Dental Trauma Guide nu ook Nederlandstalig

Dental Trauma Guide nu ook Nederlandstalig – vervangt richtlijn Tandletsel

De Dental Trauma Guide (DTG) is een (Deense) online tool die tandarts algemeen practici, orthodontisten en MKA-chirurgen ondersteunt bij diagnostiek en behandeling van tandletsel.
De DTG is gebaseerd op de IADT-richtlijnen en doorontwikkeld door de Universiteit van Kopenhagen.

Het KIMO heeft nu een Nederlandstalige versie van de DTG ontwikkeld met ondersteunde informatie en documenten. Deze versie vervangt de KNMT-richtlijn Tandletsel (2010).
De DTG Nederlandstalige versie kent een aantal aanvullingen die specifiek van toepassing zijn op de Nederlandse mondzorgsituatie.

De DTG is te gebruiken met een lidmaatschap. Per 1 april 2025 is de DTG kosteloos beschikbaar voor KNMT-leden. Niet-KNMT-leden ontvangen een korting op het lidmaatschap van de DTG.

Lees meer over de Nederlandstalig versie van de Dental Trauma Guide op de website van het KIMO

Maandag 23 juni 19:30-21:00 organiseert de KNMT een webinar over de DTG met ROC-voorzitter Edwin Eggink en ROC-leden Leander Dubois en Dick Barendregt.

Lees meer over: Richtlijnen, Thema A-Z
Wtza Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Wtza | Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Veel eerstelijns mondzorgaanbieders zien de verplichte jaarverantwoording als de zoveelste regeldrukverhoger. Het blijkt niet eenvoudig om tijdig aan de verplichting te kunnen voldoen. Daarom kwam toezichthouder NZa eind vorig jaar met weer een nieuwe uitstelmogelijkheid. De derde regeling inmiddels. Deze blijkt nog erg onbekend en het online-aanvraagformulier voor het uitstel is niet erg gebruiksvriendelijk. Tijd voor een praktische invulhulp dus. U vindt deze, na een korte introductie, in dit artikel.

Jaarverantwoording vanuit de Wtza

Sinds 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) van kracht. Naast de meldings-, vergunnings- en toezichtplicht vloeit uit deze wet een jaarlijkse verantwoordingsplicht voor zorgaanbieders voort. Deze verantwoordingsplicht geldt als de zorgaanbieder Zvw- of Wlz-zorg verleent of subsidie van VWS ontvangt én zorgverleners voor zich heeft werken, in welke vorm dan ook. Ook een zzp’er die werkt vanuit een rechtspersoon is jaarverantwoordingsplichtig.

Deze jaarverantwoording bestaat uit een aantal vragen over de zorgaanbieder en een financiële verantwoording over de activiteiten. De exacte invulling hangt af van de omvang en rechtsvorm van de zorgaanbieder.

Problematiek deels nog overeind

Al voor inwerkingtreding was duidelijk dat de jaarverantwoordingsplicht problemen ging veroorzaken. Een deel daarvan, zoals de verplichte accountantsverklaring en openbaarmaking van de verantwoording voor kleine zorgaanbieders, is na veel uitgeoefende druk inmiddels van de baan. Een ander deel van de problematiek bestaat echter nog steeds. Het belangrijkste punt is daarbij de aanleveringsdeadline, te weten 1 juni na afloop van het boekjaar waarover de zorgaanbieder verantwoording moet afleggen. Veel eerstelijns mondzorgpraktijken maken gebruik van de diensten van in de zorg gespecialiseerde administratie- en accountantskantoren. Deze kantoren hebben normaliter het hele jaar nodig om al het ‘jaarwerk’ af te ronden. Nu moet dit werk dus al in de loop van mei af zijn, voor ál hun klanten. Dat is niet reëel.

Derde uitstelregeling

Samen met andere partijen heeft VvAA zich stevig ingespannen om dit in Den Haag zichtbaar te maken. Men zag dat uiteindelijk in: tot tweemaal toe werd een uitstelregeling in het leven geroepen. In het eerste jaar een uitstel van de deadline tot het einde van het jaar en daarna een vrijstelling, voor de boekjaren 2022 en 2023. Deze laatste regeling werd bekend als ‘de pauzeknop van minister Helder’. Beide waren verbazingwekkend genoeg tijdelijke regelingen, terwijl het probleem toch duidelijk structureel van aard is. Alle jaarverantwoordingsplichtigen moesten hierdoor, nu de pauzeknop inmiddels niet meer ingedrukt is, over 2024 alsnog voor het eerst hun jaarverantwoording afleggen, vóór 1 juni 2025. Toezichthouder NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) zag de bui al hangen en vaardigde eind vorig jaar op de valreep nog een beleidsregel uit.

Nu zelf aanvragen

Deze beleidsregel maakt het mogelijk uitstel te verlenen aan een zorgaanbieder op basis van het feit dat deze voor het eerst zijn jaarverantwoording moet aanleveren. Hiermee is dus de derde uitstelregeling voor deze (grote) groep zorgaanbieders geboren. Deze keer een individuele uitstelmogelijkheid waarbij de zorgaanbieder zelf een uitstelverzoek moet doen. En, … wederom een tijdelijke maatregel. Dat is teleurstellend, maar hopelijk biedt deze regeling uiteindelijk ruimte om ook tot een definitieve, structurele oplossing te komen. Hier blijft de inzet op gericht. Hierover vindt overleg plaats met VWS en de NZa.

Aanvraag vóór 1 april

Bent u een zorgaanbieder die in 2025 voor het eerst moet verantwoorden (over boekjaar 2024)? U kunt dan nu, tot uiterlijk 31 maart, een verzoek indienen tot ‘uitstel bij bijzondere omstandigheden aanleveren jaarverantwoording’ met het daarvoor bestemde digitale formulier van de NZa. De toezichthouder verleent u het uitstel in dit geval automatisch tot 31 december 2025. U kunt ervanuit gaan dat uw dienstverlener dan voldoende tijd heeft om het financiële deel van uw verantwoording voor u voor te bereiden.

Let op: doe uw aanvraag vóór 1 april 2025, zodat de NZa uw uitstelverzoek voor het boekjaar 2024 daadwerkelijk in behandeling neemt.

Korte invulhulp

Hoewel er op verzoek van VvAA en Van helder accountancy inmiddels een aantal verbeteringen is doorgevoerd, blijkt het formulier nog niet overal even duidelijk. Een korte invulhulp:

  • Na het invullen van uw zorgaanbiedersgegevens start u met aan te geven dat u voor het boekjaar 2024 voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig bent (‘Ja’).
  • Bij het veld Reden verzoek bevestigt u dit vervolgens door te kiezen voor optie 3 (‘Ik ben voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig’).
  • Bij Toelichting op de aanvraag verwijst u naar de beleidsregel die de uitstelmogelijkheid regelt (‘Beleidsregel Uitstel jaarverantwoording TH BR-039’).
  • Bij het Bijlageveld hoeft u in dit geval géén document te uploaden (dit is geen verplicht veld meer).

Over de begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid zijn we nog in overleg met de NZa, mogelijk dat de toezichthouder het formulier binnenkort nog verder verduidelijkt.

Let op: vul het formulier op de juiste wijze in, zodat uw uitstelverzoek niet nog een onnodige inhoudelijke beoordeling krijgt, maar dat de NZa u automatisch uitstel verleent.

Vragen eigen situatie

Vragen over het aanleveren van uw jaarverantwoording en over het aanvragen van uitstel daarvoor stelt u aan uw (belasting)adviseur.

Door: drs. ing. Erik M. van Dam, senior adviseur kennismanagement en onderzoeker bij VvAA

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
prijs, geld

Geen BTW-vrijstelling waarnemingsvergoeding voor tandartsenmaatschap

De waarnemingsvergoedingen die tandartsenmaatschap X ontvangt voor spoeddienstwaarneming, vallen niet onder de medische BTW-vrijstelling. Dat heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld.

Een maatschap van vijf tandartspraktijken biedt tandheelkundige spoedzorg buiten reguliere openingstijden. Voor deze spoeddiensten ontvangt de maatschap een vergoeding van de aangesloten tandartspraktijken. Patiënten sluiten daarbij een aparte overeenkomst met de maatschap voor hun behandeling en betalen direct na afloop.

In hoger beroep was de vraag of deze waarnemingsvergoedingen vrijgesteld zijn van BTW. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval is. De spoedbehandelingen en de waarnemingsdiensten vormen twee afzonderlijke rechtsbetrekkingen met verschillende afnemers. Hierdoor zijn het volgens het Hof twee aparte diensten en niet één ondeelbare prestatie.

De waarnemingsvergoeding heeft volgens het Hof geen directe betrekking op de bescherming van de gezondheid of de genezing door middel van diagnose en behandeling. Daarom is de medische BTW-vrijstelling hier niet van toepassing. Ook de beroepen van de maatschap op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werden verworpen. Het hoger beroep is daarmee ongegrond verklaard.

Bron:
Hof Arnhem-Leeuwarden

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Nieuwe mondzorgrichtlijn voor palliatieve patiënten 400

Nieuwe mondzorgrichtlijn voor palliatieve patiënten

De stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL) heeft een nieuwe versie gepubliceerd van de multidisciplinaire richtlijn ‘Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase’. De richtlijn geeft adviezen over diagnostiek, voorlichting en behandeling van mondproblemen en slikstoornissen bij patiënten in de palliatieve fase en de klachten die daarvan het gevolg zijn.

