Leidinggeven, welke stijl hanteert u?

Leidinggeven, welke stijl hanteert u?

Het succes van de organisatie hangt in steeds belangrijker mate af van de mensen die erin werken. De tijd dat er topdown geregeerd werd, is verleden tijd. De belangrijkste taak van leidinggevenden is om de medewerker te helpen bij zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor creëer je toegevoegde waarde voor de organisatie. Wanneer je als leidinggevende in staat bent om je medewerkers en teams verantwoordelijkheid te geven en ze mee laat denken over veranderingen en verbeteringen spreek je over empowerment. Hierdoor wordt leidinggeven steeds meer een coachings proces. Coachen wil zeggen “iemands potentiële kwaliteiten vrijmaken, zodat zijn prestaties en leervermogen verbeteren”

Leiderschapsstijlen

“Veel gemaakte fout is dat veel leidinggevenden functioneren en presteren als één geheel zien”

Elke medewerker vraagt om een andere stijl van leidinggeven, dit heet situationeel leidinggeven. Dit vergt tijd een aandacht van de leidinggevende. Leidinggeven kost tijd, dat doe je er niet ‘even’ bij. Veel gemaakte fout is dat veel leidinggevenden functioneren en presteren als één geheel zien. Het is belangrijk is om eerst de medewerkers te karakteriseren om een goed onderscheid te kunnen maken tussen capaciteiten en motivatie. Twee vragen zijn dus van belang:

  1. In hoeverre is de medewerker capabel?
  2. In hoeverre is de medewerker gemotiveerd?

Pas wanneer je dit duidelijk hebt vastgesteld kun je je stijl van leidinggeven/coachen hierop af stemmen.

Skill/will matrix

Het kwadrant dat je op de afbeelding ziet is als volgt opgebouwd:

  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen kunnen en willen.
  • Links boven: een medewerkers is niet capabel, wel gemotiveerd oftewel hij/zij wil wel maar kan het niet, jouw stijl van leidinggeven is instruerend.
  • Rechts boven: een medewerker is capabel en gemotiveerd oftewel hij/zij kan en wil, jouw stijl van leidinggeven aan deze persoon is delegerend.
  • Rechts onder: een medewerker is capabel maar niet gemotiveerd oftewel hij/zij kan het wel maar wil niet, jouw stijl van leidinggeven aan deze persoon is coachend.
  • Links onder: een medewerker is niet capabel, niet gemotiveerd oftwel hij/zij kan het niet en wil ook niet, dan is jouw stijl van leidinggeven corrigerend/confronterend.

Instrueren, delegeren, coachen of corrigeren, hoe pak je dit aan?

Instrueren: taakgericht en didactisch
Dit betreft bijvoorbeeld een nieuwe medewerker of een stagiaire. Als leidinggevende moet je aandacht besteden aan concrete taken van de medewerker. Je kunt het uitleggen en voordoen. Meelopen met een ervaren collega om een en ander te ervaren is belangrijk. Zeer frequent feedback geven is noodzakelijk om de medewerker in de richting te krijgen die jij graag wilt. Leidinggeven aan deze medewerker is taakgericht en didactisch.

Delegeren: aandacht geven en richting bieden
Dit betreft in veel gevallen de medewerkers die al een tijdje in dienst zijn en zelfstandig hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. Delegeren is aandacht geven en richting bieden. Geef deze mensen veel vrijheid om de werkzaamheden naar eigen inzicht uit te voeren. Globale aanwijzingen zijn voldoende. Door voortgangsrapportages en steekproefsgewijs resultaten te bekijken krijg je inzicht in het functioneren. Vraag met regelmaat hoe het gaat en of er vragen zijn, vergeet niet dat ervaren medewerkers ook behoefte hebben aan erkenning en een compliment.

Coachen/counselen: vertrouwensrelatie is noodzakelijk
Bij de coachende stijl van leidinggeven is een vertrouwensrelatie noodzakelijk! Deze medewerker kan wel maar wil (even) niet. Je ziet dit bij ervaren medewerkers wanneer er bijvoorbeeld veranderingen worden doorgevoerd en ook bij oudere medewerkers die het al jaren zo doen en niet van plan zijn om te veranderen. Er is ontevredenheid of wellicht angst ontstaan waardoor deze medewerkers weerstand bieden. Als leidinggevende is het van belang om te ondersteunen en aandacht te geven aan het welbevinden van de medewerker. Als leidinggevende moet je de tijd nemen en geregeld in gesprek gaan, je open stellen voor de beleving van de medewerker. Erkenning en een luisterend oor zijn belangrijk. Een vertrouwensrelatie is van belang wil de medewerker het achterste van zijn tong laten zien.

Corrigeren/confronteren; hard op inhoud, zacht op relatie:
Dan heb je nog de mensen die niet willen en niet kunnen. Dit kunnen medewerkers zijn die nieuw in de organisatie komen en er eigenlijk helemaal geen zin in hebben. Veelal treft dit ook medewerkers die al lange tijd in de organisatie meedraaien en die niet mee kunnen met veranderingen. Bijvoorbeeld het invoeren van nieuwe innovaties, gebruik van internet bij rapportages of patiëntcontacten etc. “Ik heb het altijd zo gedaan en nu moet het anders, daar doe ik niet aan mee”.

Als leidinggevende wordt er een taak én mensgerichte benadering verwacht. Geef heldere en concrete feedback. Op welke punten zijn de resultaten onvoldoende, maak duidelijk waar de medewerker tekort schiet. Confronteren is soms vereist, zeker als een medewerker niet openstaat voor feedback. Als leidinggevende dien je wel aandacht te besteden aan emoties en persoonlijke kwetsbaarheid.

Kennis, techniek, inzicht en tijd
Kortom, leidinggeven vraagt om kennis, techniek, inzicht en tijd. Vooral dit laatste schiet er nog weleens bij in. Iedere medewerker doorloopt het kwadrant op bepaalde momenten. De stijl van leidinggeven dien je dus altijd af te stemmen op de persoon en op het moment. Wanneer je dit goed ten uitvoer weet te brengen creëer je op natuurlijke wijze autoriteit en acceptatie. Daar komt geen ego aan te pas.

Door: Thalita Smit, van Smit en Cornelder Bedrijfstrainingen, Dit bedrijf ontwikkelt het commercieel vermogen van niet-commerciële mensen in de paramedische- en zorgsector en geeft de training Training Resultaatgericht coachen van medewerkers en stagiaires.

 

 

Lees meer over: Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z

Mondzorg voor ouderen in zorgopleiding mbo en hbo

Hogeschool Utrecht (HU) en ROC Midden Nederland (ROC MN) gaan zorgopleidingen in het mbo en hbo helpen om het onderwerp ‘mondzorg voor ouderen’ in het onderwijs op te nemen. Zij ontvangen hiervoor subsidie van ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, meldt de website van Hogeschool Utrecht.

Mondzorg voor ouderen krijgt momenteel veel belangstelling in de media. Onderzoeken laten zien dat het slecht gesteld is met de mondgezondheid van ouderen in Nederland.

Project HU en ROC MN

Er is al een onderwijsmodule over mondzorg in het Nationaal Programma Ouderenzorg maar hier wordt nu weinig gebruik van gemaakt. Bij het nieuwe project van de HU en ROC MN worden mbo’s geholpen met de implemenatie van deze module. De module wordt uitgebreid met voorbeelden en begrippen die gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Hierdoor is het pakket ook geschikt voor het hbo en worden hbo-docenten hierover bijgeschoold.

