Hoe het orofaciale systeem tandpijn kan verklaren
Orofaciale fysiotherapie wint steeds meer aandacht binnen de mondzorg. Deze gespecialiseerde vorm van fysiotherapie richt zich op het behandelen van klachten in het gezicht, de kaak en de mond. In dit interview deelt Ina Alberts haar kennis over wat orofaciale fysiotherapie precies inhoudt en waar mondzorgverleners op moeten letten.
Kun je iets vertellen over hoe je in de orofaciale fysiotherapie terecht bent gekomen?
“Mijn interesse in orofaciale fysiotherapie ontstond tijdens mijn opleiding Manuele Therapie. Daar kreeg ik les van Anton de Weijer, die mij wegwijs maakte in evidence-based handelen en de wereld van orofaciale klachten, wat mij direct fascineerde. Na die ontdekking heb ik de driejarige specialisatieopleiding gevolgd aan het Radboud in Nijmegen. Inmiddels werk ik als orofaciaal fysiotherapeut en als fysiotherapeut/gnatholoog.”
Wat trok je aan in het werken met orofaciale klachten?
“Wat mij zo aanspreekt in dit vak, is dat alles samenkomt: klinisch redeneren, lichamelijke klachten, psychosociale factoren en bredere systeeminvloeden zoals hart- en vaatziekten, slaapstoornissen of zenuwproblematiek. Het orofaciale systeem is ongelooflijk complex en fijngevoelig, waarbij spanning, emoties, houding, slaap, ademhaling, spijsvertering en zenuwstructuren samenkomen. Omdat zoveel systemen elkaar raken, vraagt het om scherp klinisch redeneren. Soms kun je snel verlichting bieden, maar vaak draait het ook om het herkennen van onderliggende factoren en het openen van het juiste zorgpad. Het vermogen om zowel te behandelen als richting te geven in diagnostiek maakt dit vak voor mij bijzonder waardevol en sluit precies aan bij hoe ik graag met patiënten werk.”
Wat doet een orofaciaal fysiotherapeut precies?
“Als orofaciaal fysiotherapeut en fysiotherapeut/gnatholoog richt ik mij op het hele orofaciale domein: kaak, gezicht, hoofd en hals, maar ook op de bredere systemen die daarop ingrijpen. In de praktijk zie ik patiënten met klachten zoals kaakpijn, tandenknarsen, hoofdpijn, duizeligheid, oorsuizen, kauwproblemen en pijn in het hoofd-halsgebied. Veel mensen weten niet dat onze rol verder gaat dan alleen behandelen. Door mijn gnathologie-opleiding is het screenen op rode vlaggen het herkennen van dentale oorzaken en het systematisch beoordelen van orofaciale problematiek een vast onderdeel van mijn werk geworden. Ik werk volgens internationale classificaties zoals ICOP, ICHD-3 en DC/TMD, waardoor ik klachten nauwkeurig kan duiden en weet wanneer aanvullende diagnostiek of verwijzing nodig is. Daarbij breng ik altijd de biologische, psychologische en sociale context in kaart: van mondgewoontes, ademhaling of spierspanning, tot stress, angst of perfectionisme en sociale factoren zoals werkdruk of traumatische ervaringen. Het integreren van al deze aspecten is misschien wel het meest waardevolle deel van ons werk.”
“Orofaciale fysiotherapie is dus een breed en integraal vak. Ik vind het heerlijk om samen met de patiënt te onderzoeken wat er precies speelt: niet alleen ‘Wat doet pijn?’, maar vooral ‘Waarom? Wat houdt het in stand? Wat heeft jóúw lichaam nodig om te herstellen?’ Het mooiste vind ik dat de patiënt bepaalt het tempo en de stappen; ik loop mee als gids. Samen puzzelen we en dát maakt mijn werk iedere dag opnieuw betekenisvol.”
Welke klachten zie je het meest bij mondzorgpatiënten?