Hoewel slikklachten niet tot de mondproblemen behoren, zijn deze wel gerelateerd en opgenomen in deze richtlijn.

Veranderingen in de mond en slijmvliezen

Patiënten in de palliatieve fase hebben vaak te maken met veranderingen in de mond en slijmvliezen ten gevolge van ziekte en/of behandeling. Deze kunnen leiden tot klachten en problemen die de kwaliteit van leven verminderen.

Het identificeren en adequaat behandelen van mondproblemen is van essentieel belang in de palliatieve zorg, om zo het comfort en de waardigheid van de patiënt te behouden en te verbeteren.

Mondproblemen

Mondproblemen in de palliatieve fase omvatten een breed scala aan orale aandoeningen die de kwaliteit van leven van patiënten kunnen beïnvloeden. Er zijn verschillende vormen van mondproblemen te onderscheiden, variërend van pijn en ongemak tot ernstige complicaties die de voeding en communicatie van de patiënt kunnen beïnvloeden.

Op de website van Pallialine vind je een samenvatting van de aanbevelingen voor mondzorg in de palliatieve fase.

Bron:
Pallialine

Lees ook:
Infographic over mondzorg in palliatieve fase 

Lees meer over: Richtlijnen, Thema A-Z
Behandeling patient

IGJ ziet grote verschillen in omgang met taakdelegatie voorbehouden handelingen

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet dat er grote verschillen zijn in de manier waarop tandartsenpraktijken omgaan met taakdelegatie van voorbehouden handelingen. Dit komt voort uit onderzoek van de inspectie onder 81 tandartspraktijken, uitgevoerd in 2024. De inspectie vindt dit niet gewenst en wil graag dat taakdelegatie in een richtlijn wordt opgenomen.

Dit gaat dan met name om taakdelegatie van voorbehouden handelingen waarvan het merendeel van de patiënten aanneemt dat dit door een tandarts wordt uitgevoerd. Ook het vragen van toestemming aan de patiënten vindt de inspectie belangrijk voor verdere uitwerking.

Onderzoek

Om een beeld te krijgen van de wijze waarop tandartsprakijken taakdelegatie organiseren, bezocht de IGJ 81 willekeurig gekozen tandartspraktijken in 2024.  Bevindingen die naar vorgen kwamen:

Voorbehouden handelingen door assistent

In bijna alle praktijken maken tandartsassistenten röntgenfoto’s en geven zij in ongeveer een derde van de bezochte praktijken ook anesthesie. Dit wordt in bijna alle gevallen in opdracht van een tandarts gedaan waarbij de patiënten niet worden verteld dat de assistent deze handeling uitvoert. De tandarts is wel bijna altijd aanwezig als de assistent deze voorbehouden handelingen uitvoert.

Buitenlandse tandartsen

In sommige bezochte praktijken werken buitenlandse tandartsen die niet in het BIG-register ingeschreven staan. Zij werken op basis van taakdelegatie en stellen vaak zelf de indicatie voor deze behandeling voor en voeren deze uit zonder opdracht van de tandarts. Vaak worden patiënten hierbij niet geïnformeerd over het uitvoeren van de voorbehouden handeling in taakdelegatie en wordt er geen toestemming voor de taakdelegatie aan hen gevraagd. In driekwart van deze praktijken is de opdrachtgevend tandarts altijd aanwezig op de momenten dat de medewerker voorbehouden handelingen uitvoert.

Mondhygiënisten

Mondhygiënisten trekken geen tanden of kiezen en voeren geen wortelkanaalbehandelingen uit in de bezochte praktijken. Wel maken ze in veel praktijken röntgenfoto’s of geven ze anesthesie. In 3 van de bezochte praktijken boren ze ook in tanden en kiezen. Mondhygiënisten maken de röntgenfoto’s vaak in opdracht van een tandarts. Bij het geven van anesthesie is deze opdracht er vaak niet.

Studenten tandheelkunde

In een klein aantal van de bezochte praktijken voeren ook studenten tandheelkunde voorbehouden handelingen uit in taakdelegatie. Deze studenten maken voornamelijk röntgenfoto’s in opdracht van de tandarts. In enkele van de bezochte praktijken geven zij ook anesthesie, boren zij in tanden of kiezen, trekken tanden of kiezen of voeren zij wortelkanaalbehandelingen uit in taakdelegatie. Ook hier worden patiënten niet altijd geïnformeerd of om toestemming gevraagd.

Lees in het rapport alle bevindingen van de inspectie

Handvatten

De KNMT geeft aan dat zij “haar leden extra handvatten gaat bieden om de eisen voor taakdelegatie nader vorm te geven.” Zij gaan daarvóór eerst de bestaande eisen checken op nut en noodzaak.

Lees meer over: Richtlijnen, Thema A-Z
Richtlijn

Uitnodiging landelijke commentaarronde JGZ-richtlijn Mondzorg

Er is een nieuwe richtlijn voor de jeugdgezondheidszorg: de JGZ-richtlijn Mondzorg. Het is belangrijk dat die goed aansluit op de JGZ-praktijk!
Het NCJ en TNO nodigen je daarom uit om feedback te geven op het concept van deze richtlijn. Dit kan tot en met 12 februari a.s.

Hoe geef je commentaar?

De concept richtlijn staat in een beschermde omgeving van de richtlijnen website. Via www.feedback.jgzrichtlijnen.nl kun je je registreren. Als je een account hebt aangemaakt, krijg je toegang tot de richtlijn.
Via dit digitale commentaarformulieren kun je feedback geven. Je vindt deze hieronder en op de introductiepagina. De richtlijnontwikkelaar is vooral benieuwd naar:
• Is de richtlijntekst voldoende concreet en helder?
• Is de richtlijn praktisch uitvoerbaar?
• Staan er onjuistheden in de tekst?

Stuur per module het digitale commentaarformulier uiterlijk 12 februari terug volgens de instructies op het formulier.

Commentaarformulieren:

Kennismodule
Preventie
Samenwerken

Lees meer over: Richtlijnen, Thema A-Z
Nieuwe richtlijn behandeling van parodontitis stage IV, van EFP

Infographics van EFP over richtlijn behandeling van stadium IV parodontitis

Om de interpretatie en toepassing van de EFP klinische praktijkrichtlijn voor de behandeling van patiënten met stadium IV parodontitis beter te begrijpen heeft de EFP een reeks infographics gemaakt. Het doel van de richtlijn is het verstrekken van informatie over de behandeling van parodontitis stadium IV voor casus type 1, 2 3 & 4.

Casus 1

Een patiënt met tandhypermobiliteit als gevolg van secundair occlusal trauma dat kan worden gecorrigeerd zonder tandvervanging is een voorbeeld van casus type 1.
Tijdelijk spalken en/of occlusale aanpassing zijn vroege maatregelen om occlusale overbelasting/secundair occlusaal trauma te controleren. Dit kan worden gedaan tijdens alle stappen van de parodontale therapie, echter vooral tijdens stap 1 behandeling om het comfort voor de patiënt te vergroten en parodontale therapie mogelijk te maken.
Een maatregel op lange termijn is langdurig spalken. Langdurig tandspalken kan worden overwogen in gevallen van aanhoudende hypermobiliteit en/of toenemende mobiliteit om het comfort van de patiënt te verbeteren.
Bekijk EFP Case 1

Casus 2

Een case type 2 patiënt is een patiënt met pathologische tandmigratie, gekenmerkt door tandverlenging, drift en verwijding waarbij orthodontische correctie een toepassing zou kunnen zijn. Zodra de eindpunten van de parodontale therapie bereikt zijn, geen pockets van 5 mm met bloeding of geen plaatsen met pockets groter of gelijk aan 6 mm, wordt orthodontische behandeling aanbevolen. Ook voor gekantelde molaren zou orthodontische therapie een optie kunnen zijn.
Orthodontische therapie bij botdefecten wordt aanbevolen 1 tot 6 maanden na passende regeneratieve interventies.
In het algemeen kan worden overwogen om fiberotomie te gebruiken als aanvulling op orthodontische tandbeweging.
Daarnaast is het belangrijk om tijdens orthodontische therapie tijdens elke controle parodontale controle uit te voeren en na orthodontische therapie zou ondersteunende parodontale zorg en levenslange orthodontische retentie moeten worden geboden.
Bekijk EFP Case 2

Casus 3 & 4

Casus type 3 en 4 patiënten zijn gedeeltelijk edentate patiënten waarbij prothetisch herstel mogelijk is. Bij type 3 is herstel zonder volledige rehabilitatie van de boog mogelijk en bij type 4 is volledige rehabilitatie van de tandboog nodig, met behoud van een tand of implantaat.
Enkele aanbevelingen zijn het plaatsen van de prothese vroeg tijdens parodontale therapie en de prothese moet goede mondhygiëne mogelijk kunnen maken.
Daarnaast worden verschillende aanbevelingen voor specifieke type 3 en 4 patiënten met en zonder implantaten aanbevolen.
Bekijk EFP Case 3 & 4

Bron:
European Federation of Periodontology

Lees meer over: Richtlijnen
kaakpijn

Nieuwe richtlijn voor temporomandibulaire klachten

Op 15 december 2023 werd er een nieuwe richtlijn om chronische kaakpijn te behandelen gepubliceerd in BMJ. Van de bijna 60 beschikbare interventies waren slechts enkele het meest effectief.

