Meisje geboren met voortanden

In Wales is onlangs een meisje geboren met 2 voortanden. Normaal gesproken krijgen kinderen pas tanden omstreeks de leeftijd van 6 maanden. Volgens artsen wordt 1 op de 3000 baby’s geboren met tanden. Het kan blijkbaar erfelijk bepaald zijn, want de oma van baby Rose werd ook met een voortand geboren.

Omdat de tandjes loszaten zijn ze een paar dagen na haar geboorte verwijderd. Dit werd gedaan voor de veiligheid van baby Rose. De verwachting is echter dat ze alsnog een volledige set melktanden zal ontwikkelen.

Bron:
walesonline.co.uk


Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
antistollingsmedicatie

De patiënt met antistollingsmedicatie in de tandheelkundige praktijk

Gemiddeld zijn er per praktijk zo’n 200 patiënten die antistollingsmedicatie gebruiken. Elke mondzorgprofessional heeft hier dus regelmatig mee te maken. Een update over de ACTA-richtlijn en wat u kunt doen bij nabloeding.

Verslag van de lezing van Baucke van Minnen, kaakchirurg, tijdens het congres Medische aspecten in de Tandheelkunde van de Stichting PAOT-Noord Nederland.

Gemiddeld zijn er 45 patiënten per praktijk die coumarines gebruiken. Ongeveer 150 patiënten per praktijk gebruiken trombocytenaggregatieremmers.

ACTA richtlijnen
In 2009 is de ACTA richtlijn voor antistollingsmedicatie opgesteld. Daarvoor was er veelal onduidelijkheid over wat wel en niet mocht met betrekking tot het gebruik van stollingsmedicatie wanneer er tandheelkundige ingrepen plaatsvonden. In de richtlijnen staat onder andere onder welke voorwaarden de stollingsmedicatie gecontinueerd mag worden wanneer een patiënt een bloedige ingreep moet ondergaan.

De vraag is nu of deze ACTA richtlijn goed voldoet. Om dit na te gaan is er in het UMCG een onderzoek gestart waarbij patiënten die antistollingsmedicatie gebruiken zijn vervolgd na de ingreep. Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een laag percentage milde nabloedingen. Deze konden door de patiënten zelf worden gestelpt. Ernstige nabloedingen deden zich niet voor, wanneer aan de voorwaarden in de richtlijn was voldaan.

Concept
Recent is er verwarring ontstaan als gevolg van de nieuwe ACTA-richtlijn 2013. Denise van Diermen schreef hier haar proefschrift over. Op dit moment moet de ACTA richtlijn 2013 echter nog als concept worden gezien en geldt de versie van 2012. Ondanks discussie over de richtlijnen is voor grote groep patiënten gewoon duidelijk wat men moet doen. Bij twijfel kan de trombosedienst gebeld worden. Het is belangrijk dat de nieuwe ontwikkelingen goed in de gaten worden gehouden.

Tranexaminezuur
Ook is er enige discussie over het wel of niet naspoelen met tranexaminezuur bij gebruik van vitamine K antagonisten. Er is hiervoor weinig wetenschappelijk bewijs. Het advies is daarom om hier zachtjes mee te spoelen.

Gebruik van twee trombocytenaggreagtieremmers
Bij gebruik van twee TAR’s is het op dit moment nog te adviseren om eerst te overleggen met de behandelend arts. Misschien kan een van beide medicijnen gestaakt worden. Anders is het raadzaam, omdat het gebruik van twee TAR’s vaak tijdelijk is, om de behandeling uit te stellen. Ook kan de trombosedienst altijd geraadpleegd worden.

Nabloedingen
Wanneer de bloeding niet stopt en er sprake is van een nabloeding dan is het belangrijk dat de wond goed afgedrukt wordt. Het is verstandig om de patiënt minstens 20 minuten stevig om een gaasje te laten dichtbijten (met of zonder tranexaminezuur). De wond kan desgewenst opnieuw stevig overhecht worden. Soms is het aanbrengen van wondverband bv van gelatine of collageen spongostan aan te bevelen.

Verwijzen
Een patiënt mag naar de kaakchirurg verwezen worden in de volgende gevallen:

  • De bloeding houdt aan ondanks de bovenstaande maatregelen.
  • Er is sprake van veel bloedverlies met een (vermoeden op) Hb-daling als gevolg.
  • Bij verdenking op een doorgeschoten INR. Dus een INR boven de 3,5.

Baucke van Minnen studeerde geneeskunde in Groningen. In 2001 begon hij aan de studie tandheelkunde in
Groningen. In 2006 promoveerde hij op onderzoek naar de mogelijke toepassingen en het biologisch gedrag van een biodegradeerbaar polyurethaan schuim. De opleiding tot kaakchirurg (2005-2010) volgde hij in het UMCG en het Medisch Centrum Leeuwarden. Na afronden van de opleiding bleef hij als kaakchirurg aan het UMCG verbonden, met als aandachtsgebieden de aangezichtstraumatologie en de implantologie. Sinds 2010 is hij actief in de Vereniging Regiotafel Antistolling Groningen, een samenwerkingsverband tussen de trombosedienst en diverse eerste- en tweedelijns
zorgverleners.

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van het congres Medische aspecten in de Tandheelkunde’ van de Stichting PAOT-Noord Nederland.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Medisch | Tandheelkundig, Onderzoek, Scholing, Thema A-Z

Slechts helft Nieuw-Zeelanders bezoekt tandarts

Uit een recente poll van UMR Research is gebleken dat slechts de helft van de Nieuw-Zeelanders het afgelopen jaar de tandarts heeft bezocht. De hoge kosten zijn voor veel Nieuw-Zeelanders reden om tandartsbezoek uit te stellen.

Waarschuwing bij wegblijven
Het wegblijven bij de mondzorgprofessional zal echter zorgen voor de nodige tand- en mondproblemen met daarbij nog veel hogere kosten, zo zegt dr. Crum van Dental Association.

Overheid in actie
Dr. Crum benadrukt daarnaast dat de overheid zich moet richten op de mondzorg van ouderen en de mensen met een lager inkomen. Het gegeven dat men steeds ouder wordt, maakt dat de aandacht voor het gebit steeds meer van belang is.

Bekostiging als obstakel
Om aandacht aan het gebit te kunnen geven, zijn echter wel financiële middelen nodig. Bijna de helft van de Nieuw-Zeelanders ontbeert helaas de middelen om mondzorg te bekostigen.

