Zo wordt mondzorg bij kinderen écht effectief
Luuk van den Bosch, uitgeroepen tot Tandarts van het Jaar, weet met creatieve en laagdrempelige initiatieven duizenden kinderen aan het poetsen te krijgen. Wat zit er achter dat succes? In dit interview deelt hij zijn aanpak, inzichten en praktische tips om poetsgedrag bij kinderen te verbeteren.
Luuk, hoe ben je eigenlijk in de mondzorg terechtgekomen?
“De keuze voor de mondzorg was voor mij eigenlijk vanzelfsprekend. Al van jongs af aan zei ik dat ik tandarts wilde worden. Die interesse komt voort uit een combinatie van drie dingen die me nog steeds drijven: zorg, ondernemen en werken met mensen. Thuis ging het vaak over het vak, doordat mijn vader een tandtechnisch laboratorium aanstuurde. Daarnaast had ik een opa die arts was en altijd het belang van goed presteren benadrukte, terwijl mijn andere opa juist overal kansen en ondernemerschap zag. Die drie invloeden samen hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat ik nu een witte jas draag.”
Wat sprak je het meeste aan in het vak?
“De combinatie van zorg, precisie en menselijk contact in een omgeving die geen ziekenhuis is. Dat is eigenlijk nog steeds zo, alleen kijk ik inmiddels veel breder naar mondzorg: niet alleen behandelen, maar juist gezondheid bevorderen en problemen voorkomen.”
De jury van Verkiezing Tandarts van het Jaar noemt je gedreven en ambitieus in het aanjagen van preventie. Waar komt die drive vandaan?
“Die drive komt vooral voort uit wat ik in de praktijk zie. Wekelijks zie ik kinderen met pijn en abcessen, waarvan ik weet dat die vaak te voorkomen waren geweest. Dat raakt me, zeker omdat het om jonge kinderen gaat die daar zelf niet voor hebben gekozen. Tegelijkertijd zie ik ook hoeveel verschil preventie kan maken. Wanneer je kinderen op een positieve manier enthousiast krijgt voor goede mondzorg, zie je dat ze gezondere keuzes gaan maken en problemen vaak kunnen worden voorkomen. Ik wil daarom kinderen en ouders helpen om zelf het belang van goede mondzorg te gaan inzien, zodat ze daar hun hele leven profijt van hebben. Uiteindelijk is er voor mij niets mooier dan een kind met een gezonde glimlach.”
Je hebt de Stralende Start-campagne opgezet. Kun je uitleggen wat de Stralende Start-campagne is en hoe het idee daarvoor is ontstaan?
“Toen we met Mondzorg Veenendaal begonnen, viel op dat er in de regio nog steeds veel kinderen zijn met forse gebitsproblemen, terwijl dat vaak niet nodig zou moeten zijn. Vanuit die gedachte zijn we gaan kijken hoe we kindermondzorg breder konden aanpakken dan alleen binnen de praktijk. Dat heeft uiteindelijk geleid tot de Stralende Start-campagne. Daarbij hebben we het gedachtegoed van Gewoon Gaaf als basis genomen, maar we wilden het meer van deze tijd maken en beter laten aansluiten op de praktijk. Daarom hebben we de campagne zo ingericht dat die per leeftijdsgroep is uitgewerkt, met interactieve lessen, video’s en poetsinstructie in de klas, gegeven door onze assistentes. Daarbij wordt niet alleen uitleg gegeven, maar vooral geoefend en ervaren wat goede mondzorg betekent. Daarnaast krijgen kinderen een poetsbox mee met daarin een tandenborstel, tandpasta, zandloper en poetskaarten, zodat ze thuis verder kunnen gaan met wat ze hebben geleerd.”
Een onderdeel van de campagne zijn dus de poetslessen in de klas. Hoe reageren de kinderen hierop?
“De reacties zijn vaak heel mooi om te zien. In het begin zijn kinderen soms wat afwachtend en kijken ze de kat uit de boom, maar dat slaat al snel om naar enthousiasme. Ze doen actief mee, stellen vragen en praten door elkaar heen, zeker als je het luchtig houdt en aansluit bij hun belevingswereld. Ze vinden het leuk om te vertellen welke tanden ze allemaal hebben gewisseld en gaan meteen mee in quizjes, demonstraties en kleine experimenten. Daarin zit ook precies de bedoeling van zo’n les: het is heel interactief opgezet. We praten niet alleen over tandenpoetsen, maar laten kinderen juist zelf ervaren wat suiker, bacteriën en poetsen doen. Op sommige scholen zie je zelfs dat er al een heel thema omheen is gemaakt en de klas is omgetoverd tot ‘tandartspraktijk’. Dan merk je dat de kinderen al helemaal in het onderwerp zitten en kun je meteen verder bouwen op die betrokkenheid. Complimenten voor die juffen en meesters, want dan is de hele introductie al gedaan!”
Je hebt ook meegewerkt aan het Nederlands record tandenpoetsen. Hoe kwam dit idee tot stand?
“Dat begon eigenlijk als een lokaal initiatief om aandacht te vragen voor mondgezondheid bij kinderen. Ik vind het jammer dat mondzorg vaak negatief in de media komt en wilde juist iets positiefs laten zien: jonge kinderen met een tandenborstel die op een leuke manier in beeld komen. Via een lokale feestweek voor kinderen, Bouwdorp, kregen we uiteindelijk de kans om dat te doen. Aan het einde van de pauze gingen we daar met z’n allen poetsen. Wat vooral bleef hangen was de energie en het enthousiasme van de kinderen. En een leuke extra was de drone van de fotograaf die ‘controleerde’ of iedereen goed meedeed voor de recordpoging. Dit soort acties werken heel goed om aandacht te creëren voor mondgezondheid bij kinderen en hen op een positieve manier te bereiken. Als je daarmee uiteindelijk ook maar één kind écht bereikt en dit kunt voorkomen, dan is dat voor mij al de moeite waard.”
Waarom werken deze initiatieven zo goed bij kinderen?
“Bij kinderen is plezier vaak de sleutel. Als iets leuk is en aansluit bij wat hen aanspreekt, staan ze veel meer open voor nieuwe gewoontes. Daardoor blijft de boodschap niet alleen beter hangen, maar wordt tandenpoetsen ook minder iets wat ‘moet’ en meer iets waar ze zelf plezier in hebben en trots op kunnen zijn. Daarom werken speelse hulpmiddelen ook zo goed: van poetskaarten en poetsboxen tot challenges en winacties. Ook de poetsknuffel is heel bruikbaar, omdat kinderen zelf kunnen oefenen met een hand- of elektrische tandenborstel. Zo begrijpen ze niet alleen wat ze moeten doen, maar ook waarom. En juist daardoor wordt de stap naar thuis poetsen een stuk kleiner.”
Kinderen enthousiast krijgen is de eerste stap. Hoe zorg je ervoor dat enthousiasme ook op de lange termijn effect blijft hebben?
“Gedrag verandert niet door één leuke les, maar door herhaling en herkenning in het dagelijks leven. Als kinderen iets positiefs ervaren en dat koppelen aan plezier, blijft het veel beter hangen dan een belerend verhaal. Daarom is het belangrijk dat dezelfde boodschap steeds opnieuw terugkomt: op school, thuis en bij de sportvereniging. Juist daarom zoeken we actief de verbinding met ouders, scholen en andere partners. Preventie werkt namelijk alleen als je het samen doet. Een kind brengt immers veel meer tijd door op school, thuis of bij een sportclub dan in de praktijk. Het maakt daarbij niet uit of een kind wel of geen patiënt bij ons is; het gaat erom dat ieder kind de kans krijgt om gezond op te groeien zonder tandproblemen. Wanneer de omgeving daarin meebeweegt, zie je ook daadwerkelijk verandering ontstaan. Kinderen gaan bewuster om met drinken, tussendoortjes en poetsen, en uiteindelijk zien we minder gaatjes. Natuurlijk gebeurt dat niet van de ene op de andere dag, maar juist die kleine, structurele veranderingen maken op de lange termijn een groot verschil.”
Hoe bouw je die samenwerkingen op om preventie echt breder neer te zetten?
“Dat begint heel praktisch en laagdrempelig: mailen, brieven sturen en poetsboxen langsbrengen met de vraag of je iets kunt betekenen. Veel scholen en organisaties willen wel iets met gezondheid, maar hebben iemand nodig die het initiatief neemt en het concreet maakt. Dan helpt het als je kunt zeggen: wij regelen de uitvoering, jullie hoeven het niet zelf te organiseren. En het helpt natuurlijk dat een tandarts of assistent ook echt de klas in komt, dat maakt indruk. Belangrijk is dat je dit zonder wijzende vingertje doet, maar vanuit samenwerking, positiviteit en enthousiasme. Dan zie je dat mensen echt openstaan. Bij ons liep het uiteindelijk zo hard dat we ons hebben misrekend in de poetsboxen, maar met hulp van partners en de dagbesteding van Zideris is dat goed opgelost.”
“In Veenendaal zijn we aangesloten bij de eerstelijnszorgvereniging en sparren we waar mogelijk mee met andere zorgverleners, en met de welzijnscommissie kijken we hoe we gezinnen die het financieel moeilijker hebben kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door tandenborstels en tandpasta weg te geven. Dat kan wat mij betreft nog veel verder worden uitgebreid, juist met gemeenten, omdat je daarmee op grotere schaal impact kunt maken. Ook zou ik graag zien dat de Gemeente Veenendaal zich meer gaat inzetten voor preventieve (mond)zorg, zodat dit integraal kan worden aangepakt en gestimuleerd. Ik zou het ook toejuichen als de nieuwe wethouder contact met ons opneemt, zodat we van gedachten kunnen wisselen over ideeën en mogelijkheden binnen de eerstelijnszorg. Daarnaast zie ik kansen in samenwerking tussen tandartspraktijken onderling: kennis delen, aanpakken afstemmen en samen sterker staan in preventie.”
Wat is het meest verrassende dat je hebt gezien bij kinderen tijdens deze initiatieven?
“Dat kinderen soms zélf hun ouders gaan corrigeren of motiveren, dat zijn prachtige momenten. Dan zie je dat een boodschap echt is blijven hangen. Of een klas die een tekening maakt van hoe zij de tandarts zien, op hun eigen manier, zoals een kind uit groep 3 dat beleeft. Sommige van die tekeningen hangen in mijn kantoor. Als ik ernaar kijk, word ik vrolijk en weet ik weer waarom dit werk zo belangrijk is.”
Welke tip zouden ouders en kinderen vandaag al kunnen doen om de mondzorg te verbeteren?
“Een belangrijke eerste stap is dat ouders zich realiseren dat melktanden écht belangrijk zijn. Vaak leeft nog het idee dat ze ‘toch wel wisselen’, maar juist die eerste tanden spelen een grote rol in de ontwikkeling en het voorkomen van problemen later. Goede mondzorg begint dus veel eerder dan vaak wordt gedacht. Daarnaast kan je echt het verschil maken in de dagelijkse routine: maak tandenpoetsen leuk en consequent, twee keer per dag samen poetsen en als ouder meedoen. Zo wordt het normaal in plaats van een strijdmoment. Let ook op het aantal zoete en zure momenten op een dag; kinderen eten uiteindelijk wat er in huis is, dus daar ligt veel invloed.”
Als je een advies zou mogen geven aan mondzorgverleners die meer met preventie willen doen, wat zou dat zijn?
“Wacht niet tot mensen naar jou toe komen, maar ga zelf naar buiten of organiseer preventie anders in je praktijk. Preventie begint niet in de behandelstoel, maar juist daarbuiten: op scholen, bij ouders en in de maatschappij. Dat hoeft helemaal niet groot of ingewikkeld te zijn. Juist kleine, lokale initiatieven kunnen al veel impact hebben. Even een school binnenstappen, een poetsactie organiseren of mondzorg zichtbaar maken buiten de praktijkmuren kan echt het verschil maken. Vaak zit de kracht in gewoon beginnen en het dichtbij organiseren. En tegelijk kunnen we daarin ook veel meer samen optrekken in plaats van allemaal opnieuw het wiel uit te vinden. Waarom zou iedereen zijn eigen campagnes en richtlijnen regelen? Door kennis te delen en samen te evalueren wordt het alleen maar beter. Dat is ook de richting waar ik zelf graag verder naartoe wil in de mondzorg.”
Interview door Ilona van der Werf, met tandarts Luuk van den Bosch.