Temporomandibulaire aandoeningen

Temporomandibulaire (TMD) aandoeningen zijn een veel voorkomende oorzaak van chronische pijn in het lichaam. TMD aandoeningen zijn een groep aandoeningen die de kauwspieren, het kaakgewricht en bijbehorende structuren kunnen aantasten. Op dit moment zijn er verschillende behandelopties beschikbaar voor patiënten met TMD-klachten, echter is de effectiviteit hiervan onzeker. 95% van de volwassenen wereldwijd heeft last van chronische kaakpijn. Er is een hogere prevalentie van TMD-klachten bij vrouwen dan bij mannen.

Studie

Deze studie richt zich op de behandeling van TMD-aandoeningen. Met behulp van klinische experts zoals onder andere tandartsen, een kaakchirurg, een orofaciale pijntherapeut en drie patiënten met chronische TMD-pijn, werden de meeste effectieve interventies bepaald. Er is gebleken dat cognitieve gedragstherapie samen met biofeedback of ontspanningstherapie en daarbij door de therapeut ondersteunde kaakmobilisatie en handmatig triggerpointtherapie één van de meest effectieve interventie is voor de verlichting van pijn.
De minst effectieve behandeling waren capsaïcinecrème, biofeedback, NSAID’s + steroïden en steroïde-injecties volgens de auteurs.

Discussie

Het onderzoek had echter enkele beperkingen, bijvoorbeeld het feit dat bij de meeste onderzoeken patiënten met aanhoudende kaakpijn in combinatie met psychische aandoeningen of reumatoïde artritis werden uitgesloten.

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat interventies die coping bevorderen en ook beweging en activiteit aanmoedigen het meest effectief zijn voor het verminderen van chronische TMD-pijn.

Bekijk de richtlijn bij BMJ

Bron:
BMJ

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Oud, rolstoel

Nieuwe richtlijn dagelijkse mondverzorging mensen in langdurige zorg

In november is de SKILZ-richtlijn Mondverzorging gepubliceerd. Dit is een nieuwe richtlijn voor de dagelijkse mondverzorging van cliënten in de langdurige zorg. De richtlijn is speciaal bedoeld voor verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders, maar kan ook nuttig zijn voor mondzorgverleners.

De richtlijn speelt in op de behoefte van zorgprofessionals om problemen met dagelijkse mondverzorging goed te signaleren, de mondverzorging goed uit te voeren en om te gaan met afwerend en probleemgedrag.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de mondgezondheid van kwetsbare, zorgafhankelijke mensen en mensen met een verstandelijke beperking verbeterd moet worden.

Praktische hulpmiddelen

Naast de richtlijn zijn er praktische hulpmiddelen beschikbaar. Dit zijn een samenvatting en een informatiekaart voor cliënten en naasten. Daarnaast is een praktijkkaart gemaakt waarin de handvatten voor het omgaan met afweer- en probleemgedrag bij de dagelijkse mondverzorging centraal staan. Ook is in de richtlijn een stap-voor-stap-beschrijving opgenomen voor het uitvoeren van mondverzorging.

Onderwerpen van de richtlijn

  • Risicofactoren voor een slechte mondgezondheid
  • Signaleren van problemen bij mondgezondheid
  • Uitvoeren van mondverzorging (inclusief stap-voor-stap-beschrijving)
  • Benaderingswijzen van mondverzorging
  • Organisatie van zorg

Verbeteren kwaliteit langdurige zorg

De richtlijn is eigendom van de Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg (SKILZ). Het doel van SKILZ is om samen met cliënten, naasten en zorgverleners de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren door het ontwikkelen van multidisciplinaire kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen, handreikingen en zorgstandaarden.

Een multidisciplinaire werkgroep heeft de richtlijn ontwikkeld. Die bestond uit onder andere tandartsen(-geriatrie en gehandicaptenzorg), mondhygiënisten, tandprothetici, verpleegkundigen en specialisten ouderengeneeskunde. De KNMT heeft de concept-richtlijn, die in lijn is met de KIMO-richtlijn Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen aan haar leden voor commentaar aangeboden en de finale versie geautoriseerd.

Bron:
Richtlijnen Langdurige Zorg
KNMT

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
meldcode

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vernieuwd

Denk je bij een patiënt aan kindermishandeling of huiselijk geweld? Meld deze signalen zodat er hulp kan komen en vraag advies aan een collega. De KNMG heeft de meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld onlangs vernieuwd. Bekijk de vernieuwde KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 2023

De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is een uitgave van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). De KNMT sluit zich bij deze meldcode aan.

Wijzigingen

De KNMG heeft de meldcode van 2018 op enkele punten herzien. De belangrijkste verandering: in stap 2 van het stappenplan is het vragen van advies aan een collega verplicht gesteld bij (vermoeden van) kindermishandeling en huiselijk geweld. Je moet nu niet alleen advies vragen aan Veilig Thuis, maar dus ook aan een of meerdere collega’s.

Daarnaast zijn er stappenplannen toegevoegd voor hoe je kunt handelen als politie, justitie, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming of een Gecertificeerde Instelling (GI) je vraagt om informatie over een van je patiënten.

Bron:
KNMG

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Peri implantitis

Nieuwe richtlijn voor de preventie en behandeling van peri-implantaire ziekten

De Europese Federatie van Parodontologie (EFP) heeft een nieuwe richtlijn gepubliceerd om peri-implantaire aandoeningen bij patiënten te voorkomen en behandelen. De richtlijn bevat aanbevelingen gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke gegevens om de gezondheid van peri-implantaire weefsels te behouden en peri-implantaire ziekten effectief te behandelen.

Peri-implantaire ziekten

Peri-implantaire ziekten vormen een gezondheidsrisico vanwege hun hoge prevalentie en de bijbehorende gevolgen. Gingivitis en parodontitis zijn ziekten die het tandvlees rond natuurlijke tanden aantasten. Peri-implantaire ziekten tasten het slijmvlies maar ook het ondersteunende bot rondom tandheelkundige implantaten aan. Dit kan leiden tot het verlies van implantaten en door implantaten ondersteunde prothesen.

Peri-implantaire mucositis en peri-implantitis

Peri-implantaire mucositis en peri-implantitis zijn twee peri-implantaire aandoeningen.  Peri-implantaire mucositis is een behandelbare ontstekingsleasie die de mucosa rond het implantaat aantast. Het wordt veroorzaakt door ophoping van een peri-implantaire plaque biofilm. Ook roken, diabetes en radiotherapie worden beschouwd als risicofactoren.

Wanneer peri-implantaire mucositis niet wordt behandeld kan het zich ontwikkelen tot peri-implantitis. Peri-implantitis is een ernstiger peri-implantaire biofilm-geassocieerde pathologische aandoening die naast het aantasten van de peri-implantaire mucosa, ook progressief verlies van ondersteunend bot veroorzaakt.

Risicofactoren zijn een voorgeschiedenis van parodontitis, slechte mondhygiëne en gebrek aan ondersteunende peri-implantaire zorg.

Verschil parodontitis en peri-implantaire ziekten

Peri-implantaire mucositis wordt soms gelijkgesteld met gingivitis en peri-implantitis met parodontitis. Maar in vergelijking met parodontale weefsels zijn peri-implantaire weefsels minder efficiënt in het behouden van weefselgezondheid. Peri-implantaire ziekten komen dus vaker voor, ontwikkelen zich vroeger en gaan sneller vooruit in vergelijking met parodontitis.

Nieuwe richtlijn

De nieuwe klinische praktijkrichtlijn op het hoogste niveau volgens wetenschappelijke normen is het resultaat van een bijeenkomst van vooraanstaande experts georganiseerd door de EFP. De richtlijn volgt twee vergelijkbare klinische praktijkrichtlijnen op het hoogste niveau die de EFP de afgelopen jaren heeft opgesteld voor behandeling van parodontitis.

“De richtlijn identificeert specifieke aangetoonde interventies om bruikbaar te zijn, structureert ze in op behoeften gebaseerde zorgpaden en onderzoekt het huidige niveau van wetenschappelijke ondersteuning voor een verscheidenheid aan algemeen gebruikte benaderingen en technieken.’’ “Het opvolgen van de aanbevelingen zal een consistente, interdisciplinaire en evidence-based benadering van de preventie en behandeling van peri-implantaire ziekten bij alle tandheelkundige professionals mogelijk maken”, volgens co-auteur van het artikel, prof. Moritz Kebschull.

Preventieve interventies

Volgens de richtlijn is het belangrijk dat preventie van peri-implantaire ziekten zou moeten beginnen zodra tandheelkundige implantaten in eerste instantie zijn gepland.

Het wordt aanbevolen om preventieve interventies toe te passen wanneer implantaten chirurgisch worden geplaatst of prothetisch worden belast. Verder is het aangeraden dat zodra de implantaten functioneren, de patiënt een ondersteunend peri-implantaat programma volgt. Dit programma bestaat uit periodieke beoordelingen van de gezondheid van het peri-implantaatweefsel en mondhygiëne instructies. Het behouden van een optimale mondhygiëne bij tandheelkundige implantaten is heel erg belangrijk.

Bekijk de richtlijn van de EFP

Bron:
European Federation of Periodontology

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Kimo Vacature: Nieuw bestuurslid KIMO gezocht

KIMO organiseert Invitational Conference voor drie nieuwe richtlijnen

Het KIMO organiseert drie Invitational Conferences (IVC) voor nieuw te ontwikkelen richtlijnen: indicatiestelling intra-orale, behandeling van patiënten met kanker en gebitslijtage.

