Antibiotica in de mondzorggebruik het verstandig

Antibiotica in de mondzorg: gebruik het verstandig

Antibiotica zijn nuttig, maar moeten terughoudend ingezet worden. Meer gebruik betekent per definitie meer resistentie. Verslag van de lezing van internist-infectioloog  dr. Jaap ten Oever, tijdens het NVvE-NVvP-congres Dieper Kijken.

Uitzonderingen binnen de tandheelkunde waarbij antibiotica wél vaak gerechtvaardigd zijn:

  • Profylaxe:
    • Risicoverhogende factoren bij implantologie
    • MRONJ preventie
  • Therapie:
    • Ernstige parodontitis
    • Dentogene infecties – uitzondering (ernst). Niet gerechtvaardigd bij gewone dentogene infecties, waar eerst andere behandelingen de voorkeur hebben.

 Welke bacteriën bestrijden we?

Er zijn acht bacteriegroepen gebaseerd op:

  • Kokken / staven
  • Grampositief / gramnegatief
  • Aeroben / anaeroben

Paropathogenen bevinden zich vooral bij de anaerobe gramnegatieve staven en de aerobe en anaerobe grampositieve kokken.

Antibioticumkeuzes

  • Amoxicilline is eerste keus
  • Clindamycine alleen bij echte allergie (komt weinig voor)
  • Metronidazol specifiek bij sommige vormen van parodontitis
  • Verder altijd: zo smal mogelijk, zo kort mogelijk, in zo laag mogelijke dosering, om de kans op het ontstaan van resistentie te verkleinen.

Hoe ontstaat antibioticaresistentie?

  • Antibioticaresistentie is vooral een proces waarbij er door antibioticagebruik selectie van resistente stammen optreedt in de microbiota, zoals in de darm.
  • Resistentie ontstaat zelden op de plek van infectie tijdens de behandeling met antibiotica

Waarom liever veel anaeroben laten overleven?

  • ze vullen ruimte in de darm (competitie)
  • ze beschermen tegen kolonisatie door resistente stammen
  • ze beïnvloeden gunstig het immuunsysteem

Een antibiotica-geïnduceerde verstoring van de microbiota kan maanden aanhouden en geeft meer kans op resistentie. Antibiotica geven per definitie verandering in de microbiota en antibioticaresistentie.

Moet je een kuur afmaken?

Ja, maar niet om resistentie te voorkomen, wel vanwege de tijd die nodig is om de infectie te genezen.

Dr. J. (Jaap) ten Oever is internist-infectioloog en universitair hoofddocent persoonsgerichte antimicrobiële therapie in het Radboudumc. Hij heeft zich toegelegd op veelvoorkomende infecties en ‘antimicrobial stewardship’. Daarnaast is hij differentiatieopleider infectieziekten binnen de opleiding tot internist. Hij is actief binnen de Stichting Werkgroep AntibioticaBeleid (SWAB) en is de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen (NVII).

Verslag door tandarts dr. G. Carina Boven MSc voor dentalinfo.nl van het congres Dieper Kijken.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Parodontologie
Onderzoek naar parodontitis en implicaties voor mannelijke onvruchtbaarheid

Onderzoek naar parodontitis en implicaties voor mannelijke onvruchtbaarheid

Een systematische review recent gepubliceerd in BMC Oral Health laat zien dat parodontitis significant geassocieerd kan zijn met verminderde beweeglijkheid van sperma, afwijkende structuur en een verhoogde DNA-fragmentatie.

Parodontitis

Parodontitis is een van de meest voorkomende mondaandoeningen. Verschillende studies laten zien dat tandvleesontstekingen zoals parodontitis de algehele gezondheid kan beïnvloeden, waaronder ook de mannelijke reproductieve gezondheid.

Ontstekingen die geassocieerd zijn met parodontitis kunnen mogelijk leiden tot verstoring van de spermatogenese en andere factoren zoals aantal, beweeglijkheid, morfologie en DNA-integriteit beïnvloeden.

De auteurs vermoeden dat chronische mondontsteking systemische effecten kan hebben op de reproductieve gezondheid waaronder verstoring van de voortplantingsactiviteit door een verhoging van inflammatoire cytokinen en versterking van oxidatieve stress, deze factoren kunnen de spermakwaliteit beïnvloeden.

Studie

Negen studies met 1386 mannen werden in de review opgenomen om het mogelijke verband tussen tandvleesaandoeningen en spermakwaliteit te onderzoeken en de gevolgen voor mannelijke onvruchtbaarheid te verduidelijken.

Onder andere case-control, cohort en cross-sectionele studies volwassenen die de relatie tussen parodontitis en spermakwaliteit onderzochten werden opgenomen in de review.

Resultaten

Er is een significante associatie tussen parodontitis en verminderde spermamotiliteit, abnormale morfologie en toegenomen DNA-fragmentatie gevonden. Mogelijk zorgen inflammatoire cytokines en oxidatieve stress voor deze verstoringen. Volgens de auteurs was het bewijs over de aantallen en concentratie van spermacellen niet consistent.

Conclusie

De review heeft onderzoek gedaan naar implicaties van parodontitis voor mannelijke reproductieve gezondheid. Er was een grote heterogeniteit tussen de studies, daarom kon de meta-analyse niet worden uitgevoerd, dit zorgde voor een beperking van het onderzoek. Toekomstige studies moeten zich richten op grootschalige, prospectieve studies om het verband te bevestigen.

 

Bron:
BMC Oral Health

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z

Paro en hart- & vaatziekten: een genuanceerde associatie

Tijdens Paro Open 2025 gaven prof. dr. Bruno Loos, parodontoloog, en dr. Victor Gerdes, internist/specialist vasculaire geneeskunde, een gezamenlijke lezing over de relatie tussen parodontitis en hart- en vaatziekten. Deze relatie is bekend, maar blijkt in de praktijk genuanceerder: bij sommige parodontitispatiënten is er een duidelijke relatie met cardiometabole aandoeningen, terwijl andere parodontitispatiënten meer relaties hebben met luchtwegaandoeningen, andere immuunziekten en de schildklierpathologie.

De sprekers bespraken recente onderzoeksresultaten, een praktijkcasus en benadrukten het belang van samenwerking tussen de tandheelkundige en medische wereld.

Verband tussen parodontitis en systemische aandoeningen

Uit onderzoek blijkt dat parodontitispatiënten vaker last hebben van multimorbiditeit: het tegelijk hebben van meerdere chronische aandoeningen.
Belangrijke inzichten:

  • Chronische ontstekingen in het lichaam verhogen het risico op hart- en vaatziekten.
  • De oorzaak maakt minder uit, elke ontsteking kan bijdragen aan een hogere systemische ontstekingsgraad.
  • Behandeling van parodontitis verlaagt deze ontstekingsgraad, wat ook gunstig is voor de algemene gezondheid.

Casus

Patiënt; 43-jarige man met parodontitis (stadium III, graad C), roker, hypertensie (amlodipine).
Klinisch beeld

  • Gingivale hyperplasie (door medicatie)
  • Pockets van 7–9 mm
  • Pusafvloed en botverlies
  • Doorgankelijke furcaties

Diagnose; 43-jarige man met parodontitis, gegeneraliseerd, stadium III, graad C, roker.

Multi-causaal model

Factoren die bijdragen aan parodontitis en samen de weerstand (immuun fitness) verlagen:

  • Gebitsgerelateerde factoren
  • Systemische aandoeningen
  • Erfelijke factoren
  • Leefstijl
  • Biofilm

Obesitas, hypertensie en ontsteking

Obesitas

  • In vetweefsel zitten cellen die voor energieopslag zorgen, maar geven ook ontstekingssignalen af.
  • Vooral visceraal vet (rond organen in de buik) verhoogt het risico.
  • Obesitas kan dus bijdragen aan een vorm van ontsteking in het lichaam.

Hypertensie:

  • Hoge bloeddruk is niet enkel een meetwaarde; ontstekingen spelen vaak een rol.
  • Ontstekingsprocessen kunnen ook bijdragen aan het ontstaan of onderhouden van hoge bloeddruk.

Samenwerking arts en tandarts

Voordelen

  • Verkrijgen van aanvullende informatie
  • Medicatie bespreken
  • Arts heeft patiënt in beeld, mogelijk betere regulatie
  • Afstemmen leefstijlmaatregelen
  • Arts beter geïnformeerd over parodontitis/status mondgezondheid

Nadelen:

  • Kost tijd
  • Lang niet altijd snel te bereiken
  • Drempel: arts is al druk
  • Geen financiering

Aanvullende testen
(bijv. glucose, HbA1c, lipiden, nierfunctie, CRP, eiwit urine, bloeddruk) kunnen nuttig zijn om risicofactoren tijdig op te sporen, maar er is discussie over wie dit mag uitvoeren.

Complicaties in de casus

Na de non-chirurgische parodontale behandeling kreeg de patiënt een beroerte (CVA).

  • Er is geen bewijs dat de behandeling de beroerte veroorzaakte.
  • Parodontitispatiënten hebben wél een verhoogd risico op CVA.

Beroerte (CVA)

  • Een beroerte is een verzamelnaam voor Cerebro Vasculair Accident (CVA). Er zijn twee hoofdtypen van een beroerte; namelijk een herseninfarct en een hersenbloeding.
  • Bloedvoorziening naar het brein is heel belangrijk. Er lopen 3 grote bloedvaten naar het hoofd. Wanneer er verstopping is van deze vaten op het niveau van hals of brein kan dit leiden tot zuurstoftekort in het brein. Cellen gaan kapot en er ontstaan uitvalsverschijnselen. Verstopping of bloeding in de hersenvaten → zuurstoftekort → uitvalverschijnselen.
  • Een herseninfarct is ischemisch, door een verstopping van een bloedvat in de hersenen. Klassiek bij een herseninfarct is dat het optreedt aan één kant van het lichaam.
  • Een hersenbloeding is hemorragisch, een bloeding in de hersenen die iets kapot maakt.

Behandeling en voorkomen van een beroerte

  • Elk uur is belangrijk, namelijk hoe sneller je erbij bent, hoe meer hersencellen je kan beschermen
  • Het is belangrijk om het stolsel weg te halen, dit moet in de eerste uren gebeuren
  • Voorkomen van een beroerte (infarct of bloeding) kan middels zorgvuldig toegepaste stolling remmende medicatie zoals  trombocyten aggregatie remmers , Directe Orale Anticoagulantia (DOAC) of Vitamin K-antagonisten (VKA), Daarnaast de juiste bloeddruk instellen, verlagen van cholesterol en natuurlijk ook stoppen met roken. Het is zaak een goede balans te vinden tussen anti-stolling en te hoge bloedingsneiging.

Enkele weken later ontwikkelde de patiënt een Bell’s palsy (aangezichtsverlamming).

  • Oorzaak: ontsteking van de nervus facialis.
    • Differentiaal diagnose: lyme, otitis, varicella zoster, tumor, sarcoidose, MS, herseninfarct, tumor.
  • Behandeling: corticosteroïden (prednison), soms antivirale middelen (valaciclovir/acyclovir).
  • Gevolg: vertraagde wondgenezing na chirurgie.

Ondanks dit bleef de patiënt gemotiveerd en verbeterde zijn mondhygiëne aanzienlijk.

 

Conclusie

  • Parodontitis prevalentie bij mensen met multimorbiditeit is verhoogd.
  • Parodontitis prevalentie bij patiënten met hart- en vaatziekten is verhoogd, en andersom: prevalentie van hart- en vaatziekten is significant hoger bij parodontitis.

Parodontitis & hart- en vaatziekten hebben gemeenschappelijke risicofactoren en ziekteproces verloopt deels via dezelfde pathofysiologische weg.

 

 

Dr. Victor Gerdes Daarnaast is hij aangesteld bij het Amsterdam Universitair Medisch Centrum bij de vakgroep vasculaire geneeskunde, momenteel als afdelingshoofd. Zijn deelspecialismen focussen ook op de diagnostiek en behandeling van diabetes en obesitas. Hij is behandelend specialist bij patiënten die bariatrische chirurgie ondergaan of hebben ondergaan. Daarnaast is hij wetenschapper en begeleider van verscheidene promovendi.

Prof. dr. Bruno G. Loos is een emeritus hoogleraar in de parodontologie aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Zijn CV omvat een doctoraat in mondbiologie aan de University at Buffalo (VS), een MSc in parodontologie aan de Loma Linda University (VS), en een tandheelkundige graad aan de VU Amsterdam. Voorheen bekleedde hij functies zoals directeur van het postdoctorale masterprogramma Mondgezondheidswetenschappen en co-directeur van het onderzoeksprogramma “Orale Infecties en Ontstekingen” en Directeur Onderzoek aan het ACTA. Zijn onderzoek richt zich op parodontale aandoeningen, de relatie met systemische ziektes zoals hart- en vaatziekten en diabetes, en de immunobiologie en genetica daarvan. 

 

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van dr. Victor Gerdes en prof. dr. Bruno Loos tijdens het congres Paro Open van DentalCens

 

Lees meer over: Congresverslagen, Medisch | Tandheelkundig, Parodontologie, Thema A-Z

Paro en diabetes: het kan alle kanten op

De relatie tussen diabetes en parodontitis is wetenschappelijk bewezen. Toch is er nauwelijks sprake van interdisciplinaire samenwerking tussen de tandheelkundige en medische zorg. Parodontoloog dr. Wijnand Teeuw en Mirjam Timmerman, huisarts en kaderarts diabetes mellitus, vertelden hoe die samenwerking kan worden verbeterd, tijdens hun lezing bij Paro Open 2025.

Wisselwerking tussen parodontitis en diabetes

Tijdens deze duo presentatie stond de wisselwerking tussen parodontitis en diabetes
mellitus centraal. De wetenschappelijke relatie is duidelijk aangetoond: de prevalentie van parodontitis ligt duidelijk hoger bij patiënten met ongereguleerde diabetes. Omgekeerd hebben patiënten met ernstige parodontitis een grotere kans
op diabetes. De sprekers onderzochten onder andere hoe deze samenwerking verbeterd kan worden en welke tools de screening van risicopatiënten kunnen
ondersteunen.

Relatie tussen diabetes en parodontitis

  • Ongereguleerde diabetes leidt vaker tot ernstige parodontitis en tandverlies.
  • Hoe langer iemand diabetes heeft, hoe groter de kans op ernstige orale
    complicaties.
  • Slechte metabole regulatie vergroot de schade in de mond.
  • Er is geen eenduidig causaal verband, maar veel studies tonen een sterke
    associatie.
  • HbA1c-waarden blijken invloed te hebben: hoe slechter gereguleerd, hoe
    ernstiger de parodontale status.

Praktijkvoorbeelden lieten zien dat patiënten met ernstige progressieve parodontitis na overleg met de huisarts leidde tot ontdekking of verbeterde behandeling van diabetes. Een andere casus liet zien dat ondanks intensieve nazorg, parodontitis
bleef bestaan door slecht gereguleerde diabetes.

Orale complicaties bij diabetes mellitus

Patiënten met diabetes hebben een verhoogde kans op o.a.:

  • Burning mouth syndrome
  • Schimmelinfecties
  • Aandoeningen aan de weke delen
  • Xerostomie
  • Smaakstoornissen
  • Cariës
  • Pulpanecrose
  • Gingivitis en parodontitis

Achtergrond diabetes mellitus

  • Type I: meestal op jonge leeftijd, ontstaat snel, vaak voor 30-jarige leeftijd,
    insulinedeficiëntie, patiënt heeft altijd insuline nodig, symptomen zoals dorst,
    veel plassen en keto-acidose.
  • Type II: vaak boven 40 jaar, geassocieerd met obesitas en metabool syndroom, insulineresistentie en/of deficiëntie, traag ontstaan, symptomen zoals dorst, moeheid en gewichtsverlies.
  • Andere vormen zijn zwangerschapsdiabetes, MODY, LADA, type 3C.
  • Diagnostiek via glucosewaarden in het bloed en HbA1c waarden
  • Behandeling: leefstijlinterventie vormt de basis bij diabetes mellitus type II. Daarnaast medicatie zoals metformine, glicazide en insuline. De laatste jaren worden SGLT-2-remmers en GLP-1-agonisten zoals Ozempic, Victoza en Mounjaro steeds meer voorgeschreven. Vanwege het gewicht verlagende effect van de middelen in deze laatste groep zijn

Diagnose diabetes

Wanneer de diagnose diabetes wordt gesteld gaat er een proces in gang waarbij de
huisarts, diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner (POH) een rol spelen.
Daarnaast zijn de diëtist, optometrist en podotherapeut en/of pedicure ook belangrijk.
Jaarlijkse controle is gericht op welbevinden en chronische complicaties

  • Microvasculaire complicaties
    – Retinopathie
    – Neuropathie
    – Nefropatie
    – Macrovasculaire complicaties
  • Hart- en vaatziekten (hartinfarcten, beroertes)

Ketenzorg

In de huidige zorgstandaard diabetes worden veel professionals genoemd (huisarts,
diëtist, opticien, diabetesverpleegkundige, optometrist, oogarts, podotherapeut/pedicure, klinisch chemicus, vaatchirurg, neuroloog, fysio, apotheker, cardioloog, nefroloog, internist en psychiater), maar de mondzorgprofessional
ontbreekt.
Het doel van de ketenzorg is klachten voorkomen, bestaande klachten verminderen en bestaande complicaties niet verergeren.

Praktische hulpmiddelen

  • Communicatie tussen zorgverleners verloopt nog vaak stroef (brief, mail,
    telefoon; geen toegang tot Zorgdomein voor tandartsen).
  • Er bestaan hulpmiddelen zoals de Parodontitis Screening Tool (die de patiënt
    zelf of de huisarts kan invullen
  • Tandartsen kunnen signaleren en doorverwijzen bij verdenking diabetes;
    huisartsen kunnen bij diabetespatiënten systematisch mondgezondheid
    meenemen.

Wetenschappelijke onderbouwing

Twee systematische reviews (2015 en 2022) tonen aan dat parodontale behandeling leidt tot een lichte, maar significante reductie in HbA1c. Dit ondersteunt het idee dat behandeling van parodontitis de metabole regulatie kan verbeteren.

De primaire focus blijft parodontale gezondheid bereiken. Secundair kan dit bijdragen aan betere glucoseregulatie.

Mondzorg NHG standaard

Adviseer vanwege de grotere kans op tandheelkundige problematiek bij mensen met diabetes tweemaal per jaar bezoek aan de tandarts en/of mondhygiënist. Het voorkomen van parodontitis is ook van belang voor de glucoseregulatie.
Verwijzing: bij klachten van gebit of mond naar een tandarts en/of mondhygiënist

Conclusie

De link tussen diabetes en parodontitis is wetenschappelijk overtuigend, maar samenwerking tussen medische en tandheelkundige zorg blijft achter. Door structureel overleg, betere communicatie en het betrekken van mondzorgprofessionals in ketenzorgprogramma’s kan veel gezondheidswinst worden behaald.

 

Dr. Wijnand J. Teeuw, parodontoloog NVvP, behaalde in 2003 zijn doctoraaldiploma Biologie aan de Universiteit Utrecht met als afstudeerrichting Fundamentele Biomedische Wetenschappen (FBMW). In 2006 studeerde hij als tandarts af aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).Van 2009 t/m 2012 volgde hij aldaar de MSc-opleiding tot parodontoloog, welke hij cum laude heeft afgerond. In 2017 promoveerde hij op de relatie tussen parodontitis en de algemene gezondheid, in het bijzonder diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. Van 2015 tot 2018 was hij hoofd van de Kliniek voor Parodontologie ACTA en was hij een van de opleiders binnen de MSc-opleiding tot parodontoloog. Op dit moment is hij de drijvende kracht achter de verwijspraktijk voor parodontologie, implantologie en halitose: Vitalis Top Clinics in Alphen aan den Rijn. Daarnaast adviseert hij tandartsen en mondhygiënisten in het implementeren van parodontale zorg binnen de algemene tandartsenpraktijk.

 

Mirjam Timmerman is huisarts en kaderarts diabetes.
Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van dr. Wijnand Teeuw en Mirjam
Timmerman tijdens het congres Paro Open van DentalCens

Lees meer over: Parodontologie
de wisselwerking tussen paro en voeding 400

De wisselwerking tussen parodontale gezondheid en voeding

Welke rol spelen voeding en obesitas bij de preventie en behandeling van parodontale aandoeningen? In de nieuwste EFP Perio Talks-podcast bespreken James Deschner, Henrik Dommisch en James Wölber de meest recente wetenschappelijke inzichten over de relatie tussen voeding, ontsteking en parodontale gezondheid.

Deze podcast is een initiatief van de EFP (European Federation of Periodontology).

Beluister de podcast:

Lees meer over: Parodontologie, Podcast, Video | Podcast
tand - pijn

Onderzoek naar associatie tussen ferritinewaarden en parodontitis

Een onderzoek dat onlangs is gepubliceerd in het Journal of Periodontology laat zien dat hoge ijzergehaltes een verband hebben met ernstige en wijdverspreide tandvleesaandoeningen zoals parodontitis.

