Testpraktijken bij het KIMO

Testpraktijken bij het KIMO nog steeds van harte welkom

Mondzorgraktijken met interesse in kwaliteit en veiligheid zijn nog steeds van harte welkom om KIMO Testpraktijk te worden. Richtlijnontwikkeling is belangrijk maar we willen ook weten of de richtlijnen doen wat ze moeten doen in de dagelijkse praktijk.

Testen per richtlijn

Als je meedoet als Testpraktijk, dan kun je op een zeker moment gevraagd worden om voor periode van een aantal maanden een beperkte set gegevens beschikbaar te stellen van een patiëntbehandeling waarover een specifieke richtlijn adviezen geeft. We hebben het eenvoudig opgezet zodat het voor de behandelaar en de praktijk nauwelijks tijd kost omdat we een deel van de gegevens automatisch uit de praktijksoftware lezen met behulp van Dental Rules.

Nu al twintig Testpraktijken

Op dit moment hebben zich twintig Testpraktijken aangemeld. Om te zorgen dat we het werk makkelijk kunnen verdelen is het mooi meegenomen als we nog eens zo’n groep praktijken bereid vinden om deel te nemen.

Kennis en ervaring uitwisselen

Als Testpraktijk sta je nog dichter bij de actualiteit van richtlijnontwikkeling. Het KIMO leert van jullie en de jouw praktijk krijgt de mogelijkheid om te leren van de kennis en ervaring van KIMO en die van het netwerk van de andere Testpraktijken.

Voorwaarden

Deelname is geheel vrijblijvend. Alle (gespecialiseerde) mondzorgpraktijken, groot en klein, zijn van harte welkom. Het heeft vooralsnog de voorkeur dat je werkt met Exquise, Simplex of Dental Rules. Gegevens worden anoniem en veilig verzameld. Het KIMO heeft een supportdesk beschikbaar voor vragen. Je kunt gedurende de periode dat je beschikbaar bent het Testpraktijk-logo op je website plaatsen.

Meer informatie een aanmelden

Aanmelden doe je via info@hetkimo.nl en als je vragen hebt, neem dan contact op met Maarten Jansen – 06 51314235. Lees meer
Het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) ontwikkelt klinische praktijkrichtlijnen voor de hele mondzorg in opdracht van KNMT en FTWV.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Mondzorg bij het kind IX

Nieuwe KIMO-richtlijn KPR Mondzorg voor Jeugdigen, module Preventie en behandeling

Bij KIMO is onlangs de Klinische praktijkrichtlijn Mondzorg voor Jeugdigen, module Preventie en behandeling verschenen. Em. prof. dr. A.M. Kuijpers-Jagtman en dr. N.G. Blanksma van de Richtlijnontwikkelcommissie vertellen hoe de richtlijn tot stand is gekomen, hoe je preventie bij kinderen het beste kunt aanpakken en welke behandelmethoden je kunt toepassen bij cariës.

PDF’s richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës

Bekijk de volledige richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës (2020

Bekijk de samenvatting

Bekijk de patiënteninformatie

Bekijk het stroomschema behandeling melkdentitie

Bekijk het stroomschema behandeling blijvende dentitie

Bekijk het implementatieplan

Waarom is deze richtlijn opgesteld?

“De eerste Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen dateert alweer van 2012. In deze richtlijn kwam de gehele kindertandheelkunde aan bod en de richtlijn werd mede daardoor niet ervaren als makkelijk te raadplegen. De wens bestond om een handzame, gebruikersvriendelijke richtlijn op te stellen waarin antwoord wordt gegeven op veel gestelde vragen over diagnostiek, preventie en behandeling. Daarnaast is er veel nieuwe wetenschappelijke literatuur verschenen over de behandeling van cariës. Deze nieuwe richtlijn toont de huidige inzichten met betrekking tot de ziekte cariës en geeft antwoord op veel gestelde vragen in de praktijk. Cariës is een gedragsziekte en daarom kunnen preventie en beslissingen over (invasieve en non-invasieve) behandeling bij jeugdigen niet los van elkaar gezien worden. Te snel overgaan op symptoombestrijding zal op termijn niet leiden tot de beoogde verbetering van de mondgezondheid.
Deze richtlijn beoogt de mondzorgverlener een duidelijk handvat te bieden voor een efficiënte en veilige zorg aan jeugdigen ter preventie en behandeling van cariës. Voor jeugdigen en hun ouders/verzorgers is het belangrijk dat zij goed geïnformeerd zijn en samen met de mondzorgverlener kunnen beslissen over preventie en behandeling.”

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“Op initiatief van het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) is in het najaar van 2018 gestart met de voorbereiding van de ontwikkeling van deze klinische praktijkrichtlijn. De richtlijnontwikkeling is gestart met een invitational conference in november 2018 met als doel knelpunten te inventariseren en te prioriteren op het gebied van de mondzorg voor jeugdigen waar het gaat om preventie en behandeling. Je wilt immers een richtlijn ontwikkelen voor knelpunten die daadwerkelijk in de praktijk worden gevoeld. Op basis van de uitkomsten van de invitational conference zijn de knelpunten en uitgangsvragen vastgesteld die in de richtlijn aan de orde moeten komen.

De Richtlijn Ontwikkelcommisie (ROC) is in maart 2019 van start gegaan. Voor de ontwikkeling van de richtlijn ‘Mondzorg voor jeugdigen – preventie en behandeling’ zijn de criteria gevolgd, die zijn beschreven in het AGREE-II instrument (Brouwers, 2010). Dit is een internationaal gevalideerde en geaccepteerde methode voor de ontwikkeling van evidence-based richtlijnen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de Kwaliteitsstandaarden van Zorginstituut Nederland.

Vervolgens is naar wetenschappelijk bewijs gezocht voor de antwoorden op de uitgangsvragen met behulp van systematisch literatuuronderzoek. De bevindingen hieruit zijn terug te vinden in de richtlijn. De kracht van het wetenschappelijke bewijs is beoordeeld volgens de principes van de GRADE-methodiek. Op basis hiervan zijn conclusies geformuleerd. Daarmee heb je nog geen klinisch bruikbare richtlijn. In de klinische besluitvorming zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten van belang zoals waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten, balans tussen gewenste en ongewenste effecten van interventies en organisatorische aspecten. Op basis van wetenschappelijk bewijs en de overige overwegingen heeft de ROC vervolgens aanbevelingen geformuleerd. Daarna is de conceptrichtlijn in mei 2020 in een brede commentaarronde voorgelegd aan de betrokken wetenschappelijke en beroepsverenigingen, evenals aan andere bij het onderwerp betrokken organisaties. De commentaren zijn in de ROC besproken, waarna de definitieve richtlijn is geformuleerd.

De ontwikkeling van een nieuwe richtlijn is niet los te zien van de invoering ervan. Het inpassen van een richtlijn in de dagelijkse praktijk betekent voor veel gebruikers immers een verandering van routine. Zo stopt het proces niet bij de ontwikkeling en publicatie van de richtlijn, maar is de implementatie ervan een logisch proces in nauwe samenwerking met de leden van het KIMO, de KNMT en NVM-mondhygiënisten.”

Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“In de richtlijn is veel aandacht voor preventie en de vraag hoe een mondzorgverlener kinderen (tot 18 jaar) en hun ouders/verzorgers kan motiveren tot gebitsgezond gedrag. Daarnaast komt aan de orde hoe glazuurlaesies, niet-gecaviteerde en gecaviteerde dentinelaesies in melkelementen en in blijvende gebitselementen behandeld dienen te worden. Er wordt kort ingegaan op de wenselijke organisatie van de mondzorg voor jeugdigen waarbij de commissie pleit voor een verdergaande samenwerking tussen mondzorgverleners en de Jeugdgezondheidszorg. En zoals ook hierboven al is gezegd, bepreekt de richtlijn ook de implementatie en de mogelijke obstakels.”

Hoe kun je preventie bij kinderen het beste aanpakken?

“Begin op jonge leeftijd!!! Ouders staan open voor informatie, ze willen immers het beste voor hun kind. Bedenk dat van jongs af aan direct het goede gedrag aanleren makkelijker is dan het veranderen van bestaande gedragspatronen. Probeer daarom kinderen vóór of vanaf het moment van de doorbraak van de eerste gebitselementen te begeleiden. Spreek in overleg met de ouders een passend interval voor periodiek mondonderzoek af. Handig is om hierbij de systematiek van het Deense Nexø project of het Gewoon Gaaf project van het Ivoren Kruis te volgen. Regelmatig tandartsbezoek vanaf jonge leeftijd, waarbij aandacht voor mondgezondheid en tijdige voorlichting voorop staat, zorgen er ook voor dat een kind gewend is aan regelmatige, niet bedreigende bezoeken aan de praktijk en biedt zo bescherming tegen het ontstaan van tandartsangst.

Geef complimenten als ouders en kind zich houden aan het Advies Cariëspreventie (tweemaal daags twee minuten zorgvuldig poetsen met fluoridetandpasta passend bij de leeftijd van het kind, en maximaal zeven eet- en drinkmomenten per dag). Wijs ouders op het belang van napoetsen (niet kijken, maar poetsen) tot kinderen van 10-12 jaar en natuurlijk blijven ouders ook daarna verantwoordelijk voor de mondgezondheid van het kind. Complimenten zijn een goede stimulans om het juiste gedrag voort te zetten.

Spoor ongezond gedrag op door te vragen naar poets- en voedingsgewoonten en motiveer kinderen en ouders dit ongezond (risico)gedrag aan te passen door middel van motiverende gespreksvoering (zoals bijvoorbeeld Motivational Interviewing), waarbij het afhankelijk is van de leeftijd en zelfstandigheid van het kind of dit vooral op de ouders of op het kind zelf gericht is. Als je tips en adviezen geeft, laat ouders en kind dan op korte termijn terugkomen zodat je kunt zien of je adviezen goed worden opgevolgd (dat is een compliment waard!) of dat aanpassing en/of bijsturing nodig is.”