“Bij mondzorgpatiënten zie ik vaak typische orofaciale klachten, zoals kaakpijn, kaakklemmen, tandenknarsen, hoofdpijn rondom de slapen, pijn bij kauwen, praten of gapen, een beperkte mondopening en druk of pijn rond het kaakgewricht. Ook onverklaarbare tand- of kiespijn zonder dentale oorzaak komt regelmatig voor en kan zowel voor de patiënt als de mondzorgverlener erg frustrerend zijn, omdat de bron vaak in de spieren of zenuwstructuren ligt. Gelukkig herkennen mondzorgverleners deze klachten vaak al vroeg, aan signalen zoals slijtage, afdrukken op de tong of wangen, gespannen kauwspieren of patiënten die aangeven dat ze “iets met hun kaak doen” zonder het precies te weten.”
Welke minder voor de hand liggende signalen kunnen wijzen op een onderliggend orofaciaal probleem?
“Soms zijn signalen heel subtiel en worden ze niet meteen aan het orofaciale systeem gekoppeld. Een goed voorbeeld is onverklaarbare tandpijn. Als op een röntgenfoto een ontsteking zichtbaar is, is de oorzaak duidelijk dentogeen. Vaak bevindt de pijn zich echter in een grijs gebied. Patiënten komen bij mij nadat ze al meerdere wortelkanaalbehandelingen of extracties hebben gehad, terwijl de bron uit het kauwstelsel bleek te komen, zoals spieren, gewrichten of orofaciale zenuwstructuren. Andersom gebeurt het ook: soms lijkt het om kaak- of spierpijn te gaan, maar blijkt er een dentale focus te zijn. Dit wordt pas duidelijk door goede samenwerking en informatie-uitwisseling.”
“Daarom is respectvolle multidisciplinaire samenwerking tussen mondzorgverleners en orofaciale fysiotherapeuten zo belangrijk. Waar de mondzorgverlener tandheelkundige pathologie uitsluit of bevestigt, kijk ik naar het functioneren van spieren, gewrichten en het neurogene systeem. Wanneer beide invalshoeken samenkomen, ontstaat de duidelijkste diagnose en krijgt de patiënt het meest passende zorgpad.”
Hoe kunnen mondzorgverleners zorgen dat die multidisciplinaire samenwerking goed verloopt?
“De samenwerking werkt het beste wanneer we elkaar echt aanvullen in plaats van naast elkaar werken. Dat begint met heldere communicatie over de bevindingen, zoals welke dentale oorzaken zijn uitgesloten en welke signalen opvallen, bijvoorbeeld slijtage, afdrukken op de tong of wangen, overbelasting van de kauwspieren of een beperkte mondopening. Zo kan gerichter onderzocht worden op TMD, musculoskeletale factoren of bredere systeemproblemen. Het helpt ook als tandarts, mondhygiënist en orofaciaal fysiotherapeut dezelfde taal spreken en hetzelfde verhaal aan de patiënt vertellen. Zeker bij angst, chronische pijn of parafuncties geeft dat rust en duidelijkheid. Vroegtijdig schakelen is daarbij belangrijk; door subtiele signalen snel op te pakken, voorkom je dat klachten chronisch worden.”
“Elkaars vakgebied respecteren is essentieel. Soms is de oorzaak dentogeen, soms musculoskeletaal, vaak een combinatie. Door open te communiceren ontstaat een completer beeld van de patiënt, inclusief slaap, stress, ademhaling en andere psychosociale factoren. Goede samenwerking tussen tandarts, orofaciaal fysiotherapeut en patiënt maakt het traject sneller, effectiever en prettiger voor iedereen.”
Welke combinaties van klachten komen vaak voor en waar moeten mondzorgverleners op letten?
“In de praktijk zie ik een aantal typische combinaties die als rode vlaggen functioneren, zoals kaakpijn in combinatie met hoofdpijn en nekspanning, tandenknarsen of klemmen met oorpijn en beperkte mondopening, of onverklaarbare tandpijn bij stress. Dit zijn patronen waarbij het kauwstelsel, het hoofd-halsgebied en de neurogene structuren elkaar beïnvloeden.”
