Cariës bij jonge kinderen: welke factoren spelen een grote rol?
Cariës bij jonge kinderen ontstaat door een samenspel van verschillende factoren. Een recente studie onderzocht welke ouderlijke, kind- en omgevingsfactoren samenhangen met door ouders gerapporteerde cariës bij kinderen van 2 tot 5 jaar. De resultaten bieden aanknopingspunten voor vroegtijdige signalering en gerichte preventie van cariës bij jonge kinderen.
Cariës op jonge leeftijd
Cariës bij jonge kinderen, ook wel early childhood cariës genoemd (ECC), is wereldwijd een belangrijk gezondheidsprobleem en komt vaker voor bij kinderen uit sociaal kwetsbare groepen. De aandoening kan de kwaliteit van leven en de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden, onder meer via voeding, groei, spraak, slaap en schoolprestaties.
Hoewel bekende risicofactoren zoals eerdere cariës, voedings- en mondhygiënegedrag en sociaaleconomische omstandigheden goed zijn beschreven, is nog minder bekend over de invloed van vroege microbiële en omgevingsfactoren. Blootstelling aan bijvoorbeeld antibiotica, probiotica en verschillende omgevingscontacten kan mogelijk de ontwikkeling van het orale microbioom beïnvloeden en daarmee het risico op cariës.
Omdat jonge kinderen nog niet altijd regelmatig een tandarts bezoeken, werd in deze studie gebruikgemaakt van door ouders gerapporteerde cariës. De onderzoekers volgden kinderen gedurende vier jaar binnen een geboortecohort en onderzochten welke ouderlijke, kind- en omgevingsfactoren samenhingen met cariës. Daarbij lag de nadruk op mogelijke nieuwe risicofactoren tijdens belangrijke ontwikkelingsfasen in de eerste levensjaren.
Onderzoek
Voor deze studie werden gegevens gebruikt uit de KUNO-Kids Health Study, een geboortecohort in Beieren waarin 3196 kinderen vanaf de geboorte werden gevolgd. Voor de huidige analyse werden vragenlijsten van kinderen van 2 tot 5 jaar gebruikt. Ouders rapporteerden jaarlijks of hun kind in het voorgaande jaar cariës had gehad. Daarnaast werden gegevens verzameld over onder meer gezondheid, sociaaleconomische omstandigheden, voeding, mondhygiëne, tandontwikkeling en omgevingsfactoren. De onderzoekers analyseerden welke factoren samenhingen met door ouders gerapporteerde cariës. Ook werd een subgroep onderzocht van kinderen die in het voorafgaande jaar een tandarts hadden bezocht.
Resultaten
De onderzoekers vonden verschillende factoren die samenhingen met door ouders gerapporteerde cariës (PRC) bij kinderen van 2 tot 5 jaar. Sociaal-economische factoren, zoals vaderlijke werkloosheid, een lagere opleiding van de vader, alleenstaand moederschap en een migratieachtergrond van de moeder, waren op verschillende leeftijden geassocieerd met meer PRC.
Ook enkele kindgerelateerde factoren bleken van belang. Een vroege doorbraak van het melkgebit, mondademhaling en minder gunstig mondgezondheidsgedrag, waaronder minder goed tandenpoetsen, waren geassocieerd met meer cariës. Daarnaast was het moment van spenen op meerdere leeftijden gerelateerd aan PRC.
Van de omgevingsfactoren viel vooral het contact met huisdieren op. Dit was op meerdere leeftijden geassocieerd met PRC, met name op 5-jarige leeftijd. Ook het hebben van een broer of zus met cariës was op 3-jarige leeftijd geassocieerd met PRC.
De meeste verbanden bleven bestaan na correctie voor sociaal-economische factoren. Dit wijst erop dat meerdere kind-, ouder- en omgevingsfactoren mogelijk onafhankelijk samenhangen met het ontstaan van cariës in de vroege kinderjaren.
Conclusie
Dit onderzoek laat zien dat verschillende factoren in de vroege kinderjaren samenhangen met door ouders gerapporteerde cariës bij peuters en kleuters. Vooral later spenen en contact met huisdieren waren op meerdere leeftijden geassocieerd met cariës. Ook sociaal-economische omstandigheden, mondhygiëne, voeding, vroege tanddoorbraak en het hebben van een broer of zus met cariës speelden mogelijk een rol.
De resultaten ondersteunen het idee dat de ontwikkeling van het orale microbioom en verschillende vroege levensfactoren van invloed kunnen zijn op het cariësrisico. Omdat het onderzoek alleen verbanden laat zien en de prevalentie van cariës laag was, is verder longitudinaal onderzoek nodig om deze bevindingen te bevestigen en mogelijke onderliggende mechanismen, zoals de invloed van huisdieren op het orale microbioom, beter te begrijpen.
Bron:
Community Dentistry and Oral Epidemiology