Hoe kun je cariës bij kinderen het beste behandelen?

“Preventie is ook hier het sleutelwoord. Goede mondhygiëne in combinatie met fluoridetandpasta passend bij de leeftijd van het kind, kan cariësactiviteit remmen of stoppen. De mondzorgverlener kan een kind en diens ouders/verzorgers effectief ondersteunen bij preventieve maatregelen. Daarom hoort de vraag naar toepassing van het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis tijdens elk bezoek terug te komen. Aandacht voor voeding hoort hier zeker bij. Inclusief maaltijden wordt een totaal van maximaal zeven eet- en drinkmomenten aangeraden. Dat geldt ook voor borstvoeding. Voor een peuter (kind tussen 2 en 4 jaar) zijn zeven eet-en drinkmomenten over het algemeen veel en geldt dat vijf eet- of drinkmomenten voldoende zijn. Het is aan te raden dat kinderen vanaf 9 maanden leren drinken uit een beker in plaats van een zuigflesje. Ook moet voorkomen worden dat kinderen na het tandenpoetsen, een antilek/tuitbeker mee in bed krijgen met zoete inhoud of met melk. Eventueel kan een antilekbeker/tuitbeker als tussenstap worden gebruikt. In gesprek met het kind en ouders dient gezocht te worden naar een vorm die werkbaar is voor het gezin, je adviezen moeten immers wel uitvoerbaar zijn!”

Welke non-invasieve behandelingen zijn mogelijk? Wanneer kies je daarvoor?

“Laesies in melk- en blijvende elementen die beperkt zijn tot het glazuur en dentinelaesies die niet gecaviteerd zijn, kunnen met behulp van non-invasieve technieken worden behandeld. Ook hierbij is het identificeren van het ongezonde risicogedrag van belang, waarbij in samenspraak met kind en ouders naar mogelijke aanpassingen van dit gedrag wordt gestreefd. Eventueel kan een fluoridevernis (>20.000 ppm F) worden geappliceerd op de aangetaste vlakken. Fluoridevernis heeft de voorkeur boven een fluoridegel; het lijkt effectiever, het bewijs ervoor is krachtiger en het is de meest veilige optie. Fluoridevernis kan maximaal 4x per jaar worden toegepast tot de actieve cariëslaesies inactief (arrested) zijn geworden.
Als het Advies Cariëspreventie ontoereikend is, kun je ook adviseren om het kind te poetsen met een tandpasta met een hogere fluorideconcentratie (kinder/junior/volwassen tandpasta tot maximaal 1500 ppm F) en/of adviseer een tijdelijke verhoging van de poetsfrequentie. Om het risico op fluorose beperkt te houden, wordt geadviseerd om dan een halve centimeter tandpasta te gebruiken.
Bij cariësactiviteit, en als zelfzorgmaatregelen (voorlopig) niet lukken en het tijdelijk appliceren van een fluoridevernis op aangetaste vlakken niet mogelijk/succesvol is, kan mogelijk een sealant met glasionomeercement geïndiceerd zijn voor de fissuren en pitten. Bij doorbrekende elementen en situaties waarbij controle over het drooghouden van het werkterrein problematisch is, kan een glasionomeercementfissuurlak worden gebruikt.”

Wanneer moet je ervoor kiezen om invasief in te grijpen? Wat kun je dan het beste doen?

“Bij gecaviteerde dentinelaesies die niet toegankelijk zijn voor tandenborstel, is invasief ingrijpen gewenst omdat de laesie immers niet door kind en/of ouder kan worden schoongehouden en dus niet tot stilstand kan worden gebracht. De meest geschikte behandeloptie is afhankelijk van de locatie, bereikbaarheid, het stadium van gebitsontwikkeling en diepte van de actieve cariëslaesie, waarbij de principes van minimale invasieve tandheelkunde en minimale belasting van het kind het uitgangspunt zijn. Behandelopties voor melkelementen zijn de Non-Restorative Cavity Treatment (NRCT) methode, een conventionele minimaal invasieve restauratie of ART of een Hallkroon.
Bij NRCT ligt de focus op het inactiveren van het cariësproces door actieve beïnvloeding en monitoring van het hele complex van cariësbeïnvloedende en -veroorzakende factoren in de mond. Bij het 5-punts NRCT-concept bestaat de behandeling uit 1) informed consent; 2) niet-toegankelijke cariëslaesies worden toegankelijk gemaakt; 3) afhankelijk van noodzaak kunnen remineraliserende/desensibiliserende middelen zoals fluoridevernis, silver diamine fluoride (SDF) en/of sealant met glasionomeercement worden aangebracht, 4) de ouders worden getraind en begeleid in het schoonhouden van de caviteit; 5) het proces wordt gemonitord door middel van mondfotografie of beschrijving (Gruythuyzen 2010, 2019). Doordat de cariëslaesie niet afgesloten wordt, blijft een zichtbare evaluatie op de ontwikkeling van het proces en het resultaat van de interventie mogelijk.
Indien er gekozen wordt om een restauratie te maken met composiet of in geval van melkelementen met compomeer, dient het dentine tot 1 mm onder de glazuur-dentine grens hard te zijn, centraal mag aangetast dentine achterblijven. Centraal excaveren tot hard dentine is overbehandeling! Afhankelijk van de diepte van de laesie wordt centraal alleen het zachte dentine geëxcaveerd (bij diepe laesies) of tot leerachtig of stevig dentine (bij minder diepe laesies). Het doel is om de pulpa te beschermen maar ook om een restauratie te maken van voldoende omvang in verband met de eigenschappen van het restauratiemateriaal. Kortom: perifeer reinigen altijd tot op hard dentine, maar centraal nooit!
Ook de Hallkroon kan een goede optie zijn bij cariëslaesies posterior in melkelementen, bijvoorbeeld als het herhaaldelijk inzetten van motiverende gesprekstechnieken betreffende mondgezondheid onvoldoende effect heeft gehad. Omdat anesthesie en excaveren van carieus weefsel niet nodig zijn, is de behandeling voor het kind weinig belastend. Echter, een Hallkroon heeft, net als een restauratie, als risico dat het onderliggende probleem, namelijk het ontbreken van goede mondhygiëne en/of een gezond eetpatroon, geen of te weinig aandacht krijgt.
Omdat er geen bewijs is dat de effectiviteit van een restauratie, Hallkroon of NRCT significant verschillend zijn, is het belangrijk om de meest kindvriendelijke methode te kiezen. NRCT heeft als voordeel dat, indien het Advies Cariëspreventie wordt opgevolgd, het kind hier ook in de toekomst profijt van heeft. Voor jeugdigen en hun ouders/verzorgers is het belangrijk dat zij geïnformeerd mee kunnen beslissen over preventie en behandeling. Het belang van het kind staat altijd centraal.”

Waar moeten tandartsen en mondhygiënisten vooral op letten?

“Preventie is altijd de basis! Zie een kind op tijd, liefst bij doorbraak van de eerste tandjes, identificeer risicogedrag en probeer dit door motiverende gesprekstechnieken aan te passen. Neem de tijd voor klinisch onderzoek en voor een gesprek met de ouders. Zorg ervoor dat adviezen aansluiten op de thuissituatie, pas dan bestaat er immers een gerede kans op opvolgen ervan. Als je tips en adviezen geeft, laat ouders en kind dan op korte termijn terugkomen om te zien of deze goed zijn opgepakt of dat bijsturing en/of aanpassing van de adviezen gewenst is.

Kortom: neem de tijd, heb voldoende aandacht voor het kind en de thuissituatie en probeer ouders en kind te begeleiden bij een juist mondzorggedrag. De tijdsinvestering in het begin, haal je er later dubbel en dwars uit en bovendien geeft het enorm veel voldoening. Als je toch het gevoel hebt ‘tegen een muur op te lopen’ waarbij alle gesprektechnieken en instructies niets lijken te helpen en de cariëslaesies blijven komen, overweeg dan een doorverwijzing naar een kindertandarts/tandarts-pedodontoloog.”

Em. Prof.dr. A.M. Kuijpers-Jagtman, Afdeling Orthodontie, UMCG
Voorzitter Richtlijnontwikkelcommissie Mondzorg voor Jeugdigen – Preventie en behandeling

Dr. N.G. Blanksma, Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde, UMCG
Lid Richtlijnontwikkelcommissie Mondzorg voor Jeugdigen – Preventie en behandeling

PDF’s richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës

Bekijk de volledige richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës (2020

Bekijk de samenvatting

Bekijk de patiënteninformatie

Bekijk het stroomschema behandeling melkdentitie

Bekijk het stroomschema behandeling blijvende dentitie

Bekijk het implementatieplan

Literatuur

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, et al. AGREE II: advancing guideline development, reporting, and evaluation in health care. Prev Med. 2010;51(5):421-4.

Gruythuysen RJ. Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling. Cariësactiviteit beteugelen in plaats van maskeren. Ned Tijdschr. Tandheelkd, 2010; 117: 173-180.
Gruythuysen RJM. Non-restorative cavity treatment: should this be the treatment of choice? reflections of a teacher in paediatric dentistry. Dent Update 2019; 46: 220–228.