Voor mondzorgverleners zijn er waardevolle observaties die kunnen wijzen op een orofaciaal probleem. Denk aan slijtage die niet past bij het esthetisch of functioneel profiel van de patiënt, impressies van de tanden in de tong, linea alba in de wang, overmatig gespannen kauwspieren, een pijnlijke klik in het kaakgewricht, beperkte mondopening of een zigzagbeweging bij openen, een duidelijk opgejaagde of gespannen patiënt, of aanhoudende pijn nadat dentale problemen zijn uitgesloten of behandeld. Juist dat laatste is een belangrijk signaal. Wanneer de tandheelkundige kant klopt maar de klacht blijft bestaan, ligt de oorzaak vaak in het orofaciale systeem: spieren, gewrichten, zenuwstructuren of gewoontes. Het herkennen van deze combinaties maakt vroegtijdige doorverwijzing mogelijk en voorkomt veel onnodige zorg, frustratie en langdurige pijn voor de patiënt.”
Welke behandelingen of oefeningen gebruik je om deze klachten te verlichten?
“Ik werk met een combinatie van technieken en oefeningen die zowel lokaal als breder in het orofaciale systeem werken, zoals:
- Spier- en fascia-technieken rondom kaak, gezicht en hals;
- Mobilisaties van het kaakgewricht om de beweeglijkheid te verbeteren;
- Ademhalings- en ontspanningsoefeningen, gericht op het hele hoofd-halsgebied;
- Habit-reversal training, bijvoorbeeld om klemmen overdag te verminderen;
- Oefeningen voor mondopening, tongpositie en kaakcontrole;
- Coaching rondom stress en lichaamssignalen, zodat de patiënt leert de eigen spanning te herkennen.
“Het allerbelangrijkste in mijn werk is dat de patiënt zich gehoord voelt. Vooral bij TMD-klachten kan veel verlichting al komen door een goede uitleg en geruststelling. Mijn rol is om adviezen en oefeningen aan te reiken, begeleiding te geven en samen te bekijken welke stappen passen bij het tempo en de behoeften van de patiënt. Het mooiste moment is wanneer iemand merkt dat er al binnen een paar dagen verschil is, zowel fysiek als in het bewustzijn van de eigen spanning en mogelijkheden.”
Wat is de link tussen orofaciale pijn en slaapproblemen?
“Vaak fungeert het kauwstelsel als een waarschuwingslampje wanneer de slaap niet optimaal is. Vooral bij obstructief slaapapneu (OSAS) speelt dit een grote rol: bruxisme is dan vaak een functionele reflex waarmee het lichaam de luchtweg openhoudt, geen slechte gewoonte dus.
Patiënten met slaapstoornissen herkennen vaak klachten zoals ochtendhoofdpijn, hardnekkige vermoeidheid, onverklaarbare orofaciale pijn, concentratieproblemen en verhoogde prikkelbaarheid of somberheid. Slechte slaap maakt het zenuwstelsel gevoeliger voor pijn en verstoort het herstel van spieren en gewrichten, waardoor klachten terugkomen. Daarom is het bij aanhoudende orofaciale klachten belangrijk altijd ook naar slaap en ademhaling te kijken, en andersom. Dat helpt patiënten sneller op het juiste zorgpad.”
In je blog Tandenknarsen is soms het lichaam dat fluistert wat de stem niet durfde te zeggen, schrijf je over de rol van spanning en trauma bij kaakklachten. Wat wil je dat mondzorgverleners hiervan meenemen?
“Kaakklachten zijn zelden alleen een mechanisch probleem. Het kauwstelsel reageert sterk op spanning, emoties en soms oude of onverwerkte ervaringen. Voor sommige mensen is knarsen of klemmen geen gewoonte, maar een manier van het lichaam om met stress om te gaan, een subtiel signaal dat er iets uit balans is. Ik verwacht niet dat mondzorgverleners psychologen worden, maar het helpt enorm als zij herkennen dat er soms meer achter een klacht zit dan zichtbaar in de mond. Bijvoorbeeld bij patiënten die langdurig gespannen zijn, een trauma of verlies hebben meegemaakt, moeite hebben met ontspannen, perfectionistisch zijn of continu “aan” staan. De kaak reageert dan vaak als eerste.”
