Implantologie in het digitale tijdperk: vervanging van een enkel element met hedendaagse technologieën

Vincent Donker onderzocht hoe moderne digitale technologieën worden toegepast in de implantologie, specifiek bij behandelingen in het voorste deel van de bovenkaak (anterieure maxilla) en het achterste deel van de boven- en onderkaak (posterieure maxilla en mandibula). Lees hier een samenvatting van zijn proefschrift dat hij verdedigde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Lees hier het volledige proefschrift 

Digitale technologieën en tandheelkundige implantaten

Door het gebruik van digitale technologieën is het plaatsen van tandheelkundige implantaten sterk veranderd. Het helpt tandartsen en kaakchirurgen om nauwkeuriger te diagnosticeren, beter te plannen en efficiënter te werken tijdens behandelingen. Belangrijke innovaties zijn de intra-orale optische scanners (IOS), cone-beam computertomografie (CBCT) en computerondersteund ontwerp en productie (CAD/CAM). IOS maakt nauwkeurige digitale gebitsafdrukken mogelijk, verbetert het comfort van de patiënt omdat het afdrukken met pasta niet meer nodig is, en maakt het mogelijk om de behandeling vooraf digitaal te plannen. CBCT biedt hoogwaardige driedimensionale radiografische beeldvorming van het kaakgebied met verminderde stralingsbelasting. In combinatie bieden IOS en CBCT een digitaal beeld van harde (bot, glazuur en tandbeen) en zachte weefsels (tandvlees, slijmvliezen) in de mond, waardoor de gewenste positie van het implantaat en de bijpassende kroon nauwkeurig vooraf kan worden gepland.

Chirurgisch boorsjabloon

Vervolgens moet de digitale planning overgezet worden naar de patiënt in de behandelkamer. Dit wordt mogelijk gemaakt door computerondersteunde implantaatchirurgie (CAIS), in dit geval door het vooraf maken van een chirurgisch boorsjabloon. Een boorsjabloon helpt de tandarts of kaakchirurg om het implantaat op precies de juiste plek en in de juiste richting te plaatsen. Het zorgt ervoor dat de boring nauwkeurig wordt uitgevoerd, wat belangrijk is voor een veilige en succesvolle behandeling. Omdat vooraf digitaal wordt bepaald waar het implantaat komt, kan de kroon die op het implantaat wordt geplaatst al vóór de ingreep worden gemaakt. Dit bespaart tijd tijdens de behandeling en zorgt ervoor dat de patiënt direct na het plaatsen van het implantaat een tand krijgt. In de moderne restauratieve tandheelkunde geeft men de voorkeur aan een kroon die precies de ruimte van de ontbrekende tand of kies opvult, maar tegelijkertijd voldoende ruimte laat voor het tandvlees en de mogelijkheid tot poetsen en rageren. Dit wordt een patiëntspecifieke restauratie of kroon genoemd. CAD/CAM-technologieën stroomlijnen het maken van zowel tijdelijke als definitieve patiëntspecifieke kronen. Zeker wanneer de kronen uit één stuk gemaakt worden (monolithische kronen) kan CAD/CAM-technologie tijd en kosten besparen. Tegenwoordig worden kronen op implantaten bevestigd door middel van een klein schroefje. Vaak wordt er tussen het implantaat en de kroon nog een opbouw (abutment) geplaatst. Het abutment bevindt zich dan onder het tandvlees, en de kroon is het zichtbare gedeelte in de mond.

Proefschrift

De tandheelkundige industrie heeft de afgelopen jaren veel nieuwe technologieën ontwikkeld om implantaatbehandelingen te verbeteren. Toch is er nog maar beperkte wetenschappelijke onderbouwing voor het gebruik van deze digitale toepassingen, vooral als het gaat om de werkelijke behandelresultaten en hoe patiënten hun ervaring beoordelen. In dit proefschrift wordt onderzocht hoe moderne digitale technologieën worden toegepast in de implantologie, specifiek bij behandelingen in het voorste deel van de bovenkaak (anterieure maxilla) en het achterste deel van de boven- en onderkaak (posterieure maxilla en mandibula). Daarbij worden zowel klinische, radiografische, laboratorium- als patiëntgerichte uitkomsten geëvalueerd.