De HU en ROC MN startten in december 2014 het project ‘Mondzorg bij ouderen; bewustwording onder zorgprofessionals’. Het doel van dit project is om de kennis en het bewustzijn van de verzorgenden en verpleegkundigen te vergroten als het gaat om dagelijkse mondverzorging.

Andere initiatieven

Eerder startten andere initiatieven om de mondzorg van ouderen te verbeteren. Zo ontwikkelde de KNMT ontwikkelde samen met TNO en Zorg voor Beter poetsinstructiekaarten voor ouderen, verplegenden, verzorgenden en mantelzorgers en een praktijkwijzer voor tandartsen. Daarnaast werkt het Ivoren Kruis aan het project (h)Oud de mond gezond waarbij zij tandartsen, mondhygiënisten en (preventie)assistenten vragen als vrijwilliger een éénmalige training over mondgezondheid te geven aan verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen.

 

 

Lees meer over: Ouderentandheelkunde, Thema A-Z
rontgenstraling

Diagnostiek met straling, 2D en 3D beeldvorming

Radiologie
Röntgendiagnostiek kan op veel gebieden in de tandheelkunde van toegevoegde waarde zijn. Hierbij is het heel belangrijk dat er een goede klinische rechtvaardiging is waarbij voor- en nadelen van de röntgenopname worden afgewogen. Tevens dient bij iedere opname het ALARA-principe te worden toegepast. Rechtvaardiging en diagnostiek op de opname(n) dient altijd in het dossier van de patiënt te worden genoteerd.

Bitewing- en periapicale opnames
Met de bitewing en peri-apicale opname kan er een hoogwaardig röntgenbeeld worden verkregen van een of meerdere gebitselementen. De detailweergave van intraorale opnamen is veel beter dan van panorama opnamen. Afhankelijk van de diagnostische vraagstelling kan er met digitale opnamen gevarieerd worden in contrast. Bijvoorbeeld voor parodontale diagnostiek heeft de foto minder contrast nodig dan bij endodontische diagnostiek. De zichtbaarheid van de interdentale botseptum verminderd bij een hoog contrast. Een intraorale opname heeft gemiddeld een dosis van 4 microsievert.

Cariologie
Bitewing opnames zijn aan te bevelen voor aanvullende informatie bij cariësdiagnostiek. Hoe vaak er een opname gemaakt moet worden, is afhankelijk van het cariësrisico. De Europese richtlijn voor het veilig gebruik van röntgenstraling in de tandartspraktijk geeft aan dat bij een hoog cariësrisico bij jeugd en volwassenen er elke 6 maand een bitewing opname gemaakt kan worden. Bij een gemiddeld cariësrisico is het interval voor beide groepen 12 maanden. Indien het risico laag is dan geldt een interval van 12-18 maanden voor het melkgebit, 24 maand voor het blijvend gebit bij de jeugd en bij volwassenen mag dit langer zijn dan 24 maand (dit moet echter wel onderbouwd en genoteerd worden in de behandelkaart).

Parodontale diagnostiek
Ook zijn bitewing opnames aan te bevelen voor parodontale diagnostiek. Voor parodontale diagnostiek geldt dat een peri-apicale opname minder gunstig is in verband met de inschietrichting waardoor het botniveau minder goed te beoordelen is omdat het vertekend wordt weergegeven (gunstiger dan de werkelijke ligging). Bij gemeten pocketdieptes vanaf 6 mm. dienen verticale bitewings te worden gemaakt zodat het botniveau nog steeds goed weergegeven wordt. Dit zijn dan twee verticale bitewings per zijde. Panorama opnames geven te weinig details weer en ook de inschietrichting is niet goed voor parodontale diagnostiek.

Panorama opname
Er moet geconcludeerd worden dat de panorama opname over het algemeen overgewaardeerd is en te veel gemaakt wordt. Voor een panormaopname is, net als voor alle andere opnamen, een goede klinische rechtvaardiging nodig. Screening door middel van een panorama-opname is verboden. De rechtvaardiging van de opname moet in het dossier van de patiënt worden genoteerd evenals alle diagnostische bevindingen, gerelateerd aan de klinische vraagstelling, maar ook de toevalsbevindingen.
Vanuit het perspectief van ALARA zou, indien een panoramische opname gerechtvaardigd is, overwogen moeten worden of de vraagstelling met een gedeeltelijke opname kan worden beantwoord. Indien het antwoord hierop positief is, dan dient de opname van een beperkt gebied te worden gemaakt (instelling toestel).
De stralingsdosis van een panoramaopname is 15-20 microsievert.

Conebeam CT: 3e dimensie
Wanneer er gekozen wordt om een Conebeam CT te maken dan moet dit goed onderbouwd zijn. Een patiënt wordt namelijk blootgesteld aan een veel hogere dosis ( 100-500 micro sievert).

ALARA
ALARA staat voor As Low As Reasonably Achievable. Ook het rechthoekige veld bij intraorale opnamen is sinds 2012 verplicht om teveel en onnodige blootstelling aan straling te voorkomen.
ALADA staat voor As Low As Diagnostically Acceptable en is een medische variant op ALARA. Dit houdt het volgende in:
– Kies de juiste, meest geschikte, opname voor de diagnostische vraagstelling.
– Maak gebruik van een correcte opnametechniek.
– Stem de dosis en belichtingstijd af op de diagnostische vraagstelling (bijvoorbeeld: voor het diagnosticeren van een agenesie is minder dosis nodig dan voor endodontische diagnostiek).
– Maak gebruik van collimatie (evenwijdige stralenbundel) en afscherming. Bijkomende voordelen hiervan zijn een beperktere verantwoordelijkheid en minder verslaglegging.

Dr. Erwin Berkhout
Erwin Berkhout (1974) behaalde zijn tandartsdiploma in 1998, promoveerde in de tandheelkundige radiologie in 2007 en voltooide in 2009 de opleiding tot stralingsdeskundige niveau 3. Momenteel is hij hoofd van de sectie Tandheelkundige Radiologie van ACTA en houdt zich daar bezig met onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg. Tevens voert hij in Loosdrecht een algemene tandartspraktijk.

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van dr. Erwin Berkhout tijdens het congres Diagnostiek van Bureau Kalker.
Jun 2015

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Endodontische diagnostiek

Endodontische diagnostiek: snel ingrijpen of rustig afwachten?

Diagnostiek: reversibele versus irreversibele pulpitis
Moet de tandarts afwachten of snel ingrijpen bij een patiënt met pulpitis klachten? Dit is afhankelijk van de diagnose: reversibele of irreversibele pulpitis. Hoe kan er worden vastgesteld of een pulpitis reversibel of irreversibel is? Het zou handig zijn als een test kan uitwijzen of een pulpitis irreversibel is.

Testen als de koude-test kunnen een vals-negatieve, vals-positieve, terecht positieve en terecht negatieve uitslag geven. De sensitiviteit van een pulpitistest zou zijn: het percentage terecht positieve uitslagen onder de personen die irreversibele pulpitis hebben. De specificiteit van de test is het percentage terecht negatieve testuitslagen onder de mensen met reversibele pulpitis of zonder pulpitis.
De voorspellende waarde is de kans op een correcte uitslag, deze is afhankelijk van de prevalentie. ROC staat voor receiver operating characteristic. Deze grafiek laat zien dat hoe groter de onzekerheid is, hoe groter de kans bestaat op een fout-positieve uitslag.

