren, eventueel samen met beroepsorganisaties. Ook staat overleg met vertegenwoordigers uit de zorgsector op de agenda.
Volgens de huidige planning wil het kabinet het wetsvoorstel nog in 2026 voorleggen aan de Raad van State. In 2027 zou de behandeling in het parlement moeten plaatsvinden. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2028. Deze planning is afhankelijk van het verdere wetgevingstraject.
Wat betekent dit nu voor tandartsen en opdrachtgevers?
Voorlopig verandert er in de praktijk nog weinig. Tot de eventuele invoering van de nieuwe wet blijft het bestaande beoordelingskader leidend. De Belastingdienst hervatte de handhaving op schijnzelfstandigheid op 1 januari 2025. De beoordeling blijft gebaseerd op de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst en de relevante rechtspraak, waaronder het Deliveroo-arrest.
Voor tandartsen die als zelfstandige werken én voor praktijken die zzp’ers inhuren, blijft het daarom belangrijk om niet alleen naar contractuele afspraken te kijken, maar vooral ook naar de manier waarop de samenwerking daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
De Zelfstandigenwet beoogt meer duidelijkheid te bieden, maar het is nog onzeker of de voorgestelde criteria voldoende houvast zullen geven. De verdere uitwerking en parlementaire behandeling zullen moeten uitwijzen of de beoogde ‘veilige haven’ in de praktijk bereikbaar wordt.
Bron:
Drs. ing. Erik M. van Dam, senior consultant VvAA
Juridische grondslag: artikel 7:610 BW.










