VGZ wint rechtszaak tegen marktleider in tandimplantaten

VGZ wint rechtszaak tegen marktleider in tandimplantaten

De rechtbank in Utrecht heeft VGZ uitgesproken als winnaar in het kort geding tussen de zorgverzekeraar en implantatenleverancier Straumann. Straumann wilde onder een 3-jarig contract uit dat zij met VGZ gingen sluiten over de levering van implantaten tegen een betere prijs. Zij vonden dat dit nog had moeten kunnen omdat het contract nog niet officieel getekend was. De rechter erkende deze argumentatie echter niet.

Goedkopere implantaten door directe inkoop

De zaak tussen VGZ en Straumann wordt al maanden nauw gevolgd door vele leveranciers en tandartskoepels. Dit komt vanwege de strijd met VGZ over het aangescherpte inkoopbeleid. De zorgverzekeraar kondigde eerder dit jaar aan om goedkopere implantaten in te gaan kopen via leveranciers, om “woekerwinsten bij tandartsen” op de inkoop van implantaten te vermijden. Uit een offerte die bij Straumann werd aangevraagd bleek namelijk dat een implantaat gemiddeld €186,- kost, terwijl tandartsimplantologen hier normaal gesproken het maximaal declareerbare tarief van €314,- voor rekenen. VGZ besloot daarom om geld te besparen middels directe inkoop. De tandartskoepels waren hier op zijn zachtst gezegd niet blij mee.

Onduidelijkheid rondom tekenen contract

VGZ ging afspraken aan met twaalf implantaatleveranciers om implantaten op te kunnen kopen tegen de prijzen uit de opgave, in de hoop hiermee €3 miljoen te besparen op de 26.000 implantaten die jaarlijks (deel) door VGZ worden vergoed. Bij de afspraken met Straumann ontstond onduidelijkheid. Waar Straumann zelf vond nog niet getekend te hebben, vond VGZ dat de voorwaarden bij het opvragen van de offerte zo duidelijk waren, dat het tekenen van de overeenkomst al een gegeven was. De rechter beoordeelde dat Straumann slechts tot half augustus, in plaats van eind 2018, uit had kunnen stappen, en dus gebonden zat aan de afspraken.

Gebrek aan exclusiviteit

Redenen voor Straumann om onder het contract uit te willen, naast de onduidelijkheid, was dat het contract niet lucratief werd bevonden, aangezien ze slechts één van de twaalf leveranciers waren, en er dus geen sprake was van exclusiviteit. Hiernaast beweert Straumann dat de andere leveranciers slechte kwaliteit zouden leveren. Aangezien VGZ bij iedereen een kwaliteitstoets afneemt zag de rechter hier echter niet veel in. Straumann zal het contract alsnog moeten ondertekenen voor 22 mei.

Bron:
Telegraaf.nl
ANT
KNMT

 

 

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen/