Zorgprofessional in de lead
De zorg in Nederland is over het algemeen goed georganiseerd. Met een uitgebreid systeem van wetgeving, financiële regelingen, adviesraden en colleges lijkt alles op orde. Toch blijft de praktijk soms weerbarstig, vooral wanneer de zorgvraag groter is dan het aanbod. Hoewel er regelmatig wordt gesproken over een ‘dreigend zorginfarct’, noemt Marcel Levi dit een overdreven beeld.
Verslag van de lezing van Marcel Levi tijdens het symposium Persoonlijk leiderschap in de mondzorg van ACTA Dental Education.
Levi blijft optimistisch, zelfs bij drukte. Ontwikkelingen in fysica, techniek, genetica, materiaalkunde en datawetenschap dragen bij aan een steeds betere zorg. Volgens hem is er geen ziekte die in de afgelopen jaren niet beter behandelbaar is geworden. Zo kan een doof geboren kind tegenwoordig een implantaat krijgen en normaal leren horen en spreken. Waarom horen we hier zo weinig over?
Focus op problemen overschaduwt vooruitgang
In de media en het publieke debat gaat het vooral over personeelstekorten en systeemproblemen. Intussen is het bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk geworden om te overlijden aan een hartaanval, een indrukwekkende prestatie. Mensen worden ouder door betere zorg, en een baby die nu wordt geboren, heeft 50% kans om 100 jaar te worden.
Als we echt inzetten op preventie, kunnen we deze leeftijdsverwachting nog verder verhogen. De grote uitdaging ligt niet bij asielzoekers of immigranten, maar bij de 100-jarigen. Veel praktische problemen zijn het gevolg van ons eigen succes. Toch verandert het systeem te traag, wat wrijving veroorzaakt.
Technologie als oplossing?
Nieuwe technologieën zoals spraakherkenning of AI kunnen ondersteunend zijn, maar ze lossen niet alles op. Veel zorgtaken blijven mensenwerk. Pessimisten stellen dat straks een derde van de beroepsbevolking in de zorg moet werken, maar Levi verwacht dat technologische innovaties – vergelijkbaar met de evolutie van de telefoon – ons hierin zullen bijstaan.
Is de zorg écht te duur?
De veelgehoorde klacht dat de zorg onbetaalbaar wordt, is volgens Levi niet helemaal terecht. Grafieken die deze conclusie ondersteunen, houden geen rekening met inflatie en economische groei. Als we kijken naar de uitgaven als percentage van het bruto nationaal product (BNP), zien we een stijging van 14 naar 18 procent. Dat valt relatief mee.
Critici vrezen dat er dan te weinig geld overblijft voor andere sectoren, zoals defensie, maar ook dat klopt volgens Levi niet. We moeten ons niet laten meeslepen door doemscenario’s. In vergelijking met andere landen is Nederland bovendien uniek in de mate van zorgkostenhysterie, mede veroorzaakt door ons zorgverzekeringssysteem.
Premies en risico’s: eerlijker verdelen
Veel mensen denken dat hun volledige zorg via de premie wordt betaald, terwijl dit slechts een kwart van de kosten dekt. De rest komt uit inkomensafhankelijke bijdragen, die al jaren gelijk zijn gebleven. Alle kostenstijgingen worden in de premie gestopt, dat voelt onrechtvaardig.
Levi stelt voor om het systeem eerlijker te maken. Bijvoorbeeld door het eigen risico voor gezonde mensen op te rekken naar €800, in ruil voor een lagere premie. Dat lijkt misschien asociaal, maar het leidt niet tot meer zorggebruik en kan de lasten beter verdelen.
Productiviteit dankzij gezondheid
Gezonde mensen blijven langer productief. Wanneer we deze economische opbrengst afzetten tegen de zorgkosten, wordt het geheel beter bespreekbaar. Zijn we eigenlijk duurder dan andere landen? Niet als het gaat om curatieve zorg: daar zijn we juist goedkoop. Maar in de langdurige zorg zijn we de duurste, omdat we alles uitbesteden aan bedrijfjes, terwijl in andere landen de zorg vaak door familie wordt opgepakt.
Passende zorg: mooie theorie, stroperige praktijk
Passende zorg klinkt als een logische oplossing, maar komt in de praktijk nauwelijks van de grond. Het zorgpakket wordt zelden afgeslankt, terwijl er jaarlijks naar schatting 10 miljard euro wordt verspild. Dit komt door overbehandeling, dure middelen, bureaucratie, onnodige controles en zelfs fraude.
Voorbeelden? Denk aan baby-yoga, tiener-ECG’s en ‘snotterpoli’s’. Of aan rugpatiënten die standaard eerst een röntgenfoto en pas later een MRI krijgen, terwijl die laatste sowieso nodig is. En hernia-patiënten die binnen een week worden geopereerd, terwijl afwachten vaak tot spontaan herstel leidt. Het systeem zit vol met inefficiëntie.
Minder ziekenhuizen, meer specialisatie
Het aantal ziekenhuisbedden daalde van 80.000 in 1970 naar 20.000 nu, waarvan er slechts 10.000 echt operationeel zijn. Toch blijven we doen alsof verandering onmogelijk is. Levi stelt dat het best zou kunnen: sluit de helft van de ziekenhuizen en organiseer de zorg regionaal beter. Eén groot ziekenhuis per regio voor complexe zorg, en kleinere centra voor eenvoudige ingrepen zonder spoedeisende hulp of IC.
Het klinkt efficiënt, maar roept maatschappelijke weerstand op. Iedereen wil een ziekenhuis om de hoek, waardoor de noodzakelijke herstructurering moeizaam verloopt.
Van marktwerking naar samenwerking
We bewegen langzaam weg van marktwerking en richting samenwerking. Helaas houden zorgverzekeraars zich op de vlakte en ook de minister trekt zich terug met de mededeling dat het niet haar verantwoordelijkheid is.
En dus komt het neer op onszelf. De zorgprofessional moet in de lead. Alleen als zorgverleners gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen, kunnen we de zorg toekomstbestendig maken.
Marcel Levi is een Nederlandse internist en hoogleraar geneeskunde. Levi is sinds 1 april 2021 voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). NWO is een van de belangrijkste wetenschapsfinanciers in Nederland.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dentalinfo.nl van de lezing van Marcel Levi tijdens het symposium Persoonlijk leiderschap in de mondzorg van ACTA Dental Education.