Ijzer

Ijzer is belangrijk voor verschillende biologische processen in het lichaam zoals zuurstoftransport, DNA-synthese en energieproductie.
Om de ijzervoorraad in het lichaam te bepalen worden ferritinespiegels gebruikt. Ferritinespiegels zijn in verband gebracht met verschillende chronische ziekten waaronder parodontitis bij specifieke bevolkingsgroepen.
Het onderzoek heeft als doel de relatie tussen hoge serum ferritinewaarden en parodontitis te onderzoeken. Hierbij werd gekeken naar de indirecte en directe routes van verhoogde ferritinespiegels die worden veroorzaakt door sociaaldemografische en gedragsfactoren, serumontsteking en metabole risico’s.

Methode van het onderzoek

Aan de hand van de Third National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES III) uitgevoerd tussen 1988 en 1994 werden gegevens van 7283 personen van 50 jaar en jonger geanalyseerd.
De deelnemers werd gevraagd om demografische, sociaaleconomische, rook- en alcoholmisbruikvragenlijsten in te vullen. Daarnaast ondergingen de deelnemers medische, tandheelkundige en laboratoriumonderzoeken in het mobiele onderzoekscentrum.
Er werden parodontale onderzoeken uitgevoerd in twee willekeurig gekozen kwadranten. Klinisch aanhechtingsverlies (CAL) werd gemeten op 28 locaties. Bloedmonsters werden afgenomen om serum ferritinewaarden te bepalen.

Resultaten

De resultaten laten zien dat hoge ferritinewaarden direct geassocieerd met een hoger aantal aangetaste plekken door CAL ≥ 5 mm, en roken was hier ook direct mee geassocieerd.
Ook laten de resultaten zien dat een hoger ferritinegehalte de associatie tussen serumontsteking en parodontitis medieert.

Conclusie

Hoge ferritinegehaltes zijn onderdeel van een systemisch ontstekingsmechanisme en spelen mogelijk een rol bij parodontitis. De studie had echter wel beperkingen zoals de onduidelijkheid over de tijd van de waargenomen verbanden tussen ferritinegehaltes en parodontitis.

Bron:
Journal of Periodontology

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z

Vitamine D-suppletie leidt tot vermindering van een enzym dat zorgt voor parodontaal weefselverlies

Een onderzoek gepubliceerd in het Journal of Clinical Periodontology laat zien dat verhoging van de serum vitamine D spiegels leidt tot verlaging van het enzym matrixmetalloproteinase-9 in gingivale creviculaire vloeistof.

Parodontitis

Parodontitis is een chronische ontstekingsziekte die zorgt voor aantasting van de steunweefsels van tanden en kan leiden tot tandverlies wanneer het onbehandeld blijft.

Ongeveer de helft van alle volwassenen 30 jaar en ouder heeft last van parodontitis. Een belangrijk enzym dat zorgt voor weefselafbraak is matrixmetalloproteinase-9 (MMP-9). Bij parodontitis is dit enzym verhoogd en kan het dus zorgen voor afbraak van collageen en andere extracellulaire matrixcomponenten in parodontale weefsels.

Eerdere studies hebben aangetoond dat vitamine D een remmend effect kan hebben op de expressie en activiteit van MMP-9. Deze studie richt zich op het verhogen van vitamine-D spiegels en de rol op de parodontale gezondheid.

Onderzoek

Aan het onderzoek deden 101 volwassenen met een vitamine D tekort mee. Wanneer de concentratie vitamine D < 20 ng/ml was, was er sprake van vitamine D-insufficiëntie.

Bij elke deelnemer werd sondeerdiepte, klinisch aanhechtingsniveau, plaque-index, gingivale index en bloeding bij sonderen (BOP) gemeten. Deze metingen werden uitgevoerd door een parodontoloog op zes plaatsen per tand. Op basis van radiologische beelden, alveolair botverlies en specifieke klinische criteria werden de deelnemers geclassificeerd als parodontitis.

Deelnemers werden geclassificeerd met gingivitis wanneer er geen sprake was van aanhechtingsverlies, maar wel een BOP van >10%. De MMP-9 waarden in de creviculaire vloeistof (GCF) werd gemeten aan het begin van de studie en één maand na nemen van vitamine D supplementen.

Resultaten

De resultaten laten zien dat vitamine D-suppletie leidt tot een significante verlaging van de MMP-9 waarden in GCF in alle groepen. Met name in de parodontitisgroep vond de grootste daling plaats, namelijk 62,97 ng/30 seconden naar 47,47 ng/30 seconden. In de gingivitisgroep was de daling 29,5 ng/30 seconden naar 21,75 ng/30 seconden en in de gezonde groep 16 ng/30 seconden naar 6,92 ng/30 seconden.

Veranderingen in serumvitamine D had de sterkste associatie met veranderingen in MMP-9.

Conclusie

Herstellen van de vitamine D-spiegels bij patiënten met een vitamine D tekort kan leiden tot lagere MMP-9 spiegels, bij patiënten met verschillende parodontale statussen, en kan mogelijk parodontale risico’s verminderen.

 

Bron:
Journal of Clinical Periodontology

 

 

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Hoger risico op ontwikkelen parodontitis door blootstelling aan zware metalen 400

Hoger risico op ontwikkelen parodontitis door blootstelling aan zware metalen

Een systematische review gepubliceerd in BMC Oral Health laat zien dat blootstelling aan zware metalen zoals lood en cadmium kan leiden tot een hoger risico op het ontwikkelen van parodontitis. De resultaten laten dan ook het belang zien van het verminderen van blootstelling aan zware metalen als preventieve strategie voor tandvleesaandoeningen zoals parodontitis.

Parodontitis en zware metalen

Parodontitis is een tandvleesaandoening waarbij er sprake is van een chronische ontsteking van het tandvlees die de ondersteunende structuren van de tanden aantast. Parodontitis kan worden beïnvloed door onder andere zware metalen zoals lood en cadmium. Lood en cadmium zijn milieuverontreinigende stoffen met toxische effecten op de menselijke gezondheid. Deze studie beoordeelt de relatie tussen blootstelling aan lood en cadmium en parodontitis.

Methoden

Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd waarbij observationele studies die het verband tussen blootstelling aan lood en/of cadmium en parodontitis onderzochten werden opgenomen. Studies die geschikt waren includeerden algemene bevolkingsgroepen en de hoeveelheid lood en/of cadmium werd aan de hand van biomarkers zoals bloed, speeksel of urine gemeten. In totaal werden 14 studies gebruikt en 72.467 deelnemers onderzocht die een verband lieten zien tussen parodontitis en blootstelling aan zware metalen.

Resultaten

Meta-analyse toonde dat blootstelling aan cadmium en lood significant is geassocieerd met een hogere kans op het ontwikkelen van parodontitis. Deze bevindingen werden ook bevestigd door sensitiviteitsanalyses.

Conclusie

Blootstelling aan zware metalen zoals lood en cadmium is significant geassocieerd met parodontitis. Deze resultaten benadrukken dan ook het verminderen van blootstelling aan zware metalen als preventieve strategie voor parodontitis. Echter is er meer onderzoek nodig om onderliggende mechanismen te onderzoeken en interventies te evalueren.

Bron:
BMC Oral Health

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
schildklier

Verband tussen schildklierdysfunctie en parodontale aandoeningen

Een review die onlangs is gepubliceerd in BMC Oral Health, gericht op het evalueren van de effecten van schildklierdysfunctie op parodontale ziektes, laat zien dat een onderactieve of juist overactieve schildklier parodontale aandoeningen kan verergeren. Het is belangrijk om de mondgezondheid van patiënten met schildklierdysfunctie te monitoren.

Schildklierfunctie en parodontale gezondheid

Zowel schildklierdysfunctie als de parodontale gezondheid staan in verband met systemische ontstekingen en dysregulatie. Parodontitis is een chronische ontstekingsziekte en tast de ondersteunende structuren van de tanden aan. Schildklierdysfunctie zoals hypothyreöidie en hyperthyreoïdie kunnen metabolische processen en immuunreacties verstoren waardoor parodontale aandoeningen mogelijk kunnen verergeren. Schildklierhormonen zoals thyroxine (T4) en triiodothyronine (T3) beïnvloeden de immuunreactie en ontstekingsprocessen die cruciaal zijn in het ontstaan van parodontale aandoeningen.

Onderzoek

Deze recente systematische review heeft acht studies onderzocht. Patiënten met schildklierdysfunctie vertoonden een significant hogere parodontale ziekte index dan de controlegroep. De effecten van schildklierdysfunctie werd vooral gevonden op klinisch aanhechtingsniveau en pocketdiepte, maar niet op gingivale of plaque indexen. Ook werd er geen significante impact van schildklierdysfunctie op serum interleukine-6 of speeksel gevonden.

Conclusie

Schildklierdysfunctie wordt geassocieerd met verhoogde parodontale ziekte indexen en benadrukt de noodzaak om meer onderzoek te doen naar dit verband en behandelstrategieën voor patiënten te verbeteren. Toekomstige onderzoeken zouden ook de onderliggende mechanismen van schildklierdysfunctie op parodontale aandoeningen moeten onderzoeken. De studie had ook beperkingen vanwege het ontbreken van randomisatie en blindering.

Bron:
BMC Oral Health

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Parodontologie

Kom naar Paro Open 2025 – 26 september: Het Lustrum – Samenwerken is Kunst

De mond en algemene gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Parodontitis kan bijvoorbeeld een indicatie zijn voor onbehandelde diabetes, de relatie tussen parodontitis en hart- en vaatziekten is wetenschappelijk aangetoond en ook van roken weten we dat het geassocieerd is met een verhoogde vatbaarheid voor parodontitis.

Lees meer over Paro Open 2025 en schrijf je in

Logisch dus dat de blik van tandheelkundige zorgverleners verder reikt dan de vier praktijkmuren. Maar hoe pak je dat grondig op? Welke signalen moet je kunnen herkennen, welke kennis is daartoe noodzakelijk? Welke communicatie is wenselijk en met wie?

Samenwerken is kunst: dát is het thema van Paro Open 2025!

Wat kunt u verwachten?

  • verrassende sprekersduo’s
  • vernieuwende, evidence based inzichten
  • praktische adviezen
  • interactieve congresformule
  • extra feestelijke lustrumeditie!

Ontdek hoe u dankzij een multidisciplinaire samenwerking de kans op het welslagen van uw parobehandeling kunt vergroten.

