Mensen zoeken steeds vaker online naar informatie over hun eigen mondgezondheid. Recent onderzoek keek specifiek naar de kwaliteit van informatie over peri-implantitis – tandvleesontsteking rondom een implantaat – die patiënten online kunnen vinden. De studie is in het Journal of Oral and Maxillofacial Surgery gepubliceerd.
Onderzoekers voerden een systematische onderzoek uit naar online video’s met inhoud over peri-implantitis. De bron van video’s, het videotype, de duur, het aantal dagen sinds het is geüpload, het aantal weergaven, opmerkingen, vind-ik-leuks, vind-ik-niet-leuks en de interactie-index van elke video werden genoteerd.
Video’s werden vervolgens gescoord op basis van hun inhoud. Een score van 0 duidde op slechte content zonder beschrijving van klinische presentaties, risicofactoren of managementopties; terwijl een score van 2 content van hoge kwaliteit aangaf met ten minste twee klinische presentaties, twee etiologische factoren en één managementoptie.
In totaal zijn er 103 video’s in het onderzoek opgenomen. De meeste video’s kwamen uit de VS, met als bronnen gezondheidsprofessionals en tandheelkundige productiebedrijven. Ongeveer 47% van de video’s werd geüpload door providers en 99% werd als educatief beschouwd.
Correlatie tussen kwaliteit en populariteit
“Over het algemeen bestaat de helft van de best gerangschikte online video’s uit waardevolle informatie over peri-implantitis”, schrijven de auteurs van het onderzoek, geleid door Dr. Duygu Goller Bulut van de Bolu Abant Izzet Baysal University in Turkije.
Onderzoekers observeerden een statistisch significante positieve correlatie tussen de videocontentscore en de populariteit en zichtbaarheid van de video’s. Video’s met een inhoudsscore van 2 waren populairder. In totaal kregen deze video’s ongeveer 4,9 miljoen weergaven, 6000 reacties en bijna 51.000 vind-ik-leuks.
“Deze resultaten geven niet aan dat de kwaliteit en volledigheid van online video’s altijd gecorreleerd zijn met populariteit en zichtbaarheid”, leggen de onderzoekers uit, “omdat degenen die de video’s bekijken en leuk vinden, mogelijk niet altijd rekening houden met de volledigheid en kwaliteit van de video’s.”
Sterke variatie in kwaliteit
De informatie over peri-implantitis varieert sterk online. Van de video’s die onderzoekers in het onderzoek analyseerden, was ongeveer de helft van matige of hogere kwaliteit. Ongeveer 36% had inhoud van hoge kwaliteit. En elke dag worden er nieuwere video’s online gezet.
“Artsen die implantaten behandelen, moeten op de hoogte zijn van de informatie die op de website wordt gepubliceerd over peri-implantitiscomplicaties en hun patiënten begeleiden met het vinden van geschikte en actuele inhoud die is geüpload door betrouwbare bronnen”, concluderen Bulut en collega’s.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/10/Positieve-correlatie-gevonden-tussen-kwaliteit-en-populariteit-online-videos-over-mondgezondheid.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-12-08 09:00:352022-11-30 09:36:57Positieve correlatie gevonden tussen kwaliteit en populariteit online video’s over mondgezondheid
Net als in de rest van de samenleving bestaan er in de mondzorgpraktijk verschillen in hoe vertegenwoordigers uit verschillende generaties (medewerkers en patiënten) zich gedragen. Waar komen die verschillen vandaan en hoe kun je ze inzetten in je praktijk? Lukas Heijdt van Generatie Storm sprak erover tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu.
Informatietijdperk
Het verbinden van mensen en ideeën is de grootste uitdaging van de 21ste eeuw. We leven in het informatietijdperk. Enerzijds zijn we erg goed in staat om kennis te delen, maar anderzijds zien we dat het steeds lastiger is om mensen en ideeën echt met elkaar te verbinden. Iedereen is geneigd om in zijn eigen hokje te gaan zitten. Het kan daardoor lastig zijn om met mensen met verschillende manieren van denken en overtuigingen goed samen te werken.
Individualisering
Er vindt ook een steeds grotere individualisering plaats. Dat neemt door de informatietechnologie steeds meer toe. Ook bij de zorg zie je dat. Mensen worden eigenwijzer: voordat ze met een klacht naar de (tand)arts stappen, hebben ze er al van alles over opgezocht. Je krijgt hierdoor met een heel andere patiënt te maken. Ook de medewerkers worden individualistischer. Mensen zijn niet meer tevreden met alleen maar van hun werkdag afdraaien; ze willen ook dat er voor hen persoonlijk steeds meer aandacht is. Zestig jaar geleden kwam iedereen tegelijk op kantoor aan en begon met zijn allen aan de werkdag. Nu wil iedereen op zijn eigen tijd beginnen en stoppen. Individualisering merk je ook aan meer aandacht voor verschillende werkstijlen, trainingen in teamdynamiek, feedback geven, communicatie e.d. Het gaat steeds meer om de verschillende manieren van doen die mensen hebben. In plaats van, zoals dat voorheen gebeurde, vooral om de inhoud.
Je kunt medewerkers en patiënten dus niet meer allemaal hetzelfde behandelen. Het is echt iets van deze tijd, dat je moet inspelen op wat mensen zelf willen. Aan de ene kant is dat mooi: je bent zo in staat om betere zorg te geven. Aan de andere kant kan het ook lastig zijn.
Generaties
Verschillen tussen mensen zijn op diverse manieren te bekijken en verklaren. Een van die manieren is om dit vanuit generatieperspectief te bezien. Het kan helpen om te weten waarin generaties van elkaar verschillen. Generaties kunnen gedefinieerd worden als grote groepen mensen die tegelijkertijd opgegroeid zijn en zich met elkaar verbonden voelen, omdat zij bepaalde waarden, overtuigingen en manieren van doen delen. In iedere samenleving zijn er verschillende groepen te onderscheiden, die elk hun eigen kenmerken hebben.
Ontstaan generaties
Uit onderzoek blijkt dat generaties ontstaan onder invloed van twee zaken.
Ten eerste is dat de tijdsgeest. Wat er gebeurt in Nederland of in de rest van de wereld is vooral van invloed tijdens iemands formatieve periode (ongeveer van 10 tot 23 jaar). Dit is de periode waarin mensen zich het meest hun overtuigingen eigen maken en hun eigen draai in de wereld vinden. De tijdsgeest is voor iedere generatie anders en dat maakt dat er bepaalde kenmerken in die generatie naar voren komen.
Ten tweede ontwikkelt een generatie zich als reactie op de manier van doen van voorgaande generaties. We zien dat elke generatie zich op een bepaalde manier voegt naar de voorgaande generatie, maar zich ook op een bepaalde manier afzet.
Generatieverschillen
Er worden de volgende generaties onderscheiden:
protestgeneratie;
generatie X;
pragmaten;
generatie Y;
generatie Z.
Protestgeneratie
De protestgeneratie (geboren tussen 1940 en 1955) is gevormd door de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de opkomende welvaart. Deze generatie wordt gekenmerkt door een vrije moraal, een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, loyaliteit en onvrede. Mensen uit deze generatie hebben veel kennis en ervaring, zijn enthousiast en gedreven en kunnen goed draagvlak creëren. Ze delen heel graag hun ervaring en hebben vaak een sterke relatie met generatie Y.
Generatie X
Generatie X (1955-1970) kwam op de arbeidsmarkt toen er grote werkloosheid was en kon daardoor vaak niet gemakkelijke een passende baan vinden. Er was sprake van economisch verval en traditionele normen en waarden speelden nog een grote rol. Deze generatie is nuchter, erg zelfredzaam en maakt er het beste van. Ze voegt zich naar wat er nodig is. Mensen uit generatie X zijn krachtig in het vernieuwen van procedures en het verbeteren van de kwaliteit, zijn gericht op anderen en zijn goed in het herkennen en afvangen van risico’s.
Pragmaten
De pragmaten (1970-1985) zijn als aparte generatie alleen in Nederland erkend. Toen zij op de arbeidsmarkt kwamen was ‘the sky the limit’. De tijdgeest werd gekenmerkt door voorspoed, zelfbeschikking en zelfplooiing. Ze zijn opgevoed door de protestgeneratie. Pragmaten zijn ambitieus, doelgericht en zelfstandig. Het zijn doeners en ze zijn analytisch sterk. Ze zijn niet van het polderen, maar nemen zo snel mogelijk besluiten.
Generatie Y
Generatie Y (1985-2000) is geboren in het informatietijdperk in een periode met maatschappelijke onrust. De millennials, zoals generatie Y ook wel wordt genoemd, zijn authentiek, eigenwijs en open. Ze zijn opgegroeid met technologische ontwikkelingen en dat maakt dat ze zich snel nieuwe apps en apparaten eigen kunnen maken en daardoor snel goed worden in technologie. Ze zijn opgevoed door generatie X, die ze de boodschap heeft meegegeven dat ze moeten doen wat ze leuk vinden. Ze zijn dan ook heel veel bezig met plezier hebben. Werk is niet alleen werk, maar ze willen vrienden zijn met hun collega’s. Deze generatie heeft niets met hiërarchie.
Generatie Z
Van generatie Z (2000-2015) is nog niet zo veel bekend. In deze generatie komen veel prinsjes en prinsesjes voor. Ze hebben zogenaamde curling-ouders, die alles voor ze regelen.
Effectieve samenwerking
Gebruik deze indeling om het gesprek aan te gaan over generatieverschillen. Verbinding komt alleen tot stand als je elkaars achtergronden en werkwijzen begrijpt. Als je elkaar begrijpt, kun je je krachten bundelen en de kwaliteiten van de verschillende generaties op de werkvloer inzetten. Zo kun je komen tot een effectieve samenwerking met je hele team.
Verslag door Yvette in ’t Velt voor dental INFO van de presentatie ‘Verbinding tussen generaties versterken’ tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu door Lukas Heijdt van Generatie Storm.
In oktober vond in het Twickenheim Stoop Stadion in Londen een tweedaagse internationale conferentie plaats voor tandartsen die onderzoek doen bij topsporters en hierover hun resultaten bespreken. Er waren sprekers uit verschillende landen waaronder Amerika, Brazilie, India, Frankrijk, Duitsland en Spanje. Jolanda Gortzak, gespecialiseerd in mondgezondheid bij (top)sporters, reisde af naar dit evenement. Lees haar verslag.
Wat is UCL Sport Dentistry?
UCL Sport Dentistry is een onderdeel van UCL Eastman Dental Institute Centre of Oral-Health and Performances. Zij promoten de mondgezondheid in de sport om de prestaties, de algehele gezondheid en het welzijn van atleten te verbeteren. Als onderdeel van het UCL (University College Londen) werken zij samen met een breed scala aan klinische en academische disciplines en in het bijzonder met het Institute of Sport, Exercise and Health (ISEH). Microbiologie en materiaalwetenschappelijk onderzoek aan de UCL Eastman is toonaangevend in de wereld. De vaardigheden worden gebruikt om de problemen van mondgezondheid te onderzoeken en om effectieve interventies te ontwikkelen. UCL Sport Dentistry heeft voor de komende vier jaar de erkenning gekregen van het Internationaal Olympisch Comité als IOC-onderzoekscentrum voor de preventie van letsel en de bescherming van de gezondheid van atleten.
Sporttandheelkunde – een waardevolle aanvulling
Naarmate recreatieve sport populairder wordt en de eisen die aan professionele atleten worden gesteld toenemen, wordt het belang van een goede mondgezondheid erkend als essentieel voor prestaties. Verschillende onderzoeken tonen aan dat topsporters vaak meer mondaandoeningen, tandbederf en tandvleesontsteking hebben dan de gewone bevolking. Veel atleten hebben gemeld dat hun mondgezondheid een negatief effect heeft op hun prestaties, evenals op hun vermogen om te eten, te ontspannen, te slapen en zelfs te glimlachen. Ook worden veel atleten blootgesteld aan een verhoogd risico op trauma tijdens training en wedstrijden. Dan hebben wij het nog niet over wat trauma en mondgezondheid mentaal doet met een atleet. Dr. Umair Mohammed – MSc-student sporttandheelkunde -zei:
“Onderwijs en preventie voor atleten is van het grootste belang. Als we willen dat ze slagen, moeten we de fysieke en mentale processen begrijpen die ze doormaken tijdens voorbereiding en de competitie”.
Samenwerking tussen atleten en hun medische staf is dan ook nog steeds een grote uitdaging. Onderzoek toont aan dat de sporttandarts een waardevolle aanvulling zou kunnen zijn binnen het medisch team van de atleet. Echter zijn er nog twijfels over de vaardigheden/deskundigheden om volledig te kunnen integreren binnen het medisch team van de atleten. Een “pitch side role” binnen sporten waarbij het risico op aangezichtstrauma en blessures groot is, wordt eerder geaccepteerd als deskundige aanvulling. Er is nog een lange weg te gaan als het gaat over preventie. Meer bewustwording , kennisoverdracht, onderzoek en publicatie is de horde die wij als tandheelkundig professional nog moeten nemen.
Verslag van de conferentie
De conferentie werd geopend door dr. Peter Fine, één van de organisatoren, en directeur sporttandheelkunde MSc-programma via UCL Eastman Dental Institute. Er waren 4 keynote speakers en 12 seminar speakers uitgenodigd. De conferentie was onderverdeeld in 3 thema’s: “Mond- en aangezichtstrauma bij topsport, Mondgezondheid en topsport en De rol van de sporttandarts binnen de topsport”. Diverse onderwerpen passeerden de revue zoals sporttandheelkunde en endodontische overwegingen, screening van atleten, de ervaring van een psycholoog en de eisen binnen de topsport. De clubarts en een speler van de Harlequins (Rugby Footbal Club, gehuisvest in de Stoop) waren uitgenodigd om hun ervaringen te delen over mond- en aangezichtstrauma en het dragen van een mondbeschermer. Dit werd geïllustreerd door middel van video’s.
Mondbeschermers
Ook was er een interessante bijdrage over een onderzoek gericht op de impact van mondbeschermers op de Vo2maxx van de atleet, gemeten in twee posities van de mandibula. De reden om dit te onderzoeken was dat atleten zelf aangeven dat het dragen van een mondbeschermer een negatieve invloed heeft op de aerobe prestaties. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat de mondbeschermers – gemeten in de twee verschillende kaakposities – de aerobe prestaties niet lijken te verbeteren, maar ze ook niet in gevaar lijken te brengen in vergelijking met de resultaten van de controlegroep zonder mondbeschermers.
Deze resultaten kunnen worden gebruikt om het dragen van mondbeschermers bij contactsporten aan te moedigen.
Relatie tussen sporten en verandering van cortisol en pH-levels in speeksel
Een ander interessant onderzoek ging over de relatie tussen sporten en verandering van cortisol en pH-levels in speeksel bij gezonde sporters. Dit onderzoek is interessant omdat aan de hand van de cortisollevels in speeksel ook de vrije cortisol levels – die in je lichaam circuleren – gemeten kunnen worden en tevens een index is om het stresslevel te meten na fysieke activiteit/inspanning. (Gatti en De Palo, 2011 *)
Mondgezondheid van atleten
De tweede dag van de conferentie ging meer over de mondgezondheid van atleten, de impact van de orale bacteriën op de atletische prestaties en blessures. 20%-30% van de atleten geven zelf aan last te hebben van mondproblemen en dat dit hun training en prestatie beïnvloedt.
Prof. Ian Needleman showde een conceptueel model vanuit het welbevinden van de atleet. Ook werd er gesproken over hoe de kansen van gedragsverandering te vergroten aan de hand van een gedragsverandering model (Michie et all, 2011**).
Niveau’s van interventies
We moeten op meer niveau’s inzetten wat betreft interventies. Er werd gesproken over twee levels delivery intervention.
– Level 1:
Aan Wie?
Antwoord: Het gehele team , bestaande uit atleten, coaches, performance directors, fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen etc.
Wat moet je vertellen?
Een 10 minuten (niet langer) presentatie gefocust op motivatie en drie 90 seconden video’s over kennisoverdracht en vaardigheden om mondgezondheidsgedrag uit te voeren.
– Level 2
Aan Wie? Aan de atleet zelf (individueel)
Wat te doen?
Een mondgezondheid screening en persoonlijk advies. Geef een toolkit of een mondverzorgingsset mee. Als laatste wordt geadviseerd om twee keer per jaar een check-up te doen bij de tandarts /mondhygiënist. Poets twee keer per dag de tanden met een tandpasta waarin een hoge dosis fluoride aanwezig is ( >1,350 ppm). Tandpasta met een dosis van 5000 ppm wordt niet geadviseerd. Wel is het advies om nog elke dag extra te spoelen met een fluoridemondspoeling. Adviseer om niet na te spoelen met water. Reinig dagelijks tussen de tanden met een rager, floss of tape voorafgaande aan het poetsen. Eet gezond want dat is niet alleen goed voor je mondgezondheid, maar ook voor je algehele gezondheid. Vermijd suikergebruik, alleen indien nodig voor training en prestaties.
Voeding in topsport is essentieel voor een topsporter. Onderzoek toont aan dat glycogeen de voorkeurs brandstof is van een topsporter. 60-70% van het dagelijks dieet moet uit koolhydraten bestaan, aldus Prof. John Brewer. Frequente maaltijden en snacks worden geadviseerd. Een topsporter verliest door zweten 2-3 liter per uur. Hydratatie en rehydratatie is dan ook van essentieel belang om de prestaties te behouden. Isotobe dranken, proteïne myth, vitaminen en mineralen worden hiervoor ingezet. Ook werd ingegaan hoe het leven van een topsporter eruit ziet. Topsport is een fulltime baan en verbruikt dagelijks 6000-8000 calorieën per dag aan energie. Altijd aan het trainen en competitief. Regelmatig moeten reizen, slapen in hotels, soms met een jet lag, om zich vervolgens weer op te laden en te herstellen.
Tot Slot
Het waren twee interessante dagen die weer meer inzicht hebben gegeven in de lifestyle van de topsporter en zijn medisch team. De rol van de tandarts wordt op dit moment nog gezien als curatief. Alhoewel de atleten zelf zeggen dat er met preventie winst te behalen valt, is er nog een lange weg te gaan. Bewustwording en kennisoverdracht aan het gehele team rondom de sporter is dan ook van essentieel belang om te participeren binnen het medisch team. Samenwerking tussen tandartsen en mondhygiënisten die bezig zijn met topsport zou wellicht een oplossing kunnen zijn. Onderzoek en publiceren is the sleutel om de deur te openen.
References: *Gatti R, De Palo EF. An update: salivary hormones and physical exercise. Scand J Med Sci Sports. 2011;21(2):157-169. doi:10.1111/j.1600-0838.2010.01252.x **Michie, Susan, Maartje M. Van Stralen, and Robert West. “The behaviour change wheel: a new method for characterising and designing behaviour change interventions.” Implementation science 6.1 (2011): 1-12.
Door: Jolanda Gortzak, mondhygiënist en eigenaar van Oral-Vision.
Lees ook:
E-magazine: mondgezondheid bij (top)sporters
Het e-magazine “Mondgezondheid bij (top)sporters” is samengesteld voor amateur- en (top)sporters om bewustwording te creëren en kennis over te dragen over het belang van een gezonde mond in relatie tot de algehele gezondheid en de sportprestaties. Het unieke online magazine is als een professionele interventie ontwikkeld door Jolanda Gortzak en Yvonne Buunk-Werkhoven. Doneer 5 euro aan de Cruyff Foundation en ontvang het e-magazine gratis. Lees meer
Tandvleesaandoeningen kunnen grote gevolgen hebben voor de gezondheid en kwaliteit van leven van patiënten. Daarnaast hangt er ook een flink prijskaartje aan, onder andere van alle behandelingen. Wat kosten tandvleesaandoeningen ons zowel financieel als menselijk? Dit wordt besproken in een recente Engelstalige EFP Perio Talks-podcast van de European Federation of Periodontology (EFP).
De financiële en menselijke kosten van tandvleesaandoeningen worden in de podcast besproken door Iain Chapple, hoogleraar parodontologie aan de Universiteit van Birmingham (VK) en voormalig secretaris-generaal van EFP.
Nadruk op rapport
De nadruk wordt in het gesprek gelegd op het rapport Time to take gum disease serious in opdracht van de EFP dat vorig jaar door de Economist Intelligence Unit werd gepubliceerd. Dit baanbrekende rapport gaf een uitgebreide analyse van de financiële en menselijke kosten van tandvleesaandoeningen in zes West-Europese landen.
Nog steeds te weinig aandacht
Tandvleesaandoeningen krijgen nog steeds niet de aandacht die ze verdienen. Chapple legt uit dat een van de redenen hiervoor kan zijn dat in medische termen de mond als los van het lichaam wordt beschouwd:
“Artsen trainen op de rest van het lichaam en de mond is ons domein en daarom hebben ze de neiging zich hier helemaal niet mee bezig te houden.”
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/10/Podcast-hoe-voorspelbaar-is-parodontale-regeneratie.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-11-28 13:20:112024-02-21 09:57:20Podcast: de financiële en menselijke kosten van tandvleesaandoeningen
De traditionele manier om ziekte te behandelen is niet-gepersonaliseerd. Onze huidige methode is evidence based. Deze is gebaseerd op gerandomiseerde klinische onderzoeken. Gepersonaliseerde zorg is precies het tegenovergestelde van de evidence based methode. Prof. Mariano Sanz vertelde tijdens zijn online lezing over de vraag of we gepersonaliseerde zorg bij parodontale problemen kunnen inzetten.
De eerste vraag die we hiervoor moeten beantwoorden is: ‘Wat is de gepersonaliseerde zorg?’
De traditionele manier om ziekte te behandelen is niet-gepersonaliseerd. Onze huidige methode is evidence based. Deze is gebaseerd op gerandomiseerde klinische onderzoeken, waarbij gerandomiseerd al aangeeft dat het niet gepersonaliseerd is. Middels de randomisatie worden juist de verschillen binnen een populatie gemaskeerd. Binnen deze studies wordt gekeken naar de effectiviteit van een behandeling op de gehele groep. Waarbij er dus vanuit gegaan wordt dat de behandeling hetzelfde effect heeft op alle personen van deze groep.
Gepersonaliseerde zorg is precies het tegenovergestelde van de evidence based methode.
Preventie
Preventie kan ook gepersonaliseerd worden. Hierbij willen we in een vroeg stadium de personen opsporen die vatbaar zijn voor een aandoening, voordat er sprake is van enige ziekte. Risicofactoren kunnen helpen deze personen op te sporen.
Diagnose
Het tweede aspect is het stellen van de diagnose. Hierbij moet bepaald worden wat deze persoon uniek maakt. Hierop kan de behandeling aangepast worden. Het stellen van de diagnose en bepalen van de juiste behandeling is sterk met elkaar verbonden.
Etiologische factoren en risicofactoren
Voor het bepalen van etiologische factoren en risicofactoren, is het van belang om te begrijpen hoe parodontitis zich ontwikkelt. Één van de manieren om parodontitis gepersonaliseerd te benaderen is door de samenstelling het microbioom van een patiënt te analyseren en hierop de behandeling te baseren. Het probleem van het bestuderen van het microbioom is dat we heel veel verschillende bacteriën vinden in de mond, waarvan we de rol en etiologie nog niet volledig kennen. Het hele microbioom is veel complexer dan we vroeger dachten.
Er zijn een aantal genetische risicofactoren bekend. In 1997 vonden we een interleukine-1beta genotype wat het risico op het ontstaan van parodontitis leek te verhogen. Helaas was slechts één afwijkend genotype niet voldoende om de vatbaarheid voor parodontitis te verklaren. Tegenwoordig hebben we de technologie om naar het hele genoom te kijken om hierbinnen genetische risicofactoren op te sporen. In een recent onderzoek werden acht risicogenen geïdentificeerd met een suggestieve associatie met vatbaarheid voor parodontitis.
Er zijn andere ziektes, zoals borstkanker, waarbij er een hogere polygene risico score is. Deze is samengesteld uit zowel genetische markers als de familiegeschiedenis en de klinische historie. Bij borstkanker kunnen we aan de hand van genetisch informatie redelijk goed bepalen of iemand een groter risico heeft op het krijgen van borstkanker. Bij parodontitis hebben we nog niet zo’n score. Bij de pathogenese van parodontitis lijkt de heftigheid van de ontstekingsreactie belangrijker dan de samenstelling van de biofilm.
Biomarkers zijn veelbelovende stofjes die ons een aanwijzingen geven dat de ziekte aan het ontstaan is, voordat de klinische symptomen zichtbaar zijn. Voorbeelden van biomarkers zijn MMP-8, IL-1b, ICTP. Vandaag de dag hebben we nog niet voldoende informatie om een gepersonaliseerde aanpak te maken aan de hand van deze biomarkers. Het is nodig om een combinatie te maken tussen deze biomarkers. Hiervoor is waarschijnlijk een algoritme nodig om alle informatie te bundelen.
Aan de hand van de classificatie proberen we de behandeling wel meer gepersonaliseerd te maken. Er is op dit moment geen bewijs dat biomarkers kunnen helpen een meer gepersonaliseerde aanpak te creëren. Daarom is de mate van progressie leidend geworden in het opdelen van de patiënten. Dit maakt het individualiseren makkelijker. In de toekomst kunnen we met behulp van ‘big data acquisition’ en algoritmes nog verder personaliseren. Hiervoor hebben we klinische en radiologische informatie nodig die we samen voegen. Een voorbeeld waarbij al in enige mate gepersonaliseerd wordt, is bij het bepalen van de nazorg termijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een hoog, gemiddeld en laag risico met de daarbij behorende nazorg periode.
Niet alleen onze manier van benaderen verandert, ook de patiënt verandert. Vroeger werd de patiënt met name door de professional van informatie voorzien, maar tegenwoordig zijn ze veel meer actief betrokken. Ze zoeken zelf informatie op het internet en zijn actief betrokken bij de behandeling.
Gepersonaliseerde zorg voor de behandeling van kanker
Tegenwoordig kunnen we zeer gerichte therapie voor kankercellen toepassen. Hierbij richt het medicijn zich op eiwitten op de celwand van de kankercel om ze op te sporen en te vernietigen. Helaas zijn deze eiwitten zijn soms ook aanwezig op de celwand van gezonde cellen. Er zullen hierbij dus ook eigen cellen aangevallen en opgeruimd worden met de daar bijbehorende bijwerkingen. Deze therapie is gepersonaliseerd: het is aangepast op het soort kankercel. Helaas is deze alleen niet precies genoeg, want ook onze eigen cellen worden vernietigd. Tegenwoordig is het mogelijk bij de behandeling van leukemie om de eigen cellen zo te modificeren dat zij het specifieke eiwit niet meer op hun celwand tot expressie brengen, waardoor de behandeling veel preciezer is en er minder bijwerkingen zijn.
Meer informatie nodig
Om goede algoritmes te maken voor gepersonaliseerde zorg is er meer informatie nodig. En niet zoals nu alleen informatie uit de universiteitsklinieken, maar juist ook informatie uit de reguliere praktijk.
Prof. Mariano Sanz is hoofd Parodontologie aan de Universiteit Complutense in Madrid. Ook is hij werkzaam bij de faculteit Odontologie aan de Universiteit van Oslo.
Verslag van de lezing van Prof dr. Mariano Sanz door Paulien Buijs, tandarts, tijdens de EuroPerio Series Single Session van de EFP.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/03/Kunnen-we-gepersonaliseerde-zorg-gebruiken.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-11-14 13:24:392022-11-14 15:50:30Kunnen we gepersonaliseerde zorg gebruiken bij de behandeling van parodontale problemen?
De Nederlandse Zuivel Organisatie ontwikkelde een serie van vijf patiëntenbrochures over eten: Gezond eten als je zwanger bent | Gezond eten voor je baby en dreumes | Gezond eten met je peuter | Gezond eten met je schoolgaande kind | Fit je dag door. Voor verschillende doelgroepen zijn er dus aparte brochures.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/10/Patientenbrochures-over-voeding-van-Nederlandse-Zuivel-Organisatie.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-11-14 13:22:072022-11-14 15:56:48Patiëntenbrochures over voeding van Nederlandse Zuivel Organisatie
Een submucosaal debridement met een luchtpolijstapparaat veroorzaakte de levensbedreigende aanwezigheid van lucht in het schedel van een 62-jarige vrouw, volgens een casusrapport in Clinical and Experimental Dental Research. Wegens het risico op meningitis werd ze onmiddellijk opgenomen in het ziekenhuis, waar de patiënt herstelde na een antibioticabehandeling.
Zeldzaam maar levensbedreigend
Een subcutaan emfyseem is een zeldzame maar potentieel levensbedreigende complicatie waarbij er lucht in onderhuids weefsel komt. Dit kan optreden na een tandheelkundige behandeling met instrumenten die werken met perslucht. Introductie van lucht die waarschijnlijk besmet is met orale bacteriën in de intracraniale ruimte brengt het risico op het ontwikkelen van meningitis met zich mee.
Lucht in intracraniale ruimte
Sinds 1960 zijn er ongeveer 150 gevallen gemeld van patiënten die door een tandheelkundige procedure subcutaan emfyseem ontwikkelden. Volgens de auteurs is dit echter het eerste geval van directe ontwikkeling van pneumocephalus, het hebben van lucht in de intracraniale ruimte, tijdens submucosaal debridement van een peri-implantitis laesie met een luchtpolijstapparaat.
Implantaten met peri-implantitis
Het casusrapport beschrijft een vrouw met twee implantaten die deelnam aan een routineprogramma voor de behandeling van peri-implantitis aan de Medische Universiteit van Wenen. Bij het eerste onderzoek in 2019 had de vrouw pocketdieptes van 6-7 mm, bloeding bij sonderen en pusafscheiding in het gebied van de implantaten. In de daaropvolgende maanden ontving ze twee ronden niet-chirurgische peri-implantitistherapie, naast aanvullende systemische en lokale antibiotica.
Luchtpolijstapparaat
Na een onderbreking die werd veroorzaakt door de COVID-19-pandemie keerde ze in maart 2021 terug naar het programma. Bij een van de implantaten was haar pocketdiepte opnieuw 7 mm. De kliniek koos ervoor om haar supragingivale en subgingivale biofilm te verwijderen met een luchtpolijstapparaat met een supragingivaal handstuk en een poeder op erythritolbasis.
Extreem ongemak aan het gezicht
Twee seconden na het inbrengen en activeren van het apparaat meldde de patiënt extreem ongemak aan de linkerkant van haar gezicht en hoofd en werd de behandeling stopgezet. De patiënt werd rechtop gezet. Ze was wakker en georiënteerd, meldde minimale kortademigheid, pijn achter het linkeroog en moeite met slikken. Haar bloeddruk, hartslag en lichte pupilreactie waren normaal. Extraorale en intraorale onderzoeken brachten niets ongewoons aan het licht.
Onderhuis emfyseem
Vanwege de vreemde gewaarwordingen die door de patiënt werden gemeld en onduidelijke klinische symptomen, onderging de patiënt een CT-scan. Hierop was de ontwikkeling van een onderhuids emfyseem te zien. De lucht verspreidde zich vanuit het gezicht in caudale en craniale richtingen. Volgens het rapport werd ook lucht gedetecteerd in het linker halskanaal en intracraniaal.
Risico op meningitis
Door het risico op meningitis werd de vrouw direct opgenomen in het ziekenhuis. Ze werd nauwlettend gevolgd en kreeg driemaal daags intraveneuze antibiotica. Een CT-scan wees uit dat de pneumocephalus was verdwenen en het emfyseem van de weke delen was afgenomen. Drie dagen na opname werd ze ontslagen met een vijfdaags recept voor orale antibiotica. Haar herstel was onopvallend, schreven auteurs. Ze vermoeden dat botdefecten bij het implantaat en de sinuswand een rol hebben gespeeld bij het verspreiden van de lucht.
Steeds meer implantaten
Aangezien steeds meer patiënten implantaten krijgen, komen peri-implantaatcomplicaties steeds vaker voor. Wanneer luchtpolijstapparaten worden gebruikt om deze aandoeningen te beheersen, moeten clinici verwachten dat emfyseem vaker voorkomt.
Uitgebreidere beeldvorming
Meer studies zijn nodig om aanbevelingen te kunnen doen voor het gebruik van luchtpolijstapparaten bij de behandeling van peri-implantitis. Verder moet uitgebreidere beeldvorming worden overwogen wanneer een subcutaan emfyseem wordt vastgesteld, zodat het risico op complicaties kan worden beoordeeld, volgens de auteurs.
“In het geval van uitgebreid subcutaan emfyseem als gevolg van een tandheelkundige ingreep, moet een uitgebreider radiografisch onderzoek worden overwogen, inclusief de mediastinale en craniale ruimte, om het risico op mogelijk levensbedreigende complicaties te beoordelen,” schreven ze.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/05/Casus-Debridementbehandeling-introduceert-lucht-in-schedel-van-peri-implantitispatient.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-11-14 13:18:132022-11-07 12:06:26Casus: Debridementbehandeling introduceert lucht in schedel van peri-implantitispatiënt
Op 10 december ontvangen we u graag in ‘t Hart in Utrecht voor de negende editie van Mondzorgpraktijk Anno Nu. Hét congres voor praktijkhouders en -managers in de mondzorg die vol vertrouwen en goed voorbereid aan de slag willen gaan. Alle niet-medische aspecten van de praktijk komen tijdens deze dag aan bod. We brengen u op de hoogte en laten u zien wat u direct kunt toepassen om uw praktijk op orde te brengen. Dit congres biedt volop inspiratie én tal van praktische tips en handvatten van experts en vakgenoten.
Het congres wordt met plezier voor u georganiseerd door KNMT, VvAA of MedischOndernemen. Bent u lid van (een van) deze organisaties? Dan ontvangt u € 50,- ledenkorting.
De twee oorzaken van gebitsproblemen zijn een gebrek aan voldoende calcium en magnesium en een verkeerde beet. Tandarts Hans Beekmans beschrijft deze problemen en toont veel casusfoto’s om een goed beeld te geven van gebitsproblemen.
De twee oorzaken van gebitsproblemen:
1. Gebrek aan voldoende calcium en magnesium.
2. Een verkeerde beet, de occlusie niet in de neutrale positie en geen ongestoorde articulatie, dat wil zeggen: geen hoektandgeleiding zonder balanscontacten.
Verkeerde beet
Al sinds de tandheelkunde zich bezig houdt met restauraties, is het sluiten van de kaken een onderwerp van de wetenschap. Tientallen jaren hebben de grootste deskundigen zich ermee bezig gehouden: Peter Thomas, Arne Lauritzen, Arthur Ash, Jan Pameijer, Alexander Gutowski, John Kois, Peter Dawson en Rudolf Slavicek. Afijn deze lijst kan meer dan twee pagina’s beslaan en nog niet compleet zijn. In ieder geval was de uitkomst van al deze grote namen dat de occlusie moest plaatsvinden in de centrale relatie en dat een hoektand geleiding te prevaleren was boven een gebalanceerde articulatie. Hierover bestaat inmiddels weinig discussie meer en is dat een mooi uitgangspunt. Echter…
De centrale relatie bleef altijd het discussiepunt, met meer dan tien definities en vele manieren om de centrale relatie te vinden, maar helaas die wordt vaak niet gevonden en daarom zijn de kaken verkeerd gepositioneerd ten opzichte van elkaar. En met een verkeerd uitgangspunt blijft het eindresultaat een verkeerde occlusie en articulatie. Het voortdurende trauma om deze scheefstand te corrigeren wordt hogelijk onderschat. Als het niet door actief hoorbaar knarsen gebeurt, dan wel door onmerkbaar kleine acties 24 uur per dag 7 dagen per week.
Uit mijn onderzoek blijkt dat slechts 10 van de 1000 patiënten een goede occlusie heeft en daarvan heeft weer de helft een verkeerde articulatie. En dit gaat dus over in knarsen en klemmen om dat te corrigeren. Over de vraag hoe dat kan en waarom zal ik later ingaan. Belangrijker is wat de gevolgen zijn van een verkeerde occlusie en articulatie.
Gevolgen verkeerde occulsie en articulatie
Hierbij kom ik bij punt 1: gebrek aan calcium en magnesium.
Uit mijn uitgebreide onderzoek over een periode van 12 jaar is gebleken dat calcium en magnesium uit het gebit en het bot rondom de tanden wordt gehaald als er via de voeding een tekort is ontstaan. Dit wordt gedaan als de bloedwaarden van calcium onder de 6 nano mol per milliliter komen. Een heel mechanisme wordt ingeschakeld om aan deze noodsituatie direct een eind te maken; immers de calcium en magnesium zijn onmisbaar voor de energieproductie in de mitochondriën, dus daarom van cruciaal belang voor vitaliteit, het leven van iedere lichaamscel. Het proces waarbij mineralen door botafbraak worden geleverd, is niet snel genoeg als er een tekort aan calcium is. Hierbij spelen vitamine D3 en K2 ook een belangrijke rol. Bij een tekort aan deze vitamines vindt dit proces niet plaats, met als gevolg dentale problemen en botontkalking.
Knarsen en klemmen
Knarsen en klemmen zijn de eerst acties die het tekort kunnen aanvullen. Door de slijtage van glazuur en dentine komen de mineralen in de mond en verplaatsen zich via het slijmvlies direct naar de bloedbaan. Stress, een van de hoofdoorzaken van een calcium- en magnesiumtekort, is daarom ook sterk gerelateerd aan knarsen en klemmen. Stress kan komen door diverse omstandigheden en knarsen is een symptoom. Het knarsen komt niet door de stress maar wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium en magnesium. Zelfs het stressgevoel is een aanwijzing van een tekort aan calcium en magnesium. Bij mensen met een stressgevoel is een suppletie van calcium en magnesium een directe oplossing om het gevoel van stress te stoppen en daarmee ook het knarsen en klemmen.
Andere gevolgen
Ook cariës, terugtrekkend tandvlees, parodontitis, abrasie, attritie , gevoelige tandhalzen en peri-implantitis zijn een direct gevolg van een tekort aan calcium, magnesium en overbelasting.
Wat heeft dit nu te maken met een verkeerde occlusie en articulatie?
De elementen die zwaarder belast worden omdat ze in een verkeerde occlusie staan, zijn actiever. Daar is de bloedcirculatie in de tand en rondom de tand groter, naast het Plataan effect. Daarom wordt daar sneller calcium en magnesium afgevoerd, met als gevolg dentale en parodontale problemen. Cariës en pockets, maar ook abrasie en attritie – dus langer wordende tanden – zijn suppleties van deze mineralen aan het lichaam. Een nauwelijks opgemerkt fenomeen is het zogenaamde Plataan effect, het afschilferen van het dentine oppervlak. Dit ziet er dan net zo uit als de schors van een plataan boom. Daar is geen bothechting meer mogelijke en zo worden de tanden langer en ontstaan pockets en uitgeholde oppervlakken.
Wat maakt nu dat de centrale relatie zo moeilijk te vinden is?
De spieren van de kaak worden onder meer gestuurd door zenuwen van het parodontale ligament. Dit uiterst sensitieve orgaan is in staat om belastingen kleiner dan 0,03 mm waar te nemen. Iedere overbelasting wordt daarmee waargenomen, en ook gecorrigeerd, zodat deze niet voor kan komen. Vraag iemand zijn mond te sluiten en hij of zij doet dat altijd in de minst traumatische positie, gestuurd door de kaakmusculatuur. De patiënt bijt dus voor zijn gevoel altijd goed dicht en de tandarts zal dus zelden de juiste centrale relatie vinden: immers bij bijna iedereen is de beet incorrect.
De correcte occlusie zou moeten zijn in de neutrale positie (NP) daar waar de kaakgewrichten losjes ronddraaien zonder enige inmenging van spieren. Een losse beweging dus, net als bijvoorbeeld een los polsgewricht. Het is heel goed voelbaar wanneer spieren interveniëren. Het oefenen met andere gewrichten, zoals de pols, de knie en de enkel, helpt bij het voelen van een los bewegend kaakgewricht. En dat in de laatste 2 mm voor het sluiten. Daar zal ook de interventie starten van de musculatuur.
Restauratie in verkeerde beet
De meeste restauraties worden dus gemaakt in de verkeerde beet, de tandarts vraagt immers altijd, bijt u maar even dicht. Ingeslepen tot het goed voelt en voilà een nieuwe restauratie ingepast in de verkeerde occlusie. De articulatie zal dus ook uit gaan van een scheve kaakpositie en daarmee nooit komen tot een goede; immers het uitgangspunt is al verkeerd.
Samen met een tekort aan mineralen, is dit een start en voortgang van verval en de voortduring van blijvende schade. Aan de hand van een aantal foto’s laat ik zien wat de schade is en wat het resultaat kan zijn van een goede occlusie en een goede mineraalhuishouding.
Verdwijnen van tandmateriaal ten gevolge van een verkeerde occlusie en articulatie en een gebrek aan calcium magnesium
Op deze foto is ook verlies van tandmateriaal linguaal te zien, door occlusale overbelasting
Overbelasting zichtbaar op de frontelementen met als resultaat de slijtage aan de linguale vlakken.
Occlusale overmatige slijtage ten gevolge van de verkeerde articulatie en gebrek aan mineralen.
Occlusale schade aan restauraties ten gevolge van de verkeerde beet en mineraal tekort.
Duidelijk zichtbare schade aan het front en de ontstoken gingiva bij het element wat overbelast wordt. Het plataan effect treedt hier op.
Occlusale schade ten gevolge van de verkeerde beet.
Overmatige schade ten gevolge van een articulatie probleem.
Combinatie van een niet functionele restauratie en een verkeerde articulatie
Met name de laatste molaren slijten overmatig door een verkeerde articulatie.
Het balans contact is overbelast en geeft daarom overmatige schade, de composiet restauratie houdt de occlusie niet in stand.
Wederom een restauratie die de occlusie niet in stand houdt en aan de actieve zijde aan de linguale knobbel een overbelasting geeft.
Ook nieuwe restauraties houden geen stand, een veel voorkomend probleem in de restauratieve tandheelkunde. Veelal wordt ter bescherming van restauraties een splint gekozen. Helaas veroorzaakt deze splint of knarsplaat nog meer occlusie- en articulatieproblemen.
Overmatige slijtage aan de laatste molaar.
Parodontale problemen door overbelasting vooral goed zichtbaar aan de 48 en 38
Diepe pocket distaal 26 ten gevolge van overbelasting en mineralentekort
Veel botverlies mesiopalatinaal van de 26, overbelasting en mineraaltekort.
Diepe pocket distaal van de 21, overbelasting, geen occlusie in NP en storende contacten zowel aan de actieve zijde als aan de balanszijde en in het front geen gelijkmatige verdeling van de articulatie.
Voorbeeld van het Plataaneffect, zichtbaar ontstoken gingiva met name bij de 31 en 41. Overbelasting en mineraal tekort. De gingiva ontsteekt zodra de deeltjes dentine afsplinteren van het element. Er is geen hechting meer mogelijk en een pocket ontstaat. Bij een mineraal tekort ontstaat er ook direct meer tandplak. De combinatie van overbelasting en tandplak zorgt voor aanvulling van de mineralen calcium en magnesium in de bloedbaan.
Meting van de pocket laat duidelijk botverlies zien.
Na oppervlakkige reiniging is dit het beeld.
Op deze foto zijn de minuscule afgeschilferde deeltjes dentine te zien, GEEN tandsteen maar gedeeltelijk en werkelijk loszittende tandbeen schilfers.
Plataan effect afschilferen van oppervlak.
Wortelfractuur ten gevolge van overbelasting.
Overbelasting op de linguale knobbels van de 37 en 36, daardoor in combinatie met mineralen tekort groot parodontaal defect aan de 36 en mesiale radix 37.
Na occlusale correctie met behoud van de occlusie op de buccale knobbels.
Zichtbare schade aan linguale radices van de 36.
Ook bucco distaal effect van het botverlies zichtbaar.
Linguaal aspect na chirurgie en herstel van het bot met Ethoss.
Cariës ten gevolge van overbelasing en mineraaltekort, daar waar de occlusie prematuur is bij een maximale occlusie niet in NP treedt cariës als eerste op bij deze plaatsen.
Premature contacten zichtbaar gemaakt.
Dat cariës in het dentine begint en pas daarna door het glazuur breekt, is het resultaat van de omgekeerde vloeistofstroom in de dentine kanalen. Remineralisatie is mogelijk als het proces nog niet te ver is. Zodra het dentine zijn structuur verliest door voortgaande demineralisatie is het proces niet meer omkeerbaar, tot die tijd wel.
Detail opname van de cariës, glazuur is niet doorgebroken wel gedeeltelijk gedemineraliseerd, white spot. Ook deze occlusie punten zijn in de NP positie en daarmee prematuur en dus begint de cariës hier.
Ook deze occlusie punten zijn in de NP positie en daarmee prematuur en dus begint de cariës hier.
Aan de buccale zijde van de 46 4n 47 cariës, ten gevolge van overbelasting op de kauwvlakken en een tekort aan mineralen, zie ook de grote slijtage aan de occlusale vlakken.
In volgende artikelen zal ik uitvoerig beschrijven hoe de maximale occlusie in NP kan worden gevonden, getest en gecorrigeerd, naast het corrigeren van de articulatie, zodat er geen overbelasting meer is.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/10/Casus-en-uitleg-de-oorzaken-van-gebitsproblemen-400-230.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-10-31 12:00:542022-11-01 08:49:08Casus en uitleg: de oorzaken van gebitsproblemen
Bij een 20-jarige man werden zeldzame, identieke bilaterale horizontaal geïmpacteerde onderste molaren ontdekt op een routinematige tandheelkundige röntgenfoto. De vroege detectie leidde ertoe dat de molaren werden getrokken waardoor ernstige toekomstige complicaties werden vermeden, volgens een casusrapport in Cureus Journal of Medical Science.
Geïmpacteerde tanden vaak asymptomatisch
Geïmpacteerde tanden zijn een fenomeen waarbij de tand niet in de juiste positie door het tandvlees kan groeien. Mandibulaire en maxillaire derde kiezen zijn de meest getroffen tanden, volgens de auteurs op. Impactie kan optreden als gevolg van ruimtegebrek of een pathologische verandering die de typische tanduitbarsting kan verstoren. De geïmpacteerde kiezen kunnen onopgemerkt blijven omdat ze vaak asymptomatisch zijn.
Symmetrische horizontale impacties zijn zeldzaam
Bilaterale symmetrische impacties worden volgens de auteurs zelden gerapporteerd. Bijzonder zeldzaam zijn symmetrisch linguoverted geïmpacteerde bilaterale onderste derde molaren. Dit zijn horizontale impacties die oriënteren in de buccolinguale richting met een kroon die de wortel overlapt.
Routinematige röntgenfoto
In een casusrapport beschrijven de auteurs van Qassim University uit Saoedi Arabië hoe tijdens het routinematige tandartsbezoek van de man bilaterale geïmpacteerde mandibulaire derde molaren werden geïdentificeerd op een panoramische tandheelkundige röntgenfoto. De kiezen stonden dwars in de linguobuccale richting.
Bevestiging door CBCT-scan
Een CBCT-scan bevestigde dat de kiezen aan beide zijden in een linguobuccale richting waren gepositioneerd. Er waren geen pathologische bevindingen of symptomen. De geïmpacteerde tanden waren niet volledig gevormd en er was idiopathische osteosclerose in het tweede premolaargebied, schreven de auteurs. Na overleg met de clinicus werd de patiënt doorverwezen naar een centrum voor orale en maxillofaciale chirurgie om de geïmpacteerde tanden te laten trekken.
Extractie vaak beste behandelingsoptie
Omdat een geïmpacteerde tand in de loop van de tijd problemen kan veroorzaken, waaronder het verhogen van het risico op cysten, is extractie vaak de beste behandelingsoptie. Ook nemen postoperatieve complicaties toe met de leeftijd van de patiënt. Daarom moeten extracties, indien mogelijk, vóór de leeftijd van 25 worden gedaan.
Voor gevallen als deze raden de auteurs “ten zeerste aan om beide aangetaste tanden aan weerszijden van de onderkaak operatief te verwijderen om late complicaties te voorkomen”.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/01/Casus-Tandheelkundige-rontgenfoto-toont-zeldzame-horizontaal-geimpacteerde-molaren-bij-man.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-10-31 11:22:332022-10-19 09:14:16Casus: Tandheelkundige röntgenfoto toont zeldzame horizontaal geïmpacteerde molaren bij man
Beursorganisator Easyfairs erkent als geen ander dat het contact is gemist tijdens de coronatijd. Daarom biedt Dental Expo de gelegenheid om elkaar weer te ontmoeten. Dit doet zij niet alleen, maar samen met de Mondzorgalliantie. Na lange tijd komt de branche weer samen, en dat wordt gevierd door een reünie te organiseren waarbij oud-studiegenoten elkaar weer kunnen te ontmoeten.
Iedereen die is afgestudeerd in:
– de jaren t/m 1989 nodigen we graag tussen 14.00 en 15.00 uur uit;
– de jaren 1990 t/m 2005 zijn van harte welkom tussen 15.00 en 16.00;
– de jaren 2006 t/m 2022 zijn welkom tussen 16.00 en 17.00 uur.
De reünie wordt iedere dag aangeboden en de tijden zijn iedere dag hetzelfde. De dagelijkse locatie voor deze bijeenkomst is de Dental Expo lounge.
Kennis staat centraal
Het uitgebreide en vrij toegankelijke kennisprogramma is in samenwerking met het KNMT opgezet. De thema’s zijn human factor, ondernemerschap, imago en talentontwikkeling & -behoud. Daarnaast wordt de beurs feestelijk geopend in kennistheater 1 op donderdag 27 oktober om 13.30, het startsein voor drie volle en mooie dagen. Daarna zal de Mondzorgalliantie bestaande uit ONT, NVM-mondhygiënisten en KNMT, van start gaan met een ronde tafelsessies van 14.00 tot 14.50 uur. Deze eerste sessie opent het kennisprogramma en zet de deuren open voor een ieder die kennis wil vergaren.
Naast het uitgebreide kennisprogramma zijn er ruim 200 deelnemende exposanten die oplossingen bieden voor de verschillende thematieken uit het kennisprogramma. Van groothandel tot startup presenteren ze hun nieuwste producten, innovaties of diensten.
Alle professionals uit de mondzorg zijn van harte uitgenodigd om Dental Expo te bezoeken op 27, 28 en 29 in RAI Amsterdam. Meld gratis aan voor Dental Expo
Ivoclar lanceert de nieuwe VivaScan & Send oplossing voor intraoraal scannen. De intuitieve mondscanner is een standalone-ontwerp en kan bijzonder gemakkelijk worden ingepast in de dagelijkse routine; het staat garant voor overtuigende scanresultaten en zorgt voor een efficiëntere workflow in de tandartspraktijk.
VivaScan; een eenvoudige manier om een uitstekende afdruk te maken
De VivaScan is een compacte en krachtige intraorale scanner voor de tandartspraktijk. Het scannen wordt een probleemloze taak, dankzij het slanke en ergonomische ontwerp. Vanwege het lage gewicht (slechts 230 gram) en de plug & play functie kan de VivaScan flexibel worden ingezet binnen de routine workflow van tandheelkundige professionals. De scanner is met een kabel verbonden met de bijgeleverde laptop.
VivaScan; combinatie digitale gebruikersgemak, prijs-kwaliteitverhouding en verhoogd patiëntcomfort
De compacte scanner wordt geleverd met twee tips (normaal en klein) om zo elke patiënt casuïstiek te kunnen behandelen; het kleinere formaat is ideaal voor het scannen van moeilijk bereikbare gedeelten bij patiënten met een kleinere mond. Dankzij de hoge snelheid van de nieuwe VivaScan kunnen behandelingstijden worden verkort. De innovatieve laserscan technologie staat daarbij garant voor uiterst precieze resultaten met een voortreffelijke pasvorm voor een tevreden glimlach.
Als ”early adapter” zegt Arend van de Akker, opinion leader van intra-oraal scannen in de tandartspraktijk: ”Ik werd positief verrast door de VivaScan & Send oplossing van Ivoclar. Kenmerkend zijn de eenvoudige intuïtieve bediening, de verwerkingssnelheid en het gebruikersgemak van de scanner. Het lijkt mij een geschikt apparaat voor de tandarts, die de eerste stap wil zetten richting digitalisering en waarde hecht aan een goede prijs-kwaliteitverhouding, verhoogd patiëntcomfort en een goede samenwerking met het tandtechnisch laboratorium”.
Ivoclar Cloud; directe verbinding met het tandtechnische laboratorium
Met de VivaScan biedt Ivoclar soepele en ongecompliceerde toegang tot de digitale tandheelkunde. Dankzij de gebruiksvriendelijke en intuïtieve software kunnen scans gemaakt met de VivaScan, binnen een geoptimaliseerde workflow rechtstreeks worden verstuurd naar het betreffende tandtechnische lab. Met één klik worden de scans geüpload naar de Ivoclar Cloud voor een veilige overdracht van gegevens.
De tandtechnicus download deze in een open formaat uit de Cloud om ze vervolgens te verwerken. Er zijn geen abonnements of extra kosten verbonden aan deze service. Op aanvraag zorgt Ivoclar voor een korte maar zeer effectieve web-based training om een succesvolle start met de nieuwe VivaScan te waarborgen.
Over de Ivoclar Groep
De Ivoclar Groep, gevestigd in Schaan, Liechtenstein, behoort wereldwijd tot de toonaangevende aanbieders van geïntegreerde oplossingen voor kwalitatief hoogwaardige tandheelkundige toepassingen. Een uitgebreid aanbod van producten, systemen en diensten, intensieve R&D en een duidelijke focus op het gebied van training en educatie vormen de grondslagen voor het succes van de onderneming. Het bedrijf heeft 47 dochterondernemingen en vestigingen, levert producten in circa 130 landen en heeft ongeveer 3.500 medewerkers in dienst.
Om de drempel voor tandartsmijders te verlagen introduceert De Lieve Tandarts Telemondzorg. Wie het lastig vindt om zelf de afspraak met een tandartspraktijk te maken
kan kiezen voor een gratis online kennismaking of een eveneens gratis online coachingsgesprek. Dit gebeurt via een goed beveiligde en gecertificeerde app.
Boeken via online kalender
Er staan boekbare tijdstippen open op een online kalender. Een videogesprek kan indien nodig zonder verdere persoonsgegevens ingeboekt worden, er is alleen een mailadres nodig om de gegevens toe te sturen. De coaching staat open voor álle patiënten, dus niet alleen voor patiënten van bij De Lieve Tandarts aangesloten praktijken. Als praktijkhouder kan je dus eventuele angstige patiënten attenderen op Telemondzorg, het schept verder geen enkele verplichting.
De app is eventueel via De Lieve Tandarts te bestellen voor praktijken die er ook gebruik van willen maken en is gratis te gebruiken door leden van De Lieve Tandarts.
De Lieve Tandarts
De Lieve Tandarts is een landelijk platform dat zichzelf ten doel heeft gesteld om zoveel mogelijk mensen (weer) vertrouwd te maken met reguliere mondzorg. Het platform heeft de afgelopen 5 jaar 10.000 mensen op weg geholpen, van wie een groot deel angstig was en daarom de tandarts volledig meed. Praktijken sluiten zich aan en krijgen na een intake het keurmerk De Lieve Tandarts. Het platform maakt zich hard voor preventie. Regelmatige controle van je mondgezondheid en onderhoud van je gebit en tandvlees zijn van levensbelang. Preventie voorkomt kiespijn en angst voor de tandarts.
Voor het vervaardigen van een indirecte restauratie is een goede samenwerking tussen tandarts en keramist van belang. De preparatie staat daarbij centraal. En niet alleen de preparatie voor de indirecte restauratie, maar de preparatie in de breedste zin van het woord. Verslag van de lezing van Patrick Oosterwijk en Maarten Bekkers.
Materiaalkeuze voor indirecte restauraties
Allereerst is het geen schande om metaalkeramiek te gebruiken. Er zijn verschillende keramische materialen waaruit gekozen kan worden:
Glaskeramiek
Dit materiaal is het meest translucent en heeft als nadeel dat het niet sterk is (de kleinste buigsterkte tot 200 MPa). Het materiaal is vooral geschikt voor frontrestauraties.
Lithiumdiscilicaat
Dit materiaal is iets minder translucent en sterker dan glaskeramiek (400-500 MPa). Het materiaal heeft als voordeel dat het nog sterker wordt wanneer het adhesief gehecht wordt (tot 700 MPa). Het is geschikt voor facings, kronen, inlays en onlays. Voor brugwerk is het materiaal minder geschikt. Het kan monolitisch vervaardigd worden maar ook opgebakken worden.
Zirkoniumoxide
Zirkoniumoxide is een oxide keramiek met verschillende kristalvormen: kubisch (>2370°C), tetragonaal (1170°C-2370°C), monoklien (<1170°C).
Soorten zirkoniumoxide:
Y-TZP
Door de toevoeging van Yttrium aan zirkoniuimoxide stabiliseert het materiaal zich op kamertemperatuur in een bepaalde fase. Het materiaal is bijna niet onderhevig aan veroudering en heeft een buigsterkte van meer dan 1200 MPa. Het is geschikt als onderstructuur voor opgebakken werkstukken, monolitische kronen en bruggen in de zijdelingse delen of als onderstructuur voor kronen en bruggen in het front. Het materiaal kan gebruikt worden voor overspanningen tot 14 delen met maximaal twee aaneensluitende dummy’s.
5Y-TPZ
Van de zirkoniumoxides is dit materiaal het meest translucent (hoog esthetisch) maar daardoor ook gevoeliger voor fracturen. Het materiaal heeft een buigsterkte van 550-800 MPa en is geschikt voor enkele kronen en drie-delige bruggen in het front.
4Y-TPZ
Dit materiaal is minder translucent dan 5Y-TPZ en heeft een buigsterkte van 800-1200 MPa. Het is zeer geschikt voor monolitische kronen en bruggen tot tien delen met maximaal twee aaneensluitende dummy’s. Het materiaal kan ook opgebakken worden.
3Y-TPZ
Dit materiaal is het minst translucent en heeft een buigsterkte van 1200 MPa. Het wordt vooral gebruikt als onderstructuur van opgebakken kronen en bruggen. Door de sterkte is het geschikt voor grote overspanningen.
Uit één schijf gefreesd
Verder zijn er materialen op de markt waarbij uit één schijf wordt gefreesd die een samenstelling van verschillende materialen bevat.
In overleg met het tandtechnisch laboratorium kun je voor het beste materiaal per indicatie kiezen.
Monolitisch versus opgebakken keramiek
Monolitisch keramiek is keramiek dat uit een blok gefreesd is. Het materiaal lijkt steeds populairder te worden en dit is te danken aan de voordelen van het materiaal.
De voordelen van monolitisch keramiek zijn:
Minimaal invasief
Lage kosten
Sterkte
Eén op één over te nemen van een diagnostische set up
De nadelen van monolitisch keramiek zijn:
Esthetiek: de kleuropbouw is niet makkelijk na te bootsen
Correcties zijn moeilijk aan te brengen
Niet altijd fluoriserend
Het materiaal reageert anders op licht (verschil op foto met flits ten opzichte van foto zonder flits)
De dikte van het materiaal heeft invloed op de kleur. Dit heeft bijvoorbeeld consequenties voor de dummy van een brug.
De stompkleur heeft effect op de kleur. De cementkleur moet van tevoren uitgezocht worden.
Het is ook mogelijk om een gedeeltelijk opgebakken indirecte restauratie te vervaardigen. In dat geval wordt alleen de buccale zijde opgebakken. Op deze manier kun je profiteren van de goede eigenschappen van beide materialen.
“It’s all about the preps”
Hiermee wordt niet alleen de preparatie voor de indirecte restauratie bedoeld maar ook de voorbereiding, de omstandigheden tijdens de behandeling en de communicatie naar het tandtechnisch laboratorium.
1. Het maken van een preparatieplan
Bij het maken van het plan kunnen de volgende vragen gesteld worden: Wat voor restauratie moet er worden vervaardigd? Hoe ziet of zien de aanwezige restauratie(s) er uit? Zijn er verzwakte knobbels? Wat zijn de dragende en de niet dragende knobbels? Moeten de knobbels overkapt worden? Hoe is de esthetiek? Hoe kunnen we de beste retentie creëren? Gaan we wel of geen IDS toepassen?
2. De omstandigheden
Zorg ervoor dat de omstandigheden en voorbereiding goed zijn zodat er tijdens de behandeling volledig gefocust kan worden op de preparatie. Het gebruik van een protocol voor het klaarleggen van de juiste materialen en voor de procedure is aan te raden. Het is fijn om met een vergroting te werken (loepbril of microscoop). Zorg ervoor dat er een borenblokje klaar staat met alle gewenste boortjes.
3. De preparatie en afdruk
Voordat er begonnen kan worden aan de definitieve preparatie moet er een afdruk gemaakt worden voor de tijdelijke restauratie.
De uitgangspunten voor de preparatie zijn:
Holle bevel
Parallel
Mechanische retentie
Caviteitsoppervlaktehoek 90°
Afgeronde hoeken
Gelijke preparatiedikte
Voor het afdrukken kan er een (dubbele) retractiedraad aangebracht worden. Er kan analoog (gouden standaard) of digitaal afgedrukt worden. Na het maken van de definitieve afdruk en beetregistratie, kan er een tijdelijke voorziening gemaakt worden. Het is belangrijk om een goede tijdelijke voorziening te maken zodat de pulpa goed beschermd wordt, het tandvlees gezond blijft en het element beschermd wordt tegen cariës.
4. Communicatie naar het laboratorium
De volgende informatie moet doorgegeven worden:
Het element
Het werkstuk: kroon/ partiële kroon/ implantaatkroon
Kleur: bepaal je die zelf of laat je die in het lab bepalen?
Materiaal: van welk materiaal moet het werkstuk gemaakt worden (lithiumdiscilicaat/zirkoniumoxide/metaalporselein)? En moet deze eventueel monolitisch uitgevoerd worden of monolotisch met buccaal opgebakken keramiek?
Beetrelatie: modellen in centrale relatie, uitvoeren in centrale relatie/ maximale occlusie, vrij traject CR-MO.
Specificatie: shimstock vast in occlusie, vrij in articulatie / tripple shimlock vast in occlusie, contact in laterale/ proale beweging over element
5. Restauratie beoordelen op model
Van de tandtechnieker ontvang je een pinmodel, een vast model en een controle model. Op het pinmodel kan de outline gecontroleerd worden, het is belangrijk om te checken of er geen glaze aanwezig is. De vaste modellen kunnen in de articulator gezet worden en zo kan de occlusie gecontroleerd worden met behulp van een shimstock. Daarnaast kan er gecheckt worden of de contactpunten niet te zwaar zijn.
6. Cementatie – het voorbehandelen van de indirecte restauratie
Etsen
Het is heel belangrijk om met het lab af te spreken wie de indirecte restauratie etst (5% hydrofluoride, 20 seconden). De voorkeur gaat er naar uit om dit op de praktijk te doen zodat het uitgevoerd kan worden na de pasfase. Het opnieuw etsen van het keramiek zorgt ervoor dat het zwakker wordt en wordt daarom afgeraden. Wanneer er op de praktijk wordt geëtst, is het van belang dat er dan neutralisatie-vloeistof gebruikt wordt bij het afspoelen van de ets.
Reinigen
Het reinigen van een indirecte restauratie na het etsen is heel belangrijk. Water en alcohol zijn niet effectief genoeg. Voor lithiumdiscilicaat moet er fosforets (VITA) of cleaning paste (Ivoclean) gebruikt worden. Voor zirconiumoxide moet er gezandstraald worden of kan er cleaning paste (Ivoclean) gebruikt worden. Voor zirconiumoxide geldt dat er nooit fosforets gebruikt mag worden.
Polijsten Er zijn verschillende polijstsets voor verschillende materialen beschikbaar. Het is belangrijk om altijd te polijsten in de juiste volgorde.
7. Cementeren – procedure
1. Tijdelijke restauratie verwijderen
2. Tijdelijk cement verwijderen met EMS, scaler of aquacare
3. Pasfase in de mond: pasvorm, aansluiting, contactpunten. Het is belangrijk dat de occlusie en articulatie niet in de mond gecheckt worden.
4. Droogleggen/ cofferdam aanbrengen
5. Restauratie voorbehandelen:
a. fosforzuur 20 seconden
b. silaniseren 1 minuut met Monobond
6. Element voorbehandelen:
a. fosforzuur 20 seconden
b. bonding 20 seconden
7. Cementeren
Wanneer er met Variolink gecementeerd wordt, moeten de volgende stappen aangehouden worden: overmaat verwijderen, kort uitharden (5 seconden per kant), overmaat weghalen met een scaler of mesje, nogmaals uitharden met glycerine gel.
8. Dubbelcheck
Het is goed om een röntgenfoto te maken om er zeker van te zijn dat alle cementresten weg zijn.
Patrick Oosterwijk is tandtechnicus sinds 1985 en tot 2012 was hij eigenaar van een allround tandtechnisch laboratorium met vestigingen in Utrecht, Amersfoort en in ACTA. Sinds 2012 is hij voor Elysee Dental verantwoordelijk voor de kennisoverdracht van tandtechnische oplossingen en processen richting tandartsen en tandtechnici. Hij is de contactpersoon voor verschillende tandheelkunde universiteiten waarvoor Elysee Dental het techniekwerk verzorgd. Vanuit deze positie draagt Patrick bij aan gedegen kennisoverdracht richting de studenten van de tandheelkundige opleiding. Naast het geven van lezingen over uiteenlopende onderwerpen verzorgt Patrick ook lezingen voor een grote Europese laboratoriumgroep.
Maarten Bekkers is afgestudeerd in 2008 aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Na zijn afstuderen werkte hij in verschillende praktijken en volgde hij congressen, cursussen en trainingen om zich te kunnen ontwikkelen op het gebied van de restauratieve en esthetische tandheelkunde. Begin 2015 werd Maarten erkend als specialist Restauratief Tandarts (NVVRT), in september 2015 werd hij tevens op Europees niveau erkend als Prosthodontist (EPA). In 2015 lanceerde hij zijn tandheelkundig behandelconcept ‘gaaf.care’ om complexe en/of esthetische cases op gestructureerde wijze voorspelbaar, tandweefselbesparend en duurzaam te kunnen plannen en uitvoeren. Maartenhoudt zich in de praktijk voornamelijk bezig met de esthetische en restauratieve tandheelkunde. Tevens interesseert hij zich in implantologie en parodontale esthetische chirurgie.
Verslag voor dental INFO door Marieke Filius, tandarts, van de lezing van Patrick Oosterwijk en Maarten Bekkers tijdens het congres Restauraties.nu van Bureau Kalker.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/08/Samenwerking-tandarts-keramist-Its-all-about-the-preparation-Deel-2.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-10-03 10:28:592023-11-27 15:14:08Samenwerking tandarts/keramist: It’s all about (the) preparation
Probiotica, je kan er tegenwoordig niet meer omheen: van de melkproducten voor een gezonde darmflora tot schoonheidsproducten. Ook in de tandheelkunde neemt de populariteit van probiotische producten toe. Maar bevorderen die probiotica nu echt de mondgezondheid van onze patiënten? Verslag van lezing van dr. Isabelle Laleman, parodontoloog en onderzoeker.
Uit een kleine peiling bij de aanwezigen in de zaal blijkt 25% probiotica in te zetten bij de behandeling tegen parodontitis terwijl bijna alle bezoekers wel eens antibiotica gebruiken als adjunct. De enige richtlijn die voor zover de spreker weet beschikbaar is over het gebruik van probiotica in de tandheelkunde, is de richtlijn van de European Federation of Periodontology. Deze richtlijn geeft echter aan dat er onvoldoende bewijs is om probiotica te gebruiken als adjunct bij de niet-chirurgische therapie van parodontitis. Deze richtlijn is gebaseerd op een systematische review die vijf studies includeerde. De heterogeniteit tussen deze individuele studies is zo groot (o.a. verschillende probiotische producten, verschillende behandelduur, …) dat we ons kunnen afvragen of we deze zo maar op één hoop kunnen gooien. Niet elk probiotisch product heeft immers hetzelfde effect.
L. reuteri Prodentis
In deze presentatie werd er dan ook gefocust op één probiotisch product: L. reuteri Prodentis. Bij onderzoek van deze probiotica trad na 3 maanden 0,5mm meer pocketreductie op in dan in de controlegroep. Dit is een significant verschil. Een gemiddelde pocketreductie zegt echter niet zoveel. Je kunt je afvragen wat dit nu betekent in de praktijk. Als men het vergelijkt met studies die het gebruik van systemisch antibiotica onderzoeken, blijkt dit effect vergelijkbaar. Studies van goede kwaliteit die een directe vergelijking maken tussen probiotica en antibiotica zijn echter niet beschikbaar op dit moment. Een voordeel van L. reuteri Prodentis is dat er geen bijwerkingen gekend zijn en dit product waarschijnlijk ook een goede bijdrage aan het immuunsysteem geeft in tegenstelling tot antibiotica.
Moment van probioticum gebruik
Naast het additionale effect dat probiotica hebben bij initiële niet-chirurgische behandeling, blijkt L. reuteri Prodentis ook een meerwaarde te hebben bij herinstrumentatie ten opzichte van placebo.
L. reuteri Prodentis blijkt dus een interessant adjunct voor de niet-chirurgische parodontale therapie. In de studies die dit product onderzochten, werden nooit belangrijke bijwerkingen gerapporteerd. Echter gebaseerd op studies met andere probiotica voor andere toepassingen, blijft voorzichtigheid geboden voor het gebruik van probiotica in immuungecompromiteerde patiënten en patiënten met aangeboren hartafwijkingen.
Dr. Isabelle Laleman is parodontoloog en onderzoeker, (België). Ze is gepassioneerd door tandvlees (problemen), halitose en innovaties in de mondzorg. Momenteel werkt ze parttime in een privépraktijk in Leuven en parttime als chef de clinique op de afdeling parodontologie in het universitair ziekenhuis in Luik, waar ze zich bezighoudt met onderzoek en onderwijs.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de lezing van dr. Isabelle Laleman tijdens het NVvP congres April Fools, daily rules.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/06/Probiotica-in-de-paropraktijk.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-10-03 10:25:102022-09-27 09:20:01Probiotica in de paropraktijk
DME betekent dat je bij een diepe preparatiediepte de outline verhoogd met een paar millimeter composiet, waardoor de outline van de daarna te plaatsen indirecte restauratie hoger komt te liggen. DME zorgt op die manier voor besparing van tandweefsel (minimaal invasief werken) en behoud van de interdentale papil. Dit in tegenstelling tot een conventionele kroon of een klinische kroonverlenging.De hoeveelheid aan te brengen composiet bij DME zou je zo minimaal mogelijk moeten houden, net subgingivaal. Houd er rekening mee dat de preparatie na DME makkelijk te isoleren is én dat er nog voldoende ruimte is om de contour van de indirecte restauratie zo gunstig mogelijk vorm te geven.
Isolatie met rubberdam
Bij DME is het van het grootste belang goed te isoleren met rubberdam. Maar bij (zeer) diepe preparaties kan het aanbrengen van rubberdam lastig zijn. Een aantal tips om de rubberdam goed aan te brengen bij diepe preparaties:
Gebruik `heavy` cofferdam.
Maak smallere gaatjes in de rubberdam.
Zorg voor inversie van de rubberdam.
Gebruik flossligaturen en teflon (mocht je later voor een conventionele afdruk kiezen, dan is het handig deze flossligaturen te laten zitten).
Gebruik de te vervangen restauratie als leidraad bij het plaatsen van de rubberdam: laat de floss erlangs glijden om de rubberdam in de sulcus te brengen.
Matrix
Een circulaire matrix verdient de voorkeur bij DME. Deze matrix kun je namelijk heel strak draaien en er is makkelijker een divergerend profiel te bewerkstelligen dan bij bijvoorbeeld `halve maan` matrixschildjes. Circulaire matrixen zijn echt wel lastig te stabiliseren en in diepte kan de aansluiting lastig zijn. Gebruik teflon in plaats van een wig om een goede aansluiting te waarborgen. Het is vaak handig om de matrix al te plaatsen voordat volledige oude restauratie verwijderd is, omdat deze kan helpen de matrix op de juiste plek te geleiden.
Resultaten
Er zouden problemen verwacht kunnen worden na DME door invasie van de biologische breedte en in de vorm van secundaire cariës. Toch blijkt dat dit weinig optreedt en is het overlevingspercentage van indirecte restauraties met DME 95,9% na 12 jaar. Deze goede resultaten gelden zowel voor vitale als voor endodontisch behandelde elementen. Het aanwezig zijn van een goede contour en een goed contactpunt blijken daarbij essentieel.
Afwegingen DME
Toch wordt er in 100% van de gevallen enigszins kenmerken van een tandvleesontsteking waargenomen na DME. Vraag jezelf in elke casus af of DME de juiste indicatie is voor dat element en of je zelf in staat bent de procedure uit te voeren bij de betreffende patiënt en op dat moment. Voer alleen DME uit als er een goede isolatie te verkrijgen is, je onder vergroting kan werken en je een goede matrixseal kan garanderen. Val anders terug op de al langer bestaande kroonverlenging of conventionele kroon procedures.
David Gerdolle doorliep zijn studie tandheelkunde in Nancy, Frankrijk en heeft nu zijn eigen praktijk aan het Lac Léman in Montreux, Zwitserland. Als lid van de Bio-Emulation groep staat hij voor minimaal invasieve tandheelkunde op een zeer hoog niveau.
Verslag voor dental INFO door Chantal Schreuder, tandarts, van de lezing van David Gerdolle tijdens de Biomimetic Online Conference van Karma Dentistry.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2021/01/eep-margin-elevation-DME-I-love-you-of-toch-niet.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-09-19 10:26:122022-08-24 09:27:39Deep margin elevation (DME): I love you, of toch niet?
Slapen is gezond. Meestal dan. Onze slaap lijkt een inactief proces maar er gebeurt ontzettend veel in onze slaap. Bovendien kan er van alles verkeerd gaan in je slaap. Tijdens het online symposium Orofaciale pijn, slaapverwekkend kwam er een palet aan sprekers voorbij. Van tandarts tot fysiotherapeut.
Als een slaapprobleem ons dagelijks leven ernstig verstoort dan is er sprake van een slaapstoornis. De gevolgen van een slaapstoornis kunnen van lichamelijke aard zijn, zoals: gewichtstoename, verandering in de stofwisseling, vermoeidheid, verandering van de bloeddruk en een stijgende suikerspiegel. De gevolgen kunnen ook psychisch zijn: verminderde concentratie en geheugen, somberheid, minder relativeringsvermogen en prikkelbaarheid. In totaal bestaan er meer dan tachtig slaapstoornissen. Tijdens de webinar werden er zes besproken:
Insomnie: problemen met inslapen of te vroeg wakker worden.
Hypersomnie van centrale aard, zoals narcolepsie
Circadiaanse ritmestoornis, zoals door een jetlag of ploegendienst
Parasomnie zoals slaapwandelen
Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen zoals restless legs en bruxisme
Alhoewel het wetenschappelijk niet goed is aangetoond, kan bruxisme pijnklachten veroorzaken. Bruxisme ontstaat vaak direct na slaapverstoringen (arousals). Bruxisme wordt in verband gebracht met parasomnie en slaapapneu.
Slaapapneu
Slaapapneu valt onder de slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen. Zo kennen we het Centraal Slaapapneu Syndroom (CSAS), Obesitas Hypoventilatie Syndroom (OHS) en Obstructief Slaap Apneu Syndroom (OSAS). Voor OSAS zijn er drie behandelmogelijkheden: Chirurgische therapie, MRA en CPAP. De ernst bepaalt de therapie. Gek genoeg is er voor lichte OSAS chirurgie nodig zoals kaakosteomie, biatrische chirurgie of tracheotomie. Maar leefregels zoals matigen met alcohol, het verlagen van de BMI tot een gezonde waarde en eventueel positietherapie dienen voorafgaand uitgeprobeerd te worden. Ook bij matige OSAS kan chirurgie een oplossing zijn. Bij lichte OSAS kan een MRA ook geïndiceerd zijn, net als een CPAP die bij ernstige OSAS gebruikt wordt. Een CPAP is een masker dat over het gezicht wordt gedragen en voor overdruk zorgt.
MRA
Bij een MRA wordt de kaak naar voren geduwd en dit werkt zodoende onbedoeld orthodontisch zoals een activator. Hierdoor kunnen juist kaakgewrichtsklachten ontstaan. Een OSAS heeft helaas ook nadelen. De onderdruk zorgt dat de luchtpijp goed open gaat maar dit kan ook juist apneu veroorzaken. De acceptatie kan ook voor moeilijkheden zorgen en daardoor juist voor insomnie. De therapietrouwheid bepaalt het succes. De CPAP en MRA kunnen ook gecombineerd worden.
Van normaal tot klachten
Spieractiviteit rondom de kaken en de mond is volkomen normaal. Toch kan het voor overbelasting van spieren en kaakgewricht leiden en zodoende tot klachten. De klachten hoeven zich niet te beperken tot de mond maar kunnen zich uitspreiden of zelfs alleen voordoen bij de oren, op het achterhoofd, boven de ogen, in de nek en de schouders. Bruxisme veroorzaakt naast klachten ook gebitsslijtage en het falen van restauraties.
De oorzaak zoeken van bruxisme
Bruxisme en de daaraan gerelateerde klachten kunnen namelijk veroorzaakt worden door stress, angst, boosheid, alcohol, drugsgebruik en medicatie (bijvoorbeeld bij ADHD). Ook cafeïne en nicotine kunnen boosdoeners zijn.
Uiteraard is het heel belangrijk om naar de patiënt te luisteren om alles goed in kaart te kunnen brengen en op zoek te gaan naar de achterliggende oorzaken. Een SOLK patiënt (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten) is geen psychiatrische patiënt. De pijn bestaat echt en wordt niet verzonnen. Neem dus de patiënt serieus en kijk iets verder dan je neus lang is.
Zo kan reflux een achterliggende oorzaak zijn. De zelfrapportage, de rapportage van de eventuele partner, van de tandarts en het klachtenpatroon zijn zaken die goed uitgevraagd moeten worden. Hierbij is het van belang te beseffen dat big live events die ruim voor de klachten aanwezig waren, kunnen meespelen.
Daarnaast is het noodzakelijk om goed naar de patiënt te kijken. Zijn er mondgewoontes die opvallen? Een video die men maakt tijdens het volgen van een spannende voetbalwedstrijd kan bijvoorbeeld heel waardevol zijn. Vervolgens wordt er gevoeld naar de spierhypertonie en wordt bekeken of de pijn geprovoceerd kan worden.
Behandeling bruxisme
De behandeling van bruxisme kan bestaan uit de ‘multiple-P’ benadering:
Peptalk
Physiotherapy
Psychology
Plates
Pills
Tijdens de Peptalk wordt er besproken wat bruxisme is, hoe risicomanagement eruit ziet en worden er kauw, leefstijl- en slaapadviezen gegeven. Onder ‘physiotherapy’ vallen gewoonteverandering, lokale spierontspanning, biofeedback en algehele belastbaarheid. Bij ‘psychology’ kan er ontspanningstherapie, mindfullnes, running therapy en cognitive therapie worden aangeboden.
Een opbeetplaat kan ingezet worden. Deze is wel minder effectief dan een MRA. De 3mm dikke harde opbeetplaat werkt optimaal als deze niet continue wordt gedragen maar intermitterend. Een opbeetplaat kan niet alleen tegen TMD klachten helpen maar ook tegen somatische tinnitus. Het is nog onduidelijk of het ook helpt tegen slijtage en fracturen. De opbeetplaat kent wel contra-indicaties, bijvoorbeeld bij hoog cariësrisico, beperkte mondopening, kokhalsproblematiek en OSA. Een NTI-spalk veroorzaakt een openbeet en is dus af te raden. De opbeetplaat wordt gedragen in de boven- of onderkaak. De kaak met de meeste diastemen kent de voorkeur. Een plaat die in de onderkaak wordt gedragen zal comfortabeler zijn en is zodoende geschikter voor overdag. Ook bij een insufficiënte lipsluiting. Bij parodontitis en palatumbeet wordt bij voorkeur de plaat juist in de bovenkaak geplaatst.
Geen behandeling
Bruxisme hoeft niet altijd behandeld te worden. Het kan namelijk zo zijn dat het ook een functie kent. Zoals het voorkomen van een te lange ademstilstand bij apneu en het vochtig houden van de mond bij monddroogte. Dus als er geen klachten zijn en geen (ernstige) schade (dreigt), wees dan terughoudend in de behandeling van bruxisme.
Pijn en slaap
De relatie tussen verminderde slaapkwaliteit en acute pijn is duidelijk. Bij het verdwijnen van de pijn verbetert de slaap. De relatie tussen chronische pijn en verminderde slaapkwaliteit is minder duidelijk. Verminderde slaapkwaliteit veroorzaakt eerder chronische pijn dan andersom. TMD-patiënten klagen vaker over de slaapkwaliteit. Mensen met een slechte slaapkwaliteit hebben meer risico op TMD-klachten. Echter, dit komt enkel voort uit zelfrapportages en dat is dus geen objectief onderzoek. OSA-gerelateerde klachten gaan vaak vooraf aan TMD-klachten. Mogelijk komt dit door centrale sensisatie. Dat betekent dat de pijngrens verschuift doordat er sprake is van chronische pijn. Het pijnsysteem is overgevoelig geworden.
Drs. Ina Alberts is fysiotherapeut-gnatholoog en mede-eigenaar van Fysiosmile, praktijk voor orofaciale therapie. Ze is als parttime docent verbonden aan de Hogeschool Saxion en de SOMT University of Physiotherapy Amersfoort.
Martijn Nuis is physician assistant longgeneeskunde. Samen met een longarts heeft hij een OSAS-poli opgezet waarin de patiënten werden begeleid met CPAP-apparatuur. Hij is werkzaam als PA-somnoloog in het slaapcentrum in het ZGT waarbij hij gespecialiseerd is in ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen.
Dr. Simone Gouw werkt als orofaciaal en psychosomatisch fysiotherapeut op het Academie Instituut en als wetenschappelijk docent binnen de opleiding Gnathologie. Zij is tevens betrokken bij het masteronderwijs op de Hogeschool Utrecht, Hogeschool Arnhem-Nijmegen en de Universiteit van Gent.
Dr. Stanimira Sparreboom-Kalaykova is werkzaam als tandarts-gnatholoog, universitair docent aan de Afdeling Tandheelkunde van Radboud UMC in Nijmegen en bestuurslid van de NVGPT. Haar proefschrift schreef zij over “Functiestoornisscen van het kaakgewricht”.
Dr. Ghizlane Aarab is werkzaam als universitair hoofddocent bij de sectie Orofaciale pijn en dysfunctie van het ACTA. Ook is zij voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de American Academy of Dental sleep Medicine (AADSM) en lid van de wetenschappelijke commissie van de NVTS.
Dr. Nico van Bakelen is staflid kaakchirurg bij de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA-chirurgie) van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ook is hij betrokken bij diverse onderzoekslijnen en verzorgt hij onderwijs voor studenten tandheelkunde en mondzorgkunde.
Drs. Jeanne Baggen is werkzaam in de algemene praktijk in een eerstelijns Gezondheidscentrum. Ook is zij cursusleider en docent PAOT tandarts-slaapgeneeskundige. Zij is lid van het slaapteam van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen en werkt als tandarts-gnatholoog. Ook is zij werkzaam bij het ACTA en is bezig met een promotieonderzoek over TMD-pijn en neuropathische pijn.
Drs. Monique Bot is afgestudeerd als gnatholoog aan de faculteit Tandheelkunde van het Radboud UMC te Nijmegen. Ook is zij afgestudeerd manueel therapeut. Naast het verlenen van patiëntenzorg en het geven van gastcolleges volgt ze op dit moment een promotietraject op het onderwerp hoofdpijnklachten bij kinderen.
Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de lezingen van drs. Ina Alberts, Martijn Nuis, dr. Simone Gouw, dr. Stanimira Kalaykova, dr. Ghizlane Aarab, Dr. Nico van Bakelen, drs. Jeanne Baggen en drs. Monique Bot tijdens het online symposium Orofaciale pijn, slaapverwekkend van de Van Hoytema Stichting.
Wanneer de endodontische behandeling op de juiste manier is uitgevoerd, is een coronale afsluiting enorm belangrijk. Het fractuurrisico van een endodontisch behandeld element is over het algemeen verhoogd. Met name wanneer beide randlijsten verloren zijn. Maar hoe kies je nu voor de meest optimale restauratie?
Gemiddeld is 87% van de endodontisch behandelde elementen na 8-10 jaar nog in de mond aanwezig. Resultaten uit een verwijspraktijk voor endodontologie laten zien dat een molaar na complexe endodontische (her)behandeling een overlevingskans heeft van ongeveer 91% na 7 jaar. Ter vergelijking, de 10-jaarsoverleving van een implantaat is ongeveer 96% en die van de suprastructuur ongeveer 89%.
Opties herstel element
Wanneer je besloten hebt tot het behoud van het element, dan zijn er meerdere opties voor het restauratieve herstel. Zo kan gekozen worden voor een directe composietopbouw of een indirecte (partiële) restauratie. Daarnaast kan het besluit worden gemaakt om aanvullend een wortelstift te plaatsen. De overlevingskansen voor de verschillende restauratietypen lopen in de literatuur erg uiteen en dit maakt dat het voor de behandelaar lastig is om een duidelijk overzicht te verkrijgen van de meest optimale restauratie. In zijn algemeenheid geldt dat een endodontisch behandelde molaar een slechtere prognose heeft dan een premolaar of een frontelement.
Prognose inschatten van een adhesieve restauratie op een endodontisch behandeld element
Er zijn verschillende parameters die van invloed zijn op de prognose van de restauratieve behandeling. Denk hierbij aan patiënt-, tand-, endodontische en restauratieve factoren. Een beschermende factor draagt bij aan het succes van je behandeling. Uit de literatuur blijk dat de aanwezigheid van buurelementen een beschermende factor is. Wanneer er geen buurelementen aanwezig zijn, is de kans op verlies van een endodontische molaar bijna vier keer zo groot, dan een molaar die wel één of twee buurelementen heeft. Ook de hoeveelheid tandweefsel die nog aanwezig is en de locatie van de outline blijken beschermende factoren. Daarnaast speelt de timing van de restauratie een belangrijke rol. Het liefst wil je een goede coronale afsluiting zo snel mogelijk maken.
Om te kiezen welk soort restauratie je gaat maken, is het belangrijk om de prognose van het element goed in te schatten. Dat kan aan de hand van de volgende handvaten:
Is het element endodontisch en parodontaal gezond?
Kan het element nog onder rubberdam geïsoleerd worden?
Waar ligt de outline? In het glazuur of grotendeels in het dentine?
Hoe diep is de pulpakamer?
Wanneer een element endodontisch en parodontaal gezond is, een outline heeft die grotendeels in glazuur ligt of een diepe pulpakamer heeft, kan worden verwacht dat een adhesieve restauratie een goede prognose heeft. Immediate Dentin Sealing (IDS), kan een manier zijn om, wanneer het geprepareerde element voornamelijk een outline in dentine heeft, de hechtsterkte te vergroten.
Overkappen bij directe en indirecte restauraties
De schade van de endodontische opening is niet zo groot als we vroeger dachten. Het verlies van de randlijsten zorgt voor de grootste verzwakking. Een element met een MOD-restauratie heeft een 60% hoger risico op fractuur. Daarom kiezen we er bij het maken van een indirecte restauratie bij dit soort elementen vaker voor om ook de knobbels te overkappen. Uit in vitro onderzoek zijn aanwijzingen dat directe restauraties met knobbeloverkappingen zwaarder belast kunnen worden dan elementen zonder knobbeloverkapping. Bij indirecte restauraties is hier nog geen duidelijk bewijs voor.
Belangrijk is om in ieder geval het pericervicale dentine niet te verzwakken. Het voordeel van het adhesief herstellen van een endodontisch behandeld element, is dat de knobbeloverkapping kan worden bereikt door alleen de wanden te verlagen. Bij een conventionele kroon zou voor het ferrule-effect de wanden ook aan de buitenkant nog moeten worden uitgedund, wat wellicht leidt tot onvoldoende wanddikte en pericervicaal dentine.
Indicatie voor stiften
Uit een systematische review in 2018 is hierover een systematische review geschreven. Hierbij vond de meerderheid van de studies meerwaarde voor het gebruik van een stift. Een paar onderzoeken vonden een mogelijk effect bij premolaren en frontelementen wanneer er helemaal geen wanden meer aanwezig waren. Bij molaren is weinig indicatie voor een stift omdat er veel retentie te halen is vanuit de pulpakamer.
Wat te doen bij indirecte restauratie met veel verloren coronaal weefsel?
Er bestaat nog veel twijfel over een indirecte restauratie in het geval veel coronaal weefsel verloren is. Kies je voor een conventionele preparatie of juist voor een adhesieve partiële restauratie?
Het pericervicale dentine wordt vaak dun wanneer er een volledige kroonomslijping gemaakt wordt. Dit kun je goed inschatten wanneer je tijdens de endodontische behandeling een foto maakt van hoeveel er nog van het element over is. Daarom is een volledige kroon hier meestal geen aanrader. Hierbij maak je het toch al dunne pericervicale dentine nog dunner. Dan is het verstandiger om de pulpakamer en de ondersnijdingen op te vullen met composiet. Hierna kan worden besloten of er een composietopbouw of een zogenaamde endokroon van glaskeramiek wordt vervaardigd, waarbij er een extensie van glaskeramiek in de pulpakamer loopt. Bij molaren biedt de pulpakamer een mooie kans om het adhesieve oppervlak voor een adhesieve restauratie te vergroten.
De voordelen van een endokroon:
Simpele techniek;
Glazuur kan behouden blijven door de adhesieve techniek;
Technieker heeft meer dan voldoende ruimte voor een goede morfologie.
Nadelen:
Een eventuele endodontische herbehandeling is lastiger;
Esthetiek kan een probleem zijn: hiervoor zou een buccale venneerpreparatie uitkomst kunnen bieden.
Endokroon
In een studie uit 2005 werd er voor endokronen op molaren een overlevingskans gevonden van ongeveer 87%. De reden van falen lag met name in het loskomen van de kronen, waarbij de zwakke schakel de hechting tussen het dentine en het cement was. In 2017 werd een nieuwe studie gedaan, waarbij veel minder endokronen loskwamen. Een belangrijk verschil tussen beide studies was dat in de laatste Inmediate Dentine Sealing (IDS) werd toegepast. In vitro studies laten zien dat IDS een hogere hechtsterkte geeft aan het dentine.
Hoe ver moet de extensie dan de pulpakamer in? In een in vitro studie werd gekeken naar de invloed van de outline (glazuur/dentine) en de extensie van glaskeramische endokronen in de pulpakamer (0/2/4mm) op de fractuursterkte. Na een simulatie van vijf jaar klinisch functioneren in een kauwsimulator, werden de proefstukken belast in een drukbank. Er werd geen effect gevonden van de outline of de extensie in de pulpakamer op de fractuursterkte.
Een tijdelijke restauratie bij een partiële kroon heeft meer risico tussentijds los te komen. Het helpt om hierbij te kiezen voor een polycarboxylaat cement en deze eventueel aan te vullen met flowable composiet vleugeltjes om het element vast te maken aan het buurelement.
Het cementeren van de indirecte restauratie
Een indirect werkstuk moet worden gecementeerd of verlijmd aan het geprepareerde tandweefsel. Bij glaskeramische werkstukken, kan gekozen worden voor een duaaluithardend composietcement of een microhybride composiet. In Groningen worden de studenten opgeleid om glaskeramische werkstukken te plaatsen met een lichtuithardend microhybride composiet. Voordeel is dat zo langer de tijd kan worden genomen om het composiet te verwijderen, maar ook dat het composiet betere mechanische eigenschappen heeft dan het cement. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat het licht goed door de restauratie heen komt. Wel wordt geadviseerd om hierbij het composiet drie keer 90 seconden te belichten.
Een aantal voorzichtige aanbevelingen op een rij
Bij een Klasse I of II defect: kies voor een directe restauratie zonder stift. Een knobbeloverkapping is niet nodig. Let wel op indien er sprake is van groepsgeleiding. Pas eventueel de knobbelhelling aan zodat deze vrij liggen bij kauwbewegingen.
Bij meer randlijsten verloren: kies steeds meer voor een indirecte restauratie.
Behoud het pericervicale dentine door ondersnijdingen in de pulpakamer op te vullen en kritisch de wanddikte te evalueren alvorens te omslijpen.
Overweeg een stift alleen bij een frontelement of een premolaar zonder wanden.
Bij direct restauraties zijn er aanwijzingen uit in vitro-studies dat een knobbeloverkapping een hogere fractuursterkte geeft dan wanneer de knobbels niet worden overkapt. Bij indirecte restauratie ontbreekt hiervoor literatuur.
Maurits de Kuijper studeerde in 2014 af als tandarts aan de Rijksuniversiteit Groningen. In november 2015 startte hij met een promotietraject over de restauratie van uitgebreide endodontisch behandelde elementen middels direct composiet en endokronen. Sinds september 2018 begeleidt hij studenten binnen het FIXED-programma bij het vervaardigen van kroon- en brugwerk. Ook werkt hij bij het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde van het Martini Ziekenhuis en bij Mondzorgcentrum Winschoten.
Verslag voor dental INFO, door tandarts Paulien Buijs, van de lezing van Maurits de Kuijper, tijdens het NVvE-congres De endo finish.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2021/10/Wanneer-is-de-finish-bereikt-de-endokroon.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-09-02 10:28:202022-09-02 11:34:43Wanneer is de finish bereikt? De endokroon
Non-verbale communicatie is van grote invloed op je interactie met anderen. Ook voor een mondzorgprofessional is het belangrijk om zich hiervan bewust te zijn. Door aandacht te hebben voor de non-verbale communicatie kun je het contact met je patiënten verbeteren. dental INFO sprak hierover met Alexa Kuit, interactiedeskundige, gespecialiseerd in non-verbale communicatie.
Hoe ben je interactiedeskundige geworden?
“Na mijn studie Communicatiewetenschappen was mijn eerste echte baan die van leidinggevende van 80 conducteurs. Een behoorlijk heftige eerste baan. Daarna werd ik consultant bij een communicatie-adviesbureau. Op die plek ben ik me gaan verdiepen in waarom mensen doen hoe en wat ze doen. Het fascineerde me vooral hoe mensen zichzelf en elkaar in onderlinge interactie kunnen verliezen. Terwijl het voor echt goede, effectieve interactie zo ongelooflijk belangrijk is om te blijven verbinden, juíst als het spannend is. Daar ben ik me destijds als zelfstandige op gaan richten en in gaan specialiseren. In houding, gedrag en impact; verbaal én non-verbaal.”
Waarom is non-verbale communicatie belangrijk?
“Het non-verbale is het allereerste wat we detecteren bij een ander. Op basis daarvan vellen we -zonder uitzondering- een direct oordeel over die ander én geven we tegelijkertijd vanuit dat oordeel een non-verbale reactie terug. De befaamde eerste indruk is hiermee over en weer gemaakt. Dus je non-verbale impact is er altijd en onmiskenbaar. Voor de meeste mensen gebeurt dit geheel onbewust, terwijl het extreem bepalend is voor hoe een interactie start – en daarmee vaak ook verloopt.”
Jij hebt je gespecialiseerd in microbewegingen. Wat houdt dat in?
“Als ‘non-verbaal strategie-analist’ kijk ik naar welk type microbewegingen iemand rond de ogen, mond en wangen laat zien. Onderzoek heeft uitgewezen dat iedereen een eigen set aan repeterende microbewegingen in het gezicht heeft. We noemen dit het ‘PNR’: het Persoonlijk Non-verbaal Repertoire. Ons PNR zegt iets over onze behoefte in het contact met een ander, maar ook over het gedrag dat we geneigd zijn te laten zien in dat contact. En het geeft informatie over bepaalde persoonlijkheidskenmerken die bij ons horen. Deze set van bewegingen is er altijd, ongeacht context of situatie. De intensiteit ervan neemt toe als iemand spanning ervaart. Daarnaast hebben deze beweginkjes ook nog eens grote impact op hoe we overkomen op een ander.”
Kun je hier een voorbeeld van geven?
“Iemand die veel de ogen aanknijpt (denk aan hoe een kat kan kijken), heeft in contact behoefte aan grip en voorspelbaarheid. Dat dingen logisch zijn bijvoorbeeld, en dat het klopt. Als dat niet wordt ervaren, is de reflex om in het hoofd te schieten. De ogen worden nog wat meer en steviger aangeknepen, vaak in combinatie met een frons en een wat uit het contact wegbewegen, door bijvoorbeeld het hoofd wat naar achteren te hellen, of het bovenlichaam. Deze reflex komt voort uit een gevoel van niet-begrijpen, een gebrek aan grip. Verbaal gaat dit veelal gepaard met een scherpere woordkeuze, vaak op een negatief-kritische wijze. Het gevoel (de impact) dat de ander bij dit geheel ervaart, is een mate van afstandelijkheid, gereserveerdheid of zelfs soms een kille of bozig-kritische grondhouding. Niet echt fijn en ook niet de bedoeling. Want degene die dit zo laat zien, wil zelf vooral graag begrijpen en begrepen worden.”
Hoe kun je je non-verbale communicatie verbeteren?
“Het PNR is, voor zover ik weet, niet te veranderen. Dat zijn de beweginkjes die er altijd zijn en bij jou horen, net zoals je vingerafdruk. Wat je wél zelf kunt beïnvloeden is je spanningsgevoel. Je kunt leren wat jij nodig hebt om op de voor jou spannende momenten, zowel fysiek, mentaal als emotioneel een comfortabeler gevoel te hebben. Je kunt ook leren begrijpen dat wat je bij een ander ziet, niet altijd is wat jij denkt. Je kunt heel goed leren je eigen oordeel te ‘parkeren’ of in ieder geval niet zo serieus te nemen. Het reguleren van ons spanningsgevoel leidt tot verzachting van ons systeem en daarmee tot het dempen van het non-verbale spanningsgedrag en de negatieve impact die dit kan hebben op je interactie.”
Hoe kunnen mondzorgprofessionals dit toepassen in relatie tot hun patiënten? Wat bereiken ze daarmee?
“Het toepassen van deze kennis vergt met name een investering van tijd, om het te leren. Het is – of lijkt – nogal ingewikkeld en complex, tótdat je het ziet. (Ja, die Johan Cruijff was echt wel wijs met z’n ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt’). Wat dit een mondzorgprofessional op kan leveren, is een betere onderlinge verbinding, ook wel ‘onderling rapport’ genoemd. Want je leert niet alleen jezelf heel goed te verstaan, maar ook die ander. Hiermee kun je effectiever en beter inspelen op de interactie-behoefte van ieder type patiënt. Niet alleen tijdens een gesprek, maar ook bij de manier van behandelen.”
Heb je verder nog tips voor mondzorgprofessionals?
“Alle mondzorgprofessionals realiseren zich vast dat het voor de patiënt per definitie spanning oplevert, zo’n bezoek aan de praktijk. Liggend in de stoel, met open mond, moet je je maar overgeven aan iemand die zich over je heen buigt en je misschien wel pijn gaat doen. Dus ga er maar vanuit dat veel van wat je ziet in iemands gezicht en veel van het gedrag dat iemand vertoont, spanningsgerelateerd is. Blijf zelf zo kalm mogelijk. Ook als het gedrag van de patiënt jou irriteert. Of als het erg druk is, waardoor mensen lang op een afspraak moeten wachten en de behandelaars een enorme druk ervaren. Kalm kunnen blijven is dan een groot goed. Jouw kalmte geeft kalmte en comfort óók als het oncomfortabel voelt.
Een mooie en zeer bruikbare tip is, dat je makkelijker kalm kunt worden en blijven door diep naar je buik toe adem te halen volgens het principe van 4 seconden inademen en 6 seconden uitademen. Als je dat een minuut of anderhalf doet, wordt je hartslag wat we noemen ‘coherent’ en zakt je emotie.
Onderzoek wijst uit dat een coherente hartslag zorgt voor grotere harmonie en een synchronisatie tussen de activiteiten van hart en brein. Dit brengt jou in de meest optimale staat van functioneren.”
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2022/06/Alexa-Kuit-400.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-09-02 10:26:022022-08-24 09:33:46Met aandacht voor non-verbale communicatie kun je beter inspelen op de behoefte van de patiënt
Het gebruik van een veelgebruikt medicijn voor hoge bloeddruk leidde tot gingiva hyperplasie bij een man met een slechte mondgezondheid. Door een verlopen tandartsverzekering liep zijn zorg vertraging op en is hij nu van plan om alle tanden te laten trekken, wordt geschreven in The Journal for Nurse Practitioners.
Medicijn tegen hoge bloeddruk
Hypertensie is wereldwijd een belangrijke doodsoorzaak en oorzaak van invaliditeit. Veel patiënten krijgen calciumkanaalblokkers als amlodipine als medicijn om hun bloeddruk onder controle te houden. In de VS worden jaarlijks meer dan 70 miljoen recepten voor amlodipine geschreven.
Zeldzame bijwerking
De auteurs onder leiding van verpleegkundige P. Suzanne Portnoy, de associate programme director van straatgeneeskunde voor CommuniCare Health Centers in Californië, beschrijven de zeldzame bijwerking van door amlodipine geïnduceerde overgroei van het tandvlees. Dit wordt gekenmerkt door een toename van het volume van bindweefselmatrix in het tandvlees.
Gingivagroei leidt tot lijden
Verschillende factoren, waaronder gingivitis als gevolg van slechte mondhygiëne, genetische aanleg en mannelijk zijn, zorgen ervoor dat een persoon een groter risico loopt om door medicijnen veroorzaakte gingivagroei te ontwikkelen, schreven de auteurs. Doorgaans wordt amlodipine-geïnduceerde gingiva hyperplasie (AIGO) gediagnosticeerd op basis van comorbiditeiten, symptomen, medicatieprofiel, laboratoriumresultaten en lichamelijk onderzoek. Als de groei niet wordt gecontroleerd, kan dit pijn, tandverlies, psychosociaal lijden en financiële lasten veroorzaken.
52-jarige man
De casus die wordt beschreven betreft een obese 52-jarige man die gediagnosticeerd was met hoge bloeddruk, prediabetes en linkerventrikelhypertrofie. Vanwege zijn aandoeningen slikte hij al zeven jaar dagelijks 10 mg amlodipine, 40 mg lisinopril en 25 mg hydrochloorthiazide.
Verschuivende tanden
Een paar jaar na het starten met amlodipine merkte de patiënt dat zijn tanden begonnen te verschuiven. Hij linkte dit echt niet aan de medicatie. Vanwege angst voor de tandarts en inconsistente gezondheidsdekking was de man al jaren niet naar de tandarts geweest. De patiënt had geen andere symptomen en zijn vitale functies waren volgens de auteurs normaal.
Ginigiva hyperplasie door medicatie
Een lichamelijk onderzoek onthulde dat de man stevig, roze, vochtig, overgroeid tandvlees had waardoor de meeste van zijn tanden werden verplaatst. Op basis van zijn geschiedenis, het onderzoek en het ontbreken van enige andere pathologie, werd de man gediagnosticeerd met door amlodipine veroorzaakte gingiva hyperplasie. Hij werd daarom opgedragen om te stoppen met het innemen van de medicatie.
Binnen twee weken terugkeren
De patiënt kreeg het advies om zijn andere medicijnen te blijven gebruiken, zijn bloeddruk eenmaal per dag te meten en een logboek bij te houden van de metingen. Hij kreeg te horen dat hij binnen twee weken naar de faciliteit moest terugkeren.
Tanden laten verwijderen
Helaas miste de patiënt de vervolgafspraak en niet lang daarna verloor hij zijn verzekeringsdekking. Ruim een jaar later sloot hij een verzekering af via zijn nieuwe werkgever en zocht hij zorg bij een andere zorginstelling. Hij worstelde nog steeds met de losse tanden, wat pijn, moeite met eten en psychisch letsel veroorzaakt. Daarom was hij van plan om snel al zijn tanden te laten verwijderen, schrijven de auteurs.
Specifieke bijwerking onderzoeken
In de afgelopen vier jaar zijn 17 gevallen van door amlodipine geïnduceerde gingiva hyperplasie gemeld, merkten de auteurs op. Een overzicht van het onderzoek suggereert dat de prevalentie van AIGO hoger kan zijn dan 1% – hoger dan wat wordt gerapporteerd in de bronnen van voorschrijvers en patiënten. Daarom moeten cohort- of gecontroleerde onderzoeken worden uitgevoerd om deze specifieke bijwerking te onderzoeken, voegde ze eraan toe.
Interventies van zorgverleners
Volgens de auteurs belicht de casus verschillende doelen voor interventies van zorgverleners. Patiënten zouden moeten worden geïnformeerd over deze zeldzame maar ernstige bijwerking. Zodra ze veranderingen aan tanden of tandvlees ervaren zouden ze dit moeten melden. Ook zou er direct moeten worden gestopt met het gebruiken van amlodipine als men vermoedt dat er sprake is van AIGO. Patiënten moeten dan worden doorverwezen naar een kaakchirurg voor behandelplanning.
Armste patiënten lopen grootste risico
“De armste patiënten lopen het grootste risico op AIGO en lopen het grootste letsel op door een gebrek aan toegang tot tandheelkundige zorg om deze aandoening te voorkomen en te behandelen. Door onze patiënten voor te lichten over het risico voor AIGO, kunnen verpleegkundig specialisten deze iatrogene ziekte voorkomen”, concluderen de auteurs.
https://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2021/12/Casus-Medicijn-tegen-hoge-bloeddruk-veroorzaakt-gingiva-hyperplasie-bij-52-jarige-man.jpg230400Redactiehttps://www.dentalinfo.nl/wp-content/uploads/2025/12/Logo-Dental-info-wit-2.svgRedactie2022-09-02 10:24:092022-08-24 09:34:46Casus: Medicijn tegen hoge bloeddruk veroorzaakt gingiva hyperplasie bij 52-jarige man