Tuchtrecht: Berisping voor tandarts die oorzaak van implantaatklachten jarenlang niet onderzocht

Tuchtrecht

Een patiënte hield jarenlang pijnklachten rond een implantaat. Ondanks herhaalde bezoeken en een advies van de kaakchirurg liet de tandarts geen aanvullend onderzoek uitvoeren. Pas vier jaar later bleek dat het implantaat scheef stond. Het tuchtcollege legde een berisping op.

Situatie

Een patiënte was sinds 2013 onder behandeling bij een tandarts. In 2014 plaatste de tandarts een implantaat ter vervanging van een ontbrekend element in de bovenkaak.

Kort na de behandeling ontwikkelde de patiënte pijnklachten rond het implantaat. Zij bezocht hiervoor meerdere keren de tandarts. Omdat geen duidelijke oorzaak werd gevonden, werd zij verwezen naar haar huisarts. Via de huisarts kwam zij terecht bij een KNO-arts en vervolgens bij een kaakchirurg.

De kaakchirurg constateerde in 2016 diverse bijzonderheden rond het implantaat, waaronder mogelijk botverlies en een afwijkende positie ten opzichte van de kaakholte. Hij adviseerde de tandarts om de situatie rond het implantaat nader te onderzoeken en zo nodig verwijdering te overwegen.

Ondanks dit advies volgde geen aanvullend onderzoek. De patiënte bleef klachten houden en vroeg uiteindelijk een second opinion aan. Ook daarbij werd geadviseerd nader beeldvormend onderzoek te verrichten.

Pas in 2018 maakte de tandarts een CBCT opname. Hieruit bleek dat het implantaat scheef was geplaatst en de oorzaak vormde van de aanhoudende klachten. Het implantaat werd later verwijderd.

In 2019 plaatste de tandarts kosteloos een nieuw implantaat. Ook hiermee ontstonden problemen. Uiteindelijk werd ook dit implantaat verwijderd en werd de behandeling elders voortgezet. Daarna ontstond een geschil over de behandeling, de dossiervoering en de afhandeling van klachten.

Klacht

De patiënte verwijt de tandarts onder meer dat:

a. hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de oorzaak van haar langdurige klachten na plaatsing van het eerste implantaat;

b. hij ten onrechte geen sinuslift heeft uitgevoerd voorafgaand aan de implantaatbehandelingen;

c. het patiëntendossier onvoldoende zorgvuldig is bijgehouden;

d. hij niet beschikte over een deugdelijke klachtenregeling/ weigerde de klacht te behandelen als klacht;

e. hij traag en onvolledig reageerde op verzoeken om informatie.

Beoordeling

Het college stelt vast dat er voorafgaand aan de eerste implantaatplaatsing geen noodzaak bestond voor een sinuslift. Ook de scheefstand van het implantaat hoefde op zichzelf niet direct tot klachten te leiden.

Dat neemt volgens het college niet weg dat de tandarts de aanhoudende pijnklachten van de patiënte serieuzer had moeten nemen. Zij meldde zich gedurende meerdere jaren met klachten in het gebied van het implantaat en werd daarvoor zelfs onderzocht door andere zorgverleners. Daarnaast had een kaakchirurg expliciet geadviseerd om de situatie nader te onderzoeken.

Volgens het college had de tandarts veel eerder aanvullend beeldvormend onderzoek moeten laten uitvoeren. Zeker na het advies van de kaakchirurg was daarvoor voldoende aanleiding. Door pas vier jaar na plaatsing een CBCT-scan te maken, bleef de werkelijke oorzaak van de klachten onnodig lang onopgemerkt. Hierdoor liep de patiënte langdurig rond met pijnklachten.

De klacht over het ontbreken van een sinuslift bij de tweede implantaatbehandeling verklaart het college ongegrond. Uit de beschikbare beeldvorming bleek volgens het college dat daarvoor geen indicatie bestond. Dat het implantaat uiteindelijk niet succesvol was, betekent niet dat voorafgaand een sinuslift noodzakelijk was geweest.

Verder oordeelt het college dat de dossiervoering van de tandarts onvoldoende was. Tijdens de procedure erkende de tandarts zelf dat het dossier niet voldeed aan de eisen die aan een professionele administratie worden gesteld.

Ook beschikte de praktijk destijds niet over een adequate klachtenregeling. Daarnaast verliep de communicatie met de patiënte en haar gemachtigde over de behandeling van de klacht onvoldoende zorgvuldig. Verzoeken om informatie werden pas na herhaald aandringen beantwoord.

Het college merkt op dat de tandarts inmiddels verbeteringen heeft doorgevoerd, waaronder een aangepaste werkwijze voor dossiervoering en beeldvorming en aansluiting bij een klachtenregeling. Toch zag het college onvoldoende inzicht in het eigen tekortschieten en onvoldoende waarborgen om herhaling te voorkomen.

Uitspraak

Het college verklaart de klachten over het onvoldoende onderzoeken van de implantaatklachten, de gebrekkige dossiervoering, het ontbreken van een klachtenregeling en de wijze waarop met informatieverzoeken is omgegaan gegrond.

De klachten over het achterwege laten van een sinuslift zijn ongegrond.

Aan de tandarts wordt een berisping opgelegd. De maatregel wordt gepubliceerd in het BIG-register en openbaar gemaakt.

Bron:
Overheid.nl

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Selecteer lijst(en):
Wat is je functie? 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving