Anesthesie

De ene verdoving is de andere niet

Hoe lokale anesthesie toe te passen bij diverse groepen patiënten? Bekijk de drie casussen: een zwangere vrouw, een patiënt met allergie voor lokale anesthesie en een kind met ernstige kiespijn.

Casus 1: Komt een zwangere vrouw bij de dokter

De tandheelkundige behandeling wordt het liefst uitgevoerd na de zwangerschap en borstvoedingsperiode. Dit is meer ter geruststelling in verband met contra-indicaties. Wanneer een behandeling niet kan worden uitgesteld en moet plaatsvinden, dan liever niet in de eerste vier maanden van de zwangerschap, dan is de foetus het kwetsbaarst. Behandeling kan bij voorkeur in de vijfde of zesde maand plaatsvinden. Aan het einde van de zwangerschap is het liggen in de tandartsstoel niet comfortabel en is er risico op het Supine hypotensive syndrome. Door het achterover leggen van de stoel kan de foetus in de uterus drukken op de v. cava inferior. Hierdoor kan de aanstaande moeder het bewustzijn verliezen.

Lactatie wordt door een behandeling niet direct beïnvloed, maar kan door postoperatieve complicaties in het gedrang komen. Stel daarom electieve ingrepen uit tot na de lactatie. Denk bijvoorbeeld aan het geven van medicatie (pijnstilling of antibiotica) na behandeling die invloed heeft op de lactatie en op het kind.

Het maken van een röntgenfoto (tandfilm) dient bij voorkeur te worden uitgesteld tot na de zwangerschap. Wanneer het niet anders kan, is het aan te raden, te wachten tot na de vierde maand en gebruik te maken van een loodschort omdat de buik onbedoeld in de primaire bundel komt te liggen. Bij alle andere röntgenopnamen van het hoofdhalsgebied, dient liever geen gebruik te worden gemaakt van een loodschort. Door de strooistraling kan door het loodschort een kokerwerking optreden. Lactatie wordt niet beïnvloed door röntgenopnamen.

Keuze van anesthesievloeistof

Articaïne, lidocaïne en adrenaline kunnen bij zwangerschap worden toegepast. Prilicaïne met felypressine (Citanest) mogen niet worden gebruikt. Dit in verband met de kans op premature contracties en op methemoglobinemie (bij doseringen met meer dan 2-3 carpules). Vermijd intravasaal injecteren: aspireren!

Aanbevolen site: www.borstvoeding.nl

Casus 2: Patiënt zegt allergisch te zijn voor lokale anesthesie

Wanneer een patiënt zegt allergisch te zijn voor lokale anesthesie, blijkt dat niet altijd waar te zijn. Het is belangrijk om door te vragen. Wanneer de patiënt bijvoorbeeld vertelt dat hij last kreeg van bijna flauwvallen, maagklachten, hoofdpijn of diarree na verdoving bij de tandarts, gaat dit niet om een allergie maar meestal om vasovagale verschijnselen.
Vragen die kunnen helpen:

  • Waaruit bleek precies dat u allergisch bent?
  • Had u dat bij een eerdere verdoving ook?
  • Bent u daarna nog wel eens verdoofd?
  • Weet u hoe de verdovingsvloeistof heette?

Ook kan het zijn dat er niet goed is geaspireerd en dat de verdoving op deze manier voor een overdosering adrenaline of lokaal anaestheticum voor de patiënt zorgde.

Casus 3: Kind met ernstige kiespijn 

Voordelen oppervlakte anesthesie:

  • Draagt bij tot informed consent bij het kind. Het kind heeft immers de keuze tot voorverdoven.
  • Is een goede voorbereiding voor infiltratie anesthesie.
  • Zeer geschikt voor kinderen.
  • Keuze uit spray, vloeistof of zalf.
  • Verschillende smaakjes.

Maar beloof niet te veel!