Het doel van een IVC is het verzamelen van knelpunten rondom deze onderwerpen in de dagelijkse mondzorgpraktijk. Hiervoor zijn de volgende mondzorgorganisaties, – verenigingen en -stakeholders gevraagd deel te nemen:

ACTA, Cobijt, FTWV, Hanzehogeschool, Hogeschool Utrecht, IGJ, Inholland, Ivoren Kruis, KNMT, NVDMFR, NVGd, NVGPT, NVIJ, NVM-mondhygiënisten, NVMKA, NVMM, NVOI, NVvE, NVvO, NVvP, NVVRT, NWVT, Patiëntenfederatie, Radboudumc, SBT, UMCG, VMBZ, VMTI, VTvO, VWS, Zorginstituut Nederland, Zorgverzekeraars Nederland.

IVC 1: Indicatiestelling intra-orale röntgenopnamen

Onder leiding van Dr. W.E.R. (Erwin) Berkhout. Donderdag 13 april 2023 van 15:00 tot 17:00 in Utrecht, Orteliuslaan 750.

IVC 2: Behandeling van patiënten met kanker

Onder leiding van Dr. J.E. (Judith) Raber-Durlacher en Dr. A.M.G.A. (Alexa) Laheij. Vrijdag 21 april 2023 van 13:00 tot 15:00 in Utrecht, Orteliuslaan 750.

IVC 3: Gebitslijtage (diagnostiek, indicatiestelling en beleid)

Onder leiding van prof. dr. B.A.C. (Bas) Loomans. Woensdag 17 mei 2023 van 15:00 tot 17:00 in Utrecht, Orteliuslaan 750.

Deelname aan een IVC kan in principe alleen namens één van de aangeschreven organisaties.

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
lopen, ouderen

Ontwikkeling vernieuwde Richtlijn Mondzorg voor alle cliënten langdurige zorg

Ongeveer 300.000 kwetsbare thuiswonende ouderen kampen met mondzorg gerelateerde klachten. Ook cliënten in verpleeghuizen of zorgvragers met een verstandelijke beperking worstelen met dit probleem. De huidige Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in het verpleeghuis uit 2007 wordt nu herzien door SKILZ en geschikt gemaakt voor alle cliënten die langdurige zorg ontvangen.

Achtergrond en aanleiding

Wie een gezonde mond heeft, kan goed eten, ziet er verzorgd uit en heeft minder last van een slechte adem. Ongeveer 300.000 kwetsbare thuiswonende ouderen kampen met mondzorg gerelateerde klachten zoals een droge mond, pijnklachten, problemen met kauwen, gaatjes, afgebroken tanden of kiezen, tandvleesproblemen of een slecht zittend kunstgebit.¹ Ook cliënten in verpleeghuizen of zorgvragers met een verstandelijke beperking worstelen met dit probleem. Zij zijn vaak niet in staat hun mond zelf te verzorgen en kunnen niet altijd helder communiceren over hun pijn of ongemak. Daarom is het extra belangrijk om bewust te zijn van deze signalen en hoe deze te interpreteren. De impact van slechte mondgezondheid op de kwaliteit van leven van deze cliënten is daarnaast groot en is een aanzienlijk gezondheidsrisico. Zo blijkt uit onderzoek dat een slechte mondgezondheid de kans op een longontsteking en op hart- en vaatziekten vergroot. Ook kan de suikerspiegel ontregelt raken bij mensen met diabetes mellitus en hebben mensen met mondaandoeningen vaker te maken met ondervoeding.²

Zorgprofessionals zijn op zoek naar handvatten hoe te handelen als de mondzorg bij cliënten in de langdurige zorg verslechtert of zelfs wordt geweigerd. Dit kan mede veroorzaakt worden door medicatiegebruik, systemische aandoeningen of als gevolg van zorgafhankelijkheid door (chronische) aandoeningen zoals Parkinson, een beroerte of dementie. Ook is er behoefte om de dagelijkse mondverzorging goed in te bedden in de processen, als structurele zorgactiviteit. En er spelen vraagstukken rondom preventie; hoe kan vroegtijdig worden ingespeeld op mogelijke oorzaken om zo verslechtering van de mondgezondheid te voorkomen.

Richtlijn

In 2007 heeft Verenso de “Richtlijn voor mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in het verpleeghuis”, kortom de Richtlijn Mondzorg gepubliceerd. Deze Verenso richtlijn is dankzij o.a. een subsidie van ZonMW, één van de weinige richtlijnen die zowel in Nederland als in België (Vlaanderen) in 2009 en 2010 is onderzocht op zijn effectiviteit. Na implementatie van de Richtlijn Mondzorg bleek de mondhygiëne met ruim 30% verbetert te kunnen worden. Naar aanleiding van verschillende publicaties en naar aanleiding van Kamervragen, heeft de destijdse staatsecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) in het Kabinet Rutte I, Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (CDA), in 2011 de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) opdracht gegeven om na te gaan in hoeverre verpleeghuizen zich hielden aan de Richtlijn Mondzorg. Uit een inspectierapport uit 2014 bleek dat de mondzorg in verpleeghuizen niet aan de richtlijn Mondzorg voldeed. Negen zorginstellingen sloegen destijd de handen ineen en begonnen met Actiz en het ministerie van VWS een verbeterprogramma. Het doel hiervan was ervoor te zorgen dat de mondzorg in deze instellingen op orde werd gebracht. In 2016 sloten nog eens zes zorginstellingen aan. Eind 2016 keek de inspectie of de eerste negen zorginstellingen aan de Richtlijn Mondzorg voldeden. In 2017 bracht de inspectie bezoeken aan de andere zes zorginstellingen. In 2018 stelde de IGJ in een rapport vast dat de inzet van een verbeterprogramma zorgt voor betere mondzorg voor kwetsbare ouderen in verpleeghuizen en dat toezicht hierin een ondersteunende rol kan hebben.

De inspectie zag dat de mondzorg bij de bezochte instellingen overwegend goed was. De mondzorg was persoonsgericht; medewerkers kenden de wensen en behoeften van de cliënten en gaven hen zo veel mogelijk eigen regie. De meeste van deze instellingen maakten gebruik van een coördinerend zorgverlener of iemand die mondzorg als aandachtsveld heeft. Deze zorgde voor directe aansturing op de werkvloer. Tevens keek de IGJ naar de multidisciplinaire samenwerking rondom mondzorg in de verpleeghuiszorg zoals in de Richtlijn Mondzorg staat beschreven. Hieruit bleek dat de tandarts, mondhygiënist of preventieassistent direct betrokken waren bij de mondzorg en dat zij een coachende rol speelden voor zorgverleners die de dagelijkse mondverzorging uitvoeren. Tandartsen en mondhygiënisten hadden in bijna alle zorginstellingen toegang tot het (elektronisch) cliëntdossier en rapporteerden daarin hun bevindingen. Er is dus na het verschijnen van de Richtlijn Mondzorg het nodige ten positieve veranderd.

Waarom nieuwe richtlijn?

Anno 2023 blijkt na een korte inventarisatie onder Specialisten Ouderengeneeskunde en Specialisten Ouderengeneeskunde in opleiding dat zij matig of niet bekend zijn met deze richtlijn en dat de implementatie en uitvoering van deze richtlijn in de dagelijkse praktijk in sommige zorginstellingen nog steeds te wensen over laat. Mogelijk komt dat omdat de Richtlijn Mondzorg inmiddels verouderd is. Sinds het verschijnen van de Richtlijn Mondzorg in 2007 is in de wetenschappelijke literatuur meer bewijs gevonden over de relatie tussen de mondgezondheid en de algemene gezondheid. Daarnaast wordt in deze richtlijn nog gesproken over de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), die inmiddels vele jaren is gewijzigd in de Wet Langdurige Zorg (WLZ). En hoewel destijds het ook de bedoeling was dat de Richtlijn Mondzorg ook geschikt zou moeten zijn voor cliënten met een verstandelijke beperking die verblijven in zorginstellingen, is nooit onderzocht in hoeverre deze richtlijn ook daadwerkelijk in deze setting is geimplementeerd en of diebruikbaar en effectief is. En last-but-not-least, moeten kwetsbare, zorgafhankelijke ouderen als het gevolg van overheidsbeleid, langer thuis wonen. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat de mondgezondheid van deze groep, voordat zij worden opgenomen in een zorginstelling veelal al ernstig is verslechterd. Voor deze doelgroep is (nog) geen specifieke richtlijn mondzorg beschikbaar, terwijl dit wel erg nodig blijkt te zijn.

Nieuwe richtlijn medio 2023

Hoog tijd dus dat de Richtlijn Mondzorg wordt herzien en geschikt gemaakt wordt voor een bredere doelgroep. Hoewel het gebruikelijk is dat iedere vijf jaar een richtlijn wordt herzien, heeft het ruim 15 jaar geduurd voordat het initiatief kwam vanuit de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) om deze Richtlijn Mondzorg te herzien en geschikt te maken voor alle cliënten die langdurige zorg ontvangen. Hierbij wordt de Richtlijn Mondzorg uit 2007 als uitgangspunt genomen. De ontwikkeling van de vernieuwde Richtlijn Mondzorg wordt dus niet gedaan door Verenso, maar door de Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg (SKILZ). Verenso, V&VN en NVAVG zijn de initiatiefnemers van het in 2018 opgerichte SKILZ. Het doel van SKILZ is om samen met cliënten, naasten en zorgverleners de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren. SKILZ doet dit door het ontwikkelen van multidisciplinaire kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen, handreikingen en zorgstandaarden.

