Meerderheid van mondhygiënisten voert extra- en intra-oraalonderzoek uit bij elke patiënt

Meerderheid van mondhygiënisten voert extra- en intra-oraalonderzoek uit bij elke patiënt

Mondkanker staat op de 19e plek in de ranglijst van doodsoorzaken op basis van sterfte door kanker in Nederland. Een voorstadium van mondkanker wordt ook wel een (pre)maligne orale afwijking genoemd. Voorbeelden hiervan zijn leukoplakie, erytroplakie en een focale melanose. Vroegdiagnostiek van dit soort orale afwijkingen is erg belangrijk, omdat de overlevingskans van een patiënt wordt vergroot. De mondhygiënist kan een belangrijke rol spelen in de vroegdiagnostiek van een (pre)maligne orale afwijking.

Doel van de studie

In dit onderzoek is onderzocht in hoeverre de mondhygiënist in Nederland in staat is om (pre)maligne orale afwijkingen bij patiënten te herkennen en door te verwijzen.

Materiaal en methode

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een vragenlijst opgesteld in Qualtrics. Per provincie is een lijst opgesteld met praktijken waarin mondhygiënisten werkzaam zijn. De vragenlijst is als link via de e-mail naar de praktijken verstuurd en via diverse soorten social media kanalen om mondhygiënisten te bereiken. Alle verzamelde data zijn geanalyseerd met behulp van beschrijvende statistiek via het programma IBM SPSS Statistics versie 28.

Resultaten

Aan dit onderzoek hebben 81 deelnemers meegedaan. Uit de resultaten blijkt dat een meerderheid van de mondhygiënisten in Nederland het extra-en intra-oraal (63%/84%) onderzoek uitvoert bij elke patiënt, hierbij worden de belangrijkste weefsels gecontroleerd. Daarnaast geven de deelnemers aan altijd, de gingiva (92,6%), de lippen (67,9%), het wangslijmvlies (66,7%), het gehemelte (60,5%), de tong (59,3%), de mondbodem (51,9%) en het gelaat (46,9%) te screenen. Verder blijkt dat de meerderheid van de deelnemers incorrect patiënten met een leukoplakie en erytroplakie doorverwijst. Bij een leukoplakie zonder vermoede etiologische factoren geeft 28,4% van de deelnemers correct aan de patiënt door te sturen en 42,0% geeft aan 2-4 weken te wachten. Bij een patiënt met leukoplakie met vermoede etiologische factoren geeft 49,4% van de deelnemers aan de patiënt direct door te sturen, terwijl 35,8% deelnemers correct 2-4 weken wil wachten. 48,1% geeft correct aan een patiënt met een erytroplakie direct door te sturen.

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat de meerderheid van de deelnemers het extra- en intra-oraal onderzoek uitvoert bij iedere patiënt, waarbij de belangrijkste weefsels gecontroleerd worden die tevens de voorkeurslocaties zijn van (pre)maligne orale afwijkingen. In het kader van vroegdiagnostiek is het echter van belang dat het extra- en intra-oraal onderzoek door alle mondhygiënisten bij elke patiënt wordt uitgevoerd. Daarnaast blijkt dat de meerderheid van de onderzochte mondhygiënisten niet tijdig of op de juiste manier leukoplakie en erytroplakie doorverwijst.

Juiste doorverwijzing bij leukoplakie

Volgens het huidige beleid dient er bij een patiënt met een leukoplakie met vermoede etiologische factoren de eerste 2-4 weken gebruikt te worden om vermoede etiologische factoren uit te sluiten, zoals stoppen met roken, 2-4 weken antimycoticum, niet dragen van een gebitsprothese of het verwijderen van scherpe (prothese)randen. Indien de laesie nog steeds aanwezig is dient de patiënt te worden doorgestuurd naar de specialist. Bij patiënten met een leukoplakie zonder vermoede etiologische factoren dient er direct te worden doorgestuurd naar een specialist.

Juiste doorverwijzing bij erytroplakie

Bij het vermoeden van erytroplakie dient de patiënt direct te worden doorgestuurd naar een specialist (Schepman et al., 2013; Richtlijn Mondholte- en Orofarynxcarcinoom, 2004).

Door:
Mohammed Al-Beikat en Roa Ahmad, mondzorgkundestudenten bij Inholland.

Klik hier voor de volledige literatuurlijst

 

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Mondhygiëne, Thema A-Z