Mandibulairblok bij kinderen

Nadelen

  • Lange ‘enge’ naald
  • ‘Zit’ niet altijd
  • Ook verdoofde tong en onderlip (bijttrauma)
  •  ‘Zit’ veel te lang

Voordelen

  • Eén prik
  • Wanneer de lip tintelt, weet je dat de verdoving zit
  • Diepe anesthesie
  • Lange tijd pijnvrij

Tip: teken een klok op een velletje papier als geheugensteuntje voor het kind (en de ouders) wanneer er weer gegeten mag worden.

Keuze uit andere dan conventionele soorten anesthesie toepassingen

  • Disposable spuiten (zien er heel anders uit)
  • Paroject/citoject (o.a. voor intraligamentair)
  • The Wand
  • SleeperOne of Quicksleeper

Jacques Baart († 2018) studeerde tandheelkunde in Nijmegen en specialiseerde tot kaakchirurg in Amsterdam. Vanaf 1979 was hij als specialist verbonden aan de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie VUmc en aan ACTA te Amsterdam. Hij vervulde daar de rol van afwisselend chef de clinique, chef de policlinique, werkplekmanager en docent. In de patiëntenzorg richt hij zich vrijwel uitsluitend op kaakchirurgie bij kinderen. Hij was (mede) auteur van meer dan 125 wetenschappelijke artikelen en van enkele leerboeken, waaronder Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie en Lokale Anesthesie in de Tandheelkunde.

Verslag van de lezing van kaakchirurg Jacques Baart door Maja Faasen, mondhygiënist, voor dental INFO van het congres Medische aspecten van de tandheelkundige praktijk, 11 mei 2012.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Pijn | Angst, Restaureren, Thema A-Z
Behoud van tanden

Behoud van tanden is ook mentaal behoud

Het behoud van eigen tanden is niet alleen vanuit medisch oogpunt belangrijk. Het hebben van een gezond en volledig gebit heeft ook een grote waarde voor de psychische gezondheid. Het verlies van blijvende tanden en kiezen moet daarom zo lang mogelijk worden vermeden omdat dit met ouderdom, zwakte en ziekte wordt geassocieerd, volgens psycholoog Lea Höfel in een artikel op ZWP-online.

Psychologie en tanden
In het normale taalgebruik worden tanden vaak in verband gebracht met mentale eigenschappen. Even doorbijten, op je tandvlees lopen, met de mond vol tanden staan, iemand aan de tand voelen en tot de tanden gewapend zijn. Tanden worden als teken van energie gezien. De samenhang tussen tanden en de psychische gezondheid wordt ook duidelijk als iemand door stress gaat tandenknarsen in z’n slaap.

Vervanging van tanden
Uit psychologisch oogpunt gaan eigen tanden altijd boven vervangende tanden. Een prothese wordt door patiënten het minst geaccepteerd als vervanging doordat de drager bij elke reiniging met eigen ogen ziet dat hij z’n gebit niet meer heeft. Dit verklaart ook het relatief vaak voorkomen van problemen bij het dragen van prothesen zonder dat er hiervoor een werkelijke medische indicatie is.

Vervangende ‘vaste’ tanden zoals implantaten worden eerder geaccepteerd doordat het nieuwe gebit zowel optisch als funktioneel lijkt op het eigen gebit. Veel patiënten kunnen goed met implantaten omgaan ook al blijven enkelen teleurgesteld over het niet meer hebben van de eigen tanden.

Endodontische behandeling
Endodontische behandelingen kunnen moeilijk en pijnlijk zijn en een goed resultaat kan niet altijd worden gegarandeerd. Toch betekent een succesvolle behandeling veel voor een patiënt: de eigen tanden blijven behouden en het verouderingsproces wordt nog even vooruit geschoven. Veel patiënten zien tanden als een belangrijk lichaamsdeel. Een kunst hand is nooit zoals een eigen hand. Waarom zou het dan bij tanden anders zijn? Patiënten die zo denken, zijn bij een endodontologisch georiënteerde tandarts het beste af. Ook zijn er patiënten die om cosmetische redenen zelf kiezen voor implantaten. Anderen zijn blij met een prothese omdat ze genoeg hebben van pijnlijke behandelingen.

