Professionaliseren van de praktijk

Professionaliseren van de praktijk

25 Mei is voorbij. En wat nu…? Het lijkt wel of heel tandheelkundig Nederland in de afgelopen weken en maanden heeft toegeleefd naar 25 mei 2018. Zoals velen weten is op die datum namelijk de AVG inwerking getreden. Het voldoen aan deze – plus andere wetgeving – kost praktijken heel veel tijd en moeite. Iets wat uiteraard nodig is, maar wat enorm afleidt van zaken die er voor een praktijk veel meer toe doen. Het professionaliseren van de praktijk is voor veel praktijkhouders namelijk een veel belangrijker issue in deze tijd van ontwikkelingen in de mondzorg.

Druk, druk, druk

Het voldoen aan geldende wet- en regelgeving is voor veel praktijkhouders een last op de schouders. Dit blijkt wel uit de grote onzekerheid die hierover heerst onder praktijkhouders. Mijn ervaring is, dat velen zich hier serieus in vastbijten en de praktijk inmiddels ook goed ‘op orde’ hebben. Ondanks dat, blijft die onzekerheid vaak bestaan.

Het is voor een praktijk en de praktijkhouder heel belangrijk aantoonbaar te voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Daarom is het ook belangrijk hier tijd en aandacht aan te besteden. Echter, veel praktijken blijven dit onderwerp op de agenda houden. En blijven hier heel veel tijd en aandacht aan besteden, terwijl de zaakjes inmiddels al goed op orde zijn. Dit als gevolg van de voortdurende onzekerheid hierover. En dat is juist zo zonde, want de praktijk heeft ook veel tijd en aandacht nodig om concurrerend te blijven in alle ontwikkeling van tegenwoordig. Iets waar voor veel praktijken nog winst te behalen is.

Ontwikkelingen in de mondzorg

In de afgelopen 10 tot 15 jaar is het beroep van tandarts erg veranderd. Praktijken zijn gemiddeld groter geworden en de randzaken zijn enorm toegenomen. Ook in de komende tijd gaan de ontwikkelingen nog door.

  • Centrale regie bij de tandarts

    Binnen de zorgverlening zal het werken in teamverband verder toenemen. Naast de verschillende functies binnen het mondzorg team worden steeds meer verbanden gelegd met de algemene gezondheidszorg en met esthetische behandelingen. Door een toename van het aantal zorgverleners binnen de zorg, neemt de behoefte aan een goede centrale regie toe.

  • Meer gericht op preventieve aanpak

    In de preventieve aanpak is er voor veel mondzorgverleners nog veel te winnen. Een effectieve, preventieve aanpak betekent dat het gedrag van patiënten naar een gezondere levensstijl daadwerkelijk verandert. Het gaat feitelijk niet om wat je doet (bijvoorbeeld continu poetsinstructies geven), maar vooral om het resultaat dat ermee wordt bereikt (de gedragsverandering van de patiënt).

  • Toenemende concurrentie en ketenvorming

    Ketenvorming zet de komende jaren verder door, wat resulteert in steeds meer praktijken die zeer professioneel gemanaged worden. Daarnaast wordt in de Randstad de concurrentie om de patiënt steeds groter, wat blijkt uit de zichtbaarheid van praktijken via marketingactiviteiten en social media. Ontwikkelingen, die ervoor kunnen zorgen, dat patiënten eerder kunnen switchen van praktijk.

  • De mondigere patiënt

    Een veelgehoorde klacht vanuit praktijken is de steeds mondiger wordende patiënt en een groeiende ‘claim’ cultuur. Dit vraagt erom goed verantwoording te kunnen overleggen over de geleverde zorg.

  • Tandartsen zijn steeds schaarser

    Door de vergrijzing gaan de komende jaren veel tandartsen met pensioen, welk aantal de instroom van nieuwe en buitenlandse tandartsen overstijgt. Daarnaast is de wens steeds vaker om parttime te werken. Daardoor wordt het aantrekken van nieuwe tandartsen steeds moeilijker voor praktijken. Iets wat met name buiten het Randstedelijk gebied als een steeds groter probleem wordt ervaren.

Focus op toegevoegde waarde

In plaats van de grote onzekerheid of de praktijk ‘op orde’ is, kunnen praktijkhouders zich wellicht beter afvragen in hoeverre de praktijk eigenlijk concurrerend is op bovengenoemde ontwikkelingen. Het is aannemelijk, dat de praktijken in uw directe omgeving van vorm en eigenaar zullen veranderen in de komende jaren. Met wellicht het gevolg, dat die andere praktijken het beter gaan doen. Nu alle stress rondom de AVG voorbij is, is het wellicht goed om kritisch naar de eigen praktijk te kijken. En af te vragen hoe u toegevoegde waarde kunt toevoegen aan de praktijk.

En hoe doet u dat? Volgens mij kunnen praktijken zich in de toekomst vooral onderscheiden door de beste werkgever in de omgeving te zijn. Mijn advies is dan ook om niet de patiënten op de eerste plaats te zetten. Zorgverlening is mensenwerk en mondzorg is meer en meer een teamprestatie. Door als praktijkhouder het team op de eerste plaats te zetten, zullen zij zorgen voor (zeer) tevreden patiënten. Via een sterk team kan de praktijk zich onderscheiden naar patiënten. De kracht van het team bepaalt de kracht van de praktijk.

Conclusie

Veel tandartsen ervaren nog altijd veel onzekerheid of de praktijk ‘op orde’ is met betrekking tot geldende wet- en regelgeving. Ook de inwerkingtreding van de AVG heeft de mondzorgpraktijken weer een enorme inspanning gekost. Helaas zijn dergelijke inspanning niet van directe toegevoegde waarde voor de praktijk als het gaat om de toekomstige ontwikkelingen binnen de mondzorg. Hopelijk krijgen praktijkhouders weer de ruimte en het enthousiasme om zich vooral met het team en hun zorgverlening bezig te houden. Er is op dit terrein namelijk nog veel te winnen, voordat je voorbij wordt gelopen door je collega praktijken (lees: concurrenten).

Door: Sjoerd Kuiken van Kuiken Praktijkmanagement . Sjoerd begeleidt tandartsen in het opzetten van een succesvolle praktijk. Dit houdt o.a. in het opzetten van een solide praktijkorganisatie met gedeelde verantwoordelijkheden. De praktijkhouder en het team worden gecoacht en getraind, zodat de praktijkhouder vooral tandarts kan zijn.

Lees meer over: Management, Ondernemen/