Slijtage in 2026: aanpakken of afwachten?
Onder adolescenten wordt gebitsslijtage bij een derde van de populatie waargenomen en dit zal een steeds forsere uitdaging gaan vormen in onze tandheelkundige praktijk. Mechanisch, chemisch, bewustwording, monitoring… Hoe zat dat ook alweer? Verslag van de lezing van prof. dr. Bas Loomans, tijdens GEBITSSLIJTAGE2026.
De volgende aanbevelingen worden ondersteund door het Radboud Tooth Wear Project
Loomans BAC, Mehta SB, Huysmans MCDNJM, Pereira-Cenci T, Opdam NJM. Evidence-based, patient-centred management of tooth wear: 15-years insights from the Radboud Tooth Wear Project. J Dent. 2026 Jul;170:106673. doi: 10.1016/j.jdent.2026.106673. Epub 2026 Apr 5. PMID: 41946429Enkele zaken die zijn meegewogen hierbij zijn:
Enkele zaken die zijn meegewogen hierbij zijn:
- 184 patiënten geïncludeerd
- 70% restauratief behandeld
- 75% man
- Gemiddelde leeftijd 37 +- 10jaar
- Gegeneraliseerde gebitsslijtage
- Verschillende behandelstrategieën en materialen
- Monitoring (n=59), direct hybride composiet (n=21), direct nano composiet (n=21), indirect hybride composiet (n=49) en indirect CAD/CAM composiet (n=22).
- Geen exclusiefactoren! (hoogrisico patiënten mochten meedoen)
In veel klinische studies worden patiëntengroepen gevonden met lage risico’s. De risicopatiënten worden geëxcludeerd. Dit heeft natuurlijk te maken met fabrikanten die meespelen in het onderzoek. In het RTWP vindt deze exclusie niet plaats.
Als een patiënt met ernstige gebitsslijtage gezien wordt weten we dan echt wat de etiologie is? Heel vaak weet de clinicus het niet.
De titel moet eigenlijk klinken: afwachten of aanpakken? Want dat is het uitgangspunt. Monitoren is hierbij niet hetzelfde als niet niks doen! Als je ergens naar kijkt maar je schrijft het niet op dan ben je niet aan het monitoren.
Multifactorieel
Gebitsslijtage is multifactorieel. Wat heeft hierin de overhand? De mechanische component of de chemische component? We kunnen wel stellen dat een chemische factor een noodzaak is in het proces van slijtage. Zonder chemische component krijgt de normale knarser zijn tanden en kiezen niet kapot.
3 hoofdprocessen in slijtage (zie fig 1)
Chemisch:
- Intrinsiek (maagzuur)
- Extrinsiek (voedingszuur)
Mechanish:
- Intrinsiek (‘attritie’)
- Extrinsiek (‘abrasie’)
Modificerende factoren:
- Drinkgewoontes
- Tonggewoontes (de tong is een lap leer die ook slijtage kan veroorzaken)
- Bijzondere mondsituaties (bijvoorbeeld speekselvloed)
Stroomschema diagnostiek (zie fig 2 blauw)
Functiebedreigende slijtage is hierbij leidend. Wanneer hiervan sprake is, wordt beschreven in het verslag van de lezing van Peter Wetselaar. Indien geen sprake is van functiebedreiging, wordt de slijtage in principe gemonitord. Dit houdt in dat de bevindingen worden vastgelegd in het patiëntendossier. Aanvullend kan gebruik worden gemaakt van lichtfoto’s, studiemodellen en intraorale scans om de progressie van slijtage te volgen in de tijd.
Bij het gebruik van een intraorale scanner kan slijtage niet betrouwbaar worden beoordeeld op basis van kleurweergave. Voor beoordeling van slijtage is het aan te bevelen de gebitsmodellen in bijvoorbeeld grijswaarden te analyseren. Wanneer de scanner wordt ingezet voor digitale diagnostiek, moet de progressie van de slijtage bovendien geplaatst worden in de context van de verlopen jaren, waarbij alleen de mate van slijtage niet meteen aangeeft of er een restauratieve behandeling noodzakelijk is.