Datum en locatie

26 september, Leonardo Hotel Vinkeveen

Lees meer over Paro Open 2025 en schrijf je in

 

Paro Open 2025

Lees meer over: Bij- en nascholing, Parodontologie, Partnernieuws, Partnernieuws, Partnervideo, Producten, Video, Video | Podcast
Parodontitis

Parodontale problemen in verband met peri-apicale abcessen

Een onderzoek gepubliceerd in the Journal of the American Dental Association laat zien dat acute peri-apicale abcessen vaker ontstaan bij patiënten met parodontale ziekten, dan bij patiënten zonder parodontale ziekten.

Acute peri-apicale abcessen (PA’s)

Voor acute peri-apicale abcessen is een snelle en efficiënte behandeling vereist omdat ze een gezondheidsrisico voor patiënten vormen. Er is een verband aangetoond tussen endodontische en parodontale ziekten (PD’s) waarbij etiologische factoren zoals micro-organismen en andere factoren zoals wortelresorpties, trauma, perforaties en fracturen een rol spelen in de ontwikkeling ervan. Daarom is het belangrijk om te beoordelen of PD’s het ontwikkelen van een peri-apicale ontsteking vergroot.
De prevalentie van PA’s bij patiënten met parodontale aandoeningen wordt in deze cross-sectionele studie aangetoond.

Cross-sectionele studie

Gegevens van bijna 1,8 miljoen patiënten werden geregistreerd. De patiënenpopulatie bestond uit 834.729 vrouwelijke patiënten en 964.393 mannelijke patiënten.
Met behulp van internationale coderingssystemen werden diagnoses gecodeerd.
De resultaten lieten zien dat patiënten met PD significant meer PA’s vertoonden dan patiënten zonder PD.

Conclusie

Het lijkt erop dat de kans op acute PA’s significant hoger is bij patiënten met PD wanneer zij behandeling zoeken voor pijn als gevolg van acute PA’s, onder de omstandigheden van deze cross-sectionele studie.

Bron:
The Journal of the American Dental Association

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Effecten van parodontitis op de hersenfunctie 400

Effecten van parodontitis op de hersenfunctie

Een studie gepubliceerd in the Journal of Periodontology heeft onderzoek gedaan naar middelbare en oudere personen met een normale cognitie en verschillende stadia van parodontitis om de effecten van parodontitis op de hersenfunctie te bepalen. Analyse van het effect van parodontitis op hersenfunctie kan aanwijzingen geven voor de ontwikkeling van Alzheimer en het vroegtijdig voorkomen van dementie.

Onderzoek

Recent onderzoek heeft voorgesteld dat parodontitis een potentiële risicofactor is voor de ziekte van Alzheimer (AD). De relatie tussen parodontitis en de hersenfunctie van middelbare en oudere personen met normale cognitie blijft echter onduidelijk. Van in totaal 51 proefpersonen met een normale connectiviteit (NC) werden parodontale gegevens en functionele magnetische resonantie beeldvormingsgegevens verkregen. Voor de statistische analyse van de gegevens werd onafhankelijke componentanalyse en correlatieanalyse gebruikt.

Resultaten

In de matige tot ernstige parodontitisgroep werd zowel veranderde intranetwerk functionele connectiviteit (FC) als internetwerk FC gevonden. Daarnaast werd parodontitis geassocieerd met een stoornis in de hersennetwerkfunctie in de groep proefpersonen met een normale connectiviteit.

Conclusie

Parodontitis is geassocieerd met zowel intra- als internetwerk FC veranderingen en kan een potentiële risicofactor zijn voor hersenschade, zelfs in het NC-stadium. Het biedt een aanwijzing en nieuw behandeldoel voor de vroege preventie van AD.

Bron: Journal of Periodontology

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Parodontologie, Partnernieuws, Thema A-Z
Suikers

Hoger risico op parodontitis door bepaalde voedingsmiddelen

Volgens een onderzoek onlangs gepubliceerd in het International Dental Journal worden glycatie-eindproducten (AGE’s) in voeding, die met name voorkomen in voedingsmiddelen met veel suiker, vet en eiwitten, geassocieerd met een hoger risico op het ontwikkelen van parodontitis.

Parodontitis en glycatie-eindproducten

Parodontitis is een complexe ontstekingsaandoening die wordt veroorzaakt door tandplak en wordt gekenmerkt door tandvleesontsteking, aanhechtingsverlies, botverlies en daaropvolgend tandverlies.
Glycatie-eindproducten (AGE’s) zijn het resultaat van de glycatie van aminogroepen in aminozuren en vertegenwoordigen een heterogene en pro-inflammatoire groep verbindingen. In deze studie werd de relatie tussen AGE’s en parodontitis onderzocht.

Onderzoek

Aan de hand van gegevens van 2334 volwassen in de United States werd het verband tussen een hoge inname van AGE’s via voeding en parodontitis onderzocht.
De parodontale gegevens werden verkregen van NHANES en voedingspatronen werden beoordeeld met behulp van een Food Frequency Questionnaire.

Resultaten

Van de 2334 deelnemers waren er 862 deelnemers met parodontitis en 1472 deelnemers zonder parodontitis. Onder de deelnemers met parodontitis waren er 361 mensen met milde parodontitis en 501 mensen met matige en ernstige parodontitis. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 42 jaar. De prevalentie van parodontitis bij mannen was 45,2% en significant hoger dan bij vrouwen, namelijk 30%.
Daarnaast toonden de resultaten dat hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager de prevalentie van parodontitis is.
41,3% van de deelnemers met een hogere inname van AGE’s ontwikkelde parodontitis, dit is een significant verschil in vergelijking met degenen die een lagere inname van AGE’s hadden.
De resultaten toonden dat deelnemers met een AGE-inname van meer dan 21,41 U/kcal een hogere prevalentie van parodontitis vertoonden vergeleken met degenen met een lagere inname.

Conclusie

Het onderzoek laat zien dat AGE’s geassocieerd zijn met de prevalentie van parodontitis. Echter, in de toekomst is verder onderzoek noodzakelijk.

Bron:
International Dental Journal

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z, Voeding en mondgezondheid
Parodontale aspecten van restauratieve tandheelkunde

Parodontale aspecten van restauratieve tandheelkunde

Om een restauratieve behandeling uit te voeren wil je in een parodontaal gezonde mond werken, het parodontium is namelijk de start van je behandeling. Helaas kunnen er omstandigheden zijn waarin er geen ideale uitgangssituatie is. Het is belangrijk om alles door een roze bril te bekijken want het parodontium kan met de nodige zorg en kennis verbeterd worden. De belangrijkste taak hierbij is om de patiënt in een gezonde toestand te laten blijven door middel van professionele reiniging, herinstructie, motivatie, zelfzorg en monitoren van het behandelresultaat met behulp van pocketmeting, röntgenfoto’s en een T-scan. Aan de hand van een aantal casussen worden verschillende uitdagingen en resultaten besproken.

Verslag van de lezing van restauratief tandarts Alwin van Daelen, tijdens PARO2024.

Casus 1

De patiënt wenst nieuwe kronen in het bovenfront omdat de huidige kronen los zijn gekomen. Bij intra-oraal onderzoek is een rode gingiva en bloeding te zien, de patiënt heeft geen parodontitis. De huidige kroonranden liggen dicht bij het bot en dus in de biologische breedte. De behandeling bestaat uit het verwijderen van de huidige kronen. Echter de outline van de kronen is al bepaald en ligt in de biologische breedte. Er zal daarom een botcorrectie nodig zijn om kroonverlenging te verkrijgen waarna de nieuwe kronen geplaatst kunnen worden.

casus 1 afbeelding

paro afbeelding 1 paro afbeelding 2

paro afbeelding 3

Casus 2

Ook deze patiënt wenst nieuwe facings vanwege esthetiek. Bij intra-oraal onderzoek is er sprake van bloedend tandvlees, een centraal diasteem en de floss rafelt. Er zijn slecht aansluitende facings geplaatst in de biologische breedte, waardoor iatrogene parodontitis is ontstaan. De behandeling bestaat uit kroonverlenging waarna er nieuwe partiële lithiumdisilicaatfacings worden gemaakt. De follow-up van de patiënt is erg belangrijk om het resultaat af te wachten.

paro afbeelding 4paro afbeelding 5

Casus 3

De patiënt stoort zich aan de kroonrand van element 21. Er is een donkere cervicale verkleuring zichtbaar in de lachlijn. Het is een endodontisch behandeld element waardoor er een donkere gloed zichtbaar is. De behandeling bestaat uit het verwijderen van de goud-porseleinen kroon en gegoten stiftopbouw, gevolgd door het dikker maken van het weefsel met een soft-tissue graft en daarna het plaatsen van de nieuwe lithium disilicaat kroon.

paro afbeelding 6paro afbeeldng 7

paro afbeelding 8paro afbeelding 9

Paro-ortho synergie

De orthodontie is steeds meer verbonden met de restauratieve tandheelkunde. Tegenwoordig wordt er steeds vaker een orthodontische behandeling uitgevoerd, eventueel in combinatie met bleken, voordat er restauratief wordt behandeld. Het is ook mogelijk om een orthodontische behandeling uit te voeren bij patiënten die parodontitis hebben gehad.

De bijbehorende casus laat een afgebroken 11 en 12 zien door trauma. De 11 moet geëxtraheerd worden in verband met een verticale wortelfractuur. Eerst wordt er met behulp van orthodontie gezorgd voor langzame extrusie waardoor het botniveau en de soft-tissue contour verbetert. Daarna kan er een implantaat worden geplaatst ter plaatse van de 11. Het is normaal gesproken niet logisch om twee implantaten in het front te plaatsen omdat het lastig is om de soft tissue gezond te houden. Echter, in deze casus is er geen andere optie om element 11 te vervangen. Het is belangrijk om te onthouden dat je behandelplan realistisch moet zijn en niet idealistisch. (V.Kokich)

paro 10paro 11

paro 12paro 13

Endo-implanto rivaliteit

De casus laat een peri-apicale radiolucentie zien ter plaatse van element 11. Er is een endodontische behandeling uitgevoerd maar de peri-apicale radiolucentie is niet verbeterd of juist groter geworden. Het is belangrijk om in deze situatie eerst een CBCT-scan te maken om te beoordelen hoeveel botverlies er is. Op de CBCT-scan lijkt er veel bot weg te zijn. Het is daarom geen optie om de 11 te extraheren en een implantaat te plaatsen. Er is voor deze patiënt een goede endodontoloog ingeschakeld en het peri-apicale defect is na herbehandeling vrijwel volledig genezen.

Immediaat fronttandvervanging

Een studie (B.Wagenberg 2006) waarbij onderzoek is gedaan naar 1925 immediaat geplaatste implantaten in 825 patiënten, laat zien dat er 96% overlevingskans is van immediaat geplaatste frontimplantaten. Een immediaat implantaat in de esthetische zone kent echter wel veel eisen zoals een intacte buccale lamel, juist approximaal botniveau en er mag geen sprake zijn van (parodontale) ontstekingen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de lachlijn, de leeftijd, gezondheid en mondhygiëne van de patiënt.

De bijbehorende casus laat resorptie van element 21 zien door trauma. Het element is teruggeplaatst maar is erg lastig schoon te houden. Het is belangrijk om zelfs wanneer een element lang uit de mond is geweest het element terug te plaatsen en te spalken volgens het traumaprotocol. De behandeling bestaat uit het decapiteren van het element tot net onder botniveau en het plaatsen van een tijdelijke etsbrug. Decoroneren van een element kan ervoor zorgen dat het gingivacomplex goed geneest. Na een aantal jaar kan het implantaat geplaatst worden en een kleine soft tissue graft gedaan worden. De follow up laat een nette genezen gingiva zien.

paro 14paro 15

paro 16paro 18

Implanteren

Implanteren is niet altijd de juiste optie. Implanteren in het onderfront is erg lastig omdat het implantaat vaak breder is dan de eigen onderincisief. Een etsbrug is vaak een duurzaam alternatief voor een implantaat. Uit een studie is gebleken dat een cantilever etsbrug beter presteert dan een etsbrug met twee vleugels en dat een etsbrug in het front beter presteert dan in de zijdelingse delen. Etsbruggen zijn ook geschikt bij patiënten die roken en parodontaal gecompromiteerde patiënten omdat de kans op falen van het implantaat juist erg hoog is bij deze patiënten.

Conclusie

Het parodontium is het begin- en eindpunt van je behandeling. Belangrijk om te houden is dat het gezond maken van het parodontium tijd kost, het parodontium gerespecteerd moet worden en nazorg inclusief instructie, motivatie, voorlichting en professionele reiniging hierbij een grote rol speelt.

Alwin van Daelen is restauratief tandarts, NVVRT.

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van Alwin van Daelen tijdens PARO2024 van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd?

Welke resultaten we kunnen bereiken met het behandeling van parodontitis en wat zijn succes criteria om dat te evalueren? Verslag van de lezing van prof. dr. Fridus van der Weijden tijdens PARO2024. Aan de hand van stap 1 tot en met 4 van de richtlijn van de Europese Federatie voor parodontologie (EFP) en de analogie met de NVvP-richtlijn werd op basis van ‘practice-based research’ het effect van de behandeling besproken. Ook besprak hij de belemmerende risicofactoren.

Stap 1: Voorlichting, mondhygiëne, proberen gedragsverandering te krijgen

Als behandelaar wil je tijdens de intake te weten komen hoe vaak iemand poetst, wanneer iemand poetst, hoeveel kracht er wordt gebruikt, of er fluoridetandpasta wordt gebruikt, gebruik van interdentale reinigingsmiddelen, of de tong wordt gereinigd, welke methode van poetsen wordt gebruikt en welke tandenborstel de patiënt gebruikt. Er is een vragenlijst beschikbaar ‘Oral Health Behavior-9’ die voorafgaande aan het intake bezoek aan de patiënt kan worden toegezonden om dat gestructureerd te evalueren. Op basis van de literatuur en richtlijnen is de huidige standaard dat de patiënt twee keer per dag moeten poetsen met een elektrische tandenborstel in combinatie met fluoridetandpasta en dagelijks ragers gebruiken voor de interdentale reiniging.

In de praktijk hebben zij een onderzoek gedaan waarbij bij evaluatie nogmaals de vragenlijst werd aangeboden. Dit gaf de mogelijkheid om de gedragsverandering in mondhygiënische zelfzorg van de patiënt als gevolg van de behandeling te analyseren.
Wanneer de frequentie van poetsen tijdens de intake wordt vergeleken met die bij de evaluatie dan is er bijna geen gedragsverandering met betrekking tot aantal keer poetsen en het gebruik van fluoridetandpasta. In feite deden de meeste patiënten al wat de standaard is.
Wel bleek bij de evaluatie dat er meer patiënten zijn overgestapt op een elektrische tandenborstel en dat er ook een grote toename is in het gebruik van ragers. Het leuke van dit onderzoek is dat je als behandelaar kunt beoordelen of wat je tijdens de behandeling aan adviezen aan de patiënt hebt aangeboden ook daadwerkelijk opgepakt wordt.

De belangrijkste resultaten van dit “practice-based onderzoek” zijn hieronder weergegeven.

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Klik hier voor een vergrote versie

Stap 2: Effect van niet-chirurgische parodontale therapie

In de praktijk is verder gekeken naar het effect van niet-chirurgische parodontale therapie. Dit werd beoordeeld aan de hand van de succes criteria zoals ze in de NVvP-richtlijn zijn beschreven, namelijk pockets ≤ 5mm en ≤ 20% bloeding na sonderen (BOP). Bij een grote groep van 1182 patiënten is er geëvalueerd hoeveel mensen na behandeling geen pockets hadden > 5 mm. De resultaten laten zien dat 39% van de patiënten na de parodontale behandeling pockets ≤5 mm had en het gemiddelde percentage BOP was 14%. De bloedingsneiging voldoet daarmee aan de NVvP-richtlijn maar je zou de 39% kunnen interpreteren als weinig succesvol.

Aan de hand van andere succes criteria zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn in de EFP-richtlijn (zie de tabel hieronder) wordt echter de vraag gesteld of de voorliggende criteria niet te rigide zijn en een te pessimistisch beeld geven van wat met parodontale behandeling bereikt kan worden. Stel dat we een herberekening doen op basis van de EFP-criteria waarbij dan bij de patiënt sprake was van BOP < 10% dan zouden op basis daarvan maar 19% van de patiënten succesvol behandeld zijn. Hoewel het op basis van de beschikbare gegevens met dit onderzoek niet mogelijk was, is de verwachting dat als de criteria voor pocketdiepte van ≤ 5mm naar ≤4mm gelegd zouden worden bijna geen patiënt meer aan een succesvolle behandeling voldoet.
In dit onderzoek is ook gekeken naar het resultaat bij rokers vs. niet-rokers. Het bleek dat 71% van de rokers nog pockets > 5 mm had, terwijl dit bij niet-rokers 57was. Statische analyse liet zien dat rokers minder goed reageren op behandeling en dat het advies om te stoppen met roken onderdeel van de parodontale behandeling moet zijn.

De EFP richtlijn maakt na behandeling onderscheid tussen 3 soorten patiënten

  1. Stabiele patiënten met een pocketdiepte kleiner of gelijk aan 4 mm en BOP < 10%
  2. Patiënt met gingivitis met pockets kleiner of gelijk aan 3 mm en BOP < 10%
  3. Patiënt met instabiele parodontitis met pockets groter dan 4 mm en BOP > 10%

Stap 3: Kijken naar effect van parodontale chirurgie

Als de niet-chirurgische parodontale therapie onvoldoende succesvol blijkt te zijn, kan in stap 3 overgegaan worden tot het uitvoeren van parodontale chirurgie. Er is in de praktijk ook onderzoek gedaan naar de 3-jaar follow-up van 891 chirurgische ingrepen bij 1835 elementen. De uitkomsten laten zien dat het effect van de behandeling zorgt voor een gemiddelde pocketdiepte reductie van 3,93 naar 3,51. Het percentage pockets > 5 mm is gereduceerd van 31% naar 19%. Als gevolg van de behandeling is de hoeveelheid elementen met een recessie toegenomen van 8% naar 12%. De BOP is gedaald van 34% naar 29%. Gemiddeld is er 2% verlies van betrokken gebitselementen opgetreden. Op basis van dit alles is de conclusie dat de behandeling succesvol is geweest.

De resultaten zijn hieronder weergegeven. Wat blijkt is dat ook hier het effect van roken een negatief effect heeft op de behandelresultaten.

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd

Klik hier voor een vergrote versie

Stap 4: Parodontale nazorg

Nadat de actieve fase van parodontale therapie is afgerond volgt stap 4 van de behandeling. Ook voor dit onderdeel werd er een onderzoek in de praktijk uitgevoerd onder patiënten die gemiddeld 6,5 jaar in de parodontale nazorg zaten met een gemiddelde frequentie van 4 maanden. Ook uit dit onderzoek bleek dat roken een negatief effect heeft op de stabiliteit van het behandelresultaat. In een analyses van 10-jaars resultaten van patiënten die trouw elke 3-4 maanden voor nazorg kwamen bleek dat uiteindelijk nog maar 9,3% van de patiënten voor behandeling kwamen.

Deze bevinding suggereert dat mondzorgverleners een grotere inspanningen moeten leveren om de therapietrouw van patiënten te bevorderen.

Redenen voor het staken van de parodontale behandeling waren

Uit een analyse onder patiënten die de behandeling gestaakt hadden bleek dat de meest voorkomende redenen voor het staken van de parodontale behandeling waren:

  • Voortzetten nazorg bij eigen tandarts/mondhygiënist
  • Financiële belasting
  • Geen interesse meer in behandeling
  • Ziet geen noodzaak voor verdere behandeling
  • Vanwege gezondheidsredenen
  • Overig

Succes bij behandeling van parodontitis gegarandeerd Gebistelementen met furcatie problemen hebben over het algemeen een slechtere prognose. Daarom werd in de praktijk ook het lange termijn resultaat van elementen met furcatiegraad II en III onderzocht. De resultaten laten zien dat na gemiddeld 13-jaar 67% van de elementen behouden konden blijven. Onder de molaren met furcatie II bleef 31,3% stabiel en 32,8% toonde zelf verbetering. Onder de molaren met furcatie III vertoonde slecht 18,9% stabiliteit en maar 8,9% verbeterde. Furcatie III bleek ook geassocieerd met een hoge kans op gebitsverlies. Als kantekening is het belamgrijk om te realiseren dat furcatie niet uitsluitend een parodontale oorzaak kan hebben. Ook endodontische oorzaken, zoals aanwezige laterale kanalen kunnen zorgen voor botafbraak in het furcatiegebied. Dit werd niet apart geëvalueerd.

Effecten van roken

Roken heeft effect op de lichaamsafweer, de samenstelling van de orale microflora, de doorbloeding van de gingiva en zoals hierboven al meerder malen vermeld ook op het behandelresultaat.

Het roken van sigaretten is een factor die verband houdt met diepere parodontale pockets en een intra-orale distributie (vooral palatinaal) die wijst op een lokaal effect. Er is in de praktijk onderzoek gedaan naar rokers vs. patiënten die in het kader van de behandeling gestopt waren met roken. Enigszins teleurstellend bleek dat het aantal pockets ≤ 5mm, bloedingsneiging en verlies van gebitselementen bij evaluatie niet verschillend was tussen mensen die bleven roken en degene die gestopt waren. Ander onderzoek heeft ook laten zien dat wanneer iemand is gestopt met roken dit juist ook kan zorgen voor een toename in pocketdiepte en bloedingsneiging.