In het najaar van 2021 is SKILZ onder leiding van procesbegeleider Bernadette van Glansbeek – Schutijser begonnen met het samenstellen van een werkgroep en een klankbordgroep. De werkgroep heeft een voorzitter en vicevoorzitter. De voorzitter is Drs. Irma de Hoop, verpleegkundig specialist GGZ & AGZ, namens V&VN. De vicevoorzitter is Dr. Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde, namens Verenso. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers (experts) van primair betrokken beroepsverenigingen en vertegenwoordigers van cliënten. De klankbordgroep is samengesteld uit secundaire (keten)partners en beroepsgroepen die indirect betrokken worden bij de uitwerking van de richtlijn. Ook participeren in de klankbordgroep cliëntvertegenwoordigers en mantelzorgers. Na het verschijnen van de vernieuwde Richtlijn Mondzorg medio 2023 komt de oude Verenso Richtlijn Mondzorg uit 2007 te vervallen.

Door:
Dr. Gert-Jan van der Putten, Specialist Ouderengeneeskunde en vice-voorzitter van de SKILZ richtlijn
Dr. Bernadette van Glansbeek – Schutijser, procesbegeleider SKILZ

¹Pomp, M. (2017) Oorzaken en gevolgen van het mijden van mondzorg door kwetsbare ouderen & een voorstel voor een beleidsexperiment. 
²Hoeksema, A. (2016). Oral health in frail elderly. Rijksuniversiteit Groningen. 

 

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
kimo logo

Nieuw richtlijnenprogramma KIMO van start

Het nieuwe KIMO-richtlijnenprogramma bestaat uit 10 onderwerpen en zal vanaf 2023 tot en met 2026 worden ontwikkeld en uitgerold.

De onderstaande onderwerpen komen uit het KIMO Advies Meerjarenagenda 2022-2026 (september 2022) dat is opgesteld door de Richtlijn Advies Commissie (RAC) met prof. dr. J.J.M (Josef) Bruers als adviseur. De onderwerpen – en prioritering – zijn op basis van peilingen uit het veld vastgesteld, waarbij de laatste twee peilingen in 2022 hebben plaatsgevonden.

Top 10 onderwerpen

  1. Indicatiestelling en behandeling tanderosie/gebitsslijtage.
  2. Behandeling patiënten met kanker
  3. Behandeling kaasmolaren.
  4. Hoe te handelen bij onbegrepen pijn?
  5. Uitvoering periodiek mondonderzoek (PMO).
  6. Bepaling frequentie van bitewings en solo-opnamen.
  7. Opstellen en uitvoeren levensloopbestendig mondzorgplan.
  8. Hoe te handelen bij tandletsel/ dentaal trauma.
  9. Behandeling met directe versus indirecte restauraties.
  10. Indicatiestelling temporomandibulaire dysfunctie (TMD).

Volgorde ligt vast

In principe ligt de volgorde van ontwikkeling van nieuwe richtlijnen voor de komende jaren vast waarbij begonnen zal worden met het eerste onderwerp van de lijst: Indicatiestelling en behandeling tanderosie/gebitsslijtage. Het is echter altijd mogelijk dat – na zorgvuldige afweging – van deze volgorde wordt afgeweken in het geval dat andere onderwerpen van de lijst – of daarbuiten – op een zeker moment als meer urgent worden beschouwd. Dit zal altijd plaatsvinden via de reguliere bestuurlijke besluitvormingstrajecten.

Naast nieuwe richtlijnen ook herzieningen

De meerjarenagenda bevat nieuwe onderwerpen voor te ontwikkelen richtlijnen, maar zal de komende jaren mogelijk worden uitgebreid met herzieningen van bestaande richtlijnen. Een KIMO-richtlijn heeft een levensduur van vijf jaar. Daarna wordt onderzocht of de richtlijn geactualiseerd dient te worden, dan wel dat deze nog voldoet.

Van onderwerp naar richtlijn

Het is van belang te weten dat onderwerpen op de meerjarenagenda nog niet zoveel zeggen over de inhoud van de uiteindelijke richtlijn. De onderwerpen uit de meerjarenagenda zijn over het algemeen nog tamelijk breed. In de voorbereiding naar ontwikkeling zal beknopte research worden gedaan naar prevalentie, incidentie en kosten, zullen bestaande (inter)nationale richtlijnen, werkafspraken en protocollen worden geïnventariseerd en zullen de voorlopige reikwijdte, de patiëntendoelgroep en de professionele doelgroepen worden bepaald. Na een inventarisatie van de knelpunten rondom dit onderwerp in het mondzorgveld, en bij alle relevante stakeholders, worden de contouren scherper. Deze inventarisatie vindt meestal plaats aan de hand van een enquête en/of een Invitational Conference (IVC). Pas na prioritering en selectie van knelpunten uit de IVC en de vertaalslag daarvan naar uitgangsvragen wordt het inhoudelijke kader van de richtlijn scherp gesteld. Hierna kan een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) aan de slag met de daadwerkelijke ontwikkeling van de richtlijn

 

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Nieuwe-KNMT-praktijkrichtlijn-Opvang-tandheelkundige-spoedgevallen-buiten-praktijkuren

Nieuwe KNMT-praktijkrichtlijn ‘Opvang tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren’

Op 1 juni heeft de KNMT de herziene praktijkrichtlijn ‘Opvang tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren’ gepubliceerd. Mandy Heikamp, beleidsmedewerker bij de KNMT, licht toe hoe de richtlijn tot stand is gekomen en hoe spoedzorg geregeld kan worden.

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

“De praktijkrichtlijn ‘Opvang tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren’ biedt een leidraad voor de afspraken die gemaakt moeten worden tussen tandartspraktijken binnen een spoedgevallendienst, dan wel die tandartspraktijken moeten maken met een spoedpraktijk. De richtlijn is dus bedoeld voor zorgverleners en zorgaanbieders, in de meeste gevallen zijn dit tandartsen en tandartspraktijken. Maar ook vrijgevestigde geregistreerd-mondhygiënisten dienen een regeling te treffen voor de spoedeisende zorg aan hun patiënten. Deze nieuwe groep is ook benoemd in de herziene richtlijn.”

Waarom was deze nieuwe richtlijn nodig en hoe is deze tot stand gekomen?

“Aanleiding voor deze herziening was het van kracht worden van nieuwe wet- en regelgeving, zoals de invoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en recente jurisprudentie. Maar ook dat er allerlei ontwikkelingen gaande zijn in de organisatie van de spoedeisende zorg en de komst van spoedpraktijken.
De richtlijn is samen met de KNMT-projectgroep Richtlijnen tot stand gekomen. Deze projectgroep bestaat uit een aantal tandartsen waardoor (tandheelkundige) expertise geborgd is en bureaumedewerkers van de KNMT met verschillende expertises. De richtlijn is voor commentaar voorgelegd aan onze leden, waarna de projectgroep het commentaar heeft besproken en gewogen. Vervolgens zijn de leden die commentaar hebben gegeven geïnformeerd over hoe het commentaar is verwerkt.”

Kun je iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“De richtlijn helpt om de opvang van spoedgevallen te regelen op basis van de geldende wet- en regelgeving en geeft richting vanuit de beroepsorganisatie in hoe te handelen met de huidige ontwikkelingen. Binnen welke termijn moet een patiënt worden gezien? Hoe kan de patiënt contact opnemen met de praktijk? Wat dien je vast te leggen in het patiëntendossier? Op dit soort vragen geeft de richtlijn allemaal antwoorden, die voortkomen uit wet- en regelgeving, maar ook uit jurisprudentie.”

Waar moeten mondzorgverleners in verband met spoedzorg vooral op letten?

“Op grond van de Wkkgz zijn zorgaanbieders verplicht om goede zorg te leveren. Dat wil zeggen zorg van goede kwaliteit, die veilig, doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht is, tijdig wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van een patiënt. Hierbij moet je handelen conform de professionele standaard, de rechten van de patiënt zorgvuldig in acht nemen en de patiënt met respect behandelen. Hieruit volgt dat een zorgaanbieder continuïteit van de zorg dient te waarborgen, waarbij het onder meer gaat om de spoedeisende zorg buiten reguliere openingstijden. In alle gevallen dient een tandarts zich ervan te vergewissen dat zijn patiënten in voorkomende gevallen een beroep kunnen doen op goede spoedeisende zorg, te leveren door gekwalificeerde tandartsen. “

Hoe wordt bepaald of een patiënt buiten praktijkuren gezien moet worden?

“De dienstdoende tandarts beoordeelt of en zo ja op welke termijn een patiënt moet worden gezien of behandeld. In de richtlijn zijn een aantal specifieke gevallen beschreven, bijvoorbeeld dat een spoedklacht van een kind zo snel mogelijk moet worden beoordeeld en dat bij forse acute pijnklachten een kind altijd gezien moet worden. Een nabloeding is telefonisch lastig te beoordelen. In zijn algemeenheid geldt dat de patiënt in dat geval binnen 60 minuten moet worden gezien. Bij avulsie geldt een tijdsbestek van 30-60 minuten.”

Op welke manieren kan de opvang van tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren geregeld worden?
“Tandartsen of tandartspraktijken kunnen onderling in een spoedgevallendienst de opvang van de spoedgevallen regelen. Wij raden aan het KNMT-modelreglement te gebruiken. Dit draagt bij aan duidelijkheid over de gemaakte afspraken.
Een andere mogelijkheid is om een contract af te sluiten met een spoedpraktijk. Een spoedpraktijk neemt voor tandartspraktijken de opvang van spoedgevallen buiten de praktijkuren over. De herziening van de richtlijn gaat in op deze mogelijkheid en geeft een aantal aanbevelingen hiervoor.”

Als er sprake is van een spoedgevallendienst, hoe moet die dan georganiseerd worden?

“Allereerst moet het verzorgingsgebied van de spoedgevallendienst bepaald worden. De dienstdoende tandarts en de patiënt moeten binnen redelijke tijd op de behandellocatie aanwezig kunnen zijn, idealiter binnen 30 tot 60 minuten. Deelnemers zijn tandartspraktijken die gevestigd zijn in dit verzorgingsgebied. Wij raden aan onderlinge afspraken vast te leggen in het KNMT-modelreglement.”

Als een tandartspraktijk gebruik maakt van een spoedpraktijk, wat moet er dan geregeld worden?

“In dat geval worden de afspraken vastgelegd in een contract of overeenkomst. Bij het afsluiten van een contract c.q. een overeenkomst voor waarneming met een spoedpraktijk wordt aanbevolen om afspraken te maken over:

  • de beoordeling en behandeling van spoedklachten;
  • de spoedtijden en de locatie van de spoedbehandeling;
  • de communicatie met patiënten
  • de wijze van declareren aan de patiënt en de terugkoppeling van de geboden zorg aan de tandartspraktijk;
  • de eisen waaraan dienstdoende tandartsen moeten voldoen
  • de aansprakelijkheid, het hebben van een klachten- en geschillenregeling en de wijze waarop met incidenten en calamiteiten wordt omgegaan;
  • de kosten van de dienstverlening, de omgang met geschillen en de wijze waarop wordt omgegaan met eventuele wijzigingen in of beëindiging van de overeenkomst.”

Heb je nog aanbevelingen voor mondzorgverleners?

“Onze aanbeveling is: leg de afspraken met de spoedgevallendienst goed vast. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een contract/overeenkomst met een spoedpraktijk. Maak daarnaast gebruik van de hulpmiddelen die de KNMT voor haar leden heeft ontwikkeld voor het toepassen van de richtlijn, zoals:

  • een handleiding voor triagemedewerkers (inclusief triageschema);
  • een modelreglement om afspraken in vast te leggen;
  • per onderdeel van de richtlijn een overzicht van de kernpunten.

Alle hulpmiddelen en de richtlijn ‘Opvang tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren’ zijn te vinden op www.knmt.nl/spoed.”

Webinar
Op woensdagavond 13 juli organiseert de KNMT Academy een webinar over deze herziene richtlijn. Tijdens dit webinar legt Wil van der Sanden uit welke wijzigingen er zijn doorgevoerd en geeft hij praktische tips over de toepassing en implementatie van de richtlijn in de praktijk.

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
kimo logo

KNMT en FTWV zetten door met Stichting KIMO

Het bestuur van het KIMO is verheugd dat de ALV van Vereniging Kennisinstituut Mondzorg heeft ingestemd met de omzetting van de rechtsvorm naar Stichting Kennisinstituut Mondzorg per 1 februari 2022.

Met dit besluit geven de KNMT en de FTWV een duidelijk signaal af verder te willen met het evidence-based ontwikkelen van hoogwaardige klinische praktijkrichtlijnen en verwante richtlijnproducten ten behoeve van de mondzorg. Met de oprichting van Stichting Kennisinstituut Mondzorg wordt deze ambitie voor de komende jaren veiliggesteld. Ook zullen eerder ontwikkelde KIMO-richtlijnen worden herzien. In samenspraak met het veld zal een nieuw meerjarenprogramma worden opgesteld en uitgevoerd. De belangrijkste wijziging is misschien wel dat de KNMT de komende jaren zorgdraagt voor financiering zodat het KIMO haar doelen kan verwezenlijken. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van financiering door het ministerie van VWS of andere partijen.

De nieuwe Raad van Toezicht bestaat uit de volgende leden:
• Eric Alkemade (KNMT)
• Rob Barnasconi (FTWV)
• Ellen van der Linden (KNMT)
• Nico Creugers (FTWV)
• Martin Heij (KNMT)
• Anke Kortier (FTWV)
• Reinout Reijnen (KNMT)

Het KIMO-bestuur blijft met Danielle Boonzaaijer en James Huddleston Slater vooralsnog ongewijzigd. Wel is er een positie vacant voor een derde bestuurslid. Maarten Jansen blijft als directeur verantwoordelijk voor het bureau. Met de start van Stichting KIMO wordt vrijwel gelijktijdig het eerste meerjarenprogramma 2017-2021 afgerond. De richtlijnen uit dat programma zijn opgeleverd, waarbij de laatste oplevering – van de richtlijn Antibioticumgebruik in de mondzorgpraktijk – naar verwachting in het voorjaar van 2022 zal plaatsvinden. Voor meer informatie neemt u contact op met Maarten Jansen, directeur KIMO: maarten.jansen@hetkimo.nl – 06 51314235.

 

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Richtlijn ergonomie voor mondzorgprofessionals

Richtlijn ergonomie voor mondzorgprofessionals

De FDI World Dental Federation publiceerde in april 2021 een ergonomierichtlijn voor mondzorgprofessionals.

Bekijk de ergonomierichtlijn van de FDI

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Nieuwe richtlijn KIMO over xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie

Nu gepubliceerd: nieuwe richtlijn KIMO over xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie

De KIMO-richtlijn Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie is gepubliceerd. Vooral oudere mensen kunnen te maken krijgen met xerostomie of hyposialie als gevolg van medicijngebruik. Hoe mondverzorgers xerostomie/hyposialie zoveel mogelijk kunnen beperken is onderwerp van deze nieuwe KIMO-richtlijn. dental INFO sprak hierover met em. prof. dr. Cees de Baat, voorzitter van de richtlijnontwikkelcommissie.

Bekijk de richtlijn op de website van KIMO:

Volledige richtlijn
Samenvatting
Patiënten versie
Implementatieplan

Waarom is deze richtlijn ontwikkeld?

“In overleg met het Zorginstituut Nederland en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het KIMO het initiatief genomen om drie praktijkrichtlijnen voor kwetsbare ouderen in haar programma voor de periode 2016-2020 op te nemen. Om prioriteiten van onderwerpen te inventariseren is een conferentie belegd met diverse groepen van zorgverleners en belangenvertegenwoordigers die zich betrokken voelen bij kwetsbare ouderen. Tijdens deze conferentie met 35 deelnemers van 25 verschillende beroepsgroepen zijn drie onderwerpen gekozen, waaronder de orale consequenties van medicatiegebruik en polyfarmacie. Al snel bleek dit onderwerp veel te breed voor één richtlijn en daarom is besloten het te beperken tot xerostomie/hyposialie.”

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

“Primaire doelgroepen van de richtlijn zijn tandartsen, tandarts-specialisten en mondhygiënisten. Maar de richtlijnontwikkelcommissie stelt met enige nadruk dat ook andere zorgverleners, bijvoorbeeld artsen en apothekers, er hun voordeel mee kunnen doen.”

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“Het KIMO heeft een richtlijnontwikkelcommissie ingesteld. Deze bestond uit een epidemioloog/richtlijnmethodoloog, een apotheker, een arts die werkzaam is bij het Bijwerkingencentrum Lareb, een vertegenwoordiger van de Patiëntenfederatie, een mondhygiënist, een hoogleraar orale geneeskunde, een emeritushoogleraar gerodontologie, een tandarts-algemeen practicus, een tandarts-geriatrie en een tandarts-geriatrie die ook werkt als algemeen practicus.

De epidemioloog/richtlijnmethodoloog heeft een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd en de gegevens hiervan verwerkt met behulp van enkele andere leden van de commissie. Zoals tevoren al verwacht, leverde dit slechts beperkt wetenschappelijk bewijs op. Om toch tot verantwoorde aanbevelingen te komen, is gebruikgemaakt van de kennis en de ervaring van alle commissieleden.”

Kunt u iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“De richtlijn kent zeven aanbevelingen. Veel aandacht wordt besteed aan de medicamenten die xerostomie/hyposialie als bijwerking kunnen hebben. Dit betreft meer dan 100 van de in het Farmacotherapeutisch Kompas vermelde medicamentgroepen. Voor patiënten bij wie xerostomie/hyposialie is vastgesteld zijn de frequentie van periodieke mondonderzoeken, het gebruik van speekselsubstituten of speekselstimulantia en de preventie en behandeling van (wortel)cariës aandachtspunten. Verder besteden twee aanbevelingen aandacht aan het informeren van patiënten die de oorzakelijke medicatie krijgen voorgeschreven en aan mogelijk overleg tussen tandarts, voorschrijver van de medicatie en apotheker.”

Ontstaan de problemen vooral door polyfarmacie of kan ook een enkel medicijn de oorzaak zijn?

“Een enkel medicament kan het probleem veroorzaken, maar ook de combinatie van enkele medicamenten. Grappig is wel dat het niveau van wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen gebruik van een bepaald medicament en xerostomie/hyposialie doorgaans laag is, terwijl dit niveau voor polyfarmacie hoog is.”

In de richtlijnen staat een lange lijst met medicijnen waarbij mondzorgverleners alert moeten zijn op problemen rond xerostomie en/of hyposialie. Hoe moeten ze dat in de praktijk aanpakken?

“De bedoeling is niet dat mondzorgverleners het gebruik van een of meer medicamenten als uitgangspunt nemen voor het eventueel treffen van maatregelen. Hun uitgangspunt moet zijn: een klacht van een patiënt of het vermoeden van xerostomie/hyposialie op grond van hun eigen waarneming. Letterlijk vermeldt de richtlijn: indien een patiënt meldt dat hij of zij hinder ondervindt van een droge mond of wanneer bij mondonderzoek tekenen worden gezien van monddroogheid, dient een mondzorgverlener na te gaan of de patiënt medicamenten gebruikt waarvan bekend is dat deze xerostomie en/of hyposialie kunnen veroorzaken.”

