Loepbril: alleen bij juiste aanmeting positief voor werkhouding

Mondzorgprofessionals maken regelmatig gebruik van vergrotingsapparatuur zoals een loepbril. Dit hulpmiddel kan ergonomisch werken bevorderen, maar het gebruik van een niet-aangemeten bril heeft juist een ongunstig effect op de werkhouding. Aan het woord is Jacqueline Bos-Huizer, bedrijfsoefentherapeut en ergonomisch adviseur.

Soorten vergrotingsapparatuur

In de tandheelkunde en mondzorgkunde wordt gewerkt met loepbrillen en microscopen. Mondhygiënisten werken doorgaans niet met microscopen; in het buitenland gebeurt dit soms wel door mondhygiënisten die in de parodontologie werken. Microscopen worden vooral gebruikt in de endodontologie en parodontologie, maar ook in de restauratieve tandheelkunde en de algemene tandheelkunde. Naar het effect van het werken met microscopen in de tandheelkunde op de fysieke belasting zijn nog onvoldoende studies gedaan. Over het werken met loepbrillen is meer bekend.

Neutrale werkhouding

Bij het werken vanuit een neutrale houding, ontstaat een bepaalde kijkafstand. Dit is de afstand van de ogen tot het werkveld in de mond. Bij de neutrale houding heeft de wervelkolom de natuurlijke S-vorm en maakt de nek een buiging van maximaal 25 graden. Zie de checklist ‘Ergonomisch werkwijze tandheelkunde’

Kijkafstand

De kijkafstand is verschillend per individu. Voor een kleine tandarts kan deze bijvoorbeeld 35 cm zijn en voor een lange tandarts meer dan 50 centimeter. Essentieel is dat je vanuit een neutrale houding optimaal zicht hebt om het werk goed uit te voeren bij de dan ontstane kijkafstand. Is dat niet het geval, dan kan dat een reden zijn om met vergrotingsapparatuur te gaan werken, zoals een loepbril.

Loepbril

Uit ergonomisch oogpunt is het van groot belang dat een loepbril op maat aangemeten wordt. Elke loepbril die standaard is, dwingt de gebruiker om de kijkafstand aan te nemen waarop de loep standaard is ingesteld. Ergonomie is altijd maatwerk; de werkplek of een hulpmiddel wordt aangepast aan de persoon. Een goed aangemeten loepbril gaat onder andere uit van de individuele kijkafstand en de individuele inclinatiehoek van de loep in het montuur. Deze worden gemeten vanuit een neutrale houding, bij voorkeur op de eigen werkplek.

Vergroting

Er moet gekozen worden voor niet meer vergroting dan nodig is. Een vergroting van 2 tot 2,5 is ruim voldoende om de kijkafstand te overbruggen. Bij een dermate ‘kleine’ vergroting is de scherpte-diepte (de kijkafstand waarover je scherp zicht in de mond hebt) groter dan bij meer vergroting. Dit laatste maakt het werk meer statisch. Sommige loepbrillen hebben een scherpte-diepte van bijvoorbeeld 3 centimeter, wat volstrekt onvoldoende is om nog dynamisch te kunnen werken. Dit is geen ergonomische oplossing.

Zichtveld

Om prettig met een loepbril te kunnen werken moet gekozen worden voor een loepbril met een groot en breed zichtveld. Dit geeft zoveel mogelijk overzicht. Door een goede oogmeting te laten doen door de opticien of optometrist die de loepbril aanmeet, kan rekening gehouden worden met de benodigde oogcorrectie. Dit zijn essentiële aspecten die bij het aanmeten van loepbrillen in acht genomen moeten worden. Helaas is de praktijk weerbarstig; volgens recent nog niet gepubliceerd onderzoek door een gerenommeerde universiteit wordt 83% van de loepbrillen niet goed aangemeten. Ongunstige houdingen bij het gebruik van de bril zijn het gevolg.

Loepbril: alleen bij juiste aanmeting positief voor werkhouding

Ongunstige werkhouding bij werken met loepbril

Loepbril: alleen bij juiste aanmeting positief voor werkhouding

Jacqueline Bos-Huizer, bedrijfsoefentherapeut en ergonomisch adviseur, richtte in 2005 BBO-ergo op. BBO-ergo verzorgt ergonomisch onderzoek, participeert in wetenschappelijk onderzoek, verzorgt ergonomische training op de werkplek en begeleidt bij het inrichten of aanpassen van werkplekken voor tandartsen, medisch specialisten en dierenartsen. Jacqueline spreekt (inter)nationaal over tandheelkundige ergonomie en de specifieke aspecten voor de diverse specialisaties zoals endodontologie, orthodontie, parodontologie, implantologie, kindertandheelkunde, microchirurgie en mondhygiëne. Jacquelines missie is mensen een gezonde werkwijze aan te leren. Vanuit haar achtergrond als oefentherapeut is ze in staat om een comfortabele, gezonde en efficiënte manier van werken aan den lijve te laten ervaren.

Lees meer over: Ergonomie, Thema A-Z/