Nederlandse tandheelkundige professionals staan positief tegenover kunstmatige intelligentie
Kunstmatige intelligentie (AI) rukt op in de tandheelkunde — van röntgendiagnostiek tot behandelplanning. Maar hoe staat de Nederlandse tandheelkundige professional daar eigenlijk tegenover? Die vraag stond centraal in een recent gepubliceerde pilotstudie van onderzoekers verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).
Onderzoek vanuit LUMC en ACTA brengt voor het eerst Nederlandse data in kaart
Wat werd onderzocht?
Via een anonieme online vragenlijst werden tandheelkundestudenten, tandartsen en kaakchirurgen in Nederland bevraagd over hun houding ten opzichte van AI in de tandheelkundige praktijk. In totaal werden 166 deelnemers geïncludeerd: 61% tandartsen, 34% studenten en 5% kaakchirurgen. De gemiddelde leeftijd was 34 jaar.
Wat zijn de uitkomsten?
De bevindingen zijn uitgesproken positief: 80% van de respondenten gaf aan bereid te zijn AI in te zetten in hun dagelijkse praktijk. Respondenten zien AI niet als bedreiging, maar als een nuttig hulpmiddel – een conclusie die aansluit bij vergelijkbaar internationaal onderzoek, maar nu voor het eerst ook voor Nederland is onderbouwd.
De meest gewaardeerde toepassingen waren 3D-implantaatplanning en -positionering, ondersteuning bij diagnose en detectie van afwijkingen in de kaken, cariës en endodontische en parodontale afwijkingen. Tijdsbesparing en verbetering van de patiëntenzorg werden het vaakst genoemd als voordelen. Een overgrote meerderheid verwierp de stelling dat AI tandheelkundige professionals overbodig maakt.
Over aansprakelijkheid was men duidelijk: het merendeel vindt dat de tandarts en de AI-ontwikkelaar verantwoordelijkheid draagt bij problemen met AI. Slechts 40% vindt dat de patiënt aansprakelijk gesteld kan worden.
De behoefte aan opleiding is groot
92% van de deelnemers vond dat AI structureel een plek moet krijgen in de opleiding – bij voorkeur via congressen, in de tandheelkundige basisopleiding en iets minder in postdoctorale programma’s. De onderzoekers concluderen dat het noodzakelijk is om huidige én toekomstige professionals actief voor te bereiden op samenwerking met AI – niet als passieve gebruikers, maar als actieve medeontwikkelaars.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Acceptatie alléén is niet voldoende. Respondenten stelden duidelijke voorwaarden: adequate software en hardware, bewijs van effectiviteit, en betrokkenheid van tandheelkundige experts bij de ontwikkeling van AI-systemen. Alleen een geïntegreerde aanpak — waarbij opleiding, klinische praktijk en technologieontwikkeling hand in hand gaan — kan ervoor zorgen dat AI de tandheelkunde daadwerkelijk ten goede komt.
Aanbevelingen voor de praktijk
- Blijf geïnformeerd. AI-toepassingen in röntgendiagnostiek, cariësdetectie en behandelplanning ontwikkelen zich razendsnel.
- Verwacht ondersteuning, geen vervanging. AI is ontworpen als beslissingsondersteuning — de klinische expertise van de tandarts blijft onmisbaar.
- Vraag om AI-onderwijs. Zowel in na- en bijscholing als in de basisopleiding verdient AI een structurele plek.
- Denk actief mee. Tandartsen die participeren in de ontwikkeling en evaluatie van AI-tools, dragen bij aan toepassingen die aansluiten bij de werkelijkheid van de praktijk.
De studie is gepubliceerd in het International Dental Journal en beschikbaar via ScienceDirect.











