Geen extra opleidingsplaatsen Tandheelkunde ondanks advies Capaciteitsorgaan

Studie

Het kabinet breidt het aantal opleidingsplaatsen voor Tandheelkunde niet uit. Dat blijkt uit een brief van minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan de Tweede Kamer. Daarmee wordt opnieuw afgeweken van het advies van het Capaciteitsorgaan. Voor de opleiding Mondzorgkunde komen er wel 28 plaatsen bij.

Het Capaciteitsorgaan adviseert om jaarlijks gemiddeld 386 studenten te laten starten met de opleiding Tandheelkunde, tegenover de huidige instroom van circa 275 studenten. Met deze uitbreiding moet Nederland beter voorbereid zijn op de toekomstige behoefte aan tandartsen. Het advies is gericht op een evenwicht tussen vraag en aanbod in 2043, zodat de beschikbaarheid van mondzorg ook op langere termijn gewaarborgd kan blijven.

KNMT uit zorgen over toekomstige beschikbaarheid van tandartsen

De KNMT maakt zich zorgen over het besluit. Volgens voorzitter Hans de Vries is uitbreiding van de opleidingscapaciteit noodzakelijk om toekomstige tekorten tegen te gaan.

De vraag naar complexere mondzorg neemt naar verwachting toe, onder meer door de vergrijzing. Tegelijkertijd nadert een aanzienlijk deel van de huidige beroepsgroep de pensioengerechtigde leeftijd. Volgens de KNMT zal binnen zeven jaar ongeveer 17 procent van de werkzame tandartsen met pensioen gaan.

De Vries benadrukt dat het opleiden van meer tandartsen in Nederland een belangrijke bijdrage kan leveren aan het opvangen van deze uitstroom. Zonder structurele uitbreiding van de opleidingscapaciteit bestaat volgens hem het risico dat de toegankelijkheid van mondzorg verder onder druk komt te staan.

Buitenlands opgeleide tandartsen blijven belangrijk

Een aanzienlijk deel van de tandartsen die in Nederland werkzaam zijn, heeft de opleiding in het buitenland gevolgd. Volgens de KNMT gaat het om ongeveer een kwart van de beroepsgroep. Ook onder de nieuwe leden van de vereniging neemt deze groep een belangrijke plaats in: vorig jaar had circa de helft een buitenlands tandheelkundediploma.

De KNMT onderstreept het belang van deze professionals voor de continuïteit van de mondzorg. Tegelijkertijd wijst de organisatie erop dat Nederland voor een deel afhankelijk is van de komst van tandartsen uit andere landen. Of deze instroom in de toekomst op hetzelfde niveau blijft, is onzeker.

Daarom pleit de KNMT voor een aanpak die uit meerdere onderdelen bestaat. Naast voldoende opleidingsplaatsen in eigen land is het belangrijk om buitenlandse tandartsen goed te begeleiden en hun vestiging in Nederland te ondersteunen. Ook een aantrekkelijk werk- en ondernemingsklimaat speelt hierbij een rol. Mogelijkheden om een eigen praktijk te beginnen en als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) te werken, kunnen volgens de organisatie bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland.

Uitbreiding Mondzorgkunde biedt extra capaciteit

Voor de opleiding Mondzorgkunde worden wel 28 extra opleidingsplaatsen beschikbaar gesteld. De KNMT ziet deze uitbreiding als een positieve stap, omdat ook binnen andere beroepsgroepen in de mondzorg tekorten bestaan, waaronder bij mondhygiënisten en tandartsassistenten.

Meer opleidingsplaatsen kunnen helpen om de beschikbare capaciteit binnen het mondzorgteam te vergroten. Volgens de KNMT is deze uitbreiding echter niet voldoende om de bredere personeelsproblematiek in de mondzorg op te lossen.

Structurele aanpak nodig richting 2040

De uitdagingen voor de mondzorg zullen naar verwachting de komende jaren verder toenemen. Naast de beschikbaarheid van voldoende professionals spelen ook de toenemende zorgvraag en de ongelijke spreiding van mondzorgverleners over Nederland een rol bij de toegankelijkheid van zorg.

Om deze vraagstukken gezamenlijk aan te pakken, werkt de KNMT samen met NVM-mondhygiënisten, de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT) en de opleidingen Tandheelkunde. Daarbij wordt gekeken hoe de verschillende beroepsgroepen hun kennis en vaardigheden beter op elkaar kunnen laten aansluiten en welke maatregelen vanuit de overheid nodig zijn.

Het doel is om de kwaliteit en toegankelijkheid van mondzorg in Nederland ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Het advies van het Capaciteitsorgaan vormt volgens de KNMT een belangrijk uitgangspunt voor een structurele aanpak van de capaciteitsproblemen.

Meer informatie: Lees de brief van minister Letschert over de capaciteit van initiële zorgopleidingen op de website van de Tweede Kamer.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Selecteer lijst(en):
Wat is je functie? 

Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z