Julie Chapman van KidsCan is een initiatief gestart om 500 ouders hulp te bieden die geen financiële mogelijkheden zien om met hun kinderen naar de tandarts te gaan. Deze ouders kunnen nu kosteloos naar de tandarts met hun kind.

Bron:
NZ Herald 


Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z

Chirurgische aspecten bij het plaatsen van TAD’s

TAD’s, oftewel Tempory Anchorage Devices, bieden veel mogelijkheden in de orthodontie. Wat zijn de eisen voor het werken met TAD’s? Minischroeven versus botankers: de voordelen, werkwijze en mogelijke complicaties.

Eisen
Om te kunnen werken met TAD’s worden er een aantal eisen gesteld:

  • De TAD moet een mechanische verbinding aangaan met kaakbot.
  • Aan de TAD moet een bevestigpunt zitten voor een draad, elastiek of veer.
  • De TAD mag geen weefselschade veroorzaken.
  • Een TAD moet meerdere jaren kunnen worden gedragen.
  • Het toepassingsgebied moet veelzijdig zijn.

Minischroeven versus botankers
Zowel minischroeven als botankers kunnen geïndiceerd worden voor onder andere het intruderen, oprichten, protraheren of distaliseren van elementen. Botankers kunnen daarnaast nog ingezet worden voor protractie van de maxilla.
In de begintijd waren botankers populairder. Momenteel wordt er steeds vaker gekozen voor minischroeven. Het voordeel van minischroeven is dat ze makkelijker aan te brengen zijn.

Bone Anchored Maxillary Protaction (BAMP)
Het doel van BAMP is het voorwaarts bewegen van de maxilla bij een groeiend individu met een omgekeerde beet of dreigende omgekeerde beet. Deze behandeling werkt het beste als de omgekeerde beet vooral wordt veroorzaakt door de bovenkaak en niet te uitgesproken is. Bij het uitvoeren van deze protractie is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de volgende punten:

  • Goede documentatie.
  • Op zo jong mogelijke leeftijd beginnen (rond 10 jaar), er moet wel gewacht worden totdat de cuspidaten in de onderkaak doorgebroken zijn.
  • Bij voorkeur wordt er onder lokale anesthesie gewerkt.
  • Er een antibioticakuur meegegeven.
  • Zorg voor adequate pijnstilling.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk.
  • Twee weken na plaatsen kunnen er elastieken (lichte tractie) aangebracht worden.

BAMP is minder goed uit te voeren wanneer er sprake is van een klasse III relatie die veroorzaakt wordt door een mandibulaire hyperplasie. Ook wanneer er sprake is van een forse omgekeerde overjet of als de patiënt ouder dan 12 is, kan dit een negatieve invloed hebben op het behandelresultaat.

Botankers

  • Mandibula
    Botankers in de onderkaak (Bollard; lengte 16 mm) worden bevestigd met 2 schroefjes. Het botanker wordt geplaatst tussen de laterale incisief en cuspidaat. Het botanker mag niet in de buurt van de uitgang van de nervus mentalis geplaatst worden.
  • Maxilla
    Het botanker in de bovenkaak (lengte 21 mm) wordt met 3 schroefjes bevestigd. De botankers worden geplaatst op de crista zygomatica-alveolaris. Het bot tussen de eerste en tweede molaar is niet heel erg dik, er moet rekening gehouden worden met de sinus maxillaris. Indien een (pre)molaar gedistaliseerd wordt, moet het onderste schroefje zodanig geplaatst worden dat distalisatie onder het schroefje mogelijk is.
  • Plaatsen
    Voor het bevestigen van de botankers worden schroefjes gebruikt met een lengte van 7 of 5 mm. Bot bij een volwassen persoon is veel steviger dan bij een kind, hier moet rekening mee worden gehouden. Het is belangrijk dat het anker op de goede plek vastgehouden wordt tijdens het vastdraaien van de schroeven. Het plaatje moet contact met het bot hebben en het uiteinde moet uitkomen in de aangehechte gingiva omdat hierdoor de kans op ontsteking kleiner is. Tot slot wordt er gehecht met een oplosbaar materiaal.

Minischroeven
Er bestaan zelftappende en zelfborende minischroeven, de laatsten worden als prettiger ervaren. Er bestaan variaties in de kop en in de diameter van de minischroef. Voordelen van de minischroef zijn dat deze eenvoudig geplaatst kan worden en relatief goedkoop is. Een nadeel is dat de schroef los kan komen. Een minischroef kan echter makkelijk herplaatst worden en dit kan eventueel gebeuren in de tandarts- of orthodontiepraktijk.
Minischroeven kunnen op tal van lokaties in zowel onder- als bovenkaak worden geplaatst. De stevigste verankering wordt vooral in de molaar- en premolaarregio gevonden.

De minischroef moet uitkomen in de niet-mobiele aangehechte gingiva. Om te voorkomen dat de radix geraakt wordt, moet de minischroef daarom soms met een scherpere hoek ingedraaid worden. Minischroeven kunnen geplaatst worden onder lokale verdoving, het is niet nodig om voor te boren. Bij het plaatsen van een minschroef kun je goed voelen of je wel of niet tegen de radix aankomt, hierdoor is het risico op beschadiging klein.

Complicaties
Voor botankers gelden de volgende complicaties:

  • Ontsteking
  • Hyperplasie
  • Breuk anker
  • Los gaan
  • Devitalisatie elementen
  • Nervusschade
  • Radixschade

De grootste complicatie voor minischroeven is het loskomen van de mini-schroef. Dit gebeurt in 20-25% van de gevallen. Een andere complicatie is migratie van de minischroef.

Failures
Oorzaken van het loskomen van botankers/minischroeven zijn:

  • Schroeven/positie/contact
  • Primaire retentie
  • Locatie
  • Slechte mondhygiëne
  • Spelen met tong
  • Excessieve krachten

Protocol bij een losgekomen botankers

  1. Elastieken herplaatsen
  2. Mondhygiëne verbeteren
  3. Eventueel antibiotica voorschrijven
  4. Afwachten
  5. Controle
  6. Indien het niet anders is dan wordt het botanker verwijderd en na 2 maanden herplaatst.

Verwijderen botankers
Botankers worden in principe verwijderd bij klachten of mobiliteit en na actieve behandeling. Zeker bij jonge patiënten kan het lastig zijn om ze om oudere leeftijd te verwijderen. Daarom wordt er in sommige gevallen gekozen om het botanker gedeeltelijk te laten zitten, mits er geen klachten zijn.

Conclusie

  • Een minischroef is eenvoudig te plaatsen.
  • De failure-rate bij minischroeven is relatief hoog maar ze zijn gemakkelijk te herplaatsen.
  • Botankers hebben een hogere morbiditeit.
  • Botankers worden de laatste jaren vooral toegepast bij klasse III.
  • Het verwijderen van botankers is onderwerp van discussie.

Lezing door:
Dr Johan Jansma, MKA chirurg, afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, UMCG.

Verslag door:
Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van de klinische avond Orthodontie-CTM-MKA, georganiseerd door het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde UMCG in samenwerking met de afdeling MKA-chirurgie, de afdeling Orthodontie, de Postgraduate School of Medicine van het Wenckebach Instituut en de Stichting PAOT-NN.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Orthodontie, Thema A-Z
Minder dan 3% suiker per dag voor een gezonde mond

Minder dan 3% suiker per dag voor een gezonde mond

Onderzoekers van onder meer de University College van Londen constateren dat, ondanks het gebruik van fluoride tandpasta, minder dan 3% van de ingenomen calorieën uit suiker mag bestaan om het ongemak en de kosten van cariës te beperken. Een uiterst maximum wordt gesteld op 5%.

Zonder suiker zelden cariës
Geraffineerde suiker in voeding of drank is de belangrijkste oorzaak van cariës. Uit onderzoek blijkt dat in landen waar weinig suiker werd geconsumeerd cariës enorm afnam. Bijvoorbeeld in Japan, waar tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog de gemiddelde Japanner slecht 2 ons suiker per jaar gebruikte. Voor en na deze periode was de inname 15 kg per persoon per jaar. Bij deze hoeveelheden komt cariës veel voor. In Nigeria bleek dat bij een inname tot 2 gram suiker per dag er vrijwel geen sprake van cariës was, ook niet bij ouderen. Bij 2% van de mensen was er wel sprake van cariës. In Amerika, waar het gemiddelde dieet veel suiker bevat, heeft 92% van de mensen last van tandbederf.

Suikertax
Cariës is een van de meest voorkomende chronische ziekten in industrialiseerde landen en de meeste lage inkomens landen. De auteurs roepen overheden op voedingsmiddelen met veel suiker te labelen en een suikertax in te voeren om cariës en obesitas te voorkomen. De wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft recent haar limiet van 10% van de dagelijkse calorieën van toegevoegde suiker bijgesteld naar 5%. Dat betekent voor volwassenen een reductie van 12 naar 6 theelepels aan toegevoegde suiker en de van nature voorkomende suikers in honing, stroop en vruchtensap.

 

Lees meer over: Kennis, Mondhygiëne, Onderzoek, Thema A-Z
Patient-driven-dentistry

Patient-driven Dentistry: behandel de ziekte, werk samen met de patiënt

De patiënt moet niet teveel leunen op de mondhygiënist maar vooral veel zelf gaan doen, vindt mondhygiënist Lisa Bakker-Ruggieri. Daarom werkt zij vanuit het doel dat ze samen met de patiënt stelt. Een interview over haar werkwijze: Patient-driven Dentistry.

Lisa Bakker-Ruggieri komt oorspronkelijk uit de VS. Ze heeft de tweejarige opleiding aan de VU gevolgd. Waarom mondhygiënist? “Tandheelkunde is een mooi vak! Het biedt je een levenslange leercurve. Mijn uitdaging is een evidence based behandeling aan te bieden die in overeenstemming is met de wens van mijn patiënt. Treat the disease, work with the patient”!

Gezamenlijke doel stellen
“When you know better, you do better.” Daarmee bedoel ik dat je jouw behandelwijze regelmatig onder de loep legt en waar nodig verbetert. Ik neem ook mijn patiënten mee in de ontwikkelingen in de tandheelkunde door voorlichting aan te bieden die up to date is. De kernvraag voor mij is altijd: wat is het doel? Welk doel dient mijn handelen vandaag en welk doel wil ik bereiken in de toekomst? Het is belangrijk dát eerst samen met de patiënt in beeld te brengen. Het verkleint de kans op teleurstelling en vergroot de kans op succes als je sámen een gedeelde streven hebt. De mondhygiënist kan de patiënt hiervan bewust maken. Vaak heeft hij er niet bij stilgestaan. Ik leg uit hoeveel er te halen is uit een behandeling bij de mondhygiënist, en dat we sàmen de mondgezondheid sturen. Dat is voor velen een nieuwe gedachte. Ik streef ernaar me flexibel op te stellen en de patiënt geen doelen op te dringen.

Patient-driven Dentistry
Hoe komt Lisa Bakker aan deze filosofie? “Ik ben me erin gaan verdiepen toen ik merkte dat ik niet verder kwam met mijn patiënten. Ik heb kritisch naar mezelf gekeken. De bahandelkamer is niet de beste plek voor mijn ego! Het is belangrijk dat de patiënt onafhankelijk blijft en dat hij meer vertrouwt op zijn eigen inbreng. De behandeling van de mondhygiënist blijft dan ondersteunend. De patiënt centraal stellen is iets anders dan de patiënt “aan het stuur”. Voor mij een belangrijk verschil. Patient-driven noem ik dat. Hij vertelt mij wat hij nodig heeft en niet andersom. Het is mijn werk om de behandelopties duidelijk uit te leggen. Het draait per slot van rekening niet om de mondhygiënist maar om de patiënt.

Verbinden
Wat levert Patient-driven Dentistry de mondhygiënist of de tandarts op? Als de patiënt de tandarts minder nodig heeft, hoe zit dat dan met rendement? “De kans bestaat dat een patiënt zich onderdeel voelt van de team, en dan voelt hij zich mogelijk ook iets meer verbonden aan de praktijk. Hij of zij wordt een patiënt die zich thuisvoelt in de praktijk en minder “gast”. Een prima basis voor een langdurige vertrouwensrelatie”.