 

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Richtlijnen, Thema A-Z

Voorwaarden voor het toepassen van lichte (inhalatie)sedatie in de tandheelkunde

In 2017 zijn de voorwaarden voor het toepassen van lichte (inhalatie)sedatie in de tandheelkunde met zuurstof-lachgas door tandartsen, artsen en mondhygiënisten opgesteld en geautoriseerd door de KNMT, ANT, NVM-mondhygiënisten, VBTGG en de NVvK. Dit document geeft duidelijk aan voor welke indicaties en contra indicaties er gebruik kan worden gemaakt van lachgassedatie. Ook worden er eisen gegeven voor het behandelteam, bewaking van de patiënt, verslaglegging, lachgasapparatuur, behandelruimte, opslag en omgang met gassen (lachgas, zuurstof) en (bij)scholing.

Bekijk de voorwaarden voor het toepassen van lichte (inhalatie)sedatie in de tandheelkunde.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
opdracht-tandarts---mondhygienist

Richtlijn opdrachtrelatie voorbehouden handelingen tandarts – mondhygiënist

Deze richtlijn beoogt duidelijkheid te creëren omtrent ieders rol en verantwoordelijkheid bij de samenwerking tussen tandarts en mondhygiënist met betrekking tot die voorbehouden handelingen die deel uit maken van het deskundigheidsgebied van de
mondhygiënist. De richtlijn is in 2009 door NVM-mondhygiënisten ontwikkeld.

Bekijk de richtlijn opdrachtrelatie voorbehouden handelingen tandarts – mondhygiënist 

De ‘Richtlijn opdrachtrelatie voorbehouden handelingen tandarts-mondhygiënist’ is tot stand gekomen in aansluiting op hetgeen er in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) wordt bepaald over het uitvoeren van zogenaamde
‘voorbehouden handelingen’. In de mondzorg is de tandarts ‘zelfstandig bevoegd’ de voorbehouden handelingen binnen het gebied van de mondzorg uit te voeren. De tandarts kan als zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar, onder bepaalde voorwaarden ook een opdracht verlenen aan een niet-zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar om die voorbehouden handelingen uit te voeren. De mondhygiënist is de beroepsbeoefenaar voor wie het in opdracht uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen behoort tot het wettelijk vastgesteld deskundigheidsgebied. Enkele van deze handelingen kan de mondhygiënist ‘functioneel zelfstandig’ uitvoeren.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Onderzoek naar endodontische pijnverlichting

Nieuwe ICOP-richtlijn: classificatie van pijn

Pijn is complex en heeft verschillende gezichten. Er zijn verschillende behandelingen daarom is een classificatie belangrijk. Pijn wordt meestal gezien als een acuut symptoom van een trauma of een ziekte, tegenwoordig is ook aangetoond dat chronische pijn een ziekte op zich kan worden. Dit is een fundamentele verandering.
De verschillende diagnostische criteria zijn de sleutel voor de diagnose. Waarbij belangrijk is dat de psychologie ook wordt meegenomen in de classificatie. Met als voorbeeld, een pulpitis behandelen we anders dan een TMD.

Nieuwe ICOP-richtlijn

De nieuwe ICOP-richtlijn werd uitgebreid besproken door prof. Dr. Peter Stevensson, ‘’world leading expert’’ op het gebied van orafaciale pijn, tijdens het congres Pijn. Bekijk de ICOP-richtlijnen met classificatie van alle chronische pijnen.

Prof. dr. Peter Svensson studeerde af als tandarts in Aarhus, Denemarken in 1987. Hij promoveerde in 1993. In 2002 werd hij klinisch consultant bij het Departement of Oral Maxillofacial Surgery aan de Universiteit van Aarhus en in 2005 consultant bij het Danish Headache Center in Kopenhagen. Sinds 2005 is hij hoogleraar aan de Universiteit van Aarhus. Hij is Visiting Professor aan meerdere internationale universiteiten. Zijn onderzoek spitst zich met name toe op orofaciale pijnmechanismen, , trigeminusfysiologie, beeldvorming van het brein en TMD. Hij is Editor-in-Chief van het Journal of Oral Rehabilitation. Svensson heeft talrijke internationale publicaties op zijn naam staan en is wereldwijd een veelgevraagd spreker.

Verslag voor dental INFO door Joanne de Roos, tandarts, van de lezing van Prof. dr. Peter Svensson tijdens het congres Pijn van Bureau Kalker.

Lees meer over: Pijn | Angst, Richtlijnen
Jeugd

Commentaarronde richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen: preventie en behandeling

Het KIMO heeft de Klinische Praktijkrichtlijn (KPR) Mondzorg voor Jeugdigen (preventie en behandeling) voor commentaar aangeboden aan de beroepsverenigingen, wetenschappelijke verenigingen en andere KIMO geïnteresseerde organisaties.

Deze organisaties kunnen de reacties van leden of achterban op deze conceptrichtlijn verzamelen en bundelen via een commentaarformulier. Het KIMO stuurt alle reacties vervolgens door naar de Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC). De ROC bespreekt alle reacties en beoordeelt of het commentaar wijziging van de inhoud van de richtlijn nodig maken.

De volledige concept versie van de KPR Mondzorg voor Jeudigen (preventie en behandeling) kun je hier lezen.

Het KIMO verwacht de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen, module preventie en behandeling eind dit jaar gereed te hebben.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Patientendossier-2-300x173 - na kraken

Herziene KNMT-richtlijn patiëntendossier

In 2020 is de KNMT-richtlijn Patiëntendossier herzien.

Bekijk de KNMT-richtlijn patiëntendossier, 2020

Dit betekent onder andere dat enkele nieuwe onderwerpen nu verplicht moeten worden vastgelegd. Welke nieuwe onderwerpen zijn nu verplicht om vast te leggen? En wat zijn de voordelen van uitgebreide dossiervoering?

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
EFP-infographic-covid-19-mondzorg

EFP infographic voor triage en patiëntbehandeling mondzorg in coronatijd

De European Federation of Periodontology ontwikkelde een infographic voor triage en behandeling van patiënten in de mondzorg, met voorbeeldvragen. Bekijk de infographic.

Volgens de EFP is het wetenschappelijke bewijs voor management van mondzorg in de coronacrisis beperkt. De infographic is daarom gebaseerd op een combinatie van de beschikbare wetenschappelijke literatuur  met observaties en ervaringen van mondzorgprofessionals.

De Europese federatie vindt het belangrijk dat allereerst de richtlijnen van de nationale en regionale (zorg)overheidsinstanties gevolgd worden voordat de infograpic wordt toegepast.

Lees meer over: Corona, Kennis, Richtlijnen, Thema A-Z
mondzorg weer open

Mondzorgpraktijken kunnen weer starten met reguliere zorg

Mondzorgpraktijken kunnen vanaf vandaag, 22 april, weer reguliere zorg hervatten. Er is hiervoor de Leidraad Mondzorg Corona opgesteld door de mondzorgkoepels. Deze leidraad is voorgelegd aan het RIVM, de IGJ en VWS en zij stemden hiermee in.

Op 16 maart jl. hebben de gezamenlijke mondzorgkoepels geadviseerd alle reguliere mondzorg op te schorten, dit advies is door VWS en IGJ tot veldnorm verheven. Het was op dat moment onduidelijk hoe verantwoorde en veilige mondzorg verleend kon worden. Daarnaast hebben wij onze maatschappelijke verantwoordelijkheid genomen om de besmettingscurve af te vlakken en overheidsbeleid te ondersteunen.

De koers van het advies, en later de veldnorm, is erkend door de toegezegde steunmaatregelen. Na ruim drie weken hard werken achter de schermen en in goed overleg met de stakeholders publiceren wij vandaag onze eigen richtlijn waarmee mondzorgverleners op verantwoorde en gepaste wijze de reguliere zorg kunnen hervatten. Deze leidraad is voorgelegd aan het RIVM, de IGJ en aan VWS. Wij kunnen melden dat mondzorgpraktijken vanaf morgen 22 april de reguliere zorg kunnen hervatten nu vandaag is ingestemd met de definitieve Leidraad Mondzorg Corona.

Leidraad Mondzorg Corona

De definitieve Leidraad Mondzorg Corona (deze versie is op 14 mei geüpdate) omvat:

  • De triage van de verschillende patiëntengroepen, zoals gedefinieerd door het RIVM, met inachtneming van de gangbare methoden van infectiepreventie en aangevuld met tijdelijke extra maatregelen om tegemoet te komen aan het verzoek van ‘social distancing’ door de Rijksoverheid.
  • De benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Definities van spoed en noodzakelijke niet-reguliere mondzorg.
  • Aanvullende hygiënemaatregelen voor de mondzorgpraktijk op het algemene RIVM-advies.

Ook zijn er twee aanvullingen op de Leidraad:

Persconferentie

Tijdens de wekelijkse persconferentie van gisteren, 21 april, zei premier Rutte dat tandartsen en mondhygiënisten “al open konden”. “Meer precies is het zo dat wij nooit dicht zijn geweest, maar de reguliere zorg hebben opgeschort tot het moment waarop we deze weer verantwoord kunnen leveren”, zeggen de mondzorgkoepels hierop.

Bron:
KNMT
ANT

Lees meer over: Corona, Richtlijnen, Thema A-Z
Maarten Jansen

Het KIMO loopt op schema met het ontwikkelen van richtlijnen

Het KIMO (Kennisinstituut Mondzorg), dat in 2016 is opgericht, ontwikkelt klinische praktijkrichtlijnen voor mondzorgprofessionals. Inmiddels zijn er zeven richtlijnen beschikbaar. Welke richtlijnen komen er nog aan en wat zijn de verdere plannen van het KIMO? dental INFO vroeg het aan Maarten Jansen, directeur van het KIMO.

Wat is de stand van zaken bij het KIMO? Welke ontwikkelingen zijn er?