Wat past bij uw patiënt?
Het is dus belangrijk om uit te vinden welke oplossing het beste bij uw patiënt past. Vragen die u uw patiënt kunt stellen om hier achter te komen:
– Hoe belangrik is het behoud van uw eigen tanden op een schaal van één tot tien?
> Vanaf een score van 6 kunt u het beste proberen de tanden te behouden.

– Welke vormen van vervangende tanden kent u (brug, prothese, implantaten etc)?
> Veel patiënten weten niet veel over de voor- en nadelen van de diverse alternatieven.

– Welke voorstelling heeft u over een wortelkanaalbehandeling?
> Sommige patiënten vermijden een endodontische behandeling op grond van negatieve verhalen die zij eerder hoorden, alhoewel ze toch liever hun eigen tanden behouden.

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z

Geavulseerde elementen: hoe zijn ze bewaard?

Een valpartij, geweld of een sportincident kan avulsie tot gevolg hebben, meestal van de centrale bovenincisieven. Wat te doen als een element in zijn geheel uit de alveole is geweest?

Avulsie maakt 0,5-3% deel uit van de dentale ongevallen. Het kan gepaard gaan met lichaamsverwondingen, beschadiging van de zachte weefsels, getraumatiseerde buurelementen en gefractureerd alveolair bot.

Melk- of blijvende dentitie
De handelingen zijn afhankelijk van het soort element: melk of blijvend.
Indien er sprake is van avulsie van een melkelement, dan mag het element nooit worden teruggeplaatst. De reden hiervoor is dat de blijvende opvolger beschadigd kan worden.
Bij avulsie van blijvende elementen moet het element wel teruggeplaatst worden. De prognose is afhankelijk van de staat van het element, leeftijd van de patiënt en mate van afvorming van de wortel.


Trauma melkgebit

Tandheelkundig handelen
Snel en goed tandheelkundig handelen is vereist om de kans op overleving van het blijvende element te vergroten. Eerst moet nagegaan worden wat de aard is van het ongeluk. Hiernaast zijn medische gegevens, eventueel bewustzijnsverlies, extra-oraal onderzoek en intra-oraal onderzoek van belang.

Belangrijk is om te weten hoe het geavulseerde element bewaard is gebleven, dit heeft namelijk een grote invloed op de prognose van het element.
Afhankelijk van de manier waarop het geavulseerde element bewaard is, wordt er gehandeld:

  • Het geavulseerde element is reeds teruggeplaatst in de alveole: het element wordt niet verwijderd maar wel gestabiliseerd door middel van een spalk. De mond kan gespoeld worden met een fysiologisch zout of chloorhexidine.
  • Het geavulseerde element is, korter dan 60 minuten na trauma, bewaard in een fysiologische oplossing: vuil kan eventueel verwijderd worden door middel van een fysiologische oplossing. Vervolgens kan het element teruggeplaatst worden. Indien er ook sprake is van een breuk van het alveolaire bot dan moet dit voorzichtig gedaan worden. In andere gevallen kan het element met kracht teruggeplaatst worden.
  • Het geavulseerde element is langer dan 60 minuten uit de alveole geweest of niet bewaard in een fysiologische oplossing: het vuil en parodontaal ligament wordt verwijderd. Het element wordt 20 minuten in een 2% natriumfluoride oplossing gelegd. Het element kan vervolgens teruggeplaatst worden.

Het element kan na terugplaatsing worden gespalkt. Het is belangrijk dat de patiënt alleen zacht voedsel nuttigt. Daarnaast kan de patiënt zijn mond schoonhouden met behulp van een mondspoelmiddel (chloorhexidine 0,2%) eventueel aangevuld met een zachte tandenborstel.


