Tijd voor meer differentiatie in het periodiek mondonderzoek
Minder cariës, minder restauraties – maar niet minder werk. De verschuiving naar preventie dwingt tandartspraktijken hun agendamodel fundamenteel te heroverwegen.
De Nederlandse mondzorg ondergaat een stille maar ingrijpende transformatie. Patiënten zijn mondgezonder dan ooit tevoren: het aantal restauraties per patiënt daalt al jaren structureel, en wortelkanaalbehandelingen worden steeds zeldzamer. Dit is goed nieuws voor de volksgezondheid — maar het stelt tandartsen en praktijkhouders voor een urgente vraag: hoe organiseer je een praktijk die is ingericht op curatie, terwijl de zorgvraag steeds meer om preventie vraagt?
“In 5 jaar tijd zijn er circa 16% minder restauraties gemaakt. De agenda verandert mee — maar het model nog niet.”
De cijfers: minder restauraties, meer controletijd
Infomedics presenteerde in samenwerking met Vertimart opmerkelijke data over de ontwikkeling van het aantal restauraties per 100 patiënten, uitgesplitst naar leeftijdsgroep. De trend is eenduidig: in vijf jaar tijd lijkt het aantal restauraties met circa 16% te zijn gedaald. In de leeftijdsgroep 30–59 jaar waren er in 2021 nog ruwweg 74 restauraties per 100 patiënten nodig; in 2025 is dat teruggelopen naar circa 63.
Klik hier voor een vergrote pdf
Dit heeft directe gevolgen voor de agendaopbouw van een tandartspraktijk. Stel: een fulltime tandarts heeft capaciteit voor 1.000 restauratieve behandelingen per jaar.
| Situatie | Patiënten nodig | Aantal controles | Controletijd (uur) |
| 2021 (74 rest./100 pt.) | 1.351 | 1.756 | 292 uur |
| 2025 (63 rest./100 pt.) | 1.587 | 2.063 | 343 uur (+18%) |
Tabel 1. Fictief model controletijd bij gelijkblijvende restauratieve capaciteit (1.000 behandelingen/jaar). Aanname: gemiddeld 1,3 controles/patiënt/jaar, 10 minuten per controle.
Concreet: de controletijd groeit met zo’n 18% terwijl het restauratieve werk afneemt. Wie dat niet actief stuurt, krijgt een werkdag gevuld met steeds meer mondonderzoeken – en steeds minder behandeltijd.
Het probleem met ‘iedereen ieder halfjaar naar de tandarts’
De traditie van de halfjaarlijkse controle door de tandarts stamt uit een tijdperk waarin cariës en parodontitis breed verspreid waren en vroege detectie cruciaal was. Die onderbouwing klopt steeds minder voor een groot deel van de patiëntenpopulatie. Feitelijk komen patiënten gemiddeld 1,3 keer per jaar voor een mondonderzoek bij de tandarts – de gemiddelde praktijk wijkt dus al af van het theoretische halfjaarritme. De tandarts ziet zijn patiënten al lang niet meer iedere zes maanden.
Periodiek contact blijft wel heel belangrijk: mensen veranderen van baan, leefstijl, medicatie en gezondheid. Een regelmatige check heeft preventieve én signalerende waarde. Het probleem is dat niet elk periodiek contact per se door de tandarts hoeft te worden uitgevoerd en dat niet elke patiënt dezelfde aandacht van een tandarts nodig heeft.
“Niet elke patiënt loopt hetzelfde risico. Is daarom ook meer variatie in type en frequentie van het mondonderzoek nodig?”
Risicostratificatie: de sleutel tot een gedifferentieerd model
De oplossing ligt in risicostratificatie: het indelen van patiënten op basis van hun mondgezondheidsrisico, waarna controlefrequentie en -type worden afgestemd op dat risico. Dit is geen nieuw idee – de wetenschap ondersteunt het al decennia – maar de implementatie in de dagelijkse praktijk blijft achter.