Met het KIMO gaat het goed. We zijn volop bezig met de ontwikkeling van de richtlijnen. We hebben in het najaar met het Zorginstituut een nieuwe meerjarenplanning afgesproken, die wat realistischer is dan de oude planning. De Kwaliteitsraad van het Zorginstituut is tevreden over de gang van zaken bij het KIMO net als het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Wetenschap en Sport). Van de twaalf geplande richtlijnen zijn er nu zeven klaar.
We hebben afgelopen najaar drie nieuwe richtlijnen opgeleverd, namelijk Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek, Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen en Bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken.
Eind maart is de richtlijn Derde molaar beschikbaar gekomen. Aan het einde van het jaar komen er drie richtlijnen bij: Mondzorg voor aan huis gebonden ouderen en Mondzorg voor jeugdigen, modules preventie en behandeling. En tot slot volgen in 2021 de richtlijnen Polyfarmacie en Antibioticumgebruik in de mondzorg.”

Lange tijd was het onderwerp van de twaalfde richtlijn nog niet bekend. Hoe is dat ‘Antibioticumgebruik in de mondzorg’ geworden?

“Er is vorig jaar een peiling gehouden onder de doelgroep en toen is dit onderwerp als nummer 1 naar boven gekomen. Deze uitkomst werd overigens van harte ondersteund door het ministerie van VWS, omdat die programma’s hebben lopen om onnodig antibioticumgebruik terug te dringen. Doel van de richtlijn is te komen tot het verantwoord voorschrijven van antibiotica.”

De richtlijn over de Derde molaar is aanvankelijk opgesteld door de NVMKA (Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie). Hebben jullie er veel aan veranderd?

“De richtlijn is op een aantal onderdelen aangepast. We hebben hem toegankelijker gemaakt qua tekst en opbouw en hij voldoet nu aan alle eisen van het Toetsingskader van het Zorginstituut. Er is ook een samenvatting en een patiëntenversie gemaakt. Een inhoudelijke wijziging is dat er een aanbeveling in stond over het maken van een OPT op 17-jarige leeftijd. Die was nogal breed geformuleerd en daar bestond weerstand tegen. Nu is die aanbeveling zodanig genuanceerd dat iedereen zich er in kan vinden.”

Hoe ziet de toekomst van het KIMO eruit?

“Het huidige programma loopt in principe eind 2020 af. Er is een kleine uitloop naar 2021, maar er moet tegelijkertijd een plan komen voor na 2020. Het programma wordt nu voor de helft gefinancierd door de wetenschappelijke verenigingen en de beroepsverenigingen en de andere helft door het ministerie van VWS. Er wordt nu een plan ontwikkeld door de leden: de ANT (Associatie Nederlandse Tandartsen), de FTWV (Federatie Tandheelkundige Wetenschappelijke Verenigingen en de KNMT (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde).”

Kun je daar al iets over zeggen?

“We gaan in ieder geval door met het ontwikkelen van nieuwe richtlijnen, maar het is nog niet duidelijk hoeveel richtlijnen dat worden. Het is niet de bedoeling om ongelimiteerd richtlijnen te blijven ontwikkelen. De leden komen in de zomer met een voorstel. Ze kijken nu vooral naar financiering en ‘governance’, dus hoe gaan we dat bestuurlijk doen.
Qua onderwerpen zijn we vanuit het KIMO bezig met de Richtlijn Advies Commissie (RAC) om een eerste grove schifting te maken van mogelijk interessante onderwerpen. Dan kunnen de leden daaruit een keuze maken. De RAC baseert zich op peilingen die eerder gedaan zijn in de mondzorg en bijvoorbeeld op de Kennisagenda Mondzorg.”

Er is afgelopen jaar een aantal richtlijnen opgeleverd. Hoe zijn die ontvangen door het werkveld?

“De mensen die we spreken zijn overwegend positief. We hebben inmiddels zeven richtlijnen opgeleverd en je merkt dat in het veld steeds meer bekendheid is over het KIMO en de gepubliceerde richtlijnen. De implementatie-activiteiten van de leden helpen ook daarbij. We worden sinds kort ook daadwerkelijk benaderd door verenigingen die iets willen doen met richtlijnen en dat is volgens mij precies de rol die we willen hebben. Het lijkt erop dat het KIMO steeds meer bestaansrecht heeft gekregen en dat is een goede zaak.”

Er schijnen ook tandartsen te zijn die de richtlijnen van het KIMO als een belasting ervaren, omdat ze zich die allemaal eigen moeten maken en moeten toepassen. Wat vind je daarvan?

“Het lijkt mij sterk dat je niet volgens de laatste inzichten zou willen werken. Als mondzorgverlener wil je toch de hoogst mogelijke kwaliteit van zorg kunnen leveren? Een richtlijn is bij uitstek bedoeld om dat voor elkaar te krijgen. Het werk wordt zeker niet ingewikkelder gemaakt, maar het wordt inhoudelijk geactualiseerd. De inzichten van vijf jaar geleden zijn nu eenmaal niet meer de inzichten van nu. Richtlijnen helpen je daarbij. De richtlijn is onderdeel van de professionele standaard; je wordt geacht deze te volgen. Als je dat niet doet, dan moet je dat kunnen motiveren.”

Zijn de richtlijnen gebruiksvriendelijk?

“De volledige richtlijn als document heeft vooral waarde als brondocument. Het is heel uitgebreid en gedetailleerd en voor de dagelijkse praktijkvoering niet erg handzaam. Daarom bieden we naast de richtlijn een samenvatting aan waarmee de professional in een oogopslag de laatste inzichten tot zich kan nemen. Deze samenvattingen zullen ook in het Engels beschikbaar komen. Mocht je toch meer willen weten, dan kun je de richtlijn gebruiken als naslagwerk. Voor de patiënt wordt bij iedere richtlijn een overzichtelijke patiëntenversie beschikbaar gesteld.
Daarnaast hebben we een handreiking implementatie ontwikkeld die de professional helpt de richtlijn daadwerkelijk toe te passen in de praktijk. Deze handreiking komt binnenkort beschikbaar. We gaan ook onze website toegankelijker maken: alle zaken die relevant zijn voor de eindgebruiker komen voorop te staan.”

Hoe is de kennisoverdracht aan mondzorgprofessionals verder geregeld?

“Voor het belangrijkste deel ligt die verantwoordelijkheid bij de beroepsverenigingen en de wetenschappelijke verenigingen. Zij dragen zorg voor disseminatie en kennisoverdracht zoals e-learning en cursussen. Er ontstaan her en der initiatieven. De KNMT ontwikkelt e-learning en de NWVT (Nederlandse Wetenschappelijk Vereniging van Tandartsen) heeft bijvoorbeeld een drietal cursussen rondom de richtlijnen ontwikkeld die het komend jaar worden gegeven.”

Onlangs is er een nieuwe richtlijn parodontologie in de algemene praktijk uitgebracht door de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie. Vind je het jammer dat die niet via het KIMO is uitgebracht?

“Dat vind ik zeker jammer, maar we zitten op dit moment nu eenmaal vast aan ons programma voor twaalf richtlijnen. Dat is zo afgesproken en daar is een begroting op gemaakt. Dat betekende bijvoorbeeld dat ook de richtlijn van de NVvE (Nederlandse Vereniging voor Endodontologie), de Endo-richtlijn, niet via ons geautoriseerd kon worden. Onlangs sprak ik nog met de NVVRT (Nederlands Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde) die ook plannen heeft voor een richtlijn, maar die dus nog niet door het KIMO geholpen kan worden. Dat zou je eigenlijk niet moeten willen.
Ik hoop dan ook dat we in de volgende periode meer als een winkel kunnen gaan opereren. Dat we voor de basis een programma hebben met een aantal richtlijnen, die voor de algemene mondzorg van belang zijn, maar dat als een losse vereniging een richtlijn wil laten ontwikkelen of autoriseren door het KIMO, dat dat dan ook mogelijk is. Het zou heel mooi zijn, als we dat in de volgende fase voor elkaar kunnen krijgen.”

Vorig jaar gaf je aan dat jullie op zoek waren naar praktijken die structureel met jullie willen meedenken. Hebben jullie die inmiddels gevonden?

“Dat hebben we even uitgesteld, omdat we vooral met de richtlijnen bezig waren. Maar nu zijn we aan de slag met de nieuwe Werkgroep Meetinstrumenten. Voor die werkgroep zouden we graag in contact komen met mondzorgpraktijken om het daadwerkelijk gebruik van richtlijnen te volgen en te testen. Dus praktijken die dat willen, worden van harte uitgenodigd om contact op te nemen. Dat kunnen allerlei soorten praktijken zijn: klein, groot, gespecialiseerd, algemeen….”

Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met Maarten Jansen, directeur van het KIMO.

Commissie Leidraad Mondzorg Corona: adviezen infectiepreventie tijdens coronacrisis

De beroepsorganisaties KNMT, ANT, NVM-mondhygiënisten en ONT hebben onlangs de Commissie Leidraad Mondzorg Corona ingesteld die de beroepsgroep op korte termijn zal voorzien van eenduidige adviezen rondom infectiepreventie gedurende de coronacrisis. Maarten Jansen is voorzitter van deze Commissie. Lees meer over de Commissie Leidraad Mondzorg Corona

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
infectiepreventie

Commissie Leidraad Mondzorg Corona: adviezen infectiepreventie tijdens coronacrisis

De beroepsorganisaties KNMT, ANT, NVM-mondhygiënisten en ONT hebben onlangs de Commissie Leidraad Mondzorg Corona ingesteld die de beroepsgroep op korte termijn zal voorzien van eenduidige adviezen rondom infectiepreventie gedurende de coronacrisis. Er bleek vooral behoefte te zijn aan informatie rondom (aanvullende) maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen bij verschillende patiëntencategorieën.

De Inspectie voor Gezondheid en Jeugd (IGJ) en het ministerie van VWS hebben positief gereageerd op dit initiatief.