Flexibele spalk

Afvorming van de wortel
Belangrijk om te weten is of het element een wel of niet afgevormde wortel heeft:

  • Wel afgevormd: Binnen 7-10 dagen moet worden gestart met een endodontische behandeling, waarbij de kanalen eerst tijdelijk gevuld worden met calciumhydroxide om ontstekingsresorptie te voorkomen.
  • Niet afgevormd: Het klinisch en radiografisch monitoren van element is nu belangrijk. Bij een niet afgevormde wortel is er namelijk kans op revascularisatie. Indien er toch sprake is van necrose, moet er een endodontische behandeling worden uitgevoerd. Bij een open apex kan het handig zijn om ook een apexresectie uit te voeren.

Follow-up
Een goede follow-up is belangrijk. Er moeten regelmatig röntgenfoto’s worden gemaakt om te kijken of er sprake is van ontstekingsresorptie, ankylose of vervangingsresorptie.


Follow-up. Solo, één jaar na trauma
Ankylose en vervangingsresorptie 11

 
Bron: Journal of the Irish Dental Association – Treatment of the avulsed anterior tooth – Volume 57, nummer 6, pagina 319-322, december 2011/ januari 2012



Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z

Nieuwe tanden uit stamcellen

Nieuwe tanden kweken blijkt mogelijk te zijn met stamcellen. Professor Peter Murray uit de VS gebruikt hiervoor een soort poreuze mal in de vorm van een tand of kies. Deze mal is biologisch afbreekbaar en na uitharding van het glazuur en volgroeien van de zenuwcellen blijft zo een menselijke tand over.

Murray gebruikt hiervoor stamcellen uit de mond of uit beenmerg. Na toepassing van deze techniek op apen en muizen start hij met menselijke proefpersonen. Het moeilijkst blijkt de groei van de verschillende soorten tandweefsel te zijn, zoals dentine, glazuur en zenuwen.

Bron:
Singularityhub.com


Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Restaureren, Thema A-Z
Keramische materialen: gemotiveerd kiezen

Keramische materialen: gemotiveerd kiezen

Welke keramische materialen kunt u het beste gebruiken? Verslag van de presentatie van prof. dr. M. Cune en dr. M. Gresnigt tijdens de klinische avond in het UMC in Groningen op 15 maart.

Presentatie: Prof. dr. M. Cune
Prof. dr. M. Cune begon de avond met een presentatie over keramische materialen waarbij vooral werd ingegaan op zirconia keramiek.

Overzicht vol keramiek

  • Zirconia met opegbakken porselein (Lava, Everest)
  • Lithium discilicaat (IPS emax Press)
  • Materiaal schijnt door, liever niet op donkere stomp gebruiken.
  • Er kan een keuze gemaakt worden om de gehele kroon van dit materiaal te laten maken of om alleen de kap te laten bestaan uit lithium discilicaat.
  • Veldspaatporselein
  • Dit materiaal is geschikt als men beperkt invasief wil werken, 1,5 mm afname is al genoeg. – Dit porselein is bijvoorbeeld geschikt voor hoekopbouw. Een voordeel is dat het keramiek licht doorlaat, ook onder het tandvlees, waardoor het vriendelijker oogt.

 

Zirconia
Zirconia is het meest gangbare keramische materiaal momenteel. Het wordt zowel gebruikt als indirect restauratie-materiaal als voor abutments. Prof. dr. M. Cune ging door op de volgende onderwerpen wat betreft Zirconia.

1. Mechanisch: Hoe sterk is het?
Zirconia lijkt qua eigenschappen (buigsterkte, elasticiteitsmodus, thermische expansie, dichtheid) op dat van gehard staal.
Om het materiaal zo sterk te krijgen moet het de volgende opeenvolgende fases ondergaan: isostatisch persen (200Mpa), sinteren (850 graden Celcius), fraisen, sinteren (1350 graden Celcius). Tijdens het sinteren treedt exact 20% (gelijkmatige) krimp op. Hierdoor kan de kroon 20% te groot gemoduleerd worden en is de kroon exact reproduceerbaar.
Tijdens het verwarmen van zirconia, verandert ook de fase waarin zirconia zich bevindt. Het materiaal is bij kamertemperatuur in de mono-klinische fase. Door de temperatuur van het materiaal te verhogen, komt het materiaal in de tetragonale fase. Bij nog meer temperatuursverhoging komt het materiaal in de kubische fase. In deze laatste fase is het materiaal op zijn sterkst. Echter zal het materiaal uit elkaar spatten indien de temperatuur weer wordt verlaagd. Om deze reden wordt er een stabilisator toegevoegd aan zirconia: yttriumoxide. Deze stabilisator zorgt ervoor dat Zirconia in de tetragonale fase blijft bij kamertemperatuur.
Zirconia heeft ook nadelen. Bij een temperatuur van 220 graden celcius kan het vocht opnemen. Daarom is het af te raden om bijvoorbeeld zirconia-abutments te steriliseren. Daarnaast wordt het materiaal zwakker als het bewerkt wordt. Wat precies de oorzaak hiervan is, is niet bekend. Vermoedelijk heeft het iets te maken met de warmte die bij het bewerken ontstaat. Ook de slijtage is een nadeel. Dit geldt vooral bij zirconia-abutments. Het is bekend dat er meer slijtgage optreedt aan de implantaten dan bij titanium abutments.
Ondanks deze nadelen kan er gesteld worden dat Zirconia voldoende sterk is.

2. Biologisch: Is het wel gezond?
Er is onderzoek gedaan naar de cytototxiciteit, carcinogeniteit en mutageniteit. Deze blijken alledrie goed te zijn bij zirconia. Ook zijn er geen histologische verschillen te vinden tussen titanium en zirconia in de weke delen.

3. Esthetiek/functie: Is het mooier/beter dan ik dacht?
Bij een onderzoek met titanium en zirconia abutments bleek het volgende: bij dun tandvlees (<2mm) schijnt een titanium abutment door. Indien er dus sprake is van een dunne mucosa of een recessiegevoelige gingiva, dan kan beter gekozen worden voor zirconia. Er zijn nog geen vijfjaars resultaten bekend over zirconia kronen. Hier kan dus nog geen uitspraak over gedaan worden.

Presentatie dr. M. Gresnigt
Vervolgens heeft dr. M. Gresnigt zijn lezing gehouden over het adhesief cementeren van porseleinen partiele restauraties. Hieruit kwam naar voren dat men het beste zo minimaal invasief mogelijk kan werken. Dit betekent dat er eerder gekozen moet worden voor een partiële omslijping in plaats van een volledige omslijping. Hoe meer glazuur er behouden blijft, hoe beter de adhesie. Bovendien worden endodontische problemen hierdoor beter voorkomen.
Dr. M. Gresnigt vertelde dat sterkte van glaskeramieken niet alleen afhankelijk is van het restauratiemateriaal maar ook afhankelijk is van het cementatie proces. Het is belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van een adhesief cement.
Hierbij moet het porselein op de volgende manier bewerkt worden:

  1. Etsen met Hydrofluoridezuur (tijd is afhankelijk van soort porselein).
  2. 30 seconden spoelen met water.
  3. Debris verwijderen d.m.v. ultrasone reiniging in een trilbad met gedestilleerd water.
  4. Drogen.
  5. Silaan (monobond plus, Ivoclar Vivadent) aanbrengen en 1 minuut laten intrekken. Silaan kan worden gezien als een koppeling tussen twee verschillende oppervlaktes, de ene kant het porselein en de andere de bonding.
  6. Het aanbrengen van het adhesief en cement.

Hierna werd er door dr. M. Gresnigt ingegaan op de betreffende behandeling in het anteriore gebied en het posteriore gebied.

Anterior
Bij het gebruik van porselein in het anteriore gebied, is het belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van een wax-up om vervolgens een mock-up te maken van composiet of protemp. Op die manier kan de patiënt namelijk wennen aan de nieuwe situatie. Ook zijn er nog veranderingen mogelijk. Dit is om teleurstelling bij de patiënt achteraf te voorkomen.

