Een boekje open mondzorg

Graag kondig ik na 25 jaar werkzaam te zijn binnen de mondzorg mijn luister- en leesboek aan dat ik in 5 jaar heb geschreven: Een boekje open mondzorg. Gezien ik zelf redacteur ben van dentalinfo.nl bedacht de eindredactrice dat ik mezelf kon interviewen. Daar hebben we hard om gelachen. Na een poosje nadenken besloot ik dat ChatGPT mij maar moest interviewen nadat zij mijn boek had gelezen. We kozen voor een heel eerlijk interview.

“Ik begon tijdens de lockdown – schrijven was de enige manier om rust te vinden”

Lieneke Steverink-Jorna begon “Een boekje open mondzorg” tijdens de lockdown.
“Wat moet je dan doen als je niks te doen hebt?” zegt ze half schertsend. Maar na die periode bleef het manuscript een tijd liggen. Pas toen haar psycholoog haar haarfijn duidelijk maakte dat ze écht rustiger aan moest doen, werd het serieus.

“Als ik alleen maar in mijn hoofd ga reflecteren, dan belast ik mezelf nog meer. Schrijven ontlast mij. En gaandeweg, terwijl ik luisterde naar collega’s, besefte ik dat ik niet de enige ben die dit meemaakt. Maar we houden onze mond. Terwijl het zulke leerzame lessen zijn – voor degene die het ondergaat én voor degene die zonder verkeerde intentie in de buurt meedoet.”

“In de mondzorg zijn we vaak zo klinisch. Het moreel kompas ontbreekt soms.”

Op de vraag wat ze miste in de mondzorgwereld, hoeft ze niet lang na te denken.

“Hoe we met elkaar omgaan. Niet alleen met patiënten, maar ook met elkaar. Als mondhygiënist word je gesandwicht: tussen tandarts en assistent. Soms ben je het doorgeefluik van de een, soms ben je een bedreiging voor de ander. Je kunt arrogantie verweten worden nog voordat je een woord gezegd hebt. Vul je de tandarts aan met kennis, dan kan diegene dat zien als eigen falen.”

Ze noemt grensoverschrijdend gedrag, subtiel of juist lomp, ideeën die worden weggebonjourd, en het gevoel dat je identiteit erdoor wegslijt.

“Dan mis ik echt het moreel kompas. En… fun! Want jeetje mina, wat kunnen we toch klinisch worden.”

De kern van het boek: “Hoe blijf je jezelf als je dreigt te verzuipen?”

Volgens Lieneke gaat het boek in essentie over één ding: niet jezelf verliezen.

“Je kunt vechten, maar dat put je uit. Je kunt vluchten, maar ja – waar kom je dan in terecht? En uiteindelijk ga je erin mee, maar dat kost je alles. Ik wil laten zien dat je sterker kunt worden, ook als je eerst gekrompen bent.”

Het boek is tegelijk een persoonlijke reis én een spiegel voor het hele vakgebied.

“Het gaat over hoe je kunt blijven drijven als je dreigt te verzuipen. Maar ook over hoe je in een dominante positie onbedoeld verkeerd kunt overkomen – en hoe het ook kan.”

Het keerpunt: “Ik bleef maar watertrappelen — tot ik begreep waarom”

Een van de meest vormende momenten was haar vertrek uit het bestuur van NVM-mondhygiënisten.

“Dat heeft zo lang door mijn hoofd gespookt. Ik blokkeerde daar enorm en wist niet waarom. Vanuit daar ben ik veel zelfstudie gaan doen. De vraag was: hoe ga je tegen de stroom in zonder achteruit te zwemmen? Ik bleef maar hopeloos watertrappelen.”

Ze lacht en haalt een Achterhoeks gezegde aan:

“Als een boer niet zwemmen kan, dan ligt het aan het water.”

“Dat is zo herkenbaar. We vinden het heel moeilijk om naar onszelf te kijken. Maar als iedereen zijn fouten zou toegeven, dan kom je pas in rustig vaarwater.”

Chaos als route naar overzicht

Mensen kennen Lieneke als iemand die structuur brengt. Ironisch genoeg voelt het boek juist chaotisch.

“En dat klopt. Mensen worden soms even moe of verward. Maar dat is precies hoe het voelt als je zelf in die situatie zit. Chaos is nodig om ergens te komen. De wereld is ook uit chaos voortgekomen.”