Overzichtelijke en eenduidige adviezen

De Commissie Leidraad Mondzorg Corona heeft haar eerste vergadering gehouden op 2 april jl. en streeft ernaar om in kort tijdsbestek te komen tot een set van overzichtelijke en eenduidige adviezen (leidraad) die stapsgewijs zal worden gepubliceerd op basis van urgentie en relevantie voor dat moment. De leidraad zal telkens worden geactualiseerd zodat deze in de pas blijft lopen met de laatste wetenschappelijke en klinische inzichten en politieke besluitvorming.

Samenwerking

De Commissie Leidraad Mondzorg Corona wil op basis van consensus tot zo breed mogelijk gedragen uitkomsten komen en zal daarvoor actief de samenwerking aangaan met alle beroepsgroepen, de (wetenschappelijke) opleidingen, de Patiëntenfederatie, Zorgverzekeraars Nederland, het RIVM en het Ministerie van VWS. Vooralsnog blijft de commissie actief zolang als dit noodzakelijk wordt geacht.

Samenstelling van de Commissie Leidraad Mondzorg Corona:

• Voorzitter: Maarten Jansen.
• Methodoloog / secretaris: Mariska Tuut (PROVA).
• Namens de KNMT: Richard Kohsiek. Rolf de Ruiter.
• Namens de ANT: Jan Willem Vaartjes. Prof. dr. Fridus van der Weijden.
• Namens NVM-mondhygiënisten: Monique de Bruin. Dr. Dagmar Else Slot.
• Namens de ONT: Rob van Straten. Prof. dr. Hugo de Bruyn.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Tand extractie

Nieuwe KIMO-richtlijn beschikbaar: Derde molaar

Het KIMO heeft op 30 maart een nieuwe richtlijn uitgebracht over Derde molaren. Het doel van de richtlijn is een praktisch handvat te bieden voor de behandelaar van patiënten bij wie één of meer derde molaren aanwezig zijn. De richtlijn is geschreven voor alle behandelaars die het al of niet verwijderen van een asymptomatische derde molaar overwegen: tandarts-algemeen practicus, MKA-chirurg, orthodontist en parodontoloog, tandarts-endodontoloog.

De richtlijn is een herziene versie van de richtlijn Derde Molaar van de Nederlandse Vereniging voor Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) uit 2018 die volgens afspraak onderdeel is geworden van het meerjarenprogramma (2017-2020) van het KIMO.

De richtlijn is ontwikkeld door een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) en enigszins aangepast door een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) van het KIMO, onder voorzitterschap van dr. H. Ghaeminia, MKA-chirurg.

Lees de gehele richtlijn bij het KIMO

Samenvatting van de richtlijn Derde Molaar

Diagnostiek en indicatie verwijdering asymptomatische derde molaar

derde-molaren---indicatie
Bekijk een vergrote versie

Behandeling

  • Triangulaire incisie geeft mogelijk minder alveolitis, pijnklachten en trimus dan envelop incisie, maar wel meer zwelling.
  • Gebruik van een linguale retractor wordt ontraden.
  • Gebruik voor het verwijderen van bot een chirurgische boor of piëzo.
  • Spoel na het verwijderen van de derde molaar de wond en alveole ruim met fysiologisch zout.
  • Overweeg na het verwijderen van een partieel geërupteerd element waar mogelijk om de wond niet helemaal te sluiten.
  • Voer een coronectomie alléén uit bij patiënten met een sterk verhoogd risico op blijvende schade aan de nervus alveloaris inferior. Leg uit dat een 2e ingreep mogelijk noodzakelijk is.

Overige aspecten

  • Geef niet routinematig antibiotica. Bij aanwezigheid van risicofactoren voor postoperatieve complicaties of in geval van noodzaak tot antibioticaprofylaxe kan hiervan worden afgeweken.
  • Overweeg het preoperatief laten spoelen met 0,12% of 0,2% chloorhexidine.
  • Overweeg voorschrijven van 0,12% of 0,2% chloorhexidine om postoperatief gedurende 7 dagen 2dd te spoelen.

Informatie voor patiënten

Lees de patiënteninformatie over de KPR Derde molaar op de website van het KIMO.

 

 

 

 

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Nieuwe-paro-richtlijn

Nieuwe richtlijn Parodontologie in de Algemene Praktijk

De afgelopen jaren is gewerkt aan de nieuwe richtlijn Parodontologie in de Algemene Praktijk. De nieuwe richtlijn heeft een belangrijke verschil ten opzichte van het momenteel gehanteerde paroprotocol: de DPSI wordt vervangen door de nieuwe vereenvoudigde screeningsmethode PPS (periodiek parodontaal screenen).

Klik hier om de richtlijn Parodontologie in de Algemene Praktijk te downloaden

Open deze PDF vanuit Adobe Acrobat Reader. Na klikken op de cijfers in de flowchart (pag 4) wordt u verwezen naar de betreffende beschrijving van de richtlijn.

DPSI is vervangen door PPS

De nieuwe richtlijn heeft een belangrijke wijziging ten opzichte van het paroprotocol: de DPSI is vervangen door de nieuwe screeningsmethode PPS. Deze PPS is anders ingericht (meer screening, geen diagnostiek), waarmee het risico op over-/undertreatment wordt verminderd. Zo wordt de behandelaar gemotiveerd om nadrukkelijk te kijken naar het type patiënt in de behandelstoel.

2020 is transitiejaar

Het werken volgens een nieuwe methodiek kost tijd en moeite. De NVvP duidt 2020 daarom aan als transitiejaar. Deze periode is ook nodig voor de vereiste aanpassing van de UPT-codes. Een speciale commissie buigt zich nu hierover en  overlegt met de NZa. Vanaf volgend jaar gaat de nieuwe richtlijn formeel in.

Webinar over nieuwe paro-richtlijn terugkijken

Op 22 april vond de webinar plaats van de NVvP over de nieuwe richtlijn: Parodontologie in de Algemene Praktijk.
In dit webinar gaven dr. Monique Danser en Laurens Tinsel een presentatie. Bekijk het webinar hieronder terug.

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Praktijkrichtlijn-antitrombotica---mondzorg

Klinische praktijkrichtlijn Bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken

Deze klinische praktijkrichtlijn (KPR) behandelt het aanbevolen beleid bij bloedige ingrepen in de eerste-, tweede- en derdelijns mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken. In deze richtlijn wordt de verzamelnaam antitrombotica gebruikt. Dit zijn zowel anticoagulantia (antistollingsmiddelen: VKA, DOAC, LMWH, zie afkortingenlijst) als trombocytenaggregatieremmers.

Antitrombotica worden gebruikt in het kader van behandeling of preventie van arteriële of veneuze trombo-embolieën. Een trombo-embolisch event kan ernstige gevolgen hebben. Patiënten die antitrombotica gebruiken, lopen een verhoogd risico op bloedingen. Bij bloedige ingrepen bij deze patiënten is er derhalve ook een verhoogd risico op nabloedingen. Tijdelijk staken van antitrombotica doet het nabloedingsrisico afnemen, maar verhoogt het risico op een trombo-embolisch event.

De beslissing antitrombotica te staken, om het risico op een nabloeding te beperken, dient daarom niet lichtvaardig te worden genomen. Deze klinische praktijkrichtlijn helpt bij het maken van deze beslissing.

Bekijk de richtlijn Bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken
Bekijk de patiënteninformatie
Bekijk de samenvatting

Lees ook  het interview met prof. dr. Fred Rozema, MKA-chirurg en voorzitter van de ontwikkelcommissie over het wat en hoe van deze richtlijn voor tandartsen, tandarts-specialisten en mondhygiënisten.

 

 

 

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Behandeling parodontitis helpt controleren van bloedglucose bij patiënten met diabetes type 2

Nieuwe KIMO-richtlijn voor invasieve ingrepen in de mond bij patiënten die bloedverdunners gebruiken

Eind december 2019 is de nieuwe KIMO-richtlijn ‘Bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken’ gepubliceerd. dental INFO sprak met prof. dr. Fred Rozema, MKA-chirurg en voorzitter van de ontwikkelcommissie over het wat en hoe van deze richtlijn voor tandartsen, tandarts-specialisten en mondhygiënisten.

Dit is een richtlijn voor invasieve ingrepen in de mond bij patiënten die bloedverdunners gebruiken. Er bestond al een ACTA-richtlijn over antistolling in de mondzorg. Waarom was deze nieuwe richtlijn dan nodig?

“De oude richtlijn dateert uit 2012 en voldeed niet helemaal meer, omdat er inmiddels een aantal nieuwe antitrombotica (‘bloedverdunners’) uitgebracht zijn, zoals de DOAC’s (directe orale anticoagulantia). Niemand wist wat die daar dan mee moest doen, omdat die nog niet in de richtlijn stonden. Moet je die stoppen of mogen patiënten daar mee doorgaan als je bijvoorbeeld een kies trekt? Er waren ook heel veel verrichtingen waarvoor in de oude richtlijn niet helemaal duidelijk was of ze er nu onder vielen of niet.
Daarnaast hebben we gelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt om te synchroniseren met de nieuwe multidisciplinaire landelijke richtlijn antitrombotisch beleid voor huisartsen en medisch specialisten en de nieuwe Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling. Deze richtlijnen hadden hun eigen terminologie en dan kun je verwarring krijgen. De een bedoelt met een laag bloedingsrisico misschien iets anders dan een ander. Dus hebben we dat gesynchroniseerd; we gebruiken nu allemaal dezelfde termen.“

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“Het is een officiële KIMO-richtlijn en is dus helemaal volgens het boekje gedaan. Je begint dan met een ‘Invitational Conference’, waarvoor je zoveel mogelijk mensen uitnodigt uit de professie en aangrenzende professies. Doel daarvan is dat je de knelpunten inventariseert en samen prioriteert waarover je iets zou moeten zeggen. De resultaten daarvan worden besproken in de Richtlijn Advies Commissie, die dan een Richtlijn Ontwikkel Commissie instelt. Deze formuleert de uitgangsvragen en doet literatuuronderzoek volgens de ‘evidence based’ methodiek. Zo komt een conceptrichtlijn tot stand en die wordt dan voor commentaar voorgelegd aan de wetenschappelijke verenigingen die met deze problematiek te maken hebben. De definitieve richtlijn die je dan krijgt, gaat naar de Richtlijn Autorisatie Raad en vervolgens naar Algemene Ledenvergadering, waar de richtlijn definitief wordt vastgesteld. De richtlijnontwikkeling zelf kost ongeveer 1,5 jaar. Met alle reactietermijnen erbij kom je op een traject van zo’n twee jaar.”

Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn? Wat is er veranderd ten opzichte van de oude richtlijn?

“De richtlijn is bedoeld voor tandartsen, tandarts-specialisten (kaakchirurg en orthodontist) en mondhygiënisten. In grote lijnen komt het er op neer dat de antitrombotica die patiënten gebruiken meestal niet gestaakt hoeven te worden bij invasieve ingrepen in de mond zoals een tandvleesoperatie, het plaatsen van een implantaat of het trekken van een kies. Het hangt er een beetje van af welk middel je gebruikt en wat je precies moet doen. Vroeger overwogen we vaker om de bloedverdunners tijdelijk te staken. In de nieuwe richtlijn wordt aangegeven dat dat minder nodig is. Gebaseerd op de literatuur hebben we een andere afweging gemaakt. Het bloedingsrisico is in een heleboel gevallen zodanig laag, dat het risico om te stoppen groter is dan om door te gaan.
Stoppen is gevaarlijk, want mensen krijgen bloedverdunners om trombose en bloedvatverstoppingen te voorkomen. Dit moet je wegen tegen de gevolgen van een ernstige nabloeding. Het risico dat je een nabloeding krijgt, blijkt gelukkig veel kleiner te zijn dan waar in de vorige richtlijn vanuit is gegaan.
Daarnaast zeggen we nog iets over pijnstillers. Heel vaak worden NSAID’s voorgeschreven als pijnstiller. Dat raden wij af bij mensen die bloedverdunners gebruiken. Van NSAID’s is bekend dat ze het bloedingsrisico verhogen. Daar is vroeger nooit iets over gezegd en dat hebben we in deze richtlijn wel opgenomen.”

Wat betekent dit alles voor mondzorgverleners?

“Dit betekent dat je als mondzorgverlener meer moet nadenken over je eigen handelen. Het is minder kookboekgeneeskunde. Je moet dus klinisch een inschatting maken of er factoren zijn die het bloedingsrisico verhogen, bijvoorbeeld dat de patiënt kwetsbaar is en al erg veel ontstoken tandvlees heeft. In dat geval moet je je afvragen of je de behandeling niet beter kan faseren of dat je iets kunt uitstellen. Als iemand bijvoorbeeld implantaten in boven- en onderkaak nodig heeft, kun je er voor kiezen eerst alleen de onderkaak te doen, omdat je bang bent dat het nabloedrisico te groot wordt. Of bijvoorbeeld iemand die een kunstgebit moet krijgen heeft nog een heleboel wortelrestjes en alles is erg ontstoken. Als die patiënt dan erg kwetsbaar is, kun je het in drie keer doen in plaats van alles in een keer. Sommige dingen kun je natuurlijk niet faseren; als je twijfelt moet je overleggen met de kaakchirurg of de medisch specialist die de bloedverdunners voorschrijft.
Daarnaast moet je ook de normale dingen doen bij mensen die bloedverdunners gebruiken, zoals de wondjes hechten en mondspoeling gebruiken die ervoor zorgt dat de stolsels goed op hun plek blijven.“

Bekijk de richtlijn, samenvatting en patiënteninformatie van de KIMO-richtlijn antitrombotica

Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met prof. dr. Fred Rozema, MKA-chirurg en voorzitter van de Richtlijn Ontwikkel Commissie van de KIMO-richtlijn ‘Bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken’.

 

Lees meer over: Kennis, Medisch | Tandheelkundig, Richtlijnen, Thema A-Z
Chirurgische paro-behandeling: de puntjes op de i?

KIMO-praktijkrichtlijn over wortelcariës bij ouderen beschikbaar

Onlangs is een nieuwe richtlijn van het KIMO verschenen: de Klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen. dental INFO sprak hierover met Cees de Baat, emeritus hoogleraar gerodontologie en voorzitter van de Richtlijn Ontwikkel Commissie

Waarom is deze richtlijn nodig?

“Deze richtlijn is nodig omdat gedurende het laatste decennium voor de beroepsgroep van tandartsen duidelijk zichtbaar is geworden dat de zorg voor de mondgezondheid van ouderen, en vooral die van kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen, enkele knelpunten kent. Uit de wetenschappelijke literatuur weten we bijvoorbeeld dat wereldwijd zowel de incidentie als de prevalentie van wortelcariës bij ouderen meer dan 40% bedraagt.
Wortelcariës springt bij de mondgezondheidsproblemen van ouderen bijzonder in het oog, omdat het in korte tijd verstrekkende gevolgen kan hebben. Iedere tandarts die veel ouderen ziet, kent voorbeelden van ouderen die binnen enkele maanden onnodig het ene na het andere gebitselement hebben verloren.”

Hoe komt het dat het probleem van wortelcariës bij ouderen zo groot is?

“Onder ouderen komen chronische aandoeningen en andere gezondheidsproblemen veel voor. Hierdoor kan de zelfzorg afnemen, waarbij de kwaliteit van de dagelijkse mondverzorging ook vaak achteruitgaat. Bovendien vindt er minder vaak een periodiek mondonderzoek door een mondzorgverlener plaats, omdat er vaak belemmeringen zijn door toename van fysieke en/of cognitieve problemen. Hierdoor en doordat wortelcariës snel kan ontstaan en snel kan uitbreiden, wordt wortelcariës vaak te laat ontdekt. Bij te late ontdekking kan het kwaad al zo ver zijn voortgeschreden dat gebitselementen verloren zijn gegaan en dat de nog aanwezige gebitselementen niet meer te redden zijn.”

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

“De richtlijn is vooral bedoeld voor tandartsen en mondhygiënisten. Daarnaast kunnen ook andere zorgverleners en personen die anderszins betrokken zijn bij de zorg voor (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen er hun voordeel mee doen. Primair is de richtlijn van toepassing op alle ouderen die het risico lopen wortelcariës te krijgen, dan wel wortelcariës hebben. Enkele aanbevelingen in de richtlijn zijn specifiek gericht op kwetsbare en/of zorgafhankelijke ouderen. Daarbij maakt het geen verschil of deze ouderen thuis wonen of in een woonzorgcentrum verblijven.”

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“Het meerjarenprogramma van het KIMO kent het onderwerp ouderen als aandachtsgebied. In november 2017 is een Invitational Conference gehouden om prioriteiten te formuleren voor drie richtlijnonderwerpen. Dit was een landelijke conferentie met 35 deelnemers uit alle beroepsgroepen die bij de zorg voor ouderen betrokken zijn. Op basis van een brede inventarisatie van onderwerpen en een knelpuntenanalyse is toen gekomen tot drie onderwerpen, waaronder wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen. Vervolgens zijn uitgangsvragen geformuleerd en is in mei 2018 een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) aangesteld.”

Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“De richtlijn gaat in eerste instantie over de risicobeoordeling van wortelcariës bij ouderen. Risicofactoren zijn verslechtering van de mondhygiëne, polyfarmacie en het gebruik van hyposialie-inducerende medicamenten. Afhankelijk van de aanwezigheid en de ernst van deze risicofactoren worden vervolgens aanbevelingen gedaan met betrekking tot het interval tussen periodieke mondonderzoeken, de medicatie, de hyposialie en het verrichten van radiologisch onderzoek.
In tweede instantie focust de richtlijn op de preventie en op de restauratieve aanpak van wortelcariës.”

Waar moeten tandartsen en mondhygiënisten vooral op letten?

“Tandartsen en mondhygiënisten moeten vooral attent zijn op ouderen die hun praktijk vaak jarenlang hebben bezocht en opeens niet meer komen. Dit berust vaak op overmacht. Het is vrijwel nooit een bewuste keuze om zich aan periodieke mondonderzoeken te onttrekken. Verder moet bij het ouder worden de gebruikte medicatie altijd aandacht krijgen. Tandartsen en mondhygiënisten moeten altijd een actueel medicatieoverzicht ter beschikking hebben en bedacht zijn op door medicamenten geïnduceerde hyposialie.
Tandartsen en mondhygiënisten doen er verstandig aan ouderen met wortelcariës en/of polyfarmacie en/of hyposialie-inducerende medicatie tandpasta met 5.000 ppm fluoride voor te schrijven.
Een laatste belangrijk aandachtspunt is de aanbeveling wortelcariës zo lang mogelijk niet-restauratief te behandelen via intensieve preventieve zelfzorg en eventueel via professionele preventieve zorg. Het moment waarop besloten wordt tot restauratief behandelen hangt af van het risico op ernstige schade (progressie van weefselverlies) en de geconstateerde of verwachte onvoldoende effectiviteit van de niet-restauratieve benadering en de belastbaarheid van de patiënt.”

Wanneer komen de andere twee richtlijnen voor mondzorg bij ouderen?

“Kortgeleden zijn twee Richtlijn Ontwikkel Commissies (ROC’s) aan het werk gegaan rond de invloed van medicatie op de mondgezondheid van ouderen en rond de zorgverlening aan de groeiende groep ouderen die aan huis gebonden zijn. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze richtlijnen over ongeveer een jaar verschijnen.”

Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met Cees de Baat, emeritus hoogleraar gerodontologie en voorzitter van de Richtlijn Ontwikkel Commissie Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen.

Bekijk de richtlijn Wortelcariës bij ouderen, de samenvatting en patiënteninformatie

 

 

Lees meer over: Kennis, Ouderentandheelkunde, Richtlijnen, Thema A-Z
KPR-wortelcariës-bij-ouderen

Klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen

Deze klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen gaat over de preventie en de restauratieve behandeling van wortelcariës (ook wel cervicale cariës genoemd) bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen.

Bekijk de richtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen
Bekijk de samenvatting 
Bekijk de patiënteninformatie

De volgende onderwerpen/uitgangsvragen komen aan de orde:

1. Risicobeoordeling

  • 1a. Op basis van welke risicofactoren voor wortelcariës moet bij (kwetsbare of zorgafhan-kelijke) ouderen het tijdsinterval tussen periodieke mondonderzoeken worden verkort?
  • 1b. Welke medicamenten vergroten het risico op hyposialie en geven daarmee een vergrote kans op wortelcariës bij (kwetsbare of zorgafhankelijke) ouderen en welk beleid wordt daarbij aanbevolen?
  • 1c. Bij welke anamnestische en/of klinische bevindingen is bij (kwetsbare of zorgafhanke-lijke) ouderen radiologisch onderzoek geïndiceerd om bij wortelcariës gebitselementen die een bijdrage leveren aan de orale functies te kunnen behouden?

2. Aanpak van wortelcariëslaesies

  • 2a. Welke preventieve middelen en maatregelen worden geadviseerd aan (kwetsbare of zorgafhankelijke) ouderen om (progressie van) wortelcariës te voorkomen en gebitselementen die een bijdrage leveren aan de orale functies te kunnen behouden?
  • 2b. In welk stadium en op welke wijze dient wortelcariës restauratief behandeld te worden bij een (kwetsbare of zorgafhankelijke) oudere, rekening houdend met de algemene conditie van die oudere?

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

Deze KPR is bedoeld voor tandartsen, tandartsspecialisten en mondhygiënisten.
Andere mondzorgverleners in de algemene praktijk en personen die anderszins betrokken zijn bij de zorg voor (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen kunnen hun voordeel doen met deze KPR.

Bron:
KIMO

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Patientendossier

Herziening richtlijn Patiëntendossier en voordelen uitgebreide dossiervoering

In maart van dit jaar is de KNMT-richtlijn Patiëntendossier herzien, wat onder andere betekent dat enkele nieuwe onderwerpen nu verplicht moeten worden vastgelegd. Daarentegen wordt de dossiervoering door sommige tandartsen vooral als een verplichting gezien, die veel werklast met zich meebrengt. Welke nieuwe onderwerpen zijn nu verplicht om vast te leggen? En wat zijn de voordelen van uitgebreide dossiervoering? Dit artikel geeft antwoord op deze vragen.

Waarom uitgebreide dossiervoering?

In de KNMT-richtlijn Patiëntendossier wordt gesteld dat dossiervoering van belang is in het kader van:

  • Kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening en het inzichtelijk maken daarvan

    Voor het kunnen leveren van een continue en kwalitatief goede tandheelkundige zorg zal een tandarts moeten kunnen beschikken over relevante gegevens omtrent eerdere onderzoeken en behandelingen van de patiënt. Deze worden vastgelegd in het patiëntendossier, dat daarmee ook een indicatie kan geven van de kwaliteit van verleende zorg.

  • Verantwoording en toetsbaarheid

    Van de tandarts mag worden verwacht dat hij bereid is verantwoording voor zijn handelen af te leggen en zich zowel naar collegae als patiënten toetsbaar op te stellen. Een zorgvuldig bijgehouden patiëntendossier kan daarbij behulpzaam zijn. Voorts blijkt uit jurisprudentie dat een zorgvuldig bijgehouden patiëntendossier van belang is in verband met de bewijslast bij juridische procedures.

Nieuwe verplichte onderdelen in het patiëntendossier

De tandarts heeft te maken met verplichte en te overwegen (niet-verplichte) onderdelen in het patiëntendossier – wat is vastgelegd in de KNMT-richtlijn Patiëntendossier – die in zijn volledigheid zijn uitgeschreven in de tabellen onderaan dit artikel.

De nieuw verplichte onderwerpen in deze lijst zijn:

  1. Burgerservicenummer van de patiënt

  2. Het formuleren van zorgdoel, zorgplan en behandelplan

    Zorgdoel, zorgplan, behandelplan en eventuele aanpassingen daarvan met de reden, wanneer de situatie daar aanleiding toe geeft.

  3. Gegevens m.b.t. röntgenonderzoek

    Zo moet worden vastgelegd:

    • Indicatie voor de opname en de indicerende tandarts moet herleidbaar zijn.
    • Bevindingen die op de opname zijn geconstateerd en de waarnemingen die op deze opnamen zichtbaar zijn en die buiten het deskundigheidsgebied van de zorgverlener vallen, maar waarvoor verwijzing naar een andere zorgverlener nodig of wenselijk is (Dit heeft betrekking op de bevindingen die afwijken van het normale en waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat deze behandeling behoeven).
    • Zorgverlener die de opname heeft gemaakt.
    • Soort röntgenopname.
  4. Gebruikte anesthesie en hoeveelheid

    De tandarts kan ook in een protocol vastleggen welke anesthesie gebruikt wordt en welke dosering. In dat geval hoeven alleen afwijkingen van het protocol in het dossier te worden vermeld.

  5. Aard en toedracht van een incident, tijdstip van het incident en de namen van de betrokken zorgverleners bij incidenten in de zorgverlening met (mogelijke) merkbare gevolgen voor de patiënt

    Een incident is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg, en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt.

Spanningsveld tussen meer dossiervoering en efficiënter werken

In artikelen, cursussen, visitaties en IGJ inspecties ligt de nadruk op de verplichte onderdelen die in ieder dossier vastgelegd moeten worden in het kader van verantwoording en toetsbaarheid, waarvan het aantal dus in de herziene richtlijn verder is uitgebreid. De dossiervoering wordt door sommige tandartsen vooral als een verplichting gezien, die veel werklast met zich meebrengt. Deze extra last past daarmee niet in het zoeken naar een efficiëntere praktijkvoering, waar veel tandartsen eveneens mee bezig zijn omdat het rendement van de praktijk onder druk staat.

Er wordt dan dus een ‘spanningsveld’ ervaren tussen meer dossiervoering en efficiënter werken. Ik ben van mening dat dit spanningsveld er niet hoeft te zijn en dat een uitgebreider dossier alleen maar toegevoegde waarde oplevert voor de praktijk.

De voordelen

Uitgebreide dossiervoering levert veel voordelen op die nog meer onderkend en benut kunnen worden. En doordat de zorgverlening meer en meer een teamprestatie wordt, zullen deze voordelen alleen maar groter worden.

  1. Zorgverlening is geen momentopname maar een proces

    Zonder een goed bijgehouden dossier bestaat de zorgverlening uit losse momentopnamen na elkaar. Echter, mondzorg is een continu proces waarbij de patiënt frequent wordt gezien. Door van elk bezoek – in het bijzonder bij het periodiek mondonderzoek – ook goede verslaglegging te doen en in de tijd te beoordelen, is de tandarts veel beter in staat de verleende zorg als een proces te overzien. Om zodoende in te kunnen spelen op ontwikkeling van de mondgezondheid van de patiënt.

  2. Kwaliteit van zorg neemt toe door de kans op fouten te reduceren

    Louis van Gaal zei ooit: “Kwaliteit wordt geleverd door de kans op fouten te reduceren”.In plaats van te vertrouwen op de informatie die we in ons hoofd opslaan, maakt het delen en beschikbaar hebben van informatie de kans op fouten kleiner. Het patiëntendossier is uiteraard de centrale plek waar al deze informatie samenkomt.

  3. Effectiviteit van geleverde zorg wordt zichtbaar

    Door gegevens vast te leggen stelt een tandarts zichzelf in staat de effectiviteit van de geleverde zorg te beoordelen. Nogmaals, mondzorg is een proces van zorgverlening. De laatste fase binnen het proces is de evaluatie fase. Zonder goede vastlegging is het niet mogelijk het effect te meten. Dit wordt wel mogelijk door bijvoorbeeld de volgende zaken consequent vast te leggen én periodiek te evalueren:

    • DPSI-score
    • succes van de endodontische behandeling
    • reden en levensduur van een restauratie
    • pijnklachten als gevolg van cariës
    • effecten bij behandelbeleid Mondzorg Jeugdigen
  4. Regie van zorgverlening ligt bij de tandarts

    De zorg wordt tegenwoordig door steeds meer zorgverleners geleverd. Zowel binnen één praktijk als via horizontale en verticale verwijzing. De tandarts dient de regie te hebben en te houden over de zorgverlening. Alleen diegene die alle informatie centraal beschikbaar heeft in het patiëntendossier, kan de regie voeren over de zorgverlening. Belangrijk daarbij is uiteraard dat er goede afspraken zijn gemaakt omtrent het verwijzen door en terug rapporteren naar de hoofdbehandelaar.

  5. Bespreken van een zorgdoel geeft richting aan de zorg

    Binnen de KNMT-richtlijn Patiëntendossier is het nu dus verplicht een zorgdoel vast te leggen. Kenmerk van het stellen van doelen is dat dit richting geeft en focus oplevert. Het bespreken van het zorgdoel met patiënten levert een toekomstgericht gesprek. Het zorgdoel kan vervolgens als kapstok dienen bij het bespreken van behandelplannen, wat de acceptatie van behandelplannen kan vergroten.