‘If de doctor will listen, de patient will tell the diagnosis’.

Helaas is de koude test niet in staat om een onderscheid te maken tussen een reversibele en irreversibele pulpitis. Het enige waar we wel wat aan hebben is de informatie uit de anamnese en de historie. Zo weten we dat bij de aanwezigheid van korte stevige pijn waarschijnlijk de a-delta vezels betrokken zijn. Indien de pijn bij koude langer aanhoudt dan zijn vaak de C-vezels betrokken. Ook kan een patiënt klagen over spontane pijn. Het gaat er dus om wat de patiënt vertelt: ‘If de doctor will listen, de patient will tell the diagnosis’.

Diagnostiek van verticale wortelfractuur
Soms is de diagnose ‘verticaal wortel fractuur’ moeilijk te stellen. Ook hier is de anamnese erg belangrijk, vaak hebben patiënten al enige tijd vage klachten aan het element. In de meeste gevallen (99%) treedt een verticaal wortelfractuur op bij een endodontisch behandeld element. Ook de aanwezigheid van smalle nauwe pockets (in 60% van de gevallen aanwezig), fistel(s), pijn of een peri-radiculaire radiolucentie kunnen wijzen op een verticaal wortelfractuur. Indien de diagnose niet met zekerheid gesteld kan worden dan kan er voor gekozen worden een kleine kijkoperatie uit te voeren (door middel van een incisie) of een Conebeam CT te maken.

Conebeam ct
In een studie van Metska et al. (2012) zijn er twee soorten Conebeam CT scans vergeleken. De Newtom heeft een voxelgrootte 0,2 en de Acuitomo heeft een voxelgroote van 0,08. De voorspellende waarde bij de diagnose van het verticale wortelfractuur van de Acuitomo was hoger dan die van de Newtom. Hoe kleiner de voxelgrootte, hoe beter de Conebeam CT gebruikt kan worden voor endodontische diagnostiek.

Diagnostiek van interne en externe resorptie
Hoe kom je er achter of er sprake is van interne of externe resorptie? Om hier achter te komen kunnen er röntgenopnames uit verschillende hoeken genomen worden. Wanneer er sprake is van interne resorptie dan blijft de radiolucentie op dezelfde plek ik het kanaal vanaf verschillende inschietrichtingen. Bij externe resorptie loopt het kanaal, in de meeste gevallen, door in de zwarting.

Interne resorptie
Interne resorptie komt weinig voor in blijvende elementen, de prevalentie ligt tussen de 0,1-1,6%. Vaak bestaan er nauwelijks klachten. Indien de pulpa nog vitaal is dan is het resorptie-proces actief en moet er zo snel mogelijk een wortelkanaalbehandeling gestart worden. Indien het element non-vitaal is dan heeft het niet zo’n haast omdat de resorptie al gestopt is.

Externe resorptie
Voor de diagnostiek van externe resorptie is de Conebeam CT uitermate geschikt. Behandeling van externe resorptie is goed mogelijk.

Michiel de Cleen (1962) studeerde tandheelkunde aan de UvA. Na zijn afstuderen in 1988 was hij tot 1995 als (gast)docent verbonden aan de vakgroep Cariologie en Endodontologie van ACTA. Hij voert thans een full-time endodontische praktijk in Amsterdam. Naast zijn klinische werkzaamheden is hij zeer regelmatig spreker op binnen- en buitenlandse congressen en is hij cursusdocent op het gebied van de endodontologie en tandletsels. Hij publiceert regelmatig in (inter)nationale vakbladen.

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Michiel de Cleen tijdens het congres Diagnostiek van Bureau Kalker.

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z

Hans Schirmbeck nieuwe directeur KNMT

Hans Schirmbeck (53) wordt met ingang van 1 september 2015 de nieuwe directeur van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT). Bij de beroepsvereniging van tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen volgt hij Nicolette Kroezen op.

Schirmbeck is nu directeur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Daarvoor werkte hij voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

KNMT-voorzitter Aad van der Helm is blij met het aantreden van Schirmbeck: “Met zijn kennis en jarenlange ervaring in de zorg zal Hans van grote waarde zijn voor de uitdagingen waar we de komende jaren voor staan. Samen gaan we ons hard maken voor goede mondzorg voor alle Nederlanders, voor een krachtige positie van de tandarts in de zorg en een sterke vereniging.”

Schirmbeck over zijn nieuwe functie:“Ik kijk ernaar uit de leiding op mij te nemen van het bureau van de KNMT. Een springlevende vereniging met een traditie om trots op te zijn. Ik verheug me erop samen met het bestuur en de KNMT-medewerkers mooie resultaten te gaan halen voor de leden in het bijzonder – en voor de mondzorg in zijn algemeenheid.”
Nicolette Kroezen blijft aan tot de komst van haar opvolger.

 

 

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Effect initiële behandeling van chronisch adulte parodontitis

Welke aspecten zijn van belang bij een goede parodontale behandeling en wat kun je verwachten van een initiële behandeling van chronische adulte parodontitis?

Verslag van de lezing ‘Effect initiële behandeling van chronische adulte parodontitis: wat kun je verwachten?’ van mevrouw drs. F.K.M. ten Berge, tandarts, tijdens de cursus Parodontologie Update van Quality Practice

Goede parodontale behandeling
Als je een paropatiënt intensief hebt behandeld en begeleid, is de herbeoordeling een spannend moment. Zeker als je nog niet zo lang parodontitis behandeld, is het niet alleen een meetmoment maar geeft het de behandelaar ook feedback. Maar voordat je zover bent, is er al veel aan vooraf gegaan.

Een goede parodontale behandeling begint bij een goede praktijkorganisatie. Daarin moet duidelijk zijn wie wat doet en zal er protocollair gewerkt moeten worden. De DPSI moet goed en regelmatig worden gescoord en de parostatus moet aangevuld worden met een OPG en/of röntgenstatus. Vergeet hierbij niet een totaaloverzicht te krijgen met behulp van de medische anamnese maar ook van de leefstijl van de patiënt, de omgeving en de eventuele erfelijke factor. Pas dan kan de etiologie van de parodontitis van die specifieke patiënt echt duidelijk worden. Communicatie is hierbij heel belangrijk en ook voor het verdere parotraject. Alleen op die manier kan er echt goede zorg op maat worden gegeven. De initiële therapie behoort binnen drie tot vier weken volledig afgerond te zijn en de herbeoordeling volgt dan pas weer na twee tot drie maanden.

Eénwortelige elementen
Wanneer zijn we tevreden over het klinische effect na uitvoering van een initiële parodontale behandeling bij adulte parodontitis? In een onderzoek werden éénwortelige elementen onderzocht van 49 parodontitispatiënten met pockets van 5-12 mm die vervolgens initieel behandeld werden.

De plaquescore liep bij de verdiepte pockets van 80% terug naar net onder de 20%. Terwijl bij de ondiepe pockets (minder of gelijk aan 3,5 mm) de plaquescore van 40% naar onder de 10% liep. De bloedingsindex ging van 90% naar ongeveer 20% bij de verdiepte pockets en van 50% naar onder de 10% bij de ondiepe pockets.

Bijzonder was dat bij pockets van rond de 4 mm er na initiële therapie geen aanhechtingswinst gevonden werd. De dieptes werden wel kleiner, maar ook nam de grootte van de recessie toe. Mevrouw Ten Berge adviseert daarom bij pockets ondieper dan 4,5 mm niet te intensief te behandelen, maar deze voorzichtig te benaderen. Bij diepere pockets geldt de volgende vuistregel van prof B.G. Loos, parodontoloog:

De diepte voorafgaand aan de initiële therapie in mm: 2 + 1 = pocketdiepte na initiële behandeling. Dus als een pocket 8 mm is bij een éénwortelig element bij de intake en bij de herbeoordeling is deze pocket 5mm geworden, dan is de initiële behandeling voldoende aangeslagen.

Meerwortelige elementen
Bij meerwortelige elementen zien we plaquescores van 80% reduceren naar 20%. Gedurende 42 maanden zien we in de plaquescores soms een piek naar 40%. Het is voor de patiënt moeilijk om de goede mondhygiëne continu op peil te houden. Het eist veel discipline. Af en toe een dip in de mondhygiëne is niet erg, zolang de patiënt het maar weer op kan pakken. “Wijs niet te veel met je vinger, maar vertel dat het heel menselijk is om soms wat slordiger te worden”, adviseerde Ten Berge.

De bloedingsscore van de meerwortelige elementen lag aanvankelijk ook hoger dan bij de éénwortelige elementen. Deze score was voorafgaand aan de initiële therapie 85% en in verloop van tijd fluctueerde het van 40% tot zo’n 25%. Bij de platte molaarvlakken geldt dezelfde vuistregel als bij de éénwortelige elementen. Met platte molaarvlakken worden de vlakken zonder furcatie bedoeld. Bij vlakken met een furcatie werd er geen aanhechtingswinst gevonden! Wel nam de mate van terug getrokken gingiva (recessies) in alle gevallen toe.

Rokers versus niet-rokers
Zes jaar lang werd de mondgezondheid van 46 rokers en 28 niet-rokers gevolgd. Zij hadden een gemiddelde pocketdiepte van vijf millimeter en werden initieel behandeld. Bij de rokers werd gemiddeld 1,3 millimeter pocketreductie gevonden en bij de niet-rokers was dit een halve millimeter meer. De toename van de recessie bleef na zes jaar ongeveer gelijk ten opzichte van elkaar. Het aanhechtingsniveau was bij niet-rokers dus meer dan bij rokers. Uiteraard moeten we wel elke patiënt apart blijven zien: elke patiënt is uniek. Niet elke roker presteert slechter dan een niet-roker.

Instructie
Ten Berge sloot haar presentatie af met een boodschap voor in de praktijk: instructie is zeer belangrijk om een goed blijvend resultaat te behalen. Deze instructie moet ook vaker dan één keer gegeven worden. Geef niet meteen op bij een furcatie, want ook furcatiepockets kunnen positief reageren op de initiële behandeling maar vaak minder goed dan éénwortelige elementen en platte molaarvlakken.

Niet alleen roken heeft een nadelig effect, maar denk ook aan andere factoren zoals stress, dieet en systemische ziekten.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, van de lezing ‘Effect initiële behandeling van chronische adulte parodontitis: wat kun je verwachten?’ van mevrouw drs. F.K.M. ten Berge, tandarts, tijdens de cursus Parodontologie Update van Quality Practice.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z

De verkleurde voortand: endodontische overwegingen

Er zijn verschillende opties voor het behandelen van een verkleurde voortand. En hoe te handelen bij intern bleken? Verslag van de lezing van endodontoloog Michiel de Cleen.

Een tandluxatie is eentraumatische ontwrichting van de tand in de alveolus volgens het Tandheelkundig woordenboek van F.J. Tempel. Michiel de Cleen maakt in zijn presentatie een onderscheid tussen verschillende typen luxaties:

  • Subluxatie
  • Lateraleluxatie
  • Extrusieluxatie

Bij een laterale of extrusieluxatie is er sprake van een duidelijkere verplaatsing van het element in de alveole dan bij een subluxatie. De kans dat de pulpa overleeft is bij een laterale of extrusieluxatie kleiner dan bij een subluxatie. Een subluxatie met een open apex heeft vaak een goede prognose.

Na (sub)luxatie van gebitselementen komt obliteratie van de pulpaholte vaak voor. Deze obliteratie leidt slechts zelden tot een apicale ontsteking, maar bijna altijd tot een ontsierde donkere verkleuring van de tand. Deze verkleuring wordt vaak pas duidelijk rond de leeftijd 20-30 jaar. De ervaring van Michiel de Cleen is dat het met name de centrale bovenincisieven betreft.

Uit onderzoek blijkt dat nog geen 10% van de geoblitereerde gebitselementen gepaard gaat met het necrotisch worden van de pulpaholte. Indien er sprake is van een apicale ontsteking, is een endodontische behandeling geïndiceerd. Een wortelkanaal behandeling in een gebitselement met een geoblitereerd kanaal is vaak erg lastig. Een kanaal is moeilijk te vinden door afzetting van tertiair dentine. Er bestaat daardoor een grotere kans op een vestibulaire perforatie. De verkleuring van dentine heeft een indicatie van de ligging van het kanaal. Door de behandeling uit te voeren onder de microscoop is vaak midden in het tertiaire dentine een puntje zichtbaar. Met de D-Finder (Mani) of een ultrasone tip (type ET24 van Satelec) is het mogelijk de toegang tot het kleine kanaal te vinden en zodoende een toegangscaviteit te prepareren.

Er zijn verschillende behandelopties voor een verkleurde voortand:

  1. Kanaalbehandeling en inwendig bleken
  2. Uitwendig bleken
  3. Composiet fineerrestauraties
  4. Porseleinen fineerrest
  5. Volledige kroon

Intern bleken
De behandeling intern bleken of ook wel ‘walking bleach’ genoemd, behoeft een specifieke behandeling van de pulpakamer. De vulling dient afgedekt te worden met glasionomeercement om invloed van het bleekmiddel te voorkomen. Soms is een kanaal echt niet te vinden, dan kan besloten worden het af te dekken met glasionomeercement, eventueel gevolgd door intern bleken en een restauratie. De duur van bleken ligt vaak ongeveer rond te twee weken, maar kan ook korter en langer zijn! Daarom is het advies om dagelijks contact te hebben met de patiënt totdat de kleur gelijk is aan het buurelement.

Michiel de Cleen (1962) is tandarts-endodontoloog. Na zijn afstuderen aan de Universiteit van Amsterdam was hij van 1988 tot 1995 (gast)medewerker van de vakgroep Cariologie en Endodontologie van ACTA. Thans voert hij een fulltime endodontische praktijk. Tot medio 2010 was hij hoofdredacteur van het tijdschrift TandartsPraktijk. Michiel de Cleen is mede-auteur van het standaardwerk Endodontologie en van zijn hand verschijnen regelmatig publicaties op het gebied van de endodontologie. Hij gaf talloze lezingen en cursussen in binnen- en buitenland.

Verslag door Joanne de Roos, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Michiel de Cleen tijdens ENDO van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z

7% van de Belgen maakt geen gebruik van de zorg

De Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben onderzoek gedaan naar de zorgconsumptie in België. Het blijkt dat 7% van de Belgen geen gebruik maakt van de zorg. Deze groep doet ook niet aan preventie, zoals een controlebezoek bij de tandarts.

Op basis van deze bevindingen is er verder onderzoek gedaan naar wat deze bepaalde bevolkingsgroep (‘niet-gebruikers van de zorg’) kenmerkt.