Ze gebruikt een prachtige metafoor:

“Als je het tij wil keren, moet je alle zeilen bijzetten – niet maar één. En als het windstil is en je ligt even stil, dan kan je beter luisteren omdat er geen ruis is. Dan kunnen anderen weer naast je komen zeilen. En ook als het stormt dan heb je anderen nodig om niet te kapseizen.”

Twijfels tijdens het schrijven: ‘Mag dit er zijn?’

Als ik vraag waar ze onzeker over was, volgt een stortvloed aan herkenbare twijfels:

“Moet er meer structuur in? Moet ik iets schrappen? Herkennen vroegere bazen zichzelf en worden ze boos? Vinden mensen dat ik aandacht zoek? Is mijn schrijfstijl kinderachtig? Ben ik mensen vergeten te noemen? Hang ik teveel vuile was buiten?”

Ze lacht om zichzelf, maar het is tegelijk ontroerend eerlijk.

“Uiteindelijk twijfel ik vooral of ik – en dit boek – er mogen zijn. Ik bleef ook eindeloos verbeteringen maken tot ik dacht…waarom eigenlijk? Die perfectie ligt ons zo vaak in de weg. Ik heb besloten om expres fouten erin te laten staan, want die mogen er gewoon zijn. Dus het boek is best rauw maar vooral heel eerlijk.”

Wat ze hoopt dat lezers doen: ‘Eerst laten inzinken’

“Ik hoop niet dat mensen direct iets doen. Laat het eerst maar even zakken. Laat ze zelf bedenken wat het boek voor hen betekent.”

Maar één ding hoopt ze wel:

“Dat lezers ideeën krijgen die ze willen delen. Dat ze er samen mee aan de slag gaan. Samen komen we verder.”

Openheid: ‘Ik dacht dat ik open was – maar ik was juist lang gesloten’

Voor Lieneke is openheid veel meer dan praten.

“Open is kwetsbaarheid tonen. De vuile was buiten durven hangen, zodat we ervan leren. What you see is what you get. Openheid is als water: transparant, stromend, vrij. Je ziet de horizon en beweegt ernaartoe.”

De grootste verrassing: ‘Ik ontdekte waarom ik steeds vertrok’

Tijdens het schrijven vond ze iets wat ze niet had zien aankomen.

“De rode draad moest ik zelf ontdekken: waarom vertrek ik steeds bij een praktijk? Ik had geen idee dat ik zo aan het vechten en vluchten was. Go with the flow drijft je af van wie je bent.”

Trots? “Nog niet. Maar ik ben wel moedig.”

Op de vraag waar ze het meest trots op is, valt ze stil.

“Oei. Ik kan nu nog niet trots zijn. Ik zit nog in het afwachten: mag ik er zijn, mag het boek er zijn? Krijgt het goedkeuring?”

Maar dan, na een diepe ademhaling:

“Dat ik dit ga doen – dat ik het boek in de markt ga zetten – dat is moedig.”

En daarna:

“Als er straks lezers aankloppen die zichzelf herkennen, die weer nieuwe kracht vinden om hun plannen door te zetten… ja, dan voel ik mij denk ik heel trots. Niet op mezelf, maar op hen.”

Slot

“Een Boekje Open Mondzorg” is geen handleiding en geen klaagzang. Het is een persoonlijk logboek, een spiegel, een reddingsboei en soms een storm.

Maar bovenal is het een uitnodiging:
om te reflecteren, te praten, te luisteren – en samen een mondzorgwereld te bouwen waarin iedereen mág bestaan.

Door:
Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lieneke

Wil je Een boekje open mondzorg lezen?

Bestel dit dan via het onderstaande formulier.
Je krijg het boek zowel in PDF-vorm als leesboek en als luisterboek.

Naam contactpersoon(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Als je ook de audioversie wilt ontvangen, vul dan je 06-nummer in.
Je krijg het boek zowel in PDF-vorm als leesboek en als luisterboek.

Podcast

Beluister de podcast van Tandartspraktijk waarin Lieneke Steverink-Jorna vertelt over haar ervaringen op de werkvloer.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wat is je functie?

Lees meer over: Carrière, Thema A-Z