Slijtage gebeurt bij vrijwel iedereen. Een beperkte toename van slijtage gedurende een monitoringsperiode van bijvoorbeeld drie jaar wordt beschouwd als fysiologische slijtage.
Bronkhorst et al (2023) : vindt dat veel patiënten met gevorderde slijtage geen progressie vertonen! Ook de progressie van slijtage bij patiënten met matige tot ernstige slijtage, blijkt in veel gevallen – tegen de verwachting in – vrij langzaam te verlopen over een periode van 3 jaar. Slechts bij 1/3 van de onderzochte groep was de progressie snel belopend. De progressie kan in dezelfde patiënt verschillen tussen verschillende elementen en verschillende vlakken.
Alleen aandragen: ‘’Oei er ligt dentine bloot, we moeten behandelen!’’ is achterhaald. Alleen de progressie geeft dus niet aan of er restauratief behandeld moet worden.
Dit moet gebeuren in overeenstemming met patiënt: is er een behandelwens? Het juiste om te zeggen is ‘’Oei er ligt dentine bloot, we gaan kijken of dat doorgaat, zijn er klachten?’’
Hier zijn 3 voorbeelden van systemen die dit ondersteunen:
- Trios patient monitoring (3shape)
- Align oral health siute (itero)
- Sirona oracheck (Dentsply)
Huidig gebruik van de intraorale scanner: Intraorale scanners worden voornamelijk ingezet voor de productie van kronen/bruggen/frames en zelfs vp. Maar het onderbelichte deel is de diagnostiek! Er zit veel informatie in een scan waarbij het eigenlijk bijzonder is dat we er eigenlijk zo weinig gebruik van maken.
- Diagnostiek,
- Digitalisatie van producten kronen onlays frames,
- Digitaal ontwerpen,
- Digitaal planning (chirurgie, orthodontie, restauratief)
We willen toe naar decision making processen en prediction modellen. Naast kwantificatie kan een scanner middels AI ook slijtage kwalificeren. Enkele voorbeelden van dingen die AI kan herkennen zijn: cupping, inbeet, slijtfacetten, enamel cuff. Dit is voor de algemeen practicus niet nog niet beschikbaar, maar we werken er hard aan om deze analyse-software zo snel mogelijk ook in de huidige scansoftware systemen te integreren. Dit zal echter nog wel een hele uitdaging worden.
Deze worden voornamelijk ingezet voor de productie van kronen/bruggen/frames en zelfs vp. Maar het onderbelichte deel is de diagnostiek! Er zit zi veel informatie in een scan waarbij het eigenlijk bijzonder is dat we er eigenlijk zo weinig gebruik van maken.
Stroomschema diagnostiek (fig 2 geel)
Als er functiebedreigende slijtage is en de kans bestaat dat preventieve adviezen de progressie en klachten verhelpen, dan moet er gekozen worden voor monitoring, algemene preventieve maatregelen, specifieke preventieve maatregelen. Kunnen deze adviezen de klachten niet verhelpen? Kies dan voor restauratief ingrijpen. De kern van preventie is bewustwording bij patiënt alsook bij behandelaar. Bewustwording m.b.t. parafunctioneren of schadelijke gewoontes uit de mechanische component is de basis van preventieve maatregelen. Maar minder bekend is de preventie m.b.t. de chemische component.
Chemische processen verhouden zich tot voeding, eetstoornissen (boulimia, anorexia) of reflux (GORD). Waarom is het zuur essentieel in slijtage? Deze zuren etsen de bovenste toplaag van het glazuur weg, de laag daaronder wordt verzacht. Deze verzwakte laag kan vervolgens door mechanische processen gemakkelijker weggesleten worden. Als een slijtage patiënt zich op mechanische wijze hetzelfde gedraagt, maar dan zonder zuur, was dan dezelfde uiting van slijtage geweest? Mechanische krachten zijn tenslotte fysiologisch. Iedereen knars en klemt een beetje.