Hoofdstuk 2 – Klinische studie

In Hoofdstuk 2 wordt een gerandomiseerde klinische studie van 10 jaar beschreven, waarin de langetermijnresultaten van implantaatplaatsing direct na het trekken van de tand of kies (onmiddellijke implantaatplaatsing) in de anterieure maxilla werden beoordeeld. Hierbij werd het direct plaatsen van een tijdelijke kroon vergeleken met het plaatsen van een kroon na 3 maanden. Een implantaat moet na het plaatsen in het kaakbot eerst vastgroeien, een proces dat osseointegratie wordt genoemd. Deze osseointegratieperiode duurt doorgaans 3 maanden. De vraagstelling van deze studie was of de tijdelijke kroon direct op het implantaat geplaatst kon worden, zodat de patiënt niet hoeft te wachten op de osseointegratie voordat de tand of kies wordt gerestaureerd. In dit onderzoek werd overigens al wel gebruik gemaakt van CBCT, maar nog niet van IOS.

Veertig deelnemers ontvingen een enkelvoudig implantaat en werden willekeurig toegewezen aan een van beide groepen. De primaire uitkomstmaat van het onderzoek was de verandering in marginale botniveaus (MBL) rondom het implantaat. Secundaire uitkomstmaten omvatten de overleving van het implantaat en de restauratie, de gezondheid van peri-implantaire weefsels, esthetische indices, buccale botdikte (BBT) en door de patiënt gerapporteerde tevredenheid.

Na 10 jaar vertoonden beide groepen minimale veranderingen in MBL, zonder statistisch significante verschillen. De overleving van de implantaten was in beide groepen 100%, terwijl de overleving van de restauraties iets lager lag (88–89%), voornamelijk door breuken in het porselein van de kroon. De esthetische uitkomsten, waaronder de Pink and White Esthetic Scores (PES/WES), een professionele beoordeling van de esthetiek van het tandvlees en de kroon, bleven stabiel en klinisch acceptabel. Radiografisch was de BBT op meerdere meetpunten significant groter in de groep waarbij direct een tijdelijke kroon werd geplaatst. De door patiënten gerapporteerde tevredenheid was hoog en vergelijkbaar tussen beide groepen. De resultaten suggereren dat het direct plaatsen van een tijdelijke kroon vergelijkbare langetermijnuitkomsten biedt als het later plaatsen van de tijdelijke kroon (na de osseointegratie), met als bijkomend voordeel een kortere tijd tot functioneel en esthetisch herstel. Deze bevindingen ondersteunen de praktische toepassing van onmiddellijke implantaatplaatsing met een tijdelijke kroon in geschikte klinische situaties.

Hoofdstuk 3 – Onmiddellijke implantaatplaatsing

In Hoofdstuk 3 wordt een digitale werkwijze beschreven voor onmiddellijke implantaatplaatsing en directe plaatsing van een tijdelijke kroon in de anterieure maxilla, voortbouwend op het behandelconcept uit Hoofdstuk 2. Deze werkwijze integreert IOS en CBCT in een digitale behandelplanning. Met digitale behandelplanning kan vóór de chirurgische ingreep zowel de juiste vorm van de patiëntspecifieke kroon worden ontworpen als de optimale positie van het implantaat worden bepaald (prothetisch gestuurde implantaatplanning). Omdat er gewerkt werd met een boorsjabloon en de chirurg vooraf weet waar het implantaat ongeveer geplaatst zal worden, kon ook de tijdelijke kroon vooraf worden vervaardigd. In het protocol van deze studie werd gebruik gemaakt van een tijdelijke kroon met een holle binnenzijde. Omdat uit eerder onderzoek is gebleken dat de uiteindelijke implantaatpositie, zelfs bij gebruik van een boorsjabloon, enkele graden kan afwijken van de digitale behandelplanning, werd deze holle kroon na het plaatsen van het implantaat aan het abutment bevestigd met tandheelkundig vulmateriaal (composiet).

Klinische toepassing

De klinische toepassing wordt in Hoofdstuk 3 geïllustreerd aan de hand van de behandeling van een falende tand in de anterieure maxilla bij drie patiënten. Het implantaat werd in alle gevallen geplaatst zonder mucoperiostale opklap, dat wil zeggen zonder dat het tandvlees werd losgemaakt van het kaakbot. Hierbij werd gebruik gemaakt van een CAIS-techniek met boorsjabloon, gevolgd door directe plaatsing van de tijdelijke kroon. De definitieve kroon werd na 3 maanden geplaatst. Klinische, radiografische en patiëntgerapporteerde uitkomsten werden beoordeeld voorafgaand aan de behandeling, 6 weken na het plaatsen van de tijdelijke kroon en 1 jaar na plaatsing van de definitieve kroon.