Profiel
Na een analyse zijn er factoren geïdentificeerd die de kans verhogen op het niet gebruikmaken van de zorg. Op basis van deze factoren is een profiel opgemaakt:

  • Het geslacht
    68% van de mannen maakt geen gebruik van de zorg. Dit percentage is hoger dan van de vrouwen. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen.
  • De leeftijd
    De leeftijdsgroep tussen de 20 en 40 jaar maakt het minst gebruik van de zorg.
  • Burgerlijke staat
    In 59% van de gevallen zijn het alleenstaanden die niet naar de dokter gaan.
  • Professioneel statuut
    24% van de zelfstandigen doet geen beroep op de zorg.
  • Woonplaats
    In het algemeen wonen de niet-gebruikers in gemeentes met een laag mediaaninkomen.

Gewoon gezond?
Hoewel het mogelijk is dat niet-gebruikers gewoon in uitstekende gezondheid verkeren, doen ze ook niet aan preventie zoals een controlebezoek bij de tandarts of check-up bij de gynaecoloog. Dit gedrag kan op lange termijn invloed hebben op hun gezondheidstoestand en op de kosten voor de gezondheidszorg. Preventiecampagnes zouden de bevolking ertoe moeten aanzetten om zich bezig te gaan houden met hun gezondheid op lange termijn.

Bron: Mloz.be

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Gel zou ontstoken tandvlees genezen

Biochemicus Alan Rowan van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft een nieuw hydrogel ontwikkeld. Het mogelijke wondermiddel zou de gevolgen van ontstoken tandvlees kunnen genezen.

De gel
Veel zestigplussers kampen met terugtrekkend tandvlees, met ontstekingen en eventueel tandverlies als gevolg. Omdat de gel stolt bij 37 graden, kan de gel in vloeibare vorm in de ontstane holtes tussen tand en kaakbot worden gespoten. Het nieuwe tandvlees dekt de gel, zodat deze niet afbrokkelt. Bovendien is de kunststof poreus waardoor deze medicijnen kan opzuigen die vervolgens in de holte worden afgegeven. Met ontstekingsremmers kunnen zo tandontstekingen worden genezen.

Onderzoeksgroep
Professor tandheelkunde John Jansen gaat de komende jaren met zijn patiënten in de tandartspraktijk testen of de veelbelovende kunststof inderdaad de hoge verwachtingen waarmaakt.

Brandwonden
Door de wondgenezing en het stollingseffect kan de gel ook gebruikt worden voor het genezen van brandwonden. Ook bij doorligwonden zien de onderzoekers kansen. Net als bij operaties voor het dichtmaken van een hazenlip.

Bron: De Gelderlander

 

 

Lees meer over: Actueel, Mondhygiëne, Thema A-Z
kaaskiezen

Kaaskiezen, ook in het melkgebit

Kinderen met kaasmolaren in het melkgebit hebben later vaker kaasmolaren in hun blijvende gebit. Wanneer is er sprake van een kaasmolaar? Wat zijn de adviezen voor preventie en behandeling? Verslag van de lezing van mevrouw dr. M. Elfrink, tandarts-pedodontoloog.

Gebitsontwikkeling
De gebitsontwikkeling start al tijdens de zwangerschap. Het melkgebit wordt tijdens de zwangerschap aangelegd en voor het blijvende gebit start dat rond de geboorte. Er is een overlap in aanlegperiode van de 2e melkmolaar en de 1e blijvende molaar en blijvende incisieven.

Ameloblasten
Ameoloblasten zijn verantwoordelijk voor de aanleg van het glazuur. Er bestaan drie fases in de ontwikkeling van glazuur.

  1. Secretie fase
    De secretie fase begint bij knobbeltoppen en gaat vervolgens door naar cervicaal. De ameloblasten produceren glazuureiwitten en de glazuurkristallen groeien met name in lengte. De glazuurlaag ontstaat, maar is nog maar voor 10-20% gemineraliseerd.
  2. Transitionele fase
  3. Maturatie fase
    Tijdens deze fase krijgt de glazuurlaag zijn hardheid. De glazuurkristallen groeien nu niet meer in lengte. Het glazuur bestaat aan het eind van deze fase voor 95 % uit mineraal.

Kaasmolaren

Glazuurafwijkingen
Glazuurafwijkingen kunnen worden ingedeeld in de volgende groepen.

  • 1. Hypomineralisatie
    Hypomineralisatie is een kwalitatief defect van het glazuur en ontstaat doordat de ameloblasten worden verstoord tijdens transitionele fase of maturatiefase. In het melkgebit zijn 1 tot 4 2e melkmolaren aangedaan. In het blijvende gebit betreft het 1-4 blijvende 1e molaren, soms in combinatie met de blijvende incisieven.
  • 3. Hypoplasie
    Hypoplasie is een kwantitatief defect van het glazuur, er is onvoldoende mineralisatie opgetreden. De ameloblasten zijn bij deze glazuurafwijking al in de secretie fase in hun functie verstoord. Het glazuur is dunner of afwezig.

Hoe wordt een kaasmolaar herkend?
Criteria voor de aanwezigheid van kaasmolaren zijn:

  • Het moet gaan om een begrensde opaciteit: wit, geel of bruin.
  • Er treedt post-eruptief glazuurverlies op: glazuurverlies nadat de kies is doorgebroken.
  • Er is sprake van een atypische restauratie.
  • Er is sprake van atypische cariës.
  • Er is sprake van een atypische extractie.

Kaasmolaren bestaan in een milde vorm en een ernstige vorm. Wanneer er alleen sprake is van opaciteiten dan spreekt men van de milde vorm, alle andere gevallen zijn ernstig.

Wanneer is er geen sprake van een kaasmolaar?

  • Als het gaat om een hypoplasie (kwantitatief defect) dan spreekt men niet van een kaasmolaar.
  • Als er andere elementen dan de melkvijven, blijvende zessen of blijvende incisieven zijn aangedaan. Er is dan sprake van een overige glazuurafwijking. Een 1e melkkies met een mineralisatie defect is dus geen kaasmolaar.

Relatie tussen kaaskiezen melkgebit en blijvende gebit
Kinderen met kaasmolaren in het melkgebit hebben vaker kaasmolaren in het blijvende gebit. Er is een overlap in aanlegperiode van de 2e melkmolaar en de 1e blijvende molaar/blijvende incisieven. Als het individu in deze periode bloot wordt gesteld aan bepaalde risico-factoren dan is de kans groot dat zowel de 2e melkmolaren als het blijvende gebit zijn aangedaan. Kaasmolaren in het melkgebit zijn dus een voorspeller voor de aanwezigheid van kaasmolaren in het blijvende gebit. Opvallend is dat de milde vorm van kaasmolaren in het melkgebit een grotere kans geeft op de aanwezigheid van kaasmolaren in het blijvende gebit, in tegenstelling tot de ernstige vorm. Ook indien meerdere kaasmolaren in het melkgebit zijn aangedaan dan bestaat er meer kans op kaasmolaren in het blijvende gebit.

Prevalentie kaasvijfjes
In Nederland ligt de prevalentie rond de 5 tot 9%. Uit onderzoek blijkt dat de diagnose kaasmolaar meestal wordt gesteld aan de hand van het criteria ‘aanwezigheid van opaciteiten’. Daarna volgen de criteria post-eruptief glazuurverlies en de aanwezigheid van een atypische restauratie.