De literatuur geeft aan dat het effect van stoppen met roken in veel gevallen pas na 12 tot 24 maanden zichtbaar is. Stoppen met roken heeft dus geen direct effect op het behandelresultaat.

Uit de literatuur blijkt dat er wel minder risico is op complicaties bij chirurgie en het plaatsen van implantaten en al met al een betere respons op parodontale behandeling op de lange termijn.

Prof. dr. Fridus van der Weijden studeerde af al tandarts, promoveerde en werd benoemd tot hoogleraar ‘Preventie en Therapie van Parodontale Aandoeningen’ aan ACTA. Door zijn wetenschappelijke oeuvre verwierf hij meerdere (inter)nationale prijzen onder andere van de NVvP, het Ivoren Kruis, de IADR en de ORCA. Hij is erkent als tandarts-parodontoloog door de NVvP en tandarts-implantoloog door de NVOI. Het grootste deel van zijn carrière verdeelt hij zijn tijd tussen Paro Praktijk Utrecht, Implantologie Utrecht en de sectie Parodontologie van ACTA.

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van Fridus van der Weijden tijdens PARO2024 van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Parodontologie, Thema A-Z

De kracht van het parodontium onthuld: Autotransplantaten

Het parodontium is erg belangrijk omdat het onze tanden vasthoudt in het bot, het zorgt ervoor dat elementen kunnen bewegen en het heeft het vermogen om gingiva en bot te genereren. Tijdens haar lezing bij PARO2024 ging Anna Louropoulou in op autotransplantaten als oplossing op lange termijn bij agenetische elementen, geïmpacteerde elementen en na dentaal trauma.

Het parodontaal ligament is dan ook een belangrijk onderdeel bij autotransplantaten. Autotransplantaten zijn met name bij kinderen geïndiceerd omdat op jonge leeftijd implantologie niet mogelijk is.
Wanneer het parodontaal ligament (PDL) beschadigd raakt door trauma komt er op die plek direct contact tussen de wortel en het bot. Dit wordt ankylose genoemd. Een ankylotisch element kan niet meer bewegen, raakt in infrapositie en de generatie van het bot en gingiva blijft op deze plek achter. Er worden verschillende casussen besproken waarbij autotransplantaties worden uitgevoerd.

Autotransplantatie bij niet-afgevormde en afgevormde elementen

De gezondheid van het PDL en de gezondheid van de pulpa zijn belangrijk bij een autotransplanatie. De pulpa moet na een transplantatie vitaal blijven voor verdere wortelafvorming en voor het PDL. Moorrees heeft een studie gedaan naar de ideale wortellengte en apex om een element te transplanteren. Wanneer de wortel op Moorrees 4 of 5 is en de apex wijd open is, is het geschikte moment om te transplanteren.
Er is geen leeftijdsgrens bij autotransplantaten. Er is gebleken dat een transplantatie bij een element met een gesloten apex even succesvol is als een element in ontwikkeling met een open apex. Revascularisatie is echter niet mogelijk bij een element met een gesloten apex, daarom moet er 6 weken voor transplantatie een endodontische behandeling worden uitgevoerd door een endodontoloog. Het is ook mogelijk om de endodontische behandeling binnen twee weken na de autotransplantatie uit te voeren.
Allotransplantatie is transplantatie van de ene persoon naar de ander. Dit brengt vaak veel complicaties met zich mee zoals ontstekingen en de elementen worden vaak afgestoten.

Casus 1

Bij een kind van 11 jaar zijn element 11 en 21 verloren. De tandarts van de patiënt heeft gevraagd of een autotransplantaat mogelijk is. Er is een OPT gemaakt en samen met de orthodontist een plan opgesteld. De 2e wisselfase is nog niet begonnen waardoor het mogelijk is dat 2 premolaren in de bovenkaak vrijgespeeld kunnen worden en mogelijk als donorelementen kunnen worden gebruikt ter vervanging van de frontelementen.
Er is ruimte nodig om de premolaren in het front te zetten en dus aan de orthodontist de taak om ruimte te maken in horizontale en verticale zin.
De horizontale ruimte was nog niet genoeg en daarom is eerst element 15 naar de plek van de 21 getransplanteerd. Na 1, 3 en 6 weken is de patiënt teruggekomen om de transplantatie goed te blijven volgen. Mondhygiëne instructie is ook erg belangrijk. Na 6 weken wanneer het PDL aanwezig is kan het element opgebouwd worden en vaste orthodontische apparatuur geplaatst worden. Naarmate de tijd vordert wordt het risico op complicaties kleiner, maar het is wel belangrijk om de patiënt te blijven volgen na 3 maanden, 6 maanden en een jaar. Na een jaar was er ook voldoende ruimte om element 25 naar de plek van de 21 te transplanteren en ook gevolgd worden.

Casus 2

Bij een 18-jarige patiënt is door trauma element 11 verloren en is ook een stuk van het buccale bot meegekomen. De 12 is voor een deel afgebroken, er is een stukje afgechipt van element 21 en element 22 is mobiel. Element 12 is snel na het incident endodontisch behandeld. Er zijn verder 2 mogelijk behandelopties; wachten met een implantaat omdat de patiënt op dit moment nog te jong is, of een autotransplantaat plaatsen.

Er zijn verschillende voor- en nadelen besproken met betrekking tot een implantaat plaatsen of een autotransplantatie doen. Een implantaat is zeker een goede optie om missende tanden te vervangen. Echter kunnen implantaten niet op jonge leeftijd geplaatst worden. Met name in de esthetische zone bij de voortanden in het bovenfront zien worden de meeste veranderingen gezien. Het implantaat kan de ontwikkeling niet volgen en blijft achter in de groei. De patiënt heeft gekozen voor autotransplantatie waarbij 25 als donorelement wordt gebruikt op de plek van element 11. De patiënt komt na 1, 3 en 6 weken weer terug om na 6 weken de 11 op te bouwen. Een jaar later is er een solo gemaakt waarbij geen peri-apicale radiolucentie te zien is en het PDL is aanwezig.

Na 4,5 jaar is een CBCT gemaakt. Op de plek waar het buccale bot tijdens trauma verloren is gegaan is nieuw bot gegenereerd.

Casus 3

Een andere indicatie voor autotransplantatie is agenesie en wordt in deze casus besproken. Bij de patiënt zijn elementen 35 en 45 afwezig en het advies van de tandarts was om elementen 75 en 85 in de mond te laten zitten.
Helaas zijn element 75 en 85 in infrapositie geraakt en is er een angulair defect gevormd. Er is sprake van een diepe beet en disto-occlusie. De premolaren in de bovenkaak zijn daarom geïndiceerd als donortransplantaat. De orthodontist heeft eerst de diepe beet gecorrigeerd, daarna zijn elementen 75 en 85 geëxtraheerd en element 15 en 25 endodontisch behandeld. Elementen 15 en 25 worden geactiveerd zodat deze geextrudeerd worden om het PDL te stimuleren en de elementen makkelijker te kunnen extraheren. In dit geval hebben we te maken met afgevormde elementen, deze kunnen na 3 weken in de beugel gezet worden omdat het PDL na 3 of 4 weken in turn over is. Na 3 maanden en na een jaar is een mooi resultaat te zien.

Indicaties van autotransplantaten

  • Trauma
  • Grote trauma’s waarbij implantologie niet mogelijk is/zeer complex wordt
  • Agenesie (van premolaar of laterale incisief)
  • Impacties (met name van cuspidaten)
  • Molaren

Conclusie

Autotransplantaties zijn de definitie van een inter-disciplinaire behandeling waarbij de tandarts, preventie-assistent en mondhygiënist centraal staan. Het PDL is de kracht van het parodontium. Het parodontium moet niet alleen ontstekingsvrij zijn maar ook functioneel. Het zorgt voor aangroei van bot en aanmaak van gingiva. En dankzij het PDL zijn autotransplantaties mogelijk.

Dr. Anna Louropoulou studeerde als tandarts af in 2002 aan de ‘Dental School of Aristotle University’ te Thessaloniki, Griekenland. In 2007 behaalde zij haar Post Academisch diploma in de Parodontologie aan ACTA. Sindsdien werkt zij als parodontoloog-implantoloog in Rotterdam en Amsterdam. Naast haar klinische werkzaamheden werkt zij als onderzoeker en universitair docent bij de sectie Parodontologie aan ACTA. Haar promotieonderzoek betreft de reiniging/decontaminatie van implantaatoppervlakken.

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van Anna Louropoulou tijdens PARO2024 van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Parodontologie, Slaapgeneeskunde, Thema A-Z
Verband tussen parodontale aandoeningen en beroertes

Verband tussen parodontale aandoeningen en beroertes

Een onderzoek gepubliceerd in het Journal of Stroke and Cerebrovascular diseases laat zien dat er een verband is tussen tandvleesaandoeningen en cerebrale kleine vaatziekten (CSVD).

CSVD

CSVD is een belangrijk oorzaak van beroertes bij patiënten met ischemische beroerte, en veroorzaakt ongeveer 20% van de beroertes wereldwijd. De parodontale pathogenen die in verband staan met CSVD zijn echter onduidelijk. Daarom is er een onderzoek uitgevoerd om de relatie tussen bepaalde parodontale pathogenen in de mondholte en CSVD te bepalen. Op deze manier worden de effecten van verschillende typen parodontale pathogenen op de kleine cerebrale vaten verduidelijkt.

Onderzoek

Aan de hand van statistische analyse werd de associatie tussen de relatieve percentages van parodontale pathogenen op het tongbeslag, achtergrondfactoren en CSVD-beeldvorming geanalyseerd bij 347 patiënten die een acute ischemische beroerte hebben gehad. Met behulp van een kwantitatieve polymerasekettingreactie werd voor zes soorten parodontale pathogenen het relatieve percentage berekend.
Positiviteit voor de parodontale pathogeen werd gedefinieerd als aanwezigheid van meer dan 1/3e van elk parodontale pathogeen ten opzichte van de totale hoeveelheid bacteriën in het tongbeslag.

Resultaten

In totaal werden 347 patiënten met een ischemische beroerte onderzocht. Positiviteit voor de bacterie F. Nucleatum was onafhankelijk geassocieerd met hyperintensiteit van witte stof van hoge graad en totale CSVD-score. De andere vijf onderzochte bacteriesoorten vertoonden geen associatie.

Conclusie

Positiviteit voor de bacterie F. Nucleatum was onafhankelijk geassocieerd met witte stof en CSVD van hoge graad bij patiënten met een ischemische beroerte.
Om CSVD te vertragen zou mondverzorging gericht op F. Nucleatum kunnen helpen.