Casus: paroprotocol
Sinds 2012 verdiept Lisa zich in iets wat ‘de parkeerfase’ heet. Deze fase begint als het pad van het paroprotocol wordt afgebroken. Bijvoorbeeld als de conditie van het parodontium vraagt om chirurgie, maar de patiënt wenst dit niet. De patiënt wil wel graag zorg blijven ontvangen van de mondhygiënist, maar de zorgvraag is nu veranderd. Eerst werd er eliminatie van de ontsteking gevraagd en in de parkeerfase verandert dat in vertraging van de ontsteking. Het niet bereiken van het doel van het paroprotocol geeft te denken.

Bakker wil eerst even een stapje terug doen: ‘Goede timing is belangrijk. Daarmee vergroot je de kans dat het protocol zonder onderbreking wordt doorlopen. Volgens Bakker kan er ook zeker te vroeg begonnen worden: ‘Je kunt je patiënt ermee overvallen. Als je het doel niet bereikt, dan ligt het soms aan het startpunt. Bied het niet te vroeg aan, zo progressief is parodontitis vaak niet. Het is goed om eerst samen aan het verbeteren van de zelfzorg te werken en regelmatig de profylaxe uit te voeren. De patiënt groeit ernaar toe en kiest goed voorbereid voor het protocol. Daar nemen we soms een jaar de tijd voor”.
Daar bedoelt ze niet mee dat tandartsen dan maar moeten wachten met verwijzen. Dat moet wèl in een heel vroeg stadium. “De mondhygiënist moet de patiënt wel in een vroege stadium van parodontitis in behandeling krijgen. Het paroprotocol kan, indien nodig, rustig besproken worden. Gun je patiënt de tijd om volledig geïnformeerd te worden, en stap er niet te snel in”.
Eerst moeten alle neuzen dezelfde kant op. Het gezamenlijk doel moet helemaal duidelijk zijn. Vooral het belang van de nazorg moet benoemd worden. Ook de reservebanken zoals antibiotica en chirurgie moeten aan de orde komen. Het is immers een jarenlang protocol, daar moet je niet luchtig over doen. “Blijf altijd dichtbij de kernvraag: wat is het doel?”

Interview door Lieneke Steverink-Jorna voor dental INFO

Lees meer over: Mondhygiëne, Opinie, Thema A-Z

Implantoloog Staas: durf tijdig te extraheren

Na het verwijderen van een gebitselement kan ervoor gekozen worden direct een implantaat te plaatsen in de extractiealveole: immediaat implanteren. Vaak worden veel behandelingen uitgevoerd om een frontelement met apicale en parodontale problematiek te kunnen behouden. Directe tandvervanging blijkt een voorspelbare behandelprocedure. Implantoloog Tristan Staas vindt dat extraheren van een gebitselement vaker overwogen moet worden om botverlies veroorzaakt door een ontsteking te voorkomen.

Ridge preservation
Wanneer een patiënt het diasteem opgevuld wil hebben door middel van een kroon op implantaat is het belangrijk om het botvolume na extractie van het gebitselement te behouden (ridge preservation). Een atraumatische extractie is dan essentieel voor botbehoud in horizontale en verticale dimensie. In de eerste drie maanden na extractie vindt het grootste deel van botresorptie plaatst (Tan et al. 2012). Staas benadrukt het belang van tijdig verwijzen van patiënten en niet extraheren zonder behandelplan.

Het gebruik van CBCT is erg nuttig bij diagnostiek en om inzicht te krijgen in biologische en anatomische verhoudingen voor een voorspelbare behandelplanning. Wat er aan de buitenkant mooi uitziet, kan er aan de binnenkant heel anders uitzien. Persisterende pijnklachten na een endodontische behandeling kan een indicatie zijn om een CBCT te maken.

Positie van het implantaat
Buccale retractie van de gingiva ontstaat niet door immediaat implanteren, maar door de positie van het implantaat. De positie van de tand is anders dan de positie van een implantaat, een implantaat dient meer naar palatinaal geplaatst te worden. Idealiter is de buccale bot lamel bij het implantaat 2 mm. Uit de wetenschap blijkt dat bij voldoende botvolume er voldoende soft tissue zal zijn.

Situaties waarbij immediaat implanteren (nog) niet mogelijk is:

  • Patiënt is te jong
  • Parodontaal (Pg bacterie)
  • Prognose buurelementen
  • Financieel

Een ontsteking is geen contra-indicatie voor immediate implantologie (Lindeboom et al. 2006). Immediaat implanteren in combinatie met ridge preservation verdient de voorkeur. Overleving van immediaat geplaatste implantaten is vergelijkbaar met delayed (6 maanden na extractie) of early (2 maanden na extractie) geplaatste implantaten, met een mogelijk beter esthetisch resultaat.

Immediaat implanteren kan een voorspelbare, duurzame en weinig belastende oplossing zijn om een verloren gebitselement te vervangen. Een goede timing is een voorwaarde voor succes, naast een goede indicatie, diagnostiek, 3D benadering en procedure. De boodschap van Staas is: durf tijdig te extraheren.

Redenen voor immediaat implanteren:

  • Minder kosten
  • Minder chirurgische interventies
  • Minder behandeltijd
  • Beter eindresultaat

Tristan Staas is als tandarts in 1988 afgestudeerd aan de Universiteit van Utrecht, hij is mede oprichter en -eigenaar van Staas & Bergmans. Tristan houdt zich in de praktijk met name bezig met implantologie, en is in het bijzonder geïnteresseerd in immediate replacement (het direct vervangen van verloren tanden en kiezen door implantaten) in de esthetische zone. Naast zijn werk bij Staas & Bergmans is Tristan werkzaam bij de Tandartsengroepspraktijk Zaltbommel, geeft hij training aan tandartsen en implantologen in immediate implantologie en geeft hij lezingen in zowel binnen- als buitenland. Tristan is lid van de NVOI (Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie), BIN(Belangenvereniging Implantologie Nederland) en de NobelBiocare Advisory Board

Verslag door Joanne de Roos, tandarts, van het congres De endodontische misser van de NVvE.

Lees meer over: Congresverslagen, Implantologie, Kennis, Thema A-Z

Mondbacteriën mogelijk oorzaak levercirrose

Bij levercirrose zijn mondbacteriën mogelijk de boosdoeners. Patiënten hebben namelijk meer mondbacteriën in hun ingewanden, blijkt uit onderzoek. Deze vondst maakt de diagnose van levercirrose makkelijker, meldt King’s College London.

Onderzoek
Onderzoeksdeelnemers met levercirrose hadden veel meer orale bacteriën in hun ingewanden dan gezonde mensen. Bij sommige onderzochte patiënten was dat bijna 40% van alle bacteriën in de ingewanden. Waarschijnlijk kunnen deze bacteriën overleven doordat de galproductie gestoord is.

Cirrose
De mondbacteriën in de ingewanden zouden levercirrose kunnen veroorzaken. Levercirrose is dodelijk en ontstaat door langdurige beschadiging van de lever waarbij littekenweefsel ontstaat. Bekende oorzaken daarvan zijn bijvoorbeeld alcoholverslaving en virusinfecties.

Nieuwe test
Op basis van hun onderzoek slaagden de onderzoekers slaagden erin een nieuwe non-invasieve test te ontwikkelen voor levercirrose. 90% van de gevallen wordt hiermee opgespoord. Tot nu toe werd daarvoor een leverbiopsie gebruikt, een invasieve methode waarvoor patiënten opgenomen moeten worden in het ziekenhuis.

Bron:
Kings College London

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z, ZZP-er

Red het leven van uw patiënt met een defibrillator

Hoe een EHBO-cursus en de aanwezigheid van een defibrillator in uw tandartsenpraktijk het leven van een patiënt kan redden, blijkt uit het relaas van een tandarts en haar receptioniste uit Manchester.

Tandarts redt leven patiënt met defibrillator
In de wachtkamer van een tandartsenpraktijk in de Britse stad Manchester is een 53-jarige man gered, die plotseling een hartstilstand kreeg. Nadat een ambulance was gebeld, hebben de tandarts en de receptioniste de man een kwartier lang handmatig gereanimeerd. Daarna werd tweemaal de defibrillator ingezet, waarna de hartslag weer op gang kwam.

EHBO-cursus
Het tandartsenteam, dat een EHBO-cursus had gevolgd, verwachtte niet dat ze dit ooit in praktijk hoefden te brengen. De man en zijn familie zijn blij dat hij de hartstilstand heeft overleefd.

Alle tandartsenpraktijken een defibrillator
In Schotland zijn alle 1.000 tandartspraktijken uitgerust met een defibrillator. De Schotse overheid heeft de kosten daarvoor betaald: zo’n 1 miljoen pond.

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Ondernemen, Praktijkinrichting, Thema A-Z
Aantal wanbetalers in de zorg blijft stijgen

Aantal wanbetalers in de zorg blijft stijgen

Het aantal wanbetalers in de zorg steeg dit jaar tot ruim 328.000, een stijging van 12.500 vergeleken met vorig jaar.
Dit blijkt uit een rapport van de Verzekerdenmonitor 2014, zoals aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het Zorginstituut verwacht dat er eind van dit jaar 340.000 wanbetalers zullen zijn. Dit schrijft minister Schippers in een brief aan de Kamer. Als deze trend zich werkelijk doorzet, stijgt het aantal wanbetalers met 7,6% in vergelijking met vorig jaar.

Hoe langer mensen in een wanbetalingsregeling zitten, hoe lastiger het blijkt te zijn om daar zelfstandig uit te komen. Het rapport laat zien dat 45% van de wanbetalers onder de 35 jaar al twee jaar of langer in de wanbetalingsregeling zit.

Naast deze stijging lukt het ook in steeds meer gevallen om tot een betalingsregeling te komen. Afgelopen jaar deden schuldhulpverleners voor 9.000 mensen een betalingsvoorstel aan schuldeisers, waardoor deze mensen hun schuld kwijt raakten.

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

Website www.verspillingindezorg.nl uitgebreid

De website verspillingindezorg.nl is uitgebreid met voorbeelden, naast de meldingen over verspilling die gedaan kunnen worden.
De bezoeker ziet nu ook wat er met de meldingen gebeurt, de gekozen aanpak en de deelnemende organisaties, meldt Zorgverzekeraars Nederland.

Programma Aanpak verspilling in de zorg
Meer dan veertig partijen in de zorg werken aan het programma Aanpak verspilling in de zorg, op initiatief van minister Schippers van VWS. Het project bestaat uit drie onderdelen: genees- en hulpmiddelen, langdurige zorg en curatieve zorg. De inzet van het programma is zorg op maat, minder weggooien, slim organiseren, samenwerken en de patiënt centraal stellen.
Het landelijk Meldpunt Verspilling in de zorg bestaat sinds 2013.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Verzekeraar beloont huisarts voor flexibele openingstijden

Enkele zorgverzekeraars gaan huisartsen belonen als zij kiezen voor flexibele openingstijden. Dit blijkt uit brochures over het inkoopbeleid van zorgverzekeraars, meldt Mednet. Verzekeraars willen zo extra kosten voor huisartsenposten of spoedeisende hulp voorkomen. Sommige zorgverzekeraars vragen daarnaast de mogelijkheid om via internet afspraken te maken en herhaalrecepten te vragen.

Huisartsen krijgen slechts een klein bedrag voor een flexibel spreekuur. De vraag is dan ook of deze vergoeding de extra kosten voor flexibilisering van de praktijk dekt.

De LHV geeft aan dat er steeds meer huisartsen experimenteren met flexibele openingstijden.

Bron:
Mednet

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z

Promotie: beperkingen bij bepalen botkwaliteit met CBCT-scan

De beeldtechniek van een Cone Beam Computed Tomography (CBCT) ̶ meer specifiek de Accuitomo 170 en NewTom 5G CBCT scanners ̶  is (nog) niet geschikt voor de evaluatie van botdichtheid bij het plaatsen van implantaten. Dit concludeert Azin Parsa van het ACTA in zijn promotieonderzoek. Reden hiervoor is dat de plaats van het object in de scanner tijdens het scannen en de keuze van de scaninstellingen invloed hebben op de CBCT grijswaarden. Daarnaast is er verschil tussen uitkomsten van scanners van verschillende fabrikanten, meldt het ACTA.

Stabiel
Het is van belang dat een implantaat direct na het plaatsen stabiel is voor een betere hechting van het bot en daarmee het resultaat op lange termijn. De botkwaliteit van de kaak is een van de belangrijkste factoren voor deze stabiliteit. De onderzoeker bekeek daarom de mogelijkheden voor beoordeling van de botkwaliteit met een CBCT scan vóór de plaatsing van implantaten.