Etiologie

Etiologie blijvend gebit
Er zijn een aantal studies gedaan naar de etiologie van kaasmolaren in het blijvende gebit. Niet alle onderzoeksresultaten komen overeen. De volgende factoren zouden invloed kunnen hebben op het ontstaan van kaasmolaren.

  • Prenataal: Omgevingsfactoren & medische problematiek
    Voorbeelden: infectieziektes en stress bij de moeder en het aantal echo’s.
  • Perinataal: Medische problematiek & prematuriteit
    Voorbeelden: een laag geboorte gewicht, keizersnee en vroeggeboortes.
  • Postnataal: Voeding, medische problematiek & omgevingsfactoren
    Voorbeelden: koorts, toxische stoffen en antibiotica gebruik.

Etiologie melkgebit
Er is minder bekend over het ontstaan van kaasmolaren in het melkgebit. Omdat het melkgebit eerder aangelegd wordt, moet er vooral gekeken worden naar de pre- en perinatale periode. Het is bekend dat kinderen met kaasmolaren in het melkgebit in 94% van de gevallen een medische probleem hebben. Hoe meer aanwezige medische problemen, des te vaker kaasmolaren in melkgebit.
24,5% van de gevallen ontstaat in de pre-natale fase, 45,3% in de perinatale fase en 9,4% in de postnatale fase.
Etniciteit speelt ook een rol. Nederlands kinderen hebben vaker kaasmolaren dan Turkse of Marokkaanse kinderen. Ook speelt waarschijnlijk een laag geboortegewicht, koorts in het eerste levensjaar en alcohol consumptie van de moeder tijdens de zwangerschap een rol bij het ontwikkelen van kaasmolaren in het melkgebit.
Medicijngebruik van de moeder lijkt uit onderzoek geen invloed te hebben. Dit geldt ook voor antibiotica gebruik.

Preventie en behandeling

Preventie
Preventie is het belangrijkst. Een kind met kaasmolaren zal vaker door de tandarts gezien moeten worden: eens per 3 maand is het advies. Op deze manier kan er op tijd ingegrepen worden. Ook wordt er geadviseerd lokaal fluoride aan te brengen om cariës te voorkomen.
Het is nog niet bewezen dat sealen bij kaasmolaren in het melkgebit helpt, voor het blijvende gebit geldt dit wel als cariëspreventief middel.

Behandeling
Wanneer het toch nodig is een element te behandelen dan zijn er verschillende opties.

Restaureren

  • Glasionomeer cement moet gezien worden als tijdelijk vulmateriaal. Dit materiaal is ideaal voor jonge kinderen omdat het gemakkelijk en snel is aan te brengen en het materiaal een goede breuksterkte heeft.
  • Compomeer is samen met composiet het eerste keuze materiaal. Compomeer komt nog iets meer overeen met de slijtbaarheid van een melkmolaar dan composiet. Voor het gebruik van deze materialen is echter wel goede medewerking van het kind vereist.
  • Een roestvrijstalenkroon kan gebruikt worden indien een element zwaar is aangetast. Hiermee wordt het verder afbreken van het element voorkomen.

Extractie
Een extractie is de laatste behandeloptie. Er moet rekening gehouden worden met de orthodontische consequenties en asymmetriën die kunnen ontstaan.

Samenvatting

  • Kaasmolaren zijn zowel in het melk- als in het blijvend gebit een veelvoorkomend probleem.
  • De aanwezigheid van kaasmolaren in het melkgebit is een voorspeller voor de aanwezigheid in het blijvende gebit.
  • De etiologie lijkt multifactorieel te zijn. Vooral pre- en perinatale factoren spelen een rol bij het ontstaan van kaasmolaren in het melkgebit.

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van mw. dr. M. Elfrink, tandarts-pedodontoloog, tijdens het afscheidssymposium ‘Kaaskiezen? Geen Keuze!’ in het UMCG.

Het afscheidssymposium van Bart Fledderus stond in het teken van kaasmolaren. Bart Fledderus, algemeen practicus, klinisch docent en kinder- en CBT-tandarts, werd door verschillende sprekers in het zonnetje gezet op deze dag. Ook de bezoekers die Bart niet persoonlijk kenden, hadden na deze dag een goed beeld van hem. Bart is een bevlogen man die geen tijd kent. Met plezier heeft hij veel betekend voor de tandheelkundige behandeling van kinderen, angstigen, ouderen en gehandicapten. Ook het behandelen van katten, honden en konijnen was voor Bart geen probleem. Bart heeft ook een tijd in het bestuur van Ivoren Kruis gezeten, de Nederlandse vereniging van mondgezondheid.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

BBC programma: The Truth About Your Teeth

Het BBC programma The Truth About…. laat in een special de ontwikkelingen op het gebied van tandheelkunde en mondverzorging zien.

Uitzending BBC One,  4 juni – 22.00 uur

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Henry Schein ondersteunt Make-A-Wish Nederland met 5000 euro cheque

In april organiseerde Henry Schein Dental het Dental Event 2015. Het Dental Event ondersteunt elk jaar traditioneel een goed doel. Dit jaar is gekozen voor ondersteuning van de organisatie “Make-A-Wish Nederland”, een professionele vrijwilligersorganisatie.

Vervullen liefste wens
Door het vervullen van de liefste wens geeft Make-A-Wish Nederland kinderen en jongeren met een levensbedreigende ziekte de kracht om kind te zijn. Kinderen voor wie het leven voor een groot deel bestaat uit angst en ziekenhuisbehandelingen. Make-A-Wish Nederland haalt deze kinderen uit de zorgen en laat ze door het vervullen van hun liefste wens weer kind zijn en geen patiënt.

Cheque
“Wij zijn erg verheugd om Make-A-Wish Nederland te kunnen ondersteunen”, zegt Cees Balder, Managing Director van Henry Schein Dental in Nederland. “Het is verschrikkelijk kinderen te zien lijden. Om deze zieke kinderen een glimlach te bezorgen en energie te geven voor hun toekomst door hun liefste wens in vervulling te laten gaan is een groot goed. Wij zijn erg blij en dankbaar voor de ondersteuning die we tijdens ons Dental Event hebben ontvangen van onze klanten voor dit belangrijke goede doel. In aanvulling op de vele donaties door de bezoekers van het Dental Event zullen ook Team Schein leden en Henry Schein als organisatie bijdragen aan deze donatie zodat we een cheque kunnen overhandigen ter waarde van € 5.000,-. Wij hopen dat dit bijdraagt aan het vervullen van de liefste wensen”.

Programma
Henry Schein Cares, het wereldwijde programma voor maatschappelijk ondernemen van Henry Schein, probeert de toegang tot zorg voor minderbedeelde bevolkingsgroepen wereldwijd te verbeteren door middel van drie focusgebieden: gezondheid, preventie, behandeling en educatie, voorbereiding op noodgevallen en noodhulp, en capaciteitsontwikkeling van de gezondheidszorg.

Make-A-Wish Nederland
Make-A-Wish Nederland maakt onderdeel uit van de Make-A-Wish Foundation® International, de grootste wens vervullende organisatie van de wereld. De stichting ontvangt geen subsidie van de overheid en is geheel afhankelijk van giften. Make-A-Wish Nederland bestaat al sinds 1989 en vervult ieder jaar ruim 500 liefste wensen van kinderen en jongeren tussen 3 en 18 jaar met een levensbedreigende ziekte. Gerealiseerd door de gedreven inzet van ruim 400 vrijwilligers en de steun van donateurs en sponsoren.