Bron:
Journal of Stroke and Cerebrovascular Diseases

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Parodontologie, Thema A-Z
Onderzoek naar het effect van plantaardig dieet op parodontale gezondheid bij cardiovasculaire risicopatiënten

Onderzoek naar het effect van plantaardig dieet op parodontale gezondheid bij cardiovasculaire risicopatiënten

Een studie gepubliceerd in Journal of Clinical Periodontology heeft onderzoek gedaan naar het effect van een plantaardig dieet op de parodontale gezondheid bij patiënten met cardiovasculaire risicofactoren.

Cardiovasculaire ziekten en parodontitis

Cardiovasculaire ziekten (CVD) en parodontitis zijn de meest wijdverspreide niet-overdraagbare chronische ziekten wereldwijd. Gemeenschappelijke risicofactoren voor de ziektes zijn bijvoorbeeld obesitas, diabetes, roken, genetica en dieet en suggereert dat er mogelijk verbanden en immunologische overeenkomsten zijn tussen beide aandoeningen.
De afbraak van lokaal weefsel in het parodontium zorgt voor een toename van pro-inflammatoire marker en dragen bij aan ontsteking, daarmee heeft het invloed op het risico op en ontwikkeling van CVD.

Onderzoek

Aan het onderzoek deden 36 deelnemers mee waarbij de interventiegroep met 17 personen 16 weken lang een plantaardig dieet (WPBD) volgde en de controlegroep (CG) met 19 personen de taak kreeg om hun dieet niet te veranderen. Er werden verschillende metingen bij aanvang, week 8 en week 16. Het parodontale onderzoek bestond uit bloeding na sonderen (BOP), ontstoken parodontaal oppervlak (PISA) en plaque-index (PI) op zes index tanden, pH van het speeksel en matrix-metalloproteinase-8 (MMP-8).

Resultaten

De resultaten lieten zien dat de gemiddelde PISA van de zes indextanden verlaagd was met 32 mm2 in de WPBD-groep en verhoogd was met 22,6 mm2 in de CG-groep.
De veranderingen in BOP waren vergelijkbaar. Daarnaast waren de MMP-8 waarden verlaagd in de WPBD-groep met 50,73 ng/ml en in de CG-groep met 5,40 ng/ml.

Conclusie

De overgang naar een plantaardig dieet van 16 weken kan de parodontale ontstekingsparameters stabiliseren bij patiënten met een risico op hart- en vaatziekten. Echter zijn er toekomstige studies noodzakelijk vanwege de niet-significante veranderingen binnen de groepen.

Bron:
Journal of Clinical Periodontology

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z, Voeding en mondgezondheid
Paro stap voor stap

Paro stap voor stap

In 2020 heeft de European Federation of Periodontology (EFP) een stapsgewijze benadering geïntroduceerd om tot gestroomlijnde en geoptimaliseerde parodontale zorg te komen. Dagmar Else Slot en Tim Thomassen gingen in hun 2 duolezingen tijdens PARO2024 in op preventieve handelingen en de behandeling van parodontale aandoeningen.

Er wordt stap voor stap gestreefd naar een succesvolle behandeling van parodontitis. Stap 0 en 1 bestaan uit het leggen van het fundament voor een succesvolle behandeling later. De supra- en subgingivale gebitsreiniging komen aan bod in stap 2. Stap 3 is de behandeling van verdiepte (rest) pockets, bijvoorbeeld parodontale chirurgie chirurgie en stap 4 bestaat uit parodontale nazorg.

Ontwikkelingen in de parodontologie

Van 2013 tot en met 2023 zijn er verschillende nieuwe classificaties en richtlijnen opgesteld daarbij zijn er belangrijke workshops gehouden met als resultaat een consensus rapport.. Zo is in 2018 de EFP/AAP “world classification” ontwikkeld. In 2020 zijn de PPS ingevoerd, de richtlijn Parodontologie in de Algemene Praktijk opgesteld en de EFP Clinical Practice Guidelines voor Stage I-III ontwikkeld. Recent, in 2022, zijn deze richtlijnen aangevuld met Stage IV.

 

 

Paro stap voor stap Whats new

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Richtlijn parodontologie in de algemene praktijk

Er zijn veel overeenkomsten in de “Richtlijn Parodontologie in de Algemene Praktijk’ van de NVvP en de Clinial Practice Guidelines van de EFP, waaronder een stapsgewijze aanpak en een poging om parodontale problematiek zo gestructureerd mogelijk te behandelen. Maar er zijn ook verschillen, waarbij de Europese richtlijn vooral over de behandeling van parodontitis gaat, is de kracht van de Nederlandse variant de aandacht voor het screenen en diagnostiek. In de lezingen worden beide richtlijnen samengenomen.

Paro stap voor stap

Stap 0: Het bouwen van een fundament voor een succesvolle behandeling

Stap 0 bestaat uit screenen, onderzoek, diagnose, prognose, voorlichting en het opstellen van een zorgplan en zorgdoel. Met screenen wordt bedoeld; het oppervlakkig verkennen van een ogenschijnlijke gezonde populatie om asymptomatische gevallen van een ziekte of aandoening op het spoor te komen en geeft de potentiële behoefte aan voor verder onderzoek en behandeling. Screenen gebeurt door middel van de PPS waarna je aan de hand van deze score besluit of iemand verdere parodontale behandeling behoeft bijvoorbeeld door middel van het paro-preventie traject of het paro-traject. Deze stap 0 is niet terug te vinden in de officiële EFP guideline, maar is voor de lezing, en het onderwijs toegevoegd om de connectie te maken tussen de Nederlandse en Europese richtlijnen. Wellicht is het dus niet zozeer een stap, maar een opstap of plateau om van te vertrekken.

Periodieke parodontale screening (PPS)

De PPS-score kan worden opgedeeld in 3 scores en bijbehorende vragen die het beslissingsmoment vereenvoudigen.

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

PPS 1 – pocketdiepe 1-3 mm

  • Is er sprake van veel plaque,
  • Is er sprake van bloeding
  • Is er sprake van tandsteen,
  • Is er sprake van plaqueretentiefactoren?
  • Voldoende mondhygiëne zelfzorg?
    – Ja > dan afspraak voor volgende PMO
    – Nee > Paro-preventie traject

PPS 2 – pocketdiepte 4-5 mm dan komen erbij:

  • Alle afwegingen zoals bij score 1
  • Is er sprake van pseudopockets?
  • Is er sprake van vergevorderd aanhechtingsverlies?
  • Zijn er furcatieproblemen?
  • Zijn er risicofactoren met betrekking tot algemene gezondheid?
  • Is er sprake van factoren van ongezond gedrag (roken, stress, overgewicht)?

Het advies is om te inventariseren wat de mate van zelfzorg en motivatie is. Daarnaast is voorlichting, begeleiding en advies omtrent gezond gedrag erg belangrijk. Subgingivale reiniging van de pockets van 4-5 mm is ook geïndiceerd. Wanneer er onvoldoende respons is op de behandeling zal aanvullend (parodontaal) onderzoek nodig zijn.

PPS 3 – pocketdiepte >6 mm dan komen erbij:

  • Alle afwegingen zoals bij score 2
  • Is er sprake van gecombineerde paro-endo problematiek?
  • Sprake van geimpacteerd buurelement?
  • Fracturen of itrarogene restauratieve behandeling?

Bij een PPS-score van 2 of 3 is het geadviseerd om aanvullend (parodontaal) onderzoek te doen die bestaat uit:

  • Anamnese, medisch, tandheelkundig
  • Pocket-/parodontiumstatus
  • Psychosociale aspecten en motivatie
  • Aanvullend röntgenonderzoek
  • Evt. microbiologisch onderzoek
  • Parodontale diagnostiek en behandelplanning
  • Aanpassingen zorgdoel en zorgplan

Diagnose

Parodontitis is een chronische, multifactoriële ontstekingsziekte met episodes van activiteit en is geassocieerd met een dysbiotische plaque biofilm, aanhechtingsverlies, röntgenologisch botverlies, aanwezigheid van verdiepte pockets en bloeding van het tandvlees na sonderen. Wanneer de balans tussen aanval en verdediging optimaal is, is er sprake van gezond tandvlees. Wanneer deze balans wankel verloopt is er sprake van gingivitis en wanneer het mis loopt is er sprake van parodontitis. Er zijn verschillende vormen van parodontitis namelijk; acute parodontale laesies (zoals necrotiserende parodontale aandoeningen en een parodontaal abces), parodontitis als directe manifestatie van een systemische aandoening en parodontitis. Om parodontitis te classificeren wordt gekeken naar de uitgebreidheid, ernst en progressie.

Prognose

De prognose is een voorspelling van de mogelijke te verwachten uitkomst. Er zijn verschillende factoren die je kan gebruiken om de prognose te bepalen aan de hand van klinische factoren, omgevingsfactoren, lokale factoren en restauratieve factoren, zoals hieronder weergegeven.

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Wanneer er sprake is van een goede prognose is het zinvol om het element te behandelen. Wanneer er sprake is van een licht dubieuze prognose is het waarschijnlijk zinvol om het element te behandelen. Bij een matige prognose is het twijfelachtig of het element succesvol te behandelen is en bij een slechte prognose is het niet zinvol om te behandelen.

Voorlichting

Het geven van voorlichting is het domein van de mondhygiëniste, preventie-assistente en tandarts (-parodontoloog). Het is belangrijk om met de patiënt te bespreken wat ontstoken tandvlees is, hoe het ontstaat, wat de risicofactoren en effecten zijn en wat de vervolgstap is. Met behulp van de beschikbare folders en kaarten is het makkelijk aan de patiënt uit te leggen. Na de voorlichting kan samen met de patiënt het zorgdoel worden bepaald.

Zorgdoel

Op basis van de zorgvraag en wensen van de patiënt bepaal je het zorgdoel. Enkele voorbeelden zijn:

  • Behoud van een functioneel acceptabele dentitie met alle middelen
  • Behoud van een functioneel acceptabele dentitie met uitsluitend nazorg, zonder ingrijpende (chirurgische) behandeling
  • Behoud verkorte tandboog met alle middelen
  • Behoud strategische elementen met alle middelen -> op basis van esthetiek en functie
  • Behoud strategische elementen met uitsluiten nazorg, zonder ingrijpende (chirurgische) behandeling
  • Versneld afbouwen naar edentate situatie

Stap 1: Inventarisatie en optimalisatie van de risicofactoren en zelfzorg

Voor de richtlijnen van de EFP wordt gebruik gemaakt van aanbevelingen. Dit kan zijn om iets wel of niet te doen, het te overwegen om wel of niet te doen of dat het onduidelijk is. Deze zijn gebaseerd op kwaliteit van bewijs sterk tot zwak en basis van een aantal overwegingen kan bewijs worden omgezet tot een aanbeveling.