Bij de follow-up na 1 jaar bleven alle implantaten en kronen functioneel zonder complicaties, wat resulteerde in overlevings- en succespercentages van 100%. De gezondheid van het peri-implantaire weefsel was gunstig, met stabiele MBL en BBT. Esthetische uitkomsten, beoordeeld met PES/WES, verbeterden in de tijd en de patiënttevredenheid was hoog. De digitale werkwijze verkortte de tijd in de behandelstoel en maakte nauwkeurige implantaatpositionering met het direct plaatsen van een tijdelijke kroon mogelijk, wat voordelen biedt ten opzichte van conventionele methoden op het gebied van efficiëntie, voorspelbaarheid en patiëntbeleving.

Hoofdstuk 4 – Laboratoriumstudie

In Hoofdstuk 4 wordt een laboratoriumstudie beschreven waarin de mechanische prestaties van vooraf vervaardigde tijdelijke kronen met een holle binnenzijde werden vergeleken met tijdelijke implantaatkronen die in het tandtechnisch laboratorium zijn gemaakt ná plaatsing van het implantaat (waarbij dus een afdruk of scan van het gebit nodig is na het plaatsen van het implantaat). Beide typen kronen werden bevestigd op titanium snap-abutments en getest met en zonder thermomechanische veroudering, ter simulatie van 6 maanden klinisch gebruik. De proefstukken (n = 96) zijn verdeeld over 8 groepen, op basis van tandtype (centrale of laterale incisief), fabricagemethode (tijdelijke kroon met holle binnenzijde of laboratorium-geproduceerd) en verouderingsconditie. Alle verouderde proefstukken doorstonden de gesimuleerde belastingcycli, waarbij slechts geringe slijtagefacetten werden waargenomen. De breukbelasting en buigmomentwaarden varieerden respectievelijk van 597,6 tot 847,1 N en van 396,4 tot 550,6 Ncm, zonder statistisch significante verschillen tussen de groepen.

Bevindingen

De bevindingen in Hoofdstuk 4 laten zien dat vooraf vervaardigde tijdelijke holle kronen op titanium abutments mechanisch stabiel zijn en vergelijkbare prestaties leveren als laboratorium-geproduceerde alternatieven. Beide methoden zijn bestand tegen krachten die ruim boven de typische bijtkrachten in het frontgebied liggen, zelfs na thermomechanische veroudering. Dit suggereert dat vooraf vervaardigde tijdelijke kronen met holle binnenzijde een goed alternatief kunnen vormen in de klinische praktijk, met voordelen zoals efficiëntie in de behandeling en logistiek, en een mogelijke vermindering van de benodigde stoeltijd.

Hoofdstuk 5 – Prospectieve studie

In Hoofdstuk 5 wordt een prospectieve studie beschreven waarin de klinische toepassing van de digitale werkwijze voor onmiddellijke implantaatplaatsing met direct een tijdelijke kroon in de anterieure maxilla werd geëvalueerd. Voortbouwend op de protocollen uit Hoofdstukken 2–4 werden 30 patiënten behandeld met onmiddellijke implantaatplaatsing zonder mucoperiostale opklap, uitgevoerd met behulp van een CAIS-techniek, en direct gerestaureerd met vooraf vervaardigde tijdelijke holle kronen. Bij drie patiënten faalde het implantaat tijdens de osseointegratie, wat resulteerde in een implantaatoverleving van 90% na 1 jaar. In de resterende 27 patiënten vertoonden zowel de tijdelijke als de definitieve kronen een overlevingspercentage van 100% en een succespercentage van 96%. De klinische uitkomsten toonden gezonde peri-implantaire weefsels, minimale tandplak-opbouw en stabiele sondeerdieptes. De esthetische resultaten, gemeten met PES/WES, verbeterden significant na de behandeling, met een gemiddelde (SD) gecombineerde score van 15,4 (2,5) na 1 jaar (op een schaal van 1–20). Radiografisch bleven de MBL-veranderingen beperkt en bleef de BBT stabiel. Door patiënten gerapporteerde uitkomsten lieten een hoge tevredenheid zien, met significante verbeteringen in zelfvertrouwen, orale functie en esthetiek.

Deze studie toont aan dat een digitale werkwijze een voorspelbare plaatsing van vooraf vervaardigde tijdelijke kronen mogelijk maakt, wat resulteert in gunstige klinische, esthetische en patiëntgerichte uitkomsten. Ondanks enkele implantaatverliezen ondersteunen de bevindingen de haalbaarheid en de voordelen van digitale behandelplanning binnen onmiddellijke implantaatplaatsing.

Hoofdstuk 6 – Uitgestelde implantaatplaatsing met direct een tijdelijke kroon

In Hoofdstuk 6 werd de toepassing van een digitale werkwijze onderzocht voor uitgestelde implantaatplaatsing met direct een tijdelijke kroon. Deze benadering werd toegepast in situaties waarin directe implantaatplaatsing na het trekken van de falende tand of kies niet mogelijk was vanwege een uitgebreid verticaal buccaal botdefect (>5 mm). In dergelijke gevallen moet de tandkas (alveole) eerst worden hersteld middels een bottransplantatie, omdat spontane genezing na het trekken van een tand of kies vaak leidt tot aanzienlijke bot- en weefselresorptie. De klinische werkwijze in deze studie komt grotendeels overeen met die in Hoofdstuk 5, met als verschil dat de implantaatplaatsing werd uitgesteld tot 4 maanden na de bottransplantatie (genezingsperiode).

In een prospectieve studie ondergingen 30 patiënten een bottransplantatie van de alveole na het trekken van de falende tand of kies, gevolgd door implantaatplaatsing en direct een tijdelijke kroon, 4 maanden later. Definitieve kronen werden na 3 maanden osseointegratie geplaatst. Eén implantaat faalde tijdens vroege genezing, wat resulteerde in een overlevingspercentage van 97%. Restauratieoverleving was 100%, met een succespercentage van 97%. Klinische uitkomsten toonden gezonde peri-implantaire weefsels, stabiele sondeerdieptes en minimale ontsteking. Esthetische uitkomsten, inclusief PES/WES, verbeterden in de tijd, met een gemiddelde gecombineerde score van 14,0 (2,9) na 1 jaar. Veranderingen in MBL waren minimaal. Bij het eerste meetmoment werd een buccale botdikte (BBT) van mediaan 2,0 mm vastgesteld. Deze bleef gedurende de observatieperiode stabiel, met slechts minimale buccale botresorptie. Door patiënten gerapporteerde uitkomsten gaven hoge tevredenheid aan, met significante verbeteringen in zelfvertrouwen, orale functie en esthetiek.

Deze studie toont aan dat een digitale behandelplanning succesvol kan worden toegepast bij uitgestelde implantaatplaatsing in een gereconstrueerde alveole, met gunstige klinische, esthetische, radiografische en patiëntgerichte uitkomsten. De bevindingen benadrukken de veelzijdigheid en voorspelbaarheid van digitale protocollen in complexe klinische situaties.

Hoofdstuk 7 – Digitale werkwijze implantaatplaatsing met direct een tijdelijke kroon in de anterieure maxilla na bottransplantatie

In Hoofdstuk 7 wordt een digitale werkwijze gepresenteerd voor implantaatplaatsing met direct een tijdelijke kroon in de anterieure maxilla na bottransplantatie vanwege een groot buccaal botdefect (>5 mm). In tegenstelling tot de protocollen in eerdere hoofdstukken werd in deze studie gebruikgemaakt van een CAIS-techniek met volledig dwingende boorsjablonen. Dankzij deze sjablonen kon het implantaat nog nauwkeuriger worden geplaatst volgens de digitale behandelplanning. In plaats van een tijdelijke holle kroon, zoals toegepast in de voorgaande studies, werd in Hoofdstuk 7 zowel een patiëntspecifieke tijdelijke kroon als een patiëntspecifiek titanium abutment vooraf vervaardigd met behulp van CAD/CAM-techniek. Het voordeel van deze werkwijze is dat de tijd die nodig is om tijdelijke holle kronen af te werken, vervalt. Bovendien vereist deze afwerking aanzienlijke klinische vaardigheid, wat de procedure complexer maakt. Tot slot wordt verwacht dat een patiëntspecifiek titanium abutment gunstiger is voor de peri-implantaire weefsels, vanwege de hogere biocompatibiliteit in vergelijking met composietmaterialen.

Drie patiënten met uitgebreide buccale botdefecten ondergingen een bottransplantatie, gevolgd door implantaatplaatsing na 4 maanden genezing, gebaseerd op een digitale behandelplanning. In deze planning werden IOS en CBCT gecombineerd voor prothetisch gestuurde implantaatpositionering. De tijdelijke kronen en abutments werden vooraf digitaal ontworpen en vervaardigd, waardoor ze direct op het implantaat konden worden geplaatst zonder verdere aanpassingen.