Promotie
Datum: 7 oktober 2014, 11.45 uur
Locatie: Auditorium van de Vrije Universiteit, de De Boelelaan 1105, Amsterdam
Titel promotie: Application of cone beam computed tomography in bone quality assessment prior to implant placement
Spreker: Azin Parsa
Promotor: prof. dr. P.F. van der Stelt, copromotor: dr. B.A. Hassan

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Mondbeschermer verplicht bij hockey vanaf juli 2015

Het dragen van een mondbeschermer tijdens hockeywedstrijden wordt vanaf 1 juli 2015 verplicht. Dit heeft de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) besloten.

Taskforce
In 2014 heeft de KNHB een Taskforce ‘Preventie Tandletsel’ ingesteld. De taskforce heeft – in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) – onderzoek gedaan naar de consequenties van het wel, dan wel niet dragen van mondbeschermers. De conclusies uit dit rapport zijn onderbouwd door literatuuronderzoek, inventarisaties en eigen onderzoek.

Enkele cijfers
De incidentie van mond-/tandletsel (2,46%) geeft voldoende argumenten om aan te nemen dat er sprake is van een reëel risico hierop in de hockeysport. Ruim 85% van de hockeyers uit het onderzoek draagt een mondbeschermer en bijna 70% vindt dat een mondbeschermer bij hockey verplicht zou moeten zijn.

Het percentage hockeyers van de Nederlandse Elftallen dat een mondbeschermer draagt is 82% en 70% vindt dat een mondbeschermer verplicht zou moeten zijn. De Taskforce concludeerde dat hockeyers met mond-/tandletsel, die op het moment van het letsel mondbescherming droegen, significant minder ernstig letsel hadden dan degenen zonder mondbeschermer. Ook blijkt uit onderzoek dat tandartsen het gebruik van een mondbeschermer voor hockey adviseren.

Een op maat gemaakte mondbeschermer heeft de voorkeur van de taskforce.

Bron:
KNHB.nl

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Overijssel: vrije tandartskeuze alleen op papier

Voor veel Overijsselaars komt er maar weinig terecht van de vrije tandartskeuze. Mondzorgpraktijken in Overijssel hebben vaak een wachtlijst of bijzondere voorwaarden voor het aannemen van nieuwe patiënten. Dit meldt RTV Oost.

Cijfers van Eurostat, het Europees statistiekbureau, laten zien dat er in Overijssel 1 tandarts per 2.673 inwoners werkzaam is. Dit is bijna de laagste tandarts-dichtheid van Nederland. Alleen in Zeeland (1 tandarts per 3.317 inwoners) en Flevoland (1 per 3.579) zijn relatief nog minder tandartsen actief.

Volgens RTV Oost blijkt uit een steekproef van de KNMT dat bijna 30% van de tandartsen in Overijsel geen nieuwe patiënten aanneemt.

Volgens Eurostat is het aantal tandartsen in Overijssel wel gestegen: tussen 2007 en de laatste meting van 2011 zijn er dertig tandartsen bij gekomen.

Bron:
RTV Oost
Eurostat

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Hoofd-halskanker komt steeds vaker voor

Kanker in het hoofd-halsgebied komt steeds vaker voor. Steeds meer wordt een verband aangetoond met sommige typen HPV-virussen, meldt het Medisch Centrum Leeuwarden.

In Nederland krijgen ruim 3.000 mensen jaarlijks te maken met hoofd-halskanker want ongeveer 4% van het totale aantal kankergevallen betreft. De meest voorkomende locaties voor hoofd-halskanker zijn de mondholte (42%), de keelholte (35%), het strottenhoofd (24%).

‘Veel mensen realiseren zich amper dat een ziekte als kanker zich óók in het gebied van hoofd en hals kan manifesteren,’ zegt dr. Jan de Visscher, kaakchirurg in het MCL. ‘Als je begint over tongkanker dan kijken mensen je vaak wat ongelovig aan. Longkanker, darmkanker, borstkanker, die zijn bekend. Maar dat kankergezwellen ook bijvoorbeeld in de mond, de keel, de hals, en op het schedeldak kunnen voorkomen, dat realiseert haast niemand zich.’

Risicofactoren
Vooral roken en in mindere mate alcoholgebruik zijn risicofactoren. ‘De laatste vijf jaar is door onderzoek aangetoond dat het HPV-virus ook een rol speelt bij het ontstaan van hoofd-halscarcinoom, vooral dat van de keelholte,’ zegt De Visscher in het bericht van het Medisch Centrum Leeuwarden. ‘Het virus stond al bekend als risicofactor bij baarmoederhalskanker. Maar het speelt dus ook een rol bij kanker in het hoofd-halsgebied.’

Ingrijpend
Behandeling van hoofd-halskanker kan zeer ingrijpend zijn. Bij stembandkanker in een vergevorderd stadium bijvoorbeeld is verwijdering van het strottenhoofd (larynx) vaak de enige remedie. Zonder stembanden moet de patiënt op een andere manier leren spreken

Signalen herkennen
Van 22 tot 26 september is het Europese week voor hoofd-halskanker. Het doel van deze week is om signalen van hoofd-halskanker te herkennen.

Experts op het gebied van hoofd-halskanker raden huisartsen aan patiënten naar een specialist te verwijzen als één van de volgende klachten langer dan drie weken aanhoudt:

  • pijnlijke/gevoelige tong
  • niet-genezend zweertje en/of rode of witte slijmvliesafwijkingen in de mond
  • keelpijn
  • aanhoudende heesheid
  • pijn en/of moeite met slikken
  • zwelling in de hals
  • éénzijdig verstopte neus en/of bloederige afscheiding uit de neus

Bekijk ook de video symptomen van hoofd- en halskanker

Meer informatie
Kanker.nl of www.makesensecampaign.eu

Bron:
Medisch Centrum Leeuwarden

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z

Rouvoet: In 2015 grootste verandering zorgstelsel in jaren

“Nederlanders zullen vanaf 2015 merken dat er veel verandert in de zorg. De hervorming van de langdurige zorg is namelijk de grootste verandering in ons zorgstelsel sinds 2006, toen de Zorgverzekeringswet werd ingevoerd. Zorgverzekeraars steunen deze veranderingen, omdat die echt nodig zijn om de langdurige zorg ook in de toekomst voor alle Nederlanders toegankelijk en betaalbaar te houden. Maar de veranderingen gaan ook gepaard met forse bezuinigingen vanuit de overheid. En dat zullen de mensen gaan merken”. Dat zegt André Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), in reactie op de begroting en de Miljoenennota.