Posterior
Bij het vervaardigen van porseleinen restauraties in het posteriore gebied waarbij veel dentine bloot ligt, is een Immediate Dentine Sealing (IDS) aan te raden. Dit betekent dat vóór het nemen van de afdruk al een sealing wordt aangebracht op het dentine (ets, prime, bonding). Voor het plaatsen van de porseleinen restauratie, wordt de IDS-laag voorbehandeld met behulp van een silica-coating (Cojet, 3M ESPE). Wanneer er gebruik wordt gemaakt van IDS dan is er sprake van een significantie lagere post-operatieve gevoeligheid. Daarnaast is er een betere hechting aan dentine.

Bekijk foto’s van behandelingen op de website van dr. Gresnigt

Bron: Klinische avond georganiseerd door de Stichting PAOT-NN in samenwerking met het UMCG Wenckebach Instituut.

Prof. dr. M. Cune is hoogleraar Orale Functieleer, in het bijzonder in de Restauratieve en Reconstructieve Tandheelkunde, aan het UMC Groningen en is daar werkzaam binnen het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde. Daarnaast is hij actief op het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde in het St. Antonius ziekenhuis in Nieuwegein.

Dr. M. Gresnigt is werkzaam als klinisch docent en onderzoeker in de reconstructieve en esthetische tandheelkunde bij het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMC Groningen. Daarnaast werkt hij in de algemene praktijk, waar hij zich met name richt op de orthodontie, esthetische en reconstructieve tandheelkunde.

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z
onderzoek - vergrootglas

Cementlaag zwakke schakel bij restauratie

Ernstig beschadigde gebitselementen worden vaak gerestaureerd met restauraties die met een composietcement worden verbonden aan het resterende tandweefsel. Deze adhesieve verbinding is vaak de zwakste schakel in de restauratie. Falen van de cementlaag resulteert in microlekkage of in het volledig loskomen van de restauratie.

Leontine Jongsma onderzocht het klinisch slagen en de overleving van indirecte composietrestauraties. Ook keek ze naar de invloed van de manier van polymerisatie, krimp en krimpspanning, en voorbehandeling van restauratiematerialen op de hechting tussen restauratiematerialen, cementen en tandweefsel.

Spanning
Uit haar onderzoek blijkt dat een hoge krimpspanning de adhesieve verbinding tussen dentine en cement zodanig onder spanning zet dat niet alleen de hechtsterkte lager wordt, maar ook het falen van deze verbinding (op termijn) zeer waarschijnlijk is. Haar onderzoek biedt een klinisch toepasbare oplossing om de krimpspanning bij het cementeren van een wortelstift te verminderen.

Promotie
Promovendus: Mw. L.A. Jongsma
Faculteit: Tandheelkunde
proefschrift: Cementation in adhesive dentistry. The weakest link
Promotor: dhr. prof. dr. A.J. Feilzer
Datum: Vrijdag 2 maart 2012, 14:00 uur
Locatie; Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, 1012 EZ Amsterdam

Bron:
UvA

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Restaureren, Thema A-Z
tandarts-materiaal

Antigeluid verstilt tandartsboor

Als het aan Britse onderzoekers ligt, luisteren tandartspatiënten in de toekomst tijdens de behandeling naar een mp3-speler die antigeluid produceert. Dat moet ervoor zorgen dat ze nauwelijks de boor horen en minder bang zijn voor de tandarts.

Antigeluid
Ruim tien jaar heeft Mark Atherton van Brunel University gewerkt aan het antigeluid voor in de behandelkamer. De hoge frequenties die de tandartsboor produceert, vormden daarbij een lastige uitdaging. Nu heeft hij een systeem ontwikkeld met een microfoontje dat het boorgeluid registreert, waarna de elektronica snel signalen doorgeeft aan een mp3-speler. De oordoppen van de mp3-speler produceren het antigeluid dat in de gehoorgang van de patiënt het lawaai van de boor grotendeels opheft.