  6. Dossiervoering is uitermate goed te delegeren

    Wat wordt vastgelegd in het patiëntendossier, is uiteraard de keuze van de tandarts. Echter, het daadwerkelijk vastleggen van de informatie in het dossier, kan prima door een niet-tandarts worden uitgevoerd. Door duidelijke afspraken te maken en assistenten goed te instrueren, kan de dossiervoering grotendeels worden gedelegeerd. Dit uiteraard altijd onder supervisie van de tandarts.

Tip: Maak uniforme afspraken

Om praktijk breed en op uniforme wijze te voldoen aan de herziene richtlijn, is het advies een protocol dossiervoering op te stellen. Door het maken van centrale afspraken rondom dossiervoering – en deze uit te schrijven in een protocol of beleid – zal een praktijk haar dossiervoering veel beter kunnen uniformeren, waardoor mede de kwaliteit van informatie-uitwisseling tussen zorgverleners in een praktijk toeneemt.

Bron:
KNMT-richtlijn Patiëntendossier (herziening maart 2019)

Door: Sjoerd Kuiken – eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement en mede eigenaar van de Dental Management Toolkit . Via de Dental Management Toolkit worden praktische protocollen en formulieren aangereikt aan praktijken om zich te conformeren aan geldende wet- en regelgeving. Zo is in de Toolkit een ‘Voorbeeld beleid Dossiervoering’ opgenomen.

 

 

Lees meer over: Kennis, Patiëntendossier, Richtlijnen

Nieuwe klinische praktijkrichtlijn Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek uitgebracht

Het KIMO heeft een nieuwe klinische praktijkrichtlijn (KPR) uitgebracht voor professionals in de mondzorg: de KPR Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek. Deze KPR is tot stand gekomen onder voorzitterschap van prof. dr. C. van Loveren, bijzonder hoogleraar preventieve tandheelkunde. dental INFO stelde hem enkele vragen over deze nieuwe richtlijn.

Waarom was deze nieuwe richtlijn nodig?

“Alle richtlijnen dienen periodiek gecontroleerd te worden en indien nodig geüpdatet. De huidige (lees vorige) richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen stamde uit 2012. Bovendien was de vorige richtlijn niet ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van het KIMO en niet uitgevoerd volgens de nu vereiste EBRO-methode. De RAC (Richtlijn Advies Commissie) signaleerde bovendien dat er in de mondzorgpraktijk nog veel variatie en onduidelijkheid is ten aanzien van het moment van de eerste bitewing röntgenopname, ten aanzien van de periode tot een vervolgopname en ten aanzien van het gebruik van de PAN (panoramische röntgenopname).”

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“Deze richtlijn is onder verantwoordelijkheid van het KIMO ontwikkeld door een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC), waarvan ik voorzitter was. De klinische praktijkrichtlijn (KPR) voldoet aan de eisen van evidence based richtlijnontwikkeling (EBRO). Dit betekent dat het onderzoek is uitgevoerd volgens de hoogst mogelijke wetenschappelijke standaarden. In de ROC waren alle relevante beroepsverenigingen en wetenschappelijk verenigingen vertegenwoordigd. De conceptrichtlijn is ter commentaar voorgelegd aan deze verenigingen en aan verenigingen en organisaties die geacht worden een oordeel vanuit patiëntperspectief te geven.”

Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“Voor deze richtlijn zijn drie uitgangsvragen opgesteld. Samengevat luiden deze vragen en de daaruit volgende aanbevelingen:

  1. Wat is na visuele inspectie de meerwaarde van het gebruik van specialistische detectieapparatuur voor diagnostiek bij kinderen van 4-6 jaar?

Aanbevelingen:

  • Visuele inspectie bij een periodiek mondonderzoek (PMO) is de eerste stap in de cariësdiagnostiek. De bevindingen bepalen mede de noodzaak van eventuele aanvullende diagnostische methoden.
  • Bitewings zijn zinvol bij het vermoeden van een verhoogd risico op cariëslaesies en als de approximale vlakken niet toegankelijk zijn voor visuele inspectie.
  • Er is te weinig bewijs voor de toegevoegde waarde van specialistische detectieapparatuur zoals FOTI, DIFOTI en (laser)fluorescentie. Bovendien is er geen tarief vastgesteld en beschikken weinig praktijken over deze apparatuur. Toepassing hiervan wordt niet geadviseerd.
  • Als tijdens het PMO adequate cariësdiagnostiek niet mogelijk blijkt, dient een volgende controleafspraak op korte termijn te worden gemaakt.
  1. Wat is per combinatie van leeftijd en cariësrisicogroep de optimale frequentie van bitewings voor cariësdiagnostiek?

Aanbevelingen:

  • De optimale termijn tot een vervolgopname hangt af van de gebitssituatie, de prognose van de laesies en het geschatte cariësrisico.
  • Als deze bevindingen een ongunstig beeld geven, kan een interval van een jaar gerechtvaardigd zijn. Bij een gunstig beeld is een termijn van drie jaar of langer gerechtvaardigd.
  • Bij elk PMO wordt opnieuw bekeken of een andere termijn tot de volgende controleafspraak gewenst is. Als de gekozen termijn wordt aangepast, dan dient de reden in het patiëntendossier te worden vastgelegd.

3a.   Draagt een panoramische röntgenfoto (PAN) bij aan een effectieve behandeling van door visuele inspectie vastgestelde afwijkingen in de doorbraak van blijvende elementen?

Aanbevelingen:

  • In het algemeen geldt dat terughoudendheid op zijn plaats is bij het maken van een PAN, onder meer vanwege de stralingsbelasting. Bestudeer eerst afwijkingen in de doorbraak van de blijvende elementen op de beschikbare bitewings en solo-opnamen in het patiëntendossier. Als dit onvoldoende informatie geeft, overweeg dan eerst één of meer intra-orale opnames. Als er meer dan drie opnames nodig zijn, overweeg dan een kleinveld-PAN.
  • Als extractietherapie van de eerste blijvende molaar nodig is, in meer dan één kwadrant, dan kan een kleinveld-PAN bijdragen aan een effectieve behandeling.
  • De PAN wordt gemaakt door de mondzorgverlener die ook de behandeling uitvoert.

3b.   Bij welke risicogroepen is het vervaardigen van een PAN relatief het meest gerechtvaardigd?

Aanbevelingen:

Een PAN is gerechtvaardigd:

  • bij sommige orthodontische en kaakchirurgische behandelingen die niet in deze KPR zijn opgenomen en waarvoor andere richtlijnen gelden;
  • bij patiënten met een lichamelijke, verstandelijke of gedragsmatige beperking, een extreme angst of een ernstige kokhalsreflex;
  • bij een dento-faciaal trauma;
  • als reguliere post-canien 3 röntgenfoto’s ontoereikend zijn door de grootte van het te diagnosticeren gebied;
  • als er sprake is van multiple agenesieën, schisis of syndromen waarbij craniofaciale/orale afwijkingen te verwachten zijn.”

Wat is er anders ten opzichte van de oude richtlijn?

“Sinds de vorige richtlijn is er niet veel wetenschappelijke literatuur verschenen dat de inzichten heeft veranderd. Duidelijker is geworden dat er nog onvoldoende bewijs is om de röntgenopname te vervangen door andere detectietechnieken.

Deze richtlijn is modulair opgebouwd, waardoor aandachtsgebieden als ‘diagnostiek door middel van röntgenfoto’s en panoramische opnamen’ in de mondzorg voor de jeugd in compacte vorm aan de orde komen. De richtlijnen waarin preventie en behandeling aan bod komen, worden nu door een andere ROC van het KIMO ontwikkeld.”

Waar moeten tandartsen en mondhygiënisten vooral op letten?

“Voor een goede beslissing om de eerste röntgenfoto of een vervolgfoto te maken is het van belang het cariësrisico van de patiënt te schatten. Hiervoor is geen eenduidige algoritme te geven. De klinische schatting en integriteit van de behandelaar is hiervoor belangrijk. De risicoschatting dient gemaakt te worden op basis van: de bestaande gebitssituatie en cariëshistorie, de aanwezigheid van tandplaque op de risicovlakken, het voedingspatroon, de morfologie van het glazuur, de bloedingsneiging van het tandvlees, het gebruik van fluoride, de ondersteuning van ouders/begeleiders en de sociale omgeving en de cariëshistorie van broertjes en zusjes.”

Wanneer volgen de andere modules van Mondzorg voor jeugdigen en waar gaan die over?

“De volgende modules gaan over door de RAC geconstateerde onduidelijkheden in behandeling en preventie. De richtlijn zal waarschijnlijk in het derde kwartaal van volgend jaar gepubliceerd worden.”

 

 Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met prof. dr. C. van Loveren, bijzonder hoogleraar preventieve tandheelkunde en voorzitter van de ROC voor de KPR Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek.

Bekijk de nieuwe richtlijn ‘Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek’ 

Lees meer over: Kennis, Kindertandheelkunde, Richtlijnen, Thema A-Z
Nieuwe richtlijn mondzorg voor jeugdigen

Nieuwe richtlijn ‘Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek’

Op 1 november is de nieuwe klinische praktijkrichtlijn ‘Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek’ door het KIMO aangeboden aan het Zorginstituut.

De richtlijn gaat over röntgenfoto’s bij mondzorg voor jeugdigen tot 18 jaar. Bewustwording van het doelmatig gebruiken van röntgenopnamen bij de jeugd is de belangrijkste doelstelling van de richtlijn.

De Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) stond onder voorzitterschap van em. prof. dr. C. van Loveren, bijzonder hoogleraar Preventieve Tandheelkunde.

 

Bekijk de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen – module Diagnostiek

Bekijk een samenvatting van de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen

Bekijk een patiëntenversie van de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen