Nederlandse mondzorg: sterke basis, maar ook structurele knelpunten
De Nederlandse mondzorg staat er inhoudelijk sterk voor en geldt internationaal als een effectief voorbeeld van preventieve gezondheidszorg. Tegelijkertijd neemt de druk op de sector toe door een groeiende zorgvraag, personeelstekorten en uitdagingen op het gebied van organisatie, wetgeving en duurzaamheid. Dat blijkt uit een recente sectoranalyse van Rabobank.
Preventie als fundament van een vitale samenleving
De toekomst van de zorg ligt in het bevorderen van gezondheid in plaats van het behandelen van ziekte. Mondzorg past goed binnen deze visie: zij draagt aantoonbaar bij aan een gezonde en vitale bevolking. In 2024 bezocht bijna 82% van de Nederlanders minimaal één keer de tandarts. Daarmee is mondzorg een van de meest succesvolle preventieve interventies binnen het zorgstelsel.
De kwaliteit van de zorg wordt mede gedragen door de samenwerking tussen tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten. Het behoud van de zesjarige tandartsopleiding speelt hierbij een belangrijke rol. Preventie is structureel ingebed in de dagelijkse praktijk en wordt zowel binnen als buiten het verzekerde zorgdomein bekostigd.
Toch bereikt de mondzorg nog niet iedereen. Volgens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gaan ongeveer 640.000 volwassenen om financiële redenen niet eens per twee jaar naar de tandarts. In een recente Kamerbrief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden verschillende beleidsopties genoemd, zoals een landelijke financiële regeling, een uniforme aanvullende verzekering of een noodfonds. Het is aan een nieuw kabinet om hierover knopen door te hakken. De toenemende gezondheidsverschillen en de versnippering van gemeentelijke regelingen maken een structurele oplossing urgent.
Aanhoudende druk op het aanbod van tandartsen
Hoewel de vraag naar mondzorg groeit, staat het aanbod van tandartsen onder druk. Begin 2025 telde Nederland 9.555 actieve tandartsen, een daling van 55 ten opzichte van 2021. Daarnaast bestaan er aanzienlijke regionale verschillen in beschikbaarheid.
Uit het Capaciteitsplan 2027-2030 blijkt dat een jaarlijkse instroom van 386 tandartsen noodzakelijk is om in 2043 evenwicht te bereiken tussen vraag en aanbod. Momenteel starten jaarlijks 285 studenten met de opleiding; dit aantal wordt stapsgewijs verhoogd naar 290 in 2027. Positief is dat alle opleidingsplaatsen worden ingevuld, wat wijst op blijvende populariteit van het vak.
Tegelijkertijd blijft Nederland deels afhankelijk van tandartsen met een buitenlands diploma. Dat brengt onzekerheid met zich mee, omdat een deel van deze professionals na verloop van tijd terugkeert naar het land van herkomst. Bovendien wordt verwacht dat tot en met 2030 circa 1.240 tandartsen van 62 jaar en ouder met pensioen gaan.
Ongeveer 30% van de praktijken hanteert inmiddels een patiëntenstop. Toch slagen veel ondernemingen erin te groeien, mede dankzij taakdelegatie en efficiënte samenwerking binnen het team.
Arbeidsmarkt en wetgeving zorgen voor terughoudendheid
De mondzorg kent traditioneel een relatief hoog aandeel zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). De voorgenomen Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) moet duidelijkheid geven over het onderscheid tussen zelfstandigheid en dienstverband. Zolang de wetgeving onzeker is, stellen jonge tandartsen belangrijke loopbaankeuzes uit. Het kabinet heeft voorlopig afgezien van handhaving via verzuimboetes bij vermeende schijnzelfstandigheid, maar het onderwerp blijft relevant voor de sector.
Schaalvergroting en ketenvorming
De afgelopen jaren is schaalvergroting zichtbaar toegenomen. Praktijken groeien in aantal behandelkamers of vestigingen, zowel bij zelfstandige ondernemers als bij ketenorganisaties. Bij praktijkoverdrachten worden doorgaans multiples van drie tot zeven keer de EBITDA (operationeel resultaat vóór rente, belastingen en afschrijvingen) betaald. Factoren zoals patiëntenaantallen, teamopbouw, specialisaties en regionale ligging beïnvloeden de waardering.
Door een lichte daling van de tarieven bij een hogere inflatie verwacht Rabobank enige druk op de winstgevendheid. Tegelijkertijd kiezen steeds meer jonge tandartsen voor het starten van een zogeheten nul-praktijk, waarbij zij zonder overname van een bestaande patiëntenportefeuille beginnen.
Private equity speelt een zichtbare rol in de markt. Ongeveer 13% van de praktijken is in handen van investeringsmaatschappijen, goed voor circa 30% van de totale omzet. Het aantal overnames door deze partijen lijkt recent licht af te nemen, maar verdere groei wordt niet uitgesloten. Volgens Rabobank blijft er echter voldoende ruimte voor zelfstandig ondernemerschap, mits praktijken voldoende schaalgrootte hebben en investeren in goed werkgeverschap en kwaliteit.
Digitalisering en technologie als hefboom
Technologische innovatie biedt kansen om rendement en efficiëntie te verbeteren. Kunstmatige intelligentie (AI) kan röntgenbeelden analyseren en cariës in een vroeg stadium signaleren. Dit kan bijdragen aan snellere en efficiëntere diagnostiek. Tegelijkertijd blijft menselijke beoordeling onmisbaar, onder meer vanwege risico’s op fout-positieven, bias in data en privacyvraagstukken. Verantwoorde toepassing vraagt om betere data-toegang, scholing, standaardisatie en een solide digitale infrastructuur.
Daarnaast groeit het gebruik van CAD/CAM-technologie. Hiermee kunnen restauraties zoals kronen en bruggen volledig in de praktijk worden vervaardigd. Dit verhoogt de efficiëntie en kan de kosten per restauratie verlagen, vooral bij voldoende behandelvolume en een goed ingerichte workflow. Nieuwe materialen, 3D-printtechnieken en cloud-oplossingen maken de technologie ook toegankelijker voor kleinere praktijken.
Duurzaamheid steeds belangrijker
Duurzaamheid krijgt meer aandacht binnen de sector. Een groeiend deel van de praktijkhouders heeft een energielabel aangevraagd. Ongeveer driekwart van de tandartsen beschikt over een pand dat voldoet aan de huidige eisen voor bancaire financiering. Praktijken met een lager energielabel staan voor de opgave om hun vastgoed de komende jaren te verduurzamen.
Instrumenten zoals de Milieubarometer helpen ondernemers om milieuprestaties en CO₂-uitstoot inzichtelijk te maken. Ook banken stimuleren verduurzaming via financieringsmogelijkheden en specifieke regelingen voor het midden- en kleinbedrijf.
Vooruitzichten
De Nederlandse mondzorg beschikt over een stevige basis: hoge patiëntparticipatie, sterke preventieve resultaten en een blijvende interesse in de opleiding. Tegelijkertijd vragen personeelstekorten, regionale verschillen, toegankelijkheid voor kwetsbare groepen en verduurzaming om gerichte maatregelen.
De sector zal de komende jaren vooral moeten inzetten op samenwerking, innovatieve technologie, aantrekkelijk werkgeverschap en toekomstbestendige huisvesting. Als die randvoorwaarden op orde komen, blijft het perspectief voor de Nederlandse mondzorg positief.













