Minimaal invasieve composietrestauraties: Lang leve composiet, of toch niet?

Slijtage is een natuurlijk proces – maar wat als het gebit sterk versneld slijt? In zijn lezing nam dr. Crins een diepe duik in de restauratieve behandeling van gebitsslijtage met composiet: direct of indirect, analoog of digitaal via CAD/CAM. Aan bod kwam de beetverhoging en natuurlijk de grote vraag: hoe lang gaan deze restauraties eigenlijk mee?

Verslag van de lezing van dr. Luuk Crins, tijdens het congres GEBITSSLIJTAGE2026 van Bureau Kalker.

Slijtage is een natuurlijk proces – maar wat als het gebit sterk versneld slijt? In zijn lezing nam dr. Crins een diepe duik in de restauratieve behandeling van gebitsslijtage met minimaal invasieve composietrestauraties: direct of indirect, analoog of digitaal via CAD/CAM. Aan bod kwam de beetverhoging, de zin (en onzin) van vooraf testen en natuurlijk de grote vraag: hoe lang gaan deze restauraties eigenlijk mee?

Levensduur

Een centrale vraag die patiënten vaak hebben bij dit soort behandelingen is: hoe lang gaat het mee en wanneer moet het overnieuw? Als behandelaar weten we dat niet exact. Tegelijkertijd kan het de patiënt helpen als we wel een uitspraak doen over een verwachte levensduur. Wat realistisch lijkt bij deze patiëntengroep is een levensduur van ongeveer tien jaar, voor composietrehabilitaties, met her en der een reparatie. Daarbij geldt het motto:

Underpromise, overdeliver

Het uiteindelijke doel is het behoud van een gezonde, functionele dentitie voor het leven, op een acceptabel niveau van gebitselementen en restauraties.

Duurzaamheid en het dynamisch behandelconcept

Duurzaamheid speelt een belangrijke rol binnen de restauratieve tandheelkunde. Daarbij is de duurzaamheid van gebitselementen belangrijker dan de duurzaamheid van restauraties. Tegelijkertijd heeft iedere restauratie een tijdelijk bestaan. Zeker bij jonge patiënten moet je als behandelaar er van uit gaan dat er een nieuwe restauratie geplaatst moet worden. Dat moet dan wel nog kunnen. Minimaal invasieve therapieën liggen hierbij voor de hand. Dit wordt ook wel het dynamisch behandelconcept genoemd.

De behandelaar moet zichzelf steeds de volgende vraag stellen: ‘’Kan ik het nog repareren als dit stuk gaat?’’

Terughoudendheid betekent daarom niet alleen minimaal invasief behandelen, maar ook kritisch nadenken over het wel of niet uitvoeren van een behandeling.

Welke risicofactoren in de praktijk (Laske et al.)

Directe restauraties die door algemeen practici in Nederland worden geplaatst hebben over het algemeen een goede levensduur. De gemiddelde jaarlijkse faalkans bedraagt ongeveer 4,6% over een periode van tien jaar. De variatie tussen praktijken is echter groot: 2,3%–7,9%.

Een grotere kans op falen of herbehandeling werd gezien bij:

  • Oudere patiënten
  • Molaren
  • Meervlaksrestauraties
  • Endodontisch behandelde elementen

Materialen

We hechten vaak veel waarde aan de keuze van materialen. Maar is dat terecht?

De jaarlijkse faalpercentages (AFR) verschillen relatief weinig tussen verschillende materialen bij vergelijkbare patiënten. De percentages zijn over het algemeen laag en goede overleving wordt bij vrijwel alle materialen gevonden. Is materiaalkeuze en techniek misschien niet ‘overrated’?

Waar zitten de verschillen in? (Demarco et al.)

Er zijn praktijken waar restauratief werk aantoonbaar langer meegaat. Het is echter onwaarschijnlijk dat dit uitsluitend wordt veroorzaakt door de technische vaardigheid van de behandelaar.

Factoren die waarschijnlijk een grotere rol spelen zijn:

  • Leeftijd
  • Algemene gezondheid (ASA)
  • Cariësrisico
  • Parafuncties
  • Aanwezigheid van een endodontische behandeling

Daarnaast lijkt het erop, hoewel niet statistisch significant, dat grotere restauraties minder lang meegaan.

Risicofactoren (Fig 1)

Op de x-as staat het type restauratief werk met de bijbehorende onderzoeken. Op de y-as staan de factoren die invloed hebben op de levensverwachting van restauraties.

  • Blauwe vakjes: geen aangetoond effect
  • Rode vakjes: negatief effect
  • Groene vakjes: positief effect

Hoewel sommige data tegenstrijdig zijn, bestaan er duidelijke overeenkomsten tussen onderzoeken.

Wat doet ertoe?

Samengevat lijken vooral de volgende factoren bepalend:

  • Cariësrisico,
  • Endodontisch behandeld
  • Aanwezigheid van parafuncties
  • Grootte van restauratie (aantal vlakken)

Uitkomsten RTWP

De hierop volgende bevindingen maken onderdeel uit van het Radboud Tooth Wear Project.

Probleemeigenaarschap blijkt belangrijk bij dit soort patiënten. De patiënt mag echt wel weten dat zijn/haar gedrag de oorzaak is. Als je dit vroeg signaleert en je attendeert de patiënt hierop, zal die dat waarschijnlijk niet vergeten.

Hoe hard slijt composiet?

In 5 jaar tijd werd de volgende slijtage waargenomen bij composiet:

  • Bij M1 0,4mm in verticale hoogte op het occlusale vlak
  • Bij I1 0,2mm in dikte op het palatinale vlak
  • Er is geen verschil in hoogteverlies door slijtage bij de groep nanocomposiet vs hybride composiet

Directe composietrestauraties (Shamir Mehta et al.)

Bij patiënten met gegeneraliseerde slijtage, is een volledige rehabilitatie met directe composietrestauraties onderzocht. In deze studie werden frontelementen ingepakt met composiet. Er werd een palatinale/linguale en een buccale veneerrestauratie gemaakt. De elementen in de zijdelingse delen werden occlusaal verhoogd.

Patiënten met een ruimere beetverhoging lieten minder vaak een chipfractuur van het composiet materiaal zien dan de patiënten met een beperktere beetverhoging. Je zou dus kunnen stellen: ‘Dikke zolen lopen

Testen van beetverhoging (Crins et al.)

Een bekende vraag is of het noodzakelijk is om een beetverhoging eerst te testen voorafgaand aan de feitelijke behandeling?

Dit werd onderzocht in een RCT aan de hand van:

  • Freeway space,
  • Score van de patient over hun kwaliteit van leven (OHRQoL),
  • Ontstaan van chipping van restauraties.

Hiervoor werd een kunststof beetverhoging gebruikt, vergelijkbaar met een occlusale splint. Bij de helft van de patiënten werd deze gebruikt om de beetverhoging te testen voorafgaand aan de restauratieve behandeling. De andere helft van de patiënten ontving geen kunststof beetverhoging. Bij deze groep werd meteen gestart met de restauratieve behandeling.

Er werd geen significant verschil gevonden in:

  • Kwaliteit van leven (OHRQoL),
  • Aantal vroege chipfracturen,

Alleen de afname van de freeway space was iets kleiner bij patiënten die aan een testfase waren onderworpen. De conclusie was daarom dat een uitneembare testverhoging functioneel gezien niet noodzakelijk is.

CAD/CAM-composiet (Maier et al.)

Er is aangetoond dat een minimaal invasieve volledige mondrehabilitatie met CAD/CAM composietrestauraties, ondersteund met veneerrestauraties, goede resultaten geeft op de middellange termijn. De resultaten zijn vergelijkbaar met direct composiet. Na 5,5 jaar waren de jaarlijkse faalpercentages laag, vooral bij frontelementen en premolaren.

Molaren vertoonden de meeste complicaties en hadden een significant hogere kans op falen. De meest voorkomende problemen waren chipfracturen. Er kwamen weinig ‘gefaalde’ restauraties voor welke vervangen moesten worden.

De onderzoekers concluderen dat deze minimaal invasieve composietbenadering een voorspelbare en duurzame behandeloptie is voor patiënten met ernstige gebitsslijtage.

Systematic review: Direct vs. Indirect (Alani et al.)

Keramiek lijkt het net beter te doen dan composiet. Het verschil is niet groot, maar de faalpercentages van keramische restauraties liggen iets lager. Indirecte technieken hebben minder interventies nodig (zoals reparaties), maar zijn vaker meer invasief. Directe restauraties hebben vaker een interventie nodig, zijn goedkoper en makkelijker te repareren.

De conclusie is dat de te kiezen behandeling dus een afweging is tussen invasiviteit enerzijds en duurzaamheid anderzijds. Bij deze overweging dien je dus rekening te houden met leeftijd, budget en wensen van de patiënt.

Wat zegt de Radboud Tooth Wear Project? (Loomans et al.)

Directe composietrestauraties lieten gunstige resultaten zien, met jaarlijkse faalpercentages van ≤2,2% in het front en ≤2,9% posterieur na 5,5 jaar follow-up. Bij handgemaakte indirecte composiet restauraties hadden molaarrestauraties een significant hoger risico op falen dan directe restauraties (HR = 3,37), met jaarlijkse faalpercentages van 8,5–15,5% tegenover 3,2–5,4% voor de directe aanpak. Minimaal invasieve CAD/CAM composietrestauraties toonden jaarlijkse faalpercentages van 2,5–8,1% na 5,5 jaar follow-up.

Deze bevindingen ondersteunen een verschuiving van vroegtijdig invasief behandelen naar een risicogestuurde en patiëntgerichte aanpak, waarbij regelmatige monitoring, analyse van chemische en mechanische etiologische factoren en gezamenlijke besluitvorming centraal staan.

Lang leve composiet?

De indicatie is belangrijker dan de te kiezen behandeling.

Ik zie een slijtfacet, PAS OP!

Slechts een paar patiënten zijn verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de totaal aantal gefaalde restauraties in de studies van het RTWP. Andere onderzoeken naar levensduur van restauraties bij patiënten met gebitsslijtage vinden een zelfde trend. Zouden dat de patiënten zijn met sterke gewoontes van klemmen en knarsen? Dat lijkt op het eerste oog een logische aanname. Maar hoe herken je die patiënten? Deze patiënten hebben vaak slijtfacetten op hun elementen. Maar dit zijn niet de enige patiënten die slijtfacetten op hun elementen laten zien. Patiënten met een hoge zuurfrequentie i.c.m. fysiologisch (mechanisch) gebruik van hun gebit laten ook slijtfacetten zien. Hierbij werkt het zuur als catalysator voor ‘mechanische schade’ van het gebit. Als behandelaar moet je je dus niet blind staren op die slijtfacetten. Daarmee maak je namelijk geen onderscheid tussen patiënten met zuiver mechanische schade of combinatie van chemische en mechanische schade. Mechanische fenotypes zijn dus niet discriminerend. Crins’ advies is dan ook om altijd eerst de slijtage proberen te verklaren vanuit een chemisch perspectief.

Conclusie

De levensduur van restauratieve behandelingen bij slijtagepatiënten wordt niet alleen bepaald door materiaalkeuze of techniek, maar vooral door patiëntgebonden factoren zoals cariësrisico, bruxisme, endodontische status en etiologie van de slijtage.

Minimaal invasieve en reparabele behandelconcepten lijken daarbij steeds belangrijker te worden. Directe composiettechnieken laten gunstige resultaten zien en bieden flexibiliteit en herstelbaarheid, terwijl indirecte restauraties mogelijk duurzamer zijn maar (vaak) invasiever zijn.

De moderne aanpak verschuift daarom steeds meer richting een risicogestuurde, patiëntgerichte en dynamische behandeling, met als uiteindelijk doel: behoud van een gezonde en functionele dentitie voor het leven.

Take home

  • Composietrehabilitaties doen het best goed op de middellange termijn
  • Na restauratief ingrijpen is er ‘meer onderhoud’
  • Restauratieve behandeling moet zo conservatief mogelijk zijn, met minimaal invasieve behandelstrategieën, volgens een dynamisch restauratief concept
  • Effect van het materiaal is misschien ‘overrated’
  • Een juiste indicatie is belangrijker dan de te kiezen behandeling!

 

Dr. Crins in 2017 afgestudeerd als tandarts in Nijmegen. In

2024 is hij gepromoveerd op de (restauratieve) behandeling van gebitsslijtage. Tijdens zijn promotie traject heeft Crins klinisch onderzoek gedaan naar verschillende restauratieve behandelingen van gebitsslijtage, waardoor hij ruime ervaring heeft opgedaan met het klinisch management van deze patiëntengroep. Dit heeft hij gecombineerd met het verzorgen van postacademisch onderwijs aan het Radboudumc. Ook was hij als chef de clinique van de kliniek voor gebitsslijtage betrokken bij onderwijs en patiëntenzorg. Momenteel is Crins werkzaam in de Verwijspraktijk Zeeland te Goes waar hij zich toelegt op allerhande restauratieve klussen met affiniteit voor adhesieve tandheelkunde.

 Verslag door Camil Chakir voor dentalinfo.nl van de lezing van dr. Luuk Crins tijdens GEBITSSLIJTAGE2026 van Bureau Kalker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wat is je functie? 

Lees meer over: Congresverslagen, Restaureren