Multizuur beperken (O’Toole S. et al. 2017)
Als je tussen de maaltijden een zuur kan beperken of verwijderen, behaal je exponentiële winst in schadebeperking. 1 zuur drankje per dag, tussen de maaltijden, geeft een OR van 2,5, dat betekent dat er 2,5 keer meer kans is op progressie van slijtage. 2 zure drankjes per dag geeft een OR van 11,8, hetgeen een exponentieel effect is! Een vergelijkbaar effect geldt voor fruit tussen de maaltijden.
Reflux (GORD)
Niet alle patiënten met slijtage hebben reflux en niet alle patiënten met reflux hebben gebitsslijtage. Maar er is wel een verband aangetoond dat reflux en een verhoogde kans op gebitsslijtage.
Symptomen en/of complicaties
- Brandend/drukkend gevoel op de borst
- Negatief effect op kwaliteit van leven
- Hiatus oesophageus (ontoereikende sfincter).
- Deze sluitspier ligt niet ter hoogte van het middenrif.
- Spierproblemen onderste deel slokdarm.
Er lijkt dus een relatie tussen MDL en THK. De MDL-arts vindt reflux overdag belangrijk. Dit veroorzaakt de bekende klachten. Overdag reflux komt echter minder snel in de mond. Wat het meest interessant is voor de tandarts is de reflux die in de nacht optreedt! De zwaartekracht helpt niet meer in het voordeel als je horizontaal ligt en dit lijkt een onder-gerapporteerd probleem. 24-uurs impedantiemetingen is de meetmethode (in het ziekenhuis). Deze meetmethode meet echter niet of reflux in de mond komt. Tandartsen en medisch specialisten spreken hierin dus niet dezelfde taal. Hiervoor is gezamenlijk onderzoek noodzakelijk om hier meer duidelijkheid in te krijgen en elkaars vakgebieden beter te begrijpen.
Langdurige reflux kan tot (pre-maligne) Barrett-syndroom leiden. De tandarts heeft hierin dus ook een signaleringsfunctie! De huisarts ziet dit nooit eerder dan de tandarts, bij een patiënt die regelmatig op controle komt!
Als er pijn is, en de slijtage klopt niet bij de leeftijd van de patiënt (niet-pluis gevoel), ben er dan op bedacht dat er een zure component aanwezig moet zijn! Dit komt omdat de zure component de dentinekanaaltjes open etst, waardoor gevoeligheid optreedt. Bij vermindering van de zuuraanval (voeding of reflux), wordt vaak op korte termijn al een verbetering gevoeld dat de gebitselementen minder gevoelig worden!
Speeksel
Dit kan zowel met de kwaliteit als de kwantiteit van het speeksel te maken hebben. Afwijkende kwantiteit kenmerkt zich door een droge mond. Afwijkende kwaliteit kenmerkt zich door een afwijkende pH of bufferwerking. Afwijkingen in het gestimuleerde speeksel lijken een belangrijke indicator voor een risico op progressie van (Madariaga e.a., 2025). Dit komt omdat het gestimuleerde speeksel juist de taak heeft om mechanische krachten tegen te gaan.
Afwijkende drinkgewoontes
Het effect van slik- en drinkgewoontes wordt vaak onderschat. Ik durf misschien wel te beweren dat ‘Het maakt minder uit wat je drinkt en meer hoe je het drinkt!’
Spoelen met cola, bijvoorbeeld, is een gewoonte, of soms zelfs een tick. Dit is erg lastig om af te leren. Bewustwording is in ieder geval het belangrijkste advies en preventieve maatregel. Mijn advies is de patiënt een bekertje water te geven met verzoek deze op te drinken. Een drink- en slikgewoonte wordt dan meteen duidelijk. Maak evt een filmpje om de patiënt zijn of haar het eigen gedrag te laten zien.
Preventief
Poetsen/spoelen met tin-/fluoridehoudende middelen lijkt te helpen (Ganss et al.), al moeten we hier wel voorzichtig mee zijn. Er zijn aanwijzingen dat mondspoelmiddel met tinchloride of tinfluoride een positief effect kunnen geven in de progressie van slijtage, maar langdurig klinisch onderzoek ontbreekt vooralsnog.