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

De richtlijn van de NVvP richt zich met betrekking tot stap 1 op de inventarisatie van het niveau van zelfzorg, het begeleiden en optimaliseren van mondhygiëne en gedragsverandering. Het advies is om 2x per dag te poetsen met fluoridetandpasta. Patiënten willen vaak weten wat ze moeten doen, maar doen het vaak niet omdat motivatie vaak het probleem is.

De omnicalculator biedt allerlei reken tools zo is een handige tool om onder andere het packyear van een patiënt uit te rekenen om te praten met de patiënt over roken en de risico’s daarvan. Veelal zijn de rekentools ondersteunt met wetenschappelijke literatuur. Roken kan namelijk zorgen voor peri-implantitis, meer implantaat verlies, verlies van gebitselementen, invloed om de gebitstoestand van kinderen en verlies van elementen in de nazorg. Stoppen met roken kan juist zorgen voor aanhechtingswinst, pocketdiepte reductie, minder risico op parodontitis en lagere incidentie of progressie.

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

In de praktijk is het noodzakelijk om het rookgedrag te bespreken. Waar voorheen motivational interviewing de standaard is dat tegenwoordig volgens het Trimbos het zogenoemnde VBA (very brief advice). Hierbij gaat het om het stellen van de vraag of er nog gerookt wordt, informeren naar de interesse om te stoppen, als die er is er de mogelijkheid om warm te verwijzen naar professionals die daar op gericht zijn.

Stap 2: Behandelen door middel van supra- en subgingivale gebitsreiniging

Stap 2 richt zich met name op supra- en subgingivale reiniging. Gecombineerde supra- en subgingivale reiniging met ultrasone en handinstrumentarium is daarbij aanbevolen.
Daarnaast kanop indicatie aanbevolen worden om chloorhexidine mondspoeling te gebruiken. Dit resulteert in iets meer pocketdiepte reductie dan zonder spoeling. Een nadeel van chloorhexidine is dat het ook juist voor aanslag kan zorgen. Andere spoelmiddelen zoals essentiële oliën en zijn niet geschikt voor deze fase van de behandelingRoutinematig antibioticagebruik bij elke parodontale behandeling is niet de bedoeling.

Antibiotica moet worden ingezet bij specifieke gevallen zoals:

  • Jonge patiënten met snelle progressie van parodontitis
  • Zeer ernstige parodontitis met furcatie-problematiek en snelle progressie
  • Als parodontale chirurgie in de esthetische zone voorkomen kan worden
  • Necrotiserende parodontale aandoeningen (ANUG, ANUP), in geval van algehele malaise en koorts

Belangrijk is om na stap 2 een evaluatiemoment te houden door middel van een parodontiumstatus, kijken hoe het fysiek, mentaal en financieel gaat met de patiënt en of de end-points bereikt zijn. Wanneer er een pocketdiepte is van onder <5 mm dan kan verder worden gegaan met stap 4, de nazorg. Wanneer dit niet bereikt is moet eerst stap 3 doorlopen worden.

Stap 3: Behandeling van verdiepte (rest) pockets

In stap 3 wordt restontsteking getackeld door herhaalde subgingivale reiniging bij pockets van 4-5 mm en bloeding bij sonderen en daarnaast parodontale chirurgie bij pockets van meer dan 6 mm. In de lezingen wordt benadrukt dat het in de praktijk niet zo zwart-wit is en dat dit per patient en gebitselement bekeken moet worden.

Parodontale chirurgie

Parodontale chirurgie moet worden uitgevoerd door bevoegde en bekwame professionals.
Het doel van parodontale chirurgie is afhankelijk van het type chirurgie dat wordt uitgevoerd en kan bestaan uit:

  • Professionele reiniging en inspectie onder direct zicht.
  • Optimalisatie van de zelfzorg door de patiënt
  • Pocket reductie
  • Recessie (= gevolg van pocketreductie)
  • Herstel van cement, PDL en bot
  • Het succes hangt af van patiëntfactoren (roken, mh), chirurgische en hechttechnieken, materialen

Stap 4: Nazorg

Stap 4 bestaat uit nazorg waarbij eerst de situatie wordt beoordeeld. Het is ook belangrijk dat de patiënt zelf zorgt voor supragingivale plaquecontrole door middel van het begeleiden van de patiënt met het gebruik van een elektrische tandenborstel en cilindrische ragers. Het bijsturen van de motivatie en instructie is een belangrijk onderdeel van de nazorgbehandeling. Uiteraard wordt er een professionele gebitsreiniging uitgevoerd, sub en supragingivaal. Bloeding na sonderen is daarvoor een belangrijke parameter. Uiteindelijk voor een nazorg behandeling afgerond met polijsten en op inidctaie het aanbrengen van fluoride. Ten slotte wordt een recall interval wordt bepaald tussen 3 en 12 maanden. Belangrijke factoren om dit interval te bepalen zijn roken, diabetes, aantal pockets > 5 mm, BOP% en hoeveelheid botverlies. Om deze stappen binnen de nazorg goed te kunnen doorlopen en voldoende tijd te kunnen besteden aan alle aspecten is het zo genoemde “profy hour” bedacht.

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Complexe (parodontale) problematiek

Er is sprake van complexe parodontale problematiek wanneer parodontitis gecombineerd is met:

  • Occlusaal trauma
  • Drifting, flaring en toename van diastemen a.g.v. parodontitis
  • Het verlies van 5 of meer gebitselementen a.g.v. parodontitis
  • Het verlies van kauwvermogen

Niet zozeer het individuele element staat centraal, maar het mogelijk verlies van de dentitie als geheel

Behandeling van deze problematiek kan bestaan uit:

  • Weghalen van storende contacten (fremitus) door selectieve occlusale aanpassingen
  • Splinting door middel van een spalk, composiet of een brugconstructie
  • Orthodontische behandelingen
  • Partiële plaatprothese en frame-protheses
  • Implantaat gedragen frame protheses
  • Enkeltandsvervanging door een implantaat
  • Brug op implantaten
  • Volledige protheses, overkappingsprothese (met of zonder implantaten)

Paro stap voor stap

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Het doorstroomschema van de Nederlandse richtlijn, de stappen van de EFP, en de patiënten folder van de NVvP, zijn allemaal anders en toch wel een zelfde volgorde.

Prof. dr. Dagmar Else Slot is opgeleid tot mondhygiënist en heeft daarnaast een onderwijskundige achtergrond, is klinisch epidemioloog en heeft een MBA afgerond. Zij is benoemd bij ACTA als hoogleraar ‘Preventie in de Mondzorg’ en voelt zij zich zeer verbonden met de dagelijkse klinische praktijk en de mondhygiënist in het bijzonder. Zij verdeelt momenteel haar tijd tussen sectie Parodontologie van ACTA, de mondzorgpraktijk, de master HGZO en het International Journal of Dental Hygiene.

Tim Thomassen studeerde in 2012 in Amsterdam (ACTA) af als tandarts. Na 7,5 jaar werkzaam te zijn geweest in de algemene tandheelkunde besloot hij zich theoretisch, klinisch en wetenschappelijk te verdiepen in de parodontologie. Medio 2022 rondde hij de post-initiële opleiding Oral Health Sciences – Periodontology af, met daaropvolgend NVvP.
Hij is werkzaam bij Paro Praktijk Utrecht waar hij consulten en behandelingen uitvoert op het gebied van de parodontologie en implantologie. Daarnaast is hij met veel enthousiasme
tandarts-docent en promovendus bij de vakgroep Parodontologie van het ACTA. Hij schrijft regelmatig in (inter-) nationale vakbladen en verzorgt lezingen.

Verslag door Fabienne de Vries in samenwerking met van de lezing van Dagmar Else Slot en Tim Thomassen tijdens PARO2024 van Bureau Kalker

Lees meer over: Congresverslagen, Parodontologie, Slaapgeneeskunde, Thema A-Z
Risico op tandvleesaandoeningen groter bij hormonale veranderingen 400

Risico op tandvleesaandoeningen groter bij hormonale veranderingen

Een speciale sessie tijdens het Europerio11 congres in mei in Wenen zal mondgezondheidsprofessionals aanmoedigen een meer gepersonaliseerde benadering te hanteren bij de behandeling van zwangere vrouwen. Daarnaast wordt verder onderzoek naar het verband tussen de mondgezondheid en gezondheid van vrouwen bevordert.

Hormonale veranderingen

Hormonale veranderingen kunnen een grote impact hebben op de mondgezondheid zoals tandvleesaandoeningen, maar ook op de algehele systemische gezondheid. De mondgezondheid bij vrouwen is dus erg belangrijk en speelt een cruciale rol bij aandoeningen zoals complicaties tijdens de zwangerschap en chronische ziekten. Echter blijft het een weinig besproken onderwerp en is er onvoldoende onderzoek naar gedaan.

Tandvleesaandoeningen worden vaak in verband gebracht met verschillende zwangerschapsproblemen, daarom is het van belang dat zwangere vrouwen veel prioriteit stellen aan hun mondgezondheid.

Zwangerschap

Verhoogde hormoonspiegels kunnen tijdens de zwangerschap de manier waarop het lichaam op tandplak reageert veranderen. Dit kan leiden tot gingivitis en parodontitis. Onbehandelde tandvleesaandoeningen kunnen leiden tot ernstige gezondheidsrisico’s bij zowel de moeder als het kind. Wetenschappelijke studies hebben verbanden aangetoond tussen tandvleesaandoeningen en zwangerschapsproblemen zoals vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en pre-eclampsie.

Wanneer er gingivitis of parodontitis wordt vastgesteld is het mogelijk om veilig te behandelen tijdens de zwangerschap. De risico’s van niet behandelen van de aandoeningen zijn groter dan wel behandelen.

Mondhygiëne

Om problemen vroegtijdig te detecteren is het aangeraden om minstens twee keer per dag minimaal twee minuten te poetsen en regelmatig de tandarts bezoeken tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap. Het behouden van een goede mondgezondheid vóór en tijdens de zwangerschap is een essentiële stap in het bevorderen van de gezondheid van zowel moeder als kind.

Conclusie

Behoud van gezond tandvlees is essentieel voor de algehele systemische gezondheid. Bij zwangere vrouwen is er een verband tussen de gezondheid van het tandvlees, hun eigen gezondheid en de gezondheid van de baby.

Bron:
Europerio 11

Lees meer over EuroPerio11 Vienna 14 – 17 May 2025

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z