Lees meer over: Actueel, Bedrijven, Thema A-Z
Angstige patiënten

Tips voor angstige patiënten

Ondanks de luxe fauteuil, het zoemende boren en de snel werkende verdoving is 50 – 80 % van de patiënten enigszins bang voor tandartsbehandelingen. Het boek Nooit meer angst bij de tandarts geeft patiënten 7 tips om hun tandartsangst te verminderen.

Tips voor patiënten
Angst voor tandartsbehandelingen ontstaat vaak door traumatische ervaringen in de behandelkamer. Een uitschietende boor of een kies die tijdens het trekken afbreekt, kan een patiënt hevig doen schrikken, waardoor zelfs een tandartsfobie kan ontstaan. Maar ook sociaal onhandig of autoritair gedrag van de tandarts kan een gevoel van controle bij de patiënt ondermijnen. De Amerikaanse professor Milgrom windt er geen doekjes om. Hij is van mening dat een verkeerde benadering van een patiënt desastreus kan zijn. In de dagelijkse praktijk onderkennen tandartsen de angst wel, maar missen ze vaak de nodige sociaalpsychologische vaardigheden om er iets aan te kunnen doen. Maar, wat kun je als patiënt zelf doen om je tandartsangst te verminderen?

1. Win vooraf informatie in
Vraag aan de tandarts hoe lang een behandeling gaat duren en wat hij precies gaat doen. Objectieve informatie werkt over het algemeen rustgevend. De tandarts kan de gemaakt röntgenfoto’s laten zien en bijvoorbeeld uitleggen waar in het wortelkanaal de ontsteking zit. Ook kun je de tandarts vragen of hij je meer bij de behandeling kan betrekken, door je zelf de speekselzuiger te laten vasthouden en in een spiegeltje naar het resultaat te laten kijken.

2. Maak afspraken
Je kunt ook met je tandarts afspreken dat jij je hand opsteekt zodra je pijn voelt, onrustig wordt of je niet goed voelt, waarna de tandarts onmiddellijk stopt met behandelen. Een dergelijke afspraak werkt geruststellen omdat je hiermee meer controle krijgt op de situatie.

3. Let op je ademhaling
Als je in de behandelstoel zit helpt rustig ademen tegen de angst. Je kunt dit zelf thuis oefenen. Doe gemakkelijk zittende kleding aan en ga op een bank of bed liggen. Leg je handen op je buik en adem rustig en bewust. Voel hoe je buikwand regelmatig op en neer beweegt. Adem zo veel mogelijk door je neus in en uit. Je gebruikt voor je inademing drie seconden en voor de uitademing zes seconden. Je zult merken dat het uitademen enige oefening vergt. Zulke ademhalingsoefeningen kun je gemakkelijk drie keer per dag gedurende vijf minuten per keer doen.

4. Doe ontspanningsoefeningen
Met autogene training* kun jij je lichaam beter leren ontspannen. Deze methode beoefen je liggend of zittend met gesloten ogen. Je concentreert je op een bepaald onderdeel van je lichaam, dat je je helder voorstelt. Je begint bijvoorbeeld met je rechterbeen en rechtervoet en fluistert zacht: Mijn rechterbeen en rechtervoet worden loom en zwaar. Je herhaalt deze suggestie langdurig, net zo lang tot je de lichamelijke sensaties duidelijk ervaart. Je begint dus bij je voeten, daarna je benen, je bekken, je armen, je borstkas, je nek, je hals en ten slotte je hoofd. Door de oefeningen regelmatig te herhalen, zul je steeds beter in staat zijn door zelfsuggestie lichamelijke ontspanning op te roepen.

5. Leer anders over tandartsbehandelingen te denken
Als je bang bent, denk je anders dan normaal. Je valt op zulke momenten vaak terug in gedachten, zoals: Ik ben nu eenmaal een bangerik! Zo’n gedachte brengt je emotioneel uit balans. De bedoeling is dat je een onredelijke gedachte die je van streek maakt, omzet in een redelijk alternatief, zoals: Ik zit hier in de tandartsstoel omdat ik mijn gebit gezond wil houden. Werk ook met affirmaties! Dit zijn gedachten of uitspraken die je helpen jezelf positief te bevestigen. Zeg regelmatig tegen jezelf: Ik kan deze situatie aan. Of: Ik kom goed voor mezelf op! Besef dat het niet de situatie is die het je moeilijk maakt, maar de manier waarop jij over die situatie of omstandigheden denkt. In dit opzicht adviseer ik je te verdiepen in de zogeheten rationeel emotieve therapie (RET) die je als een belangrijk onderdeel van je zelfhulptherapie in hoofdstuk 4 uitvoert en waarbij je zeker zult ontdekken wat een rationele (redelijke) gedachte precies inhoudt. Door dit regelmatig te doen leer je afstand te nemen van je irrationele gedachten, die je alleen maar leiden naar een gebied van negatieve emoties. Je kunt je bepaalde omstandigheden voorstellen van waaruit je je met affirmaties sterker poneert. Jij traint jezelf om onder alle omstandigheden vanuit je kracht de omstandigheden tegemoet te treden. Bij assertiviteitstraining ontstaat er een nieuwe koppeling tussen een bepaalde situatie en de gedachten die je jezelf hebt ingeprent. Hierbij gaat het uiteindelijk om de combinatie van rationeel emotieve therapie (RET) met assertiviteitstraining.

6. Leid jezelf af
Neem als je naar de tandarts gaat een koptelefoon (oordopjes) met een walkman of een interessante puzzel mee om jezelf optimaal af te leiden. Luister naar je lievelingsmuziek en probeer er bewust van te genieten. Deze afleidingstechniek helpt je zelfs bij een langdurige behandeling bij een kaakchirurg of een wortelkanaalbehandeling bij je tandarts. Het is verstandig om je vooraf enkele keren te trainen in concentratieoefeningen om helemaal op te gaan in de muziek of de puzzel.

7. Laat je desnoods doorverwijzen
Als je zo angstig bent, dat je een tandartsconsult vermijdt, trek dan bij je eigen tandarts of huisarts aan de bel. Vraag een verwijzing naar een speciale angsttandarts. Ook kun je mogelijk bij je ziektekostenverzekeraar nadere inlichtingen inwinnen. In ons land zijn circa 22 angstklinieken waar je voor je tandartsangst terecht kunt.

Deze tips komen uit het boek Nooit meer angst bij de tandarts van C.W. Anneese

*zie hoofdstuk 5 uit Nooit meer angst bij de tandarts

Lees meer over: Pijn | Angst, Thema A-Z

Tandarts vaker bevlogen dan andere werkende Nederlanders

Een kwart van de tandartsen (26%) gaat elke dag vol bezieling aan het werk. Dat blijkt uit online onderzoek van de VvAA onder 1241 leden, onder wie 10% tandartsen. Bevlogenheid en bezieling worden in het onderzoek gedefinieerd als werken met passie en inzet, zich gezonder voelen en beter presteren.

Beter in hun vel
Volgens de VvAA voelt 14,5% van de algemene Nederlandse werkende bevolking zich bevlogen en bedraagt dit percentage voor de totale groep zorgprofessionals 20,5%. Tandartsen (26,2%) voelen zich dus beter in hun vel dan andere zorgprofessionals en de gemiddelde werkende bevolking.