Alle drie implantaten werden geplaatst zoals gepland en konden direct worden voorzien van de tijdelijke kroon. Na 3 maanden osseointegratie werd een definitieve kroon gemaakt, wederom met een patiëntspecifiek titanium abutment. Na 1 jaar bleven zowel de implantaten als de kronen functioneel en vrij van complicaties, wat resulteerde in overlevings- en succespercentages van 100%. De klinische uitkomsten toonden gezonde peri-implantaire weefsels, stabiele sondeerdieptes en voldoende aanwezigheid van gekeratiniseerde mucosa. De esthetische resultaten, gemeten met PES/WES, verbeterden in de tijd, met slechts minimale recessie van de mucosa. De patiënttevredenheid bleef gedurende de gehele follow-upperiode hoog.

Deze studie toont aan dat een volledig digitale benadering nauwkeurige implantaatplaatsing en het direct plaatsen van een kroon met vooraf vervaardigde CAD/CAM-componenten mogelijk maakt. Dit biedt een voorspelbaar en efficiënt alternatief voor conventionele methoden bij complexe behandelingen.

Hoofdstuk 8 – Behandelconcept

In Hoofdstuk 8 wordt een behandelconcept beschreven voor de posterieure maxilla en mandibula, waarin de klinische prestaties van monolithische implantaatkronen van zirkonia op patiëntspecifieke titanium abutments werden geëvalueerd in een prospectieve studie. De kronen werden vervaardigd op basis van gedigitaliseerde gipsmodellen die afkomstig waren van conventionele gebitsafdrukken.

In deze prospectieve studie werden 50 implantaten geplaatst op de plek van ontbrekende kiezen (molaarregio) bij 46 patiënten. Na een tweefasig chirurgisch implantaatprotocol werden monolithische zirkonia kronen geplaatst op patiëntspecifieke titanium abutments, vervaardigd via een CAD/CAM-techniek. Klinische, radiografische en door patiënten gerapporteerde uitkomsten werden geëvalueerd vóór de behandeling, en 1 maand en 1 jaar na het plaatsen van de definitieve kroon.

Bij de follow-up na 1 jaar bleven alle implantaten en restauraties functioneel, wat resulteerde in een overlevingspercentage van 100%. Het succespercentage van de restauraties, beoordeeld op basis van aangepaste criteria van de United States Public Health Service (USPHS), bedroeg 96%, met twee gevallen van een losse kroon door het loskomen van de schroef. De peri-implantaire weefsels vertoonden gezonde klinische kenmerken, met lage plak- en bloedingsindices en stabiele sondeerdieptes. Veranderingen in het marginale botniveau waren minimaal (gemiddeld −0,17 mm). De patiënttevredenheid was hoog, met name ten aanzien van kauwfunctie en esthetiek.

Deze studie toonde aan dat monolithische zirkonia kronen op patiëntspecifieke titanium abutments uitstekende kortetermijnresultaten bieden in de posterieure maxilla en mandibula, met lage complicatiepercentages en hoge patiëntacceptatie. De bevindingen ondersteunen het gebruik van deze kronen als betrouwbare behandeloptie, hoewel langetermijnstudies nodig zijn.

Hoofdstuk 9 – Prospectieve studie

In Hoofdstuk 9 wordt een prospectieve studie beschreven waarin een nieuw behandelconcept voor de posterieure maxilla en mandibula wordt geëvalueerd: monolithische zirkonia kronen die direct kunnen worden geplaatst op een nieuwe interne implantaatverbinding, zonder gebruik van een abutment. Deze benadering vermijdt de cementinterface tussen het abutment en de kroon en is gericht op het verminderen van technische en biologische complicaties die geassocieerd worden met titanium basisabutments.

Bij 41 patiënten werden 50 implantaten geplaatst op basis van prothetisch gestuurde digitale behandelplanning en een CAIS-techniek met een boorsjabloon. De implantaten waren specifiek ontworpen voor het dragen van monolithische zirkonia kronen zonder abutment. Na een osseointegratieperiode van 3 maanden werden de definitieve kronen geplaatst.

Bij de follow-up na 1 jaar was de implantaatoverleving 98%, en de restauratieoverleving en succes waren respectievelijk 100% en 98%. Klinische uitkomsten toonden gezonde peri-implantaire weefsels, minimale plak en bloeding, en geen gevallen van peri-implantitis (ontsteking rondom het implantaat). Veranderingen in MBL waren gering (gemiddeld −0,14 mm mesiaal, −0,25 mm distaal) en de patiënttevredenheid was hoog (gemiddelde score 9,2). Slechts één geval van een losse kroon door schroefloslating werd gerapporteerd.

Deze studie toonde aan dat monolithische zirkonia kronen, geplaatst direct op een speciale implantaatverbinding, uitstekende kortetermijnresultaten hadden. De bevindingen ondersteunen de haalbaarheid van deze monolithische kronen zonder abutment, al zijn langetermijnstudies nodig om de klinische duurzaamheid te bevestigen.

Hoofdstuk 10 – Gerandomiseerde crossover-studie

In Hoofdstuk 10 wordt een gerandomiseerde crossover-studie beschreven waarin een digitale en een conventionele werkwijze voor de vervaardiging van chirurgische boorsjablonen werden vergeleken. De studie had tot doel de voorkeur van de gebruiker, de ervaren moeilijkheid, de effectiviteit en de benodigde werktijd te evalueren bij tandheelkundestudenten en tandartsen zonder eerdere ervaring met het vervaardigen van een boorsjabloon.

Veertig deelnemers (20 studenten en 20 tandartsen) vervaardigden elk twee boorsjablonen: één met een digitale werkwijze met CAD-software en driedimensionaal printen, en één met een conventionele methode met een opwas op een gispmodel en het strooien met polymethylmethacrylaat (PMMA). De voorkeur van de gebruiker en hun ervaringen werden beoordeeld via vragenlijsten, en de werktijden werden geregistreerd.

De voorkeur lag bij de digitale werkwijze voor 95% van de studenten en 70% van de tandartsen. Studenten beoordeelden de digitale methode als significant minder moeilijk en effectiever dan de conventionele aanpak. Beide groepen voltooiden de digitale werkwijze sneller, hoewel de totale vaste tijd, inclusief productiestappen zoals printen of polymerisatie, langer was bij de digitale methode. Desondanks werd de digitale werkwijze als efficiënter beschouwd.

Deze studie ondersteunt het gebruik van digitale sjabloonfabricage en benadrukt de voordelen op het gebied van gebruiksgemak, voorkeur van de gebruiker en tijdsefficiëntie binnen de implantaatbehandelplanning.

Hoofdstuk 11 – Onderzoeksresultaten


In de discussie in Hoofdstuk 11 worden de belangrijkste onderzoeksresultaten besproken in een bredere context. In het algemeen kan worden geconcludeerd dat digitale werkwijzen in de implantologie klinisch haalbaar en effectief zijn in zowel de anterieure maxilla als de posterieure maxilla en mandibula. De combinatie van IOS en CBCT in een digitale behandelplanning maakt prothetisch gestuurde planning mogelijk, terwijl geprefabriceerde kronen en een CAIS-techniek met boorsjablonen bijdragen aan een efficiënte behandeling en hoge patiënttevredenheid. Onmiddellijke plaatsing van implantaten met een tijdelijke kroon in de anterieure maxilla levert stabiele uitkomsten op en verdient de voorkeur wanneer tijd en patiëntcomfort prioriteit hebben. Vooraf gefabriceerde tijdelijke kronen bieden vergelijkbare betrouwbaarheid als conventionele methoden. In de posterieure maxilla en mandibula tonen monolithische zirkonia kronen, zowel met patiëntspecifieke titanium abutments als zonder abutment, uitstekende kortetermijnprestaties met minimale complicaties. Digitale werkwijzen krijgen de voorkeur van vooral jongere clinici, die ze als intuïtiever en efficiënter ervaren. Hoewel ervaren clinici digitale benaderingen eveneens waarderen, passen zij deze mogelijk selectiever toe, met name in complexe gevallen. Deze bevindingen benadrukken het belang van goede bij- en nascholing ter ondersteuning van passend gebruik en klinische besluitvorming.

Lees hier het volledige proefschrift

 

Dr. Vincent Donker

Dr. Vincent Donker studeerde Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens zijn studie was hij bestuurslid van de faculteitsvereniging Tandheelkunde en werkte hij als student-assistent bij de afdeling Implantologie. In 2020 studeerde hij af als tandarts en in 2026 rondde hij zijn promotieonderzoek in de medische wetenschappen af. Hij werkt momenteel als postdoctoraal onderzoeker, gecombineerd met klinische werkzaamheden in een tandartspraktijk. Vincent is lid van meerdere wetenschappelijke verenigingen op het gebied van implantologie, prothetiek en esthetische tandheelkunde.

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wat is je functie?

Lees meer over: Implantologie