Zorgverzekeraars zijn bovendien bezorgd over de krappe voorbereidingstijd tot 1 januari 2015; de datum waarop alle veranderingen in de zorg in werking moeten treden. En dat terwijl de parlementaire behandeling nog gaande is. Zorgverzekeraars zullen alles op alles zetten om desondanks de continuïteit van zorg te waarborgen, want de zorg voor veelal kwetsbare mensen mag niet in het gedrang komen. Zij roepen de politiek op om rekening te houden met de tijd die nodig is voor een verantwoorde invoering van de hervormingen op 1 januari 2015.

Solidariteit
ZN is blij dat het kabinet de verhoging van het eigen risico heeft beperkt tot 15 euro (naar 375 euro in 2015). Solidariteit tussen jong en oud, ziek en gezond, is een belangrijke kernwaarde van ons zorgstelsel. Door het stijgende eigen risico dreigt sluipenderwijs toch geknabbeld te worden aan die solidariteit. Immers: wie jong en gezond is betaalt alleen de premie, wie wel wat mankeert betaalt daarnaast het eigen risico en draagt dus een groter deel van de kosten zelf.
Zorgverzekeraars zien het als een uitdaging om de komende jaren de kostenstijging in de zorg in de hand te blijven houden zodat de politiek niet hoeft te besluiten tot snijden in het pakket of het sterk verhogen van het eigen risico.

Zorgstelsel werkt
Dat het Nederlandse zorgstelsel werkt, blijkt uit het feit dat er voor het tweede jaar op rij meevallers zijn in de kostenontwikkeling in de zorg. En dit jaar draagt de zorg voor het eerst sinds mensenheugenis bij aan het oplossen van problemen op de rijksbegroting, in plaats van omgekeerd. De uitgaven over 2014 zijn naar de huidige inschatting van VWS 1,4 miljard euro lager dan begroot.

“Dat is de verdienste van alle partijen”, zegt Rouvoet. “De Hoofdlijnenakkoorden met minister Schippers voor de ziekenhuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg en de eerste lijn vormen de basis van onze gezamenlijke inzet. En de zorgverzekeraars hebben opnieuw door scherp in te kopen, met name bij genees- en hulpmiddelen, forse besparingen weten te realiseren. Overigens voeg ik daar nadrukkelijk aan toe: er is niet bezuinigd op de zorg, het gaat in de zorg nog steeds om ‘minder meer’”.

Bron:
Persbericht Zorgverzekeraars Nederland

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
BIG-register

BIG-register onzorgvuldig en incompleet

Het BIG-register is onzorgvuldig en incompleet, meldt het NRCV-programma Altijd Wat Monitor. Volgens dit programma controleert de IGZ niet actief of artsen zich aan een beroepsverbod houden.

Toch aan het werk
Altijd Wat Monitor besteedde op 1 september aandacht aan (tand)artsen die in het buitenland niet meer mogen werken maar wel in Nederland aan het werk zijn, onder wie tandarts Veizi. Hij zou in Amsterdam gewerkt hebben terwijl hij in Groot-Brittannië niet meer aan de slag mag. Een voormalige patiënt vertelt in het programma over haar slechte ervaringen met tandarts Veizi. Naar aanleiding van het programma Altijd Wat Monitor is de BIG-registratie van de tandarts nu doorgehaald.

Geen controle op misstappen
Het CIBG, de instantie die het BIG-register beheert, controleert bij nieuwe aanmeldingen wel of iemand de juiste diploma’s heeft, maar niet of hij in het buitenland eerder misstappen heeft gemaakt. Controle vindt pas plaats als er signalen over een zorgverlener binnenkomen. De Telegraaf meldt dat een woordvoerster van het CIBG erkende dat het nu niet goed is geregeld. De woordvoerster geeft aan dat er nu in Europees verband gekeken wordt hoe registraties over de grens kunnen worden verbeterd.

 

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
Rood kruis

10 Kritische bevindingen bij IGZ geïnspecteerde praktijken

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) brengt vele bezoeken aan praktijken waaruit in meer of mindere mate sancties voor de betreffende praktijk volgen. Deze bezoeken geven veel praktijkhouders onzekerheid over hoe zij hun praktijk hebben georganiseerd. Dit artikel helpt u uw praktijk goed te organiseren.

Uit de analyse van meerdere IGZ rapporten en de ervaringen van diverse praktijken die door de IGZ werden bezocht, is onderstaande lijst opgesteld met daarin 10 kritische bevindingen die tot grote IGZ-sancties leiden.