Kun je preventief iets doen of pas als er klachten zijn?

“Preventief handelen bij gebruik van een medicament dat op de ontzettend lange ‘zwarte’ lijst staat, is overdreven. Mondzorgverleners wordt gevraagd attent te zijn op het mogelijke probleem bij het afnemen van de anamnese en bij het verrichten van hun orale onderzoek. De eigen waarneming van mondzorgverleners is dus even belangrijk als het registreren van klachten. Extra attentie is gevraagd bij elke wijziging in of uitbreiding van de medicatie.”

 Is de aanpak van xerostomie/hyposialie als gevolg van medicatie anders dan wanneer het een andere oorzaak heeft?

“Naast medicatie zijn radiotherapie in het hoofd-halsgebied, chemotherapie voor kanker elders in het lichaam en het syndroom van Sjögren de belangrijkste oorzaken van xerostomie/hyposialie. De gevolgen voor de speekselsecretie zijn nagenoeg onafhankelijk van de oorzaak. Daarom zijn ook de preventieve maatregelen en de behandeling niet verschillend. Ongeacht de oorzaak, is de mate van reductie van de speekselsecretiesnelheid in rust en na stimulatie een belangrijke overweging bij de aanpak.”

 Hoe kun je cariës en erosie voorkomen bij xerostomie/hyposialie?

 “De richtlijn vermeldt als belangrijke aanbeveling het volgende: ‘Zodra een mondzorgverlener bij patiënten met xerostomie/hyposialie tekenen ziet van erosie en/of cariës op gebitsvlakken die gewoonlijk niet snel worden aangetast (cervicale regio, gladde vlakken) moet het interval tussen periodieke mondonderzoeken worden verkort en een effectief fluoridebeleid worden ingesteld.’ Voor de uitgebreide details van dat fluoridebeleid verwijs ik naar paragraaf 2d van de richtlijn.”

 Kan xerostomie/hyposialie reden zijn om de medicatie aan te passen? Wat kun je als mondzorgverlener daar in doen?

“Met deze vraag komen we op een lastig terrein. In de commissie hebben we hier intensief over van gedachten gewisseld. De inbreng van de arts en de apotheker zijn daarbij erg belangrijk geweest.

Allereerst hebben we met elkaar vastgesteld dat het heel verstandig kan zijn deze mogelijkheid te onderzoeken. Er zijn diverse opties. Soms kan een medicatie eenvoudig worden gestopt omdat bijvoorbeeld de indicatie voor de medicatie niet meer actueel is. Verder kan gedacht worden aan aanpassing van het moment van inname en verlaging van de dosering. Ook vervanging van een medicament door een ander medicament uit dezelfde medicamentengroep kan een optie zijn. Deze mogelijkheid valt zeker te overwegen omdat hiermee bij antidepressiva goede ervaringen zijn opgedaan.

Vervolgens waren wij van mening dat dit altijd goed overleg vereist tussen tandarts, voorschrijver van het medicament en apotheker. Dit overleg vereist een open houding van alle drie, waarbij uiteraard de gezondheid en het welzijn van de desbetreffende patiënt centraal moeten staan en niet de ego’s van de zorgverleners.”

Heeft u verder nog tips voor mondzorgverleners?

“Jazeker. Mondzorgverleners kunnen de richtlijn pas goed toepassen als zij van iedere patiënt weten welke medicatie wordt gebruikt. Dat is een kwestie van hieraan goed aandacht besteden in de medische anamnese en bij elk nieuw bezoek vragen of er wijzigingen zijn. Erg behulpzaam daarbij is een actueel medicatieoverzicht dat patiënten kunnen opvragen bij de apotheek. Nog mooier zou het zijn als tandartsen toegang krijgen tot de medicatieoverzichten in het Landelijk Schakel Punt (LSP). Nu is dat nog niet geregeld, maar dat komt er wel aan. Daarom adviseert de richtlijnontwikkelcommissie tandartsen zich aan te sluiten bij het LSP, zodra dit mogelijk is.”

Interview door Yvette in ’t Velt voor dental INFO met Cees de Baat, emeritus hoogleraar gerodontologie en voorzitter van de richtlijnontwikkelcommissie Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie.

Bekijk de richtlijn op de website van KIMO:

Lees meer over: Kennis, Medisch | Tandheelkundig, Richtlijnen, Thema A-Z
Behandeling van parodontitis I, II en III – uitleg van parorichtlijn van EFP

Behandeling van parodontitis I, II en III – uitleg van parorichtlijn van EFP

Kort geleden is de EFP clinical practical guideline (CPG) gepubliceerd, voor de behandeling van parodontitis stage I, II en III. Deze guideline is vrij toegankelijk voor iedereen in het Journal of Clinical Periodontology, onder het kopje “Treatment of Stage I-III periodontitis – The EFP S3 level clinical practical guideline.”

De reden tot het opstellen van een transparante guideline, was dat er nog geen evidence based guideline bestond voor de behandeling van parodontitis. Een CPG is bedoeld om behandelaars aanbevelingen te geven, gebaseerd op het best beschikbare bewijs voor diagnostiek en behandeling, maar ook om de behandelaar te vertellen wanneer ergens geen bewijs voor is. Het opstellen van een CPG vindt altijd plaats volgens een vast protocol.

Definities

Parodontale gezondheid wordt gedefinieerd als “afwezigheid van klinisch detecteerbare ontsteking”, met BOP (bleeding on probing) op < 10% van de locaties.

Gingivitis

Gingivitis wordt gedefinieerd als “aanwezigheid van klinisch detecteerbare ontsteking, met > 10% van locaties met BOP (bleeding on probing).

Bij zowel parodontale gezondheid als bij gingivitis is er geen sprake van klinisch en/of röntgenologisch detecteerbaar aanhechtingsverlies.

Parodontitis

Parodontitis wordt gedefinieerd als detecteerbaar aanhechtingsverlies van parodontaal weefsel. Dit aanhechtingsverlies geeft vervolgens ruimte voor het aanstaan van pockets. Dit aanhechtingsverlies kan röntgenologisch worden vastgesteld, of klinisch door middel van pocket-meting.

Stapsgewijze parodontale behandeling

De parodontale behandeling dient stapsgewijs plaats te vinden, met een vooraf opgestelde therapie. Welke behandeling er plaats vindt, is afhankelijk van in welke fase van parodontitis de patiënt zich bevindt; de behandeling neemt per fase progressief toe. Wanneer een patiënt gediagnosticeerd wordt met parodontitis, dient deze diagnose bevestigd te worden door de fase én gradatie vast te stellen. Dit dient op een systematische manier te worden aangepakt, als volgt:

Eerst wordt met intra-oraal en röntgenologisch onderzoek een parodontale diagnose gesteld, hierbij wordt de fase én gradatie vast gesteld:

  • ASA-score bepalen
  • Tandheelkundige voorgeschiedenis
  • Hoofdvraag van de patiënt
  • Intra-oraal onderzoek (per sextant), aanhechtingsverlies noteren
  • Wanneer patiënt paro-suspect is, dan x-rays (solo-opnames met apicaal gebied ook erop) en parodontium-status vervaardigen

Vervolgens volgt actieve therapie door middel van stap 1 en stap 2.

Stap 1

Supra-gingivale plaque-verwijdering door de patiënt zelf (interdentale reiniging en electrische tandenborstel) in combinatie met supra-gingivale tandsteen-verwijdering door de professional. Eliminatie van risicofactoren (roken, diabetes, etc), gedragsverandering en motivatie.

Stap 2

Sub-gingivale professionele reiniging (optioneel onder lokaal anesthesie) en aanvullende therapie. Onder aanvullende therapie valt het voorschrijven van een mondspoeling (met chloorhexidine), lokaal en/of systemische antibiotica, occlusale aanpassingen en spalken van hypermobiele elementen. Tot slot worden de elementen die niet meer te redden zijn, geëxtraheerd.

Stap 1 geldt voor elke casus, stap 2 voor alle aangedane elementen.

Herbeoordeling na 8 – 24 weken

Beoordeling of de parodontitis stabiliseert, met een gezonde gingiva (< 10% BOP), smalle pockets van ≤ 4mm en afwezigheid van pockets > 4mm met BOP. Wanneer er aan deze criteria wordt voldaan, wordt de patiënt in een supportive periodontal care (SPC) programma geplaatst. Wanneer niet aan deze criteria wordt voldaan (d.w.z. pockets ≥ 4mm met BOP aanwezig zijn óf diepe parodontale pockets ≥ 6 mm), belandt patiënt in stap 3.

Stap 3

Parodontale chirurgie wordt uitgevoerd om plaque-verwijdering voor de patiënt eenvoudiger te maken (door de morfologie aan te passen) en langdurig behoud van het parodontium na te streven. Voorbeelden hiervan zijn flap-chirurgie, furcatie-therapie en regeneratie-chirurgie.

Met de Periodontal Risk Assessment kan per individu het parodontale risico bepaald worden, én wordt er een suggestie gegeven voor de te hanteren recall-termijn (levenslang).

Stap 4

Supportive periodontal care à plaque-verwijdering door de patiënt, preventieve middelen en professionele plaque-verwijdering.
Mocht de parodontale situatie van de patiënt onverhoopt opnieuw verslechteren, dan kan de professional ingrijpen en de patiënt terug naar stap 2 plaatsen.

Verslag van het webinar van Prof. Mariano Sanz voor de European Federation of Periodontology, door tandarts Jacolien Wismeijer.

 Lees ook: Nieuwe richtlijn Parodontologie in de algemene praktijk

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Richtlijnen
Oud, rolstoel

Nieuwe KIMO-richtlijn Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen gepubliceerd

Bij KIMO verscheen onlangs de Klinische praktijkrichtlijn Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen. Hierin wordt beschreven hoe mondzorg thuis georganiseerd zou moeten worden voor ouderen die niet meer naar de praktijk kunnen komen. dental INFO vroeg prof. dr. Anita Visser, voorzitter van de Richtlijn Ontwikkel Commissie, naar het wat en hoe van deze richtlijn.

Waarom is deze richtlijn ontwikkeld?

“Veel kwetsbare ouderen die nog thuis wonen blijven verstoten van mondzorg. Zij weten vaak niet dat de mondzorgverleners ook aan huis kunnen komen. Daarnaast willen veel mondzorgverleners wel mondzorg aan huis leveren, maar weten niet goed hoe ze dat zouden moeten organiseren. Hierdoor is er een drempel voor het verkrijgen en leveren van mondzorg aan huis. Met deze richtlijn hopen we mondzorgverleners handvatten te geven om mondzorg aan huis goed te kunnen organiseren. Het gaat veelal om eerstelijnsmondzorgverleners, zoals tandartsen, tandartsspecialisten, mondhygiënisten en tandprothetici. Maar ook andere zorgverleners in de mondzorgpraktijk of zorgverleners die op een andere manier betrokken zijn bij de zorg voor kwetsbare ouderen kunnen hun voordeel doen met deze richtlijn, zoals huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundigen thuiszorg.”

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

“KIMO heeft een invitational conference georganiseerd waarbij veel deskundigen aanwezig waren. Op deze bijeenkomst werd het belang voor het ontwikkelen van deze richtlijn onderschreven. Daarna is er een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) samengesteld, die gezamenlijk bepaald heeft wat de uitgangsvragen voor de richtlijn zouden moeten zijn. Vervolgens is geprobeerd om deze vragen met behulp van PICO’s te beantwoorden. Al snel bleek dat er voor de gekozen uitgangsvragen geen noemenswaardige literatuur beschikbaar was. KIMO heeft toen besloten dat de richtlijn ontwikkeld zou worden op basis van de meningen van de experts in de ontwikkelcommissie. Uitgangspunt hierbij is dat de ervaringen en meningen van de experts veel waard zijn.”

Hoe ben jij betrokken geraakt bij de richtlijn?

“KIMO-voorzitter Maarten Jansen heeft ruim twee jaar geleden gevraagd of ik voorzitter wilde worden van de te ontwikkelen richtlijn. Ik zei echter meteen nee. Ik had het druk en zag het niet zitten om veel te moeten reizen en veel tijd te steken in iets waar zo’n negatieve sfeer om heen hing en wat mogelijk alleen maar gedoe zou opleveren. In die tijd was er namelijk veel discussie over het feit dat er richtlijnen moesten komen. Maarten was even stil, maar liet zich niet afschepen. Hij vond dat ik het eigenlijk niet kon weigeren en dat ik een verkeerd beeld had van het geheel. Hij meende dat ik de expertise in huis had om de klus te kunnen klaren en als kersverse hoogleraar gerodontologie ook de aangewezen persoon was. Hij meende dat ik de uitdaging gewoon moest aangaan. Omdat hij een goed betoog had waarin duidelijk werd dat de beroepsgroep de richtlijnen moet maken en ik ook wel van uitdagingen houd, ging ik toch overstag. Ik realiseerde mij dat als wij als beroepsgroep zelf geen richtlijnen maken, VWS het voor ons gaat doen en dat moeten we denk ik vooral niet willen.”

En hoe was het vervolgens om voorzitter te zijn?

“Ik heb avonden in de auto gezeten op weg van Groningen naar Utrecht en weer terug om met de door KIMO samengestelde Richtlijn Ontwikkel Commissie aan de richtlijn te werken. Vanaf dag 1 kreeg ik lol in mijn nieuwe taak. Ik had een leuke commissie toebedeeld gekregen en een heel goede richtlijnmethodoloog. De bijeenkomsten waren behalve nuttig ook erg gezellig. Samen met de mensen uit het team voelde het niet meer als een klus, maar als een mooi project. We stelden mooie uitgangsvragen op en iedereen kreeg de kans om zijn expertise in te zetten. Zo hadden we bijvoorbeeld Ilona Persoon aan boord voor hygiëneaspecten in het kader van de infectiepreventie en Erwin Berkhout voor de vraag over mobiele röntgen. Alle commissieleden hadden zo hun eigen specifieke inbreng. Het werk werd goed verdeeld. Ik heb het als een mooi en vooral leerzaam project ervaren en ben blij dat Maarten mij gevraagd en overtuigd heeft. Het is goed dat de richtlijn er is en niet door VWS is opgesteld. Ik denk oprecht dat het een richtlijn is die algemeen practici handvatten geeft om zorg aan huis te kunnen bieden. En hopelijk ook bijdraagt aan het verlagen van de drempel om zorg aan huis te gaan verzorgen.”

Kun je iets vertellen over de inhoud van de richtlijn?

“De belangrijkste uitgangspunten zijn: hoe kan ik de zorg veilig leveren en hoe zit het met de wet- en regelgeving hierbij? De richtlijn beschrijft niet hoe er vakinhoudelijk gehandeld moet worden, maar is puur bedoeld voor de organisatie rondom het huisbezoek en de mondzorg die geleverd wordt.

Veel mensen denken overigens dat richtlijnen dikke pakken papier met tekst zijn waar je niet door komt, maar niets is minder waar. Het enige wat je moet doen is de uitgangsvragen en de aanbevelingen lezen. Dat past op een handjevol A4-tjes. De rest van de tekst bevat achtergrondinformatie, verantwoording voor de richtlijn, uitgangsvragen en aanbevelingen.”

Hoe komt mondzorg in de thuissituatie tot stand?

“Het begint veelal met mondproblemen bij een zorgafhankelijke aan huis gebonden oudere, waarbij deze oudere of iemand uit zijn omgeving van mening is dat de zorg van een mondzorgprofessional noodzakelijk is. Het gaat dan bijvoorbeeld om pijnklachten, kauwproblemen, een slecht passende prothese of een droge mond. Als die oudere daadwerkelijk niet in staat blijkt te zijn om naar een mondzorgpraktijk te gaan, dan kan er contact opgenomen worden met een mondzorgverlener.

De mondzorgverlener zal met de richtlijn in de hand een aantal vragen stellen over bijvoorbeeld de noodzaak van een bezoek aan huis en de reden van de zorgvraag. Wanneer de oudere en mondzorgverlener overeengekomen zijn dat mondzorg aan huis gerechtvaardigd is, dan kan een mondzorgverlener voor een eerste consult naar de oudere thuis gaan.”

Kunnen álle behandelingen in een thuissituatie verricht worden?

“Nee. Mondzorg is in principe thuis mogelijk als het huis toegankelijk is en er schoon en veilig gewerkt kan worden. De beste mondzorg kan echter alleen plaatsvinden in de mondzorgpraktijk. Mondzorg aan huis beperkt zich veelal tot basale mondzorg zoals het opheffen van pijnklachten, bijvoorbeeld door het verwijderen van een tand of kies, of het aanpassen of vervaardigen van prothetische voorzieningen. Ook preventie van slechte mondgezondheid is belangrijk. Het gaat in deze situatie vaak niet meer om uitgebreid restauratief handelen, maar mochten restauraties noodzakelijk zijn, dan zijn daar tot op zekere hoogte wel mogelijkheden voor. Maar duidelijk moet zijn, dat de beste mondzorg in de praktijk geleverd kan worden.”

Hoe is mondzorg aan huis financieel geregeld?

“Mondzorg valt niet onder de basiszorg, tenzij er voldaan wordt aan een aantal voorwaarden zoals gesteld is onder de regeling bijzondere tandheelkunde. In de meeste gevallen wordt hier niet aan voldaan, dus zijn de kosten voor eigen rekening. Dit zou wel vergoed kunnen worden vanuit een aanvullende tandartsverzekering.”

Heb je nog tips voor mondzorgverleners?

“Veel mondzorgverleners ervaren een hoge drempel om naar ouderen toe te gaan. Het verlenen van basale mondzorg is echter niet zo ingewikkeld als dat sommigen denken. Het kan veel voldoening geven als je mensen die het al moeilijk hebben omdat ze zo aan huis gebonden zijn, kunt helpen met het behoud of herstellen van de mondgezondheid. Een goede mondgezondheid is immers belangrijk voor de kwaliteit van leven. “

Cruijf zei ooit:

‘Je ziet het pas als je het doorhebt.’ En dat is hier zeker van toepassing.

Interview door Yvette in ’t Velt met prof. dr. Anita Visser, hoogleraar gerodontologie en voorzitter van de Richtlijn Ontwikkel Commissie Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen.

Bekijk de richtlijn Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen op de website van KIMO 

Op de website van KIMO vind je ook een samenvatting, patiëntenversie, implementatieplan, schema indicatie en zorgverlening, schema Röntgenologisch onderzoek in de thuissituatie en schema Oncöperatieve en/of wilsonbekwame kwetsbare ouderen.

 

 

 

 

Lees meer over: Kennis, Ouderentandheelkunde, Richtlijnen, Thema A-Z