De drie kerndimensies van risico in het periodiek mondonderzoek zijn:
- Cariësrisico: o.a. dieet, speekselkwaliteit, fluoridegebruik, dentitie, eerdere caviteiten
- Parodontaal risico: o.a. bloedingsneiging, pocketdiepte, botafbraak, rookgedrag, diabetes
- Slijtagerisico: o.a. bruxisme, erosie door zuur, occlusale belasting
Naast deze drie aandachtsgebieden speelt natuurlijk röntgenonderzoek, wijzigingen in algemene gezondheid en de complexiteit van de restauratieve oplossing een belangrijke rol. Het slijtage risico is wel belangrijk, maar wijzigt zelden onverwacht op de korte termijn.
Voor mij zijn er bij een patiënt dus 5 vragen belangrijk om het vervolg te plannen:
- Wat is het cariësrisico?
- Wat is het parodontaal risico?
- Hoe complex is de restauratieve oplossing?
- Is er een plan voor de komende 3 jaar?
- Zijn er wijzigingen in de gezondheid of sociale impactvolle veranderingen?
Bestaande risicoprofielen: bruikbaar maar beperkt
Er bestaan meerdere gevalideerde instrumenten voor risicoindeling, maar de praktijkadoptie is beperkt. Twee bekende voorbeelden: het Cariogram (Bratthall & Hänsel Petersson, Zweden) is een visueel model dat cariësrisico berekent op basis van factoren als dieet, bacteriebelasting, fluoride en speeksel. Het is goed onderbouwd maar vraagt een uitgebreide anamnese — wat het in de dagelijkse praktijk arbeidsintensief maakt.
Klik hier voor een vergrote pdf
Het Risicoprofiel Periodiek Mondonderzoek van de Radboud Universiteit (2007) kijkt naar drie domeinen: cariës, parodontium en slijtage. Maar als je bekijkt wat je bij het periodiekmondonderzoek moet vastleggen, dan is 10 minuten ruimschoots onvoldoende.
De uitdaging is om het simpel en uitvoerbaar te houden. De mondhygiënist kan daarbij in het team ook een belangrijke rol spelen. Zeker als tandarts en mondhygiënist geregeld samen naar een patiënt kijken werkt dat naar mijn ervaring in de praktijk heel goed. We missen dan alleen de wijzigingen in de gezondheid, de check op het behandelplan en de planning voor bitewings.
De tandarts als regisseur, niet als uitvoerder van alles
Een gedifferentieerd controlemodel vraagt om een systeem waarbij de patiënt en het team begrijpen of de tandarts nodig is voor een periodiek mondonderzoek. Heldere protocollen voor terugkoppeling en escalatie zijn dan natuurlijk nodig. De tandarts blijft eindverantwoordelijk voor de diagnose en het behandelplan. Ook bewaakt hij natuurlijk het systeem, zodat patiënten op tijd weer worden gezien door een zorgverlener van het juiste niveau. Dit bevrijdt agendacapaciteit voor complexere zorg, herziening van een behandelplan en nieuwe patiënten.
“De tandarts als regisseur van mondgezondheid: regie voeren, niet alles zelf doen.”
Praktische implementatie: waar te beginnen?
Bij elke nieuwe richtlijn (die voor het periodiek mondonderzoek is in de maak), hou ik mijn hart vast. Ja, verandering is nodig als de omstandigheden veranderen, maar vaak wordt iets verplicht gesteld dat in de praktijk niet verwerkt kan worden. De richtlijn gebitsslijstage is daar een mooi voorbeeld van. Mooie richtlijn, maar niet verwerkt in de software. Het periodiek mondonderzoek is de hoeksteen van de Nederlandse mondzorg. Als je al wilt voorsorteren op een meer gesegmenteerde aanpak bij het periodiek mondonderzoek van volwassenen dan zou ik de 5 vragen stellen en daar een oordeel aanplakken, zodat je in de praktijk kan kijken of dat je kan helpen.