“Wat ik belangrijk vind, is dat we in de mondzorg niet te snel denken dat het probleem alleen maar een beet of een occlusie is. Soms is het kauwstelsel vooral overprikkeld door stress, slaaptekort of emotionele belasting, waardoor mensen letterlijk “hun kaken erdoorheen duwen” om staande te blijven. Mondzorgverleners kunnen veel betekenen door patiënten bewust te maken van deze factoren, niet direct te kiezen voor steeds meer tandheelkundige interventies en open te staan voor samenwerking met een orofaciaal fysiotherapeut of andere disciplines wanneer klachten steeds terugkeren. Het mooiste is wanneer een patiënt zich gezien en serieus genomen voelt, niet alleen om de tanden, maar als geheel mens. Dáár begint vaak al verlichting, en vanuit die plek kan samen verder worden gebouwd aan herstel.”
Wat zijn de meest verrassende of minder bekende oorzaken van kaak- of hoofdklachten die je in de praktijk bent tegengekomen?
“In mijn praktijk kom ik regelmatig oorzaken tegen die mensen nooit spontaan aan hun kaak zouden koppelen, die soms zelfs verrassend zijn voor zorgverleners. Zo leidt dagelijkse ‘microstress’ vaak tot onbewust klemmen, waarbij de kaak uren per dag actief is zonder dat iemand het merkt. Ook een verkeerde ademhaling (hoog, snel of door de mond) kan spanning veroorzaken in kaak, nek en aangezicht, net als beeldschermgedrag waarbij het hoofd voorover hangt of de schouders gespannen zijn. Onbewuste gewoontes zoals nagelbijten, lipzuigen, tongpersen of tanden op elkaar zetten tijdens concentratie zijn eveneens veelvoorkomende, maar vaak onzichtbare triggers. Bij specifieke aandoeningen zoals Ehlers-Danlos of neurofibromatose verloopt het klachtenbeeld weer anders; hypermobiliteit, instabiliteit, neurologische pijn of asymmetrie vragen om een andere manier van kijken en behandelen.”
“De rode draad is dat kaak- en hoofdklachten zelden één duidelijke oorzaak hebben. Ze vragen nieuwsgierigheid, samenwerking en het vermogen om verder te kijken dan alleen de mond.”
Wanneer is het volgens jou verstandig dat een tandarts of mondhygiënist een patiënt doorverwijst naar een orofaciaal fysiotherapeut?
“Wanneer klachten niet goed te verklaren zijn, terugkeren of niet verbeteren ondanks adequate mondzorg. Denk aan aanhoudende kaak-, hoofd- of aangezichtspijn, onverklaarbare tandpijn, kauwproblemen of beperkte mondopening, tekenen van parafuncties of bruxisme of verdenking op TMD of musculoskeletale oorzaken. Ook bij twijfel kan verwijzen helpen, juist door de overlap tussen dentale en orofaciale pijn.”
Waar kunnen mensen een gespecialiseerde orofaciaal fysiotherapeut vinden? Is er een officiële registratie of beroepsvereniging?
“Een gespecialiseerde orofaciaal fysiotherapeut kun je vinden via websites zoals www.defysiotherapeut.com. Een geregistreerde orofaciaal fysiotherapeut heeft een erkende post-HBO of masteropleiding afgerond en werkt volgens de nieuwste richtlijnen rondom orofaciale pijn en TMD. In Nederland worden deze opleidingen aangeboden aan onder andere de HAN University of Applied Sciences en SOMT University of Physiotherapy.”
Interview door Ilona van der Werf met Ina Alberts, Gnatoloog, Orofaciaal fysiotherapeut, Manueel therapeut, Mimetherapeut, Acceptance and Commitment Therapist bij Fysiosmile.
Lees ook het blog: Tandenknarsen is soms het lichaam dat fluistert wat de stem niet durfde te zeggen










