Tuchtrecht: Orthodontist krijgt berisping na herhaaldelijk negatieve uitlatingen over collega
Een orthodontist krijgt een berisping nadat hij zich herhaaldelijk en zeer kritisch had uitgelaten over de behandelingen van een collega. Volgens het tuchtcollege ging hij daarbij de professionele grens over. Ook het overnemen van een patiënt na een second opinion en het adviseren van patiënten om een tuchtklacht in te dienen, waren verwijtbaar.
Situatie
Klager en verweerder zijn beiden orthodontist en waren werkzaam in dezelfde regio. Klager voerde tot oktober 2020 een eigen orthodontiepraktijk. In dat jaar droeg hij zijn praktijk over aan een beheerder van orthodontiepraktijken. Na de overdracht kwamen verschillende voormalige patiënten van klager bij verweerder terecht. Verweerder nam vervolgens de behandeling van meerdere van deze patiënten over.
Bij een aantal van deze patiënten beoordeelde verweerder de eerder uitgevoerde orthodontische behandeling. In brieven aan patiënten en hun ouders uitte hij zich daarbij zeer kritisch over de behandeling door klager. Zo schreef hij onder meer dat behandelingen onvoldoende waren gepland of uitgevoerd, dat sprake was van ontoereikende diagnostiek en dat patiënten risico zouden lopen op problemen aan het gebit op langere termijn. De kritiek ging volgens het tuchtcollege verder dan het beschrijven van feitelijke bevindingen. Verweerder gebruikte meerdere keren zware kwalificaties voor de behandeling door klager, waaronder de term ‘malpraxis’. Ook adviseerde hij verschillende patiënten om een klacht in te dienen bij het medisch tuchtcollege.
Daarnaast speelde een tweede kwestie. Verweerder zag in ieder geval één patiënt voor een second opinion, terwijl de behandeling door klager of diens opvolger nog niet was beëindigd. Vervolgens nam verweerder deze patiënt zelf in behandeling. Daarover had hij geen overleg gevoerd met klager of diens opvolgend behandelaar. Een aantal voormalige patiënten van klager diende uiteindelijk daadwerkelijk een tuchtklacht tegen hem in. Klager vond dat de handelwijze van zijn collega hieraan had bijgedragen en diende daarom zelf een tuchtklacht tegen verweerder in.
Klacht
Klager verwijt verweerder dat hij zich als orthodontist herhaaldelijk en onnodig negatief over hem heeft uitgelaten tegenover voormalige patiënten en hun ouders. Volgens klager ging het om meer dan het geven van een professionele beoordeling van een behandeling. Verweerder zou zich op een niet-neutrale manier hebben uitgelaten en daarbij ernstige negatieve oordelen hebben gegeven over de kwaliteit van de door klager geleverde zorg.
De klacht bestaat uit verschillende onderdelen. Klager stelt onder meer dat verweerder:
- Gedurende langere tijd negatieve opmerkingen heeft gemaakt over hem en zijn functioneren als orthodontist
Schriftelijk en mondeling negatieve beoordelingen heeft gegeven van de door hem uitgevoerde behandelingen;
Na het overnemen van patiënten niet op een neutrale manier met hen of hun ouders heeft gecommuniceerd;
Als opvolgend behandelaar herhaaldelijk een negatief oordeel heeft gegeven over eerdere behandelingen;
Patiënten na een second opinion vervolgens zelf in behandeling heeft genomen zonder overleg of toestemming van de oorspronkelijke behandelaar;
Patiënten en hun ouders heeft geadviseerd of aangezet om een klacht in te dienen tegen klager bij het tuchtcollege en, volgens klager, ook bij diens aansprakelijkheidsverzekeraar.
Verweerder betwistte de verwijten. Volgens hem beperkte hij zich tot professionele en feitelijke observaties op basis van zijn eigen onderzoek en de beschikbare patiëntendossiers. Hij stelde dat er bij verschillende patiënten sprake was van tekortkomingen in de eerdere behandeling en dat hij dit in het belang van de patiënt moest kunnen benoemen.
Ook ontkende hij dat hij patiënten had aangezet tot het indienen van tuchtklachten. Volgens verweerder wees hij patiënten slechts op de mogelijkheid om een klacht in te dienen wanneer zij zelf aangaven daarover na te denken. Verder stelde hij dat de patiënten die volgens klager voor een second opinion bij hem waren geweest, zich in feite voor een reguliere behandeling hadden aangemeld.
Beoordeling
Het college beoordeelde de verschillende klachtonderdelen afzonderlijk. De uitkomst was als volgt:
- Herhaaldelijk negatieve uitlatingen over klager
Verweerder had zich tegenover (ouders van) voormalige patiënten en collega’s herhaaldelijk negatief uitgelaten over klager als orthodontist. Het college achtte dit verwijt gegrond.
- Negatieve beoordelingen van behandelingen
Ook het verwijt dat verweerder negatieve opinies gaf over de door klager uitgevoerde behandelingen is gegrond. Volgens het college ging verweerder verder dan het geven van noodzakelijke feitelijke informatie en gaf hij herhaaldelijk vergaande negatieve waardeoordelen.
- Niet-neutrale communicatie met overgenomen patiënten
Dit klachtonderdeel is eveneens gegrond. Verweerder communiceerde volgens het college niet op neutrale wijze met patiënten en hun ouders over de eerdere behandeling.
- Negatieve waardeoordelen als opvolgend behandelaar
Ook dit onderdeel is gegrond. Verweerder sprak zich meerdere malen op ernstige en negatieve wijze uit over de kwaliteit van de door klager uitgevoerde behandelingen. Het gebruik van de term ‘malpraxis’ vond het college daarbij te ver gaan.
- Overnemen van patiënten na een second opinion
Het college stelde vast dat verweerder in ieder geval één patiënt na een second opinion zelf in behandeling had genomen, zonder overleg met of toestemming van de oorspronkelijke behandelaar. Dit was in strijd met de KNMT-richtlijnen voor second opinions.
- Adviseren of aanzetten tot het indienen van klachten
Uit verschillende brieven bleek dat verweerder patiënten daadwerkelijk adviseerde om een klacht in te dienen bij het medisch tuchtcollege. In ten minste één geval had hij de ouders bovendien meerdere keren gewezen op de slechte behandeling en hen aangespoord daar iets mee te doen. Dit deel van de klacht is gegrond.
Het college kon echter niet vaststellen dat verweerder patiënten ook had geadviseerd een klacht in te dienen bij de aansprakelijkheidsverzekeraar van klager. Dat deel van klachtonderdeel f is ongegrond.
Uitspraak
Het college verklaarde de klacht nagenoeg volledig gegrond en legde verweerder een berisping op.
Volgens het college was verweerder met zijn herhaaldelijk negatieve en niet-neutrale uitlatingen over de behandelingen van zijn collega over de professionele grens gegaan. Ook het overnemen van een patiënt na een second opinion en het adviseren van patiënten om een tuchtklacht in te dienen waren verwijtbaar.
Daarnaast moet verweerder € 1.690 aan proces- en reiskosten aan klager vergoeden. De uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd.
Bron:
Tuchtrecht Overheid