  1. Weinig tot geen dossiervoering en uitsluitend een verrichtingenadministratie
    De Richtlijn Patiëntendossier beschrijft welke onderdelen minimaal in het dossier vastgelegd dienen te worden, zoals informatie over de uitgevoerde behandelingen, medische anamnese, DPSI-score, informatie verstrekt aan de patiënt en toestemming van de patiënt.
  2. Tandarts spreekt niet de Nederlandse taal
    Indien de tandarts niet of onvoldoende de Nederlandse taal beheerst, kan onvoldoende invulling gegeven worden aan de eisen omtrent informatie en toestemming zoals verwoord in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO).
  3. Geen thermodesinfector aanwezig
    De afwezigheid van een thermodesinfector is niet direct verkeerd. Echter, bij afwezigheid van een thermodesinfector dient de praktijk aantoonbaar te maken dat de handmatige reiniging van instrumenten adequaat wordt uitgevoerd. Indien het team en de praktijkhouder hier geen sluitende werkwijze (vastgelegd in protocollen) voor kunnen aantonen, is dit wel een kritische bevinding.
  4. Kritische apparatuur niet onderhouden
    Onder andere een thermodesinfector, autoclaaf en röntgen toestellen dienen periodiek onderhouden te worden om te verifiëren of het apparaat nog functioneert. De praktijk dient het onderhoud tijdig te laten uitvoeren en hiervan bewijsmateriaal vast te leggen (bijvoorbeeld in de vorm van onderhoudsverslagen en –stickers).
  5. Onvolledig KEW dossier
    Veel voorkomende bevindingen zijn dat:
    – (niet alle) röntgen toestellen zijn aangemeld bij AgentschapNL
    – documentatie van structureel periodiek onderhoud ontbreekt (zie ook punt 4)
    – verantwoordelijke stralingsdeskundige niet is vastgelegd
    – medewerkers niet aantoonbaar zijn geïnstrueerd over het maken van foto’s
  6. Tandarts beschikt niet aantoonbaar over vereist stralingsdeskundigheidsniveau
    Tandartsen dienen aantoonbaar te beschikken over het vereiste stralingsdeskundigheidsniveau (Eindtermen Stralingshygiëne voor Tandartsen en Orthodontisten en voorheen deskundigheidsniveau 5A/M).
  7. Medewerkers zijn niet aantoonbaar beschermd tegen Hepatitis B
    Bewijzen van immunisatie voor Hepatitis B of periodieke controle dienen van iedere zorgverlenende medewerker aanwezig te zijn in de praktijk.
  8. Verlopen producten en steriel verpakte instrumenten aangetroffen
    Voorraadbeheer dient toegepast te worden (bijvoorbeeld middels het First-In-First-Out principe), waarmee wordt gewaarborgd dat geen verlopen producten of verlopen steriel verpakte instrumenten kunnen worden aangetroffen.
  9. Voorbehouden handelingen worden niet volgens de voorwaarden gedelegeerd
    Bij het delegeren van voorbehouden handelingen en niet-voorbehouden risicovolle handelingen dienen altijd de geldende voorwaarden in acht te worden genomen, zoals o.a.:
    – de tandarts is voor tussenkomst in de praktijk aanwezig
    – de patiënt wordt niet of niet adequaat geïnformeerd en niet om toestemming gevraagd
    – opdrachtbeschrijving is vastgelegd in een protocol taakdelegatie
    – opdrachtgever heeft zich aantoonbaar overtuigd van de bekwaamheid van opdrachtnemer
  10. Protocollen ontbreken
    De werkwijze voor infectiepreventie, radiologie en behandelingen dienen te zijn vastgelegd in protocollen. Het hebben van protocollen zorgt voor een vertaling van de algemene richtlijn naar de eigen praktijksituatie en voor een betere waarborg dat de gemaakte afspraken praktijkbreed worden uitgevoerd.

Deze lijst is geen volledige opsomming van geconstateerde bevindingen en de bevindingen zijn in willekeurige volgorde weergegeven.

Lees ook Overzicht van de aandachtsgebieden van IGZ

Bekijk alle artikelen in de rubriek Inspectie

Door:
Sjoerd Kuiken – Kuiken Praktijkmanagement adviseert en begeleidt praktijken op het gebied van wet- en regelgeving, ISO / HKZ kwaliteitmanagementsystemen en financieel gezonde praktijkvoering.

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
De noodzaak van een rubberdam bij de wortelkanaalbehandeling

De noodzaak van een rubberdam bij de wortelkanaalbehandeling

Veel tandartsen zijn sceptisch over het gebruik van een rubberdam. Ze vinden het onnodig, niet praktisch, lastig en tijdrovend. Uit onderzoek blijkt ook dat in de algemene praktijk het gebruik van een rubberdam laag is. Evidence vinden in de literatuur voor het gebruik van rubberdam is erg lastig. Maar tijdens de presentatie van de zeer ervaren endodontoloog Walter van Driel werd duidelijk dat het gebruik van een rubberdam bij de wortelkanaalbehandeling noodzakelijk is.

Nadelen van het gebruik van een rubberdam

  • Patiëntacceptatie
  • Aanbrengen van de rubberdam is tijdrovend
  • Een rubberdam is moeilijk in gebruik
  • Kosten
  • Effect van rubberdamklemmen. Puntcontactklemmen kunnen schadelijk zijn, met name klemmen in het front kunnen veel krachten uitoefenen. Het is daarom belangrijk dat klemmen mooi aansluiten.

Voordelen van het gebruik van een rubberdam

  • Bescherming. Door gebruik van een rubberdam is de kans op aspiratie erg klein.
  • Uitkomst van de behandeling. Uit onderzoek van Nieuwenhuysen blijkt dat endodontische herbehandeling met een rubberdam betere resultaten geeft.
  • Minder napijn met isolatie.
  • Beter zicht op het werkterrein.
  • Behandeling kan efficiënter worden uitgevoerd.

Technieken en hulpmiddelen die het gebruik en aanbrengen van een rubberdam makkelijker maken

  • Walter van Driel adviseert de rubberdamklem langzaam te plaatsen. Laat tijdens het plaatsen het element droogblazen door uw assistent, daardoor zakken de weefsels en kan de klem geplaatst worden op de glazuurcementgrens en wordt beschadiging van de gingiva voorkomen.
  • Breng bij kinderen een ligatuur aan om de klem om aspiratie te voorkomen.
  • Door gebruik van Opaldam (Ultradent) is het mogelijk om het element volledig te isoleren.
  • Om allergische reacties te voorkomen wordt het gebruik van een latexvrije rubberdam aangeraden.
  • Tijd is geen issue. Het is altijd mogelijk een rubberdam binnen 5 minuten aan te brengen.
  • Voor het isoleren van tanden kan ook gebruik gemaakt worden van wedjets. Bijvoorbeeld als het niet mogelijk is een klem te plaatsen op elementen kan ook gekozen worden tanden te isoleren zonder klem en enkel wedjets te gebruiken.

Walter van Driel studeerde van 1977 tot 1984 tandheelkunde aan de UvA. Van 1997-2005 was hij universitair docent endodontologie op het ACTA. Daarnaast heeft hij diverse functies vervuld binnen de NVvE en NMT. Hij is van diverse wetenschappelijke verenigingen lid en tevens Fellow van het International College of Dentists (ICD). Sinds 1986 heeft hij een verwijspraktijk voor endodontologie. Walter geeft veel lezingen en cursussen over endodontologie. Hij is eigenaar van het CIDE in Den Haag, een cursuscentrum voor praktische cursussen, met name op het gebied van de endodontologie.

Verslag door Joanne de Roos, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Walter van Driel tijdens ENDO2014 van Bureau Kalker

 

Lees meer over: Congresverslagen, Endodontie, Kennis, Thema A-Z