Burn-outklachten
Tandartsen hebben wel ietsje vaker last van burn-outklachten (16,2%) vergeleken met de rest van werkend Nederland (14,6%) en andere zorgprofessionals (15,6%).

Opvallend
Uit het onderzoek blijkt dat tandartsen vinden dat ze veel waardering van hun patiënten te krijgen, veel werk-energiebronnen (o.a. hulpmiddelen, inspraak, regelruimte) hebben, vaak passend werk hebben en de laagste productiedruk van alle zorgprofessionals hebben.

Ook kwamen er minder positieve punten naar voren. Zo ervaren tandartsen vaak emotionele dissonantie, wat kan leiden tot burnoutklachten, hebben zij zorgen over hun inkomen, last van lichamelijke belasting en van de de negatieve beeldvorming bij het publiek.

Lees meer over: Carrière, Thema A-Z

Rootipedia: Engelse woordenlijst over wortelkanaalbehandeling

Rootipedia is een online Engelse woordenlijst over wortelkanaalbehandelingen. Patiënten kunnen met behulp van deze woordenlijst de terminologie van endodontologie beter begrijpen.

Wikipedia
Rootipedia is opgericht door de Britse endodontoloog Julian Webber: “Het viel me op dat we ons allemaal richten op Wikipedia en andere internetbronnen voor informatie, dus waarom niet een Wikipedia ontwikkelen over wortelkanaalbehandelingen?”

Inhoud
In de woordenlijst zijn alle termen opgenomen rondom de behandeling en de gebruikte apparatuur en materialen. De patiënt kan makkelijk navigeren met behulp van de A-Z index.

Doel
“Ik hoop dat patiënten met behulp van Rootipedia meer geïnteresseerd raken in deze complexe behandeling en ook vragen durven te stellen.

Lees meer over: Endodontie, Thema A-Z

Tandenpoetsen? Ik eet liever spruitjes!

Moeilijk om kinderen hun groenten te laten eten? Ervoor zorgen dat ze hun tanden poetsen blijkt nog veel moeilijker. Onderzoek onder 1300 ouders liet zien dat bijna de helft van de ouders dit een grote uitdaging vond.

Tandenpoetsen en groente eten
Onderzoek uitgebracht door Delta Dental, een Amerikaanse mondzorgketen, liet zien dat 45 procent van de ouders het moeilijk vond om er voor te zorgen dat hun kinderen de tanden poetsen. Groenten eten was volgens hen net iets makkelijker, 42 procent gaf aan hier moeite mee te hebben.

Routine
‘Tot een bepaalde leeftijd begrijpen kinderen het belang van goede mondhygiëne nog niet. Daarom kan het moeilijk zijn om kinderen hun tanden te laten poetsen. Maar als ouders er van jongs af aan voor zorgen dat kinderen hun tanden poetsen en flossen dan wordt het een gewoonte’, aldus Bill Kohn, vice president of dental science and policy bij Delta Dental Plans Association.

Bron:
Dr.Bicuspid.com

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Thema A-Z, Voeding en mondgezondheid

Omzet Britse top mondzorgpraktijken ruim 20% gestegen door cosmetische tandheelkunde

Het inkomen van de 100 grootste Britse mondzorgpraktijken is de afgelopen vier jaar met 22% gestegen door de toenemende vraag naar cosmetische tandheelkunde.

Trend
Naast de toenemende vraag naar cosmetische tandheelkundige zouden Engelse patiënten ook meer willen betalen voor dienstverlening op maat en het gebruik van geavanceerde technologieën.

Investeren
Om met deze trend mee te gaan investeren veel tandartsen nu in apparatuur, verbouwingen en IT-systemen. De jongere generatie van patiënten verwacht namelijk ook verbeterde diensten zoals online afspraak maken en sms-herinneringen.

Lees meer over: Cosmetische tandheelkunde, Financieel, Ondernemen, Thema A-Z

Functioneren na tuchtzaak

Een tuchtzaak zorgt er niet automatisch voor dat het functioneren van een arts verbetert. Dit werd vastgesteld door 2 kinderartsen op basis van 24 enquêtes die werden ingevuld door kinderartsen.

Het onderzoek
De kinderartsen Martine de Vries (LUMC) en Wendela Leeuwenburgh (AMC) stuurden enquêtes rond onder kinderartsen, waarop totaal 24 artsen reageerden. Nagenoeg alle artsen die reageerden op de enquête gaven aan dat hun manier van werken was beïnvloed door de klacht. Het aantal respondenten is te klein om met zekerheid conclusies over de effecten te trekken. Desalniettemin zijn de gevonden resultaten in overeenstemming met uitkomsten in internationaal onderzoek naar dit thema.

Verandering
Sommige artsen gaven aan dat hun functioneren positief was veranderd na de klacht. Zo waren zij zich bijvoorbeeld bewuster van een goede statusvoering. Veel artsen gaven echter ook dat zij door de klacht defensiever zijn gaan handelen of meer bezig te zijn met het eigenbelang dan het belang van de patiënt. Op de vraag of ze achteraf gezien anders zouden handelen antwoordden de meesten van niet.

Bron: Medisch Contact

Lees meer over: Actueel, Kennis, Onderzoek, Thema A-Z

’s Werelds breedste tong

Sinds kort mag de Amerikaan Byron Schlenker zich de man met de breedste tong ter wereld noemen. Met zijn tong van maar liefst 8,56 centimeter breed heeft hij een plek in het Guinness Book of World Records veroverd.

Bekijk hier zijn verhaal.

Bron: NCC News


Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
nooit-meer-angst-voor-de-tandarts

Like dental INFO op Facebook en maak kans op het boek Nooit meer angst bij de tandarts

Op de Facebook pagina van dental INFO vindt u het laatste mondzorgnieuws. Like dental INFO en maak kans op het boek Nooit meer angst bij de tandarts van C.W. Anneese, waarmee u patiënten op weg helpt naar angstvrije behandelingen. De ad-random gekozen winnaar wordt 9 juni bekend gemaakt op dental INFO.

Like dental INFO op Facebook

Nooit meer angst bij de tandarts
Ongeacht de luxe fauteuils, het gezoem bij het boren en de snel werkende verdovingspuiten, blijkt nog altijd ruim veertig procent van de Nederlandse bevolking bang te zijn voor een tandartsbehandeling. Tandartsangst prijkt zelfs bovenaan de top-10 van de meest voorkomende angsten.

Het doel van dit zelfhulpboek is de weg naar angstvrije behandelingen, waarbij je stap voor stap meer inzicht krijgt in wat je moet doen om jezelf van je tandartsangst te verlossen. De centrale vraag hierbij luidt: Waar ben je werkelijk bang voor? Hiervoor beschik je over enkele tests die je duidelijk maken hoe jouw tandartsangst is opgebouwd en aan welke aspecten van jouw tandartsangst jij het best kunt werken.

Nooit meer angst bij de tandarts is in eerste instantie bestemd voor de tandartspatiënt, maar bovendien kunnen psychologen, orthopedagogen, psychiaters, tandartsen en mondhygiënistes met nieuwe inzichten op het psychologische terrein van de tandheelkunde hun voordeel doen. Tevens zullen tandartspatiënten die hinder ondervinden van andersoortige angsten als agorafobie, sociale angst of een claustrofobie, die een beperking vormen om angstvrij een tandarts te consulteren, met de inhoud van dit boek ook hun voordeel kunnen doen.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z