Een fabrikant voor massaproductie van de vondst is er nog niet. Atherton en zijn team hebben er niettemin hoge verwachtingen van. Veel mensen associëren immers het geluid van de tandartsboor, dat al niet prettig is, met onaangename ervaringen. Volgens hoogleraar Brian Millar van Kings College in Londen kan de vondst de angst voor de tandarts bestrijden.

Snerpend
“Het is een kwestie van conditioneren, één keer een gaatje laten vullen zonder een goede verdoving kan al voor een sterke associatie tussen het geluid en pijn zorgen”, vertelt Ad de Jongh, hoogleraar in het Academisch Centrum Tandheelkunde (ACTA). Het geluid van de tandartsboor, een snerpende hoge toon gevolgd door lagere tonen zodra de boor het tandweefsel raakt, is natuurlijk zeer specifiek. Met name veertigplussers hebben pijnlijke herinneren uit de tijd dat tandartsen bij boren zelden een verdoving toepasten. De tandartsboor is echter lang niet de belangrijkste factor bij de ontwikkeling van een fobie voor de tandarts, nuanceert De Jongh. Een gaatje vullen blijkt dan ook niet zo traumatisch als andere, meer invasieve ingrepen waaronder het ondergaan van verdovingsinjecties, het trekken van kiezen of wortelkanaalbehandelingen.

Bovendien blijkt uit onderzoek van De Jongh dat pijnervaringen een matige voorspeller zijn voor het ontwikkelen van zo’n fobie. Gevoelens van machteloosheid en vernedering of schaamte en misselijkheid zijn veel belangrijker factoren. Als de angstige patiënt eenmaal in de stoel ligt, dan slaat de fantasie op hol over diverse rampen die hem of haar kunnen overkomen. Daartegen helpt antigeluid waarschijnlijk niet.

Comfort
De Jongh is zeer benieuwd of onderzoek naar toepassing van het antigeluid zal laten zien dat daadwerkelijk de angst bij patiënten afneemt. Hij verwacht maar een beperkt effect. Voor mensen die al getraumatiseerd zijn zal een psychologische behandeling waarschijnlijk veel meer effect hebben. Wel kan het antigeluid bijdragen aan het comfort, net zoals er nu al tandartsen zijn die patiënten afleiden met muziek of televisiebeelden.

Het antigeluid kan natuurlijk ook comfortabel zijn voor de tandarts zelf, om het gehoor te beschermen. Niet iedereen zal enthousiast zijn als hij wordt behandeld door een tandarts met speakertjes in de oren. Bovendien lijkt de nieuwe vondst daarvoor te laat te komen. De nieuwste generaties tandartsboren, met persluchtaandrijving, produceren allang niet meer zoveel herrie.

Bron:
NWTonline

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z
praktijk, stoel

Richtlijnen voor extracties bij bisfosfonaatgebruik

Bisfosfonaten worden voorgeschreven tijdens de behandeling van een aantal botziekten. Bij intraveneuze toediening heeft dit medicijn gevolgen voor de tandheelkundige behandeling. Welke richtlijnen zijn voor u van belang?

Patiënten met botziekten als osteoporose, hypercalcemie of een maligniteit, krijgen bisfosfonaten voorgeschreven. Een van de bijwerkingen is het ontstaan van osteonecrose. Hierdoor kan er ernstig botverlies optreden. Dit komt ook voor in de kaken.
Bisfosfonaatgebruik kan dus consequenties hebben voor de tandheelkundige behandeling. Of dit zo is, hangt af van de manier van toediening: oraal of intraveneus.

Orale bisfosfonaten
Orale bisfosfonaten worden vaak voorgeschreven in geval van osteoporose. Door het gebruik van bisfosfonaten neemt de kans op botbreuken af. Bij de orale inname is de kans op osteonecrose van de kaken klein. Vooral indien de innameperiode korter is dan drie weken en er geen corticosteroïden worden gebruikt.