Beetbeschermingsplaat
Er is geen bewijs dat een gebitsbeschermer bruxisme voorkomt of slijtage verminderd. Over het algemeen matige compliance. Een beetbeschermingsplaat werkt niet bij reflux! Er zijn aanwijzingen dat dit zelfs averechts werkt. En tenslotte werkt een beetbeschermingsplaat natuurlijk alleen als die op het juiste moment gedragen wordt. Iemand die bruxeert tijdens het autorijden heeft geen profijt van slapen met een beetbeschermingsplaat. Dus een beschermingsplaat kan zeker een positief effect hebben, als de indicatie correct is en de patiënt deze ook gaat dragen.
Restauratieve behandeling (Fig. 2 rood)
Minimale of non-invasieve behandelfilosofie verhoudt zich tot direct of indirecte methodiek. Enkele leuke literatuur om na te slaan:
- Dahl-behandeling: Poyser et al.
- Voor zowel lokale slijtage in het front of zelfs in de zijdelingse delen kan het Dahl-concept op een relatief eenvoudige, minimaal invasieve techniek worden uitgevoerd. Patiënten accepteren over het algemeen deze behandelingen goed. Er is overwegend succesvol occlusieherstel en hoge patiënttevredenheid.
- Directe composiet: Shamir et al.
- Toont aan dat directe composietrestauraties voor volledige mondrehabilitatie bij ernstige gebitsslijtage over een periode van 5,5 jaar goede duurzaamheid vertonen met een relatief lage jaarlijkse faalpercentages van rond de 2-3%. Molaarrestauraties, vertonen op termijn een hoger risico op falen.
-
- Toont aan dat directe composietrestauraties bij ernstige gegeneraliseerde gebitsslijtage na 3 jaar vergelijkbare of betere overleving vertonen dan indirecte composietrestauraties, waarbij indirecte tabletop-restauraties op eerste molaren significant vaker faalden.
Maar in een studie waar 3D CAD-CAM indirecte hybride composiet restauraties zijn geplaatst waren de resultaten wel heel belovend.
- Toont aan dat directe composietrestauraties bij ernstige gegeneraliseerde gebitsslijtage na 3 jaar vergelijkbare of betere overleving vertonen dan indirecte composietrestauraties, waarbij indirecte tabletop-restauraties op eerste molaren significant vaker faalden.
Minimaal en non-invasief wordt in de literatuur vaak herhaald. Maar waarom gaat de voorkeur naar deze behandelstrategie? De patiënten die klachten vertonen en een behandelwens uitten zijn vaak relatief jong. Als er restauratief behandeld moet worden, ik mijn adagium niet meer tandmateriaal te offeren dan dat er al weg is. Wetende dat alle soorten en typen behandelingen zullen falen, moeten we altijd bedenken hoe een ‘volgende ronde(s) eruit zouden kunnen zien. Ook wel het dynamisch behandelconcept genoemd. Ik ben van mening dat daarbij de levensduur van de restauratie ondergeschikt aan de levensduur van het element!
Vraag jezelf af: Blijft de tand goed? Is dit minimaal invasief? Kan ik iets nieuws maken als mijn werk kapotgaat.
Conclusie
Gebitsslijtage is een multifactorieel proces waarbij chemische factoren vaak een essentiële rol spelen in het ontstaan en de progressie van slijtage. Daarom is goede diagnostiek en actieve monitoring belangrijk om fysiologische slijtage te onderscheiden van functiebedreigende slijtage. Pas wanneer preventieve maatregelen onvoldoende effect hebben of klachten blijven bestaan, is restauratief ingrijpen geïndiceerd. Hierbij staat een minimaal invasieve aanpak en behoud van het element centraal.
Take home:
- Prioriteit moet worden gegeven aan het diagnosticeren van de etiologie van de slijtage
- Patiënten met slijtage zonder hulpvraag: altijd starten met monitoren, al is het maar een jaar. Dit geeft zo veel meer informatie over etiologie en bewustwording.
- Counseling en monitoring is óók behandelen, maak dat ook de patiënt duidelijk.
- Als je restauratief gaat ingrijpen, kies dan voor non- of minimaal invasief. Houdt in je achterhoofd: wat ga ik doen als dit werk kapotgaat
De etiologie begrijpen en juiste indicatie stellen is belangrijker dan de te kiezen behandeling!
Prof. dr. Bas Loomans is sinds december 2021 professor Orale Functieleer en Restauratieve Tandheelkunde aan het Radboudumc in Nijmegen. Hij is initiator van diverse onderzoeksprojecten, geeft initieel en post initieel onderwijs, en wordt regelmatig gevraagd voor lezingen in binnen- en buitenland. Tevens is hij projectleider van het ‘Radboud Tooth Wear Project’, een omvangrijk klinisch project dat zich richt op de etiologie en behandeling van ernstige gebitsslijtage. Hij is begeleider van diverse PhD-studenten op het gebied van ernstige gebitsslijtage, innovatieve diagnostiek gebruikmakend van AI en ‘smart’ composietmaterialen. Hij is (co-)auteur van 130 internationale publicaties en van diverse boekhoofdstukken. Naast zijn aanstelling aan het Radboudumc is hij één dag per week werkzaam als algemeen practicus in een verwijs- en groepspraktijk Mondzorg Oost in Nijmegen.
Verslag door Camil Chakir voor dentalinfo.nl van de lezing van prof. dr. Bas Loomans tijdens GEBITSSLIJTAGE2026 van Bureau Kalker.
Bronvermelding:
- Loomans, B., & Opdam, N. (2018). A guide to managing tooth wear: The Radboud philosophy. British dental journal, 224(5), 348–356. https://doi.org/10.1038/sj.bdj.2018.164
- Bronkhorst, H., Bronkhorst, E., Kalaykova, S., Pereira-Cenci, T., Huysmans, M. C., & Loomans, B. (2023). Inter- and intra-variability in tooth wear progression at surface-, tooth- and patient-level over a period of three years: A cohort study: Inter- and intra-variation in tooth wear progression. Journal of dentistry, 138, 104693. https://doi.org/10.1016/j.jdent.2023.104693
- O’Toole, S., & Bartlett, D. (2017). The relationship between dentine hypersensitivity, dietary acid intake and erosive tooth wear.Journal of dentistry, 67, 84–87. https://doi.org/10.1016/j.jdent.2017.10.002
- Ganss, C., Neutard, L., von Hinckeldey, J., Klimek, J., & Schlueter, N. (2010). Efficacy of a tin/fluoride rinse: a randomized in situ trial on erosion. Journal of dental research, 89(11), 1214–1218. https://doi.org/10.1177/0022034510375291
- Hoekstra-van Hout, P. M. J., Schols, J. G. J. H., Mehta, S. B., Opdam, N. J. M., Pereira Cenci, T., & Loomans, B. A. C. (2023). Posterior Dahl: A Minimally Invasive Method for the Treatment of Localized Posterior Tooth Wear. The journal of adhesive dentistry, 25, 31–38. https://doi.org/10.3290/j.jad.b3837959
- Mehta, S. B., Lima, V. P., Bronkhorst, E. M., Crins, L., Bronkhorst, H., Opdam, N. J. M., Huysmans, M. D. N. J. M., & Loomans, B. A. C. (2021). Clinical performance of direct composite resin restorations in a full mouth rehabilitation for patients with severe tooth wear: 5.5-year results. Journal of dentistry, 112, 103743. https://doi.org/10.1016/j.jdent.2021.103743
- Crins, L. A. M. J., Opdam, N. J. M., Kreulen, C. M., Bronkhorst, E. M., Sterenborg, B. A. M. M., Huysmans, M. C. D. N. J. M., & Loomans, B. A. C. (2021). Randomized controlled trial on the performance of direct and indirect composite restorations in patients with severe tooth wear. Dental materials : official publication of the Academy of Dental Materials, 37(11), 1645–1654. https://doi.org/10.1016/j.dental.2021.08.018