Intraveneuze bisfosfonaten
Bij intraveneuze toediening ligt dit anders. Deze fosfonaten worden meestal toegediend indien er sprake is van een kwaadaardige aandoening. Het gebruik van intraveneuze bisfosfonaten heeft direct invloed op de kwaliteit van leven van de patiënt. Het medicijn kan daarom niet zomaar stopgezet worden. Bovendien verlaagt het stoppen van de medicatie niet gelijk de kans op osteonecrose. Het is dus van belang om deze patiënten focus-vrij te maken voordat ze intraveneuze bisfosfonaten toegediend krijgen. Als blijkt dat een patiënt alsnog een tandheelkundige behandeling (bijvoorbeeld een extractie) moet ondergaan, dan heeft dit consequenties voor de behandeling.

Richtlijnen bij extractie
Ten eerste moet de patiënt op de hoogte gesteld worden van de kans op het ontstaan van osteonecrose in de kaken. Vervolgens moeten de volgende richtlijnen aangehouden worden.

Pre-operatief:

  • De patiënt moet een week van te voren beginnen met het spoelen met een chloorhexidine spoelmiddel. Ook moeten er instructies worden gegeven voor een optimale mondhygiëne.
  • Voorschrijven antibiotica: amoxicilline (in geval van allergie clindamycine)

Tijdens behandeling vermindering van doorbloeding vermijden:

  • Lokale anesthesie zonder vasoconstrictor (adrenaline) gebruiken
  • Zo atraumatisch mogelijk werken
  • Ischemia door incisie voorkomen

Post-operatief:

  • Zacht dieet
  • Twee maal daags spoelen met chloorhexidine
  • Antibioticagebruik nog een week voortzetten
  • Het is belangrijk dat de heling van de wond goed in de gaten wordt gehouden. Indien er toch osteonecrose ontstaat, dan moet de patiënt doorverwezen worden naar de kaakchirurg/specialist.

Bron:
Journal of the Irish Dental Association – Guidelines for treating patients taking bisphosphonates prior to dental extractions – Rogers S et al. – Volume 56, nummer 1, pagina 40 – Februari/maart 2010

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z

Gel laat gaatjes in tanden dichtgroeien

Franse wetenschappers hebben met succes een gel getest die de groei van nieuwe cellen in tanden stimuleert.

De gel met melanocyt-stimulerende hormonen (MSH) zou moeten worden aangebracht rondom een gaatje. Het middel moedigt de groei van nieuwe cellen aan en kan er mogelijk voor zorgen dat het tandweefsel zich binnen een maand volledig herstelt. Dat schrijven onderzoekers van het Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek in Frankrijk in het wetenschappelijk tijdschrift ACS Nano.

Geen tandpasta
Volgens de wetenschappers zou de MSH-gel het repareren van gaatjes doormiddel van vullingen in sommige gevallen overbodig kunnen maken. Het middel kan echter niet voorkomen dat er nieuwe gaatjes ontstaan. Tanden poetsen blijft dus noodzakelijk.

“Het is geen tandpasta”, verklaart onderzoekster Nadia Benkirane-Jessel op Discovery News. “We kunnen er alleen gaatjes mee dichten.” Uit eerdere onderzoeken is al gebleken dat melanocyt-stimulerende hormonen de groei van nieuwe cellen in botten kunnen aanmoedigen. De Franse wetenschappers hebben de werking van de hormonen voor het eerst getest op tanden.

Meer onderzoek
De onderzoekers brachten de MSH-gel op de tanden van muizen, die veel gaatjes hadden. Na een maand smeren, waren bijna alle gaatjes in het gebit van de dieren verdwenen.

Meer onderzoek moet uitwijzen of de gel ook geschikt is om gaatjes in de tanden van mensen te behandelen. De wetenschappers verwachten niet dat de tandartsboor helemaal overbodig zal worden. Het middel is volgens hen waarschijnlijk alleen geschikt om bepaalde soorten gaatjes te dichten.

Bron:
NU

Lees meer over: Kennis, Mondhygiëne, Onderzoek, Producten, Restaureren, Thema A-Z